Onderscheidend spreken over geloof en wedergeboorte?

‘Hij – God, onze Vader – heeft ons gered door het bad der wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de Heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus, onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zó zijn wij door Zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven, waarop we hopen.’ (Uit Titus 3 uit de verzen 3-8 : 5b-7)

Geciteerd 1: Mij trof dat ds. J.A. Kloosterman op de toogdag van de Hersteld Hervormde Mannenbond in zijn lezing expliciet nadruk legde op de noodzaak van wedergeboorte (RD 19-10). Dat deed hij tegenover een eenzijdige focus op geloof. Hij sprak over het gevaar van een wegglijden in een godsdienst waarin de mens centraal staat. Hij benadrukte de noodzaak van het werk van de Heilige Geest in het verlichten van het verstand, het openen van het hart en het buigen van de wil. Hoewel het geloof absoluut noodzakelijk is om behouden te worden, moet benadrukt blijven dat dit geen werk vanuit de mens is en vrucht is van wedergeboorte.

Opgemerkt 1: Wanneer we op grond van Gods Woord belijden de dat de gemeenten van Jezus Christus – net als eerder Johannes de Doper – dopen in ‘opdracht van de hemel’, dan zullen we toch ook op grond van Gods Woord weten en belijden dat de Heilige Geest het geloof en de wedergeboorte zal werken in de harten van Gods kinderen. Paulus verzekert de gedoopte leden van de gemeente in 1 Korintiërs 3 dat zij (tezamen en persoonlijk) een tempel van de Heilige Geest zijn. Wel zullen ze allen trouw de van God geschonken middelen dienen (te beginnen – na hun doop – en) te blijven gebruiken, want dat is waar de Heilige Geest Zich van bedienen wil bij het werken van geloof en wedergeboorte in de harten en levens van de gelovigen. We kunnen uit Paulus woorden tot de oudsten van de gemeente in Efeze (Handelingen 20 : 17-38) en uit de brieven aan Timoteüs en Titus wel begrijpen dat de bediening van Gods Woord – om de leden van Christus gemeente bekend te maken met Gods wil (Handelingen 20 : 27-28, 1 Timoteüs 4 : 11-16, 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 15, Titus 2 en 3) – een voortdurende zorg van heel de gemeente dient te zijn. Met elkaar dienen ze ervoor te zorgen en te waken dat deze dienst in/aan de gemeente een goede en betrouwbare voortgang heeft via de mensen die daarin een taak hebben gekregen (hen door de leden van de gemeente is gegeven).

Geciteerd 2: Een boek in de serie ”Puriteinse Klassieken” (deel 6) werkt dat – wat ds. Kloosterman betoogde – op een bijzondere* manier uit. De schrijver is de Engelse predikant Stephen Charnock (1628-1680), die een uitvoerige verhandeling over de wedergeboorte heeft geschreven. Indrukwekkend is het om te lezen hoe hij de noodzaak en het karakter van de wedergeboorte beschrijft. Uit het beginsel van wedergeboorte komen alle daden van geloof, bekering, rechtvaardiging en heiliging voort. „De wedergeboorte is de beweging van God in het schepsel, bekering is de beweging van het schepsel naar God.” Het verschil tussen rechtvaardiging (door het geloof) en wedergeboorte beschrijft hij als volgt: „De rechtvaardiging loopt van verdoemenis naar vrijspraak, de wedergeboorte van verontreiniging naar gemeenschap.” Hij roept daarom op om te smeken om het wonder van de wedergeboorte, evengoed als om de werking van het geloof. Zo wordt de balans van de waarheid zuiver bewaard.
* Waarom bijzonder? Is Gods Woord niet duidelijk genoeg?

Opgemerkt 2: Waarom zou een gemeente die leeft bij en van het voortgaande onderwijs van Gods Woord zulk ‘uitgesponnen Puriteins onderwijs’ nodig hebben. Waarom bidden om het wonder van de wedergeboorte, wanneer we vertrouwen mogen/zullen dat de Heilige Geest niet zal nalaten dat werk te doen als de gemeente onder/door de voortgaande bediening van Gods Woord aangespoord wordt om te blijven volharden in het geloof en (dus, dan ook) niet nalaat om de samenkomsten van de gemeente (met daar ook bediening van Doop en Avondmaal) bij te wonen (en dus ook het aangaan bij de vieringen van het Avondmaal niet nalaten). Zoals we die aansporingen bijv. kunnen lezen in de verzen 19-25 van Hebreeën 10 en waar we even later ook nog de aansporing lezen in de verzen 35-37: ‘Leg die onbeschroomdheid dus niet af, jullie zullen er ruim voor worden beloond. Blijf juist volharden, want wanneer jullie de wil van God doen – zoals dus even daarvoor beschreven in de verzen 19-25 – zullen jullie ontvangen wat beloofd is.’

Leestips: Hebreeën 13 : 17 en de bovengenoemde Bijbelgedeelten.

Bron citaat: RD Opinie | Opgemerkt – ‘Lezersbrieven: wedergeboorte, ”tot geloof komen”, vloeken of bidden’ – Redactie Opinie.

‘Deze boodschap (van het Evangelie) is betrouwbaar. Ik wil dat je (jullie voorgangers) met overtuiging hierover spreekt (spreken), opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen om het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.‘ (Uit Titus 3 uit de verzen 3-8 : 8 )

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie