Levensgevaarlijk (werk)tuig…

Wie oprecht van hart en zin (woorden) is, prijst zich gelukkig.’
(Psalm 64 vers 11)

Geciteerd: Met woorden kun je iemand opbouwen of afbreken. Je kunt er medemensen (zwaar/dodelijk) mee verwonden en hen langdurige (zelfs levenslang) schade toebrengen. Dat heeft de dichter van deze psalm ervaren. De tong van hen die hem vijandig gezind zijn is als een zwaard en een pijl die ze onverwachts op hem afschoten en schieten. Levensgevaarlijk dus.
Ook in onze tijd kunnen we wijzen op de vreselijke werking van roddel en laster. Daarmee kun je zoveel schade aanrichten en samenlevingen (waaronder huwelijk, gezinnen en christelijke gemeenten/kerken) vernietigende slagen toebrengen. Wat ventileren mensen tegenwoordig niet allemaal op de sociale media over anderen. Jongeren komen daardoor tot wanhoopsdaden.
Heeft God iets te zeggen over en doet God iets aan al dat onrecht dat door ons mensen elkaar wordt aangedaan, kun je je afvragen. Deze Psalm is er duidelijk over: vroeg of laat komt Gods oordeel over deze praktijken (1). Bij Hem schuilen is wat je altijd weer zult doen en het is ook het beste wat je kunt doen. Hij neemt het zeker weten (2) voor je op en met Hém kom je nooit verkeerd uit. Leugen, roddel en laster hebben niet het laatste woord!

(1) ‘”De rechtvaardige zal leven door geloof.” (a) En vanuit de hemel openbaart Gods toorn (b) zich over al het kwaad en onrecht aan hen die met hun onrechtvaardigheid (in woorden en daden) de waarheid geweld aandoen.’ (Uit Romeinen 1 vers 17b en 18).
(a) Zie Jezus woorden in Lukas 18 over het recht verschaffen aan zijn uitverkorenen – dat zijn de gelovigen hier op aarde, die onder alles alle hoop op Hem gevestigd hebben en houden en – die dag en nacht tot Hem roepen over het onrecht hier op aarde.
(b) We zullen de toenemende verwarring en het geweld (met woorden en daden, ook binnen de gemeenten/kerken) van onze huidige wereldtijd beslist ook vanuit deze woorden duiden! Na enige verademing na WO II heeft men de tijd niet uitgebuit om God te zoeken en Zijn koninkrijk te dienen, maar hebben de belangen en de ‘koninkrijkjes’ die wij hier wilden en willen stichten (ook op het ‘kerkelijk/gemeentelijk erf’!) ons doen en laten eerst en vooral bepaald.
(2) Het ‘zeker weten’ van het geloof dat door de Heilige Geest gewerkt wordt en groeit wanneer wij trouw en eerbiedig de van God gegeven middelen volhardend blijven gebruiken.

Bron citaat: Dag in dag uit 2025 – Meditatie van woensdag 25 juni – Leger des Heils | Ark Media

Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat voor grote woorden en grootspraak kan hij voortbrengen. Bedenk eens hoe zelfs al een klein vlammetje een enorme bosbrand kan veroorzaken. Onze tong is net zo’n vlammetje: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen (c) in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur van de hel.’ (Uit Jakobus 3 de verzen 5-6)
(c) Denk hierbij ook aan het door een huwelijk verenigde lichaam van man en vrouw of denk aan het door het geloof verenigde leden van het lichaam van Christus (een christelijke gemeente/kerk) of aan bevolkingsgroepen die met elkaar samenleven in een land.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Sterven en begraven ook zichtbaar dooponderwijs? *

[Sermoen over de Doop: 1519]

Geciteerd: De Doop is een uitwendig teken of zegel [of waarmerk, parool, wapen, banier] dat ons afzondert van alle ongedoopte mensen. Wij moeten daaraan herkend worden als volk van Christus (1), onze Vorst, onder Wiens banier – dat is het heilige kruis – wij standvastig tegen de zonde strijden. Daarom moeten we bij dit heilig sacrament op drie dingen letten: het teken, de betekenis en het geloof. Het teken bestaat daarin, dat men de mensen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige geest in het water doet ondergaan. Men laat ze daar echter niet in blijven, maar men haalt hen er weer uit. (2) Daarom zegt men ook: uit de doop geheven. (3) Daarom moeten beide delen in het teken aanwezig zijn (of daarbij genoemd/begrepen worden): het ondergaan én het opheffen.
De betekenis van de Doop is een zaligmakend sterven aan de zonde en een opstaan in de genade van God. Hier wordt de oude mens, in zonden ontvangen en geboren, verdronken, en een nieuwe mens komt tevoorschijn en staat op – in genade geboren. (4) Daaarom noemt Paulus de Doop een bad der wedergeboorte, omdat men in dit bad – onder het Doopwoord en door het werk van de Heilige Geest – opnieuw geboren en vernieuwd wordt (vgl. Titus 3 : 5). Christus zegt het ook zo: ‘Tenzij dan dat een mens opnieuw geboren wordt uit het water en de Geest (der genade), kan hij of zij het Hemelrijk niet binnengaan’ (vgl. Johannes 3 : 3 vv). Want zoals een kind uit het lichaam van de moeder getild en geboren wordt, waarbij het door deze geboorte een zondig mens en een ‘kind des toorns’ is (5), zo wordt de mens op een geestelijke manier uit de doop getild en geboren, en wordt door deze geboorte een kind der genade en een gerechtvaardigd mens. Op deze manier verdrinken de zonden in de Doop en komt er Gods gerechtigheid voor in de plaats.
De Doop betekent dus het sterven of verdrinken van de zonde. Dat gebeurt echter in het leven van een mens hier op aarde niet volkomen, maar pas als de mens sterft en geheel tot stof vergaat. (6) Het sacrament van de Doop is gauw gegeven, zoals wij dat voor onze ogen zien gebeuren. Maar wat de Doop betekent, wat de Geest werk/bewerkt naar Gods belofte, het verdrinken van de zonde, dat duurt zolang wij leven (zie o.a. Efeziërs 4 : 22-24), en wordt pas in de dood helemaal voltooid. Want pas dan gaat de mens echt helemaal onder in de Doop, en gebeurt wat de Doop betekent (ons voor ogen stelt).
[Maarten Luther: Ein Sermon von dem heiligen Hochwirdigen Sacrament der Taufe, 1519, vgl. WA 2, 727, 20 – 728, 16]

