‘Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven (en samenleven!) en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. Daarmee en daardoor heeft Hij ons de grootste en meest kostbare beloften geschonken, opdat we deel zouden krijgen aan de Goddelijke natuur en zouden ontkomen aan het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is.‘ (Uit 2 Petrus 1 uit de verzen 1-15 : 3-4)
Geciteerd: Wat je graag van anderen wilt ondervinden, laat een ander dat van jou ook ondervinden. Dit nu doet de oprechte liefde die uit een oprecht geloof (!) voortvloeit. Ze let (dus) niet (eerst en vooral) op eigen belang, maar (juist) op dat van anderen, en ze doet dat van harte [vanuit een door de Heilige Geest bewerkt hart dat Godsvertrouwen heeft, ook als we Zijn weg met ons niet begrijpen (1)]. Zoals Paulus haar natuur (2) en karakter zo Heer-lijk beschrijft in hoofdstuk 13 van zijn brief aan de (nog jonge, zie hoofdstuk 3) gemeente in Korinthe.
Hij schrijft hen (en ons): De liefde is geduldig en vriendelijk, ze is niet jaloers; de liefde speelt geen toneel of spelletje(s) met de ander, zij is niet hooghartig, zij gedraagt zich niet minachtend naar de ander, zij zoekt zichzelf niet (eigen verlangens en geluk eerst), zij laat zich niet verbitteren (2), zij is niet achterdochtig (3); zij verblijdt zich niet over ongerechtigheid (4), maar verblijdt zich over de waarheid (5); zij verdraagt alles (6); ze gelooft alles (7); zij hoopt alles (8); Zij lijdt alles (9); de liefde vergaat nooit [=eeuwig blijvend, zoals onze God, Die liefde is, eeuwig is].
Dit zijn de voornaamste drie zaken die je in een christenleven kunt vinden: geloof, hoop en liefde. De eerste twee zien op God en Zijn bijstand en behoren in de hemel [=richten onze aandacht omhoog]. De derde ziet op de naaste en behoort op aarde [=we leven niet in onszelf gekeerd, maar we ‘zien’ om ons heen met door het geloof en geloofsvertrouwen geopende ogen, oren en harten].
Maar onze pausgezinden en werkheiligen hebben het omgekeerd; ze zijn met hun (vermeende goede) werken opgestegen en willen daarmee met God [onder]handelen. Hun geloof en vertrouwen hebben ze echter hierbeneden op mensen gesteld [mee vanwege de ‘winst’ (10) die ze daarmee behalen kunnen]. Dank God dat wij – mee door de reformatie – hebben mogen leren inzien dat Gods Woord het ons zo ánders onderwijst.
[Maarten Luther: Stephanus Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]
(1) Denk aan ‘voetstappen in het zand’.
(2) ‘haar natuur’=Goddelijke natuur, zoals die in onze Heer Jezus Christus was en waarvan Petrus schrijft dat wij daar ook deel aan krijgen als we onze levensweg door het geloof in het Evangelie laten bepalen.
(3) Godsvertrouwen is hier het sleutelwoord en het belijden van HC Zondag 9 en 10 dat toch ontleend is aan het onderwijs van Gods Woord.
(4) Niet blij met het kwaad en onrecht dat een ander wordt aangedaan en ze is ook niet verdrietig of ontstemd over het goede dat een ander overkomt (hem of haar als uit Gods hand geschonken wordt.
(5) Vreselijk is het wanneer zelfs in Christus gemeente ‘de waarheid in ongerechtigheid ten onder wordt gehouden’ (zie hierbij de woorden van Paulus in Romeinen 1 : 17-32)
(6) Omdat ze zich niet laat verbitteren en altijd weer verlangt om te leven door de kracht die de Heilige Geest ons schenken wil en zal op het ootmoedig gebed.
(7) Ze trekt de woorden van een ander, die gelovig en liefdevol de voortzetting van het samenleven zoekt (in huwelijk en gezin, familie en gemeente), niet in twijfel, maar zoekt die te bevestigen door vertrouwensvol met de ander te blijven omgaan in plaats van zich op allerlei manier en met allerlei middelen aan het samenleven met een ander te onttrekken.
(8 ) Zij blijft ook hopen op verzoening en herstel van relaties in deze wereldtijd, omdat de hoop zich richt op God voor Wie niets onmogelijk is!
(9) Vandaar dat een gelovige de ander als medegelovigen ziet en ook met en aan hen lijden wil.
(10) Winst in aanzien en eer van mensen en ook het financiële gewin dat het kan meebrengen.
Leestip: Filippenzen 1 : 27 t/m 2 : 18.
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 17 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)
‘Houd daarbij vast aan het Woord dat levend is en leven brengt.‘
(Uit Filippenzen 2 uit de verzen 5-18 : 16a)
Bron afbeelding: Pinterest