‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi. Stel u tegen hem te weer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat jullie broeders en zusters, waar ook ter wereld onder hetzelfde leed gebukt gaan.’ (Uit 1 Petrus 5 uit de verzen 6-11 : 8-9)
Opgemerkt vooraf: Gelukkig hebben de leden van de gemeenten van onze Heer Jezus Christus de Bijbel niet te lezen door de bril van één of meer vakkundige theologen, maar zullen zij dagelijks en zondags persoonlijk en gezamenlijk bidden om de liefde en de wijsheid van hun Heer en Heiland te mogen ontvangen door de kracht en het werk van de Heilige Geest, Die werken wil met en door het Woord en de bediening van Doop en Avondmaal. De afzonderlijke gemeenten hebben een zeer zelfstandige plaats in hun dienst aan het Koninkrijk van God. Dat zullen wij op allerlei manier hebben te respecteren.
In Johannes 8 : 44 spreekt Jezus in harde taal tot een groep Joodse religieuze leiders die Hem tegenwerken:
– De duivel als vader: Jezus zegt dat zij niet luisteren naar God, maar handelen vanuit de geest van de duivel.
– Moordenaar en leugenaar: Hij noemt de duivel een “mensenmoorder van den beginne” (vanaf het begin) en de vader van de leugen, omdat de duivel de mens vanaf de schepping (de val in de zonde in het paradijs) ten val en in de dood heeft gebracht.
Jezus is voor de NT-gemeente dé Exegeet!
Geciteerd (theologe Marjo Koppel in het ND): ‘In de tekst (van Genesis) staat nergens dat dit ‘de duivel’ is. Het is een slang die spreekt. Pas als je de tekst achterstevoren uitlegt vanuit het Nieuwe Testament, ontstaat deze interpretatie. (1)
In het Oude Testament komt ‘de satan’ (2) maar drie keer voor. Het vroege jodendom kent namelijk een bevrijdende boodschap: er is één God. Als je twee machten onderscheidt, een goede en een kwade, bestaat er een wereld waar God niets mee te maken heeft. Maar het Oude Testament leert dat God alles omvat. (3)
Om terug te komen op Genesis: het is niet een of andere boze godheid die ons tot zonde aanzet. Dat zijn wij gewoon zelf. Wij maken de keuze. Er is geen ‘duivel’ om ons achter te verschuilen.
Dat is ook het mooie aan het Oude Testament: mensen worden heel serieus genomen. Ze zijn geen marionet van de goden.’
(1) De gemeenten van het NT hebben inderdaad de Bijbel ‘achterstevoren te lezen’. Dat is en wordt zelfs nog altijd te weinig gedaan. Juist ook in de kerken die (zeer) orthodox willen zijn in de leer.
(2) Wanneer we daar Bijbelgedeelten als bijv. 1 Koningen 22:22 en 2 Kronieken 18:21 ook meetellen, dan zal dat aantal toch wel hoger uitvallen.
(3) Omdat satan en zijn engelen ook schepselen zijn, weten we dat God ook hun bewegen en werken omvat*: ‘aangezien alle schepselen alzo in Zijn hand zijn, dat zij tegen Zijn wil zich noch roeren, noch bewegen kunnen.’ (HC Zondag 10, vraag en antwoord 28)
* Hoewel de duivel en zijn demonen niet expliciet bij naam worden genoemd in Zondag 10, vallen zij Bijbels gezien wel onder deze “schepselen”. De achterliggende betekenis is dat God de absolute soevereiniteit en controle heeft over de gehele schepping en de voorzienigheid. Niets of niemand — zelfs de boze machten niet — kan handelen zonder de wil of de toelating van God.
Dit sluit aan bij de troost die de catechismus wil bieden: gelovigen hoeven niet te vrezen voor de machten van de duivel, omdat deze volledig door God aan de leiband worden gehouden.
Opgemerkt slot: In zijn eerste brief benadrukt Johannes dat de gedoopte leden van de gemeente aan wie hij schrijft weten – op grond van hun Doop – dat ze gezalfd zijn met de Heilige Geest (1 Johannes 2 : 20). En hij benadrukt dan dat de leden van het begin af aan gehoord hebben dat de Vader en de Zoon één zijn. En dan benadrukt hij ook dat die zalving blijvend is en dat ze geen leraar nodig hebben die hen nog vragen moet of ze zich wel kinderen van God mogen en kunnen noemen en dan ook nog leren moeten hoe ze dat van en bij zichzelf kunnen vaststellen. De Heilige Geest Zelf leerde en leert hen ‘Abba Vader’ zeggen (Romeinen 8 : 12-17). Door het vaste vertrouwen dat God ons zó lief heeft dat Hij Zijn enige Zoon ons gezonden heeft om verzoening te brengen voor onze zonden kan de liefde van God werkelijkheid worden in de harten en in het samenleven van de gelovigen in Christus’ gemeenten. Lees het na in 1 Johannes 2 : 12 t/m 29 en 4 : 7 t/m 21.
> Leestips: Johannes 15, Romeinen 8 : 12-17, 1 Johannes 2 : 12-29 en 4 : 7-21 en 2 Tessalonicenzen 2.
Bron citaat: ND Geloof – ‘Hoort geloof in de duivel thuis in de kerk? Nee, zegt deze theoloog. ‘Het is een heidens figuur’’ – door Timon Beeftink
‘Wees standvastig broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin jullie door ons onderwezen zijn, in woord of geschrift. Moge onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, Die ons Zijn liefde heeft getoond en ons door Zijn genade blijvende steun en hoop gegeven heeft, jullie aanmoedigen en sterken in al het goede dat jullie doen en zeggen.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 2 : 1-17 : 15-17).
Bron afbeelding: Tumblr