Onbekommerd…

De natuur van het geloof is, dat het onbekommerd doorgaat tussen leven en dood, tussen eer en schande, tussen rijkdom en armoede.

Bron: Maarten Luther –  WA 24, 250, 29-31 – www.maartenluther.com

De bekende natuur/vogelliefhebber Jac. P. Thijsse (m.n. bij velen bekend vanwege de Verkade-albums, waarin hij de rijkdom van de Nederlandse natuur ons met woorden voor ogen heeft geschilderd) gebruikte als ex libris een pentekening van een groepje zingende spreeuwen (1) (met opgezette keelveren en vrolijk klapperende vleugels) in een ruig (nog winters?) wilgenlandschap met daaronder het woord: Onbekommerd.

Ex-libris - JacPThijsse 3

4 Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.
5 Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij.
6 Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles,
door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;
7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

Uit Filippenzen 4

(1) Wie kent niet de spreeuw? Een lawaaierige flierefluiter, die als een vrolijke vagebond door onze straten zwiert. De spreeuw leeft een gedeelte van het jaar in een grote groep, dat is de denkbeeldige locatie waar de muziek begint: Een grote spreeuwenzwerm, waar zich twee spreeuwen uit losmaken, samen een nest bouwen, eieren leggen, jongen opvoeden, en uiteindelijk vliegen de jongen uit en voegen zich weer bij een zwerm.
De spreeuw was de favoriete vogel van Jac. P. Thijsse, en daarom bestaat sinds enkele jaren de Heimans en Thijsse Prijs, die elke twee jaar wordt uitgereikt, uit een bronzen beeldje van een spreeuw.
(Bron: heimansenthijssestichting.nl/spreeuwensuite)
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Vluchten kan niet meer…

en vluchten hoeft niet meer, wanneer je je gevonden weet…

2 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4 Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die Hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5 heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door Zijn genade gered. (Uit Efeziërs 2)

(…) Niets is voor mij zo reëel als dat waarin ik tekort schiet. Maar daarvoor moet ik niet vluchten. Pas als ik die leegte in mij omarm, de gevoelens van eenzaamheid en scheiding aanvaard, ontmoet ik Christus. Dan kan God ermee aan de slag; Hij maakt er iets moois van. God is een vuilniskunstenaar (1).

Ik heb veel relatietherapie gegeven en in huwelijken zie ik hetzelfde principe terug. Eerst is er de verliefdheid. Je kunt je geen leven zonder de ander voorstellen, hij of zij is een afgodje. Dan raak je aan elkaar gewend en wordt je beeld realistischer. Bij een aantal echtparen volgt daarna de conclusie: we hebben niets meer met elkaar. De donkere nacht. Maar als je die erkent, kan er een verrijzenis komen. Dat heb ik ook vaak zien gebeuren. Onze reactie op vluchtelingen laat ook goed zien wat er gebeurt als we vluchten voor de leegte en donkerte in onszelf. Waarom roepen vluchtelingen zo veel angst en zelfs haat bij ons op? Het is niet meer in proportie hoor, wat mensen allemaal zeggen. We maken ze tot monsters. Omdat we onze eigen angst en tekort op hen projecteren. We zijn allemaal vluchtelingen, we hebben hier geen blijvend thuis, we gaan allemaal dood. Als ik de balk in mijn eigen oog niet erken, vergroot ik de splinter in dat van de ander.

Als predikant in de hervormde kerk in Vlaardingen kreeg ik te horen dat ik darmkanker had. Ik had netjes gejogt en broccoli gegeten, maar ja … In de kerk is er voorbede gedaan, en handoplegging. Dat deed mij veel. Maar het kwam nooit in mij op te vragen om een gebed voor genezing. Het was onzeker of ik het zou redden, maar ik was daar vreemd genoeg heel rustig onder. In de nacht voor ik zou horen of het groen of rood was, heb ik prima geslapen. Achteraf zeg ik: dat was God. In ziekte en gebrokenheid zijn we één met Christus, de gekruisigde. Dat was geen theorie meer.

Of ik zou sterven of blijven leven maakte niet veel meer uit. In beide gevallen zou ik bij God zijn. Ik denk dat God ons leven ook als een geheel ziet. Ik geloof in een leven na dit leven, maar niet als uitvlucht. Het nieuwe leven gebeurt nu al, als ik stop met vluchten voor mezelf en daarmee voor God.’

Bron:  Nederlands Dagblad, 28-01-2016, Jean-Jacques Suurmond (in gesprek met Maurice Hoogendoorn).
(1) 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van Hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9 en één met Hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10 Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk worden in zijn dood, 11 in de hoop ook zelf uit de dood op te mogen staan.
12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. (Uit Filippenzen 3)
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Uitspraken en stellingen…

De kinderdoop is de enige Doop waarbij een kind van God geen enkele reden heeft of vindt bij zichzelf om zich daarop of daarmee te beroemen tegenover mensen. De roem daarvan ligt geheel bij God en komt alleen Hem toe.

Wij moeten ons niet afvragen of we wedergeboren zijn, maar nagaan of we wedergeboren leven.

Een kind verstaat zoveel (meer en gemakkelijker) van “het koninkrijk Gods” omdat het niet anders weet en kan dan liefde en dankbaarheid terug te geven voor al het goede wat het ontvangt in dit leven.

Het te onderzoeken en willen en mogen kennen mysterie van God is niet de onbegrijpelijkheid en ondoorgrondelijkheid van Zijn bestaan (dat zal voor ons mensen verborgen blijven), maar het mysterie van de Liefde waarmee Hij Zijn schepsel en schepping verlost van de vergankelijkheid vanwege de zonde(macht). Dit mysterie is ons geopenbaard met de verschijning van Onze Heer Jezus Christus (1).

God wil niet dat wij in deze door onze zonde(n) geschonden wereld opklimmen naar het Goddelijk mysterie, maar Hij wil(de) met en voor ons Mens worden, en met en voor ons lijden, om ons mensen onze zondeschuld te leren verstaan en om ons het ware mens-zijn (dus zoals God het “van den beginne” bedoelt heeft – terug) te geven. En zo – verenigd in het ware Mens-zijn – zullen we eeuwig met Hem leven.

Het ware mens-zijn is erkennen dat we in alles van ons leven afhankelijk zijn en leven door Gods eeuwige Kracht (Scheppersmacht) en Liefde voor Zijn schepsel, zoals Die ons geopenbaard is in onze Heer Jezus Christus. Een Liefde Die al onze kennis te boven gaat en Die alleen “samen met alle heiligen” gevat kan worden en ons zal “vervullen tot alle volheid van God”. (2)

Om ons mensen verantwoordelijkheid te geven schiep en onderhoud God door Zijn Woord de materie en “natuurwetten” (=Zijn bevelen) en daarmee gaf en geeft Hij ons in Zijn Schepping de middelen om verantwoordelijkheid te dragen.

De chaos-macht(en) – o.a. degeneratie – in Gods schepping wordt(worden) overwonnen door Gods Liefde en Trouw en eeuwige Kracht. De nieuwe (vernieuwde!) schepping wordt/is er definitief van verlost.

Wanneer we in de Bijbel lezen over “Goddelijk geweld” (bijv. zondvloed, uitroeiing volken, kruis), dan moeten we niet zeggen “Oh, is God er zo ééntje”, maar dan moeten zeggen, “Oh, zijn wij ménsen zo, dat dit nodig was of is?”

Wij mensen zien al de noodzaak en “onontkoombaarheid” van het inzetten van (dodelijk!) geweld om vrede, veiligheid en “democratie” te beschermen en om waar mogelijk in deze wereld machtswellust, onvrijheid en ellende en chaos te voorkomen en om de “zwakken en goeden” te beschermen in deze om en door onze zonden geteisterde wereld. Waarom verwijten we God dan, dat Hij geweld wil(de) en moet (moest) inzetten om (nog) erger in Zijn wereld en onder de mensen te voorkomen en ook om ons duidelijk te maken dat wij ons in alles weer verzoend mogen weten met Hem  (het zoenoffer aan het kruis (3)?!

(1)  Zie Efeziërs 1 : 3-14
(2) Zie Efeziërs 3 : 14-21
(3) Het kruisoffer was/is nodig om ons te overtuigen van Gods Liefde voor ons en voor Zijn schepping. God zelf moest hiervan of hierdoor niet overtuigd worden of hierdoor weer tot Liefde geraken. “Gód was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende” (2 Korintiërs 5 : 19).
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Wat ons gelovigen het meest bedreigt… (I)

Israël en Efraïm zullen struikelen door hun ongerechtigheid. Ook Juda struikelt met hen. Hun kleinvee en hun runderen zullen zij brengen om de Here te zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden: Hij onttrekt Zich aan hen! (Hosea 5 : 5b, 6).

Eigen schuld kwelt de mens het meest, zeggen de mensen.

Men krijgt echter in de regel de indruk, dat eigen schuld de mens het minst kwelt. We hebben het verbazend druk over de fouten en gebreken van mevrouw Jansen en mijnheer Pietersen. Of hun zonden ons nu bepaald zo erg kwellen, en dus tot gebed uitdrijven, dat is een vraag, waar we misschien beter aan doen, deze niet al te diepgaand te onderzoeken. In alle geval is er van gekweld worden door eigen schuld vaak bedroefd weinig te zien. Wij hebben nooit schuld. Altijd heeft de slang mij bedrogen, of het is „die vrouw, die U mij gegeven hebt”. Het fijn-ironische woord van de Heiland van balk en splinter is nog steeds actueel.

Zo gaat het precies, als er één of ander misloopt in ons leven. Dan heeft ook steevast een ander een spaak in het wiel gestoken, maar dat we er meestal zelf de eerste en grootste oorzaak van zijn, komt niet in ons op.

Er wordt hier door Hosea gezegd, dat Israël en Efraïm struikelen zullen. Dat was al meermalen gezegd trouwens. Dát is het monotoon refrein van alle Godsmannen in deze tijd: het loopt mis; het loopt zo vast als een huis! Als dát goed gaat met Israël, gaat alles goed. In openlijke en bedekte termen is aan Efraïm te kennen gegeven, dat het z’n ondergang tegemoet gaat!

Dát ze zouden vallen, stond dus wel vast.

De profeet gaat nu nog een stap verder, en geeft óók te kennen, waaróver dit volk struikelen zal. Israël en Efraïm zullen struikelen…. door hún ongerechtigheid. De steen des aanstoots, waarover ze struikelen, zal niets anders en niets minder wezen, dan eigen zónde. Dat hebben ze zelf nooit willen toegeven natuurlijk. Als straks de grote struikeling kómt, dan is het de overmacht van de vijand, waartegen zij natuurlijk niet bestand waren! Of het is de Here Zelf, Die het land verlaten heeft en Zich aan Zijn erf volk niet meer schijnt te storen. Hun weg was voor de Here verborgen, en hun recht ging voor hun God voorbij! Ze begrepen helemaal niet, waaraan zij dat nu verdiend hadden. Eigen schuld? Och kom! Wás er nu wel één volk op aarde, dat zo religieus was, en zó stipt en veelvuldig z’n offers bracht als zij? Neen, eigen schuld kwelde déze mensen althans niet het meest. Er waren wel enkelen, die er zo over dachten, het „overblijfsel” naar de verkiezing, de stille vromen, voor wie eigen schuld en de schuld van land en volk een grote kwelling was, maar de grote hoop zei: ’t is onbegrijpelijk! Wij, het volk des Heren, staan nu ook altijd in de hoek waar de slagen vallen!

Hel is er in dat opzicht nog niet veel beter op geworden. Het getal van hen, die gulweg toegeven, dat ze gestruikeld zijn over hun eigen zonde, is niet bijster groot. Er bestaat een grote virtuositeit in het zoeken naar „tweede oorzaken”, waardoor achteruitgang in het kerkelijk, verenigingsleven en persoonlijk leven te „verklaren” zou zijn. Wie zet er nu ook graag het pistool op eigen borst? Er is altijd wel een verleider in de buurt, en vooral de „Satan” heeft een brede rug. Wat „eigen vlees” misdeed, wordt kalmweg op het lange schuldregister van de duivel geschreven. Niets is comfortabeler voor het geweten. De „ergernissen” schuilen gewoonlijk in alle mogelijke hoeken en gaten, maar zelden in eigen hart. Terwijl toch de Bijbel ons onomwonden zegt, dat de mens de grootste vijand van zichzelf is. Bij het opsommen van de ergernissen, d.i. de oorzaken, die de mens ten val kunnen brengen, wees de Here Jezus ons niet naar buiten, maar naar binnen. Uw oog, uw hand, uw voet, o mens, zijn het gevaarlijkst. Pas op, en struikel niet over uw eigen ogen, want daar zijn Eva en Achan ook al over gestruikeld. Trek het mes dus niet tegen anderen, maar tegen uzelf. Ruk ook uw oog uit, als het u tot zonde verleidt, en hak uw hand af, als die u tot zonde verleidt . . . .pijnlijke zelfoperatie!

Wat was dan dé zonde, waarover Israël gestruikeld is, en die Efraïms graf gedolven heeft?Men zou het niet zo gemakkelijk vermoeden! (…)

Lees het vervolg:  Wat ons gelovigen het meest bedreigt…(II)

Bron: “De zoon van Beëri – over het boek Hosea” van ds. H. Veldkamp (1895-1956)
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Israël zal sidderend komen tot de Here en tot Zijn Heil

En (zij zullen) bevend komen tot de Неrе en tot zijn heil (Hosea 3 : 5)

Eén van de trekken, waarin Israëls toekomstige bekering beschreven wordt, is, dat zij bevend zullen komen tot de Неге en tot Zijn heil.

Dit is wonderlijk gezegd!

We kunnen ons voorstellen, dat iemand beeft voor Gods grootheid, siddert voor Zijn heiligheid, huivert voor Zijn toorn; bij al dergelijke „deugden” van God komt het „sidderen” te pas, en is het behoorlijk, dat de zondaar beeft. Maar wie rilt er nu voor Gods heil?

Dat doet de bekeerde, zegt hier de Bijbel.

Dit is één van de wezenlijke trekken van het wedergekeerde (wedergeboren) volk van God.

Zolang iemand nog onbekeerd is, kan hij desnoods bang wezen voor de geweldige majesteit van God, en kan hij ineenkrimpen bij de gedachte aan de straffende hand van de Here. Dat kan allemaal best. Wat heeft Kaïn gesidderd! En Saul! Maar voor het heil van de Here vermag hij niet te sidderen. Daar gaat hij hoogst familiair mee om. Daar zingt en jubileert hij bij, en hij wordt er geen moment bang voor. Precies als Israël, toen het nog van achter de Here „hoereerde”. Toen misbruikte het Gods heil, of, wat wij ook kunnen zeggen: Gods goedheid, of in het gunstigste geval accepteerde het die goedheid als de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld. Dat was normaal en nogal logisch: de Here is aan Israël goed!

Zo verkeert de onbekeerde onder Gods goedheid.

Hij durft de goedheid van de Here best aan te pakken met z’n bezoedelde vingers. Daar ziet hij helemaal geen been in. Hij durft óók nog wel te spreken van dc „zegen van de Here” en een dankzegging in de kerk te vragen bij z’n huwelijksjubileum, ook al heeft hij die goedertierenheid van de Here nooit anders dan ten eigen nutte besteed. Hij kan er o zo dierbaar en o zo innig over praten; alleen gebééfd voor die goedheid heeft hij nooit!

Dát kan alleen de bekeerde mens!

Hij trilt over al z’n leden als hij denkt aan de goedheid van z’n God. Hij weet niet waar hij zich bergen moet. Hij schaamt zich de ogen uit z’n hoofd, dat de Here zó goed is voor hèm. Als z’n levensscheepje bijna zinkt onder de verrassende weldaden van God, dan staat hij er niet met ’n hoge borst bij, maar dan roept hij uit: Here, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens!

Daarom heeft de gevoelige ziel van Hosea de bekering van Israël zo wondermooi en teer beschreven in deze trek : „en zij zullen bevend komen tot de Here en tot Zijn heil”.

Wie nooit voor het heil Gods gesidderd heeft, weet van de bekering weinig af, hoeveel hij overigens ook sidderen moge.

Bron: “De zoon van Beëri – over het boek Hosea” van ds. H. Veldkamp (1895-1956)
Uit Psalm 78
19 zij spraken tegen God, zij zeiden:
Kan God een dis aanrichten in de woestijn?
20 Zie, Hij sloeg de rots, dat er water vloeide,
en beken stroomden;
zou Hij ook brood kunnen geven,
of vlees verschaffen aan zijn volk?
(…)
29 Zij aten en werden volop verzadigd,
en Hij schonk aan hen hun begeerte.
30 Nog hadden zij hun begeerte niet gestild,
nog was hun spijze in hun mond –
31 daar verhief Gods toorn zich tegen hen,
richtte een slachting aan onder hun welgedanen
en velde de jonge mannen van Israël neder.
32 Ondanks dit alles zondigden zij verder
en vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen deed Hij hun dagen eindigen in nietigheid
en hun jaren in verschrikking.
34 Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem,
bekeerden zich en zochten God,
35 en gedachten, dat God hun rots was,
en God, de Allerhoogste, hun verlosser.
36 Maar zij bedrogen Hem met hun mond
en belogen Hem met hun tong;
37 hun hart was niet standvastig bij Hem,
zij waren niet getrouw aan zijn verbond…

Zie ook:  Dit is mijn verbond met hen…

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Honderdguldenprent: Het levende Woord bron en toetssteen voor onze verbeelding…

Beelden zijn nietszeggend, “stom”, tenzij wij er een verhaal bij horen of bij weten of bij kunnen maken in onze gedachten. Natuurlijk is dat verhaal dan gebaseerd op wat we eerder gezien en ervaren hebben of (van een ander) gehoord. Wanneer het een tekening of schilderij betreft, dan kunnen we natuurlijk het beste afgaan op het verhaal van de schilder zelf om te weten te komen wat de afbeelding voorstelt en ons te vertellen heeft. En wanneer een schilder ons dat zelf niet meer vertellen kan, dan is het goed om meer van de geschiedenis van de betreffende schilder te weten om zodoende te kunnen bepalen uit welke bronnen hij geput heeft en vanuit welke gedachten en met welk doel voor ogen hij zijn schilderij(en) maakte…
Wanneer het werk van schilders al het beste geïnterpreteerd kan worden op basis van hun eigen verhaal of levensgeschiedenis, hoe belangrijk moet het dan voor ons zijn om te willen luisteren naar God als Auteur van de Schepping en de wereldgeschiedenis…
Om te voorkomen dat wij zouden moeten leven bij een (eigen gemaakt) beeld van deze wereld en onze wereldgeschiedenis en van God zelf en bij eigen verhalen over deze wereld en over God zelf, sprak en spreekt God tot ons mensen Zijn Woord. Hij wilde en wil dat we dagelijks naar wat Hij ons te vertellen heeft zullen luisteren. Dit doen we door zelf dagelijks eerbiedig te (gaan) luisteren naar Zijn Woord, dus door dagelijks de Bijbel te lezen en overdenken onder gebed tot Hem. Zo komen wij ieder te staan in een persoonlijke betrekking tot Hem en zó wil Hij zich aan ons langs deze Weg de Levende betonen en zó verlost Hij ons (dagelijks!) van het leven bij een (“stom” en eigen gemaakt) beeld van Hem. Door het gebed tot de Vader en werk van de Heilige Geest is het Woord van God levend en krachtig in ons leven en denken en werken. Zo worden wij inwendig gesterkt door de Heilige Geest en kan Christus door het geloof woning maken in onze harten. En zo worden wij bereid, gereed en bekwaam tot het spreken van liefdevolle en juiste woorden en tot verrichten van alle goed werk in deze wereld (Efeziërs 3 : 14-21).

Rembrandt - HonderdGuldenPrent

Honderdguldenprent (klik hier voor grote afbeelding Wikipedia)

De Honderdguldenprent is de beroemdste ets van Rembrandt. Deze prent dankt zijn naam aan het legendarische verhaal, dat Rembrandt eens honderd gulden moest betalen om een exemplaar van zijn eigen ets te kunnen kopen.

Wat is nu het aparte van deze ets? Dat hij alle gebeurtenissen van één Bijbelhoofdstuk in één momentopname samenvat! Het gaat hier om Mattheüs 19. Kijk en vergelijk!

En vele scharen volgden Jezus, en Hij genas hen. (vers 1 -2)
Vanuit een donkere poort (rechts) komt een lange stoet mensen. Ze zijn getekend door ziekte, verdriet en handicaps. Zij zoeken een weg naar het Licht. Hun leven is één schreeuw om hulp. Zij verwachten alles van de Man in het midden. De gevouwen’handen van de twee figuren midden voor op de plaat en de zoekende hand van de blinde die op het stro ligt – spreken ze niet voor zichzelf?

En er kwamen Farizeeën tot Hem… (vers 3-12)
Zij staan uiterst links op de ets. Maar zij wenden zich van Jezus af. Hun gezichten en gebaren spreken duidelijke taal: ze weten het beter. Dit is de enige groep die buiten het licht van Christus staat. Het licht waarin zij staan is een ander licht, een koud licht, het licht van hun zelfverzekerdheid. De één glimlacht ironisch, een ander denkt na.

Toen werden kinderen tot Hem gebracht… (vers 13 en 14)
Midden-links zien wij twee moeders met een baby op de arm. De meest linkse aarzelt nog, maar haar enthousiaste zoontje trekt haar naar Jezus toe: een spontaan gebaar van vertrouwen. Petrus (met de baard) wil de voorste moeder tegenhouden. Maar Jezus weert Petrus af met zijn rechterhand en nodigt daarmee tegelijk de vrouw uit dichterbij te komen: Laat de kinderen tot Mij komen!

Tussen de moeders en de Farizeeën zit de rijke jongeman. Over hem gaaf het in vers 16-26. Je moet echt even turen om hem te ontdekken… Met de hand voor zijn mond zit hij verslagen voor zich uit te staren. Een levend bewijs, dat een rijke in werkelijkheid heel arm kan zijn. Terwijl de kinderen nog niet en de zieken niet meer aan de wereld gebonden zijn, is hij een slaaf van zijn bezit geworden. Over hem zegt Jezus: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan (vers 24). Naar deze uitspraak verwijst de kameel die, uiterst rechts, door de poort het toneel op loopt.

En dan is er nóg iemand. Dat is de dikke man met de brede rug, links vooraan. Met beide benen op de grond, een grote baret op het hoofd. Als je naar zijn postuur kijkt, weet je het al: echt iemand die het gemáákt heeft in het leven. Hij is niet voor en niet tegen. Hij heeft alleen maar een geamuseerde glimlach over voor wat er om hem heen gebeurt. De eeuwige toeschouwer.

En dan is er … Jezus. Het enige bijzondere aan Hem is, dat Hij in het middelpunt staat. Als een verticaal accent staat Hij centraal op de compositie. Er straalt iets van Hem uit: genade en vrede. Er gaat een stil appèl van Hem uit. En dan zijn er twee reacties: de mensen bewegen zich naar Christus toe (de zieken en de kinderen) óf zij keren zich van Hem af (de Farizeeën en de rijke jongen). En .. .wie denkt dat hij neutraal kan blijven (de toeschouwer) wordt meegesleept door hen die weggaan.

Jezus heeft in zijn houding niets imponerends, niets dwingends. Het is vooral een uitnodigende houding: Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven (Matt. 11:28). God komt niet met veel lawaai en show in deze wereld, maar als een Knecht die dient. Nederig. En zó, als de Liefdevolle, als de Barmhartige, als de Gekruisigde, roept Hij ons op tot een keuze.

Waar staat u, waar sta jij op het schilderij?

Auteur:  J. Riemersma, Sliedrecht
Bron: W.A. Visser ’t Hooft: Rembrandts weg tot het Evangelie. Amsterdam, 1956.

Overgenomen uit: Ecclesia nr 2 – januari 2016 – 107e jaargang.

Efeziërs 3 : 14-21
14 Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, 16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, 17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, 18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.
20 Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, 21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid!
Amen.
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Profeet, dokter en geneesheer, bewijs uzelf…

en wij zullen geloven…

16 En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat naar de synagoge, en Hij stond op om te lezen. 17 En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond: 18 De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, 19 om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.
21 Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan. 22 En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen, en zij zeiden: Is Dit niet de Zoon van Jozef? 23 Maar Hij zei tegen hen: U zult Mij ongetwijfeld dit spreekwoord voorhouden: Dokter, genees uzelf; alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kapernaüm gebeurd is, doe dat ook hier in Uw vaderstad.
24 Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u dat geen profeet  welgevallig is in zijn vaderstad (hij moet zich natuurlijk bewijzen als een weldoener en wonderdoener…). 25 Maar Ik zeg u naar waarheid: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood kwam over heel het land, 26 en naar geen van hen werd Elia gezonden, maar wel naar Zarfath bij Sidon, naar een vrouw, een weduwe. 27 Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, maar wel Naäman, de Syriër.
28 En allen in de synagoge werden met woede vervuld toen zij dit hoorden,
29 en zij stonden op, dreven Hem de stad uit en brachten Hem op de top van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. 30 Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg.
(—)
1 Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. 2 Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. 3 Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; 4 mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, 5 opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God. (Uit 1 Kor. 2)
(—)
1 O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was? 2 Dit alleen wil ik van u vernemen: Hebt u de Geest ontvangen uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof?
(…)
U weet toch dat ik u de eerste keer het Evangelie heb verkondigd in lichamelijke zwakheid. 14 En toch hebt u mijn beproeving, die in mijn lichaam plaatsvond, niet veracht of verafschuwd (1), maar ontving u mij als een engel van God, ja, als Christus Jezus.
(…)
15 Waarin prees u zich dan gelukkig? Want ik kan van u getuigen dat u, zo mogelijk, uw ogen zou hebben uitgerukt en aan mij gegeven zou hebben. 16 Ben ik dan uw vijand geworden door u de waarheid te zeggen?  (Uit Galaten 4)
(1) Door bijvoorbeeld tegen Paulus te zeggen: Mooi al die woorden, maar geneesheer, genees (eerst) uzelf…
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Door te luisteren komt men tot geloof…

Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.  (Romeinen 10 : 17. NBV)
Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.
(Romeinen 10 : 17. HSV)

God wil geloofd (vertrouwd!) worden op Zijn – tot ons mensen gesproken – Woord. Zo is het vanaf het begin van de Schepping geweest en zo was het heel de mensengeschiedenis door en ook nu is dat niet anders! En…

(…) Luister aandachtig naar Mij, eet het goede, en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed. Neig uw oor en kom tot Mij, luister, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten: de betrouwbare gunstbewijzen aan David. (Jesaja 55 : 2-3. HSV)

… het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.  (Johannes 1 : 14. HSV)

Geloven is zien met het oor! Luther zegt dit in een paaspreek: ‘Hoewel het oog niets ziet, moet je toch zien met het oor.’ – WA 49, 360, 28-29 (1544)

Het Woord van God is het eerste van alles – op het Woord volgt het geloof, en op het geloof volgt de liefde.
W(2) 19, S. 34 (Jenaer Ausgabe)
Het geloof komt alleen door Gods Woord of [anders gezegd] door het Evangelie, waarin Christus wordt gepredikt dat Hij Gods Zoon en mens is, gestorven en opgestaan omwille van ons.
WADB 7, 7, 16-19
Er is geen andere weg om tot het geloof te komen dan door het Evangelie te horen, te leren en te overdenken.
WA 46, 583, 27-28
Het geloof rust niet op een menselijke beslissing, want niemand kan zelf het geloof scheppen en maken. De Vader in de hemel moet het geloof geven en dit licht in het hart ontsteken. Hoe? Hij doet dat alleen door het Woord en de Heilige Geest.
WA 52, 658, 14-17
Waar het Woord van de belovende God is, daar is het geloof van de aannemende mens noodzakelijk.
W(2) 19, S. 33 (Jenaer Ausgabe)
Het geloof dat op het Woord van de belovende God rust, is het begin van onze zaligheid.
W(2) 19, S. 33 (Jenaer Ausgabe)
Het geloof staat daarop, dat Christus is gestorven, is nedergedaald in de hel, is opgestaan uit de dood voor ons – door dit geloof worden wij behouden, zoals Noach in de ark.
WA 12, 371, 6-10 (verkort)
Wanneer het gehele hart zich op het Woord en de belofte van God verlaat, dan is dat geloof. – W(2) 13, S. 2027 (Georg Rörers Postille, 1559)
Het kan wel zijn dat iemand een soort geloof heeft – dat is: hij verwacht iets en hij hoopt iets – maar omdat het Woord eraan ontbreekt, is het niet het ware geloof, maar een ongegronde inbeelding waaruit niets goeds voortkomt.
WA 52, 498, 26-29, weergave W(2) 13, S. 915
Geloof zonder Woord is waardeloos.
WA 24, 195, 28-29
De enige troost van het geloof is, dat het weet dat Gods Woord niet liegt en bedriegt.
WA 24, 246, 18-19
Zoals God het geloof in de eerste plaats door het Woord geeft, dan oefent, vermeerdert en bevestigt, zo voleindigt Hij het daarna ook door het Woord.
WA 40.3, 130, 14-15

(…) Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven. (Johannes 19 : 29)

(…) maar deze zijn beschreven (en zijn en worden u verkondigd), opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.  (Johannes 20 : 31)

Bron Luther-citaten:  www.maartenluther.com
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

De visuele mens…

De lamp van het lichaam is het oog. Als dus uw oog zuiver is, zal heel uw lichaam verlicht zijn (Matteüs 6 : 19-24)

Volgens velen is de mens in de twintigste eeuw veel meer dan vroeger een visueel ingestelde mens. De kerk zou zich daarbij moeten aanpassen. De tijd voor een preekkerk met luisterdiensten is voorbij. Zelfs moet men zich niet teveel meer voorstellen van een traditionele leesbijbel. De toekomst is aan het zien en aan de audiovisuele communicatie. Nu is het de vraag of de mens niet altijd een visueel ingesteld wezen is geweest. Het zou wel eens kunnen zijn dat er niet iets is veranderd met onze oren die minder zouden kunnen bevatten, maar dat er iets veranderd is met onze ogen en ons kijken. De moderne mens kijkt veel, maar ziet weinig. De ogen zijn blind geworden. De mens weigert oog te hebben voor de hemel, voor God de schepper, voor engelen en duivelen, voor een leven na de dood en een wereldgericht. En nu het oog verkeerd is doordat het niet verder wil kijken dan de zichtbare horizon, wordt het leven verduisterd.
In deze tijd is het goed om te leren dat de lamp van ons lichaam het oog is. Het is van grote betekenis hoe we zien en waarnaar we kijken. Wanneer ons oog zuiver is, kijken we met vreugde naar alles wat goed is en lof verdient: het kijken naar goede voorbeelden leert ons volgen. En we zien met tegenzin naar wat niet deugt en speculeert op verkeerde eigenschappen of gevoelens: we leren een afkeer krijgen van het kwade. Het zuivere kijken houdt ons leven fris en houdt het uitzicht op de hemelse schat vrij.
In deze visueel ingestelde tijd moeten we leren dat het oog niet een neutraal ontvangstation is, maar een lamp voor ons lichaam. Deze lamp moet schijnen. Doordat het oog op God, de enige Meester, is gericht. Boven de boekenkast en de televisie kunnen we een oorspronkelijke wandtekst hangen: „De lamp van het lichaam is het oog. Als dus uw oog zuiver is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.” (1)

Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad. (Psalm 119 : 105)

(1) We moeten bij dit beeld wel voor ogen houden, dat het oog nooit zelf lichtbron is. Alleen wanneer het oog zich richt op het licht (hier Gods Woord!), wordt het oog voor het lichaam een lamp, waardoor het lichaam niet meer in de duisternis verkeert en zich kan voortbewegen zonder zich aan van alles te stoten of over van alles te struikelen en wordt (ernstige) verwonding van het lichaam voorkomen.

Bron/Bestellen: De Bergrede – reisgids voor christenen (Dr. Jacob van Bruggen)

Het onderwijs van de Here Jezus in de Bergrede is zo indringend en zo funderendd voor het christelijke leven, dat het steeds weer om een gezamenlijke overdenking en bespreking van “deze leerrede” vraagt en hoe deze moet worden uitgewerkt en toegepast in de praktijk van ons huidige leven en in de samenleving(en) van vandaag.
Het boekje van dr. Van Bruggen is een aanrader voor persoonlijke Bijbelstudie, maar verdient meer nog gezamenlijke bestudering en bespreking op een Bijbelkring of met een catechese-groep. Het kan heel goed gelezen worden als voorbereiding op of naast het werkje “Navolging” van Dietrich Bonhoeffer. Dit laatst genoemde boekwerkje is wat moeilijker toegankelijk en vergt meer van de lezer(s) dan het boekje van dr. Van Bruggen.

Uit Psalm 119 – NBV

9 Hoe kan wie jong is zuiver leven?
Door zich te houden aan uw Woord.

11 Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen,
zo zal ik niet tegen u zondigen.

15 Uw regels wil ik overdenken,
het oog op uw paden gericht.

18 Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien
hoe wonderlijk mooi uw wet is.

37 Houd mijn ogen af van wat leeg is,
laat mij uw wegen gaan, en leven.

41 Laat mij, HEER, uw trouw ervaren,
red mij, zoals u hebt beloofd.

65 U bent goed geweest voor uw dienaar,
HEER, zoals u hebt beloofd.

73 Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd,
schenk mij inzicht, dan leer ik uw geboden.

82 Mijn ogen smachten naar uw belofte,
wanneer zult u mij troosten?

96 Aan alles, hoe volmaakt ook, zag ik een einde,
maar uw gebod is grenzeloos ruim.

105 Uw woord is een lamp voor mijn voet,
een licht op mijn pad.

123 Mijn ogen smachten naar de redding die u brengt,
naar de gerechtigheid die u hebt beloofd.

130 Als uw woorden opengaan, is er licht
en inzicht voor de eenvoudigen.

141 Al ben ik maar klein en niet in tel,
ik ben uw regels niet vergeten.

142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid voor eeuwig,
en uw wet is waarheid.

162 Ik verblijd mij over uw woord
als iemand die rijke buit vindt.

164 Zevenmaal daags loof ik U
om uw rechtvaardige verordeningen.

Zie ook de volgende webpagina’s:

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Woord en beeld: machten die ons beïnvloeden…

Verbeelding
In augustus stond er een artikel in de New York Times met als titel ”Turn the Page, Spur the Brain” (Sla de bladzijde om, geef het brein een zet). Het presenteerde onderzoek dat laat zien dat voorlezen bij kinderen, zelfs bij peuters, cruciaal is voor de ontwikkeling van de hersenen. De onderzoekers ontdekten dat kinderen blootstellen aan een video of een plaatje kortsluiting veroorzaakte in de verbeelding van het kind. Een expert zei: „Ze hoeven zich het verhaal dan niet meer zelf voor te stellen, ze krijgen het gewoon gevoerd.” Een andere onderzoeker wees erop dat kinderen aan wie werd voorgelezen „duidelijk meer activiteit lieten zien in de hersengebieden die visuele associaties verwerken, ook al luisterde het kind naar een verhaal en kreeg het geen plaatjes te zien.”
Om kort te zijn, verbale communicatie zorgt ervoor dat je geest en hart aan de slag gaan om het verhaal voor jezelf te vatten en te verbeelden. Beelden hebben de neiging om je te voeren wat de verbeelding van iemand anders heeft geschapen.
Aanschouwen
Ik geef niet af op visuele kunst in het algemeen. Maar dit simpele artikel over voorlezen aan kinderen ondersteunt een oude protestantse opvatting over de kracht van het Woord om onze harten in de ban te laten raken van de waarheid op een manier waarop niets anders dat kan. Paulus zegt in 2 Korinthe 3:18 en 4:6 –opmerkelijk genoeg– dat we nu al door het geloof de heerlijkheid van Christus aanschouwen. Dit aanschouwen is verbonden aan het werk van de Geest in onze harten als het Woord van God wordt gelezen en gehoord (2 Kor. 3:12-16).
Jarenlang heb ik gedacht dat God in mijn leven zou werken door de Geest, en dat de Bijbel een boek was dat ik moest gehoorzamen als God in mijn hart zou komen. Ik besef nu dat de Bijbel de weg is waarlangs God, door de Geest, in mijn leven werkt.

Aldus Tim Keller in een (uitgebreider!) artikel dat op 18 januari 2016 gepubliceerd werd op RD.nl

Hieronder is verder nagedacht over verschillen tussen de invloed van het woord (vertellen, voorlezen en luisteren of zelf lezen) en dat van de speel- of animatiefilms (beeld- en geluidsmateriaal dat via een scherm en luidsprekers op de toeschouwer afkomt).

  • Het woord is “bescheidener” dan filmbeelden, die zelfs vaak nog (sterk) geaccentueerd (kunnen) worden met geluidseffecten (muziek of andersoortig geluid).

Bij het vertellen of voorlezen aan kinderen merk je veel beter of je hun interesse en bevattingsvermogen op een goede manier aanspreekt en of je hen niet overvraagt (tijdsduur), dan wanneer je hen een film laat kijken. Kinderen van vier of vijf jaar kunnen “gebiologeerd” een film van 1.5 uur “uit kijken” (bijv. “Ice-age” of  “Ratatouille” ), maar bij voorlezen en vertellen blijken kinderen die aandacht beslist niet zo lang te kunnen opbrengen. Een verhaal/verteller moet aansluiting zoeken en vinden bij aanwezige kennis en ervaring en dat bij de hoorders weten “te activeren”. De eerder “opgeslagen ervaringen” (woorden en beelden, geluiden, geuren en gevoelens) worden geactiveerd (opgehaald uit de herinnering) en op de fantasie wordt een beroep gedaan om die opgeroepen beelden en ervaringen nu een plaats te geven in het verhaal dat verteld wordt. Een verhaal vraagt om aansluiting bij de concrete geschiedenis van een mens (kennis en ervaringen) en m.n. voor kinderen zal het minder belastend zijn, wanneer er onderdelen in een verhaal zitten, waarmee nog niet eerder kennis en ervaring is opgedaan. Die blijven ondanks dat ze worden doorgegeven (verteld/gelezen) eerder en gemakkelijker “buiten beeld” (ze gaan “langs hen heen”), dan in een film, waar alle beelden (vaak nog gestimuleerd door geluidseffecten) bij de kijker naar binnen blijven “stromen”.

  • Het woord activeert de “hersenen” (stimuleert de fantasie, roept beelden en verlangens op) meer en positiever dan filmbeelden.

Het woord stimuleert meer dan beelden de eigen fantasie en roept zelf beelden en andere ervaringen (gevoelens, geuren, geluiden) en verlangens op.
Een verhaal zal een kind meer doen verlangen naar beleving van wat verteld wordt (aanvulling van eigen kennis en ervaring door werkelijke ervaring) dan dat filmbeelden en geluiden dat kunnen doen. De ervaring die filmbeelden en daarbij behorende geluiden oproepen zullen eerder vragen om herhaling of om vergelijkbare “consumptie” van film en geluid door het bekijken van een andere/nieuwe film. Een film biedt veel meer verleiding en geeft meer risico kinderen en volwassenen tot passieve consumenten te maken!

  • Het woord maakt (beter) gebruik van kennis en ervaring die beschikbaar is en het gevaar van overvragen en overbelasten van de hoorder of lezer (kind of volwassene) is minder groot.

Een verhaal sluit (als het goed is) aan bij de concrete geschiedenis (kennis en ervaringen) van een kind of volwassene. Met name voor kinderen zal het minder belastend zijn, wanneer er dan toch onderdelen in het verhaal zitten, waarmee nog geen kennis en ervaring zijn opgedaan. Die blijken dan – ondanks dat ze worden doorgegeven (verteld/gelezen) – toch vaak goeddeels “buiten beeld” te blijven (het gaat “langs hen heen”, ze kunnen zich er niet goed een voorstelling van “maken”).

  • Het woord geeft meer tijd voor verwerking van wat verteld of gelezen is en zal waarschijnlijk later (o.a. ’s nachts) beter verwerkt worden.

In een film blijven de beelden (vaak nog gestimuleerd door geluidseffecten) bij de kijker naar binnen “stromen”.  Waar en hoe die beelden “landen”  en ook hoe en wanneer de verwerking van deze beelden – die bij kinderen soms maar weinig aansluiting vinden bij eerdere concrete ervaringen – zal plaatsvinden en welke effecten dit heeft op een normale/gezonde ontwikkeling van een kind is nog de vraag! Echter, wel een vraag van veel belang. Kunnen we bij de huidige “ADHD-epidemie” niet ook denken aan de effecten van veel “drukke” (en zeker vaak ook relatief “gewelddadige” kinder-) films?

  • Medium film meer gevaar voor gebrekkige of zelfs averechtse bijdrage aan gezonde ontwikkeling van  werkelijkheidszin en realiteitsbesef bij kinderen en volwassenen.

De mogelijkheid om kinderen en volwassenen een volkomen fictieve werkelijkheid “als werkelijk bestaanbaar” voor te schotelen is in films vele male groter dan bij het vertellen van een verhaal. Een film kan mensen en dieren een gedrag geven, dat als zeer werkelijk overkomt op de kijkers, maar in feite nauwelijks of zelfs helemaal niet  de werkelijkheid weerspiegeld. Hierdoor is het gevaar van het ontwikkelen van een vertekend beeld t.a.v. het gedrag van werkelijke mensen en dieren (vele malen) groter dan bij het vertellen of lezen van verhalen. M.n. daar waar kinderen en volwassenen weinig ervaring opdoen of hebben opgedaan met de natuur en dus met werkelijke planten en dieren (met werkelijke/concrete mensen komen ze gelukkig als regel nog wel regelmatig in contact) zal deze vertekening zich doen gelden en problemen opleveren wanneer kinderen en volwassenen met werkelijke dieren in aanraking komen en/of deze te verzorgen krijgen.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie