Anders dan door het geloof kan dit Licht niet gekend worden!

Deze kwam tot een getuigenis, dat hij van het Licht getuigde; opdat zij allen door hem zouden geloven.’ (Uit Johannes 1 uit de verzen 1–14 : 7, weergave DB 1545).

Niet uit eigen beweging!

Geciteerd: Johannes de Doper is niet uit zichzelf gekomen, maar hij was door God gezonden (vers 6). En wel daarom: er kan geen Evangelie of verkondiging van het Licht vanuit de mens of vanuit het menselijke verstand komen, maar God moet deze prediking tot ons zenden. Zoals Paulus zegt in Romeinen 10 (vers 15): ‘Hoe kunnen zij prediken, als ze niet gezonden zijn?’ Daarom verwerpt de evangelist hier alle leringen van mensen. Want mensenleringen kunnen ons Christus, het Licht, nooit aanwijzen; ja, zij verhinderen dit juist. Een prediking die alleen op Christus wijst, is zeker door God gezonden en niet door mensen uitgedacht.

Gods genade wordt ons verkondigd!

De naam Johannes betekent ‘God is genadig’. Er wordt dus met deze naam aangeduid dat de prediking van Johannes niet gegrond is op menselijke verdienste en waardigheid, maar dat deze alleen uit louter genade en goedheid door God tot ons wordt gezonden. Alleen deze prediking brengt ons werkelijk genade en vrede van God. We zien hier wat de bedoeling van het Evangelie is, namelijk dat we God zullen kennen (Johannes 17 : 3). Want als Hij het Licht is, dat overal [in de wereld] in de duisternis schijnt, dan is er niets zo noodzakelijk als dat dit Licht aan ons wordt geopenbaard door het Woord van God en wordt gekend door een oprecht en hartelijk geloof. Het is zeker dat het Licht in onze tekst de waarachtige God is, want geen schepsel kan tegelijk overal op aarde de harten van zoveel mensen verlichten en daarin wonen (Johannes 14 : 23). Hoewel Hij waarachtig God is, is Hij toch waarachtig Mens Die gepredikt moet worden.

Door het geloof alleen!

Zie, dit is nu duidelijk uit hetgeen zojuist gezegd is: het Evangelie verkondigt alleen dit Licht, namelijk de Mens Christus, en niets en (niemand) anders. De duisternis kan dit Licht niet begrijpen (vers 5b). Want het wordt niet door verstand of gevoel gekend, maar alleen door het geloof. Daarom zegt de evangelist: ‘Opdat ieder dóór hem zou geloven’ (vers 7). Evenzo: ‘Hij [Johannes de Doper] was het Licht niet, maar was gezonden opdat hij van het Licht zou getuigen’ (vers 8). Want een getuigenis is iets dat spreekt over dingen die men niet ziet, weet of voelt. Men moet dus de getuige én zijn getuigenis geloven. Het Evangelie vraagt niet om goedkeuring en bijval van het verstand, maar om een geloof dat het verstand ver te boven gaat; op een andere manier dan door het geloof kan dit Licht niet gekend worden.

Het verstand moet verblind worden!

Zo is hierboven voldoende gezegd hoe het verstand met zijn licht tegen dit Licht strijdt en woedt, laat staan dat het dit zou begrijpen en zich eraan zou onderwerpen. Want het staat vast dat, zoals de evangelist zegt, de duisternis dit Licht niet begrijpt (vers 5). Daarom moet het verstand met zijn licht gevangengenomen en verblind worden. Het Woord geeft getuigenis van dit Licht, opdat het verstand aan zichzelf zou wanhopen en het getuigenis zou aannemen. Dan ziet het verstand het Licht door het geloof en zo wordt zijn duisternis verlicht. Want als men uit zichzelf dit Licht zou kunnen zien of aannemen, dan was het getuigenis van Johannes niet nodig geweest. Zo is het Evangelie slechts daarop gericht dat het een getuigenis is tegen het eigenzinnige, blinde en halsstarrige menselijke verstand, om het te weerstaan en de mens van zijn eigen licht en inbeelding af tot het geloof te brengen, waardoor hij dit eeuwige Leven en Licht [Christus] aangrijpt.

De Godheid van Christus aantonen!

Lieve mensen, waarom zegt de evangelist dat en herhaalt hij nog eens dat Johannes de Doper slechts een getuige van dit Licht is geweest? Deze herhaling is zeer nodig! In de eerste plaats om te bewijzen dat dit Licht geen [gewoon] mens is, maar God Zelf. Want zoals ik al eerder heb gezegd: de evangelist wil in alle woorden die hij schrijft de Godheid van Christus aantonen. Als Johannes de Doper, die grote heilige, het Licht niet is, maar slechts een getuige daarvan, dan moet dit Licht oneindig veel heerlijker en groter zijn. Want alles wat op aarde heilig is of heilig genoemd wordt, is niet meer dan een geschapen engel of mens. Als heiligheid iemand tot dit Licht zou kunnen maken, dan zou zij Johannes dat zeker ook hebben gemaakt. Maar dit Licht gaat alle heiligheid te boven; daarom moet het Licht ook ver boven de heiligheid der engelen zijn, hoe heilig en heerlijk zij ook mogen zijn.

Geen leermeesters nodig die zich op de Rechterstoel van Christus zetten!

In de tweede plaats is dit geschreven om de vermetele en verdorven leringen van de vrome mens te weerleggen, die niet Christus, het Licht, verkondigen, maar zichzelf (of een ander: Boeddha bijv.). Want dit is werkelijk waar: allen die menselijke leringen prediken, maken zichzelf tot een licht, leiden de mensen van dit ware Licht af naar zichzelf en stellen zich in de plaats van dit ware Licht. Het Evangelie kan geen andere leer naast zich verdragen; het wil alleen Christus prediken en de mensen tot dit Licht brengen.
Daarom, o Heere God, zijn deze woorden: ‘Hij was het Licht niet’ (vers 8) wel waard om met grote letters geschreven en ijverig ingeprent te worden tegen alle mensen die zichzelf willen voordoen als leermeesters en wetten willen geven die zij uit hun hoofd verzonnen hebben. Zij doen net alsof zij de mensen verlichten, terwijl zij hen met zich in de afgrond der hel slepen. Want zij onderwijzen het geloof niet en kunnen het ook niet onderwijzen. Niemand kan dat, tenzij hij door God gezonden is, zoals Johannes het heilige Evangelie verkondigt. Maar daarover zou nog veel te zeggen zijn.

Een gezondene predikt het Evangelie!

Kort gezegd: wie het Evangelie niet predikt, die verwerpt het eenvoudigweg en luistert er niet naar. Maar een gezondene predikt het Evangelie, opdat u leert in Christus te geloven en te vertrouwen op het eeuwige Licht, en niet op werken te bouwen. Daarom moet u zich wachten voor alles wat buiten het Evangelie tot u gezegd wordt. Vertrouw er niet op en houd het nooit voor een licht dat uw ziel verlicht en beter maakt, maar houd het voor een uitwendige zaak, zoals eten en drinken voor het lichaam nodig zijn. U kunt die naar uw wil gebruiken of laten staan, maar niet als iets dat tot uw zaligheid dient; want daartoe is niets anders nuttig of nodig dan dit Licht.

Zij willen zelf een licht zijn…

Oh, wat een gruwelijk leven en bestaan is dat van degenen die leringen van mensen prediken, die nu [de kerk] regeren en dit waarachtige Licht zo ver hebben verdreven! Zij willen zelf een licht zijn en niet getuigen van dit enige Licht. Zij leren zichzelf en hun eigen dingen, zwijgen over dit Licht of leren daarnaast hun eigen heiligheid. Dat is nog erger dan geheel te zwijgen; want zo worden zij als de Samaritanen*, die ten halve God en ten halve de afgoden dienden (2 Koningen 17 vers 33).
* Misschien is dit voorbeeld toch niet zo gelukkig gekozen, want Gods eigen volk heeft dat ook altijd weer gedaan, Rachel had (af)godenbeeldjes (Genesis 31 : 30-35) en Jakob vroeg aan de leden van zijn gezin en familie en allen die bij hem waren om hun godenbeeldjes bij hem in te leveren nadat God hem de opdracht had gegeven om in Betel (waar Hij eerder aan Jakob verschenen was toen hij op de vlucht was voor Ezau) een altaar te bouwen. (Genesis 35 : 1-5)
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, WA 10.1.1, 216ff. en W(2), 11, 182ff.]

Opgemerkt: ‘Zij willen zelf een licht zijn.’ Hoeveel theologen hebben zich daaraan ook schuldig gemaakt. Daarom zijn er naast Gods Woord (dat als getuigenis van het Licht, als Evangelie verkondigd moet worden) talloos veel folianten volgeschreven.

Bron citaat: www-maartenluther-com – ‘Maandelijkse Meditatie uit de Geschriften van Dr. Martinus Luther (Augustus 2026)’

Ik ben blij dat ik nu voor jullie lijd en dat ik in mijn lichaam – als lid van het Lichaam van Christus – aanvul wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt (1), ten behoeve van Zijn Lichaam, de Kerk, waarvan ik een dienaar ben (2). Met het oog op jullie heeft God (!) mij die dienende taak toevertrouwd, opdat Zijn Boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan Zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u/jullie (3), Hij is jullie hoop op Goddelijke luister. Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot de volmaaktheid in (!) Christus te brengen. Daarvoor span ik mij in en strijd ik met Zijn kracht, die volop in mij werkzaam is (4). (Uit Kolossenzen 1 de verzen 24-29)

(1) Het lijden van de leden van Christus gemeente in dienst van het koninkrijk van God is (blijkbaar) aanvullend op het (lichamelijke) lijden van Christus hier op aarde.
(2) Geen dienaar dus in dienst van een of meer bepaalde gemeenten/kerken!
(4) Zie 2 Korintiërs 4 : 7-18!

Leestips: 1 Korintiërs 3 : 16-23 en 2 Korintiërs 4 : 7-18, 5 : 11 t/m 6 : 13.

Bron afbeelding: TeePublic

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie