‘Zonde, dood en hel (duivel en wie dan ook), laat mij met rust’…
‘Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon mens geworden net als zij om door Zijn dood definitief af te rekenen met (de macht te ontnemen aan) de heerser over de dood, de duivel.’ (Uit Hebreeën 2 uit de verzen 5-18 : 14)
Geciteerd 1: Wanneer je aan Christus toebehoort, in Hem bent gedoopt en in Hem gelooft, heeft de dood geen recht op je. Veel minder kan hij je schade toebrengen, want hij is voor eeuwig verslonden tot overwinning (1 Korintiërs 15 : 54, Kolossenzen 2 : 15). Maar de duivel doet nog altijd zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat ons in aanvechtingen geen enkele troostrijke gedachte over God kan invallen. Of hij geeft een andere wending aan de beloften van God (en daar weet hij vrome mensen – w.o. voorgangers – voor/bij te gebruiken!). Want het hart van een gelovige die wordt aangevochten, is op dat moment zó hevig bezet met zware gedachten over wet, zonde en (eeuwige) dood dat hij/zij de artikelen van het geloof (‘Ik geloof in Jezus Christus’) niet kan aangrijpen, nog minder zich ermee vertroosten.
Tóch komen vreugde, troost, vrede, dankbaarheid en blijdschap en zekerheid weer in het hart van Gods kind terug. Hoe kan dat? De Heilige Geest is in de harten van de gelovigen onverschrokken en onbevreesd. Ja, Hij is in de aanvechtingen van dood en duivel de Moed en Troost Zelf. Zodoende roept Hij in de (verslagen) harten van de gelovigen moedig uit (ook als ze het zelf nog niet horen kunnen): Wel, zonde, dood en hel, – en ook broeders en zusters die je (daartoe) willen (ver)oordelen – laat dit kind van God met rust. Jullie hebben hem/haar niets te maken. Willen jullie hem of haar niet laten leven – en Avondmaal laten meevieren – dan sterft dit kind van God – ondanks alles en dankzij Mijn hulp – in de Naam van (zijn of haar) God. Het zal jullie niet lukken hem of haar het (eeuwige) leven te benemen. Sla zijn of haar hoofd eraf, dat schaadt hen niet; Er is Eén Die het er weer op zal zetten.
[Maarten Luther: Tischreden aaus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 832]
Leestips: Matteüs 21 : 21-32 en Lukas 7 : 24-30.
Aanvullend:
Geciteerd 2: (Klaas Hoekstra): Wie wil er nu werkelijk zijn helwaardigheid horen verklaren? Wie wil in zijn totale verlorenheid voor God neervallen. Wie wil er werkelijk beleven onbekwaam te zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad en dus geheel verloren.
Opgemerkt 1: Het is toch niet zo dat het onderwijs van Gods Woord van ons vraagt dat wij onszelf eerst maar eens helwaardig voelen/verklaren. Dat wil de boze wel graag en die fluistert het ons ook in. Werd de angst (en schaamte) – waardoor Adam&Eva zich verborgen voor God – hen ook nog mee door de boze ingefluisterd? Maar dat was Gods bedoeling helemaal niet en daarom zette Hij ons in strijd met de boze en beloofde Hij ons een Verlosser: het Zaad van de vrouw. Laten we daarom leren al onze verwachting van God te hebben en door onze Doop bevestigde Hij al aan ons/mij dat die verwachting niet tevergeefs zal zijn.
Leestips: Psalm 50 en 51 en 111 en Romeinen 5.
Bron citaat 1: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 27 augustus – Den Hertog uitgeverij (2022)
‘Want Johannes koos (bewandelde) de Weg van Gods gerechtigheid toen hij naar jullie toekwam. Jullie geloofden hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zagen jullie dat, jullie hebben je niet willen bedenken (en je bekeren) en hem (zijn getuigenis) alsnog willen geloven.’ (Uit Matteüs 21 uit de verzen 28-32 : 32)
Bron afbeelding: An Informed Faith