* Ja dus, dat mag al wat wij mensen over iemands leven (van een dopeling) denken en zeggen wel tot zwijgen brengen: ook dan zien we – en horen en belijden we dan toch ook? – het Evangelie zoals dat tot ons kwam met en door de Doop en dat dan beslist niet op z’n minst!

(1) Vandaar ook dat alle aanwezigen in het van Cornelius (jong en oud) nog gedoopt moesten worden nadat ook op hen de Heilige Geest was uitgestort en ook Paulus moest nog gedoopt worden na zijn bijzondere ontmoeting met de verhoogde Jezus – zie resp. Handelingen 10 : 44-48 en 22 : 12-16.
(2) Daarom is de kinderdoop nog de beste illustratie van de Doop in wezen is. Het is een gebeuren waarbij de mens zelf niets heeft in te brengen. We verdrinken in het water én we worden eruit gered. De vroege doop van de heidenen (vaak al na één preek) is ook een belijdenis van onze afhankelijkheid van het werk dat de Heilige Geest wil en moet doen in het harte en leven van een mens – lees 1 Korintiërs 1 t/m 3 erop na.
(3) Denk aan een verloskundige die na de geboorte de baby opheft om deze aan moeder en vader te laten zien en hem of haar daarna aan de op de moederbuik en aan moederborst te leggen. De doop wordt in Titus 3 ‘het bad der wedergeboorte’ genoemd. In de Naam van de Vader en de Zoon zal de Heilige Geest zorg dragen voor de dopeling die door de Doop aan Hem is toevertrouwd.
(4) Lees nog weer eens na wat de gezalfde koning David bidt en belijdt in Psalm 51.
(5) Woorden uit het gereformeerde doopformulier waarin beleden wordt wat ‘de kerk’ in Gods Woord gelezen en daaruit begrepen heeft.
(6) Lees hierbij ook de woorden van 1 Korintiërs 15 de verzen 35-58 m.n. de verzen 42-57.

Leestip: Kolossenzen 2 : 6-15, kerntekst vers 12 en 1 Korintiërs 15 (geheel).

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 26 vraag 69: ‘Hoe wordt gij in en door de Heilige Doop vermand en verzekerd dat de enige offerande van Christus aan het kruis geschied u/jou ten goede komt’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Ik zal jullie een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal (definitief) veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblijk, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.’ (Uit 1 Korintiërs 15 uit de verzen 50-57 : 51-52)

Bron afbeelding: King James Bible Scipture Pictures

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Nederlandse christenen kunnen nog wat leren’…

‘Of je het nu wilt of niet: Amerika is een gidsland’… *
* Is dat zelfs voor christelijke gemeenten/kerken onvermijdelijk?

Maar profeteert iedereen (van degene die deze gave hebben en de gelegenheid gegeven wordt, zie vers 29), dan zal een ongelovige buitenstaander door ieder die profeteert worden beoordeeld en terechtgewezen (vanwege van het geschreven Woord dat verkondigd en toegepast wordt, zie 1 Korintiërs 4 : 6 en Matteüs 18 : 18). Dan zal zo’n buitenstaander ontdekt worden aan wat hem of haar heimelijk beweegt – wanneer het licht van het verkondigde Evangelie daarover schijnt – en dan zal hij of zij zich ter aarde werpen (figuurlijk en misschien ook letterlijk), God aanbidden en belijden (vroeger of later): “Werkelijk, God is in jullie midden“.’
(Naar 1 Korintiërs 14 de verzen 24-25).

Geciteerd 1: Zeker, Nederlandse christenen kunnen van hun overzeese geloofsgenoten leren, zegt Segers (1). ‘Er is daar geen kerk zonder spandoek buiten, zonder een warm welkom.’ Amerikaanse kerken weten volgens hem dat een eerste indruk cruciaal is. ‘Ze weten dat het misschien de enige keer is dat iemand een voet over de drempel zet. En dat dat het begin kan zijn van een levensveranderende ervaring.’

Die gastvrijheid komt voort uit de Amerikaanse context van een land zonder staatskerk. ‘Elke kerk heeft iedere keer hard moeten werken om iedereen binnen te halen en binnen te houden. Dus er is ook veel marktwerking in religieus opzicht. Maar dat is ook gezond.’

Ook de sociale rol van kerken spreekt Segers aan. Door de kleinere verzorgingsstaat hebben veel kerken ‘heel veel diaconale projecten, veel sociale projecten’ opgezet. ‘Kerken gaan na: wat betekenen wij voor onze wijk en hoe kunnen wij een zegen zijn voor onze wijk?’

Opgemerkt 1a:De eerste indruk cruciaal‘. Zullen we toch maar wat meer vertrouwen hebben in Gods leiding en werk in iemands leven? Lees hoe Paulus zichzelf relativeert en hoe hij het niet nodig vind om toch vooral een ‘geweldige’ indruk te maken. Lees de brieven aan de Korintiërs, die daarover ook nog heel werelds dachten, er maar weer op na. Ook wij moeten oppassen dat we kerkleden van Christus’ gemeente niet tot slaven maken van de leiders van een lokale gemeente of kerk…
Opgemerkt 1b:Maar dat is ook gezond‘. Zullen we bij dit ‘hard moeten werken’ toch ook maar oppassen voor gemeentelijke/kerkelijke slavernij en mee ook n.a.v. de woorden van Paulus in 2 Korintiërs 11 : 19 en Galaten 4 : 17.
Opgemerkt 1c: ‘kerken gaan na…’: Overdenk hierbij ook de vorige opmerkingen en verwijzingen naar het onderwijs in de twee Korinthe-brieven..

Geciteerd 2: Een voorbeeld daarvan zag hij bij een presbyteriaanse kerk. Voordat Trump president werd, schreef die een brief aan de regering omdat ze zich zorgen maakte over de geslachtstransitie van tieners. ‘Het ging over 104 tieners in drie jaar in Amerika. Maar toen USAID met één pennenstreek geschrapt werd, zweeg de kerk. Terwijl daarmee 60 miljard hulp aan de allerarmsten wordt geblokkeerd, waardoor 1,6 miljoen mensen elders op de wereld zullen sterven.’
Kerken zwijgen omdat ze zijn verlamd door de angst voor interne verdeeldheid, ziet Segers. ‘Op de momenten dat je eigenlijk zou moeten spreken, ga je maar zwijgen.’
Voor Nederlandse kerken is dat een waarschuwing, zegt Segers. ‘Houd je waarden overeind.’ Kerken moeten volgens hem durven spreken in situaties van evident menselijk lijden, maar tegelijk oppassen niet te politiek te worden. ‘Het vraagt onderscheidingsvermogen om op het juiste moment het juiste te zeggen.’

Opgemerkt slot: Het vraagt onderscheidingsvermogen‘. Amen. Maar dat leren we niet van (het tekort daaraan in) de Amerikaanse kerken, maar Nederlandse christenen mogen dat dagelijks en wekelijks leren uit Gods Woord en ontvangen op het gebed waarbij we vragen om de liefde en de wijsheid van de Heilige Geest en dat kunnen/zullen we dagelijks doen met de eenvoudige woorden van het ‘Onze vader’. Een gebed dat vast en zeker verhoord wordt. Elke dag weer!

(1) Voormalig ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers bracht vijf maanden door in de Verenigde Staten en sprak er christenen. Zijn conclusie: er valt veel te leren, maar ook te vrezen.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Gert-Jan Segers waarschuwt voor ‘weerzinwekkende’ politisering van het geloof in Amerika’ – door Maaike Legemaat

Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar in uw geloofsvertrouwen en zet je daarom altijd volledig in – niet als slaven, maar als vrije mensen** – voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer (!) onze inspanningen nooit tevergeefs zijn.’ (Uit 1 Korintiërs 15 het slotvers 58).
** Zie Galaten 4 : 17-20.

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Leren en onthouden we het dan nooit?

‘Jullie moeten uit ons voorbeeld leren: houd jullie aan wat geschreven is. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 6)

Geciteerd: ‘Het was een zondag in april, in het jaar 2000, toen we een gewone theaterzaal binnen gingen. Met twee vrienden had ik een paar maanden door de Verenigde Staten gereisd en we sloten af met een weekend in New York. Daar werkte dominee Timothy Keller als predikant van de Redeemer Presbyterian Church.
In Nederland was hij nog amper bekend, in New York was hij enorm populair. Op zondag organiseerden ze meerdere diensten en vanwege Kellers populariteit werd er vooraf niet verteld in welke dienst hij zou voorgaan. Zouden wij hem te horen krijgen? Heel misschien zelfs kunnen spreken? Vol verwachting gingen we zitten.

Opgemerkt: Alleen al dit citaat moet ons doen beseffen dat we hier op een zeer afkeurenswaardig spoor zitten of worden gezet, tenminste wanneer we het onderwijs van Gods Woord serieus nemen. Je kunt dat weten op basis van het onderwijs in de eerste 4 hoofdstukken van de eerste Korinthebrief en dat van de laatste drie hoofdstukken van de tweede brief (en er is ook nog heel wat te vinden in de andere hoofstukken). De gemeenten hier in Nederland hebben allemaal Gods Woord ‘in huis’ en die predikanten zullen dat Evangelie in alle eenvoud aan de gemeenten hebben te brengen. Hoe wij het Evangelie zullen lezen en toepassen in onze tijd is helemaal niet afhankelijk van ‘geweldige’ mannen/predikers als Tim Keller (of wie we daar maar voor aan zouden willen wijzen). Hoe de hoorders het Evangelie zullen toepassen in de praktijk van het dagelijks bestaan, daarvoor zullen wij allen de Heilige Geest bevragen om liefde en wijsheid (zie o.a. Jakobus 1 : 5-8). Dit geldt zowel voor het persoonlijk leven in familie, huwelijk en gezin als voor hoe we als leden van Christus gemeente(n) met elkaar om zullen gaan (ook binnen het eigen kerkverband) en hoe we ons op het werk en in de samenleving en in de politiek zullen gedragen. De Heilige Geest wil daar iedereen op de eigen van God gegeven plek en de talenten/gaven die hem of haar geschonken zijn de nodige wijsheid voor geven. En dat zullen we elke dag weer gelovig aanvaarden en naar leven!
Hoeveel (ook synodale) ellende zullen we ons besparen wanneer we in de gemeenten van Jezus Christus zulk soort ‘mannetjesmakerij’ afleren!

Bron citaat: ND Geloof -‘Wat gebeurt er als je het werk van dominee Tim Keller in een chatbot stopt? ‘Mooi gezegd, Tim! Amen!’’ door Peter Knol.

Hij heeft zich voor ons gegeven om ons van alle zonden vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot Zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen. Gebruik het ambtelijk gezag dat je verleend is om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Niemand mag op je neerzien.’ (Uit Titus 2 : 14-15)

Bron afbeelding: BiblePortal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waaraan gemeenten van onze Heer te (her)kennen zijn…

Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk (ecclesia, gemeente/gemeenschap) van onze levende Heer, fundament en pijler van de waarheid in deze wereld.‘ (Uit 1 Timoteüs 3 de vers 15)

[Over concilies (synodes) en kerken, 1539]

Geciteerd: In de eerste plaats kent men Gods volk, of het christelijke, heilige volk (1) daaraan, dat zij de prediking van Gods Woord heeft (aan haar is toevertrouwd door onze Heer). (…)
In de tweede plaats kent men Gods volk, of het christelijke, heilige volk aan het heilig sacrament van de doop, in zoverre het goed, volgens Christus’ instelling geleerd, geloofd en gebruikt wordt. Want dat is ook een openbaar teken en kostbaar geneesmiddel (2), waardoor Gods volk geheiligd wordt. Het is immers het heilig bad van de nieuwe geboorte door de Heilige Geest, waarin wij baden en door de Heilige Geest gewassen worden van zonde en dood, als in het onschuldige, heilige bloed van het Lam van God (zie Titus 3 : 5). Waar we dit teken zien, weet dan dat daar zeker de kerk of het heilige christelijke volk moet zijn. (3) Het mag ons ook niet in verwarring brengen wie de doper [of dienaar] is. De doop is niet van de doper – of van de dopeling die meent nu eindelijk recht op de doop (zijn/haar) verworven te hebben – maar wordt geschonken aan degene die gedoopt wordt (zie 1 Korintiërs 4 : 7!). Zoals ook het Woord van God niet van de prediker is (behalve dan in zoverre hij zelf ook altijd weer hoort en gelooft), maar aan de leerling die hoort en gelooft – aan hem of haar is het gegeven. (4)
In de derde plaats kent men Gods volk, of het christelijke, heilige volk aan het heilige sacrament van het avondmaal, in zoverre het goed, volgens Christus’ instelling uitgereikt, geloofd en ontvangen wordt. Want dat is ook een openbaar teken en kostbaar geneesmiddel door Christus ‘achtergelaten’, waardoor Zijn volk geheiligd wordt. Daarmee tonen en belijden we openlijk (naar elkaar) dat we Christus’ volk zijn en van Wie onze hoop en verwachting is in deze aan het kwaad en zinloosheid overgeven wereld (zie 1 Korintiërs 11 : 26!).
We hebben bij de viering van het Avondmaal niet te vragen of we man of vrouw zijn, jong of oud, net zomin als dat we naar dit alles bij de doop en de prediking vragen (zie o.a. 1 Timoteüs 4 : 11-16). Laat het ons maar om het even zijn hoe heilig (hier: hoe eerzaam en geacht, etc.) de dienaar die het uitreikt (in onze ogen) is. Want het sacrament is niet gegeven aan degene die het uitreikt, maar aan hem of haar aan wie het uitgereikt wordt. (5)
[Von den Konziliis und Kirchen, 1539, vgl. WA 50, 630, 21 – 631, 31 (verkort).

Opgemerkt: Wat een domper voor allen die zich zo uitgesloofd hebben om ‘hun kerk’ of ‘hun gemeente(n)’ boven alle andere kerken/gemeenten te verheffen (tot op concilies en synodes toe) voor wie en waarvoor bovengenoemde toch ook allemaal geldt. Lees er de kerkelijke bladen en websites en (vroeger en huidig) promotiemateriaal eens op na om te zien hoe (on)bescheiden wij hebben leren zijn en of en hoe wij op gemeentelijk/kerkelijk gebied de ander(en) beslist minder uitnemend verklaren dan ‘onszelf’ (als gemeente(n) en/of kerken) en hoe wij trots zijn (zie 1 Korintiërs 4 : 8!) op wat wij ervan gemaakt hebben en weten te maken…

(1) Apart gezet (door de doop geheiligd!) in deze wereld voor de verkondiging – met Woord en daad – van Gods mensenliefde en trouw aan heel Zijn schepping. Daar – voor dat apart zetten (‘heiligen’) hoeven we dus niets voor te doen, het wordt ons geschonken in een gemeente die door het werk van de Heilige Geest tot vandaag bewaard is bij het Woord – zie hierbij ook 1 Korintiërs 4 : 7!
(2) Met een geneesmiddel wacht je niet tot de zieke zelf ontdekt heeft dat hij ziek is. Zo genadig is onze Geneesheer, dat Hij niemand die in Zijn Ziekenhuis geboren wordt, laat wachten om eerst zelf te ontdekken waarom hij of zij daarin opgenomen is en leven mag tussen de andere zieken die dankbaar gebruikmaken van de geneesmiddelen die de Geneesheer daar uitdeelt (zonder deze ‘in rekening’ te brengen!).
(3) Laten de leden van synodes (en m.n. ook de huidige ‘kerkrechtelingen’* dit maar goed in de oren knopen).
(4) We kunnen hier beter toch maar over een gezamenlijk aan ons geschonken Woord en Doop blijven spreken. En zowel het geschonken Woord als Doop en Avondmaal zijn ‘geloofsstukken’* voor heel de gemeente.
* Deze term is van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986).
(5) Zoals een geneesmiddel van onze Geneesheer nooit het eigendom wordt van de uitreikers (ambtsdragers) van de geneesmiddelen, want die hebben ze net zo hard nodig als al de anderen!

Leestip: 1 Korintiërs 4 (m.n. ook de verzen 7-8)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 25 vraag 68: ‘Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wees waakzaam, volhardt in het geloof, wees moedig en sterk. Alles wat jullie doen, moeten jullie met liefde** doen.’ (Uit 1 Korintiërs 16 vers 13).
** De liefde zoals beschreven in 1 Korintiërs 13!

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het ‘zeker weten’ van het geloof…

‘Zijn dan beide het (ons verkondigde!) Woord en de – door onze Heer aan Zijn gemeente(n) toevertrouwde – sacramenten (Doop en Avondmaal) daarheen gericht en daartoe verordend, dat zij ons geloof bij de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als de enige grond van onze zaligheid bepalen?’ (1)

[Behandelde tekst Johannes 15 : 15)

Geciteerd: Christus zegt hier (in vers 15): ‘Ik zeg voortaan niet dat jullie knechten zijn, want de knecht weet niet wat zijn heer doet. Ik heb tegen jullie gezegd dat jullie vrienden zijn, want alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik jullie bekend gemaakt‘. (…)
Willen wij weten wat de Vader in de hemel wil en denkt? Dat weten jullie, want ‘dat heb Ik jullie bekend gemaakt.’
Daarom kan elke christen – op grond van het door de apostelen verkondigde Evangelie – vrijmoedig zeggen: Ik weet alles wat God wil en denkt, en er is voor mij niets verborgen, namelijk wat tot mijn zaligheid nodig is (2) (3). Wij weten dus heel goed (alles ‘wat nodig is’) wat Gods gedachten over ons zijn en hoe Zijn hart ten aanzien van ons gesteld is. (4)
Daarom, willen wij zeker weten wat God in de hemel over ons (mij) denkt, en of Hij ons (ook u/jou) genade wil bewijzen? Dan moeten we ons niet in een hoek(je) afzonderen (5) of dat door (veel) mediteren en het doen van goede werken gaan zoeken. Doe al deze dingen weg en luister alleen naar wat deze Christus in Zijn Woord en Evangelie zegt, want alles is aan Hem geopenbaard.
Daarom zegt Hij: ‘Ik ben door de Vader tot jullie gezonden, opdat Ik Mijn bloed voor jullie zou vergieten en voor jullie zou sterven (vgl. o.a. Lukas 22 : 20). Tot verzekering hiervan geef ik jullie als teken en zegel de Doop en het Avondmaal – en ik beveel jullie om dit te geloven. Daarin vinden jullie alles wat Ik weet en wat Ik van de Vader heb gehoord. (6)
Daaruit kunnen we met zekerheid concluderen dat de Vader niets anders denkt of met ons voor heeft, dan dat we Christus geloven – dan zullen wij zalig zijn. Want kijk nu eens hoe lief Hij ons heeft en wat voor vriendschap en heerlijkheid, vreugde, troost en vrede wij hebben door Christus, onze Heer. Die kunnen wij verder nergens anders (7) verkrijgen of ontvangen. In de hemel en op de aarde kunnen we die niet vinden: alleen in het verkondigde Woord en Doop en Avondmaal. Geen leraar en geen profeet, ook geen kerkvader, monnik of geestdrijver die zich daarnaar uitstrekt en met zijn gedachten opklimt, of een bijzondere, verborgen openbaring van God zoekt, kan dat (die zekerheid) verkrijgen of aan anderen schenken.
[Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis, 1537 (1538), WA 45, 696, 7-30]

(1) Naar vraag 67 van HC Zondag 25. Zie hierbij ook Kolossenzen 2 : 9-15!
(2) Namelijk geloof en dat geloof dat de Heilige Geest in ons werken wil door het trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen en dat ontvangen we met en door het samenleven in een christelijke gemeente. De apostelen hebben dit Evangelie van ‘Jezus Christus en Die gekruisigd’ aan de hele wereld mogen verkondigen en zij doen dat nog altijd, overal waar het Evangelie verkondigd wordt. De gemeenten van onze Heer mogen dat iedere dag ‘uitleven’ (en daarmee ook voorleven en doorgeven) in hun levenspraktijk.
(3) Het Evangelie van Gods mensenliefde, zoals die gebleken is in en door het leven en sterven én de opstanding van onze Heer Jezus Christus (en onze wedergeboorte!) is zo eenvoudig dat Paulus die kon samenvatten met woorden zoals we die vinden in Titus 3 : 1-8. Hij wilde dat Titus die boodschap met overtuiging bracht. Moet ons dat niet helpen om het belang van allerlei ‘gereformeerde’ belijdenisgeschriften (w.o. de Dordtse leerregels) maar flink te relativeren!
(4) We zullen de boze daarbij niet in de kaart spelen met aan de gedoopte voor te houden: ‘Maar er is toch uitverkiezing’ en nog allerlei teksten uit Gods Woord (de boze bleek daar goed in toen Hij onze Heer aansprak in de woestijn) die daarvoor te gebruiken zijn en gebruikt worden om de eenvoudige gelovigen (w.o. de kinderen) in onzekerheid te brengen. Zie ook de woorden bij (3).
(5) Jezus wil dat we dat wel doen wanneer we gelovig ook persoonlijk tot onze hemelse Vader willen bidden (zie het gebedsonderwijs in Matteüs 6 : 5-14 en Lukas 11 : 1-13).
(6) Dus zul je dit niet voor jezelf of voor een ander tegenspreken en daarmee de Heilige Geest bedroeven en weerstaan.
(7 ) Zie 1 Timoteüs 3 : 14-16 en 4 : 11-16!

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 65: ‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt dat geloof?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Deze Boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je met overtuiging hierover spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen.‘ (Uit Titus 3 : 8 )

Bron afbeelding: Facebook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘In welke harten God Zich woning maken wil’…*

Welzalig is een mens die voortdurend diep ontzag heeft [voor de HEERE], maar wie zijn hart verhardt, valt in het kwaad.‘ (Uit Spreuken 28 : 14)

Geciteerd 1: De ene mens kan het hart van de andere mens niet kennen. Hij of zij kan niet weten of iemand gelooft of niet gelooft. Hoe kan ik weten of u of jij gelooft of niet gelooft dat Christus in uw/jouw plaats treedt en alles wat Hij heeft – zelfs Zijn bloed – aan u/jou geeft? Dat Hij tot u/jou zegt: ‘Kom onbevreesd [tot het Avondmaal], er is geen reden voor vrees, want al uw/jouw vijanden kunnen u/jou geen kwaad doen. Laat duivel, dood, zonde, hel en alle schepselen maar tegenover u/jou staan; als u/jij Mij hebt, kunnen zij niets tegenover u/jou beginnen. Vertrouw slechts op Mij en houdt u/je aan Mij vast, Ik zal u/jou door alles heen helpen.’
Wie dit gelooft (1), die behoort tot het Avondmaal te komen en ontvangt het sacrament waardig [=het tegenovergestelde van onwaardig, met een ongelovig hart], tot versterking, als een verzegeling of waarteken, waardoor hij/zij van de Goddelijke toezegging en belofte weer verzekerd wordt en is. (…)
Toch zullen we hier voorzichtig handelen en er geen algemene regel van maken: wanneer en hoe dikwijls men moet aangaan, ook niet dat iedereen zonder onderscheid tot het Avondmaal moet komen. Want zulke onuitsprekelijke schatten waarmee God ons heeft begenadigd, kunnen niet voor iedereen [nuttig] zijn, maar alleen voor hen die zich in aanvechting, vervolging en tegenspoed bevinden. Het maakt niet uit of het lichamelijk of geestelijk , uitwendig of inwendig, door de mensen of door de duivel is. Wanneer nu de duivel uw/jouw hart zwak, bevreesd en wanhopig maakt, als we niet meer weten hoe het tussen ons en God staat en Hij onze zonden ons voorhoudt en ons doet beven en sidderen, dan moeten we zien dat we deze kostbare schat deelachtig worden. Ja, wees zelfs verzekerd dat je de schat al hebt, want in zulke verschrikte en verslagen harten wil God wonen en rusten, zoals Jesaja en David zeggen (Jesaja 57 : 15 en Psalm 51 : 19). Want wie anders begeert een Beschermer, Bewaarder en Verdediger, dan die bevreesd is een aangevallen wordt en geen hulp van mensen verwachten kan. (2)

Geciteerd 2: Daarom, wil u of jij en wij de gaven van de Heilige Geest ontvangen? Dan moeten we voor alle dingen zulke gaven in de Naam van Jezus van de Vader bidden en ons ook vlijtig aan het Woord houden, aan onze Doop met ernst denken, namelijk wat God ons daar beloofd heeft en wat voor verbond Hij met ieder van ons heeft opgericht, daarbij ook voortdurend tot het avondmaal van onze Heer gaan (3) en de vrijspraak zoeken enzovoort. Want door de bediening van het Woord en Doop en Avondmaal wil de Heilige Geest in onze harten het nieuwe licht van het geloof ontsteken (4), zodat wij het Woord niet alleen zullen horen, maar ook steeds beter begrijpen (en toepassen, in praktijk brengen) en daardoor andere mensen worden met harten waarin Gods Geest Zich steeds meer woning maakt.

* Zie Openbaring 3 : 19-22.
(1) Het geloof mag zo klein zijn als wat, als het er maar is: Lukas 17 : 1-6!
(2) Denk hierbij ook aan de woorden van onze Heer over de gebedshouding en woorden van de biddende tollenaar in de tempel tegenover die van de Farizeeër, die daar ook altijd weer kwam om te danken en te bidden.
(3) 1 Korintiërs 11 : 26 – Avondmaal vieren is ook jezelf en elkaar het Evangelie voorhouden en verkondigen.
(4) Lees en overdenk Petrus woorden in 2 Petrus 1 : 12-21.

Zie ook deze blogs:
Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden‘ – ds. Bram Beute
Geef ons een klein geloof – Lukas 17 : 1-6‘ – preach-it-nl
Spreuken 28 overdacht‘ – kingcomments-com

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 25 vraag 65 en 66′ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Het is de Heer die over mij/ons oordeelt. Houd dus op met oordelen – en daarmee de één te verheffen boven de ander – en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat er in de harten van mensen omgaat. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem of haar toekomt’ (1 Korintiërs 4 de verzen 4b-5).

Bron afbeelding: Zie afbeelding

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Onophoudelijk geheiligd en gereinigd worden’…

‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt dat geloof?’

[Behandelde tekst: Johannes 14 : 26]

Geciteerd:Dit heb ik jullie gezegd terwijl ik nog bij jullie was, maar de Trooster, de Heilige Geest. Die Mijn Vader zenden zal, Die zal jullie alles leren, en zal jullie in herinnering brengen alles, wat ik jullie gezegd heb‘ (vgl. vers 26). (…)
Wij moeten op de teksten waarin Christus over de Heilige Geest spreekt, met aandacht letten. Zoals ook op deze woorden: ‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie zal blijven in eeuwigheid‘ (Johannes 14 : 16).
Uit deze teksten leren wij dat de christenheid niet alleen de belofte heeft dat de Heilige Geest altijd bij haar zal blijven, maar ook dat Hij haar tot de jongste dag zal leren en in herinnering brengen wat Christus gesproken en bedoeld heeft. (1)
Daarmee wordt betuigd dat de Heilige Geest bij de christenheid is en haar heilig maakt. Dat doet Hij door de bediening van het Woord en door Doop en Avondmaal, waardoor Hij inwendig het geloof en de kennis van Christus in het hart werkt. Het Woord en de sacramenten zijn de werktuigen en middelen waardoor de Heilige Geest onophoudelijk de gemeente heiligt en reinigt. Dát is dan ook de reden waarom zij heilig is voor God.
Het is dus volstrekt niet om wat wij zelf doen of zijn, maar alleen omdat de Heilige Geest aan ons gegeven is. (2)
Dit is werkelijk een zeer nodige troost voor de christenen, zodat ze niet twijfelen dat de christelijke kerk in deze wereld zal blijven bestaan te midden van ongelovigen, heidenen, ketters en geestdrijvers. Ja zelfs omringd door de ellendige duivel met zijn engelen. (3)
Door de belofte van Christus zijn wij ervan verzekerd en kunnen we vrolijk roemen en er alles op wagen, leven en sterven, dat wij de Heilige Geest hebben (4) – namelijk wij die het Woord van onze Heere Christus hebben en dat ook altijd weer gelovig aannemen. (5)
Daaruit kunnen wij besluiten wie en wat ook tegen mij is, duivel, dood en zonde, toch ben ik heilig. (6) Dat ik in Christus geloof en Hem heb leren kennen, het Woord en het gebruik van Doop en Avondmaal goed begrijp, dat heb ik niet door eigen kracht of wijsheid, maar door de Heilige Geest. (7)

(1) We zien dat o.a. in praktijk gebracht in Handelingen 6 : 1-7 (verkiezing diakenen) en in Handelingen 15 (apostelconvent in Jeruzalem).
(2) Wie zal daarom reden kunnen hebben om gedoopte leden die hun afhankelijkheid en geloof belijden af te houden van het Avondmaal met het argument dat hun geloof niet meer dan een ‘historisch geloof’ zal zijn, terwijl toch ook aan hen de Heilige Geest geschonken is?
(3) Die beschermende en bewarende macht ligt dus niet in de handen van synodes en de middelen die zij menen te moeten inzetten om de kerk bij Christus te bewaren.
(4) Zie 1 Johannes 2 : 23-29.
(5) Zie 1 Timoteüs 3 : 14-16.
(6) Zie Romeinen 8 : 16-17 en 8 : 31-39.
(7) Zie 1 Korintiërs 2 : 3-5.

Zie hierbij ook deze blog(s): ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 65: ‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt dat geloof?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij/zij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij, Jezus Christus is gekomen door water en bloed – niet door water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is.’ (Uit 1 Johannes 5 uit de verzen 5-12 : 5-6)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Daarom gebruikt Christus het woordje ‘waarheid’…

‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ (vervolg)

[Behandelde tekst: Johannes 17 : 19]

Geciteerd:En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in waarheid.‘ (vgl. vers 19). Merk op hoe Christus hier zo duidelijk met de Vader spreekt over de echte heiligheid. Hij waarschuwt ook ons met deze woorden, opdat wij de echte heiligheid niet mislopen. Want Christus heeft goed gezien hoe moeilijk en aangevochten het is – ook zelfs (beter: juist) voor christenen (1) – om niets bij zichzelf te zoeken en zelf niets te doen om heiligheid te verkrijgen (2). Daar wil niemand aan: dat hij/zij zich aan het Woord moet houden en in Christus’ volmaakte heiligheid moet kruipen (beter: laten omkleden door de Doop, zie Galaten 3 : 28) (3). Daarom gebruikt Christus het woordje ‘waarheid’ en zet het tegenover de leugens van heel de (kerk/werk)wereld en alle menselijke heiligheid. ‘Mijn heiligheid’ – zegt Hij – ‘is de ware heiligheid en maakt alleen heilig.’ Als dat zeker is, zullen we toch concluderen moeten dat al het andere vergeefse moeite, ja, dat alles verdoemd is waardoor men voor God heilig denkt te worden. Want het gaat niet samen: dat Christus’ bloed alleen heilig maakt én dat ons leven en werk heiligheid zouden verkrijgen. Zelfs al zouden alle monnikenordes, alle heilige vaders, Franciscussen, Hieronymussen, ja ook het leven van Johannes de Doper zelf zijn. (4) Hoezeer het ook de beste werken zijn, dan worden ze toch onheilig en verdoemelijk als men inbeelding en verwaandheid van heiligheid daaraan hangt tot smaad en lastering van het bloed en de dood van Christus. (5)
Aan de andere kant, waar dit geloof is: dat alleen Christus’ heiligheid voor God geldt, en door het geloof ónze heiligheid is, daar maakt dit geloof ook ons hele leven en al ons (gewone) werk(en) heilig. En dit niet om de verdienste van het geloof, maar om het geloof waaruit de werken voortkomen. Daaruit kunnen we nu oordelen, als ons gevraagd wordt: wat toch de heiligste en het heiligste leven op aarde is – de geestelijke stand? Nee, niets anders dan de gewone christelijke stand. Dat is het leven van hen die geloven dat Christus alleen onze heiligheid is. Het hele leven van gelovige vaders en moeders, heren en knechten, ieder van ons met al ons doen en werken wordt alleen daarom heilig genoemd, omdat de persoon heilig is en hun werken vruchten van het geloof zijn. (6)

(1) Daarom die aanvechtingen waarin de boze ook zeker een belangrijke rol speelt en onze onheiligheid gebruiken wil om ons te deprimeren en anderen smalend en lasterend over je te laten spreken.
(2) Dat is wat ik toch dankzij Gods genade heb leren inzien en belijden: het Evangelie dat (ook) mij bij en door de Doop al verkondigd werd is en blijft waar door alles heen.
(3) Ook onze gedoopte (en gelovige) broeders en zusters zullen we in hun strijd en moeiten niet ‘naakt’ verklaren en te schande zetten, maar altijd weer ‘omkleed’ zien met Christus.
(4) We mogen ook wel leren om minder ophef te maken over de levens en bekeringen en (eigen) woorden en theologie van mensen als Augustinus, Calvijn, Jonathan Edward, Spurgeon, etc., etc.
(5) Daarom had Augustinus er goed aan gedaan om de vrouw die hij zich genomen had te huwen en hun kind op te voeden en dat in alle nederigheid en eerbaarheid samen met haar te doen in plaats van zich op te werpen als welbespraakte voorganger met een bijzondere bekering (waardoor de regels van 1 Timoteüs 3 : 1-7 voor hem niet golden). Het had velen heel wat niet zelf in de Bijbel – maar veel in zijn boeken – lezen bespaard!
(6) Die vruchten zullen we ook met geloofsogen kunnen zien bij onszelf en bij anderen. Wanneer je als gelovig kind van God je leven lang gelovig de middelen hebt gebruikt, dan zal je met verwondering terug kunnen zien op je leven en God ervoor loven en danken!

> Zie ook de vorige blog: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 64: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat je jezelf niet hoger moet aanslaan dan je kunt verantwoorden, maar verstandig (en dus bescheiden) over jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven…’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-3 : 3)

Bron afbeelding: kdmanestreet

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maakt deze leer (1) niet zorgeloze en goddeloze mensen?’

[Behandelde tekst: Romeinen 12 vers 2-3]

Geciteerd: Paulus heeft in deze brief eerst – zoals hij gewoon is – de voornaamste stukken van de christelijke leer onderwezen, van wet zonde en geloof. (2) Namelijk hoe men rechtvaardig wordt voor God en eeuwig leven ontvangen, zoals jullie wel weten en dikwijls gehoord hebt en nog dagelijks kunt horen, namelijk dat er twee stukken te leren en te prediken zijn. Eerst moet men ervoor zorgdragen dat het geloof in Christus goed gepredikt wordt, Daarna, dat de vruchten en goede werken goed geleerd en verklaard worden.
Tot de leer van het geloof behoort [in de eerste plaats], dat wij – als gedoopte gemeente! (zie het belijden van Zondag 1 van de HC) – horen (leren en weten) wat zonde, wet en dood is én wat zonde werkt. Idem [in de tweede plaats], hoe wij tot leven gebracht zijn en worden en daarin blijven. Op deze manier onderwijst Paulus de gemeente(n) in al zijn brieven. Eerst van het geloof in Christus, en plant een goede boom (zie 1 Korintiërs 3 vers 6!), net als wie een goede boomgaard wil kweken, goede stekken moet planten (3). Zo doet Paulus ook: eerst plant hij goede (van God gegeven!) stekken en leert hij hoe goede stekken tot vrucht gevende bomen kunnen uitgroeien: dat is gelovig leven en zalig sterven. Dat alles heeft hij beschreven tot aan het twaalfde hoofdstuk. Dan leert hij [in de derde plaats] over de vruchten van het geloof – ook zoals die blijken zullen in het samenleven van de gemeente – tot aan het einde van de brief, opdat we geen verdwaalde (of zelfs valse) christenen zullen zijn die alleen de naam dragen, maar in de praktijk niet van het leven niet weten wat Christus van ons vraagt. Dat is dus de prediking van de goede werken zoals Gods Woord ons die leert opdat wij godzalig zullen leven als mensen die niet thuishoren in deze wereld, maar in het eeuwige leven dat we reeds nu al in beginsel ontvangen hebben (zie o.a. Johannes 6 : 25-40). Tenminste, als we oprecht geloven, zodat we na het geloof niet opnieuw in de wereld terechtkomen (4), zoals Paulus kort ervoor gezegd heeft: ‘Verander je door de (voortdurende) vernieuwing van je gemoed’ (vgl, Romeinen 12 : 2). Dan spreekt hij over de goede werken, die men door het onderwijs van Gods Woord en ontvangen Doop en Avondmaal in en door het geloof zal doen, tot aan het einde van de brief,

(1) In feite hebben de nadere reformatie theologen deze vraag met ‘ja’ beantwoord en ze hebben hun ‘nadere reformatie theologie’ ontwikkeld om die zorgeloosheid tegen te gaan en van hun hoorders ernstig godsdienstige mensen maakt, die voortaan eerst maar eens uit hun bevindingen moeten zien op te maken hoe het er nu – wat de eeuwigheid betreft – met hen voorstaat. En ze hebben de kuddes van hun Herder omheind met wolfwerende hekken van allerlei eigen makelij en ze rennen daarom heen om die te onderhouden (met sociale druk in hun gemeenschappen en met het rigoureus handhaven van belijdenisgeschriften, ook d.m,v. bindende synodebesluiten…). Er is meer aandacht voor de hekwerken dan voor de schapen, en de schapen die binnen de hekwerken zijn, die worden nog aan het twijfelen gebracht of ze daar wel horen en een deel van de kudde sluit men liever buiten! Maar dat de kudden geweid dienen te worden in ‘Gods vrije natuur’ (Lees Psalm 23!) en dat de leidschapen en heel de kudde de stem van de Goede Herder dienen te volgen – en dat de leidschapen die niet mogen ‘overmekkeren’ (met hun theologie) en de kudde(n) opsluiten (d.m.v. hun tradities en hanteren van de belijdenisgeschriften) – dat is men blijkbaar vergeten!
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1546, vgl. WA 51m 123m 15 – 124, 33]
(2) En dat onderwijs dus aan gedoopte gemeente(n) waar iedereen deelnam aan het ‘breken van het brood’.
(3) Denk bij die stekken aan de mensen die vaak op één preek al ‘het geloof’ aanvaardden en zich met hun huis lieten dopen: De verzamelde Joden in Jeruzalem, de Ethiopiër en Cornelius en zijn huis (Handelingen 2, 8 en 10), Lydia en de gevangenbewaarder in Fillipi (Handelingen 16). Laat jullie dopen en je zult de Heilige Geest ontvangen die jullie helpen zal het Evangelie en apostolisch onderwijs te verstaan en toe te passen in jullie levens.
(4) Zie de ernstige waarschuwingen in de brieven aan de zeven gemeenten (m.n. Openbaring 3 : 1-6 en 14-21).

Zie ook: ‘Onderwijs van Romeinenbrief ook al in de Psalmen te vinden…‘ en ook ‘Daarom gebruikt Christus het woordje waarheid…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 64: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat je jezelf niet hoger moet aanslaan dan je kunt verantwoorden, maar verstandig (en dus bescheiden) over jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven…’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-3 : 3)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie