‘Eén Heer, één geloof, één doop…’
(Uit Efeziërs 4 uit de verzen 1-6 : 5)
Geciteerd 1a: Wanneer Simon ziet hoe, onder handoplegging door Petrus en Johannes, de gelovigen de Heilige Geest mogen ontvangen, komt er een ‘mammonplan’ in hem op. Hij biedt Petrus en Johannes geld aan om óók deze macht te krijgen en handopleggingen te kunnen toepassen. Simon ziet de handoplegging als een machtige ‘truc’ en wil graag in die vaardigheid investeren. Petrus is fel en scherp in zijn ontmaskering van het kwaad bij Simon. „Uw geld zij met u ten verderve!” Gods heil en verlossing is geen handelswaar. Het delen in Gods gave en de verzoening is louter genade, betaald met het kostbare bloed van Christus.
> Lees heel de meditatie: ‘Meer dan een handgebaar‘
Opgemerkt vooraf: Het was niet Stefanus maar Filippus die naar Samaria ging om daar het Evangelie te verkondigen. Later lezen we hoe een engel van de Heer en later de Heilige Geest hem instruëren ten bate van een ontmoeting met de Ethiopiër, die ook door hem gedoopt wordt. Ook daar lezen we niet over een waarneembare uitstorting van de Heilige Geest en ook niet dat Petrus en Johannes hem nagereisd zijn om dat alsnog te bewerkstelligen. Blijkbaar wilde God in Samaria – net als later in het huis van de Romeinse hoofdman Cornelius – een duidelijk zichtbaar teken stellen om duidelijk te maken dat Hij ook deze mensen door het geloof hetzelfde geschenk wilde geven als de gedoopte Joodse gemeente in Jeruzalem (zie Handelingen 10 : 44-48 en 11 : 17 en ook Handelingen 15 : 8-11)
Geciteerd 1b: Een belangrijke vraag hier is: kan er sprake zijn van geloof en doop in de Heere Jezus, terwijl de werking van de Heilige Geest ontbreekt? In het leven en handelen van Simon zien we helaas deze praktijk.
Opgemerkt: Laten we hierbij ook luisteren naar wat in de gelijkenis van de zaaier gezegd wordt. ‘Bij ieder die het woord van het Koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat in hun hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.’ (Matteüs 13 : 19).
Blijkbaar moet de hoorder het gezaaide Woord niet alleen willen horen, maar het ook (willen en gaan) begrijpen. De Heilige Geest is daar dus bij de verkondiging in Samaria aan het werk en brengt het gezaaide Woord tot in de harten, maar het kan dus gebeuren dat de boze gelegenheid krijgt om iemands hart weer leeg te roven.
De Farizeeën en Wetgeleerden kregen te horen dat ze zich verzetten tegen het werk van de Heilige Geest en dat ze Hem zelfs lasterden met wat ze over onze Heer beweerden. Ze – de meeste van hen – hadden zich ook niet willen laten dopen. Mogelijk wilden sommigen dat wel, maar durfden ze het vanwege hun invloedrijke collega’s, die de macht hadden iemand uit de synagoge te werpen, toch niet aan. Toen Jezus hen vroeg of de doop van Johannes ‘uit de hemel was’ (of niet) wilden ze Hem op die vraag geen antwoord geven. Zie hierbij ook wat Johannes schrijft in Johannes 12 : 37-50.
Bron citaten 1a+b: RD Kerk & religie | Meditatie – ‘Wekelijkse meditatie: Meer dan een handgebaar’ – door ds. B. Jongeneel.
Aanvullend: Simon de tovenaar moest eerst nog van zijn verdienmodel gedachte loskomen en mogelijk hebben de strenge woorden van Petrus hem nog tot inkeer gebracht en is hij alsnog wel goed gaan luisteren om te begrijpen hoe het dan wel werkt in het Koninkrijk van God.
Schreef deze aanvullende woorden mee n.a.v. woorden in een RD column van Arie Slob: Maar hij (schrijver Stoutjesdijk*) wijst ook op het verdienmodel dat slavernij jarenlang is geweest. Zelfs de kerk deed eraan mee. Zo was minstens een derde van de predikanten in Suriname ook slaveneigenaar. Ook ontvingen predikanten in deze kolonie standaard, zo schrijft Stoutjesdijk, enkele slaafgemaakten als salaris in natura. (…) Om het verdienmodel niet in één keer om zeep te helpen, werd dat wel eerst gefaseerd gedaan. Echt van harte was het dus niet. De kerk heeft lang over dit precaire onderwerp en haar positie daarin gezwegen. Hoe dan ook, uiteindelijk werd pas in 2023 door de Raad van Kerken excuses aangeboden voor het kerkelijke aandeel in het slavernijverleden.
De vraag van Van Dijk (SGP) was: begrijpen we nu de Bijbel beter dan vroeger? Bij dit onderwerp durf ik wel te zeggen: ja, dat doen we! Ik kom in onze tijd ook geen christenen meer tegen die vinden dat het houden van slaven Bijbels te onderbouwen is.
Ik zie dat als het werk van Gods Geest. Dat werk gaat ook na de voltooiing van de Bijbel onverminderd door. Het helpt ons om in onze tijd Gods Woord te verstaan en toe te passen in ons persoonlijk leven, maar ook bij het nadenken over vraagstukken die in de samenleving spelen. Ook nu nog onderwerpen te over om daar serieus mee aan het werk te gaan.
* Mogelijk had dat ermee te maken dat ik juist in die weken het boek ”Gods slaafgemaakten” van Martijn J. Stoutjesdijk aan het lezen was. In deze krant en in een podcast is aan dit boek ook uitgebreid aandacht gegeven.
Bron citaat: RD Opinie – ‘Schaken met de dames’ – Column van Arie Slob
Bron afbeelding: Zie afbeelding.