De Bijbelse nuchterheid van het oude huwelijksformulier…

En Hij zeide: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. (Matteüs 19 : 5-6)

Het oude huwelijksformulier, zoals de kerk van de reformatie dat in de zestiende eeuw in gebruik heeft genomen vertelt eerst hoe God door de schepping van Eva voor Adam zijn huisvrouw heeft geschapen en zelf toegebracht, en ziet daarin een getuigenis, ‘dat Hij nog heden ten dage aan een iegelijk zijn huisvrouw als met Zijn hand toebrengt’. Het formulier zegt hier dus dat het in wezen gaat om een beslissing die je eigenlijk niet eens zelf hebt genomen, en die je daarom ook niet zelf kunt herroepen.

Het is geen belofte van een stil en gerust leven. De opstellers geven slechts in één enkel kort zinnetje aan wat een doorsnee huwelijk het echtpaar te bieden heeft, dat namelijk ‘de getrouwden gemeenlijk (1) velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt’. Wel kunnen ze elkaar daarin helpen, omdat zij ‘door oprechte liefde verbonden’ zullen zijn. Die woorden in het formulier vinden we waarschijnlijk vanzelfsprekend, maar dan lezen we ze niet zoals ze bedoeld waren. Die twee trouwen met elkaar, zeggen wij, omdat ze van elkaar houden. Maar dat staat zo niet in het oude formulier… Het was ook niet noodzakelijkerwijs een beschrijving van de werkelijkheid zoals die toen bestond…

De zestiende-eeuwer zag de volgorde anders. Hij zei niet: eerst liefde, en dan het huwelijk. Dat kon wel, maar het hoefde niet. Wat daarentegen wel beslist moest was het omgekeerde. Was je eenmaal getrouwd, dan rees daarmee de verplichting tot wederzijdse liefde. Ze gold ook in het uiterste geval, namelijk als bruid en bruidegom elkaar pas voor het eerst van hun leven ontmoetten op het ogenblik dat ze daar samen in de kerk stonden.

(1) gemeenlijk: normaal gesproken, “door de bank genomen”.

Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart (Spreuken 3 : 3)

De twee woorden die hier gebruikt worden voor ‘liefde’ en ‘trouw’ hebben hun oorsprong in Gods verbond met zijn volk. Voor liefde kun je ook lezen goedertierenheid of genade. En ‘trouw’ kan vertaald worden met ‘waarheid’. Alle paden van de Here zijn goedertierenheid en trouw (Ps. 25 : 10). Menselijke liefde en trouw hebben hun basis in Gods genade en waarheid. Als er staat dat God de mens schiep naar (letterlijk: ‘in’) zijn beeld, dan wordt daarmee de ruimte aangeduid waarbinnen ons menszijn gedijen kan. Liefde en trouw horen in een bezield verband, een verbond.

Naar bijbels besef moet je een verbond onderhouden. Het wil ingeprent, gevierd, beleden en gedaan worden. Bij de sluiting van het verbond bij de Sinaï klinkt het Hoor Israël! De Here is onze God; de Here is één! Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.

Vanzelfsprekend? Het is een hele klus om in liefde en trouw te leven. Een gevecht is het. Niemand komt ongeschonden uit zijn opvoeding tevoorschijn. Relaties zijn oorden van spanning. Liefde en trouw betekenen praktisch: elkaar niet tarten en elkaars lasten dragen. Het is een dankzegging waard, als je nog niet door God en mensen verlaten bent.

Verlaten worden. Dat is de oerangst van ons mensen, en terecht. De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden (Lucas 17 : 34): als kind huiverde ik al bij deze woorden. Dat er geen trouw meer is, die je opvangt…

Als God en zijn verbond uit het zicht verdwijnen, worden de mensen op zichzelf teruggeworpen. Dat zie je gebeuren. Dan wordt trouw een zijden draadje, zoiets als gezondheid: voor je het weet is het over. Mensen worden verlaten door medemensen, partners, geliefden.

Niet verlaten! zegt de vaderlijke raadgever. Het is dus toch mogelijk: niet verlaten te worden. Maar dan moeten er eerst andere woorden klinken, waarbij je kunt huiveren. Die uit het Avondmaalsformulier: Hij werd verlaten, opdat wij nimmermeer verlaten zouden worden. Liefde en trouw rusten in een verbond en daar hangt een prijskaartje aan. Zonder offer zal het niet gaan, niet tussen God en ons en niet tussen mensen onderling.

Eerder trouwde men nog met het oude huwelijksformulier. Daarin beloofde je niet (zoals in nieuwere formulieren) dat je de ander ‘trouw’ zou blijven, maar dat je hem of haar ‘nimmer’ zou verlaten. Velen vinden de nieuwe versie een verbetering ten opzichte van de oude. Ze vinden die oude te dwingend en de nieuwe positiever.

Ik twijfel. Eigenlijk voel ik steeds meer voor de oude taal: niet verlaten. Dat klinkt nuchter, het staat dicht bij het geleefde leven en ook dicht bij het grote geheim van onze zaligheid: nooit meer verlaten worden. Verder is deze oude taal erg actueel. Wil onze samenleving opnieuw de trouw leren, dan moet ze hier inzetten: niet verlaten. Zonder deze harde kern is alle praten over liefde en trouw vrijblijvend

De mensen niet verlaten,
Gods Woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde
de duivel wederstaan.
(Gezang 172)

Bron: “Liefde en trouw” (wapenveldonline.nl)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Woord van Dietrich Bonhoeffer over liefde en trouw…

Naar 1 Korinthiërs 13: 4

‘De liefde is lankmoedig en goedertieren.‘ Dat betekent: de liefde kan wachten,
lang wachten, tot het laatst toe wachten.

Zij wordt nooit ongeduldig, zij wil niets overhaasten of forceren.
Zij heeft alle tijd, zij hoopt slechts dat de ander ten slotte,
ten slotte toch overwonnen wordt.

Wachten, geduld hebben, liefdevol en vriendelijk blijven,
ook als het een totaal fiasco lijkt op te leveren,
dat alleen overwint mensen,  dat alleen verbreekt de boeien
die ieder mens vastgeketend houden, de boeien van de angst voor de ander (1)
en de angst voor een nieuw leven.

Lankmoedigheid – dat past helemaal niet in ons opgejaagde leven.

Goedertierenheid – dat schijnt dikwijls volkomen misplaatst

Maar de liefde is lankmoedig en goedertieren.
Zij wacht, zoals men wacht op iemand die verdwaald is
en de weg is kwijtgeraakt, en blij is als hij ten slotte toch nog komt.

‘De eigenliefde is afgunstig.’ De afgunst wil iets voor zichzelf,
die wilde ander voor zich winnen en voor zich zelf bezitten,
die wil iets van de ander, maar de liefde wil dat niet.

Zij wil niets van de ander. Zij wil alleen voor de ander.
Zij wil de ander niet hebben of bezitten.
Zij wil de ander alleen beminnen
omdat zij niet anders kan.
Zij wil de ander alleen beminnen omwille van haar/hem/Hem (2) zelf.

Dietrich Bonhoefter (1906- 1945)

(1) Lees voor de ander ook dé Ander.
(2) Oorspronkelijk: staat er alleen “hem” (AJ).

Dat liefde en trouw u niet verlaten!
Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart…
(Spreuken 3 : 3)

Zie ook artikel op wapenveldonline.nl: “Liefde en trouw”

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gods toorn (3) over alle ongerechtigheid…

Over alle hoogmoed van de gelovigen

Open je ogen en zie hoe wie kwaad doen worden gestraft (1)
(Uit Psalm 91)

Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden…

1 Natuurlijk, u veroordeelt dit alles (2). Maar u bent evenmin te verontschuldigen.
Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf,
want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook.
2
Wij weten dat God hen die dergelijke dingen doen terecht veroordeelt.
3 Of denkt u soms dat u, die zelf doet wat u in anderen veroordeelt,
de straf van God kunt ontlopen?
4 Veracht u dan zijn onbegrensde goedheid,
geduld en verdraagzaamheid, en weet u niet
dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen?
5 Doordat u zo hardleers bent en niet tot inkeer wilt komen (3),
maakt u dat de straf waartoe God u veroordeelt
op de dag dat hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert,
alleen maar zwaarder wordt.
6 God beloont ieder mens naar zijn daden.
7 Aan wie het goede doet en daarin volhardt,
aan wie glorie, eer en onsterfelijkheid zoekt,
schenkt hij het eeuwige leven.
8 Maar wie handelt uit geldingsdrang,
de waarheid niet eerbiedigt en zich laat leiden door onrecht,
straft hij met zijn toorn en woede.
9 Iedereen die het slechte doet wacht leed en ellende,
de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken.
10 Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede,
de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken.
11 God maakt geen onderscheid.

(1) Zie Romeinen 1 : 16-32
(2) 3 En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6 maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen. (Uit Jakobus 4)

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.

(1) Dat zijn de ogen van het geloof, die door het luisteren naar het Woord van God (hiervoor) geopend worden (zie Psalm 40 : 7-9). En dan (dus ook) acht geven op Gods toorn, eerst en vooral in eigen leven (o.a. Kolossenzen 3 : 6). Heel belangrijk dat we het verschil tussen succes en zegen leren inzien. Succes eert de mens of iets in of van het schepsel (iets van de wetenschap bijv.), zegen eert God. Vroeger of later blijkt succes dan ook helemaal geen zegen te zijn en zich zelfs tegen ons en tegen bijvoorbeeld de gemeente te keren (Zie o.a. Genesis 14 : 21-24 en – o.m. Psalm 16, 37 en 73 en Openb. 2 : 8-11 en 3 : 1-6 )
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Eén beeld zegt (doet) meer dan duizend woorden…

Probeer (bijvoorbeeld) deze (bovenstaande!) uitspraak dan eens via één afbeelding duidelijk te maken…

Zonder het woord zijn beelden stom…

Als het verhaal bekend is, dan is (lijkt) het beeld sprekend…

Waarom vertelt een schilder graag – en horen we graag – z’n verhaal bij een schilderij?

Wij leven in een beeldcultuur en is het misschien juist daarom
dat wij elkaar steeds minder te zeggen hebben…?

God sprak en het was er, Hij gebood en het stond er…

En als God nu eens alleen aan ons verschenen was en niet tot ons gesproken had,
wat voor Godsbeeld hadden we dan?

Ons geloof is (en wordt gebouwd) uit het horen, niet uit het zien…

1 Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
(Uit Hebreeën 11)

Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. 2 Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. 3 Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. 4 We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken.(Uit 1 Johannes 1)

24 Want: Alle vlees is als gras
en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras;
het gras verdort en de bloem valt af,
25 maar het woord des Heren blijft in der eeuwigheid.
Dit nu is het woord, dat u als evangelie verkondigd is.
(Uit 1 Petrus 1)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Voorbeeld van ongebreideld fantaseren door evolutionistische wetenschappers…

Vleugels van vogels uit tijd van dinosaurussen gevonden

Bron: nu.nl/wetenschap

Inline afbeelding 1Wetenschappers hebben in Myanmar twee nog bijna intacte vleugels gevonden van vogels uit de tijd van de dinosaurussen.  Het gaat om veren van jonge vogels die ongeveer 99 miljoen jaar geleden leefden. De drie centimeter lange vleugels zijn zo goed bewaard gebleven dat zelfs de kleurenpatronen nog zijn te onderscheiden.

Dat meldt een internationaal team van onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Bosbrand

De veren van de vogels zijn aangetroffen in een gebied in Myanmar met veel barnsteen. Dit is versteende hars van naaldbomen uit de prehistorie.  De jonge vogels zijn 99 miljoen jaar geleden waarschijnlijk bij een bosbrand bedolven geraakt onder de hars die smolt door de hitte en uit de bomen droop. De hars versteende uiteindelijk en vormde een soort tijdcapsule rondom de veren van de dieren. Daardoor zijn de vleugels perfect bewaard gebleven.

“Elk haartje in de veren is nog te zien”, verklaart hoofdonderzoeker Mike Benton van de Universiteit van Bristol op BBC News. “Er zijn zelfs nog sporen waarneembaar van kleuren: vlekken en strepen.”

Opgemerkt (AJ):

  • Vogels die zich laten inkapselen in druipende hete hars uit brandende bomen en dat zelfs zonder dat de fijne veerhaartjes plakken en verschroeien???
  • Waar zien we zoiets nu nog bij bosbranden gebeuren?
  • Als evolutionistisch wetenschapper heb en krijg je blijkbaar alle vrijheid om zulk soort fantasie te spuien zonder dat je door kritische collega’s wordt gewaarschuwd om alleen met realistische scenario’s in de publiciteit te komen…

 

Geplaatst in Diversen, Geschiedenis, Natuur | Plaats een reactie

Wanneer de boodschap/Boodschap ons niet bevalt…

…dan elimineren we (liefst) de boodschapper!

Het gezegde “don’t shoot the messenger”, het afreageren van woede op de brenger van (slecht of ongewenst) nieuws, werd in het Oude Griekenland niet altijd ter harte genomen. Ondanks het bestaan van een diplomatieke ethische code waren boodschappers en gezanten vaak het slachtoffer van de grieven van de ontvangers van nieuws. Het doden van boodschappers kon tot straf van de goden leiden, maar de Grieken trokken zich bijvoorbeeld in het geval van de Perzische boodschappers daar weinig van aan.
(Bron: www.isgeschiedenis.nl)

Het wegwerken van de boodschapper kan ook een tactische zet zijn, maar het gevaar is dat een ethos van het weigeren van de bekendmaking (boodschap/boodschapper) gevolgd kan worden door een vijandige reactie of negatieve feedback. ‘Mensen leren heel snel waar dit het geval is, en zullen angstvallig eventuele negatieve feedback vermijden, dus dat de “Keizer” nog steeds doet aan zelfbedrog …. is dus natuurlijk niet een recept voor succes’. Barbara Ehrenreich betoogt in Bright-sided/Smile dat een cultuur van “positief denken” ‘om op die manier negatieve mensen uit de gelederen te ‘zuiveren’ de kredietcrisis van 2007-2010 voedde. (Bron: nl.wikipedia.org)

Aanwijzen zondebok: Psychologen hebben ontdekt dat het zondebokmechanisme ook een verschijnsel is binnen groepen, kleine (zoals gezinnen), maar ook in veel grotere verbanden (schoolklassen, leger, kantoorpersoneel, familie, natie). Binnen groepen is het voorkomen van een zondebok, die de ziektes en frustraties van het gezin (of de groep) op zich krijgt geprojecteerd, geen ongewoon fenomeen. De ‘rol’ van zondebok komt dan vaak toe aan de op een bepaalde manier zwakkere in de groep.

WAT DE BIJBEL TE ZEGGEN HEEFT:

11 Zalig (gelukkig) bent u als men u smaadt en vervolgt,
en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij.
12 Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen,
want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

(Uit Matteüs 5)

17 Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mezelf spreek. 18 Wie namens zichzelf spreekt, is uit op zijn eigen eer, maar wie uit is op de eer van wie Hem gezonden heeft is betrouwbaar; hij bedriegt niemand. 19 U hebt van Mozes toch de wet gekregen? Maar niemand houdt zich aan de wet. Waarom probeert u mij te doden?’
(…)
50 Nikodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen: 51 Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet? (Uit Johannes 7)

Maar Jezus antwoordde: ‘Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. 68 En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. (Uit Lukas 22)

65 Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei: Hij heeft God gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u? 66 Zij antwoordden en zeiden: Hij is des doods schuldig. (Uit Matteüs 26)

5 Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil,
maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil.
6 
Wat onze eigen natuur wil brengt de dood (1),
maar wat de Geest wil brengt leven en vrede (2).
(Uit Romeinen 8)

(1) Dan krijgen en grijpen onze oude mens en de diabolos hun kansen en deze drijven ons mensen uiteen (dit zien we gebeuren in huwelijken, gezinnen, families, gemeenten en in andere verbanden van de samenleving en het samenleven van volken).
(2) Dan krijgt de Geest de ruimte en dan is er alle ruimte voor vergeving en verzoening (het kenmerk van het ware christelijk (samen)leven) en mogen we verzoening en herstel verwachten in alle hiervoor genoemde samenlevingsverbanden.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Wanneer deze Boodschap ons niet (meer) verbroedert…

…dan is Christus’ werk aan ons vergeefs (1) geweest

Jaarlijks werd er volgens een eeuwenoude orde van evangelie-voorlezingen minimaal één keer gepreekt over Johannes 3 vers 16 (of vers 16 tot 21). Het was Luthers favoriete tekst. Niet minder dan twaalf preken over deze tekst zijn in de geschriften van Luther bewaard gebleven.

Het onderstaande citaat komt uit een preek uit Crucigers Sommerpostille (1544).
De preek is helaas niet gedateerd.

‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben’ (Johannes 3:16, weergave DB 1545).

(…) Dit Geschenk en deze Gave [van Gods Zoon] is veel groter, overvloediger en sterker dan alle zonde op aarde. Zodat de onwaardigheid van één mens, of ook die van alle mensen bij elkaar, ja ook de eeuwige toorn en straf die wij verdiend hebben, zo groot niet kan zijn, als de grootte van deze liefde en genade. Deze liefde en genade gaat alles te boven in hoogte, diepte, breedte en lengte (2). Ja het is een zonde-overspoelende liefde en genade, zoals Paulus zegt in Romeinen 5 vers 20: ‘De genade is meer overvloedig dan de zonde.’ We lezen het ook in Psalm 103: ‘Zo hoog de hemel is boven de aarde’, zo ver neemt Hij al onze zonde van ons.’

Wat kan het immers anders betekenen dan vergeving van zonden, als God de wereld liefheeft, terwijl ze nog verzonken ligt in allerlei zonden, gruwelen en lasteringen? Kan Hij de wereld die Hem vijandig gezind is en Hem lastert, zó hartelijk liefhebben dat Hij Zich Zelf aan haar geeft? Hoe kunt u dan denken dat Hij met u, die naar genade zoekt en verlangt, nog wil toornen of uw zonden niet wil vergeven? Welk hart zou nu niet vol vreugde allerlei goeds van Hem verwachten, als Hij bekend maakt dat Hij Zijn lieve Zoon schenkt aan verdorven en wanhopige mensen – zoals de hele wereld en alle mensen zijn! – aan mensen die nooit iets goed hebben gedaan en alle uren tegen Zijn geboden hebben gezondigd?

O, Heere God, hoe weinig belangstelling is er voor dit voortreffelijke en uitnemende evangelie in de harten van de mensen. Moeten wij niet allen hierover van harte vrolijk worden, dat we de tijd beleefd hebben om dit te mogen horen? Zouden we dan God niet liefhebben en Hem dankzeggen – Hem niet alleen graag willen dienen, maar ook met blijdschap alles voor Hem willen lijden? Wanneer wij bedenken dat God Zijn Zoon voor ons heeft gegeven, zouden we er dan niet bij lachen als wij om Zijn Woord moeten sterven, en zouden we niet dit ellendige lichaam door vuur, zwaard en martelingen gewillig laten ombrengen? (3).

We hebben het te wijten aan het schandelijke en ellendige ongeloof en de grote blinde duisternis, waarmee onze harten bezet zijn, dat wij zo verhard en dood zijn, dat wij dit alles horen en toch niet geloven.

Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille, Druck 1544, vgl. WA 21, 485, 29 – 486, 24 (verkort)

(1) Christus’ werk aan ons is dan “tevergeefs” in die zin dat het geen krachtige doorwerking gekregen heeft of krijgt in de praktijk van ons leven.
(2) Vgl: Efeze 3:18
(3) In die tijd werden er in Europa veel mensen omgebracht om hun geloof, zoals nu ook in andere delen van de wereld.

Bron: www.maartenluther.com

Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt. (Kolossenzen 3:9)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Aardmannetje Dawkins en zijn theepot van porselein…

Het groene marsmannetje Dawkins zat bij zijn zelf bedachte en door hem geconstrueerde steenvergruizer te malen (dat is nodig voor het kunnen nuttigen van de voor marsmannetjes “broodnodige” (1) mineralen), toen een marsvrouwtje hem het bericht kwam brengen dat er, bijna aan de andere kant van mars, een buitenmars voertuig was geland. En ook dat de deuren van dat voertuig waren open gegaan en dat er toen een voorwerp op de marsbodem was neergelegd.

Daarna was het voertuig weer opgestegen en verdwenen. Nieuwsgierige marsvrouwtjes en -mannetjes waren toen voorzichtig naar dat gedeponeerde voorwerp toegegaan. Het bleek om een voorwerp te gaan met daarin afbeeldingen van zeer bijzondere wezens en allerlei voorwerpen van ongekende vorm en met de meest schitterende kleuren.

Het marsvrouwtje had bij en na het bekijken van dit gevonden voorwerp direct al aan marsmannetje Dawkins gedacht en reden gezien om dit naar hem toe te brengen en door hem te laten beoordelen, m.n. omdat hij doorgaat voor één van de meest wijze en verstandige marsmannetjes.

Marsmannetje Dawkins keek echter argwanend naar het voorwerp en even later in het voorwerp. Het begon met een afbeelding van een planeet in heel prachtige kleuren en verder daarop volgend afbeeldingen van allerlei mooie wezens en gebouwen…

Na het ingezien te hebben, schudde Dawkins echter met zijn hoofd en keek het marsvrouwtje wat meewarig aan. Wat een onzin zei hij, dit voorwerp  verdient het om verbrand te worden. Dit alles kan niet bestaan en waar zijn. Ik kan het me niet eens voorstellen, dat er door het heelal zo’n door mij geconstrueerde steenvergruizer zou vliegen (2), en moet ik nu gaan geloven, dat er zo’n bijzondere vorm van mars met zulke bijzondere wezens en voorwerpen door ons heelal vliegt, zoals dit voorwerp ons laat zien?

Het spijt me, maar met zulke onzin wil en kan ik me niet bezig houden (3). Kom dus niet weer met zo’n onzin verhaal over een buitenmars voertuig bij mij aanzetten, en doe dat voorwerp maar weg en verbrand het, want wij marsmannetjes hebben wel beter en belangrijker zaken om druk mee te zijn… (4)

N.a.v. Richard Dawkins verhaal over een door het heelal vliegende theepot, waarvoor “Aardmannetje Dawkins aan het malen bij zijn theepot” als passende titel gebruikt zou kunnen worden.
(1) Dawkins geeft ons stenen voor Brood.
(2) Theedrinken en theepotten zijn toch zo’n beetje het summum van de Engelse beschaving (en juist daarmee steken ze ver boven de andere Europese wijn- en bierdrinkers uit), en daarom is het mijn voorstel, dat de Britten een porseleinen theepot in de ruimte brengen en wel in een vrije baan zodat deze ver het heelal in zal reizen en zo mogelijk ooit nog eens ontdekt zal worden door een andere beschaving…
(3) Herkomst en ontstaan en het doel van dit “buitenmarse” voorwerp gaat blijkbaar ver boven het (beperkte) bevattingsvermogen van deze marsbewoner en daarom wil hij het niet aanvaarden en erover na- en doordenken, maar hij wil er vanaf.
(4)
Marsmannetje Dawkins droom is namelijk om zijn primitieve steenvergruizer verder te ontwikkelen om daarmee – ten bate van de marsbewoners – de enorme rotssteen uit de grote Marswoestijn te kunnen vergruizen… (onder de marsbewoners gaat het verhaal dat een grote rotssteen eenmaal de hele marsbewonersmaatschappij omver zal werpen).
Verder opgemerkt door AJ:
– De mogelijkheid van bijzondere door het heelal vliegende voorwerpen werd en wordt juist door de aanhangers van de evolutie-theorie ondersteund en in hun verhalen en theorieën ingebouwd. Voorbeelden daarvan zijn 1) het opperen van de mogelijkheid dat de aarde “bevrucht” werd met “leven” vanuit elders in het heelal en 2) het aannemen van het bestaan van buitenaardse beschavingen, die ook doen aan ruimtevaart – en (dus) rommel/voorwerpen achterlaten in het heelal.
– Wanneer we letten op hoeveel fantasie wetenschappers willen en moeten toevoegen aan hun theorieën over hoe de evolutie begonnen en verlopen is, dan zijn de Bijbelverhalen in vergelijking daarmee (in meerderheid) door en door nuchtere verslagen van oog- en oorgetuigen.

(Jezus aan het woord in Johannes 3)
12 Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13 Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis, Natuur | Plaats een reactie

Marsmannetje Dawkins en de steenvergruizer…

Het groene marsmannetje Dawkins zat bij zijn zelf bedachte en door hem geconstrueerde steenvergruizer te malen (dat is nodig voor het kunnen nuttigen van de voor marsmannetjes “broodnodige” (1) mineralen), toen een marsvrouwtje hem het bericht kwam brengen dat er, bijna aan de andere kant van mars, een buitenmars voertuig was geland. En ook dat de deuren van dat voertuig waren open gegaan en dat er toen een voorwerp op de marsbodem was neergelegd.

Daarna was het voertuig weer opgestegen en verdwenen. Nieuwsgierige marsvrouwtjes en -mannetjes waren toen voorzichtig naar dat gedeponeerde voorwerp toegegaan. Het bleek om een voorwerp te gaan met daarin afbeeldingen van zeer bijzondere wezens en allerlei voorwerpen van ongekende vorm en met de meest schitterende kleuren.

Het marsvrouwtje had bij en na het bekijken van dit gevonden voorwerp direct al aan marsmannetje Dawkins gedacht en reden gezien om dit naar hem toe te brengen en door hem te laten beoordelen, m.n. omdat hij doorgaat voor één van de meest wijze en verstandige marsmannetjes.

Marsmannetje Dawkins keek echter argwanend naar het voorwerp en even later in het voorwerp. Het begon met een afbeelding van een planeet in heel prachtige kleuren en verder daarop volgend afbeeldingen van allerlei mooie wezens en gebouwen…

Na het ingezien te hebben, schudde Dawkins echter met zijn hoofd en keek het marsvrouwtje wat meewarig aan. Wat een onzin zei hij, dit voorwerp  verdient het om verbrand te worden. Dit alles kan niet bestaan en waar zijn. Ik kan het me niet eens voorstellen, dat er door het heelal zo’n door mij geconstrueerde steenvergruizer zou vliegen (2), en moet ik nu gaan geloven, dat er zo’n bijzondere vorm van mars met zulke bijzondere wezens en voorwerpen door ons heelal vliegt, zoals dit voorwerp ons laat zien?

Het spijt me, maar met zulke onzin wil en kan ik me niet bezig houden (3). Kom dus niet weer met zo’n onzin verhaal over een buitenmars voertuig bij mij aanzetten, en doe dat voorwerp maar weg en verbrand het, want wij marsmannetjes hebben wel beter en belangrijker zaken om druk mee te zijn… (4)

N.a.v. Richard Dawkins verhaal over een door het heelal vliegende theepot, waarvoor “Aardmannetje Dawkins aan het malen bij zijn theepot” als passende titel gebruikt zou kunnen worden.
(1) Dawkins geeft ons stenen voor Brood.
(2) Theedrinken en theepotten zijn toch zo’n beetje het summum van de Engelse beschaving (en juist daarmee steken ze ver boven de andere Europese wijn- en bierdrinkers uit), en daarom is het mijn voorstel, dat de Britten een porseleinen theepot in de ruimte brengen en wel in een vrije baan zodat deze ver het heelal in zal reizen en zo mogelijk ooit nog eens ontdekt zal worden door een andere beschaving…
(3) Herkomst en ontstaan en het doel van dit “buitenmarse” voorwerp gaat blijkbaar ver boven het (beperkte) bevattingsvermogen van deze marsbewoner en daarom wil hij het niet aanvaarden en erover na- en doordenken, maar hij wil er vanaf.
(4)
Marsmannetje Dawkins droom is namelijk om zijn primitieve steenvergruizer verder te ontwikkelen om daarmee – ten bate van de marsbewoners – de enorme rotssteen uit de grote Marswoestijn te kunnen vergruizen… (onder de marsbewoners gaat het verhaal dat een grote rotssteen eenmaal de hele marsbewonersmaatschappij omver zal werpen).
Verder opgemerkt door AJ:
– De mogelijkheid van bijzondere door het heelal vliegende voorwerpen werd en wordt juist door de aanhangers van de evolutie-theorie ondersteund en in hun verhalen en theorieën ingebouwd. Voorbeelden daarvan zijn 1) het opperen van de mogelijkheid dat de aarde “bevrucht” werd met “leven” vanuit elders in het heelal en 2) het aannemen van het bestaan van buitenaardse beschavingen, die ook doen aan ruimtevaart – en (dus) rommel/voorwerpen achterlaten in het heelal.
– Wanneer we letten op hoeveel fantasie wetenschappers willen en moeten toevoegen aan hun theorieën over hoe de evolutie begonnen en verlopen is, dan zijn de Bijbelverhalen in vergelijking daarmee (in meerderheid) door en door nuchtere verslagen van oog- en oorgetuigen.

(Jezus aan het woord in Johannes 3)
12 Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13 Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.


Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis | Plaats een reactie

Nalatigheid: Onze grootste en meest algemene zonde(n)

17 Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.
(Uit Jakobus 4)

11 Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af
van hen die ter slachting wankelen.
12 Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet –
zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken,
en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?
(Uit Spreuken 24)

44 Maar Ik (Jezus) zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,
45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is;
46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij?
(…)
48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
(Uit Matteüs 5)

21 Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg:
‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt,
hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
22 Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je,
maar tot zeventig maal zevenmaal.
(Uit Matteüs 18)

14 Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven,
maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden?
15 Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt,
16 en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’
zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften –
wat heeft dat (geloof) voor zin? (Uit Jakobus 2)

13 Verdraag elkaar en vergeef de een de ander,
wanneer de een tegen de ander een grief (ergernis, bezwaar) heeft;
zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.
14 En doe bij dit alles de liefde aan, als de band van de volmaaktheid.
(Uit Kolossenzen 3)

17 Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet
dan omdat men kwaad doet.

21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here,
zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan,
maar wie doet de wil van mijn Vader, die in de hemelen is. 
(Uit Matteüs 7)

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie