Aanvullend op: ‘Niemand meer beoordelen naar zijn of haar menselijke natuur… (I)‘
‘Het is volkomen onbelangrijk of men besneden is of niet, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf (1) blijven.’ (Uit het slot van de Galaten brief, uit de verzen 11-18 : 15)
‘Galaten, jullie hebben je verstand verloren. Wie heeft jullie in zijn ban gekregen. Ik heb jullie Jezus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven (en je daarom toen laten dopen, zie o.a. Handelingen 10 : 44-48). Zijn jullie werkelijk zo dwaas toch weer op je eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is dan alles wat jullie hebben meegemaakt voor niets geweest? Dat kan toch niet! Geeft God jullie de Geest en Goddelijke krachten omdat jullie (zo trouw) de wet naleven? Of geeft Hij ze omdat jullie naar Hem luisteren en op Hem vertrouwen?’ (Uit Galaten 3 : 1-5)
‘Broeders en zusters, ik smeek jullie, wees zoals ik, want ik ben zoals jullie. Herinneren jullie je niet de eerste keer dat ik jullie het Evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij jullie toen ik ziek was, en hoewel mijn ziekte jullie er alle aanleiding toe gaf, hebben jullie mij toch niet veracht of verstoten. Jullie hebben mij opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus Zelf. Toen prezen jullie je gelukkig (en terecht!!!). Wat is daar nu nog van over (na die invloed van de Wetspredikers). Ik kan van jullie getuigen dat jullie zelfs je eigen ogen zouden hebben uitgerukt om ze mij te geven. Ben ik dan ineens jullie vijand geworden nu ik jullie de waarheid zeg? Die anderen, die doen alles voor jullie, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze drijven een wig tussen jullie en mij, en dan moeten jullie alles voor hen doen. Het is goed dat jullie je inspannen maar doe het dan ook voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij jullie ben.
Kinderen zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt – omdat jullie blijkbaar nog geestelijk moeten leren denken (zie 1 Korintiërs 3 : 1-3) – doorsta ik telkens weer barensweeën om jullie. Hoe graag zou ik bij jullie zijn en op een andere toon met jullie spreken, want ik maak me zorgen over jullie.’ (Uit Galaten 4 uit de verzen 17-31 : 12-20)
‘Als Gods medewerkers sporen wij jullie – gedoopte Korintiërs en Galaten -: laat de goedheid die God jullie bewezen heeft en bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: “Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van de redding help ik je.” Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van je redding.’ (…) ‘Wij spreken tot jullie zonder blad voor de mond, want wij hebben jullie – als onze broeders en zusters in de Heer – in ons hart gesloten. Niet wij schieten in onze genegenheid voor jullie tekort, maar jullie in je genegenheid voor ons. Nu dan, ik vraag jullie alsof jullie mijn eigen kinderen zijn: sluit op jullie beurt ons in jullie hart.'(Uit 2 Korintiërs 6 uit de verzen 1-13 : 1-2 en 11-13)
(1) Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld (en/of de godsdienstige wereld); ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is geworden, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. (Uit 2 Korintiërs 5 uit de verzen 14-21 : 16-17)
‘Kortom, de Wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen. Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof in Christus Jezus zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allemaal, jullie die door de Doop één met Christus – met Zijn dood én met zijn opstanding – zijn geworden, hebben jullie met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – juliie zijn allen één in Christus. En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.’ (2) (Uit Galaten 3 uit de verzen 22-29 : 24-29)
N.a.v. ‘De gereformeerde gezindte kan wel wat ‘refoschool’ gebruiken’ – Column van Johan Smits (RD Opinie).
> Zie ook de voorgaande blog: ‘Niemand meer beoordelen naar zijn of haar menselijke natuur… (I)‘
(2) Erfgenamen: Oftewel 1 Korintiërs 3 : 22-23: ‘- álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God‘
Bron afbeelding: rogerfarnworth-com