Waarom we zullen vasten…

Het ware vasten

Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen. (Lukas 5:35)

Christenen, ik heb voorgenomen om naar aanleiding van deze tekstwoorden te preken over het vasten. Het valt ons op dat de mensen niet weten wat een waar vasten is, omdat zij het zo weinig beoefenen. Het bestaat niet alleen daarin, dat men zich onthoudt van eten en drinken, want Paulus zegt, dat de lichamelijke oefening tot weinig nut is. Het moet op een geestelijke wijze verstaan worden, zoals de profeet Jesaja zegt in hoofdstuk 58: ‘Zou het zulk een vasten zijn dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelt, dat hij zijn hoofd kromt gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreidt?

Zoudt gij dat een vasten noemen, en een dag de HEERE aangenaam?’ (vers 5). Het is alsof hij zeggen wil: Nee, beslist niet. Maar in het zesde en de volgende verzen zegt hij: ‘Dit is het vasten dat Ik verkies, dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid … dat gij de hongerige uw brood mededeelt, en de arme verdrevene in het huis brengt… dat gij de naakte kleedt.. dan zal uw licht voortbreken als de dageraad en uw genezing zal snel uitspruiten, en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achterhoede wezen … zo gij uw ziel opent voor de hongerige. (…)

Het moet zijn zoals de Heere zegt in Joël 2: ‘Bekeer u tot Mij met uw ganse (hele) hart… scheur uw hart en niet uw klederen, en bekeer u tot de HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwade. Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter Zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor de HEERE, uw God’(vers 12-14).

Dit is het ware vasten, als een ziel zich onthoudt van haar eigen lusten en begeerten. Als ze met geen woord daarover spreekt, maar dat ze zich verheugt in de Heere. (…) U moet dan ook uw hart zoeken te vernederen. U moet u onderzoeken, uw zonden belijden en daarover wenen en bedroefd zijn (1). U moet niet wanhopig worden, dat deugt nergens toe, maar tot de Heere gaan met gebeden en verzuchtingen, opdat Hij zich over u zal ontfermen en uw ziel genezen wordt. Dit is het waarover de Zaligmaker in deze tekst (over de Bruidegom) spreekt. (…)

Bron: Preek van J. van Lodenstein (1620-1677) – Uitgegeven in de Reveilserie van Stichting “Smytegelt-fonds”.

(1) “Buitengewoon blij ben ik trouwens met de vorig jaar verschenen uitgave van het Griekse Nieuwe Testament, werk van Erasmus. Daar lees je nog eens wat anders dan in de Vulgata! Neem alleen al het Latijnse woord ”poenitentia” dat de Vulgata voor boete gebruikt. In het Grieks, de grondtekst dus, blijkt daar ”metanoia” te staan. Terugvertaald naar het Latijn is dat niet ”poenitentia”, maar ”trans mentem”. De eigenlijke betekenis van boete is dus „verandering van gezindheid.” Dat is nogal een verschil.”” (Bron: Maarten Luther zoals sprekend ingevoerd in RD-artikel “Luther: Leer de Romeinenbrief uit het hoofd, woord voor woord” (RD-online, 27-10-2016)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Droefheid tot God…

10 Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg. (Uit 2 Korintiërs 7)

Door Luther behandelde tekst: Lukas 7:36-50 – uit een preek over een ‘zondige vrouw’ die tijdens een maaltijd zonder uitgenodigd te zijn in het huis van Simon de Farizeeër kwam. Zij stond achter de voeten van Jezus te wenen en maakte Zijn voeten nat met tranen. Daarna droogde zij Zijn voeten af met haar haar – kuste Zijn voeten en zalfde ze met kostbare zalf. Het citaat van vorige week over ‘berouw en bekering’ vormt met het hier volgende citaat één geheel:

“Dit is de goede boete: dat men in de zonde niet doorgaat, maar deze overdenkt en er verdriet over heeft – dáár zal ten slotte een nieuw leven moeten volgen. Want het is onmogelijk, wanneer het berouw goed in het hart zit en het u bedroefd maakt dat u tegen God gezondigd hebt, dat u zich in zulke zonden gewillig weer zult begeven. Zo’n berouw echter zal een mens voor zich niet kunnen maken wanneer het hém past. Het is het werk van de Heilige Geest dat Hij in ons begint door het Woord van God, dat eerst de zonde openbaart en daarna ook de straf der zonden aanwijst – de eeuwige dood.

Dit is geen straf om mee te spotten, maar dringt en drijft de ziel zó dat zij niet meer weet wat zij moet beginnen en van angst bijna geen adem meer kan halen. Vervolgens komt hier dat hartelijke wenen en de echte verandering van het hele leven van deze vrouw. Nu loopt zij geen jonge gezellen meer na en wenkt niet meer met haar ogen. Zij gebruikt nu haar haar niet meer om hoogmoed mee te bedrijven. Maar zij gedraagt zich nu zó dat men wel moet zien dat zij zich diep schaamt over haar vorige leven en zich wil beteren en bekeren.

Hier moeten wijzelf ook met de boete beginnen, niet zelfvoldaan zijn, maar ernstig en eerlijk onderzoek doen naar ons doen en laten. Wanneer wij in strijd met het Woord hebben geleefd, dan moeten wij daar dadelijk mee stoppen. Onze misdaad aan God belijden en bidden dat wij in het vervolg ons daarvoor wachten en ons beter mogen gedragen. Dat is het eerste dat wij van deze vrouw moeten leren – als wij tenminste willen beginnen om ware boete te doen. Echter, daarmee is de boete nog niet geëindigd, want daardoor worden uw zonden niet vergeven, ongeacht dat zij u verdriet doen.

Er moet nog iets anders bijkomen: namelijk dat u met deze vrouw tot de Heere Christus gaat en Hem om vergeving bidt. Ja, nóg meer, dat u ook een hartelijk vertrouwen in Hem hebt dat Hij uw zonden wil vergeven – zonder verdienste, uit pure genade. Dat is het goede stukje van de boete, waardoor de boete volkomen wordt en wij vergeving van zonden ontvangen – namelijk alleen door het geloof in Christus.”

Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52, 666, 36 – 667, 24

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden?! Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De zegen van Israël – niet zonder, maar met en door en voor deze wereld…

24 Dit zegt de HEER, je bevrijder,
die je al in de moederschoot heeft gevormd:
Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft,
de enige die de hemel heeft uitgespannen,
die zelf de aarde heeft uitgehamerd.
25 Die de tekenen van orakelpriesters verstoort
en waarzeggers ontmaskert,
die wijzen naar de achtergrond dringt
en hun kennis bespottelijk maakt,
26 die het woord van zijn dienaar bevestigt
en vervult wat zijn boden hebben voorzegd.
Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden,’
en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden,
en wat verwoest was, laat ik herrijzen.’
27 Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog!
Ik zal je waterstromen droogleggen.’
28 Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder,
alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer:
hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen
en voor de tempel de fundering te leggen.’
(…)
3 Ik zal je verborgen schatten schenken,
diep weggeborgen rijkdommen. (1)
Dan zul je weten dat ik de HEER ben,
de God van Israël, die jou bij je naam roept.
4 Omwille van mijn dienaar Jakob,
van Israël, dat ik heb uitgekozen,
heb ik je bij je naam geroepen
en je met een erenaam getooid,
ofschoon je me niet kende.
5 Ik ben de HEER, er is geen ander,
buiten mij is er geen god.
Ik heb je omgord met wapens,
ofschoon je me niet kende.
6 Zo zal iedereen, van oost tot west,
weten dat er niets is buiten mij.
Ik ben de HEER, er is geen ander
7 die het licht vormt en het donker schept,
die vrede maakt en onheil schept.
Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.

(Uit Jesaja 45-46)

Dan zullen wij niet van U wijken,
uw Naam zal op ons voorhoofd prijken,
uw Naam is ons als uw gelaat;
een sterrebeeld, een dageraad.
Laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

(Uit Psalm 80, berijmd, Liedboek van de kerken, 1973)

(1) Het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. (Romeinen 14:17)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Onze vragen over God’s beleid in onze levens en deze wereld…

9 Wee degene die de strijd aanbindt
met Hem door wie hij gevormd is –
een potscherf tussen de potscherven.
Zegt klei soms tegen wie hem vormt:
‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’
of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’
10 Wee degene die tegen zijn vader zegt:
‘Wat heb je verwekt?’ en tegen zijn moeder:
‘Wat hebben je barensweeën gebracht?’

11 Dit zegt de HEER, de Heilige van Israël,
die Israël gevormd heeft:
Wilden jullie mij ondervragen
over het lot van mijn kinderen,
of mij iets voorschrijven
omtrent het werk van mijn handen?
12 Ik ben het die de aarde maakte
en de mens op aarde schiep;
mijn handen hebben de hemel uitgespannen,
ik riep het sterrenleger tevoorschijn.
(…)
18 Dit zegt de HEER,
die de hemel geschapen heeft – hij is God! –,
die de aarde gemaakt en gevormd heeft
en die haar heeft gegrondvest –
niet als chaos schiep hij de aarde,
maar om te bewonen heeft hij haar gevormd:
Ik ben de HEER, er is geen ander.
19 Ik heb niet in het verborgene gesproken,
ergens in een duister oord,
ik heb Jakobs nageslacht niet gevraagd:
‘Zoek mij in de chaos.’
Nee, ik ben de HEER,
al wat ik zeg is rechtvaardig,
wat ik aankondig is waarachtig.
(…)
8 Neem dit ter harte, zondaars,
verman je, kom tot inkeer!
9 Denk terug aan alles wat eertijds is gebeurd.
Ik ben God, er is geen ander,
ik ben God, niemand is aan mij gelijk.
10 Die in het begin al het einde aankondigde
en lang tevoren wat nog gebeuren moest.
Die zegt: ‘Wat ik besluit, wordt van kracht,
en alles wat ik wil, breng ik ten uitvoer.’
(…)
11 Omwille van mijzelf doe ik dit, omwille van mijzelf,

want hoe zou mijn Naam ontwijd kunnen worden!
Ik deel mijn majesteit niet met een ander.

(Uit Jesaja 45-48)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Weg met de controle, leve de intrinsiek gemotiveerde mens…

(…) Zo zat aan het einde van de jaren negentig een kinderopvang in Haifa, Israël, met een probleem. Een kwart van de ouders kwam te laat, na sluitingstijd, de kinderen ophalen. Het gevolg: verdrietige kinderen en een begeleider die moest overwerken. En dus besloot de opvang, op advies van een paar economen, een boete in te stellen. Om precies te zijn: drie dollar voor iedere ouder die te laat kwam.

Het leek een slim plan: nu hadden de ouder immers twee redenen om op tijd te komen. Een morele én een financiële.

De boete werd afgekondigd en het aantal ouders dat te laat kwam ging… omhoog. Het duurde niet lang of een derde kwam pas na sluitingstijd opdagen. Nog een paar weken later was het maar liefst 40 procent. De verklaring was snel gevonden: de ouders waren de boete als een prijs gaan beschouwen. Ze voelden geen morele plicht meer om de kinderen op tijd op te halen. (…)

 Bron: De Correspondent – Weg met de controle, leve de intrinsiek gemotiveerde mens

 (…) 7 Moeten we nu vaststellen dat de wet hetzelfde is als de zonde? Absoluut niet. Ik ben me echter pas door de wet bewust geworden van de zonde. Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: ‘Zet uw zinnen niet op wat van een ander is.’ 8 Maar de zonde heeft van het gebod gebruikgemaakt om begeerten in mij op te wekken, want zonder de wet is de zonde krachteloos. 9 Eens leefde ik zonder de wet, maar door de komst van het gebod kwam de zonde tot leven 10 en daardoor stierf ik. Het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek juist tot mijn dood te leiden. 11 De zonde heeft gebruikgemaakt van het gebod: ze heeft mij misleid en mij door het gebod gedood. 12 Kortom, de wet zelf is heilig en de geboden zijn heilig, rechtvaardig en goed.

13 Is het dan het goede dat mij heeft gedood? Natuurlijk niet, het is de zonde. Maar om mij te doden heeft ze van het goede gebruikgemaakt; alleen zo kon duidelijk worden wat de zonde is. Door het gebod te gebruiken laat de zonde zien hoe verderfelijk ze is. 14 Wij weten dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn natuur ben ik uitgeleverd aan de zonde. 15 Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. 16 Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. 17 Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst. 18 Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. 19 Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. 20 Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. 21 Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen. 22 Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, 23 maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft.

24 Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? 25 Dat doet God! Dank aan Hem door Jezus Christus, onze Heer. Met mijn verstand onderwerp ik mij aan de wet van God, maar door mijn natuur onderwerp ik mij aan de wet van de zonde. (…)

Bron: Paulus brief aan de Romeinen (H7).

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

De (heerlijke) vrijheid van een christen… (III)

3 ‘Ja, ik bepaal of de tijd is gekomen,
ik zal oordelen naar recht en wet.
4 Al beeft de aarde met haar bewoners,
ik heb haar op zuilen vastgezet. sela
(Uit Psalm 75)

De oproep tot reformatie van de kerk en het (christelijk) leven kreeg (pas) “vaste voet aan de grond” (algemeen gehoor en navolging) in een tijd dat de mensen op veel plaatsen in Europa steeds meer de bestaande leer en machtsstructuren (van kerk, overheid en maatschappij) als overheersend en knellend (als vormen van overheersing en slavernij) begonnen te ervaren, waardoor er een verlangen gegroeid en groeiende was om zich daarvan te bevrijden.
Over het tijdstip van de Reformatie kunnen we dus (mede daarom ook) belijden “dat God de tijd kiest” (zoals o.a. verwoord in Psalm 75) en voor zoiets de “geesten rijp maakt”.

We kunnen wel stellen dat Luther en de andere Reformatoren Gods Woord (de Bijbel, zoals die beschikbaar kwam in de eigen taal) gebruikt hebben om Die weer de huizen en gezinnen “in te preken”.

Dat het “vrijheidsideaal” het nogal eens won van het goed luisteren naar en gehoorzaam (na)volgen van Gods Woord, dat zien we bijvoorbeeld in de ongelukkige gebeurtenissen in Duitsland tijdens de Duitse Boerenoorlog. Net zoals de apostelen slaven en meesters niet tegen elkaar hebben opgezet, en geen slavenoorlog hebben ontketend, zo hadden ook de Reformatoren niet de opzet om de (gewone) mensen en hun overheden tegen elkaar op te zetten en de bedoeling om de mensen tot vrijheidsstrijd op te roepen. Ook tijdens de Reformatie bleef het (Bijbels) devies gelden: Liever onrecht lijden, dan onrecht doen.

Een heel mooi voorbeeld van de “nieuwe huisgodsdienst” uit de tijd van de beginnende Reformatie vinden we aan het hof van de Dillenburg in Duitsland en we kunnen wel stellen dat we daar een heel voorname bron vinden van de tolerantie en vrijheden die later m.n. in Nederland, Engeland en Noord Amerika gemeengoed zijn geworden.

Leest u (ook en vooral!) de volgende pagina over het leven aan dat hof. De centrale persoon daar in de godsdienst van dat “huisgezin” was een vrouw: Juliana van Stolberg!

Over de moeder van Willem van Oranje: Juliana van Stolberg

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

De (heerlijke) vrijheid van een christen… (II)

1 Toen sprak God deze woorden: 2 ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. (Uit Exodus 20)

31 Jezus dan zei tegen de Joden, die in Hem geloofden: Als jullie in Mijn Woord blijven, zijn jullie werkelijk Mijn discipelen 32 en jullie zullen de Waarheid verstaan (horen, kennen en begrijpen), en de Waarheid zal u vrijmaken. (Uit Johannes 8)

1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. (Uit Galaten 5)

Gods Woord, het evangelie brengt een boodschap van redding en bevrijding aan ons mensen die op allerlei manier in slavernij verkeren. Naar deze boodschap willen mensen alleen echt luisteren en die boodschap kan en zal alleen landen en aanvaard worden door mensen die beseffen en erkennen willen en/of wel “moeten” dat zij in (één of meer vormen van) slavernij (gebonden zijn en) leven…

Denk aan de (werk- en huis)slaven in de tijd van de vroege kerk. Juist dat was de grootste bevolkingsgroep in de toenmalige wereld en in die wereld mocht Gods blijde boodschap van bevrijding aan alle mensen van alle volken en allerlei rang of stand (en ook niet meer alleen aan de Joden) verkondigd worden. Maar wat hadden juist de slaven weinig mogelijkheden en middelen om godsdienstig (mee) te kunnen leven en om aan allerlei (joodse/christelijke) godsdienstige riten en feestdagen mee te doen. Ze kregen er eenvoudig de tijd en de gelegenheid niet voor in hun omstandigheden en van hun meesters. En toch mochten en konden zij al in (werkelijke) vrijheid leven en zich met hun – soms wel heel bijzondere manier van (1) – leven wijden aan de Here God, hun Redder en Bevrijder.

Toch kunnen zelfs de kinderen van Gods bevrijde volk (Israël en de gemeente van Jezus Christus) weer tot slavernij vervallen of daartoe worden gebracht. Dit gebeurd niet alleen door het toegeven aan verkeerde wensen en gewoonten, maar ook en zelfs m.n. door het zichzelf en anderen opleggen allerlei “eigen toevoegingen” die afdoen aan de eenvoud van de bevrijdende boodschap van het heilig Evangelie en door het geven van ruimte aan allerlei “wind van leer” en leraren die zich daarvoor opwerpen.

We zagen én zien dat ook weer gebeuren in de kerken van na de Reformatie en ook in allerlei (meer) evangelische gemeenten is het aan de orde. Op allerlei manieren wordt de mensen daar weer van alles “opgedrongen” terwijl een leven met de Here op zo’n vrije en ongedwongen manier mag opbloeien onder de eenvoudige lezing en verkondiging van heel Gods Woord.

Dat groeien en bloeien zal (daarom) dan ook niet eerst en vooral “van bovenaf” (door goede woorden en acties van kerkenraden, kerkleiders en/of kerkelijke/gemeentelijke commissies) worden aangemoedigd en georganiseerd (2), maar dat hoort “thuis” plaats te vinden, dus in de huizen van de mensen en de gezinnen (3), waar met vreugde en in eenvoud – persoonlijk en met elkaar – geleefd mag worden met de Here, door de gemeenschap met en van de Heilige Geest, Die aan Gods kinderen geschonken is en wordt door dagelijks de tijd te nemen voor toewijding aan Woord en gebed.

  1. Zie de Bijbelteksten onderaan.
  2. De liefde tot het Woord (Christus!) mag daar (in de zondagse samenkomsten) wel worden gewekt door het vreugdevolle samenzijn en de verkondiging! Een predikant merkte onlangs op dat alles wat in kerken en gemeenten door organisatie (commissies) op poten wordt gezet in een gemeente ook zal moeten worden onderhouden door… organisatie!
  3. In een lezing over “De synagoge dienst” (Joodse lezingen) werd benadrukt dat (itt de christelijke “kerk-godsdienst”) de “Joodse godsdienst” juist een “huis-godsdienst” is (en geen “synagoge-dienst”) en dat in de huizen juist de vrouwen een belangrijke(r) rol spelen en speelden, o.a. ook bij het ontvangen en verzorgen van gasten bij de sabbatsmaaltijden (denk bij deze woorden bijvoorbeeld ook nog eens aan – en door over! – de ontvangst van Jezus in het huis van Maria en Martha).
  4. Zie evt. ook: De (heerlijke) vrijheid van een christen…(I)
  •  (…) 18 Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de onrechtvaardige. 19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. (Uit 1 Petrus 2)
  • (…) En jullie, meesters, (Efeze 6 : 9) handelt evenzo jegens hen (uw slaven); laat het dreigen na, U weet immers, dat hun en uw Heer in de hemelen is, en bij Hem is geen aanzien des persoons’ , Soortgelijke uitspraak: Meesters (Colossenzen 4 : 1), betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; u weet toch, dat ook u een Heer in de hemel hebt.
Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Gods almacht en het gewicht van een steen…

Als God werkelijk almachtig is: kan hij dan een steen scheppen die zo zwaar is dat Hij ‘m niet kan tillen?

Wat we ons in de eerste plaats moeten realiseren, dat is dat (alle) gewicht ook schepsel is en dat God zelfs het kleinste steentje een gewicht kan geven dat voor de mens niet meer te bevatten is (denk hierbij bijvoorbeeld aan het gewicht van materie in “zwarte gaten”).

Wij schepselen ervaren gewicht en kunnen metingen doen en berekeningen maken (ook dat zijn scheppingsgaven van God, de – na te rekenen – natuurwetten, waardoor de mens verantwoordelijkheid kan dragen), maar ook de natuurwetten zijn schepselen en voor God heeft zelfs de zwaarste steen geen gewicht. Hijzelf is de “gewicht-gever”.

Een andere (eigenlijk enig overblijvende) vraag die dan (i.v.m. Gods almacht) eventueel nog gesteld zou kunnen worden is: Kan God dan geen andere god scheppen, die gelijk (een exacte kopie) is van Hemzelf. Maar dat is overduidelijk een onzinnige vraag, want God zelf is geen schepsel, dus een schepsel-god zou geen God zijn…

Aanleiding: Woorden gesproken door Binyomin Jacobs in lezing “De Synagoge dienst” op 18 september 2016 (zie Joodse lezingen)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis, Natuur | Plaats een reactie

De (heerlijke) vrijheid van een christen… (I)

Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.  (Romeinen 13 : 8)

(…) Onder de eerste christenen is vast en zeker geloofd in het volkomene van Jezus’ Zaligmakerschap. Petrus kreeg de moed om voor de Joodse Raad te belijden: “De behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere Naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden” (Handelingen 4:12) (1). We hebben bij Paulus menigmaal gelezen, dat we uit loutere genade zalig worden. De apostel heeft dat evangelie altijd zuiver gebracht. Dat kunnen we controleren in al zijn brieven. Maar door zijn brief aan de Galaten heeft de apostel ons een niet te overtreffen les gegeven inzake Christus’ middelaarschap.

(…) Toen Paulus hoorde wat de dwaalleraren in Galatië hadden teweeg gebracht, heeft hij én hen én hun leer vervloekt (Galaten 1:8-9). Als u een optelsom durft maken tot grond van uw zaligheid – Christus + nog wat – dan is Christus u van totaal geen nut meer (Galaten 5:2). Dan zijt ge los van Christus. Buiten de genade (Galaten 5:3-4).

Uit Paulus’ brief aan de Galaten, trouwens ook uit zijn andere, zoals Romeinen en Filippenzen, enzovoort, leren we duidelijk, dat onze gerechtigheid voor God noch geheel noch gedeeltelijk moet worden verwacht van ons, maar uitsluitend van Christus. Al dit soort werken met en steunen op eigen (schijn)vroomheid wordt door de Heilige Schrift vervloekt.

Toch leek het in later eeuwen wel alsof de apostel Paulus nooit zijn brieven had geschreven. In de middeleeuwen was het evangelie opzij geschoven door allerlei mensenleer en door de beruchte rooms-katholieke kerkleer vervangen. En toen Luther en anderen naar het eenvoudige evangelie terugkeerden – Jezus Christus en die gekruisigd – kostte hun dat menigmaal het leven (brandstapels). Men noemt dat de Reformatie.

Bron: tekst (deels) overgenomen uit de toelichting geschreven bij Zondag 24 van “De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost” van ds. C. Vonk (1904-1993).

9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de Naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (1)

(1) Geldt dat (trouwens en uiteindelijk) ook niet voor het Jood(s)-zijn en Jood genoemd (kunnen) worden van Jezus. Al Zijn heerlijkheid ligt toch volkomen in “het wezen” van onze Drie-enige God zelf?!

Zie evt. ook: De (heerlijke) vrijheid van een christen…(II)

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Added value… (II)

18 Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de onrechtvaardige. 19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. (Uit 1 Petrus 2)

(…) Die ene keer dat er wel letterlijk ‘volgen’ staat in de brieven is wanneer Petrus in zijn eerste brief in het bijzonder de huisslaven aanspreekt. Hij doet een oproep aan die christelijke slaven om hun meester onderdanig te zijn, ook als ze onrechtvaardig behandeld worden. ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u zijn voetsporen zou volgen,’ schrijft Petrus. ‘Hij, die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog gevonden is; die, toen Hij uitgescholden werd, niet terug schold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt; die zelf onze zonden in zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen.’

“Het is alsof Petrus letterlijk Jezus voor zich uit ziet lopen, met de striemen van de geseling op zijn rug. Petrus koppelt de houding die de huisslaven moeten aannemen aan wat hij zelf lange tijd had gedaan: achter Jezus aan gaan. ‘Volg zijn voetstappen’ schrijft hij daarom, jaren later. Natuurlijk, Petrus wist ook wel dat je niet meer letterlijk in Jezus’ spoor kunt treden, maar het is wel alsof hij diens voetstappen in het zand weer voor zich ziet. En mensen die lijden troost hij met het voorbeeld van de lijdende Heer. Dat ontroert me. Petrus heeft hier haast tastbaar zijn Rabbi voor ogen.” (…)

Bron:  Hoogleraar Nieuwe Testament TU-Kampen Rob van Houwelingen naar aanleiding van zijn nieuwe boek ‘Handbagage voor Jezusvolgers’. (Geciteerd op CIP.nl)

5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6 Hij die in de gestalte van God was, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8 heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de Naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de Naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.
…
12 Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, 13 want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het Hem behaagt. (Uit Filippenzen 2)

Zie evt. ook: Added value…(I)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie