Veel geblaat en weinig wol?

* In de praktijk komt de variant ‘Veel geblaat en weinig wol’ vaak voor. Deze variant klinkt op zichzelf natuurlijk veel logischer – wol komt immers van schapen. In sommige delen van Nederland en Vlaanderen wordt ook de variant ‘Veel gescheer en weinig wol’ gebruikt. Deze varianten komen inmiddels ook voor in het woordenboek van Van Dale. Soms hoor je ook ‘Veel gespin en weinig wol’, maar die variant staat niet in de (spreek)woordenboeken. Op zichzelf is het natuurlijk niet ondenkbaar dat iemand veel spint en maar weinig wol produceert.

Geciteerd 1: De hoofdpersoon van het conflict in 1926, Johannes Gerardus Geelkerken, had in zijn karakter iets ambivalents, paste qua persoonlijkheid niet helemaal in de GKN, was strijdbaar en „erg gevoelig voor aantasting van zijn goede naam”, zei de predikant. Door dat alles kreeg Geelkerkens optreden en uitlatingen in de kwestie „ontegenzeggelijk iets van het glibberige van de slang waar het om draaide, en kreeg hij ook iets ongrijpbaars”, aldus dr. Bas op het congres over dr. Geelkerken en het Schriftgezag, dat in ’t Harde was belegd door de Academie voor Gereformeerde Theologie (AVGT), waar predikanten voor de Gereformeerde Kerken (GK) worden opgeleid.

Opgemerkt 1: ‘strijdbaar en “erg gevoelig voor aantasting van zijn goede naam”‘. Oeps, welke predikant (1) kan zich van dat soort ‘kenmerken’ vrij weten/voelen? Maar de toon is daarmee gezet op het congres.
(1) Mijn ervaring is dat juist de – in hún kring – veel ‘geprezen’ predikanten – elk op hun eigen manier en onder bepaalde omstandigheden – daarmee en daartegen te strijden hebben en niet zulke voorbeeldige (ootmoedige) (mede)strijders blijken te zijn als waar ze voor aangezien willen worden.

Geciteerd 2: In een lezing over Genesis 2 en 3 wierp ds. L. Heres de vraag op „of het voor uw en mijn geloof werkelijk nodig is om vast te houden aan de zintuiglijke waarneembaarheid van al die dingen die in deze hoofdstukken beschreven zijn?” Zijn antwoord: Ja, dat is nodig, want wie loslaat dat het hier om historische werkelijkheden gaat, kan nog wel „indrukwekkende woorden spreken over de mens die in de macht van het kwaad is gekomen door eigen schuld, maar zodra het zou aankomen op waar dat concreet wordt in ons leven, zal blijken dat er geen consequentie aan vastzit. Het hoeft nooit concreet te worden in de werkelijkheid van ons geschapen leven. Dan krijg je een werkelijk prachtige ethiek, maar zonder aanknopingspunt voor de tucht. (…) Wat ten diepste onder vuur ligt, is dat het Woord van God de kracht heeft om ons te raken en heel concreet te herscheppen”, aldus ds. Heres.

Opgemerkt 2a: Dit zijn veel te grote woorden van deze ds. L. Heres te midden van zijn ambtgenoten. Het gaat er in de eerste plaats om dat we samen aanvaarden dat Gods Woord ons geschonken is door het werk van de Heilige Geest en dat door Zijn kracht het onderwijs van Gods Woord ons tot zegen strekt. En dat wordt door de ambtgenoten van deze predikant heus niet ontkend. We zullen toch eerder vrezen voor dit soort hoogmoed van betreffende predikant – die juist op synodes en congressen tot een toppunt gedreven worden door de deelnemers die elkaar bestoken – wat er altijd weer toe leidt dat men ontkent toch altijd nog met elkaar te staan op het fundament dat de apostelen gelegd hebben: Jezus Christus. En hoe men daarop verder bouwt in een gemeente daar zal onze Heer eenmaal een oordeel over vellen – zie 1 Korintiërs 3 : 5-23.

Opgemerkt 2b: Daarom past een veel groter bescheidenheid in het spreken over elkaar (blaten naar elkaar). We zullen beseffen dat Paulus ook de Schriftgeleerden, naast de(wereld)wijzen en (welbespraakte) redenaars noemt en ook in 3 : 18-23 staan zeer waarschuwende woorden die de leden van synodes en ook journalisten (als een Addy de Jong bijv.) zullen verdisconteren in hoe zij over anderen en andere (vroegere) kerkgenootschappen spreken en oordelen en dat mee laten bepalen door de eigen doelstellingen die zij daarmee hebben. Die vertonen vaak ‘doperse trekken’: Een nieuwe uitzuivering zodat we met een gezuiverd/zuiver smaldeel (deels nog weer samengesmeed uit andere smaldelen) verder voorwaarts kunnen trekken. Want wie er uit dat geblaat naar elkaar – dat de stem van de Goede Herder overstemt – vooral garen spint, dat is toch altijd weer de boze.

Bron citaat: RD Kerk & religie | Verslag: – ‘Dr. Bas: Spreken van Geelkerken had iets van de slang’ – door Addy de Jong.

Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken (en banvloeken) er mensen mee die God heeft geschapen als Zijn evenbeeld. Uit de zelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn broeders en zusters?‘ (Uit Jakobus 3 uit de verzen 7-18 : 9-10)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie