‘Geen “doop-to-go” praktijk (gewenst)’?

Ga dus heen en maak alle volken (te beginnen met het Joodse volk in Jeruzalem) tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen, Ik ben met jullie – en met jullie verkondiging (ook na jullie dood) – tot aan de voleinding van de wereld.’ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 16-20 : 19-20)
Na Petrus verkondiging op de eerste Pinksterdag vroegen de Joodse hoorders aan Petrus en de andere apostelen: ‘”Wat moeten we doen broeders?” “Keer jullie af van je huidige leven en laat je dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving voor jullie zonden te krijgen. Dan zal de Heilige Geest jullie geschonken worden, want voor jullie geldt deze belofte (van het de Heilige Geest ontvangen), evenals voor jullie kinderen en voor allen die (nog) ver weg zijn en die de Heer – door onze voortgaande verkondiging – nog tot zich zal roepen.“‘
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich – nog diezelfde dag, in Jeruzalem – dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.’
Ze bleven trouw (onder en) aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan gebed.’ (Uit Handelingen 2 uit de verzen 37-42 resp. : 37-39, 41 en 42.

Geciteerd: Hoewel het iets van deze tijd lijkt te zijn, kom je het ”to go”-concept al in de Bijbel tegen. Als het volk Israël Egypte verlaat, viert het het eerste Pascha en dat is een ”Pascha to go”: „Aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten” (Exodus 12:11).
In Handelingen 8 lezen we over een ”doop to go”, bediend door Filippus aan de Ethiopische kamerling (…). Sommigen vonden dit te snel gaan en maakten eerst melding van de belijdenis van het geloof door de kamerling, voordat de doop plaatsvond: een ”geloofsbelijdenis to go”. Maar het gaat in deze twee Bijbelse geschiedenissen om dusdanig bijzondere omstandigheden, dat ze moeilijk als grond voor de huidige doop-to-go-praktijk kunnen dienen. (…)
Doop en onderwijs zijn door de kerk altijd bij elkaar gehouden. In de vroege kerk moesten nieuwe toetreders eerst een intensief traject van onderwijs volgen, voordat ze werden gedoopt. Wij, die onze kleine kinderen dopen, laten hen catechisatie volgen. Bij alle haast bij de uittocht uit Egypte in Exodus 12 valt de uitgebreide instructie op hoe het Pascha gevierd moet worden. De kamerling uit Ethiopië was reeds aanbidder van Israëls God en werd door Filippus onderwezen wie Jezus is, alvorens hij werd gedoopt.
De christelijke doop is een afsterven van de zonde en opgewekt worden tot een nieuw leven achter Jezus (Romeinen 6), en dat betekent kruisdragen. Het lijkt me dat deze dingen in een kort gesprek voor een doop to go niet voldoende ter sprake kunnen komen. Zonder inbedding in een christelijke leergemeenschap levert de doop oppervlakkige gelovigen op. Dat geldt overigens ook van de doop als ze niet ”to go” is.”
[Redactielid ds. A. Hakvoort schrijft in De Wekker, orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, over ”doop to go”.]

Opgemerkt 1: In het boek Handelingen en in de brieven van de apostelen blijkt dat “doop tot go” regel was. Bij de Joden in Jeruzalem, bij de dopelingen in Samaria, bij de doop van de kamerling, bij de doop van Cornelius en zijn huisgenoten en genodigden, bij de doop van Lydia en haar huisgenoten, bij de doop van de gevangenbewaarder en zijn huisgenoten, en ook bij de doop van de Korintiërs was het niet anders. Het beste bewijs daarvoor is nog wel wat Paulus hen schrijft in 1 Korintiërs 3. Dus al die dopelingen (hun huisgenoten en kinderen) kregen een ‘doop to go’. En wat hun doop en wat dat ‘to go’ inhield dat moesten ze – oud en jong! – leren door zich in de gestichte gemeente te stellen onder het onderwijs van de apostelen en hun medewerkers (en later ook de oudsten, zie o.a. Handelingen 14 : 22-23 en 20 : 25-35) en daar dienden alle dopelingen ook deel te nemen aan ‘het breken van het brood’ (en het drinken uit de beker, zie 1 Korintiërs 11 : 23-26).

Opgemerkt 2: Het volk kreeg pas na de uittocht en hun ‘doop’ in de wolk en in de zee (zie 1 Korintiërs 10 : 1-4) het nodige onderwijs en Filippus verkondigde aan de kamerling het Evangelie van Jezus Christus (en Die gekruisigd), en God opende zijn hart voor de waarheid van deze verkondiging (zoals er in Athene ook enkelen waren die ‘het geloof’ aanvaardden na Paulus woorden tot de leden van de Areopagus), en dat was blijkbaar genoeg om hem zijn reis vol vreugde – gewerkt door de Heilige Geest – te laten voortzetten.

Opgemerkt slot: Laten we dus het ‘to go’ maar invullen door alle dopelingen (oud en jong, dus alle leden van het lichaam van Christus) gebruik te laten maken van al de middelen die Christus Zijn gemeente(n) ter beschikking heeft gesteld. Met minder kunnen ze/we niet toe!

Leestip: 1 Korintiërs 3.

Bron citaat: RD Opinie| Achtergrond – ‘Wekelijks een blik op de kerkelijke bladen, aangevuld met citaten uit de kerkelijke wereld.’ – door Redactie kerk

Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn nog gebonden aan de(ze) wereld. Wanneer jullie afgunstig en verdeeld zijn, dan zijn jullie nog gebonden aan de wereld, dan leven jullie toch als ieder ander? Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus”, en de ander: “Ik ben er eentje van Apollos”, zijn jullie dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 1-23 : 1-4)

Bron afbeelding: A Reson for Hope by John Patterson

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie