Rembrandt en zijn Heiland…

Toen de hoofdman over honderd zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God
en zei: Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig. (Lukas 23 : 47)

Schilderij van de kruisoprichting

(…) Dat er dynamiek in dit gebeuren is, blijkt uit meer nog: Het kruis wordt met zichtbare inspanning van de soldaten en knechten omhooggetrokken en – geduwd. Maar liefst vier personages zijn er mee bezig. (…)

En dán is daar in het centrum van het schilderij, aan Jezus voeten, een elegante jongeman met een blauwe schildersbaret. Hij is duidelijk geëmotioneerd, alsof hij zich mede verantwoordelijk voelt voor dit verschrikkelijke gebeuren. Geen twijfel hij draagt de gelaatstrekken van Rembrandt zelf. De kunstenaar blijft niet buiten zijn onderwerp, maar voelt zich er helemaal bij betrokken. Door zich zo af te beelden erkent hij schuld. Geheel in de lijn met het bekende gedicht van zijn tijdgenoot Jacobus Revius:

T’en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U cruysten
T’en zijn de crijchs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstok hebben of den hamer opgelicht
Of het vervloeckte hout op Golgotha gesticht
Ick bent, o Heer, ick bent die U dit heb gedaan
Want dit is al geschiet, eylaes! om mijne sonden…

(…) Links in het midden treedt de Romeinse centurio uit het donker te voorschijn (…)
Hij is bij deze terechtstelling met het toezicht belast. (…)
Zie je hoe de hoofdman vanuit het schilderij naar buiten kijkt? Zijn ernstige blik is uitdrukkelijk op ons als kijkers gericht. Rembrandt heeft hem zo geschilderd, dat ik niet naar hem, maar hij naar mij kijkt. Alsof hij mij vraagt: Hoe reageer jij op dit gebeuren? hoe sta jij hierin?

 (…) En op de voorgrond, glanzend in ’t licht staat een eenzame spade in de aarde. (…)
Ik vind die spade ontroerend. Omdat ook Christus mij hier ontroert: alleen en zo verlaten als Hij daar hangt, tegen de donkere achtergrond. Onwillekeurig komen de woorden van het Avondmaalsformulier bij mij naar boven: “Hij werd verlaten, opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden…”

Bron tekst: “Een glimp van de hemel – het geheim van Rembrandts geloof” van Jan Riemersma.
Bron foto: Pinterest – The world’s catalogue of ideas

rembrandt-de-kruisoprichting

Rembrandt – De kruisoprichting

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Ben ik het? (een rollenportret)

(…) Wat we hier zien (zie afbeelding onderaan) is een zogenaamd rollenportret waarop Rembrandt  en zijn jonge vrouw Saskia zijn afgebeeld (1). Wij zien hier Rembrandt in de rol van de verloren zoon die met wijntje en Trijntje de bloemetjes buiten zet. Dat blijkt niet alleen uit het geheven glas, maar uit de hele ambiance: de scène speelt zich af in een herberg. Aan de muur hangt de lei waarop met krijtstreepjes de consumpties genoteerd worden (“op de lat schrijven”). De pauwenpastei op de tafel staat symbool voor de hoogmoed; de struisvogelveren op de hoed zijn beeld van de losbandigheid.

Rembrandt is, volgens Bergström, een Hedendaegse Verloren Soon, een benaming die hij ontleent aan de titel van een toneelspel (1630) van Willem Dirckz. Hooft (niet te verwarren met de bekende P.C. Hooft). Eigenlijk doet Rembrandt hier dus een belijdenis: die verloren zoon, dat ben ik zelf…

En… is dat ook niet de manier waarop wij allen deze parabel moeten lezen?

Zoals de dichter Jacobus Revius (1586-1658) de drie gelijkenissen van Lucas 15 heel persoonlijk op zichzelf betrekt:

Ik ben een schaapken dat daar is
verbijsterd in de wildernis;
ik ben een penning weggeraakt,
een zoon, die ’t lelijk heeft gemaakt.
O, Vader, zoek mij wederom,
opdat ik blijv’ Uw eigendom!

(Gezang 50 : 2, Liedboek voor de Kerken)

(1) Rembrandt voelde zich bijzonder aangesproken door de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15 : 11-32). Vrijwel alle episodes van deze parabel zijn door Rembrandt verbeeld.

Bron: “Een glimp van de hemel – het geheim van Rembrandts geloof” van Jan Riemersma.

rembrandt-en-saskia-in-de-herberg-i-wikipedia

Rembrandt en Saskia in de herberg.

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Voor kinderen gesproken en gezongen…

Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest…
(Uit Psalm 8)
 

‘Toen Christus mensen wilde opvoeden, moest Hij mens worden. Zullen wij kinderen opvoeden dan moeten wij kind worden’
(Maarten Luther WA 19, 78, 13-15).

“Aan mijn lieve zoon Hansje Luther in Wittenberg. (1)

Genade en vrede in Christus, mijn lieve zoon – ik hoor graag dat je goed leert en vlijtig bidt. Als je dat doet, dan zal ik als ik thuiskom een mooi cadeautje voor je meebrengen.

Ik weet ook een mooie, prachtige en heerlijke tuin waar veel kinderen komen. Ze hebben van goud glinsterende pakjes aan en zoeken mooie appels onder de bomen, en peren, kersen, blauwe en rode pruimen. Ze zingen en springen en ze zijn vrolijk. Ze hebben ook mooie, kleine paardjes met gouden teugels en zadels van zilver.

Ik vroeg aan de baas van die tuin: wat dat voor kinderen waren. Hij zei toen: dat zijn kinderen die graag bidden, leren en vroom zijn. Daarna vertelde ik aan die man dat ik ook een zoon heb die Hansje Luther heet. Ik vroeg toen of mijn Hansje ook in de tuin zou mogen komen om ook zulke mooie appels en peren te eten en op die mooie paardjes te rijden en met deze kinderen te spelen?

Toen zei die man: als hij ook graag bidt en leert en vroom is, dan mag hij ook in de tuin komen – Flip en Joost (de zoontjes van Melanchthon) ook. Als alle kinderen bij elkaar zijn: dan krijgen ze trommels, fluiten, trompetten en allerlei andere dingen om muziek mee te maken – dan mogen ze dansen en springen en ook met kleine boogjes schieten.

Hij liet me toen een prachtig grasveld in de tuin zien, klaar voor een kinderfeest – er hingen allemaal gouden fluiten en trommels en fijne zilveren boogjes om mee te schieten. Maar het was nog vroeg en de kinderen hadden nog niet gegeten. Ik kon dus niet op het dansen en spelen wachten.

Maar ik zei tegen die man: och lieve meneer, nu moet ik gauw weg om dit allemaal aan mijn lieve Hansje te schrijven: dat hij ook ijverig bidt, goed leert en vroom is, zodat hij ook in deze tuin mag komen – Hansje heeft ook een tante Lena die hij mee moet brengen. Toen zei de man: ja, dat is goed! Ga maar weg om dit allemaal aan hem te schrijven. Daarom, lieve Hansje, leer en bid zo goed je kunt en zeg tegen Flip en Joost, dat ze ook bidden en leren, dan zullen jullie met elkaar in de tuin komen.

De lieve God zal voor je zorgen! Doe ook tante Lena de groeten en geef haar een kus in mijn naam.

Je lieve vader Martinus Luther.”

Maarten Luther: an seinen Sohn Hänschen, 19 juni 1530, vgl. WABR 5, S.377-S.378 (Nr. 1595).

(1) Het onderstaande briefje is geschreven toen Luther, tijdens het godsdienstgesprek in Augsburg (1530), voor lange tijd in de vesting Coburg verbleef. Ondanks alle zorgen waaronder hij toen gebukt ging, nam hij de tijd om een brief aan zijn zoon Hansje te schrijven. Voor wie het kritisch wil lezen: het briefje heeft inderdaad een wat moralistische toon. Dat konden we verwachten, want ‘leren, bidden en vroom zijn’ hoort tóch ook wel tot de kern van wat Luther altijd heeft gezegd – ‘beten, lehren, fromm sein’ – en dat laatste dan in de zin van er zelf ook naar leven! Het is een ‘kinderpreek’ waar Luther kind is met het kind. En zó wil ik het ook aan u doorgeven! Het bekende beeld van Luther is onvolledig als we niet weten dat hij ook een brief kon schrijven aan zijn kind van vier jaar oud! Hij bleef daarbij binnen de woordenschat en de gedachtewereld van een klein kind. Zó bracht hijzelf in praktijk wat hij ergens anders schrijft: ‘Toen Christus mensen wilde opvoeden, moest Hij mens worden. Zullen wij kinderen opvoeden dan moeten wij kind worden’ (WA 19, 78, 13-15). Of deze uitspraak: ‘Als wij voor [kleine] kinderen willen preken, moeten wij ook zelf als kinderen met hen kunnen stamelen’ (WA 30.1, 143, 9-10):

Zie evt. ook: Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… 

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)
Bron foto’s: NL Discografie

een-lied-voor-kinderen-nl-discografie een-kind-een-kind

Dit is een lied alleen voor kinderen, het is gisteren gemaakt, omdat ze morgen uitgespeeld zijn, (…) hun spel is vogelvrij verklaard… (Dimitri van Toren)

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Crisis kerk en samenleving gelegen in crisis van het gezin…

2 Eer je vader en je moeder – dit is immers het eerste gebod, met een belofte –
3 opdat het je goed ga en je lang leeft op aarde. (Uit Efeziërs 6)

(…) Wat bedoelt de apostel met de uitdrukking ‘eerste gebod met een belofte’? Dit is een moeilijk punt en wij kunnen hier onmogelijk het laatste woord over zeggen. (…) Ik zou het daarom als volgt willen zeggen: dit is een van die wetsregels die, als ze genegeerd worden, leiden tot instorting van de maatschappij.

(…) Dit is ongetwijfeld op dit moment het grootste gevaar dat onze maatschappij bedreigt. Wanneer het gezinsleven wordt stukgemaakt, zal er spoedig geen enkele loyaliteit overblijven. Het is de belangrijkste steunpilaar van de maatschappij. Dat valt als belangrijke reden te noemen waarom God een belofte heeft verbonden aan deze wetsregel.

Maar ik ben van mening dat in dit gebod en deze belofte nog een diepere betekenis ligt. God Zelf is tenslotte onze Vader. Dat woord gebruikt Hij Zelf; dit is het woord dat onze Here gebruikt in Zijn voorbeeldgebed, het ‘Onze Vader’. De relatie tussen ouders en kinderen is een beeld van de relatie die de mensheid oorspronkelijk had met God. Alle mensen zijn krachtens de schepping ‘kinderen’ van God. Hij is onze Vader en ‘wij zijn Zijn van Zijn geslacht’ (Handelingen 17:28, Efeziërs 3 : 14-15). Bovendien is de relatie tussen ouder en kind een bijzonder mooi beeld van die relatie die er nu is tussen een christen en God Zelf. Wij christenen zijn kinderen Gods.

In het derde hoofdstuk van de zendbrief aan de Efeziërs komt dit onderwerp in het veertiende en vijftiende vers aan de orde. “Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot de Vader van onze Heere Jezus Christus. Uit Welke al het geslacht in de hemelen en op de aarde genaamd wordt.” Sommigen zeggen dat de vertaling hiervan zou moeten zijn: ‘God is de Vader van alle vaders.’ In elk geval blijkt uit dit Bijbelgedeelte dat de relatie tussen vader en kind ons altijd zou moeten herinneren aan onze relatie met God. Het gezin, de relatie tussen ouders en kinderen, is iets heel heiligs. God heeft ons dit ook duidelijk willen maken en gemaakt met en door Zijn wetsregel(s) in de Tien Geboden.

Toen Hij dit gebod gaf, ‘Eert uw vader en uw moeder’, heeft Hij er een belofte aan verbonden. Welke belofte? ‘Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.’ Wilt u Mijn zegen daar in dat nieuwe land blijvend ondervinden? Onderhoud dan deze geboden – met name dit gebod’.

Nu hebben we in de gemeente van Jezus Christus niet alleen met joden, maar ook met heidenen die christen zijn geworden te maken. Daarom zegt en bedoelt Paulus in feite: ‘Deze belofte betekent nu: wilt u een gezegend en gelukkig leven hebben, eer dan uw vader en moeder. Misschien behaagt het Hem u een lang leven te geven op deze aarde en u zodoende tot voorbeeld te stellen. Maar waar u ook leeft en van welke leeftijd u ook bent en ook wanneer u deze wereld verlaten moet, u zult ervaren dat u onder Gods zegenende hand verkeert.

Als christenen hebben wij nu echter nog een reden, en wel deze grote en voorname reden: Christus vraagt dit van ons; het is Zijn gebod; het is een van de manieren waarop wij onze relatie met Hem en onze gehoorzaamheid jegens Hem gestalte geven. ‘Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in de Heere!’ Er zijn weliswaar ondergeschikte redenen. Daar moet u echter niet bij blijven stilstaan, maar wij gehoorzamen het gebod om Christus’ wil. (…)

Zie ook:
– Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (I)
– Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (II)
– Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (III)

Bron: “Ouders en kinderen – Paulus als pedagoog” – D.M. Lloyd-Jones (Bijbel, huwelijk en gezin, Uitgeverij Kok Kampen)
Bron plaatje: SlidePlayer.nl

opvoeden-met-gezag-lloyd-jones

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Mij spreekt de blomme een tale…

Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. (Lukas 12 : 27)

Mij spreekt de blomme een tale,
Mij is het kruid beleefd,
Mij groet het altemale,
Dat God geschapen heeft!
(Guido Gezelle  (1))

(…) Van koning Salomo staat geschreven dat hij met het vee, de vogels, de vissen en de kruipende dieren van het veld sprak. Dat kan ik (2) ook. Ik geef toe dat ik niet, zoals Salomo, met alle dieren kan spreken. Maar wel met een paar soorten die ik goed ken en daar heb ik dan geen toverring bij nodig. In dat opzicht ben ik de oude koning weer de baas. Die kon zonder zijn ring niet eens met hem goed vertrouwde dieren spreken. Toen hij de ring niet langer meer bezat, sloot hij zijn hart voor de dierenwereld af. Hij zou de ring in een uitbarsting van woede hebben weggegooid toen een nachtegaal hem verried dat een van zijn negenhonderdnegenennegentig vrouwen van een jongere man hield. Dat vertelt althans de overlevering. Of dat nu al dan niet verstandig van Salomo was, wil ik in het midden laten. Ik vind het in ieder geval niet sportief om in de omgang met dieren toverkunsten te gebruiken. Ook zonder toverij vertellen levende wezens de mooiste verhalen die er bestaan: ze vertellen ons over de werkelijkheid. Die is in de natuur altijd veel mooier dan dichters, de enige tovenaars die echt bestaan, kunnen bedenken.
(Konrad Lorenz, in “Ik sprak met viervoeters vogels en vissen” (2))

2 De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;
3 de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht.
4 Het is geen spreken en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet gehoord:
5 toch gaat hun prediking uit over de hele aarde en hun taal tot aan het einde der wereld.
(Uit Psalm 19)

  • God heeft de mensen bevoorrecht: zij beseffen dat ze als de dieren zijn… (Pred. 3 : 18)
  • Ga tot de mieren gij luiaard, onderzoekt haar wegen en wordt wijs… (Spr. 6 : 6-7)
  • Kijk naar de vogels (raven) in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. (Lukas 12 : 24)

(…) ‘Wij schrijven.’  (3) zoo sprak het, ‘al krinklen af
Het gene onze Meester, weleer,
Ons makend en leerend, te schrijven gaf,
Eén lesse, niet min nochte meer;
Wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
Niet lezen, en zijt gij zoo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
Den heiligen Name van God!’
(Uit: Het schrijverke, Guido Gezelle, 1857)

guido_gezelle

(1) Guido Gezelle (Brugge, 1830-1899) was een Belgisch rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler. Hij is bekend om zijn fijnzinnige gedichten over de natuur, zijn beeldend taalgebruik en als virtuoos taalkunstenaar. O ’t ruischen van het ranke riet en Het Schrijverke uit de dichtbundel Vlaamsche Dichtoefeningen (1858) zijn slechts twee van zijn bekendste werken.

prof-konrad-lorenz-ii

(2) Konrad Lorenz (Wenen, 1903-1989) was een Oostenrijkse zoöloog en ornitholoog. Hij wordt vaak gezien als de grondlegger van de ethologie hoewel hij strikt genomen alleen hielp bij de ontwikkeling van een aanpak die begonnen werd door onder andere zijn leraar Oskar Heinroth. Konrad bestudeerde instinctief gedrag bij dieren. In 1973 ontving Lorenz samen met Karl von Frisch en Niko Tinbergen de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde.
Opgemerkt: Lorenz heeft grote kunde betoond bij het waarnemen en bestuderen van vogels en dieren in hun eigen leefomgeving (dus buiten laboratorium en/of andere onderzoeksruimten) en hij heeft daarover o.a.  in het werkje “Ik sprak met viervoeters, vogels en vissen” op (ook voor leken) bijzonder aantrekkelijke wijze verhaal gedaan.

(3) “Het schrijverke” is een klein kevertje dat op het wateroppervlak leeft en die zich met met soortgenoten met grote snelheid al draaiend en met cirkelbewegingen “al schrijvend” over het wateroppervlak bewegen.

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis, Israël, Natuur, Wetenschap | Plaats een reactie

De rechtvaardiging uit het geloof…

 1 Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb,
dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat,
2 waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb,
tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt.
(…) 11 Of ik het dan ben of zij, zó prediken wij en zó hebt u geloofd.
(Uit 1 Korintiërs 15)

Alleen door het geloof in Christus

In navolging van de toen gebruikelijke volgorde van Schriftlezing is de tekst in de ‘Kirchenpostille’ (1522) voor Nieuwjaarsdag: Galaten 3 vers 23 tot 29. Dit is best wel een vroege preek van Luther uit deze brief van Paulus – tenminste vergeleken met zijn uitgebreide verklaring van de brief aan de Galaten uit (1531) 1535 (1). Het reformatorische parool ‘alleen door het geloof in Christus’ is in het onderstaande citaat uit 1522 al heel duidelijk aan de orde:

‘Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Jezus Christus’
(Galaten 3:26, weergave WA 1522).

(…) “De apostel wijst de Galaten alleen op Christus. Hij geeft hier een verklaring over het geloof dat in Jezus Christus gelooft en blijft: namelijk dat er geen ander geloof genoegzaam en betrouwbaar is – alleen het geloof in Christus maakt ons tot kinderen van God (vgl. o.a. Johannes 1:12; 3:36).

Er zijn velen, speciaal onder de nieuwe schoolleraren (2), die ook wel zeggen: ‘De vergeving van zonden en de rechtvaardiging uit genade rust geheel en al op de Goddelijke toerekening.’ Deze uitspaak zou dan betekenen: dat Gods toerekenen of toeschrijven van de rechtvaardigheid op zich [en zonder het geloof in Christus] voldoende is. Ze zeggen ook: ‘Aan wie God de zonde toerekent of deze níét toerekent, die mens is daardoor gerechtvaardigd of níét gerechtvaardigd van zijn zonden.’ Zoals zij ook psalm 32 (vers 2) en Romeinen 4 (vers 8) naar hun eigen goeddunken uitleggen – waar wordt gezegd: ‘Zalig is de mens aan wie God de zonde niet toerekent.’

Als deze uitleg waar zou zijn, dan is het hele Nieuwe Testament voor niets en tevergeefs: het was dan onnodig en nutteloos dat Christus heeft gearbeid en dat Hij voor de zonden heeft geleden. Ook zou God Zich dan – als het ware – met schijnbare en onwerkelijke zaken onnodig hebben beziggehouden. Dit om reden: dat God dan ook wel zonder het lijden van Christus de zonde had kunnen vergeven en de zonde niet noodzakelijk zou moeten toerekenen. Op deze manier kan ook wel een ander geloof dan het geloof in Christus, rechtvaardig en zalig maken. Bijvoorbeeld: het geloof van hen die eenvoudigweg vanwege de Goddelijke genade en barmhartigheid vertrouwen dat de zonden aan hen niet worden toegerekend.

In tegenstelling tot dit afschuwelijke en verschrikkelijke denkbeeld en deze dwaling is de apostel gewoon dat hij altijd over het geloof in Jezus Christus spreekt en betuigt, én steeds weer de Naam ‘Jezus Christus’ noemt, zodat het zelfs verwonderlijk is dat er nog iemand is, die zich van de noodzaak van het geloof in Christus niet bewust is. Paulus spreekt toch in zijn brieven, in het ene ná het andere woord, enkel en alleen over Christus.

Het zijn deze ‘heidense meesters’ (3), die door hun verfoeilijke, duivelse en verleidende dromen deze leer [van het geloof in Christus] onder ons zo kwaadwillig hebben vernietigd en verzwegen. Daarom weten onze ‘zeergeleerde doctoren’ op de hogescholen nu niet meer, wat Christus voor ons betekent of waartoe Hij nodig en nuttig is – en bovendien niet wat evangelie en Nieuw Testament is. Zij denken: dat Christus alleen een soort ‘Mozes’ is – dat is: een Leraar Die wetten en geboden geeft hoe men vroom moet zijn en goed moet leven.”

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, Epistel am Neujahrstage. Gal. 3:23-29, vgl. WA 10.1.1, 468, 14 – 469, 18

(1) Een goede en compacte vertaling van ‘Luthers verklaring van de brief van Paulus aan de Galaten’ is recentelijk opnieuw uitgegeven door UITGEVERIJ DEN HERTOG BV – HOUTEN (ISBN 978 90 331 2731 1).
(2) Schoolleraren: aanduiding voor theologen uit de Middeleeuwen die door hun filosofische redeneringen de eenvoud van de Schrift uit het oog verloren. Hun filosofisch-theologische denkrichting wordt de ‘Scholastiek’ genoemd.
(3) Feitelijk hetzelfde als voetnoot (2): ‘heidense meesters’: heidense (d.i.) Griekse sofisten of filosofen. Hier gebruikt als scheldnaam voor theologen uit de tijd van Luther en daarvoor, die sterk door de Griekse filosofie waren beïnvloed.

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

lutherroos-geloof-woord-genade-alleen

Bron plaatje: Lutherroos – zoals afgebeeld in artikel op verbond.blogspot.nl

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Altijd weer goed luisteren naar de Waarheid…

(…) Jezus antwoordde. ‘Als u mij zou kennen zou u mijn Vader ook kennen.’
(…) Jezus zei: ‘Wanneer u bij mijn Woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen.
32 U zult de Waarheid kennen, en de Waarheid zal u bevrijden.’
(Uit Johannes 8)

45 Maar mij gelooft u niet, want ik spreek de Waarheid. 46 Kan een van u mij van zonde beschuldigen? Als ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? 47 Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.’

48 De Joden riepen: ‘Zeggen we soms ten onrechte dat u een Samaritaan bent, en dat u bezeten bent?’ 49 ‘Ik ben niet bezeten,’ zei Jezus. ‘Ik eer mijn Vader, maar u eert mij niet. 50 Ik ben niet uit op eigen eer; iemand anders is uit op mijn eer en hij zal oordelen. 51 Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’

52 Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat u bezeten bent! Abraham is gestorven, en de profeten ook, en u zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”! 53 Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’

54 Jezus antwoordde: ‘Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, 55 hoewel u hem niet kent. Ik ken hem. Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, zou ik een leugenaar zijn, net als u. Maar ik ken hem wel, en ik bewaar Zijn Woord. 56 Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’

57 De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ 58 ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik.’ 59 Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien…

***

(…) 17 Heilig hen dan door de Waarheid. Uw Woord is de Waarheid.
18 Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden.
9 Ik heb mij geheiligd omwille van hen,
zo zullen ook zij door de Waarheid geheiligd zijn
.

(…) 26 Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen,
zodat de Liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’
(Uit Johannes 17)

 Luther Lutherroos Afbeelding Prot NL

De Lutherroos
Bron: zie Merkteken van zijn theologie

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (II)

Weest elkaar onderdanig in de vreze Gods (Efeziërs 5 : 21)
***
Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (Uit Efeziërs 5 : 1-2)

(…) Wanneer zal de burgerlijke overheid weer gaan beseffen dat er een onlosmakelijk verband is tussen goddeloosheid en een gebrek aan moraal en fatsoenlijk gedrag? Deze zaken horen bij elkaar. ‘De toorn van God wordt geopenbaard van de hemel’, zegt de apostel in Romeinen 1:18, ‘over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen.’ Als er meer goddeloosheid is, zal er ook altijd meer ongerechtigheid zijn.

(…) De huidige omstandigheden vragen erom dat wij aandachtig luisteren naar de woorden van de apostel. Ik geloof dat christelijke ouders en kinderen – christelijke gezinnen – een unieke kans hebben eenvoudigweg door hun anders-zijn om daarmee te getuigen tegenover de wereld van vandaag. (…)

Laten we daarom, met het oog op deze zaken, goed lezen en luisteren naar wat de apostel hierover zegt (1). De apostel begint met de kinderen. Net als in zijn beschrijving van de huwelijksrelatie, begint hij met degenen die onder het (aan de orde gestelde) gezag staan, en daarom (als eersten) horen hoe zij het onderdanig zijn aan dit gezag in praktijk hebben te brengen.  Hij begon met de vrouwen en schreef daarna pas over de mannen.

Nu begint hij met de kinderen en schrijft vervolgens over de ouders. Dit doet hij omdat hij bezig is dit eerdergenoemde basisprincipe te illustreren: ‘Elkaar onderdanig zijn in de vreze Gods.’ Het bevel is: ‘Gij kinderen, wees uw ouders gehoorzaam.’ Vervolgens herinnert hij hun aan het gebod: ‘Eert uw vader en moeder.’

(…) als vrucht van Gods onderwijs aan Mozes staat de moeder in het christendom en het jodendom naast de vader. Paulus beveelt de kinderen hun ouders gehoorzaam te zijn, en ‘gehoorzaam zijn’ betekent niet alleen ‘luisteren naar’, maar duidt erop dat zij hebben te luisteren in het besef dat zij onder het gezag van hun ouders staan. Je ziet op tegen wat ze je zeggen of bevelen en je luistert niet alleen, maar erkent je onderdanige positie en geeft daar in de praktijk blijk van.

(…) Het is uiterst belangrijk te beseften dat deze gedachte onlosmakelijk verbonden is met het ‘eren’ van de ouders. ‘Eert uw vader en moeder.’ Dat betekent: respecteer je ouders, heb ontzag voor ze. Dit is een wezenlijk onderdeel van het gebod. Kinderen moeten niet als een robot en tegen wil en dank gehoorzaam zijn. Dat is niet goed; dat is leven naar de letter, maar niet naar de geest. Dit heeft onze Heere juist zo sterk veroordeeld in de farizeeën…
Door het Bijbelse onderwijs leren kinderen welke gezagsverhouding er tussen hen en hun ouders bestaat en zullen zich daarin en daarover verheugen. Zij behoren het als een groot voorrecht – te leren (2) – zien  en hun uiterste best doen om in al hun daden deze eerbied dan ook steeds weer aan de dag te leggen. (…)

(1) 6 Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7 Gedraag u dus niet zoals zij (die zonder Christus leven), 8 want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het Licht. (Uit Efeziërs 5)

(2) Opgemerkt AJ: Niet door opvoedkundige praatjes en/of wetenschappelijke wijsheid, maar doordat men in gezin, school en gemeente leeft bij het (dagelijks!) onderwijs van en uit Gods Woord.

Zie ook: Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (I)

Bron: “Ouders en kinderen – Paulus als pedagoog” – D.M. Lloyd-Jones (Bijbel, huwelijk en gezin, Uitgeverij Kok Kampen)
Bron foto’s: Pandjeshuis JVZ en Bijbel en opvoeding

geloven-begint-thuis-pandjeshuis-jvz geloven-begint-thuis-ii-christelijk-opvoeden

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Werkelijk vrij zijn – kennen en kunnen…

“Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.” (Johannes 8:36)

(…) Rond het werk van barmhartigheid zien we Dietrich Bonhoeffer van de andere kant, aan de binnenkant van de gevangenis. Daar is hij allereerst een ontvanger van barmhartigheid. Gevangenschap is zwaar. (…)
Hoewel hij ook heimwee en depressiviteit van binnenuit kent, maakt Bonhoeffer zich nuttig door veel te schrijven. Hij heeft het zelfs over de tijd ‘uitbuiten’.

(…) Tien jaar daarvoor vergeleek hij in een adventspreek voor de Duitstalige gemeente in Londen advent met een gevangenis. ‘Lange jaren hebben de gevangenen de schaamte en de straf van hun gevangenschap gedragen. (…) En dan klinkt in de gevangenis opeens de boodschap: binnenkort zullen jullie allemaal vrij zijn, je ketenen zullen losgaan. Jullie beulen zullen gebonden worden en jullie zullen bevrijd zijn. Dan kijkt het koor van gevangenen op en schreeuwt hartverscheurend: Ja, kom, o Redder.’ (…)

Wat betekent het dan voor hem om Kerst te vieren in de cel? ‘Ik hoef je niet te zeggen”, schrijft Dietrich zijn ouders, ‘hoezeer ik verlang naar vrijheid en naar jullie allen. (…) dat Christus in een stal werd geboren omdat er geen plaats voor Hem was in de herberg – dat begrijpt een gevangene beter dan anderen. Voor hem is het werkelijk een blijde boodschap en, indien hij dat gelooft, weet hij zich opgenomen in de gemeenschap van de christenen, die alle ruimtelijke- en tijdgrenzen doorbreekt. Gevangenismuren verliezen dan hun betekenis.

Een ontroerende blijk van mede-lijden zonder directe aanwezigheid toont zijn verloofde in een brief van 26 april 1944: “Ik heb een krijtstreep rond mijn bed getrokken ter grootte van jouw cel. Er staan een tafel en een stoel, zoals ik het mij voorstel. En als ik daar zit, geloof ik bijna dat ik bij jou ben. Was dat maar zo.’

Dietrich Bonhoeffer toonde zich niet alleen een ontvanger, maar ook een dader van barmhartigheid jegens gevangenen. Voordat hij zelf gevangen zat, riep hij zijn studenten per brief aan andere studenten in gevangenschap te denken en hen in gebed bij God te brengen. Maar zelf(s) in gevangenschap kruipt hij niet in een slachtofferrol of gaat hij volledig op in zijn boeken. Hij meende dat het voor zijn eigen psychisch welzijn goed was om niet met vreemden over zijn situatie te praten, maar zich naar zijn mogelijkheden open te stellen voor de noden van anderen. Waar hij in zijn ethiek oproept tot concrete verantwoordelijkheid, zien we hem dat doen tot in zijn eigen cel toe. Op 20 november 1943 schrijft hij in een brief: ‘mijn cel wordt schoongemaakt. Nu kan ik de schoonmaker wat te eten geven…

Bron: Ecclesia nr. 25/26 – december 2016 “De werken der barmhartigheid (6, slot) – De gevangenen bezoeken”, Arthur Alderliesten, Culemborg

Wie ben ik?
Eenzaam vragen drijft met mij de spot.
Wie ik ook ben, Gij kent mij,
Van U ben ik, o God!
(Uit gedicht “Wie ben ik” van Dietrich Bonhoeffer)

psalm-139-het-wonder-van-ons-bestaan

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Kinderen van het Licht…

6 Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7 Gedraag u dus niet zoals zij (die zonder Christus leven), 8 want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het Licht. (Uit Efeziërs 5)

ONDERDANIGE KINDEREN…

In Efeze 6:1-4 treffen wij niet alleen het begin van een nieuw hoofdstuk in Paulus’ zendbrief aan de Efeziërs, maar ook een nieuw onderwerp, namelijk de verhouding tussen kinderen en ouders. Als wij bij deze verzen stilstaan, is het heel belangrijk om ons te realiseren dat dit slechts een nadere illustratie is van het voorname leerstuk dat de apostel in het voorgaande hoofdstuk heeft verklaard. Hij past dit principe hier toe op onze menselijke verhoudingen.

Het leerstuk waar het om gaat, vinden we in het achttiende vers van het vijfde hoofdstuk:

‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is,
maar wordt vervuld met de Geest.’

Daar gaat het om, en alles wat hij daarna zegt, dient slechts om te illustreren hoe het leven van een christelijke man of vrouw die vervuld is met de Geest, gestalte krijgt. Een ander algemeen leerstuk dat hieraan ten grondslag ligt, vinden we in het eenentwintigste vers:

‘Elkaar onderdanig zijnde in de vreze Gods.’

Met andere woorden: we moeten in het oog houden dat de apostel in deze hoofdstukken betoogt dat het christelijk leven een heel nieuw leven is, heel anders dan het meest voortreffelijke ‘natuurlijke’ leven dat we ons kunnen voorstellen. Hij wil vooral dit nieuwe leven stellen tegenover het oude, heidense leven dat deze mensen voor hun bekering hadden geleid. Hij noemt dat het verschil tussen iemand die dronken is en iemand die vervuld is met Gods Geest. Ik zeg dit om te benadrukken dat we het hier niet slechts over ethiek of moraal hebben. Dit is een toepassing van de christelijke leer en de christelijke waarheid.

1 Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2 en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (Uit Efeziërs 5)

Zie ook: Basisprincipe(s) voor huwelijk en gezin… (II)

Bron: “Ouders en kinderen – Paulus als pedagoog” – D.M. Lloyd-Jones (Bijbel, huwelijk en gezin, Uitgeverij Kok Kampen)

van-kind-tot-kind-inge-oostdijk

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie