Je moet maar durven…(2)

gewoon doorleven als “onveranderde mensen”…

12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem! (Uit Kolossenzen 3)

Zij hebben als Adam het verbond overtreden. (1)
Hosea 6 : 7a

(1) “als Adam” kan hier ook gelezen worden als “als een mens” – en dan bedoelt als de mens die geen rekening houdt met de Liefdeswil van zijn God en Schepper zoals geopenbaard in en door het Woord (zie 2).

Dé Verbondswet luidt: “Gij zult liefhebben…“. Waar met deze liefde een spel gespeeld wordt, en de „liefde is als een morgenwolk”, daar verwijten de profeten Gods volk: Zij hebben het Verbond overtreden.

Dat zelfs “moord en doodslag” onder Gods volk en in het samenleven van de gemeente van Jezus Christus, en in onze huwelijken en gezinnen, eerder regel dan uitzondering lijken te zijn, dat moet ons zeer verwonderen en misschien toch ook weer niet. Want uit Jezus woorden blijkt dat moord en doodslag al begint en gevonden wordt in de manier waarop wij over anderen (onze broeders en zusters in de Heer!) spreken, of hen liefst “links laten liggen” of hen maar negeren en doodzwijgen, en ook in allerlei onderlinge ruzies en jaloersheid. Het grote aantal (v)echtscheidingen, die evengoed gevonden worden in de gemeente(n) van Jezus Christus, geeft ons daarvan een triest beeld. Velen leven, zelfs daar waar de Liefde (Christus!) Koning van ons (samen)leven wil zijn, als “onveranderde mensen”. Eigen belang en egoïsme vieren daar blijkbaar net zo goed hoogtij in de harten van de mensen als overal gebeurd in de samenleving om ons heen.

Wat is daarvan toch de oorzaak?

Misschien dit? Wij zingen met de Psalmen en in gezangen wel graag woorden als: “Laat mij schuilen mogen in de schaduw van uw vleugels“, maar dat kan dan voor ons niet meer inhouden en betekenen, dan dat we die schaduw wel aangenaam vinden. Het gaat ons dan niet om Degene Die ons die schaduw geeft, maar om het voordeel dat wij zelf van die schaduw hebben. Puur uit egoïstische motieven en uit eigen belang dus.

God vraagt echter (eerst) ons hart, en dus heel ons leven aan Hem te geven! Dan mogen we ook steeds leven in de schaduw van Zijn vleugels. Maar als we daar alleen schuilen willen voor de tijd dat het ons allemaal beter uitkomt, omdat het leven ons moeilijk valt, om dan even later weer parmantig onder die vleugels vandaan te stappen, omdat we eigenlijk toch liever onze eigen gang willen en wilden gaan, dan leefden en leven we nog steeds als “onveranderde mensen”.

De wereldgelijkvormigheid is veel dieper bij ons doorgedrongen dan we geneigd zijn te geloven, misschien wel niet het minst in het leven van hen die hun wee over de huidige afval uitspreken. Want Christus beoordeelt de harten. 2) En wereld-gelijkvormig is iedereen die overlegt als een mens, gezind is als een mens, spreekt als een mens, en dat alles niet doet als. . . . een door het Woord vernieuwd, wedergeboren mens.

We behoren Christus woning te laten maken in onze harten. Dat betekent dat we ons hart, en dus ook onze ogen en oren eerst en steeds weer leeg moeten maken voor Hem. Ook dat (zware) werk wil Hij voor en in ons doen. Dat kan Hij alleen wanneer we ons (steeds weer) willen laten vinden en laten leiden door Hem, door Hem dagelijks eerst te zoeken in het Woord onder gebed en lof- en dankzegging.

3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de Waarheid is niet in hem. 5 In wie zich aan Gods woord houdt, is Zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 
(…)
15 Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17 En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid. (Uit 1 Johannes 2)

Bron: Tekst gebaseerd op “Wereldgelijkvormigheid” uit ”De zoon van Beëri” van ds. H. Veldkamp

Zie verder ook: Leeg voor God… en Het zware werk…

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Je moet maar durven…(1)

Als voorganger(s)…

Laat maar niemand een aanklacht inbrengen en laat maar niemand een terechtwijzing uiten, aangezien mijn aanklacht u geldt, o priester!  (Hosea 4 :4).

Kritiek op de “voorgangers” van het volk van God is (blijkbaar) een oud verschijnsel. Nu is het echter merkwaardig, dat Hosea, die hier het volk de kritiek op hun voorgangers verwijt, nu zelf met heftige kritiek op voorgangers komt aanzetten. Lees maar het vervolg: Hosea 4 : 6-10. Zijn beschuldigingen zijn zo fel mogelijk: „Van de zonde van Mijn volk eten zij, en op zijn ongerechtigheid zetten zij hun zinnen” (vs 8).  Zijn requisitoir (aanklacht) is werkelijk vernietigend: „omdat u de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat jullie geen priester (voorgangers) meer voor Mij zult zijn” (vs 6m).

Hosea tekent een droevig beeld van Gods volk: het is “vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken; men pleegt geweld, bloedbad volgt op bloedbad” (vs 2). Moord, diefstal, echtbreuk en inbraak zijn blijkbaar aan de orde van de dag. Hosea geeft kort en goed de oorzaak hiervan aan, namelijk: „er is geen kennis van God in het land” (vs 1). Daarom wankelen de grondslagen van het menselijke samenleven: trouw en liefde. De kennis van God en de levenswandel, leer en leven hangen volgens Gods Woord veel nauwer met elkaar samen dan velen wilden en willen geloven. Het is de oude geschiedenis: waar de God van de Bijbel niet werkelijk gevreesd wordt, wordt uiteindelijk geen mens ontzien.

“Daarom treurt het land, en al haar bewoners verkwijnen, zowel de dieren in het veld als de vogels in de lucht; ja, zelfs de vissen van de zee komen om” (vs 3). En zo is de Here nu zonder enige beeldspraak bezig om als Aanklager tégen Zijn volk op te treden, en heeft Hij hen ondubbelzinnig het oordeel aangekondigd. De woorden, van dit vonnis, wijzen op het eindoordeel. Tegen deze uitspraak van de hoogste Rechter zal niemand in verzet durven komen. Ieder zal verstommen. Op duizend vragen zal er niet één antwoord te geven zijn.

Natuurlijk buigen we steeds diep het hoofd als in onze samenkomsten het vonnis van Gods Woord te horen is, dat we diep-bedorven zondaren zijn. Dat vinden we best. Dat zijn we gewend. We zijn er veel te christelijk voor, om tegen dát vonnis bezwaar te maken.

Maar, aan het concreet verkondigen en toepassen van de kritiek van Gods Woord op onze levens is onze tijd doodarm! En als gevolg wandelen de christelijke rijke jongelingen vrolijk en vrij door de straten! En ze kunnen elkaar niet tegen komen zonder te lachen. Want dat ze niet stelen, moorden of inbreken — zoals de joden van Hosea’s tijd — weten ze heel goed, maar dat ze aan de liefde, die de vervulling der wet is, niet toekomen, weten ze ook heel goed, sinds die eerste van alle rijke jongelingen door Jezus ontmaskerd is. Maar ze doen net of ze ’t niet weten. Daarom kunnen ze hun lachen niet houden, als ze elkaar tegen komen. Intussen zal de kritiek van God hierover geweldig zijn (1).
Zij zullen tot de Here zeggen: wij kennen U wel; wij kennen U wel; wij kennen U zelfs heel goed; we hebben veel van U gehoord:  U hebt (toch zelfs tot) in onze straten geleerd…

Dan zal de Here zeggen : Ik ken u niet!

Bron: Tekst gebaseerd op “Priesterkritiek en zelfkritiek” uit ”De zoon van Beëri” van ds. H. Veldkamp
 (1) 1 En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 2 Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. 3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. 4 Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. 5 U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. 6 U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet.  (Uit Jakobus 5)
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Belijdenis doen…(3)

De waarde van ons (persoonlijk) getuigenis…

2 Laat een vreemde u prijzen en niet uw eigen mond, een onbekende en niet uw eigen lippen. (Uit Spreuken 27)

14 Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. 16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken. (Uit Matteüs 5)

43 Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. 44 Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. 45 U moet niet denken dat ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. 46 Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven. 47 Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat ik zeg?’ (Uit Johannes 5)

17 Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heere. 18 Want niet wie zichzelf aanbeveelt, die is wel-beproefd, maar wie door de Heere wordt aanbevolen. (zie 2 Kor. 10 en 11)

14 Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? 15 Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt, 16 en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? 17 Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood. (Uit Jakobus 2)

12 Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. (Uit 1 Petrus 2)

 Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken;
let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na.
(…)
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
(Uit Hebreën 13)

Want alle vlees is als gras  en al de heerlijkheid van de mens
is als een bloem in het gras.
Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen. (1)
25 Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid.
En dit is het Woord dat onder u verkondigd is.
(1 Petrus 1:24-25)

Zie ook:  Belijdenis doen…(1), Belijdenis doen…(2)  en Het zware werk…
(1) Ons menselijk/persoonlijk getuigenis valt in het niet bij het getuigenis van Gods Woord, zoals dat in onze Bijbels door het werk van de Heilige Geest opgetekend is. Laten we de woorden van/in het Woord (de Bijbel) daarom onze volle aandacht geven en de (eigen) woorden van mensen veel minder.
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Belijdenis doen… (2)

Niet de profeet uithangen, …
maar (liever een persoonlijk) getuigenis geven?

4 Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf, maar wie profeteert, sticht de gemeente. 5 Ik wilde wel, dat jullie allen in tongen spreken, maar liever nog, dat jullie profeteren. Wie profeteert, is meer dan wie in tongen spreekt, tenzij hij het ook uitlegt, zodat de gemeente stichting ontvangt.
(…)
23 Indien dan de gehele gemeente bijeengekomen is en allen in tongen spreken, en er komen toehoorders of ongelovigen binnen, zullen zij niet zeggen, dat jullie wartaal spreken? 24 Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, 25 het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is. (Uit 1 Korintiërs 14)
Opgemerkt: Met profeteren wordt hier bedoelt dat we – thuis of in de gemeente – Gods Woord eerbiedig (voor)lezen en elkaar voorhouden en dat dan ook met en in eigen bewoordingen naspreken en toepassen op het leven en samenleven van de gemeente van onze Heer Jezus Christus en al haar leden en ook op de samenleving en (wereld)tijd waarin de betreffende gemeente haar plaats van God gekregen heeft.

Profeteren –  Oude Testament (tot Nieuwe Testament)

26 Twee mannen nu waren in de legerplaats achtergebleven; de een heette Eldad, en de ander Medad. Toen de Geest op hen rustte – zij behoorden tot de opgeschrevenen, maar waren niet naar de tent gegaan – profeteerden zij in de legerplaats.
(…)
28 ‘Zeg dat ze daarmee ophouden, heer!’ zei Jozua, de zoon van Nun, die van jongs af aan Mozes’ rechterhand was geweest. 29 Maar Mozes zei: ‘Denk je soms dat jij voor mijn belangen moet opkomen? Legde de HEER zijn Geest maar op heel het volk! Profeteerde iedereen maar!’. (Uit Numeri 11)
17 De HEER heeft toen tegen mij gezegd: ‘Zij hebben goed gesproken. 18 Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun Mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. (Uit Deuteronomium 18)
1 Verder zonderde David met de legerbevelhebbers mensen af voor het dienstwerk uit de nakomelingen van Asaf, Heman en Jeduthun. Zij profeteerden onder het spel van harpen, luiten en cimbalen. (Uit 1 Kronieken 25)
2 Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israëls, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren (op eigen gezag spreken, NBV) : Hoort het woord van de HEERE. (Uit Ezechiël 13)
28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien; (Uit Joël 2)
Zie verder ook:  Belijdenis doen…(1),  Belijdenis doen…(3) en Het zware werk…
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

God zal ons niet verlaten…

Uitvoering van “Wilhelmus-cantate”  op 30 april 2016

Bevrijdingsconcert - Wilhelmus

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Wilhelmus vers 3 en 13

Wilhelmus vers 13 (Wilhelmuscantate – Urkermannenkoor)
Audio Player

Open/download hier  de folder (PDF)

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Leeg voor God…

Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
(Matteüs 5 : 3, NBG/HSV)

Luther begon, nadat hij het college over de Psalmen had afgesloten, in 1515 de brief aan de Romeinen uit te leggen. Voor eeuwen dacht men dat het handschrift daarvan verloren was gegaan. Pas in 1899 werd de tekst van dit college over de Romeinen teruggevonden en wel in de bibliotheek van het Vaticaan (!). De band was met onnoemelijk veel andere boeken en geschriften in 1623 door Tilly uit de beroemde bibliotheek van Heidelberg geroofd, en als oorlogsbuit aan de paus geschonken… (zie 1). Het onderstaande citaat is uit de Duitse versie (zie 1) van de uitgave genomen:

‘Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden’ (vgl. Romeinen 3:4)

(…) “God kan in Zijn woorden alleen dan wijs, rechtvaardig, waarachtig, sterk en goed (enzovoorts) worden, als wij Hem gelovig aanhangen, voor Hem het veld ruimen [= de strijd opgeven], en dus belijden dat wij dwazen, onrechtvaardigen, leugenaars, machtelozen en zondaren zijn. Daarvoor is ootmoed en geloof nodig. Dát alleen wordt met deze woorden bedoeld: dat wij een volkomen ‘niets’ worden, en [als het ware] in alles naakt en leeg worden, en met de profeet zeggen: ‘Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden’ (vgl. Psalm 51:6). Dat wil dus zeggen: voor U ben ik dwaas en machteloos, opdat U wijs en machtig bent in Uw woorden.’

Dit leert ons toch ook de hele schepping: 

  • alleen zieken hebben de dokter nodig (Mattheüs 9:12);
  • alleen verloren schapen wordt gezocht (Lukas 15 : 4);
  • alleen gevangenen wordt vrijheid geschonken (Lukas 4 : 18; Jes. 61 : 1);
  • alleen de hongerigen en dorstigen worden verzadigd (Matteüs 5 : 6);
  • alleen de zwakke ontvangt kracht (Jesaja 40 : 29-31);
  • alleen de vernederde wordt verhoogd (Lukas 1 : 52);
  • alleen wat op de grond ligt wordt opgericht (Lukas 2 : 79) 
  • alleen wat leeg is, wordt gevuld (Matteüs 5 : 3) (…)

Als dit nu de taal is, die al het geschapene spreekt, dan kan hij, die vervuld is van eigengerechtigheid, onmogelijk met de gerechtigheid van God vervuld worden. God verzadigt alleen hongerigen en dorstigen. Daarom is het voor iemand die met zijn eigen waarheid en wijsheid verzadigd is, niet mogelijk om de waarheid en wijsheid van God te begrijpen. Want deze kan alleen daar worden opgenomen, waar een holle ruimte en een leegte is.

Laten wij daarom op deze manier spreken: ‘O God, hoe hartelijk graag willen wij leeg zijn, opdat U vol zult zijn in ons! Graag ben ik zwak, opdat Uw kracht in mij zal wonen! Graag ben ik een zondaar, opdat U in mij gerechtvaardigd zult worden! Graag ben ik dwaas, opdat U mijn Wijsheid zult zijn! Graag ben ik onrechtvaardig, opdat U mijn Gerechtigheid zult zijn! Kijk, dat betekent het woord: ‘Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden.’

29 Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte. 30 Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, 31 maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat. (Uit Jesaja 40)

Weergave: Martin Luther, Vorlesung über den Römerbrief, 1515/1516, übertragen von Eduard Ellwein, Chr. Kaiser Verlag München, 1927, S. 89 ff (vgl. WA 56, S. 217 ff)
(1) …Johann Ficker, één van de medewerkers aan de Weimarer Ausgabe — de vondst was door één van zijn leerlingen gedaan — kreeg de opdracht om de in Rome gevonden uitgave voor te bereiden. Maar juist in die dagen ontdekte men toevalligerwijze het originele handschrift van Luther zelf. Het bevond zich nota bene in de Koninklijke Bibliotheek te Berlijn en het lag, in fraaie leren band gebonden, op één van de meest openbare plaatsen die men zich denken kan, in een vitrine. Ficker kon toen, in plaats van een afschrift, het origineel publiceren. Pas in 1908, in een voorlopige uitgave, daarna definitief in 1938 in de Weimarer Ausgabe, deel 56. Het citaat is uit de Duitse versie van de uitgave genomen:
Bron:  www.maartenluther.com
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het zware werk…

Onze (dagelijkse) bekering!

Efraim was een afgerichte jonge koe, die gewillig dorste;
Ik heb haar schone hals gespaard.
Ik ga Efraïm inspannen, Juda zal ploegen, Jakob eggen.

Hosea 10 :11.

Efraïm wordt hier vergeleken met jonge koe, die „afgericht” is, nl. om te dorsen. Dat dorsen behoorde bij het lichte werk. Onder het zware werk voor ossen viel het niet. De dorsende os hoefde bijvoorbeeld geen juk te dragen, en kon zoveel eten als hij wilde, want de wet van Mozes verbood een dorsende os te muilbanden. Dorsen, anders dan ploegen, was feitelijk een plezier-leventje. Zeg maar: Het luilekkerland voor de ossen.

Rustig genieten, en eten zonder gemuilkorfd te worden, en te zitten “ieder onder z’n vijgeboom”, dat alles behoorde tot de geliefkoosde bezigheden in Israël. “Efraïm is een jonge koe, die graag dorst”. Maar het zware werk, daar hadden de Israëlieten niets mee op.

… ze wilden zich namelijk niet bekeren.
Er is in dit opzicht nog niet zo erg veel veranderd.

Er zijn tal van lichte karweitjes, die we met alle liefde willen opknappen, “voor het koninkrijk van God”. Wij zwoegen voor déze vereniging of voor die commissie. Zeker, dat is heus niet alles plezierwerk: je bent geen avond thuis, je hebt soms veel tegenstand en kritiek te verduren, maar toch: in dit werk wordt de dorsende os niet gemuilband. De lof van stugge werkers in het koninkrijk van God kan ons niet worden onthouden, en als we het 25 jaar hebben uitgehouden, wordt dat ook nog eens gememoreerd. In elk geval, dát dorsen doen we graag. Het hoort dan ook bij het lichte werk voor het koninkrijk.

Het zwaardere werk van de bekering is wel wat anders natuurlijk. Het kost in zekere zin minder moeite, om trouw commissielid te wezen, dan om navolger van Christus te zijn, dat is: Zijn kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Het is gemakkelijker, trouw tweemaal op een Zondag in de kerk te komen, dan tweemaal op een dag de minste te wezen. Het is veel eenvoudiger te zingen: “Ach Heer, ik ben Uw knecht”, dan knecht voor een ander te wezen en zijn voeten te wassen…

Dus valt het te begrijpen, dat wij dat lichtere dorswerk graag doen, en om zo te zeggen dát werk aaien en liefkozen. Daar valt ook nog eer aan te behalen. Maar op het zwaardere komt het aan. Bekering! Dat is: mijzelf geregeld ongelijk geven, en tegen mijzelf zeggen: ik ken die mens niet. Het is: wél een muilband willen dragen, en zwijgen als het toornige hart spreken wil, en wél een juk willen torsen, het juk van Christus, dat trouwens zacht is. En van deze moeilijke bezigheid kan niet gezegd worden, dat (we zien en merken bij onszelf dat) de mens die zélf graag doet en liefkoost. Daarom moeten we Christus in ons hart en in ons leven de ruimte geven (1) om hem dit moeilijke werk te laten doen in en door ons, dan draagt Hij de zware last en dragen wij – naar Zijn Woord – slechts de lichte last…

28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht. (Uit Matteüs 11)

Bron: Gebaseerd op “Geliefkoosde bezigheden” uit ”De zoon van Beëri” van ds. H. Veldkamp

(1) Zie ook: Leeg voor God…

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Belijdenis doen…(1)

Misschien toch even iets over het hoofd gezien?!

Hoe harder ze geroepen werden, hoe meer ze hun eigen weg gingen.
(…)

„Terwijl Ik toch Efraïm leerde lopen, hen op Mijn armen nam,
maar zij erkenden niet, dat Ik hen genas.
Met mensenbanden trok Ik hen voort,  met koorden van liefde,
en Ik was voor hen zoals zij, die een zuigeling
(peuter) opheffen
en tegen de wangen drukken, en Ik neigde Mij tot hen.
Ik gaf hen te eten
” (Hosea 11 : 2-4).

Bovenstaande tekening van Gods moederliefde is ontroerend…

Maar in dit Bijbelgedeelte (Hosea 11) wordt ook duidelijk dat “kleine zonden” zoals het niet goed begrijpen van Gods Woord (1) en die van onoplettendheid voor wat Gods Woord ons zegt, ons hoogst strafwaardig maken voor God. Zo’n „kleinigheid” of “onoplettendheid” kan bijvoorbeeld zijn dat je bezig bent om een broeder of zuster met woorden of daden uit te maken voor en te behandelen als een „dwaas”. (Zie Jezus woorden in Matteüs 5 : 17-48)

Maar ook wanneer wij alsmaar Gods zegeningen genieten en incasseren, wanneer we bijvoorbeeld weer mochten herstellen van ziekte, wanneer we gelegenheid en gezondheid hebben om onze jubilea te vieren, slagen voor examens en slagen in het leven, terwijl we dan bij al die zegeningen God enkel afschepen met het oplezen van wat Bijbelwoorden en wat extra versjes van lofprijzing en wat extra euro’s voor het goede doel, zonder dat al onze dankbaarheid en heel ons leven en al ons geld en goed aan Hem gewijd worden, dan valt dat allemaal te plaatsen onder “de ernstige zonde van onoplettendheid”.

Daarom is het “de wereld in ons hart” te noemen, wanneer wij christenen keer op keer niet opmerken  en er aan voorbij leven, dat het de Here was, Die ons genas, en ook dat Hij het was Die ons sloeg, dat Hij ons streelt maar dat Hij ons ook straft, waardoor we in de praktijk van ons leven de belijdenis negeren, die Gods Woord ons toch duidelijk leert, namelijk dat loof en gras, regen en droogte, welvaart of armoede niet door toeval, maar uit Zijn Vaderlijke hand ons toekomen. (Zie bijvoorbeeld Psalm 145, en wat we ook belijden met Zondag 9 en 10 van de HC)

Hoeveel mensenlevens glijden niet weg in de mist, omdat men God Vaderhand niet (meer) ziet en erkent in het gewone dagelijks leven. En hoe groot is het getal van hen, die dat misschien nog wel “in theorie” (naar de letter van Gods Woord) willen erkennen en belijden, maar nalaten om heel hun levenspraktijk daar op in te richten en als gevolg daarvan er niet aan toe komen om zich dagelijks te bekeren.

Jezus zegt: “Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is” (Matteüs 10 : 32). En elders zegt Hij: “Niet een ieder die tot mij zegt Here, Here, maar wie doet wat de wil van mijn Vader is…” (Matteüs 7 : 21).

(1) 9 Als iemand het Woord van het Koninkrijk hoort en het niet begrijpt, dan komt de boze en rukt weg wat in zijn hart gezaaid was; dat is hij bij wie langs de weg gezaaid is. (Uit Matteüs 13)
Bron:  Teksten gebaseerd op “De zonde van onoplettendheid” uit ”De zoon van Beëri” van ds. H. Veldkamp
Zie verder ook:  Belijdenis doen…(2),  Belijdenis doen…(3) en Het zware werk…
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Wat euthanasie en echtscheiding gemeen hebben…

Woorden over euthanasie

“Blijf de dood zien als vijand” – Ds. J.G. Schenau, geciteerd uit internetartikel op CIP.nl.

“Ook christenen krijgen steeds meer begrip voor euthanasie,” gaat de predikant verder. “Christenjongeren zien het steeds vaker als een discussie van vroeger. Het ‘kwaliteit van leven’-denken kan zich ook in christelijk jasje voordoen: ik kom sowieso in de hemel, dus laat ook mijn sterven zo ‘vriendelijk’ mogelijk zijn (…).
Natuurlijk mag lijden en pijn bij het sterven bestreden worden. Maar voor een christen staat iets anders voorop: de heerlijkheid van God (Johannes 11:4, red.) in ons leven én in ons sterven (Paulus in Filippenzen 1, red.). Oude gereformeerde schrijvers schreven boeken met als titel: Euthanasia. Over de ware ‘goede dood’. Dat ging over: Gods recht boven mijn recht, vrede met God en mensen, de troost uit Christus’ lijden, onthechting van het aardse, het overdenken van het toekomstige leven. En inderdaad ook: zorg in liefde.”

Woorden over echtscheiding

NB. Bovenstaande woorden zijn hieronder bewerkt en toepasbaar gemaakt op echtscheiding:
Blijf echtscheiding zien als een vijand van God en mensen.

Ook christenen kregen en krijgen steeds meer begrip voor echtscheiding. Ze zien “het met elkaar volhouden in een moeilijk huwelijk” steeds vaker als een zaak van vroeger. Het ‘kwaliteit van huwelijk’-denken kan zich ook in christelijk jasje voordoen: ik kom sowieso in de hemel, dus laten we het strijden voor onze huwelijken niet overdrijven en laat het maar ten einde komen als het naar ons gevoelen ons verder geen geluk meer zal opleveren.
Natuurlijk behoren lijden en pijn in een huwelijk vermeden en bestreden te worden. Maar voor een christen staat iets anders voorop: de heerlijkheid van God (1 Korintiërs 7 : 10-17, 29-31) in ons persoonlijk leven én in ons samenleven als mannen en vrouwen (Paulus in Efeziërs 5 : 21-33). Vroeg christelijke schrijvers schreven brieven over de christelijke levensstijl. Over het ware ‘normale leven’. Dat ging over: Gods recht boven mijn recht, vrede met God en mensen, de troost uit Christus’ lijden, onthechting van het aardse, het overdenken van het toekomstige leven. En inderdaad ook: blijven zorgen voor elkaar in liefde.”

Woorden over christelijke levensstijl

Verdediging van christelijke levensstijl
door Diognetus (ongeveer 150 na Chr.) – geciteerd in moderne taal – uit “Brief aan Diognetus”

‘Wat voor abnormaals is er in een gedrag dat van geen echtbreuk en ontucht wil weten, waarin kinderen niet te vondeling worden gelegd of geaborteerd worden, waarin homoseksueel gedrag wordt gemeden, de vrouwen kuis zijn als meisjes, weduwen en wezen verzorgd worden, vreemdelingen onderdak vinden, gevangenen bezoek ontvangen en doden op waardige wijze begraven worden?’

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Wanneer alles aan scherven ligt…

Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE,
want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen;
Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.
Na twee dagen zal Hij ons levend maken,
op de derde dag zal Hij ons doen opstaan.
Dan zullen wij voor Zijn aangezicht leven.
Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen!

(Hosea 6  : 1-3, HSV)

Alhoewel hij (hij = Efraïm, Gods volk, Gods kind(eren)) op het ogenblik dat Hosea deze woorden neerschrijft, nog „thuis” is, ziet de profeet hem in de geest toch al in het „veraf gelegen land”, in ballingschap, en hij hoort hem tot zijn mede-verloren broeders zeggen: „Kom, laten we terugkeren naar de Here!” Dat is dus precies hetzelfde, wat Jezus de verloren zoon laat zeggen: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan! Daar komt een verloren zoon nog niet zo snel toe. Bepaald niet! Hij zal zelfs eerst nog “bij de zwijnen” proberen te overleven; en pas als hij helemaal murw geslagen is, en alle mogelijkheden om zichzelf te redden hem ontvallen zijn, komt hij tot inkeer (bekering), en herinnert hij zich het vaderhuis.

Maar, voorlopig zocht (en zoekt!) “Efraïm nog herstel bij Jareb…” (bij de machten van die tijd). We lezen daarover in Hosea. Die falen en kunnen Efraïm niet genezen (Hosea 5 : 13). Integendeel het zal nog veel erger worden, en Efraïm zal in ballingschap worden weggevoerd. Dan, als de nood op het hoogst is, heel het bestaan van Gods volk „verscheurd” is, en Israël ellendig moet rondzwerven, dán zullen ze weer aan de Here gaan denken. Eindelijk! Hosea hóórt al profetisch de scherven van het gebroken hart vallen in deze zelf-opwekking van het tot-zich-zelf-gekomen volk.

Fraai is het niet, dat zij de Here pas gaan zoeken „als ze geen kant meer op kunnen” (Hosea 5 : 15). Het lijkt er wat op, dat God enkel tehuis voor daklozen is. Maar beter zó te komen, dan helemaal niet te komen. En de Here is zéér barmhartig! Hij wil Zich er dan toe lenen, om zulke beroofde en berooide vluchtelingen weer op te nemen; Hij wél! Hij wil Zich ontfermen over “hem, die door de nood gedreven, zich tot Hem om troost begeeft” (Psalm 146, berijmd, OB). Als Hij Zijn kind maar weer terugkrijgt. En als dat kind nu maar wat geleerd heeft, en niet wéér wegloopt!

Waarom hebt Gij gesloopt zijn wallen
en wordt zijn vrucht geroofd door allen ?
Te gronde gaat uw heerlijk goed:
het wordt door evers omgewroet
en ’t roofdier rukt de ranken neer.
O God, machtige God, keer weer !

Zie van uw hoge hemel neder,
dat onze aanblik U verteder,
geef op uw eigen planting acht,
de zoon die Gij hebt grootgebracht,
brand hem niet weg in uw gericht,
as tot as voor uw aangezicht.

Dan zullen wij niet van U wijken,
uw naam zal op ons voorhoofd prijken,
uw naam is ons als uw gelaat:
een sterrebeeld, een dageraad.
Laat lichten ons uw aanschijn, HEER,
doe ons opstaan en help ons weer.

(Uit Psalm 80, NB,  verzen 5, 6 en 7 )

28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht. (Uit Matteüs 11)

Bron: Gebaseerd op “De Verloren zoon” uit ”De zoon van Beëri” van ds. H. Veldkamp

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie