Roeping van onze Doop net zo krachtig als Jezus roeping van Zijn discipelen!

41 Vlak daarna kwam hij (Andreas) zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’), 42 en hij nam hem mee naar Jezus. Jezus keek hem aan en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten’ (dat is Petrus, ‘rots’). 43 De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan en daar ontmoette hij Filippus. Hij zei tegen hem: ‘Ga met mij mee.’ 44 Filippus kwam uit Betsaïda, uit dezelfde stad als Andreas en Petrus. 45 Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’ (Uit Johannes 2)

 Wij weten uit Gods Woord dat toen de discipelen door Jezus uitgekozen en geroepen waren, zij nog de smalle weg – die het onderwijs en het volgen van Jezus onder alle omstandigheden betekende en inhield – hadden leren te gaan. Jezus vroeg hen bij het leren gaan van die weg met Hem, beslist niet (aan het begin of steeds) of zij voor Hem al (inmiddels definitief) de keus hadden gemaakt, al waren er soms wel momenten dat ze met die vraag geconfronteerd werden of dat Jezus zelf hen met die vraag confronteerde. Bijvoorbeeld na de wonderbare spijziging, toen velen zich van Hem afkeerden. Toen vroeg Jezus zijn discipelen op de man af of zij misschien ook niet wilden weggaan bij Hem. Toen mocht Petrus de goede belijdenis over Hem uitspreken. Jezus wees Zijn discipelen er toen op dat Zijn en hún hemelse Vader Petrus die goede belijdenis in het hart en in de mond gegeven had.

Toch sprak Petrus deze woorden voorafgaand aan zijn latere verloochening van Jezus in Jeruzalem en ook nog voor de uitstorting van de Heilige Geest. Maar dankzij Jezus roeping en voortdurend gebed, en de bekrachtiging en verhoring daarvan door Zijn hemelse Vader gingen Zijn discipelen niet verloren, maar mochten zij – net als Jezus hier op aarde – toenemen in wijsheid en in genade bij God. Behalve die ene waarvan Jezus zeggen moest “en toch is een van jullie een  duivel”. Maar Judas was ook een geroepen discipel, hij kreeg dezelfde zorg en liefde en het onderwijs van Jezus als de andere discipelen, ook zijn voeten werden gewassen en reikte Jezus hem het brood bij het laatste Avondmaal…

 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Uit Matteüs 28)

 Bij de verkondiging en doop van de vroegste Kerk (tijd van de apostelen) lezen we niet van uitgebreid en diepgaand onderwijs voorafgaand aan de Doop van bekeerlingen, maar zien we dat zij (ook met “hun huis”) terstond na hun bekering worden gedoopt. Ook bij de omstandigheden van dat dopen kunnen we er niet van uitgaan, dat grote doopbassins de apostelen en hun medewerkers daarbij ter beschikking stonden en dat er veel tijd was voor dooprituelen (het lezen van formulieren, het stellen van vragen, geloofsbelijdenis uitspreken, uitkleden en totale onderdompeling). Denk alleen maar aan het grote aantal bekeerlingen in Jeruzalem direct na de toespraak van Petrus en daarnaast in dit verband bijvoorbeeld ook aan de doop van Paulus, die van Cornelius met alle toehoorders, en ook de doop van de gevangenbewaarder in Filippi met al zijn huisgenoten.

37 Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38 Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39 want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40 Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ (Uit Handelingen 2)

41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.  (Uit Handelingen 2)

19 En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. (1) (Uit 2 Petrus 1)

(1) Die “duistere plaats” is blijkbaar ons hart (zie Matteüs 15 : 18-20), waar het licht van het Woord in wil schijnen, tot ook de meest duistere plaatsen daarvan verlicht worden door het opgaan van de blinkende morgenster (de “Zon der gerechtigheid”, Maleachi 3 :20). Ieder zal – na zijn Doop – de strijd – om volle aandacht te geven aan het Woord tot het aanbreken van de dag en het opgaan van de morgenster in eigen hart – in zijn of haar leven te voeren hebben.

Opgemerkt: Is het verdwijnen van de “opgetuigde kerken” (met veel afbeeldingen, uitgebreide doopvoorbereiding en dooprituelen)  in het Midden Oosten , Oosten en in Noord Afrika misschien niet ook “een teken aan de wand” geweest en nog?! Had de (RK) kerk dit niet al veel eerder (voor de Reformatie) moeten beseffen? Het zijn vragen die – op Bijbelse gronden – onze aandacht verdienen.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De voetwassing(en) van Jezus…

5 Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was. 6 Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zei tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen? 7 Jezus antwoordde en zei tot hem: Wat Ik doe, begrijpen jullie nu niet, maar jullie zult het later verstaan. 8 Petrus zei tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt u geen deel aan Mij. 9 Simon Petrus zei tot Hem: Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd! 10 Jezus zei tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich [alleen de voeten] te laten wassen, want hij is geheel rein; en jullie zijn rein, doch niet allen. 11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: Jullie zijn niet allen rein. (Uit Johannes 13)

3 U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. 4 Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. 5 Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. (Uit Johannes 15)

Wij (gelovige kinderen van God) zijn al rein door het Woord dat tot ons gesproken is (Johannes 15 : 3), namelijk zoals dat al klonk bij onze Doop en ook daarna (later) bij het steeds weer kinderlijk gelovig aanhoren en aannemen van het Woord dat ons verkondigd werd en wordt. Of dat nu thuis gebeurde en nog gebeurd of in de samenkomsten van de gemeente of waar dan ook.

Jezus wil echter – net als bij zijn discipelen – ook ons de voeten (nog) wassen en Hij wil dat m.n. doen met en door de verkondiging van zijn Woord en door de bediening van de Sacramenten in de samenkomsten van de gemeente. Hij wil dat echter beslist ook doen met en door het dagelijks lezen en overdenken van Gods Woord, wanneer wij dat dagelijks eerbiedig lezen en biddend overdenken (1).

Hoewel wij – net als de discipelen – al door Jezus rein zijn verklaard, hebben we alle reden om ons door Jezus steeds weer de voeten te willen laten wassen. M.a.w. we zullen trouw (willen) zijn in het dagelijks lezen en overdenken van Bijbelwoorden en ook in het bezoeken van de samenkomsten van de gemeente waartoe we behoren. Wanneer we daar niet trouw in zijn of daar zelfs helemaal mee stoppen, dan zeggen we daarmee in feite, dat we die voetwassing(en) van Jezus niet (meer) nodig hebben. We verklaren dan dat we die reiniging(en) wel missen kunnen. Dat we niet elke dag en elke week Zijn voorbeeld en instructie en reiniging weer nodig hebben en geen dag missen kunnen (1). Maar wanneer we zo denken en doen, dan hebben we ook te beseffen dat Jezus woorden “dan hebt u geen deel aan Mij”, zoals die door Hem tot Petrus gesproken werden, nu ook net zo goed op ons van toepassing zijn, zoals bij Petrus weigering van de voetwassing indertijd.

Wij zullen Jezus opdracht om elkaar de voeten te wassen dan ook alleen kunnen navolgen en naleven wanneer we Hem steeds weer toelaten ons de voeten te wassen. Zo tonen we dat we Hem daadwerkelijk begrepen hebben en zullen we ook steeds weer in staat zijn te begrijpen hoe we Hem daarin kunnen en zullen na volgen in de praktijk van ons dagelijks leven!

(1) Meer nog dan op de reiniging zullen we de nadruk hebben te leggen op het persoonlijk instruerende en voorbeeld gevende karakter van de voetwassing, waaraan geen één van de discipelen zich mocht en mag(!) onttrekken!

15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. (Uit Johannes 13)

10 Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val 11 en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus. (Uit 2 Petrus 1)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

De prediking en het Zaad van de vrouw… (I)

Advent (I)

“In het eerste boek van Mozes kunnen wij lezen: ‘De Heere sprak nu tegen de slang: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar Zaad. Dat zal u de kop vertreden, en u zult Het in de hiel steken’ (vgl. Genesis 3:15).

Dit Zaad is Jezus Christus, een natuurlijk Kind, net als andere kinderen uit de vrouw geboren en gevoed (vgl. Galaten 4:4). Hij heeft de kop van de slang vertreden. Daarop heeft Adam gewacht, maar hij heeft niet geweten wanneer het zou gebeuren en hoe het zou gebeuren. Het zijn duistere woorden, maar heel rijk van inhoud. Daarin was wel begrepen hoe het zou toegaan, maar de Geest moest het nog verder onderwijzen en verklaren.

Zoveel hebben zij er echter van verstaan, dat uit deze in de belofte genoemde vrouw – wie het dan ook zou zijn – een natuurlijk Kind zou geboren worden, een waar Mens met een menselijke natuur (vgl. Hebreeën 2:14). Hij zou dit werk, de kop der slang vertreden, uitvoeren. In deze woorden is echter ook begrepen dat Hij uit een maagd moest geboren worden (vgl. Jesaja 7:14), omdat God Hem toe-eigent aan de vrouw en Hem met nadruk en alleen het Zaad der vrouw noemt.

Voor wie werd dit Evangelie verkondigd? Alleen voor Adam en Eva. Nu, Gods Woord is niet tevergeefs, maar moet vrucht dragen. Daarom moet deze prediking Adam met de vrouw hebben teruggebracht tot God. Hiermee werden zij weer vertroost, zodat zij hebben geloofd en vertrouwd dat er in hun plaats een natuurlijk Mens zou komen, Die voor hen zonde, dood, duivel en hel zou overwinnen. Daarin heeft Adam geloofd en is hij weer genezen. Hij dacht: in dit Kind is weer genade en vrede, leven en troost.

Daarin ziet u, hoe God met zeer korte woorden iets kan zeggen waar men toch nooit uitvoerig genoeg over kan preken. In deze woorden is de komst van Christus begrepen en vervat: Zijn menswording uit de maagd Maria, Zijn lijden, sterven en opstanding voor ons, Zijn Koninkrijk en het Evangelie.”

Maarten Luther: Über das 1. Buch Mose, Predigten 1527, vgl. WA 24, 108, 36 – 109, 17; 110, 9-18

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Zie ook de bijbehorende webpagina’s:
– De prediking en het Zaad van de vrouw…(II)
– De prediking en het Zaad van de vrouw…(III)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Brief van Jakobus: Wee u, gemeente(n) zonder Bergrede praktijk…

Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. 23 Want wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: 24 hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. 25 Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel (1), juist om wat hij doet. (Uit Jakobus 1)

10 Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke. 11 Want hij die gezegd heeft: ‘Pleeg geen overspel,’ heeft ook gezegd: ‘Pleeg geen moord.’ Als u geen overspel pleegt maar wel een moord, overtreedt u toch de wet. 12 Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid brengt. 13 Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.(2) (Uit Jakobus 2)

En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 2 Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. 3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. 4 Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. 5 U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. 6 U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet. (3) (Uit Jakobus 4)

4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6 maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen. (Uit Jakobus 4)

Uit de Bergrede (Matteüs 5-7)

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op.
Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
2 Hij nam het woord en onderrichtte hen…

13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
14 Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

(1) Lees hier voor “geluk”, het geluk genoemd in de zaligsprekingen van de Bergrede (zie Matteüs 5 : 3-12)
(2) Het gaat hier over soorten van overspel en moord zoals beschreven in de Bergrede en om de reden die dat ons allen geeft om barmhartig te zijn. Niet elkaar de zonde toerekenen, maar die van harte en volmaakt vergeven. (zie Matteüs 5 : 21-28, 5 : 43-48, 6 : 14-15, 7 : 1-5, 18 : 21-35)
(3) Dit keer zich beslist ook tegen ons na-oorlogse westers-kapitalistische welvaartsstreven en manier van “welvaart genieten”. (zie o.a. Matteüs 6 : 19-34)

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Verlangen naar de troost en de liefde van dé Bruidegom…

De koninklijke bruiloft (1)

2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, 3 en hij stuurde zijn slaven eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. 4 Opnieuw stuurde hij slaven eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. (…)
8 Toen zei hij tegen zijn slaven: De bruiloft is wel bereid, maar de genodigden waren het niet waard.
(uit Matteüs 22)

(…) “Als u iemand bent die zijn nood en ellende voelt en hartelijk verlangt naar de troost en de liefde van Christus – spits dan uw oren en strek uw hart uit naar Christus. Houd het voorbeeld van deze koninklijke bruiloft vast (vgl. Matthéüs 22:1-14). Want Hij laat u hier zien dat het Zijn wil is dat u Hem ook zult kennen en in Hem zult geloven. Dat wil zeggen: Christus heeft in Zijn hart een veel hartelijker trouw en liefde voor u, dan ooit een bruidegom voor zijn lieve bruid gehad heeft. Hij verlangt ook van u dit oprechte vertrouwen en deze hartelijke vreugde in Hem – veel groter dan ooit een bruid voor haar bruidegom gehad heeft.

Er is daarom reden genoeg om uzelf vanwege uw ongeloof te schamen en tegen uzelf te zeggen: ‘Kijk, kan de liefde zo’n hartelijk vertrouwen, zo’n grote blijdschap geven tussen een aardse bruid en bruidegom – terwijl dit leven maar kortstondig en vergankelijk is? Waarom verheug ik mij dan niet veel meer over mijn goede en trouwe Zaligmaker Jezus Christus? Hij heeft immers Zichzelf voor mij, geheel tot mijn eigendom, gegeven. Weg met dat schandelijke ongeloof, waardoor mijn hart nu niet vol blijdschap en eeuwige vreugde is!

Ik hoor en weet toch dat Hij door Zijn Woord tegen mij zegt dat Hij mijn lieve Bruidegom wil zijn? Zou er dan nog een andere en hogere vreugde en blijdschap kunnen zijn? Daarom zal ik met mijn ogen, oren, gedachten, hart en met mijn hele leven meer aan mijn lieve Zaligmaker hangen – meer nog, dan een bruid aan haar bruidegom hangt. Terwijl die, als zij een vrome en een goede bruid is, niets liever ziet en hoort dan haar bruidegom, ja, ook als zij hem niet ziet of niet bij zich heeft, dan hangt toch haar hart aan hem, zodat zij aan niets anders méér kan denken dan aan alleen hem.”

1 Op mijn bed zocht ik in de nachten
Hem Die ik innig liefheb,
Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.
2 Ik dacht: Laat ik toch opstaan en in de stad rondtrekken,
door de straten en over de pleinen,
Hem zoeken, Die ik innig liefheb…
(Uit Hooglied 3)

(1) Dit citaat is uit een preek over Mattheüs 22 vers 1 tot 14, gepreekt op de 20ste zondag na Trinitatis 1537. De Zondag Trinitatis (ook wel Zondag van de Heilige Drie-eenheid genoemd) is de oud-kerkelijke naam voor de zondag na Pinksteren. De zondagen tussen Trinitatis en Advent (vier weken voor Kerst) hebben als naam de rangorde na Trinitatis (Eerste zondag na Trinitatis, Tweede zondag na Trinitatis enz.). Deze benamingen worden in oude preken en doopregisters wel eens gebruikt in plaats van de gewone datum. Het aantal zondagen na Trinitatis is afhankelijk van de Paasdatum. Caspar Cruciger (1505-1548), een goede vriend en collega van Luther, die deze Postillepreek heeft weergegeven, gebruikte hiervoor een handschrift van Georg Rörer (1492-1557). Rörer was zeer bedreven in het nauwkeurig opschrijven van Luthers preken en tafelgesprekken.

Maarten Luther: Evangelium des XX. Sontags nach Trinitatis. Matth. 22., Crucigers Sommerpostille, vgl. WA 22, 338, 15-37

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De scheidbrief van Mozes nog van betekenis voor vandaag?

De scheidbrief was – blijkens Mozes en Jezus woorden – gegeven vanwege de hardheid van hart van de mens en dan nog wel het meest om de vrouw te beschermen en te bevrijden uit een situatie waarin de vrouw van echtgenoot geen genade (barmhartigheid en vergeving) meer kon verwachten en er dus een situatie was ontstaan van ongenade (ontbreken van vergevingsgezindheid) jegens de vrouw (1).

“In de tijd van Mozes” zal een vrouw, vanwege haar afhankelijke positie niet of nauwelijks in staat en bereid zijn geweest om haar man op eigen initiatief in zo’n situatie te verlaten. Dat een man zijn vrouw in haar destijds zeer afhankelijke positie, toch een scheidbrief wilde geven, dat zegt bepaald iets over de betreffende man en heel wel mogelijk ook iets over de vrouw.  Een scheiding bracht de vrouw in de meeste gevallen in een heel moeilijke positie. Toch kon een echtscheiding haar tot zegen zijn of worden. Was haar met deze scheidbrief pertinent onrecht aangedaan, dan had ze alle recht en reden om haar toevlucht tot de Here te nemen. Ook kon ze dan met goed recht een beroep doen op opvang en hulp van familie en/of bekenden. Indien haar echtgenoot gegronde redenen tegen haar kon aanvoeren, dan had ze reden om zich op haar wandaden te bezinnen en zich daarvan te bekeren. Wat haar ook nog ten goede kon komen was de mogelijkheid om na deze officiële echtscheiding weer te huwen met een andere man. Wanneer ze niet opnieuw gehuwd was geraakt kon de echtscheiding mogelijk ook nog weer ongedaan gemaakt worden en het vroegere huwelijk hersteld.

God had met de scheidbrief in de OT-situatie de bescherming van de vrouw op het oog*, die anders moest voortleven onder het regime van een “genadeloze” man, die z’n vrouw niet meer vergeven wilde en haar zijn liefde onthield (alhoewel het beslist mogelijk was dat ze het er ook “naar gemaakt” had en/of het er ook steeds weer “naar  maakte”). Van het handhaven van de volmaakte rechts/wetsregel ** wilde God in het OT (nog) afzien vanwege de hardheid van de mensenharten in situaties waar de man zijn vrouw niet (meer) vergeven wilde (of kon?).

*   Gods regels en beleid hebben steeds tot doel het zwakke(re) te beschermen.
** Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet (Uit Matteüs 19)

Het onderwijs van de Here Jezus in de Bergrede en in Matteüs 19 geeft bepaald niet nu “moegestreden vrouwen” (en/of mannen) de scheidbrief van Mozes “in handen” om deze – zij het nu op een wat andere manier – te gaan gebruiken voor “uitzichtloze situaties”.
Wijst Jezus ons met Zijn onderwijs en het voorbeeld van zijn hele mensenbestaan hier op aarde, niet alleen de Weg van barmhartigheid en vergeving?! De weg van het onschuldig pijn lijden en leed verdragen en onrecht lijden. Een weg dus waarbij we het lijden niet te ontlopen (ook niet waar het het lijden omwille van het huwelijk betreft), maar een weg waar we Zijn voetsporen drukken! Dat kan zeker ook betekenen een weg van weinig en/of geheel niet meer samenleven, een weg van met smart ontberen van de liefde en vreugde van het huwelijk. Maar wel de Weg waarin de Liefde – ons, de gelovige, gehoorzame kinderen van God – overwint. Deze Weg is mogelijk geworden door de uitstorting van de Heilige Geest! (2, 3, 4)

(1) Wanneer een man een vrouw zal genomen hebben en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. Als zij dan uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een andere man tot vrouw worden, en deze laatste man haar gehaat (zal hebben) en haar een scheidbrief (zal hebben) geschreven en in haar hand gegeven (zal hebben), en uit zijn huis zal hebben laten gaan, of als deze laatste man die haar voor zich tot vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn, zo zal haar eerste man die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, om hem tot vrouw te zijn, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat de HERE uw God u ten erfdeel geeft. (Deuteronomium 24 : 1-4)

(2) Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem en wordt van een andere man, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel minnaars gehoereerd; keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HERE. (Jeremia 3:1)

(3) 19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar hem die de Herder is, naar Hem die uw ziel behoedt. (Uit 1 Petrus 2)

(4) Zie evt. ook de inhoud van deze webpagina’s:

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Nieuwe Testament: geen grond meer voor echtscheiding!

Het onderwijs van de Here Jezus heeft ook de ruimte om overspel (1) toch nog als echtscheidingsgrond (als “recht” om je op te beroepen en/of om het “te gebruiken” tegen de wil van de ander) weggenomen en ons de weg gewezen van schuld erkennen en belijden en de ander dan vergeven (2) en dan samen het huwelijk met Gods hulp weer voortzetten – of mogelijk (weer) onrecht lijden, als de ander daar (later toch en steeds weer) in de huwelijkstrouw misstappen begaat, maar om de één of andere reden zelf niet het initiatief tot echtscheiding neemt  en nemen wil (3).

Zie het onderwijs en de zaligsprekingen van de Here Jezus in de Bergrede, het onderwijs in Matteüs 19 waar de volmaakte wetsregel “Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet” klinkt (4), en later ook het onderwijs van de apostelen over het huwelijk en het aanvaarden en dragen van (huwelijks)lijden zonder eigen schuld (5). Ook de vaste belofte die ons gegeven wordt, namelijk dat God niet zal toestaan dat we boven vermogen verzocht zullen worden, dienen we hier in rekening te brengen – want die belofte geldt echt niet alleen voor mannen/vrouwen (en hun partner “thuis”), die langdurige verlatenheid en eenzaamheid verduren vanwege gevangenneming en die mogelijk zelfs ook tijdens gevangenschap gemarteld worden. God zal ze nabij zijn en bijstaan in hun nood. Ook voor hen, die vanwege ziekte, letsel of handicap of moeiten in hun huwelijk eenzaamheid en verlatenheid ervaren en moeten dragen, geldt die belofte.

Elkaar er op wijzen en vast geloven en vertrouwen dat Gods Vaderhand niet tekort schiet wanneer we hiermee in Zijn wil blijven, is de NT Bijbelse weg die ons gewezen wordt. Wie ook maar wat betreft “de echtscheidingszaak” zijn of haar geloof op God vestigt, zal niet beschaamd uitkomen. En, zelfs wanneer Gods Woord hierin misverstaan zou zijn, is dit laatste toch altijd vast en zeker. Alles wat uit geloof gedaan of nagelaten wordt ontvangt Gods zegen!

(1) Overspel en moord (die in het onderwijs van de Bergrede en in de brief van Jakobus zonder meer als equivalent beschouwd worden!) is in ons leven veel eerder en vaker sprake – naar Jezus onderwijs en Jakobus naspreken daarvan – en daar kunnen we niet omheen door toch weer bepaalde vormen hiervan te bagatelliseren, maar we moeten leren verstaan hoe zeer wij allen het van vergeving moeten hebben en daarom geen reden meer hebben om nog naar “uitzonderingsgevallen” te gaan zoeken of die te willen hebben om deze te kunnen gebruiken om ons van bepaalde vormen van nood en lijden (m.n. groot onrecht, psychisch lijden in o.a. het huwelijk)  te verlossen.
(2) Zie de op overspel betrapte vrouw die vergeving ontving (en waarbij de “oudsten” als eersten “afdropen”).
(3) Dan kan “gescheiden” leven (maar zonder echtscheiding) een noodzakelijk kwaad zijn (net als bij ernstige ziekte of  zoals  bij gevangenneming om het geloof het geval kan zijn).
(4) In Matteüs wordt Batseba – ondanks dat haar man is overleden en David haar tot vrouw genomen heeft – toch nog de vrouw van Uria genoemd… (toch ook bewijs dat in het NT een huwelijk in feite als onverbrekelijk wordt beschouwd?!).

Extra

Het is bij bovenstaande woorden van veel belang hierbij juist ook de woorden van Jakobus 2 : 8-13 mee te laten spreken en vooral ook mee te laten wegen. Jakobus volgt hier in zijn brief (en niet alleen hier, maar in heel zijn brief) voluit het onderwijs van de Bergrede. Anders zijn zijn woorden over overspel en moord gericht aan de gemeente niet goed te verklaren en zou hij nogal aan het overdrijven zijn met dat voorhouden van het voorbeeld van overspel en moord aan “de lieve gelovige hoorders/lezers” in de aangeschreven gemeente(n)! Tenminste, wanneer ze hier beiden (overspel en moord) verstaan zouden worden als de “oude wettische” vormen van overspel en moord en niet naar het onderwijs van de Bergrede!

  • Barmhartigheid wil ik en geen offerande…
  • Barmhartigheid roemt tegen het oordeel…
  • Gij dan zult volmaakt zijn zoals uw hemelse Vader volmaakt is…

Was en is de Here Jezus voor ons mensen niet de volmaakt Barmhartige?! Bijvoorbeeld toen hij bad voor wie hem kruisigden en toen Hij de moordenaar aan het kruis vergaf. Was Hij hiermee niet volmaakt in de weg van de Vader: “Ik zal zeker barmhartig zijn en zeker vergeven” (De uitroep die Mozes horen mocht in de spelonk in de woestijn, Exodus 33).

(5) 19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar hem die de Herder is, naar Hem die uw ziel behoedt. (Uit 1 Petrus 2)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Teleurstellende ontmoetingen; harde confrontatie met “de werkelijkheid”…

1 Hierna gingen Mozes en Aäron naar de farao, en ze zeiden tegen hem: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Laat mijn volk gaan, om in de woestijn ter ere van mij een feest te vieren.’  2 ‘Wie is die HEER, dat ik hem zou gehoorzamen?’ vroeg de farao. ‘Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de HEER niet en de Israëlieten laat ik niet gaan.’
(…)
6 Nog diezelfde dag gaf de farao zijn slavendrijvers en de opzichters dit bevel: 7 ‘Jullie mogen het volk geen stro meer geven om stenen te maken, zoals jullie tot nu toe deden; voortaan moeten ze zelf stro gaan zoeken. 8 Maar eis wel evenveel stenen van hen als altijd, het mag er niet één minder zijn. Ze zijn lui!
(…)
19 De Israëlitische opzichters beseften hoe slecht zij ervoor stonden, nu de farao zelf tegen hen had gezegd dat de dagelijkse hoeveelheid stenen die ze moesten afleveren niet verminderd werd. 20 Toen ze het paleis uit kwamen troffen ze Mozes en Aäron aan, die op hen stonden te wachten. 21 ‘Moge de HEER u hiervoor straffen!’ zeiden de opzichters tegen hen. ‘U hebt ons bij de farao en zijn dienaren een slechte naam bezorgd. U hebt hun een zwaard in handen gegeven om ons te doden.’

22 Toen wendde Mozes zich opnieuw tot de HEER en zei: ‘Heer, waarom behandelt u dit volk zo slecht? Waarom hebt u mij hierheen gestuurd? 23 Vanaf het moment dat ik bij de farao ben gekomen en hem in uw naam heb toegesproken, wordt het volk nog slechter door hem behandeld. U hebt uw volk niet bevrijd – integendeel!’
(…)
1 Maar de HEER antwoordde hem: ‘Nu zul je zien wat ik de farao ga aandoen: ik zal hem met harde hand dwingen mijn volk te laten gaan, hij zal het zelfs uit zijn land wegjagen.’
(…)
9 Mozes bracht dit aan de Israëlieten over, maar ze wilden niet naar hem luisteren, moedeloos als ze waren door de zware dwangarbeid. (…)

(Uit Exodus 5 en 6)

23 die in onze rampspoed aan ons heeft gedacht
– eeuwig duurt zijn trouw –
24 en ons ontrukte aan onze belagers
– eeuwig duurt zijn trouw –
25 hij geeft brood aan alles wat leeft
– eeuwig duurt zijn trouw –
26 loof de God van de hemel
– eeuwig duurt zijn trouw!

(Uit Psalm 136)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Preek van de leek/vorige week…

premier-rutte-2
Bij het bericht over Meavita (b) moest ik (1) weer denken aan het kerkelijke fenomeen van de ‘preek van de leek’. Vandaag preekt niet de dominee, maar zomaar iemand – in elk geval geen bevoegde ambtsdrager, want anders is het geen leek meer. Ik heb het nu niet over wat die leek zegt. Dat kan best zinnig zijn, maar het gaat om het verschijnsel als zodanig.

Een leek doet de preek, die normaal alleen is voorbehouden aan hen aan wie de kerkorde dat heeft toevertrouwd. Nu is die kerkorde al heel ruim als men de betekenis van de preek bedenkt: het woord van God wordt over de gemeente uitgesproken. Het is Gods oordeel en Gods vrijspraak. Het gaat om een hoger oordeel dan dat van het gerechtshof. Daarvoor zijn in de kerk mensen aangesteld. Zij zijn bevoegd om te preken. Maar nu mag ineens een leek dit doen. Een onbevoegde. Het is hetzelfde alsof ineens een tuinman gevraagd wordt binnen te treden als de deur opengaat en plechtig wordt geroepen: De rechtbank!’ (a) en deze tuinman het vonnis gaat uitspreken. In de kerk neemt men een loopje met de preek. Men neemt die niet serieus. Anders laat je die niet uitspreken door een onbevoegde. Straks nodigen we ook nog oma’s uit om hun kleinkinderen te dopen en de afwasser uit het restaurant om het avondmaal te bedienen. Te gek om los te lopen? Gezien de huidige kerkelijke praxis zou het zomaar kunnen. We nemen als kerk onszelf niet meer serieus. Erger: we nemen het woord van God dat over ons wordt uitgesproken, niet meer serieus. Allerlei onbevoegden worden erop losgelaten.

Experiment in het ziekenhuis

Dan heb ik het nog niet eens over deskundigheid. We hebben een aardig experiment in het ziekenhuis. Volgende week wordt een operatie gedaan door een houtbewerker. Die weet zo goed met het mes om te gaan en zulke mooie dingen te maken. Leuk om die ook eens in de operatiekamer te hebben. Hij zal best het mes kunnen hanteren, maar dan niet aan mijn lijf! Geen ziekenhuis dat eraan denkt. Hoelang is de opleiding van een chirurg niet? En hoelang is de opleiding van een predikant niet? Dat er artsen zijn die fouten maken, betekent nog niet dat je de slager hun werk kunt laten doen. Dat je je bij dominees soms afvraagt waar ze hebben gestudeerd, wil nog niet zeggen datje hun bevoegdheid overlaat aan een politicus. Het oordeel over mensen, over hun lichaam, hun ziel en hun maatschappelijke waardigheid, vraagt de hoogste deskundigheid en een van de basale garanties daarvoor is dat dit wordt uitgesproken door mensen aan wie de bevoegdheid daartoe is toevertrouwd (a).

Bron: Column getiteld “Onbevoegd oordeel”,  ND-Opinie, 24-11-2016. (nd.nl/columns)
(1) Theoloog Bram van de Beek, emeritus hoogleraar Symboliek aan de Vrije Universiteit.

(a) Zie ook De Sleutel van het Woord…
(b) De bestuurders van de thuiszorgorganisatie Meavita zijn door het gerechtshof veroordeeld wegens wanbestuur. Nu moet echter het hele proces overgedaan worden. Een van de betrokken rechters bleek al met pensioen te zijn, toen de uitspraak kwam.
‘Wat maakt dat nu uit?’, zou je zeggen. Verliest die rechter ineens zijn deskundigheid als hij met pensioen gaat? Kan hij niet zuiver meer oordelen over mensen? Iemand van zeventig kan helderder zijn dan een ander van zestig.
Toch is de regel onverbiddelijk: als een rechter met pensioen is en bij het oordeel betrokken was, dan is dat oordeel ongeldig. Men kan dit spijkers op laag water zoeken vinden, maar zo is de wet nu eenmaal. En als er één plek is waar de wet strikt moet worden toegepast, is dat wel in de rechtspraak. Als je daar eenmaal begint met iets af te zwakken, wordt het hele gebinte van de rechtsstaat aangetast. Regels moeten gehouden worden en ze moeten voor ieder gelijk zijn, zonder aanzien des persoons. Als je, zoals ik, in een land verblijft (Zuid-Afrika) waar de regering en personen uit de regering vrijwel dagelijks processen aan hun broek krijgen, dan besef je hoe belangrijk een onafhankelijke én een strikt zuivere rechterlijke macht is. Een rechter die niet meer in dienst is, is onbevoegd en elke uitspraak mede in zijn naam is ongeldig.
(Herkomst b: Zie genoemde bij Bron en (1), hierboven)

premier-rutte-2

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De Naam van onze God… (IV – slot)

Bovendien zei God nog tot Mozes: Aldus zult ge tot de kinderen Israels spreken: „Jahweh, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jacob heeft mij tot и gezonden”.  (Uit Exodus 3)

Maar nu heeft de HEERE,  ook nog voor de derde maal op Mozes’ vraag geantwoord en op dat derde antwoord hebben we dus tenslotte nog te letten. Dat volgt in Exodus 3 : 15.
(…) Hier(in) staat het woord ,,Jahweh.” De naam ,,Jahweh.”

Indien we ergens in de Heilige Schrift een merkwaardig woordenspel aantreffen, dan wel hier. God heeft zelf deze naam Jahweh aan Mozes in de mond gegeven als een klaarblijkelijke zinspeling op het tevoren gesproken ‘Ehjeh enz.: Ik zal zijn. Zo had God zo even zelf gesproken over zichzelf en dus toen gesproken in de éérste persoon: Ik zal (met u) zijn. ‘k Zal tonen wie Ik ben. Maar nu Hij Mozes de opdracht gaf aan Israël in Egypte een bepaalde boodschap over te brengen en nu woordelijk in Mozes’ mond legde wat deze straks tot de Israëlieten zou moeten zeggen, nu sprak Hij vanzelf in de derde persoon enkelvoud, die bij ’Ehjeh behoorde. Omdat dan immers Mózes aan het woord zou zijn. De afgezant. En die sprak dan natuurlijk óver z’n Zender als een Hij. Vandaar dat Jahweh. Hij zal (met me) zijn. Hij is de God van uw vaderen en Hij heeft mij tot u gezonden.

Hier staan we bij de geboorte van de naam Jahweh en het eerste wat we opmerken is, op hoe geestvolle – bijna schreven we geestige – wijze hij is ontstaan. Want onafscheidelijk eraan verbonden is de herinnering aan heel het hoofdstuk Exodus 3. God ontfermde Zich over Zijn arme verbondsvolk. Hij wilde Mozes als verlosser uitzenden. Maar Mozes vroeg: Wat hebben we de laatste jaren van U, van Uw naam en kracht, bespeurd? Mozes dacht er natuurlijk allereerst zélf zo over, maar verwachtte zulk een tegenwerping straks ook bij. de Israëlieten in Egypte te zullen horen. Wat zou hij dan moeten zeggen? Waarop de HEERE geantwoord heeft: Nu dat zullen ze dan ’s zien. En jij-zélf in de eerste plaats. Wat Ik kan. Hoe Ik jou help. Zeg hun dan maar vast: Hij, die met mij zal zijn, heeft me tot u gezonden.

Ziedaar het geboorte-uur van de naam Jahweh. Het was tevens het uur der grote verlossing. Dit uur sloeg, toen Mozes aan God min of meer het verwijt maakte, er althans bedektelijk over klaagde, dat hij en zijn volk wel door de God hunner vaderen schenen te zijn vergeten. Toen kwam God voor de dag met die wijze van spreken over Zich, die Hijzelf aan Mozes in de mond gaf. ,,Zeg maar, Jahweh heeft mij gestuurd.”

Bron: De Voorzeide Leer, Inleiding Genesis Exodus, deel 1a, door ds, C. Vonk (Buijten&Schipperheijn, Amsterdam, 1991)

31 Wat nu de opstanding der doden betreft, hebt gij niet gelezen,
wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei:
32 Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaak, en de God van Jakob?
33 Hij is niet een God van doden, maar van levenden. 
(Uit Matteüs 22)

Zie ook:
De Naam van onze God… (III)
De Naam van onze God…(II)
De Naam van onze God… (I)

Ik zal er zijn  (Sela, YouTube)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie