‘Riep en roep ik in mijn nood tot de HEER, Hij geeft mij antwoord’
‘Mijn hulp komt van de HEER, Die hemel en aarde gemaakt heeft.’
‘Verheugd was ik, toen men mij zei: “Wij gaan naar het huis van de HEER.”
(Versregels uit resp. Psalm 120, 121 en 122)
Geciteerd 1: Deze Psalm (120) is de eerste van vijftien pelgrimsliederen. Ze werden gezongen tijdens de reis naar de tempel voor de jaarfeesten. Bij deze eerste Psalm waren de reizigers nog ver van Jeruzalem vandaan en vaak nog in vijandig gebied, bij mensen die ‘vrede haten’.
Opgemerkt 1: Dit moet toch wel een versimpeling van de inhoud van deze Psalm genoemd worden. De Psalmdichter zegt te wonen tussen mensen die de vrede haten. Mensen die zich niet met hem willen verzoenen, ondanks dat Hij woorden van vrede spreekt. Was de ervaring van onze Heer in Zijn geboortestad(je) en geboortestreek niet net zo? En vonden Zijn woorden van vrede wel gehoor bij de de ‘kerkleiders’ in Jeruzalem?
Geciteerd 2: De reis naar Jeruzalem was beslist geen makkelijke reis, maar de pelgrims werd voorgehouden en geleerd om zich te blijven focussen op de hulp van God. Geen moment verliest Hij ons uit het oog, geen moment bevinden we ons buiten Zijn liefde en zorg en buiten Zijn almacht. Alle reden voor elke pelgrim om dankbaar sámen Gods lof te zingen.
Geciteerd 3: Heerlijk tóch, deze diepe vreugde en de blijdschap van David. In een berijmde versie staat het zo: “Ik ben verblijd, wanneer men mij godvruchtig opwekt: “Zie wij staan gereed om naar Gods huis te gaan. Kom ga met ons en doe als wij.”
Doe als wij… Geloven in je eentje is niet eenvoudig (in feite onmogelijk!), we zijn aan elkaar gegeven – door geboorte alleen al onlosmakelijk verbonden aan en met beide ouders! – en hebben elkaar nodig als broers en zussen – daarin zijn we allemaal elkaars gelijken onder één Heer en Heiland en één Heilige Geest Die ons dopelingen naar Gods belofte geschonken is en wordt – en daarom behoren we als gelovigen tot één en hetzelfde Lichaam, het Lichaam van onze Heer Jezus Christus, zoals dat zichtbaar is en wordt in de samenkomsten – met bediening van Woord en Doop en Avondmaal aan álle leden – en in het samenleven [=het omzien naar en zorg dragen voor elkaar] van een christelijke gemeente.
We mogen en zullen elkaar in het samenleven van een gemeente bemoedigen, leren, aanscherpen, troosten, kort gezegd: elkaar liefhebben en elkaar daadwerkelijk liefde bewijzen – met alle nederigheid en bescheidenheid die dat van ons – zondaren! – vraagt.
Samen op weg naar het nieuwe Jeruzalem. En zolang dat er nog niet is, kunnen en zullen we elkaar aanmoedigen om, zolang ons vrijheid, gezondheid en levenstijd daarvoor geschonken wordt, naar het huis van onze HEER te gaan.
“Kom ga met ons, en doe als wij!” Samen bidden, samen zingen, samen zoeken en nog veel meer. Worden wij daar ook vandaag weer niet toe opgewekt en blije en dankbare broeders en zusters van?
Bron citaten*: Dag in dag uit 2026 – Meditaties van 29, 30 en 31 augustus – Leger des Heils | Ark Media * Citaten zijn wat aangepast en uitgebreid.
‘Om vriend en broed’ren spreek ik nu:
de vrede zij en blijv’ in u,
nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om ’s Heeren huis in u/jullie gebouwd,
waar onze God Zijn woning houdt**,
zal ik het goede voor u/jullie zoeken.’
(Uit Psalm 122, uit het 3e vers, berijming 1773)
** Zie hierbij 1 Korintiërs 3 : 16-22.
Bron afbeelding: Pinterest