Pasen: De nieuwe Mens – Jezus de Christus

Heilsfeiten uit en van het Evangelie van Jezus Christus:
Zijn opstaan uit de dood…

En zie, er vond een grote aardbeving plaats, want een engel van de Heere, die uit de hemel neerdaalde, ging erheen, rolde de steen van de opening weg en ging erop zitten. (Matteüs 28 : 2)
Opgemerkt: De steen moest worden weggerold, vanwege ons mensen, er is een nieuwe Mens opgestaan en ook voor ons mensen zal het graf, ons graf – wanneer we reeds gestorven zijn – open gaan en worden geopend met de Goddelijke kracht tot opstanding uit de dood!
En toen Jezus opgestaan was, ’s morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demonen uitgedreven had. (Marcus 16 : 9)
(…)
Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester. (Johannes 20 : 16)
Opgemerkt: Het is een vrouw, en nog wel een “heel diep gevallen, eerst gebonden, maar toch reeds verloste vrouw”, die als eerste haar naam genoemd mag horen uit de mond van haar opgestane Heer: Haar Verlosser en Heiland!

Lees hieronder nog weer het Paas-evangelie uit Paulus eerste brief aan de Korintiërs (1 Korintiërs 15, NBG).

Vooraf opgemerkt: Moest Paulus bij de Korintiërs (nog) het noemen van vrouwen als “eerste getuigen” vermijden…?

1 Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, 2 waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. 3 Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, 4 en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, 5 en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. 6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. 7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; 8 maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.
9 Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb. 10 Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods, die met mij is. 11 Daarom dan, ik of zij, zó prediken wij, en zó zijt gij tot het geloof gekomen.

12 Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? 13 Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. 14 En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. 15 Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. 16 Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; 17 en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. 18 Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. 19 Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.
20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. 21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; 24 daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. 25 Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. 26 De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, 27 want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. 28 Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.
29 Wat zullen anders zij doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen doden opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen? 30 Waarom zijn ook wijzelf van uur tot uur in gevaar? 31 Zowaar als ik, broeders, op u roem draag in Christus Jezus, onze Here, ik sterf elke dag. 32 Indien ik te Efeze, naar de mens, met wilde dieren gevochten heb, wat baat het mij? Indien er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. 33 Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden. 34 Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.

Het opstandingslichaam
35 Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij? 36 Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, 37 en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. 38 Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. 39 Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. 40 Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. 41 De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. 42 Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; 43 er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. 44 Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt.
Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam.45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. 46 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. 47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 48 Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. 49 En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het leven onder de zon is (nog) leven in duisternis…

76 En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste,
want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken,
77 en om zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
78 Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
79 en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’
Uit de lofzang van Zacharias (Lukas 1)
Het citaat voor Pasen is genomen uit een preek over Lucas 1:57-80, waarin Luther sprak over de geboorte van Johannes de doper en de Lofzang van Zacharias, gehouden op 14 juni 1532. Het behandelde schriftgedeelte is Lukas 1 vers 79:

‘Opdat Hij zal verschijnen aan hen die in de duisternis en de schaduw van de dood zitten, en [Hij] onze voeten zal richten op de weg van de vrede’ (vgl. Lukas 1:79, weergave DB 1545).

“Hiermee besluit Zacharias zijn dankzegging en vreugdegezang. Hij spreekt daarin niet alleen over zijn eigen volk, de Joden, maar ook over de heidenen, en zegt dat de hele wereld in dood en duisternis zit. Want zelfs als we lang leven, dan moet toch ons laatste uurtje eenmaal komen – tenslotte zal men ook onze ogen sluiten. Allen liggen onder de dood en allen moeten sterven – daarvan is geen mens gevrijwaard of uitgezonderd!

Voor hen die zo onder de aarde moeten verzinken en in duisternis zitten – zegt Zacharias – heeft God te midden van de dood een Licht ontstoken, Dat de doden onder de aarde zal verlichten, als zij in dit Lam van God hebben geloofd en in Zijn Naam zijn gedoopt. De gelovigen moeten licht hebben, en wel het Licht des levens, Dat hen binnen in de dood beschijnt en hen zo bewaart dat de duivel hen geen kwaad kan doen.

Dat is nu de vreugde, niet de dwaze vreugde en blijdschap van de wereld – het is om iets groters en hogers te doen! Namelijk hoe wij levend blijven wanneer ons lichaam onder de aarde dood en verteerd is; hoe wij vroom worden als we onder de macht van de zonde zijn; hoe we uit de hel naar de hemel komen, uit de verdoemenis naar de zaligheid.

Want we moeten ons toch eenmaal aan de dood onderwerpen en de duivel zien en horen. Dat gebeurt meestal in het laatste uurtje, als men met de dood moet strijden, dan wordt het ook voor iedere christen waarheid dat hij zonde en dood echt moet voelen.

Hier is geen andere hulp of raad: men moet dan de vinger van Johannes volgen en op het Lam zien Dat de zonde der wereld draagt (vgl. Johannes 1:29). Het Lam Dat ons troost en zegt: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven: wie in Mij gelooft, die zal leven, al ware hij ook gestorven’ (vgl. Johannes 11:25 vv).”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, Ausgabe Hauspostille 1544, vgl. WA 52, 653, 4-29

Bron: www.maartenluther.com

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

We hebben niets te vrezen…

Uit Jesaja 8

(…) 12 Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt, en voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken. 13 De Here der heerscharen, Hèm zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn. 14 Dan zal Hij tot een heiligdom zijn, en tot een steen, waaraan men zich stoot, en tot een rotsblok, waarover men struikelt, voor de beide huizen van Israël, tot een klapnet en tot een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem. 15 En velen onder hen zullen struikelen en vallen, verpletterd, gestrikt en gevangen worden.
16 Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen. 17 En ik zal wachten op de Here, die zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, ja, op Hem zal ik hopen. 18 Zie, ik en de kinderen die mij de Here gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot zinnebeelden onder Israël vanwege de Here der heerscharen, die op de berg Sion woont.
19 En wanneer men tot u zegt: Vraagt de geesten van doden en de waarzeggende geesten, die daar piepen en mompelen – zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden (vragen)? 20 Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad. 21 Dan trekt men rond, gedrukt en hongerig, en wanneer men hongert, zal men in woede uitbarsten, en zijn koning en zijn God vervloeken, en men zal de blik omhoog richten 22 en men zal naar de aarde schouwen, en zie, benauwdheid en duisternis, beangstigende donkerheid, en in duisternis is men verstoten. (…)

Vrees niet!

1 Johannes 4 : 13-21

Vrees niet! Iemand vertelde mij eens dat dit woord 365 keer in de bijbel voorkomt, voor elke dag van het jaar één keer. Ik heb dat niet nageteld, maar ook al zou het niet kloppen, de gedachte erachter is juist: Nooit, nooit, behoeven wij voor God bang te zijn, of dat van die 365 keer nu waar is of niet.
Wat in ieder geval wél waar is: Je komt dit geruststellende woord in de bijbel nogal eens tegen, als de Here God of een engel aan iemand verschijnt. Weest niet bevreesd, zegt bijvoorbeeld de engel tegen de herders van Betlehem. En dat is maar één voorbeeld uit de vele. We mogen daaruit opmaken, dat wij mensen er met schrik op reageren, wanneer we met de wereld van God in aanraking komen.
Het is ons kwade geweten dat voor die schrik zorgt.
God is heilig en wij zijn dat niet. Of wij nu gelovig zijn of niet, het besef is bij ons allen springlevend dat wij voor God geen been hebben om op te staan.
Wanneer er op dit ogenblik een engel in ons midden verscheen zou dat voor aller oog duidelijk worden. Mensen die in vroeger tijd een godsverschijning kregen, dachten dan ook dat hun laatste uur geslagen had. Jesaja bijvoorbeeld: “Wee mij, ik ga ten onder…” (Jesaja 6 : 5).
Maar dan is daar van Gods kant die geruststelling: Vrees niet! Hoe moeten we dat verstaan?
Want het is toch niet kwaad dat wij God vrezen?
Het is tenminste een bewijs dat ons geweten goed functioneert.
Bovendien, is er in de bijbel geen sprake van “de vreze des HEREN”? En dat is toch helemaal een goede zaak. “Vreze des Heren”, zo zou je zelfs de hele Bijbelse godsdienst kunnen typeren. De bijbel brengt ons die godvrezendheid op elke bladzij bij. Denk maar aan het bekende woord uit het begin van het Spreukenboek (Spreuken 1 : 7) en de Psalmen (Psalm 111 : 10) : “De vreze des HEREN is het begin van de wijsheid“.
(…)
(Lees verder het vervolg van dit artikel “Vreest niet!”)

Bron: Opbouwonline – artikel 005939 – “Vreest niet!” – ds. H. de Jong
1 Johannes 4 : 13-21
13 Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
14 En wij hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld.
15 Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.
16 En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.
17 Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.
18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.
19 Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefhad.
20 Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?
21 En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben. 
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Hulpverlening – niet(s) meer dan eigen belang?!

Ik vestigde mijn aandacht op alle onderdrukking
die er is onder de zon
en zag de tranen van de onderdrukten.
Er is niemand die hen bijstaat.

(Prediker 4 : 1,  NBV)

De bijbel heeft een zeer gevoelige antenne voor alles wat met onderdrukking te maken heeft. Israël, dat in Egypte aan den lijve ondervonden had wat onderdrukking was, kreeg een wetgeving waarin het werd opgeroepen zelf niet te onderdrukken. Desondanks heeft het zich er wel schuldig aan gemaakt. De profeten hebben daartegen gefulmineerd. In het boek Job vinden we een schrijnende tekening van een situatie waarin onderdrukking de normale stand van zaken schijnt te zijn (Job 24:1-12).

Ook de Prediker was niet blind voor wat er in dat opzicht scheef zat. Wat hem als het meest wrange daarbij treft, is het feit dat die onderdrukten geen trooster hebben. Tot twee keer toe maakt hij daar melding van en dat geeft wel aan hoezeer dit hem geraakt heeft. Onderdrukten worden aan hun lot overgelaten. Ze hebben dubbelop te lijden: eerst van hun onderdrukkers en dan van degenen bij wie ze tevergeefs aankloppen om hulp.

Ook in de huidige maatschappij gaat deze constatering van de Prediker nog steeds helemaal op. Slechts bij hoge uitzondering worden onderdrukten geholpen ter wille van henzelf. Als regel wordt hun hulpgeroep niet beantwoord of worden ze met een kluitje in het riet gestuurd. En als ze al eens geholpen worden, is dat meestal omdat de helper daar belang bij heeft. In situaties waarin het belang van de helpers geen rol speelt, blijven ze doof. Niet het belang van de onderdrukten, maar het eigenbelang van degenen op wie een beroep gedaan wordt, geeft de doorslag.

2 De doden, meende ik, zijn gelukkiger te prijzen dan de levenden. Zij die al gestorven zijn, zijn beter af dan zij die nog in leven zijn. 3 Maar beter af dan beiden is degene die nog niet geboren is en nog geen weet heeft van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon. (Uit Prediker 4, NBV)
17 Ik zei tegen mezelf: God zal zowel de rechtvaardigen als de goddelozen aan zijn oordeel onderwerpen, want er is bij hem voor alles wat gebeurt en voor elke daad een tijd en een plaats. (Uit Prediker 3, NBV)
Bron: “Leven onder de Zon”  – ds. M.R. van den Berg – @2000 Uitgeverij Kok – Kampen.
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Over de sterken en de zwakken…

1 Waarom kent de Ontzagwekkende de tijd van alle dingen,
maar weten zij die hem vereren nooit wanneer hij ingrijpt?
2 Er zijn mensen die grensstenen verplaatsen,
die kudden stelen en ze weiden als de hunne.
3 Ze drijven de ezel van de wezen weg,
ze nemen van de weduwe haar os als onderpand.
4 De armen worden van het pad gedrongen,
de behoeftigen kruipen bij elkaar.
5 Kijk, als wilde ezels in de woestijn
trekken ze uit, op zoek naar voedsel,
want de wildernis moet hun kinderen te eten geven.
6 Van andermans veld oogsten ze de resten,
in de wijngaard van de goddelozen plukken ze de laatste druiven.
7 Naakt brengen ze de nacht door, zonder bovenkleed,
door niets tegen de kou beschermd.
8 Ze raken doorweekt van onweersbuien in de bergen,
geen schuilplaats vindend klampen ze zich aan de rotsen vast.
9 De goddelozen rukken de wees los van de moederborst,
de armen nemen ze hun kinderen af als onderpand.
10 Naakt lopen ze rond, zonder bovenkleed;
ze helpen, hongerend, de schoven binnenhalen.
11 Midden op de dag staan ze in de wijngaard
en treden, door dorst gekweld, de wijnpers.
12 Het gekerm van stervenden stijgt op uit de stad,
hartverscheurend roepen gewonden er om hulp,
maar God bekommert zich niet om hun ellende.
(…)
(Uit: Job 24, NBV)

1 En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 2 Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. 3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. 4 Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. 5 U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. 6 U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet. (Uit: Jacobus 5, NBV)

22 Maar God grijpt de sterken aan, met al zijn kracht,
de goddelozen richten zich op, ze zijn hun leven niet zeker.
23 Hij laat hun een schijn van veiligheid waarop ze steunen,
maar geen van hun daden ontsnapt aan zijn blik.
24 Kort duurt hun voorspoed – dan zijn ze er niet meer,
ze verschrompelen als melde in de knop,
worden als korenaren afgesneden.
25 Is dit niet zo? Kan iemand mij een leugenaar noemen
en mijn woorden als onwaar bestempelen?’

(Uit: Job 24, NBV)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis | Plaats een reactie

De enige Arts – Uw Schepper

Heere Jezus Christus, U bent de enige Arts van het verwonde geweten. Wij, arme zondaren, hopen op Uw goedheid en genade en belijden U van de kwade boom van ons hart, met al zijn wortels, takken en vruchten, ook met al zijn krommingen en grillige vormen – die U al weet en kent – met onze meest geheime begeerten en gedachten of met uiterlijke woorden en werken. We bidden zo goed we kunnen – als het tenminste bidden mag heten – dat U genadig ons harde hart wilt zacht maken, voor het oude een nieuw geven, daarbij een nieuwe Geest schenken. Ons hart met het water van Uw hemelse genade, vanuit de waterbron van Uw Geest begieten en nat maken. O geef dat het inwendige gif en sap van het vlees er aan onttrokken wordt, dat de oude mens zijn gang niet meer kan gaan, en onze harten niet eeuwig doornen en distels voor de hel zouden voortbrengen (1), maar geestelijke vruchten in gerechtigheid en heiligheid tot het eeuwige leven.  Amen.

Maarten Luther: Betbüchlein, 1522, Verg. W.A.10.2, 471,7-20

Almachtige God, hemelse Vader, Schepper van hemel en aarde, hoewel we het bidden tot U niet waardig zijn, toch maakt Uw grote genade en onze nood, dat we steeds meer redenen hebben dat we zonder ophouden tot U bidden. We scheppen moed uit Uw almacht en goedheid, waardoor er niets is dat U ons niet zou kunnen geven. Het is U nooit te moeilijk of te veel de gelovigen Uw goedheid te bewijzen. Daarom, almachtige Schepper, eeuwige goede God, hemelse Vader, maak ons levend in U en geef ons Uw lieve Zoon Jezus Christus, onze Heiland, door de Heilige Geest, in een waar geloof van harte te belijden, waardoor we het eeuwige leven hebben. [Amen.]

*

Maarten Luther: Betbüchlein, 1522, Verg. W.A. 10.2, 471,21 – 472, 3

Bron:  Gebeden – Luther: @2010 Uitgeverij De Groot Goudriaan – Kampen

(1) Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.  (Jesaja 55 : 13)
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Gebed voor mensen in aanvechting…

Lieve Vader

Help alle mensen die angstig zijn in stervensnood of verzoeking van twijfel, vergeef hen en ons al onze schulden. Troost U ons allen en neem ons in genade aan.

Geef ons Uw goedheid voor het kwade dat wij U geven, zoals U ons geboden hebt te doen. Breng de duivel de verschrikkelijke lasteraar en aanklager, die in de angsten van ons geweten, onze zonden – nu en in het uur van onze dood – voor U vergroot, tot zwijgen. Wij onthouden ons immers ook van lasteren, en om de zonden van andere mensen te vergroten. Veroordeel ons niet overeenkomstig de aanklacht van de duivel en ons arme geweten. Hoor niet naar de stem van onze vijanden, die ons dag en nacht voor U beschuldigen.

Wij luisteren immers ook niet naar het kwaadspreken en het vergroten van de zonden van andere mensen. Neem de zware last van alle zonden van ons en ons geweten af, opdat wij met lichte en vrolijke harten, in zekere verwachting van Uw barmhartigheid, leven en sterven.

Amen
*

Maarten Luther: Eine kurze Form des Vaterunsers, 1520, Verg. WA. 7,227,10 – 24

Bron: Gebeden – Luther: @2010 Uitgeverij De Groot Goudriaan – Kampen

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk, Persoonlijk | Plaats een reactie

De hemelse (volg!)orde…

Almachtige, eeuwige, barmhartige Heere en God, U Die de Vader van onze Heere Jezus Christus bent. Ik weet zeker dat alles wat U gesproken hebt, U ook volbrengen kunt en zult, want U kunt niet liegen, Uw Woord is de Waarheid. U hebt mij vanaf het begin[1] Uw lieve Zoon Christus beloofd;

Hij is gekomen en heeft mij van duivel, dood, hel en zonde verlost. Daarna hebt U tot meerdere zekerheid van het geloof, door Uw genadige wil, mij de Doop en het Avondmaal geschonken, waarin U mij vergeving van zonden, eeuwig leven en alle hemelse goederen aangeboden hebt. Op deze aanbieding heb ik ze ook gebruikt en die ontvangen, en in het geloof op Uw Woord mijn vertrouwen gesteld. Waarom ik geheel niet twijfel, dat ik wél, zeker en gerust ben tegen duivel, dood, hel en zonde. Is dit het uur van mijn dood naar Uw goddelijke wil, dan wil ik in vrede met blijdschap op Uw Woord graag van hier heengaan.

Amen.

[1] Moederbelofte, Gen. 3,15
Maarten Luther: Trostgebet in unserer letzten Stunde, 1534, Verg, Erl. Ausg. 64, 288-289

Bron: Gebeden – Luther – @2010 Uitgeverij De Groot Goudriaan – Kampen

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Jezus Christus en Die gekruisigd…

Uit een meditatie bij vers 21 van Psalm 119 – van Dietrich Bonhoeffer.

‘Gij bedreigt de vervloekte overmoedigen, die van uw geboden afdwalen.’ (vers 21).

God haat de hoogmoedigen, die aan zichzelf genoeg hebben, die naar geen goddelijk of menselijk recht vragen, bij wie barmhartigheid niet in tel is, die het Woord van God en de gelovigen verachten. Hoogmoed is voor God de wortel van alle ongehoorzaamheid, alle geweld en alle lichtvaardigheid. Hoogmoed is de oorsprong van alle rebellie, alle oproer, en alle vernietiging. Boven alle hoogmoed hangt echter een verschrikkelijke dreiging, waar de hoogmoedigen zelf niets van begrijpen, maar de gelovigen kennen haar: het Evangelie. ‘God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft hij genade’ (1 Petrus 5:5). Dat God met de zwakken en deemoedigen [nederigen van hart] is, in één woord het kruis van Jezus Christus, is de dreiging van God voor de hoogmoedigen. Op het moment dat ze denken de overwinning van alle mensen te hebben weggenomen, zullen ze door God te schande worden gemaakt. Wie het Evangelie gelooft, ziet het zwaard van God over de hoogmoedigen van deze aarde komen (1).

Bron: “Mijn ziel keert zich stil tot God” van Dietrich Bonhoeffer.

(1) 30 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, 31 en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.
(Uit Handelingen 17 – Paulus rede op de Areopagus)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Maria, de begenadigde…

Verlossing door het ”zaad van de vrouw”

DE ”BEGENADIGDE”

De verlossing van de mensheid is geen werk van de geslachten. Maar een werk van God. Niet de evolutie baant de weg tot het volkomen geluk. Maar Jezus maakt zalig (volkomen gelukkig). Niet een eerste-rangs-cultuurvolk brengt vrede. Maar de ”Koning der Joden”. Niet uit een wereldstad gaat het ”Licht der wereld” op. Maar uit Nazareth, een onaanzienlijk stadje, verloren onder de duizenden plaatsjes van het Romeinse wereldrijk.

Het ”zaad van de vrouw” zou verlossen. Een moeder zal in geloof neerzien op haar spartelend-kindje-op-schoot, dat haar Zaligmaker is.
Maar geen Vader zal met rechtmatige trots daarbij staan in het besef, dat hij de wereld heeft verlost door de generatie van die zoon.

En die moeder – die gezegende onder de vrouwen – is niet de schoonste, de sterkste, de rijkste. Niets van de grootheid van de wereld is aan haar. Maar zij is de begenadigde, zij heeft genade bij God gevonden (1). Die genade, die de trotse evolutie-mens verwierp. Die genade, waaraan de hoogmoedige kinderen van Abraham geen behoefte hadden. Die genade, welke God alleen aan boetvaardigen en nederigen van hart schenkt.

En daarom is het grootste feit, van de wereldgeschiedenis niet te zoeken in een ”beslissende” veldslag, of een wereldveranderende uitvinding, of in een ”machtige” organisatie, of in een ”indrukwekkende” betoging, maar in een heel simpel gebeuren: Ergens in een oosterse stal heeft een arme vermoeide vrouw een kindje gebaard.
In dat eenvoudige, armelijke, gewone gebeuren is het grootste wonder van de wereld gebeurd: De heilige God, die zondaren zoekt en tot hen afdaalt, ”God, geopenbaard in het vlees”. Het Eeuwige Woord, dat vlees is geworden.

En wilt u nu zien, HOE God wonderen doet? Lees dan eens eenvoudig, zoals Lukas het ons vertelt, wat er gebeurd is. Realiseer u een ogenblik dat simpele gebeuren. Zet eens een ogenblik ál uw theologische en oudheidkundige weetjes opzij. Lees het eens, alsof het een simpel verhaal was, dat u nog nooit had gelezen. Lees het langzaam …. laat ieder woord op u inwerken…

Lees deze woorden zoals opgeschreven in het Lukas-evangelie: klik hier

De Heilige Schrift is daarom zo Goddelijk en zo rijk aan troost, dat zij niet de ontwikkeling van de mensheid roemt, en niet de bevindingen van de vromen napluist, ook geen speculatieve beschouwingen doceert, ja zelfs niet de nadruk legt op de ethica – maar dat zij ons de grote werken van God verkondigt.
Niet de mens – maar God is groot. Híj verlost. Door het ”zaad van de vrouw.” Niet in het algemeen. Maar door het zaad van één eenvoudig meisje: Maria.

Bron: Eva’s dochters – A. Janse (1890-1960) – 1e druk 1923, 2e druk 1975
(1) God vond niet iets in of bij Maria, maar Maria vond genade bij God. Vergelijk dit ook met Genesis 6 : 8.
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie