NB. In/door de wereld maar zelfs ook in de gemeenten!
‘Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden (mee door het moeten verschijnen voor de Joodse en Romeinse overheden in Jeruzalem, Filippi, Rome…). Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl jullie dankzij Christus zo geweldig wijs zijn; jullie staan enorm in aanzien – onder elkaar, in de gemeente(n) en denk hierbij ook aan de zichzelf verheffende ‘schijnapostelen’ (die zich voordoen als ‘engelen van het licht’) waarover Paulus spreekt in 2 Korintiërs 11 : 12-15 – terwijl wij apostelen worden veracht. – en dat veracht worden dus ook door voorgangers/leden van de gemeente in Korinthe, een gemeente die Paulus toch zelf had mogen stichten (zie 1 Korintiërs 4 : 15 en 2 Korintiërs 11 : 5-12).
Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen wij het; worden we beledigd dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn we het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.
Nu schrijf ik jullie dit alles niet om jullie te beschamen, maar om jullie als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-20 : 9-14)
NB. Lees hierbij Handelingen 20 : 17-38 en m.n. de verzen 32-35 (in de afbeelding) als niet te vergeten Bijbelgedeelte!
Bron afbeelding: Zie afbeelding.