‘Ik sprak in mijn moedeloosheid: Ik ben van voor Uw ogen verstoten,
tóch hoorde en hoort U naar de stem van mijn smeken, toen ik tot u riep.’
(Uit Psalm 31 vers 23)
Geciteerd: Ja, ik hoor het goed! Maar wat valt er dan te zeggen over deze tekst van Paulus: dat wij vrede hebben bij God door onze Heer Jezus Christus. Antwoord: Het is waar, we hebben vrede door het geloof in Christus; deze vrede is echter onzichtbaar en gaat alle verstand te boven (Filippenzen 4 : 7). – Die van Christus ontvangen vrede valt ook niet door mensen aannemelijk en overdraagbaar te maken! (AJ) – Maar wat het vlees en het gevoel aangaat, leeft een aangevochtene [=gelovige!] in grote ellende en treurigheid – of hij/zij moet een bekwaam toneelspeler geworden zijn, en die zijn er helaas heel wat, zoals onze Heer hen ons al aanwees juist onder de Schriftgeleerden en Farizeeën (AJ) – , zoals ook David klaagt: ‘Ik heb geen vrede in mijn gebeente‘ (Psalm 38 : 4). Zo voelde Christus aan het kruis ook geen vrede.
Bovendien, wanneer de christenen, die nu door het geloof rechtvaardig zijn geworden, geen aanvechtingen zouden voelen, wat zou dan het nut zijn van zoveel rijke troost in de beloften van het Evangelie en in de prediking van de genade? Bijvoorbeeld als Christus zegt: ‘Aan de armen wordt het Evangelie verkondigd.’ (Lukas 7 : 22).
Omdat nu de ware christenen in dit leven steeds weer treurigheid en droefheid voelen, daarom leert ons de samenvatting van de Tien Geboden ook dat we niet alleen God, maar ook onze naasten moeten liefhebben. Dat wil zeggen dat we onze broeders en zusters in hun droefheid en aanvechtingen moet oprichten en troosten – in plaats van hen te verachten en te verbannen (door echtscheiding bijvoorbeeld) uit onze omgeving en van de Avondmaalstafel (AJ). Andersom: degenen die in zulke aanvechtingen zitten, zullen zich ook láten troosten – en daar niet van/voor weglopen (AJ), én Gods genade in Christus meer geloven dan hun eigen gedachten – ook al menen ze dat die ongenade en verwerping, die ze wél voelen, door Gods Woord geleerd worden (AJ) – en daarbij dan ook nog de ingevingen van de boze – die ook Gods Woord weet te gebruiken voor zijn plannen (AJ) – met zijn vurige pijlen – die daarmee uit is op de mentale/geestelijke en fysieke ondergang van de aangevochtene (AJ). Laat zo’n aangevochtene dus trouw en volhardend alle van God gegeven middelen blijven gebruiken, zodat de boze wel wegvluchten moet, want tegen die middelen is hij niet bestand.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolaus Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 865]
Leestips: Psalm 38 en 39.
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 7 juni – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog Uitgeverij (2022)
‘Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed,
wie mij na staan, houden zich ver van mij.
Mijn belagers lokken mij in de val,
wie mijn ongeluk willen, spreken dreigende taal,
dag in dag uit verspreiden ze leugens.’
(Uit Psalm 38 : 12-13, een dringend gebed van een aangevochten en belaagd mens, bij monde van koning David).
Bron afbeelding: Bible Hub