Wij verfoeien niet de mens, Joden of Moslims…

‘Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haten elkaar.’ (Uit Titus 2 : 11 t/m 3 de verzen 1-8 : 3)

Over elkaar recht kunnen en willen doen…

Geciteerd 1: „Daans duikmoeder legde hem uit dat alle misère van toen te danken was aan zijn voorouders, die Jezus hadden vermoord”, zei Jacobs. „Daan werd toen erg boos op zijn ouders, van wie hij gescheiden was. Pas op latere leeftijd begreep hij het en richtte zijn boze verdriet zich tegen zijn duikouders, van wie hij innig veel was gaan houden. Zij hadden zijn leven gered, maar hem ook opgezadeld met een trauma waaraan hij tot zijn overlijden heeft geleden.”

Opgemerkt 1: Zoals we op grond van deze woorden van de apostel Johannes erkennen dat Kajafas als hogepriester profetische woorden sprak toen hij z’n collega’s van het Sanhedrin voorhield: ‘Jullie begrijpen het niet! Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ (Johannes 11 : 49-52), zo hadden en zullen wij christenen ook de woorden ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’ (Matteüs 25 : 27) lezen. Niet als een daarmee schuld over zichzelf afroepen, maar als een – toen niet besefte bede – om hun schuld daaronder te bedekken. Dat dient (ook) ons christelijk verlangen en ons gebed te zijn!

Geciteerd 2: Noach deed niet mee aan de normloze samenleving van zijn dagen en wordt in de Bijbel een „rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten”, genoemd. „Let wel”, zei Jacobs, „hij was weliswaar rechtschapen, maar uitsluitend ”in zijn generatie”. Als hij geleefd had in de periode van de aartsvader Abraham, zou hij niet boven de samenleving zijn uitgestoken. De reden: hij zorgde voor zijn eigen overleving, maar liet na om de kudde die volledig ontspoorde tot bezinning te brengen.”

Opgemerkt 2: Wat wordt hier bedoeld? Zorgde Noach alleen voor zijn eigen overleving? Was hij niet een profeet die het geslacht van voor de zondvloed waarschuwde? Of wordt hier bedoeld dat Abraham niet verder kwam dan zorgen voor z’n eigen overleving? In de dagen van Abraham (al voor z’n geboorte) bleek dat er niets meer van het profetisch waarschuwen van het mensengeslacht verwacht kon worden. Nu greep God helemaal Zelf het initiatief. Hij bediende zich niet meer van ‘voor zondvloed profeten’ als Henoch en Noach en dat moet ons veel te zeggen hebben.

Geciteerd 3: Joden hebben dus wel degelijk „ook de opdracht om Gods Woord te verkondigen, maar zonder anderen tot het Jodendom te willen bekeren”, aldus de rabbijn. Omgekeerd hebben christenen Joden wel vaak tot hun religie willen bekeren. „Maar gelukkig zijn er heden ook veel christenen die dit niet meer op hun agenda hebben staan. Die Luthers oproep om Joden onder dwang, desnoods met geweld, te bekeren, negeren. In dat geval kan er echte vriendschap zijn, met een en hetzelfde doel voor ogen: de Eeuwige dienen en gezamenlijk proberen om de brede samenleving de juiste weg te laten bewandelen.”

Opgemerkt 3a: Wat bedoelde onze Heer dan toen Hij Zich in Zijn rede keerde tegen de manier waarop de Farizeeën en Schriftgeleerden zeeën en landen bereisden om één enkele proseliet te winnen en van zo’n bekeerling ‘een hellekind in het kwadraat’ wisten te maken (Matteüs 23 : 15).

Opgemerkt 3b: Christenen konden direct na het verschijnen van Luthers boekje heel goed weten – op grond van Gods Woord zoals ze dat toen/nu weer in hun kerken en hogescholen en in hun huizen in hun eigen taal tot hun beschikking hadden dat Maarten Luther daarmee verschrikkelijk ‘de fout in ging’. Dat velen (vrijwel niemand?) zich daar niet onmiddellijk tegen gekeerd hebben (heeft), dat laat zien dat allerlei andere belangen en niet Gods Woord de doorslag gaf over hoe men met Joden en andersdenkenden en slaven etc. wilde omgaan. En is het vandaag de dag anders onder christenen?

Bron citaten: RD kerk & religie | Verslag – ‘Rabbijn Jacobs wil samen met christenen „strijden tegen losbandige cultuur” ‘ – door Addy de Jong

‘Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, (ten volle) openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid.’ (Uit Titus 2 : 11 t/m 3 de verzen 1-8 : 4-5)

Bron afbeelding: Bible Hub

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie