Over mensenwerk en Gods werk…

Over de fundamenten van kerk en samenleving…

Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden,. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van levende God, fundament en pijler van de waarheid.’ (Uit 1 Timoteüs 3 uit de verzen 14-16 : 14-15)

Geciteerd 1: “We hebben een zingevingscrisis.”
Tijdens het debat over de mentale gezondheid van scholieren en studenten begon ik met filosoof Friedrich Nietzsche. Niet omdat ik het met hem eens ben, integendeel, maar omdat hij al meer dan een eeuw geleden de vraag stelde wat er gebeurt als een samenleving God loslaat als bron van betekenis en richting.
Steeds meer jongeren lopen vast. Natuurlijk moeten we investeren in goede hulp en preventie. Maar als we alleen de symptomen bestrijden en niet eerlijk zijn over de diepere oorzaken, blijven we als overheid achter de feiten aanlopen.
In het debat heb ik gepleit voor meer aandacht voor zingeving, lokale gemeenschappen en een structurele aanpak van suïcidepreventie en jongerenwelzijn.

Opgemerkt 1a: Dus toch symptoombestrijding? Vanuit christelijk standpunt bezien is dat zeker het geval. Niet dat het daarom onnodig is en geen nut zou (kunnen) hebben, maar toch!

Opgemerkt 1b: In een land als Nederland begon en begint het ondergraven van de fundamenten van het samenleven in huwelijken en gezinnen toch echt onder de christen en in de christelijke gemeenten/kerken zelf. Dat de christelijke gemeenten (‘kerk van de levende God‘) pijler en fundament van de waarheid in deze wereld genoemd worden (zie 1 Timotëus 3 : 14-16) is vanwege het feit dat het Evangelie van ‘Jezus en Die gekruisigd én weer opgestaan (anders is het Evangelie een zoethoudertje, zie 1 Korintiërs 15) aan haar is toevertrouwd. Maar dat Evangelie moet ook op een betrouwbare manier worden doorgegeven aan de volgende generatie(s) en dat kan alleen goed gebeuren wanneer ouders en gemeente de leer én de praktijk van de aan haar toevertrouwde Doop goed verstaan (begrijpen). Want ook onze kinderen komt de belofte van het ontvangen van de Heilige Geest toe. Wanneer wij onze kinderen in onze huizen en kerkelijke gemeenten het Evangelie gaan onderwijzen, dan is dat onbegonnen werk wanneer niet ook zij de Heilige Geest hebben ontvangen en wanneer Hij niet in hun harten het werk aanvangt dat nodig is om ontvankelijk te zijn voor het Evangelie. En daarom is het nodig dat ouders en kinderen alle van God ons geschonken middelen benutten en dat om het wederbarende werk van de Heilige Geest in hen niet te weerstaan door nalatigheid en/of ongeloof. Wat maakt onze Drie-enige God het werk van ouders en het werk van de gemeente eenvoudig. Gewoon liefdevol en zorgzaam met elkaar bidden en Bijbellezen (de verhalen vertellen/doorgeven), niet verzuimen om naar de samenkomsten van de gemeente te gaan waar Gods Woord en Doop en Avondmaal bediend worden. Niet om daar als bij (of door een) ‘toverslag’ je mogelijk ook zelf eens een kind van God te kunnen/mogen noemen, maar omdat je bent ‘ingelijfd’ in de gemeente van de levende God en Hij je om Christus’ wil aanvaard heeft als Zijn kind en ook jou Zijn Heilige Geest geschonken heeft en schenkt.

Geciteerd 2: Dit brengt me op het terrein van het kerkelijk leven. In vooral de protestantse kerken is de afgelopen eeuwen de tendens geslopen die maakt dat men de schepping, de natuur, niet weet te waarderen zoals die gewaardeerd moet worden.
Aan de ‘linkerkant’ van het spectrum is dat te wijten aan het zogenaamde barthianisme. Voor Karl Barth heeft de schepping als zodanig geen eigenstandige betekenis, tenzij ze belicht wordt uit het middelpunt van de verlossing. Alles staat onder het gegeven van de vergeving. Dit klinkt mooi, maar het doet zwaar tekort aan de eigenstandige betekenis van de schepping en de ziel, waarin God spreekt.
Aan de ‘rechterkant’ van het spectrum – ofwel in de gereformeerde prediking (1) – wordt vaak het zondige en onmachtige van de mens om tot God te komen zo sterk benadrukt dat, als het erop aankomt, in de mens niets dan kwaad is. Men gaat voorbij aan het feit dat de ziel, zoals Calvijn zei (2), ‘vonkjes’ zijn, restanten van een band met God. Men gaat voorbij aan de spraak van het hart, zoals Augustinus het verwoordde (2). De pedagogische wijsheid die daarmee gemoeid is, is fraai verwoord door de opvoedkundige Alexandre Vinet: ‘Gun het de ziel van een kind om eerst geboren te worden, voordat zij wedergeboren wordt.
Welnu, dát doet Catterina. Hij wekt de ziel (3), maakt die levend uit de verstening (4), en laat de ziel geboren worden.

(1) Denk hierbij vooral aan de ‘gereformeerde’ prediking zoals die gevonden wordt bij de vertegenwoordigers en kerken van de ‘nadere reformatie’.
(2) Daar gaan we weer, de ‘grote autoriteiten’ krijgen/hebben het voor het zeggen in zo’n geval en dat is geen goede zaak! Het is toch niet naar het onderwijs van Gods Woord waar geen schepsel losstaat van het werk van Gods Geest (4). Daarom hebben we dat spreken over ‘vonkjes’ helemaal niet nodig. En de ‘spraak van het hart’ kan alleen werkelijk iets betekenen wanneer de Heilige Geest die spraak kracht verleent. En daar wil Hij Gods Woord bij gebruiken. Maar men zoekt toch altijd weer liever (eerst) iets bij de mens zelf, zijn ‘onsterfelijke ziel’ die dan nog wat inbreng heeft voordat de Heilige Geest aan de slag gaat/kan met een mens.
(3) Dus toch: wij mensen moeten ermee beginnen en dan komt God erbij om het werk af te maken? Vandaar dat men op ‘nadere reformatie scholen’ zo hard werken moet (aan het werk gezet wordt door hun voorgangers met hún theologen), namelijk om de zieltjes eerst tot leven te wekken en geboren te laten worden – en velen menen dat nauwgezette wetsbetrachting en je leren houden aan menselijke tradities daar veel aan bijdragen -, waarna dan hopelijk de Heilige Geest aan de slag gaat om zo’n eerst door mensenwerk tot leven gewekte ziel ook nog wedergeboren te laten worden.
(4) We kunnen het werk van de Heilige Geest beter beperken tot wat Gods Geest onder het Godsvolk (Israël en later de christelijke gemeenten) bezig was en is te doen en spreken over Gods Geest zien in al Zijn schepselen waaronder ook de mensen die (nog) niet tot het volk van God behoren. Maar waar het Evangelie wordt verkondig en aanvaard of waar de verkondiging wordt tegengewerkt, daar werkt de Heilige Geest en daar wordt Hij in Zijn werk weerstaan. En dat weerstaan kan dus ook binnen het volk van God Zelf plaatsvinden. Juist daar heeft de boze ook zijn werkterrein.

Broeders en zusters, ik herinner jullie aan het Evangelie dat ik jullie verkondigd heb, dat jullie ook hebben aangenomen, dat jullie fundament is en jullie redding, als jullie tenminste vasthouden aan de Boodschap die ik jullie verkondigd heb, anders zijn jullie vergeefs tot geloof gekomen.’ (Uit 1 Korintiërs 15 uit de verzen 1-19 : 1-2)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie