Voorbereiding op het Avondmaal…

Een voorbeeld…

66 Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee. 67 Jezus dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan?
68 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven. 69 En wij hebben geloofd en erkend dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God.
70 Jezus antwoordde hun: Heb Ik u, de twaalf, niet uitgekozen? En een van u is een duivel. 71 En Hij doelde op Judas Iskariot, de zoon van Simon, want die zou Hem verraden, een van de twaalf. (Uit Johannes 6)

 (…) Christus Jezus is het, die de woorden van eeuwig leven spreekt en heeft. Die zelf het Woord des levens is. Want te midden van de afval en het verraad van velen, zelfs uit de kring van twaalf, staat alleen Christus Jezus vast en onbewogen, onwrikbaar. Hij blijft van zijn zending zeker en zal de kruisweg gaan. Hij gaat Zichzelf betonen de barmhartige Hogepriester in de dingen die bij God te doen zijn om de zonden van het volk te verzoenen. Hij is de Enige, die de weg tot het einde toe blijft bewandelen, wát het Hem ook kost, al is het zijn eigen leven. Hij heeft het geklank van de Vader gehoord, Hij heeft de bevelen van de Vader beluisterd. Hij gaat de weg, al moet Hij die alleen gaan. Met de overgave van zijn lichaam en bloed, van zijn leven, zal Hij al de zijnen verlossen. Ze het eeuwige leven schenken. Hij is de Enige, die te midden van de stormen en de afval stand houdt en daarom de garantie kon geven dat de machten van dood en graf, de machten die er in de wereld zijn, zijn gemeente niet zouden kunnen overweldigen. Slechts op Hem mogen ze daarom vertrouwen. Alleen aan Hem mogen ze zich daarom overgeven. Mensen beschamen. Zelfs de apostelwaardigheid is nog geen garantie, dat de kerk in stand zal blijven. Christus hield er slechts twaalf over. En één daarvan was nog een verrader. Alleen Christus Josua is de garantie, dat de kerk in stand blijft. Hij is de zekerheid voor al zijn kinderen. Laten ze dan alleen op Hem bouwen. Dan zullen ze niet verschrikt worden, ook al staan ze radicaal alleen.

Dominee’s geven geen garantie. Ouderlingen en diakenen en allerlei andere “heilige mensen” ook niet. Dat doet alleen onze Heiland. Houdt dat vast in elke crisis. Houdt dat ook vandaag vast. Verwondert u er niet over, wanneer jullie de een of andere dag zou horen van die dominee of die ouderling hier in Schiedam, dat hij de gemeente van de Heer de rug had toe gekeerd. Let wel: ik beschuldig niemand en maak niemand verdacht. Ik bedoel het ook van mezelf. Verbaast u er niet over, wanneer het op een goede dag zo zou zijn, dat ik de gemeente des Heeren de rug had toegekeerd. Ik wil u hierdoor waarschuwen, dat jullie niet bouwen gaat op mensen, maar alleen op Christus Jezus. Hij is de Enige, die waarachtig betrouwbaar is en staat als een ROTS te midden der woedende golven.

Wie op Hem vertrouwt, wie er zijn eer in stelt tot de gemeente van den Heiland te mogen behoren, laat die maar niet bevreesd zijn al vallen alle andere mensen weg. Wie op de Here vertrouwt komt nooit beschaamd uit.

Zo heb ik voor u, gemeente van Christus Jezus, in deze week van voorbereiding op het Avondmaal maar één vraag, die ik u wil voorleggen : Een ieder onderzoeke zijn hart of hij ook voornemens is bij de gemeente van de HERE te blijven en te dienen de opbouw van de broeders en zusters.  En een ieder, die alzo gezind is, die mag aan de tafel van onze HERE gaan aanzitten, daarmede bewijzende, dat hij met de andere leden – samen één lichaam is, omdat hij vasthoudt aan Christus Jezus en de woorden van het eeuwige leven zoekt in het midden van dat volk dat het geklank van hun Koning heeft gehoord en gehoorzaamd, aan wie die woorden van het eeuwige leven zijn toevertrouwd.

Wie het voornemen heeft zich vroeger of later van de gemeente af te scheiden, wie wil heengaan en de broeders en zusters niet wil vasthouden, die kome aan deze tafel niet. Ik leg u dit voor omdat ik de toorn van de Here over zijn gemeente het allermeest vrees. Niet om mensen maar “om des HEEREN wil”. Daarom, wil ik het goede voor u zoeken. De rechterstoelen staan daar binnen (Psalm 122). Mensenvrees is een slecht ding. Maar vrees voor de toorn van de Here over zijn gemeente, dát is het wat mij gedreven heeft u deze vraag voor te leggen.

Daarom bid ik u, antwoordt op de vraag of ge niet liever wilt heengaan toch met een hartgrondig “neen”!! Zeg met de dichter : om het huis van de HEERE onze God, wil zal ik het goede voor u zoeken. U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U gericht (Psalm 122 en 27).

Maar aangezien wij van onszelf zodanig zwak zijn, dat wij niet één ogenblik zouden kunnen bestaan :

Laat mij van ’t spoor in Uw geboon (geboden) vervat (aangewezen),
niet dwalen. Heer, laat mij niet hulploos varen (mijn gang gaan).
(Psalm 119 – berijmd OB)

Amen.

Bron: Gedeelte uit een preek uit 1950 van ds. Z.G. van Oene (1925-2004): Ter voorbereiding op het Heilig Avondmaal, tekst Johannes 6 : 66-71.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

God is Liefde

Luther spreekt herhaaldelijk over de onverklaarbare beweegreden van God om deze wereld lief te hebben. In een toelichting bij Johannes 3 vers 16 vraagt hij zich af: “Wat is toch de oorzaak dat God Zijn Zoon geeft? Wat beweegt Hem om zoiets te doen? Het is niets anders dan volmaakte en onuitsprekelijke liefde, want Hij geeft niet omdat Hij dat verplicht is. Ook geeft Hij niet omdat iemand Hem erom heeft gevraagd of erom heeft gebeden, maar Hij doet dat alleen omdat Hij daartoe door liefde wordt bewogen. Hij is een Heere Die graag alles voor niets weggeeft, en dat met vreugde en blijdschap doet, zonder er iets voor terug te vragen” (vgl. WA 21, 482, 30-34)

Het volgende citaat komt uit een preek (1532) over hetzelfde onderwerp: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben’ (Johannes 3:16, weergave DB 1545).

“Als God de wereld alleen vriendelijk goedendag had gezegd, was dit al meer dan genoeg geweest. In plaats daarvan komt Hij Zelf [naar deze aarde] omdat Hij de wereld liefheeft – die verrotte vrucht! Deze wereld is voorzeker het hatelijkste en vijandigste voorwerp van alles [om lief te hebben]. Dit is in waarheid wat de wereld is: het is een stal vol met verdorven en schandelijke mensen, die alle schepselen van God op de meest onterende manier misbruiken – God lasteren en Hem overal de schuld van geven.

Deze gruwelijke mensen heeft God lief. Dit is een alles te boven gaande liefde. Hij moet werkelijk een goede God zijn. Ja, Zijn liefde moet een onmetelijk en onbegrijpelijk groot [liefde]vuur zijn, veel groter dan het vuur dat Mozes zag in de braambos – nee, veel groter dan het vuur van de hel!

Omdat God de wereld op deze manier Zijn liefde verklaart – wie zou dan nog wanhopen? Deze liefde is weergaloos en gaat alle verstand te boven. Mijn woorden schieten te kort! Ik kan er niet zó uitvoerig over spreken en het niet zó rijk verkondigen als het in werkelijkheid en waarheid is.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, vgl. WA 36, S. 180 ff, weergave: Die Haus-Postille nach Georg Rörer, W(2) 13b, S. 2086 § 5

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.comen of van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Voortdurende liefde en zorg voor bestaande gemeente(n)…

Pastorale zorg

Het karakter van de brieven van Paulus [1]

Driekwart van het Nieuwe Testament bestaat uit brieven. Het leeuwendeel daarvan is geschreven door Paulus, de apostel die stad en land heeft afgereisd met het evangelie, steeds verder en verder. Maar wat we in de beschrijving van zijn reizen door Lukas in De Handelingen der Apostelen ook opmerken is dit: Telkens en telkens weer is de zendeling teruggekeerd naar de gemeenten die door zijn prediking waren ontstaan. Het valt direct al op bij zijn eerste reis. Hij begaf zich in Klein Azië in oostelijke richting en had zo kunnen doorreizen via zijn geboortestreek naar zijn uitgangspunt Antiochie. Maar wat deed hij? Omkeren, terug naar de plaatsen waar hij geweest was en verdreven. Een grote omweg en niet zonder risico. Maar het was om de zielen van de discipelen te versterken en hen te vermanen te blijven bij het geloof.

En als ze zich opmaken voor een nieuwe reis, horen we hem tot Barnabas zeggen: Laten wij toch terugkeren tot onze broeders in iedere stad waar wij het woord des Heren verkondigd hebben, om te zien hoe het hun gaat. Dus eerst weer terug naar de gelovigen. Het liet de apostel niet los: Hoe gaat het met hen? Daarna wil hij wel verder, naar Efeze – een nieuw gebied. Als dat niet kan, komt Paulus in het binnenland terecht, bij de Galaten. Vandaar gaat het eerst naar Macedonië en Griekenland.

Efeze wordt het doel van de derde reis. Maar hoe reist hij daar dan heen? Niet langs de kortste weg, maar door de bovenlanden, eerst weer door het land van Galatië en Frygië, nu niet noodgedwongen, maar doelbewust, om al de discipelen te versterken? Paulus was er niet alleen op uit om discipelen te maken maar er ook op gericht hen te verzorgen. Nazorg, pastorale zorg. Zo zien we hem na jarenlange arbeid in Efeze ook weer terugkeren naar Macedonië en Achaje, Korinthe, waar hij, tussen zijn werk in Efeze door, ook al een keer extra was geweest. En hoe verloopt dan de terugreis, van Korinthe eerst naar Jeruzalem? Weer langs Thessalonika, Filippi, Troas, Efeze. De ‘oude’ gemeenten opnieuw bezoekend.

Een pionier was Paulus [2], een baanbreker, een fundamentlegger [3], maar intussen bleven de gemeenten hem een voortdurende zorg. Als hij, schrijvend naar Korinthe, al de moeiten van zijn reizen voor het evangelie opsomt, voegt hij eraan toe: En afgezien van al het andere, wat dagelijks op mij afkomt is de zorg voor alle gemeenten [4]. Daarbij waren zelfs gemeenten die niet door zijn direct toedoen waren ontstaan. Hij schreef naar Kolosse over de zware strijd die hij voerde voor hen en de gelovigen in Laodicea en voor allen die mij niet persoonlijk kennen. [5]

(Einde citaat)

[1] Inleidende gedeelte uit een toespraak gehouden door ds. J.D. Janse bij de opening van het nieuwe cursusjaar van het Neder­lands Gereformeerd Seminarie op 13 sept. 2002.

[2] Zie J. van Bruggen, Paulus, pionier voor de Messias van Israël, (‘NT (Kam­pen 2001).

[3] 1 Kor. 3,10 en zie ook Rom. 15,20-21.

[4] 2 Kor. 11,28 KBS.

[5] Kol. 2,1- eigen weergave.

Bron: “Met het oog op de gemeente – Lezen in het Nieuwe Testament” van ds. J.D. Janse (1932-2005).
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie

Welgedane en zelfvoldane schapen…

Een regelmatig voorkomende oorzaak van een op haar rug liggend schaap is eenvoudig dat het te vet is. Het is een algemeen bekend feit, dat te vette schapen noch de productiefste, noch de gezondste schapen zijn. En het zijn juist die vetzakken, die het meest met hun poten in de lucht komen te liggen. Hun gewicht maakt het zoveel moeilijker voor ze om weer vlug en gemakkelijk op de poten te komen.

Als we nu weer kijken naar het leven van een christen, dan worden we geconfronteerd met hetzelfde soort probleem. Dan zien we mannen en vrouwen die, doordat ze het aardig versierd hebben in zaken of in hun baan, vinden dat het hun goed gaat en dat ze „arrivé” zijn. Ze hebben een soort zelfverzekerdheid over zich, die op zich een gevaar inhoudt. Want als we het meest zeker zijn van onszelf, lopen we de meeste kans diep te vallen.

In zijn waarschuwing tot de Kerk in Openbaring 3 vers 17 wijst God er nadrukkelijk op, dat hoewel sommigen zichzelf rijk en welvarend vonden, zij in werkelijkheid in wanhopig gevaar verkeerden. Hetzelfde werd door Jezus gezegd in de gelijkenis van de rijke boer, die van plan was om nog grotere schuren te bouwen, maar die in werkelijkheid stierf voor hij zijn plan kon volvoeren.

Materieel succes is nog geen maatstaf voor geestelijke gezondheid. Ook is uiterlijke welvaart geen bewijs, dat God het goed met ons voor heeft. Het is heel goed voor ons, dat de Herder van onze zielen dwars door deze vernisjes heen ziet en zijn maatregelen neemt om de zaken weer recht te trekken.

Hij kan ons best wel eens als een soort dieet, een stukje vorming opleggen, dat wij aanvankelijk rauw en onprettig zullen vinden. Maar dan moeten we onszelf opnieuw voor ogen houden, dat het allemaal gebeurt in ons belang, omdat Hij ons liefheeft en omdat Hij het aan zijn grote reputatie als de Goede Herder verplicht is. In Hebreeën 12 lezen we hoe God hen die Hij liefheeft, kastijdt. (1) Op het ogenblik zelf moge het een harde maatregel schijnen, maar de zin ervan is dat het een leven van rust en vrede voortbrengt, vrij van het knagende gevoel te zijn neergeworpen als een hulpeloos schaap.

(1) Kastijden:  iemand tuchtigen/straffen uit liefde met een opvoedkundig doel, wetende dat hij beter af is met deze opvoedkundige maatregel dan zonder.

4 Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde, 5 en jullie hebben de vermaning (onderwijs) vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging van de Heren niet gering, en verslap niet, als je door Hem bestraft wordt, 6 want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. 7 Als tuchtiging hebben jullie dit te dragen: God behandelt jullie als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? 8 Blijft jullie echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijn jullie bastaards, en geen zonen.
(…)
11 Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart (verdriet) te brengen, maar later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid. (Uit Hebreeën 12)

Bron: Hoe een herder Psalm 23 ziet – Philip Keller: woonde jarenlang tussen eenvoudige herders in Oost Afrika, daarnaast acht jaar eigen ervaring als schapenfokker en later werkzaam als predikant en herder van “zijn (mensen)kudde”.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Aangevochten vanwege de uitverkiezing…

Onderstaande vervolg op: Twijfelen aan je uitverkiezing en wedergeboorte…

Toen Luther de Bijbel uit de oorspronkelijke talen in het Duits vertaalde, schreef hij ook vaak een woord-vooraf als korte verklaring bij een door hem vertaald Bijbelboek. Het hier volgende citaat is een deel van het relatief uitgebreide voorwoord bij de brief van Paulus aan de Romeinen:

“In de hoofdstukken negen, tien en elf [van de brief aan de Romeinen] onderwijst Paulus ons over de eeuwige verkiezing van God. Namelijk: waaruit deze [verkiezing] oorspronkelijk voortvloeit, wie zal geloven of niet zal geloven – wie van zonden verlost [kan worden] of niet verlost kan worden – zodat het volledig uit onze handen is genomen en het alleen in Gods hand ligt of wij rechtvaardig worden.

Dit is dan ook uitermate noodzakelijk! Want wij zijn zo krachteloos en onbestendig, dat als het van ons zou afhangen, er zeker geen mens zalig werd. De duivel zou zeker alle mensen overweldigen. Maar omdat God zo getrouw is dat Zijn verkiezing niet faalt of dat iemand die kan verhinderen, daarom hebben wij nog hoop tegen de zonde.

Maar nu moeten wij eerst de mond stoppen van die opstandige en waanwijze geesten, die eerst bij hun verstand te rade gaan en boven [in de hemel] beginnen om de diepte van de Goddelijke verkiezing te doorgronden, en zich [op deze manier] tevergeefs kwellen om er achter te komen of zij uitverkoren zijn! Ja, die moeten dan door hun eigen toedoen neerstorten! Óf ze vervallen tot wanhoop, óf ze worden helemaal onverschillig.

Daarom, houd je aan de volgorde van deze brief: bekommer je in de eerste plaats over Christus en het evangelie, namelijk, dat je vóór alle dingen kennis van je zonde en kennis van Gods genade hebt. Daarna, dat je tegen de zonden strijdt, zoals het eerste tot het achtste hoofdstuk je hebben geleerd. Als je hierna tot aan het achtste hoofdstuk bent gekomen, onder kruis en lijden, dan zal je in hoofdstuk negen tot elf op de juiste manier leren hoe vol troost de eeuwige verkiezing is.

Want zonder lijden, kruis en doodsangsten kan je de verkiezing niet overdenken zonder schade en verborgen opstand tegen God. Daarom moet de oude-Adam eerst wel volkomen dood zijn, voordat hij zoiets kan verdragen en deze sterke wijn kan drinken. Daarom, pas er voor op dat je niet van deze wijn drinkt als je nog maar een zuigeling bent. Er is een zekere maat, tijd en leeftijd voor ieder leerstuk.”

Maarten Luther: Das Neue Testament 1522 / Aus der Bibel 1546. Vorrede auf die Epistel Pauli an die Römer, vgl. WADB 7, 22, 26 – 25, 10
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van het e-mailadres info@maartenluther.com en/of van website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Sabbatsleven en feestdagen…

(…) 3 u bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in het hart van mensen. (Uit 2 Korintiërs 3)

3 Bent u zo dwaas? U die met de Geest begonnen bent, gaat u nu eindigen met het vlees?
(…) 9 en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?  10 U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren? 11 Ik vrees dat al mijn inspanningen voor u tevergeefs zijn geweest. (Uit Galaten 4)

De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; (Psalm 19 : 8)

(…) De Wet is de ‘aanwijzing’ van de Schepper, waarmee Hij de mens niet alleen herinnert aan zijn scheppingsoorsprong, maar hem daar ook weer mee in aanraking brengt. Het Hebreeuws maakt dat duidelijk. Er staat “De Wet is volmaakt, zij ‘verfrist’ de ziel”.

Letterlijk staat er: zij zorgt ervoor dat de mens ‘sabbath kan houden’.

De sabbath is de zevende dag, de dag waarop God rustte van Zijn werk en zag dat alles goed was.

Op de sabbath liet God ook de mens rusten en liet Hij hem zijn nabijheid ondervinden. Hij sprak met hem. In de Wet roept God de mens, die afgedwaald is, opnieuw tot zich. Zo brengt Hij hem terug naar de scheppingsoorsprong, zodat hij het paradijselijke van zijn nabijheid weer kan ondervinden. Zo komt de mens weer op krachten. De ziel herstelt zich, zoals dat iemand overkomen kan tijdens een vakantie. De verkwikking leidt ertoe dat de wil wordt aangesproken en zij met nieuwe kracht God wil dienen. Veelzeggend is dat ook in Psalm 23 het woord ‘sabbath’ gebruikt wordt, wanneer de dichter zegt dat God hem als een herder aan grazige weiden voert en zijn ziel ‘verkwikt’.

In het licht van de Wet ziet de psalmist dat hij niet volmaakt is. Hij is nog niet tot volmaaktheid gekomen. Daarom bidt hij God om hem te behoeden voor de zonde van de hoogmoed. Alleen door te luisteren en zich te laten gezeggen kan hij tot zijn bestemming komen, dat wil zeggen tot het doel waartoe God de mens schiep. ‘Laten mijn mond en mijn binnenste overdenking voor U aangenaam zijn.’ De schepping, maar vooral de Wet hebben hem tot het zien en loven van Gods glorie gebracht. In het licht daarvan ziet hij zichzelf, kent hij zijn bestemming en beseft hij dat hij voor het bereiken daarvan op God is aangewezen, die hem ook innerlijk rein moet maken, zoals de Wet rein is. (1)
(…)

1 Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. 2 De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. 3 Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. 4 Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. 5 De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. 6 Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God.

7 Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf.
8 Zolang wij leven, leven we voor de Heer;
en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer.
Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.
9 Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen
om te heersen over de doden en de levenden.

10 Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11 want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12 Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. (Uit Romeinen 14)

(1) Bron: Ecclesia – “Psalm 18 in de LXX (Psalm 19 in NBG)”, uit nr. 17 – augustus 2016

Zie eventueel ook nog deze webpagina: Zondag ipv Sabbat?

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Kern van de Evangelieboodschap…

Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas (Petrus) en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10 Alleen dankzij Zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11 Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen. (Uit 1 Korintiërs 15)

(…) Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. 17 Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ 18 Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. (1) 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest. (Uit 2 Petrus 1)

(1) Dat is de beloning (genade!) die ons geschonken wordt wanneer we gelovig, geduldig en eerbiedig blijven(!) omgaan met wat ons in en met heel Gods Woord gegeven is (zie o.a. Lukas 24 : 13-53).
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Noach’s geloofsgehoorzaamheid…

7 Door het geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat (geloof) heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der gerechtigheid, die aan het geloof beantwoordt. (Uit Hebreeën 11)

De Heere maakt Noach deelgenoot van Zijn plannen. Hij luidt het einde in van de mensheid. De Heere maakt er geen geheim van. Nu gaat het gebeuren. Groot is Zijn geduld geweest. Jarenlang heeft Hij alles aangezien. Maar het gaat van kwaad tot erger. Het kwaad is nu ten volle besloten. Maar het wordt duidelijk dat de Heere met deze mededeling een duidelijke bedoeling heeft. De aankondiging van het komende gericht is de inleiding en achtergrond van Gods reddingsplan en opdracht aan Noach.

Die opdracht luidt: maak u een ark van goferhout!
De profeet wordt geroepen tot timmerman-scheepsbouwer!

Wat een vreemd bevel, dat Noachs denken moet verward hebben. Maar het bevel is te duidelijk om niet gehoorzaamd en afgewezen te worden. Moet ik dat doen, Heere? Hoe kunt U dat van mij vragen? Wat zullen de mensen wel zeggen? U kunt wel privé tegen mij spreken, maar ik kan niet in m’n huis een ark bouwen. Dat moet op een scheepswerf gebeuren en dat zal publieke belangstelling trekken en publiek commentaar opleveren.

Als Noach geleefd had bij de dingen, die hij zag en waar hij dagelijks mee geconfronteerd werd, als hij alleen gelet had op de ontwikkeling van cultuur en techniek in zijn dagen, dan had hij nee gezegd, of misschien aarzelend ja gezegd, maar nee gedaan.

Maar Noach leefde uit een andere werkelijkheid, die niet gezien kan worden, die niet kan worden bewezen en beargumenteerd. Hij leefde uit Gods werkelijkheid. Daarom heeft hij door het geloof aan Gods opdracht gehoor gegeven. Om die reden heeft hij een plaats in de beeldengalerij van het geloof in Hebreeën 11.

Daar neemt hij zijn plaats met ere in. In zijn leven kwam uit wat geloof is: leven uit dingen die men niet ziet, wetende dat die dingen eens zullen worden gezien en vervuld.

Bron:  Noach, profeet in twee werelden – Ds. J.H. Velema – Houten, Den Hertog (1991)

1 Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. 2 Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof… (Uit Hebreeën 11)

Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. (Openbaring 3:21)

Deze woorden van de levende Christus aan de christenen in Laodicea volgen op een intense oproep tot bekering: ‘Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.’ Jezus zelf klopt hier aan de deur. En juist omdat hij het zelf is die ons aankijkt en aanspreekt en aanraakt, kan hij er direct die beloftevolle woorden op laten volgen: we mogen overwinnen, net als Hij, en bij Hem op de troon zitten, bij de Zoon die samen met zijn Vader op de troon zit. Dichtbij de Zoon is dichtbij de Vader. Ga je mee de overwinning tegemoet? (Uit “Verbonden met de Vader” op tijdmetJezus.nl, overdenkingen van Jos Douma)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Noach en het grote thema van zijn prediking…

Noach, de prediker van de gerechtigheid (Uit 2 Petrus 2 : 5)
*

Het thema van Gods gerechtigheid is het grote thema van Noachs prediking geweest jarenlang. Zo kende men hem, zo bleef hij bekend staan en zo wordt hij door Petrus getekend. Dit thema is een hem door God gegeven thema.
Noach heeft dit thema niet zelfbedacht. Het ontsproot niet aan zijn eigen gelovige of theologische fantasie. Het thema vloeide rechtstreeks voort uit zijn wandel met God en was vrucht van Gods eigen instructie, hem privé gegeven.
Het is een door en door Bijbels thema. En tegelijk is het het actuele thema zolang de wereld bestaat.

Er zijn twee wegen. Er is tweeërlei leven; tweeërlei uitgangspunt; tweeërlei uitkomst en toekomst. Dat is een door en door Bijbels thema, dat God Zelf telkens weer aan de orde stelt. Waar dat thema wordt vergeten of genegeerd, wordt aan Gods Woord geen recht gedaan en daar worden mensen misleid. Het is niet zonder reden dat prediking genoemd mag worden bediening van de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen. Door de rechte prediking gaat het Koninkrijk open voor hem, die gelooft, en het gaat dicht voor hem, die niet gelooft en zich niet bekeert.

Dat Bijbelse thema stelt Noach aan de orde. Zijn tijdgenoten hebben het geweten, of ze het geloofden of niet – Noach hamerde op dit thema. Het is oeroud en gloeiend actueel tot in onze tijd toe. Het is tegelijk een indringend thema.
Noach heeft op deze wijze het verdoemelijke karakter van de wereld aangetoond. Hij ging tegen de heersende mening in. Wie dit thema aan de orde stelt, stelt een antithetisch thema aan de orde. En hoe scherper dat gebeurt, hoe indringender de boodschap wordt en hoe meer de verantwoordelijkheid van de hoorders wordt onderstreept: Dat is profetische prediking.

Geen prediking dus die zonder meer het oordeel aankondigt en de ondergang profeteert. Valse profetie wil van geen oordeel weten. Valse profeten prediken vrede, vrede en geen gevaar’. Ze verkondigen altijd heil, altijd het goede, zoals de mensen het graag willen hebben. Maar ware profetie verkondigt het heil, de redding, de hoopvolle toekomst in de weg van bekering; ook in de weg van afbraak van alles wat van ons is en tot deze god-loze wereld behoort:  Zo heeft Noach gepredikt.

Bron:  Noach, profeet in twee werelden – Ds. J.H. Velema – Houten, Den Hertog (1991)

(…) 5 Ze gaan er dan willens en wetens aan voorbij dat er in het begin al eens een hemel is geweest en een aarde die door Gods woord gevormd was uit water en door middel van water, 6 en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld. 7 Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur.
8 Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. (Uit 2 Petrus 3)

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Noach’s levensinstelling en die van ons(?)…

Noach, de prediker van de gerechtigheid (Uit 2 Petrus 2 : 5)

Noach beoordeelde de wereld van zijn dagen naar Gods normen en niet naar de maatstaven van zijn tijd. Had hij dat gedaan, dan zou hij met de mensheid zijn ten onder gegaan en had hij niet rechtvaardig kunnen worden genoemd, laat staan een prediker der gerechtigheid kunnen worden.
Noach heeft de juiste levensinstelling gevonden allereerst tegenover God, maar dan ook tegenover zijn medemensen. Wie niet recht staat tegenover God, kan ook niet recht staan tegenover zijn medemensen.
Wie zelf de zonde dient, de zonde aan de hand houdt en niet dagelijks strijdt tegen de zonde, ook tegen de boezemzonde van zijn leven, kan zich niet stoten aan de zonde van zijn naaste, laat staan hem dringend vermanen met de zonde te breken.

Elk mens heeft een binnenkant en een buitenkant.

Wie naar de binnenkant niet goed staat tegenover zichzelf en zichzelf bedriegt, kan niet goed staan naar de buitenkant. De ernst van de binnenkant weerspiegelt zich aan de buitenkant. Maar wie ernstig wil zijn naar de buitenkant zonder ernstig te zijn naar de binnenkant, levert schijngevechten en boekt geen overwinningen.
Noach was rechtvaardig naar de binnen- en daarom ook oprecht naar de buitenkant.
Hij kende de eenheid van het leven. Noach kon profeet in twee werelden zijn omdat hij niet in twee werelden tegelijk leefde. Hij leefde in de oude wereld rechtvaardig; daarom kon de Heere hem de nieuwe wereld doen binnentreden.

Rechtvaardig zijn in een onrechtvaardige wereld, leven als rechtvaardige te midden van onrechtvaardigen, betekent tegenover die wereld te staan, dag in dag uit. Het kost een dagelijkse strijd om niet beïnvloed te worden door de hele structuur van de tijd. Noach heeft het volgehouden. Daarom kon deze rechtvaardige tot diep in het Nieuwe Testament toe prediker der gerechtigheid genoemd worden.

Bron:  Noach, profeet in twee werelden – Ds. J.H. Velema – Houten, Den Hertog (1991)
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie