Over de nood van de rechtvaardigen…

Maar Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten‘ (Uit Jesaja 49 vers 14)

Geciteerd 1: Het blijkt uit deze tekst wel dat de Heilige Geest – zoals in feite altijd (Psalm 139 : 4) – onze gedachten en woorden vóór is. Het is alsof Hij ons hier wil zeggen: ‘Jullie horen Mijn vertroostingen en Mijn beloften en ook over de bevrijding en de verlichting die Ik geef. Maar ik weet al wat jullie daartegen zullen inbrengen, want jullie voelen dat je je in duisternis bevind, gebonden en vervolgd bent door de satan, door de zonden, door de toorn van God – die zich keert tegen alle ongerechtigheid van de mensen hier op aarde – en door de vrees voor de dood; in het kort: Jullie ervaren op allerlei manier dat je verlaten bent.’
‘Maar luister nu toch weer naar het Woord en laat je eigen ervaringen je gedachten niet bepalen. Bekommer je dus niet over wat je overkomt en voelt, maar grijp in het geloof Mijn beloften aan. Want Ik zal je niet bedriegen! Je zult zien – hoe tegenstrijdig het uitwendige en zichtbare ook is (en wat anderen reden geeft tot hoon en spot en laster) – dat alles wat Ik beloof, onwankelbaar is en vast en zeker volbracht zal worden.
In deze woorden ‘de Heere heeft mij verlaten…’ horen de gelovigen het zuchten van de Geest, Die in ons zucht met onuitsprekelijke zuchten (Romeinen 8 : 26).
‘Maar Sion zegt’, dat betekent: zij die de ware kerk zijn, zij die het Evangelie en de volle rijkdom van de beloften hebben ontvangen – en alle gedoopte leden van de gemeenten zullen zich daartoe rekenen, en niemand zal hen eerst een minderwaardigheidscomplex mogen aanpraten of aanpreken! (1) – roepen dat God hen heeft verlaten. Dit moet men wel met alle aandacht – en met een gelovig hart – (leren zien en) opmerken! Want deze tekst dient aangevochten en bestreden mensen (zie ook Jesaja 50 : 10!) namelijk dat de vrees en schrik die zij voelen – ook vanwege zichzelf – géén kwade tekenen zijn. En ook: dat zij niet de enigen zijn die dit lijden ondergaan, maar dat het juist kenmerken van de leden van Christus (gedoopte) gemeenten zijn, zoals dat indertijd ook voor de ‘zevenduizend’ onder het Godsvolk gold (1 Koningen 19 : 18 (2)).
[Maarten Luther: WA 25, 308, 25-37]

De Heere heeft behagen aan degenen die Hem vrezen, die op Zijn goedheid hopen.’ (Uit Psalm 147 vers 11)

Geciteerd 2: Ik vertrouw dat de lieve Heere God je genadig zal helpen en aan je aanvechtingen een einde maakt: Want Hij maakt doden levend, troost de treurenden, en roept de dingen die niet zijn, alsof zij waren. Ook is het niet zó dat jij de enige bent die in dit ziekenhuis ligt. Alle uitverkoren kinderen van God krijgen een kruis te dragen, worden door de duivel aangevochten, voor zover Gód dat toelaat (denk aan Job). Paulus zegt dat allen die godzalig willen leven, in Christus Jezus vervolgingen moeten ondergaan (3). En ook, dat we door veel verdrukking het Rijk van God moeten ingaan. Wees dus niet kleinmoedig en vreesachtig en/of wanhopig, maar neem de beproevingen aan als een zeker teken dat je een genadige God hebt. Want daarin ben je het evenbeeld van Zijn Zoon gelijk gemaakt. Twijfel er dus niet aan dat je behoort tot die grote broederschap van alle heiligen. Petrus zegt: ‘Weersta de duivel, sta vast in het geloof, en weet dat jullie broeders en zusters in de wereld hetzelfde lijden ondergaan.’ (1 Petrus 5 : 9).
Maar het is goed dat je mij – als je broeder, die ook herder en leraar mag/kan zijn – om raad en troost hebt gevraagd, want niemand van ons is zo sterk dat hij of zij helemaal alleen de duivel zou kunnen weerstaan. Ik heb dit versje – deze Psalmversregels! – ook door ervaring (en met hulp van anderen!) moeten leren: ‘Ik ben zo moe van mijn zuchten; ik maak mijn bed de hele nacht nat met mijn tranen‘ (Psalm 6 : 7). Evenwel heeft de satan mij nog nooit helemaal overwonnen. Trouwens, vaak genoeg heeft hij mij het angstzweet uitgeperst.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Samlung, WATR 1, Nr.977]

> Leestips: Jesaja 49 : 14 -20, 50 : 10 en 51 : 12-16, Psalm 140 en 1 Korintiërs 4 : 6-21 (kerntekst vers 13).

(1) Of hen daarin bevestigen, zoals zogenaamde ‘opwekkingspredikers’ wel graag doen!
(2) Wat is het van groot belang dat de gemeenten van onze Heer ook thuis zijn (altijd weer thuisraken, mee door de zondagse Woordverkondiging) in het Oude Testament – zie o.a. 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 8 .
(3) En die vervolging kan ook komen door broeders en zusters, zoals Job ook door zijn gelovige vrienden in de beklaagdenbank* werd gezet.
* De beklaagdenbank (of het beklaagdenbankje) is de specifieke zitplaats in een rechtszaal waar de verdachte plaatsneemt tijdens een strafzitting. Het is de fysieke plek waar de aangeklaagde tijdens het proces zit ten overstaan van de rechter en het publiek.

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen – Meditatie van 2 mei – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 22 april – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Dit weet ik: de HEER doet recht aan de zwakken en de armen.
De rechtvaardigen zullen Uw Naam prijzen
de oprechten wonen in Uw nabijheid.’
(Uit Psalm 140 de verzen 13-14)

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie