Added value… (I)

“Ethiek staat of valt met het besef dat gelovigen in Christus Jezus zijn en goede werken doen die God van tevoren heeft bereid om daarin te wandelen. „Luther zei eens: het is onmogelijk dat een mens niet blij wordt van het afzien van zichzelf en het zien op de Heere.”” (1)

8 Bij God is mijn redding en eer,
mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God.
9 Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart,
God is onze schuilplaats. sela

10 Niets dan lucht zijn de kinderen van Adam,
niets dan een leugen de mensenkinderen,
in de weegschaal gaan zij omhoog,
samen zijn zij lichter dan lucht.

11 Vertrouw niet op geweld,
op iets vluchtigs als geroofd bezit,
ook al groeien geld en goed,
houd je hart ervan vrij.

12 Eenmaal heeft God gesproken,
tweemaal heb ik het gehoord:
‘De macht is aan God.’
13 Bij u, Heer, is ontferming,
u beloont ieder mens
naar zijn daden.

(Uit Psalm 62, NBV)

(1) Woorden gesproken door hoogleraar prof. dr. G. C. den Hertog, woensdagmiddag 12 oktober 2016, nadat hem “op de meest eervolle wijze” emeritaat was verleend tijdens de kerkvergadering van de generale synode (CGK, TU-Apeldoorn) – (bron: RD-Online).

Zie evt. ook: Added value…(II)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Politiek | Plaats een reactie

Of God het gebed van rechtvaardigen verhoren wil?!

32 Abraham zei: ‘Ik hoop dat u niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal ik haar niet verwoesten omwille van die tien.’ (Uit Genesis 18)

16 Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan. 17 Toen zei een van hen: ‘Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.’ 18 Maar Lot antwoordde: ‘Nee, dat niet, mijn heer! 19 U hebt het beste met uw dienaar voor, u bewijst mij een grote weldaad door mij in leven te laten. Maar ik kan onmogelijk naar de bergen ontkomen, het onheil zou mij inhalen en ik zou alsnog sterven. 20 Dat stadje daar is dichtbij, dat zou ik kunnen halen. Geef mij de kans om daarheen te vluchten, dat zou mijn redding kunnen zijn; het is maar een onbeduidend stadje.’ 21 Hij kreeg ten antwoord: ‘Ook in dit opzicht zal ik u ter wille zijn: het stadje dat u bedoelt zal ik niet wegvagen. 22 Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan ik niets doen.’ Zo kreeg die stad de naam Soar. (Uit Genesis 18)

 Bron: debijbel.nl

Opgemerkt: God had Zijn engelen al vooruit gestuurd om de rechtvaardige(n) te redden voordat Abraham was begonnen te spreken…

Een arme riep in nood.
De HEERE hoorde naar zijn stem,
God, die in al zijn angsten hem
uitzicht en redding bood.
Rondom Gods knechten staat
des HEEREN engel als een wacht.
Hij weert des vijands overmacht
en redt hen van het kwaad.

(Psalm 34 vers 3 Nieuwe Berijming)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Waarom het spreken van Gods Woord over de hel (ook) serieus valt te nemen…

Vanwege onze zonden

10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. 11 Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar. (1)
(Uit 2 Korintiërs 5)

‘Die Zich Zelf heeft overgegeven voor onze zonden’ (Galaten 1:4, weergave DB 1545).

(…) Vraagt u: door welk middel wij van onze zonden verlost moeten worden? Dan antwoordt Paulus: ‘De Man, Jezus Christus, Zoon van God, heeft Zichzelf voor ons overgegeven’ (vgl. Galaten 1:4). Deze voortreffelijke en vertroostende woorden zijn ook al gesproken in het Oude Testament: namelijk, dat onze zonden op geen andere manier weggenomen kunnen worden dan door de dood van de Zoon van God, Die Zichzelf heeft overgegeven (vgl. o.a. Jesaja 53:5).

Alleen door zulke machtige woorden kan het pausdom, tezamen met alle andere godsdiensten en religies, die op werken en verdiensten gegrond zijn, neergeworpen worden. Want als wij zelf voor onze zonden zouden kunnen betalen, waarom zou het dan nodig zijn geweest dat Gods Zoon daarvoor werd overgegeven? Omdat Hij echter voor de zonde werd overgegeven, zullen wij onze zonden niet door onze werken kunnen vereffenen. Hieruit volgt: onze zonden zijn zo groot, oneindig en onoverwinlijk dat het voor de hele wereld onmogelijk is ook maar voor één zonde te betalen.

Het is juist de hoogte van de prijs, namelijk het bloed van de Zoon van God, dat ons voldoende duidelijk maakt dat wij voor de zonde geen genoegdoening kunnen verschaffen en de zonde niet meester kunnen worden. De kracht en de macht van de zonde wordt bijzonder goed aangetoond door de woorden: ‘Die Zichzelf heeft overgegeven voor onze zonden’ (vgl. Galaten 1:4).

Wij geven weinig om de zonde en minachten die als een nietig ding. Ja, ook als het geweten ons aanklaagt, denken wij nog dat de zonde nooit zo groot is of wij kunnen die wel door een of ander werk of door verdienste goedmaken.

Als wij echter letten op de onmetelijke grootte van de voor de zonde betaalde prijs, dan zal blijken dat de kracht en macht van de zonde zo groot zijn, dat geen werk van enig mens tot betaling van de zonde voldoende is. Het was nodig dat de Zoon van God voor de zonde werd overgegeven.

Wie daar goed over nadenkt, begrijpt dat het woord ‘zonde’ de eeuwige toorn van God en het gehele rijk van de satan omvat en dat de zonde geen lichte zaak is.

Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas Commentarius, (1531) 1535, vgl. WA 40.1, 83, 23 – 84, 24

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van het e-mailadres info@maartenluther.com en van de website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(1) Paulus waarschuwt de mensen met en uit liefde met het oog op hun (en ons aller) welzijn en behoud, het is geen bangmakerij.

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Rijke beloning…

8 De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar,  zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. (…)
12 Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning. (Uit Psalm 19)

We ontvangen deze rijke beloning wanneer we ons eerbiedig laten leiden door de Heilige Geest, die ons geschonken is, die in ons werkt en door Wiens werk wij ook dagelijks eerbiedig bidden om Zijn kracht en bijstand om ons in alles de liefde en de gehoorzaamheid van onze Heer Jezus Christus te geven, en we doen dat m.n. door het bidden om het “dagelijks Brood” in het Onze Vader gebed.

We kunnen dit vragen om de bijstand van de Heilige Geest ook op een bijzondere manier bidden in navolging van (en in zekere zin ook nu nog en weer samen met) ons voorgeslacht door het eerbiedig lezen, overdenken en zingen van de volgende twee Psalmverzen uit de Oude berijming van de volgende twee Psalmen (Voor het zingen ervan kan gebruik worden gemaakt van de instrumentale opname van Psalm 119 hieronder):

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest!
Mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken!
‘k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
Dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
Wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest,
Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

(Psalm 119 : 3, OB)

HEERE, maak mij Uwe wegen,
Door Uw woord en Geest bekend;
Leer mij, hoe die zijn gelegen,
En waarheen G’ Uw treden wendt,
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJv’rig mij Uw wet betrachten;
Want Gij zijt mijn heil, o HEER,
‘k Blijf U al den dag verwachten. 

(Psalm 25 : 2, OB)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Omdat ik (…) deel heb aan Zijn zalving… (I)

Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus ben en daardoor deel heb aan zijn zalving; opdat ik met een vrij en goed geweten in dit leven tegen de zonde en de duivel strijd… (1)

Hier komen we tot het derde ambt van de christenen: ons koningschap. Het eerste aspect dat genoemd wordt, is wat we kunnen omschrijven als de strijder-koning. Wij zijn gezalfd, dat wil zeggen: wij hebben de Heilige Geest ontvangen, om als koningen op te treden. Eens zullen wij met Christus regeren tot in alle eeuwigheid (Openb. 20:4, 6; 22:5). Maar vandaag de dag moeten wij, voor zover het ons gegeven is, ‘regeren’ over de machten in ons leven: zonde en dood. ‘Ik heb u geschreven, jongelingen,’ zegt Johannes, ‘omdat u sterk bent en het woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt’ (1 Joh. 2:14). ‘Doet de hele wapenrusting van God aan,’ zegt Paulus, ‘om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten’ (Ef. 6:11-12). Hier gaat het om het ene koninkrijk tegen het andere: het koninkrijk van Satan tegen het Koninkrijk van God (Mat. 12:25-28).

De idee van de strijder-koning komt ook uit in Paulus’ woord tot Timotheüs: ‘Strijd de goede strijd van het geloof; grijp het eeuwige leven, waartoe je geroepen bent en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen. Ik beveel je voor God die alles in leven houdt, en voor Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, datje dit gebod onbesmet en onberispelijk bewaart tot op de verschijning van onze Heer Jezus Christus, die de gelukkige en enige Heerser, de Koning der koningen en Heere der heren op zijn eigen tijd zal vertonen’ (1 Tim. 6:12-15). Wat was die ‘goede belijdenis’ die Christus tegenover Pilatus heeft afgelegd? Over zijn Koninkrijk! Jezus zei: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden mijn dienaars hebben gestreden, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; maar nu is mijn Koninkrijk niet van hier’ (Joh. 18:36). Het Romeinse Rijk was aards en stoffelijk, Jezus’ Rijk is hemels en geestelijk. De Romeinen streden met aardse wapens, Jezus’ volgelingen zijn strijder-koningen die vechten met geestelijke wapens (Rom. 13:12; 2 Kor. 6:7; 10:3-4). In de kracht van God zijn zij ‘meer dan overwinnaars’ (Rom. 8:37).

(1) Heidelbergse Catechismus, Zondag 12, vraag en antwoord 32.

Bron: “Dankbaar onderweg – dagboek bij de Heidelbergse Catechismus”, Willem J. Ouweneel.
Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

De zegen van het “sabbatsmanna”

4 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uit gaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef: ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden. 5 Op de zesde dag moeten ze tweemaal zo veel verzamelen en klaarmaken als op de andere dagen.’ (Uit Exodus 16)

“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.” (Exodus 20:8-11)

“Gij dan, spreek tot de Israëlieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat Ik de Here ben, die u heilig.” (Exodus 31:13).

Als teken van het verbond staat de sabbat symbool voor het gehele verbond van Mozes. Net zoals de regenboog het teken is van het verbond met Noach (Genesis 9:12) en zoals de besnijdenis het teken is van het verbond met Abraham (Genesis 17:11). De wekelijkse onderhouding van de sabbat moest het volk er telkens aan herinneren dat ze een door God geheiligd (apart gezet) volk waren.

Voor het volk Israel was het verplicht houden van de sabbat iets nieuws, waar ze aan moesten wennen. We komen de sabbat voor het eerst in de Bijbel tegen in het verhaal over het manna (Exodus 16). God bereidde daar de Israëlieten al voor op het komende sabbatgebod, door de opdracht om op de zesde dag een dubbel deel manna te verzamelen, dat op wonderbare wijze deze keer niet zou bederven.

Wat we uit bovenstaande kunnen afleiden en leren, dat is het volgende:

  • Het volk behoefde op de zevende dag zich niet in te spannen voor het verzamelen van het manna en het bereiden van een maaltijd daarvan.
  • Alle leden van het gezin en ook anderen (familie, slaven en slavinnen, vreemdelingen) konden met elkaar in alle rust genieten van samenzijn en het nuttigen van een maaltijd.
  • Het gezamenlijke van de maaltijden op de sabbat en de rust van de sabbat zullen de voedzaamheid van de sabbatsmaaltijden (de benutting ervan door het lichaam) sterk hebben bevorderd. Het is algemeen bekend dat het lichaam wanneer het rust krijgt voor en na de maaltijd, dat dit de spijsvertering zeer bevordert en waardoor ook de voedingsstoffen beter worden opgenomen in het bloed en zo meer ten nutte komt aan alle delen/organen van het lichaam.

Pas bovengenoemde voordelen nu eens toe op het houden en bewaren van een rustige zondag:

  • Een zondag waarop wij zo veel mogelijk eigen werkzaamheden (zeker ook die van/op godsdienstig/kerkelijk terrein) laten rusten en ons rustig voorbereiden op het samen met anderen ontvangen en nuttigen van het “hemelse manna” dat voor ons als maaltijd bereid is.
  • Een dag waarbij we ook rondom de maaltijden zorgen voor voldoende rust voor het “verteren en opnemen” van het “genuttigde hemelse manna”, bijvoorbeeld door het zorgen voor rustige gezelligheid in onze gezinnen of door andere vormen van rustig samenzijn met elkaar en met vrienden en/of kennissen én vreemdelingen?!…

4 Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!
5 Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.
6 Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.
7 U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.
8 U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.
9 U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.
(Uit Deuteronomium 6)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Waarom zou/zal een christen bidden?!

13 Wanneer jullie dan, hoewel jullie slecht zijn, goede gaven weet te geven aan jullie kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden? (Uit Lucas 11)

Omdat de Heilige Geest deze heerlijke en grote dingen in ons zal werken, is het verder heel belangrijk dat we ook leren hoe wij tot deze gaven kunnen komen en de Heilige Geest kunnen verkrijgen. Namelijk hoe Hij de gaven ook in ons wil werken en wij door Hem geheiligd en gezaligd worden. Daarover onderwijst onze lieve Heere Jezus Christus ons Zelf als Hij zegt: ‘Als u dan, die verkeerd bent, uw kinderen goede gaven geeft, hoeveel meer zal de Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan hen die Hem daarom bidden (Lukas 11:13). Вij deze tekst moet u goed opletten dat God alleen de Heilige Geest geeft door het gebed, en Hem geeft aan hen die daarom bidden – die naar deze gaven verlangen en deze ook graag willen ontvangen (vgl. Handelingen 1:8-14). Daarom, als uw hart zich nu opent, en u denkt: ‘Ach God, geef mij ook de Heilige Geest’ en in zulke gedachten en gebeden blijft aanhouden en niet twijfelt, dan is dat de kortste en beste weg om de Heilige Geest te ontvangen.

Want Christus leert Zelf dat u dit moet doen en de hemelse Vader moet bidden, Nu moet dit gebed echter, evenals alle andere gebeden, gedaan worden in de Naam van Jezus (1), zodat wij bidden dat God ons omwille van Christus, Zijn Zoon en onze Verlosser, deze gaven wil schenken. Daarbij hebben wij een zeer groot voorrecht, namelijk dat Christus juist om deze reden tot de Vader is gegaan en naar de hemel is opgevaren, opdat Hij deze gaven van de Vader zou ontvangen en tot ons zou zenden. Daarom kunnen wij zonder twijfelen bidden. Want er is niet alleen het bevel en de belofte dat we om de Heilige Geest moeten en mogen bidden, maar het is ook de wil van God dit gebed te verhoren. Christus zit dáárom aan de rechterhand van de Vader, om ons deze gaven te doen toekomen. Want Hij heeft deze gaven ook dáárom van de Vader ontvangen. Zoals in de psalm staat: niet voor Zichzelf, maar voor de mensen, opdat Hij gaven zou uitdelen aan ongehoorzamen (vgl. Psalm 68:19).

Onze verzuchting: ‘Ach God, geef mij ook de Heilige Geest’…

Ons (dagelijks) bidden hierom en hierbij:

Onze Vader in de hemel
(1)…zo roepen wij U aan in de Naam van Jezus Christus onze Here en Heiland
(…)
Geef ons heden ons dagelijks Brood
…want wij willen door Uw Heilige Geest, Christus en Zijn gehoorzaamheid ontvangen!

U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd,
U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen,
ja, ook aan opstandigen: om bij U te wonen, HEERE God!
(Psalm 68 : 19)

Maarten Luther: Hauspostille, 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52, 318,18-319,3

Bron: Het dagboek ‘Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus’, uitgegeven bij Den Hertog – Houten: ISBN 978 90 331 2740 3

Zie ook:

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Keer u af van uw huidige leven(sstijl)…

Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden. (Handelingen 2:38)

De mensen die hebben geluisterd naar de Pinkstertoespraak van Petrus hebben een diepgaande vraag gesteld: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’ Petrus geeft een helder antwoord. En met dat antwoord presenteert hij, net als Jezus deed, de werkelijkheid van het koninkrijk van God op aarde. Want het gaat om bekering, een nieuwe visie, een veranderde kijk op het leven onder de hemel. Het huidige leven, waar we zelf centraal staan en God ons eventueel mag helpen, moeten we achter ons laten. Het nieuwe leven, waarin God centraal staat en hij ons in zijn plan wil inschakelen, mogen we omarmen. Deze realiteit wordt werkelijkheid door de heilige Geest. ‘Het koninkrijk is nabij!’

Onze verzuchting: Heer, geef me steeds opnieuw dat ik me afkeer van mijn eigen koninkrijk en me in uw Geest toekeer naar uw koninkrijk…

Ons (dagelijks) bidden hierom en hierbij:

Onze Vader in de hemel
…zo roepen wij U aan in geloof en vast vertrouwen
Uw Naam worde geheiligd

…ook in en door mijn leven(sstijl)
Uw koninkrijk kome
…en worde ook vandaag door mijn inspanning gediend
Uw wil geschiede
…en leer en laat mij mijn eigen wil verzaken
Geef ons (daarom!) heden ons dagelijks Brood (1)
…want ook ik wil (daartoe) Christus ontvangen door Uw Heilige Geest!

(1) Wanneer wij bij deze bede (om ons dagelijks Brood) niet alleen bidden met het oog op het ontvangen van Christus door de Heilige Geest, dan hebben we ons ook in ons bidden (nog) te bekeren! Want Onze Vader wil niet dat wij hem bidden om voedsel en kleding, want Hij weet wel dat wij dit nodig hebben (wanneer wij ons geven aan Zijn koninkrijk) en wil niet dat zijn kinderen zich dáár druk om/over maken en Hem dáárom vragen! (zie o.a. Matteüs 6 : 31-34)

Bron: www.tijdmetJezus.nl – meditatie van 04-10-2016 – Jos Douma. (2)

(2) Gedeelte over het Onze Vader aanvulling van AJ

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De Heilige Geest gegeven als onderpand aan al Gods kinderen!

‘Niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf. Leven wij, dan leven wij voor de Heere – sterven wij, dan sterven wij voor de Heere. Daarom, of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere’ (Romeinen 14:7-8, weergave DB 1545).

Als dit waar is, waarom vrezen wij dan zozeer voor de dood, die voor ons slechts een ingang is tot het eeuwige leven? Want zolang wij hier in dit sterfelijke lichaam wonen, zijn wij maar vreemdelingen in de herberg van de duivel. Zo spoedig wij echter uit dit leven gaan, varen wij op naar de hemel, naar ons eeuwig vaderland, waarnaar wij zonder ophouden met onze harten verlangen en uitkijken (vgl. 2 Korinthe 5:2).

Ja, wij zijn het eigendom van de Heere, dat is onze enige troost en hoogste vreugde. Wij hebben Hem tot Heere, Die van de Vader alle macht in hemel en op aarde heeft ontvangen. Alle dingen heeft Hij immers in Zijn hand gegeven. Wie zal en kan ons dan nu schade doen? De duivel kan zeer toornig zijn en ons bloedig in de hielen steken. Dat hij ons echter uit de hand van Christus rukt, zal hij wel laten.

Bovendien leven wij, die in Jezus Christus onze Heere geloven, onder Zijn beschutting en bescherming. In en door Hem zijn wij nu ook zelf heer over duivel, zonde en dood enzovoort. (1) Hij is immers om ons – om ons tot deze heerschappij te brengen – mens geworden, heeft voor ons tot de Vader gebeden, en ons ook zó liefgehad dat Hij voor ons een vloek is geworden. Hij heeft Zichzelf voor ons overgegeven, met Zijn dierbaar bloed gekocht, gewassen en gereinigd van alle zonden.

Idem: Hij heeft ons ook het onderpand van onze erfenis en zaligheid, de Heilige Geest, in ons hart gegeven, tot koningen en priesters voor God gemaakt. Om kort te zijn: Hij heeft ons tot kinderen en erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus gemaakt. Dat is zeker waar! O Heere, versterk ons geloof, zodat wij hieraan niet twijfelen! (2)

Maarten Luther: Bibel und Bucheinzeichnungen, vgl. WA 48, S. 205 (275.) en S. 206 (276.)

(1) 36 Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. (Uit Romeinen 8)
(2) Te vergelijken met Vraag en Antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus.

Opgemerkt: door samensteller van de Luthercitaten:

Het bovenstaande citaat is overgenomen uit het dagboek ‘Mijn enige troost’. Het aardige van dit ‘dagboek’ is dat er geen datums in staan, maar dat de Catechismus Zondagen op nummer gevolgd worden. Op die manier kan het dus ook wekelijks gelezen worden als voorbereiding op de Catechismus Zondag die in de kerk aan de beurt van behandelen is. Om een indruk te geven waar het in dit boek over gaat, geef ik een klein stukje weer uit de inleiding:

Toen in 1563 in Heidelberg de later wereldberoemde Catechismus uitkwam, was Luther al bijna twintig jaar overleden. Desondanks wordt in dit boek een poging gedaan om antwoord te geven op de vraag: Wat zou Luther van onze Heidelbergse Catechismus gevonden hebben? Jarenlang heb ik de geschriften van Luther gelezen en daarbij viel het mij op hoe uitvoerig deze reformator was over de thema’s die na zijn dood ook in de Heidelbergse Catechismus zouden worden behandeld. Hiervan wil ik graag iets aan anderen doorgeven. Uit de bijna 100.000 pagina’s Luthertekst die ons zijn overgeleverd, heb ik een selectie gemaakt voor dit themaboek. In dit boek wordt geen commentaar gegeven op Luthers theologie. De inhoud van dit boek is bedoeld om een idee te geven van wat Luther over de diverse onderwerpen uit de Catechismus heeft gezegd.
De 129 vragen in de 52 zondagsafdelingen van de Heidelbergse Catechismus vormden steeds de leidraad bij het maken van de keuzes. De selecties worden gepresenteerd in de vorm van een dagboek. Voor iedere week wordt een complete Zondag uit de Heidelberger toegelicht door per dag teksten uit Luthers werk aan te reiken. Zo komt Luther zelf bij alle vragen en antwoorden van de Catechismus aan het woord. …

Het dagboek ‘Mijn enige troost’ is uitgegeven bij Den Hertog – Houten: ISBN 978 90 331 2740 3

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden?! Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van de website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Israël zondag – Joodse messiasverwachting…

 Heer verhoor ons, op welke dag ook maar als wij U aanroepen.
Dit weet ik zeker: de HEER schenkt de overwinning aan Zijn gezalfde
(Uit Psalm 20 – naar vertaling in de LXX)

19 Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent!
20 Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men
dat Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’

‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg,
noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden.
22 Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel;
de redding komt immers van de Joden.
23 Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen,
dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in Geest en in Waarheid.
De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden,
24 want God is Geest, dus wie Hem aanbidt,
moet dat doen in Geest en in Waarheid.’
25 De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’
(dat betekent ‘gezalfde’),
‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.
’
26 Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, degene die met u spreekt.’

(Uit Johannes 4)

6 Jezus zei tegen hem:
Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven;
niemand komt tot de Vader dan door Mij.

7 Indien jullie Mij zouden (er)kennen,
zouden jullie ook mijn Vader gekend hebben.

Van nu aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.

(Uit Johannes 14)

Zie verder ook: Joodse Messiasverwachting en Psalm 19 LXX (Psalm 20)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie