Bijbelonderwijs over vervuld worden met de Heilige Geest…

Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de Heilige Geest‘ (…) ‘Wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Uit Handelingen 1 uit de verzen 4-8 vers 5 en vers 8).

Opgemerkt 1: Johannes de Doper bleek een heel bescheiden mens en profeet daar waar het zijn eigen roeping en werk betrof. Zijn leven en werk stond van het begin af aan in dienst van de Heilige Geest – Die Zelf ook altijd weer bescheiden blijkt in Persoon en werk – om het volk van God op de komst van de Messias voor te bereiden. Hoezeer God Zelf door de Heilige Geest betrokken was bij de verkondiging door Johannes en zijn – ‘hemelse’! (1) – waterdoop, bleek nog wel het sterkst bij de doop van onze Heer in de Jordaan, waarbij onze Heer de ‘tegenstribbelende’ profeet voorhoudt: ‘Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen.’ En God bevestigde deze waterdoop op bijzondere manier vanuit de hemel – lees hierover in Matteüs 3 : 13-17.
Dat God Zelf Zich aan de waterdoop van Johannes verbond en de mensen die zich hadden laten dopen daarna niet ‘ongemoeid’ liet, dat blijkt wel heel duidelijk uit de woorden die we lezen in Lukas 7 waar onze Heer het optreden van Johannes de Doper ter sprake brengt, nadat twee leerlingen, die Johannes naar Jezus verwezen had (2), weer vertrokken waren. Dan blijkt dat de mensen die zich door Johannes lieten dopen in staat blijken het ‘koninkrijk van God te zien’ (3), namelijk zoals dat tot vervulling komt in en door Jezus, onze Heer, want zo schrijft Lukas: ‘Alle mensen die Jezus’ woorden hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en Zijn gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen.’

Opgemerkt 2: Na Jezus opstanding en hemelvaart stonden Zijn discipelen voor de – alle mensencapaciteit en mensenmacht te boven gaande – taak om van Jezus kruisdood en opstanding uit de dood en van Zijn hemelvaart te getuigen (‘in Jeruzalem en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde‘) en dat zonder ook maar één woord van Hem ‘op papier’ te hebben meegekregen. Dat laatste was beslist ook naar Gods plan en Jezus woorden (3), want alleen de Goddelijke macht van de Heilige Geest zou hen in staat stellen om aan dit werk te beginnen en om het ook tot een goed einde te brengen. Maar omdat zowat de hele ‘Joods kerk’ (met hun theologen, de Schriftgeleerden en Farizeeën) zich tegen dit getuigenis zouden verzetten, wilde God hun getuigenis en werk – zoals ons dat beschreven wordt in het boek Handelingen – gepaard doen gaan met bijzondere en overtuigende blijken van de bijstand en macht van Gods Geest.

Opgemerkt 3: Wat we op en na de Pinksterdag in Jeruzalem horen en zien, dat is dat onze Heer door Zijn Heilige Geest op bijzondere wijze het werk van de apostelen laat aanvangen in Jeruzalem, en even later in Samaria en daarna ook tot ver buiten Jeruzalem. In Jeruzalem wordt de Heilige Geest allereerst zichtbaar uitgestort op Zijn daar vergaderde discipelen en dat was nodig om de daar aanwezige Joden ervan te overtuigen, dat de buiten Jeruzalem gekruisigde Jezus werkelijk de Joodse Messias is, waarop zij hadden leren hopen. Zijn ‘ecclesia’ zouden ze voortaan niet meer hebben te zoeken in de synagogen en in de tempel – die beiden in handen waren van de ‘kerkleiders’ van die tijd – maar in de vergadering van Jezus volgelingen, zoals die geleid zou gaan worden door Zijn eerder uitgekozen discipelen.
Deze discipelen – nu in de rol van apostelen – waren na de uitstorting van de Heilige Geest ook vervuld van de Heilige Geest, maar dat weerhield hen er niet van om steeds ook heel goed op te letten welke weg de Heilige Geest hen in nieuwe situaties wees. Filippus durfde het aan om de ‘Moorman’ te dopen, maar Petrus moest op een bijzondere manier er toe gebracht worden om het Evangelie ook te verkondigen aan heidenen en om ook hen te (laten) dopen (Handelingen 10 en 11). We mogen wel heel dankbaar zijn dat God juist Petrus deze ‘moeizame’ weg heeft laten gaan, terwijl Hij Filippus direct al de overtuiging gaf dat hij de kamerling uit Ethiopië mocht dopen. We lezen trouwens niet dat deze dopeling zichtbaar vervuld werd van de Heilige Geest, wel dat hij zijn weg vervolgde met blijdschap (Handelingen vers 39).
Dat ook in Samaria de mensen nog weer op bijzondere wijze een (zichtbare) uitstorting van de Heilige Geest mochten meemaken, dat zal zeker te maken hebben gehad met het feit dat God deze ‘tweederangs Joden’ wilde overtuigen van het feit dat ook zij zich voluit mochten rekenen als behorend bij de nieuwe ‘ecclesia’, zoals die te Jeruzalem allereerst gesticht was. Dat is toch te zien als Gods goede zorg voor deze mensen, dat Hij de apostelen Petrus en Johannes ertoe bewoog om dat ontvangen van en vervuld worden met de Heilige Geest ook dáár heel zichtbaar te laten gebeuren, namelijk door de handoplegging en dan gevolgd door het (ook) zichtbaar ontvangen van de Heilige Geest. (Lees hierover in Handelingen 8)
NB. Let er ook op dat we wél lezen over veel mensen die zich lieten dopen op de Pinksterdag in Jeruzalem (wel drieduizend, zal vast niet door onderdompeling gebeurd zijn!), maar niet over handoplegging(en) van de apostelen bij deze drieduizend, toen of later, namelijk opdat ook deze dopelingen alsnog vervuld zouden worden met de Heilige Geest.

Opgemerkt 4: Dan lezen we ook nog over gevluchte/vertrokken leerlingen, die vanwege de onderdrukking en vervolging in Jeruzalem in (o.a.) Antiochië terecht kwamen en daar het Evangelie ook aan de heidenen verkondigden en die deze heidenen dus ook gedoopt zullen hebben en genodigd tot het bijwonen van hun samenkomsten en het breken van het brood met elkaar. We lezen dan niet dat men zich in Jeruzalem afvraagt of die ‘bekeerde heidenen’ daar dan ook een zichtbare vervulling met de Heilige Geest hebben ontvangen, wel dat men Barnabas de opdracht geeft om die gemeente op te zoeken. En die verheugt zich zeer en spoort de mensen aan om standvastig te zijn en trouw te blijven aan de Heer. Hij beseft ook dat deze mensen het onderwijs van de apostelen in Jeruzalem node missen, maar dan haalt hij niet één van de apostelen weg uit Jeruzalem, maar gaat hij op zoek naar Saulus (die hij eerder zelf in Jeruzalem mocht/moest introduceren) en geeft hij samen met hem een jaar lang onderwijs aan de gemeente in Antiochië. En dan besluiten ze dáár om de behoeftige gemeente in Jeruzalem financieel te gaan ondersteunen…

Opgemerkt 5: Over de door Johannes de Doper gedoopte leerlingen, die Paulus ontmoet in Efeze, vinden we een zeer verduidelijkend verhaal op de webpagina ‘Hebt u de Heilige Geest ontvangen‘ van ‘het Zoeklicht’ (4). Deze gedoopte leerlingen aanvaardden Paulus getuigenis zonder tegenspraak en ontvangen na handoplegging – zichtbaar en hoorbaar! – de Heilige Geest, net zoals op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem! Wat een heerlijke bevestiging van dat God Zelf Zich verbonden had aan de waterdoop van Johannes: ‘Niemand kan het Koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij/zij geboren wordt uit water en Geest.’ (Johannes 3 vers 5)

Opgemerkt 6: Wat de handoplegging van Timoteus betreft zullen we niet zozeer denken aan het daardoor (alsnog) vervuld raken met de Heilige Geest, maar aan de bijzondere taak die de jonge Timoteüs te vervullen kreeg in de gemeenten die Paulus had gesticht en het geloof, de liefde en de wijsheid – als gaven van de Geest – die daarvoor en daarbij nodig waren om die taak op betrouwbare wijze te vervullen (zie 1 Korintiërs 4 : 1, 2 Korintiërs 1 : 12, 1 Timoteüs 4 : 11-16, 6 : 13-14, 2 Timoteüs 1 : 6-8, 3 : 10-17, Titus 1 : 7-9 en 3 : 8)

Opgemerkt 7: Dat de apostelen zich onder elkaar en naar anderen niet hebben laten voorstaan op hun vervuld zijn met de Heilige Geest en dat zij het ‘de ander uitnemender achten‘ steeds weer in praktijk brachten, waardoor de bereidheid om steeds weer naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren bijzonder groot was, wordt diverse malen duidelijk uit wat we lezen in het boek Handelingen. We horen hoe Petrus verhaalt over zijn ervaringen voorafgaand en tijdens zijn bezoek aan het huis van Cornelius (Handelingen 11) en hoe zij zich laten informeren over de gemeente in Antiochië en hoe zij tot het opstellen van een bericht komen aan deze gemeente. Paulus laat in de brief aan de Galaten nog horen hoe hij zich op het apostelconvent in Jeruzalem heeft opgesteld en hoe hij eerder zich in Antiochië tegenover Petrus heeft moeten opstellen in belang van het Evangelie. Wat goed om te lezen dat Petrus Paulus niet hoogmoedig heeft weersproken vanuit zijn (sterkere) positie, als ‘direct uitgekozen en aangewezen’ leerling en later, in het bijzijn van anderen, ‘direct aangewezen’ apostel van onze Heer…

Opgemerkt slot: Op grond van het onderwijs zoals we dat opgetekend vinden in het boek Handelingen kunnen we toch tot de slotsom komen dat het zichtbaar vervuld worden met de Heilige Geest (door gebed en handoplegging en gevolgd door bijzondere verschijnselen en uitingen) steeds weer in verband gebracht kan/moet worden met het bevestigen van het getuigenis van de apostelen in die bijzondere periode na Christus hemelvaart, waarin zij de opdracht hadden om getuigenis te geven van het Evangelie ‘te beginnen in Jeruzalem en omstreken, in Samaria en tot aan de uiteinden van de aarde‘. En die hún door de Heer opgedragen taak hebben de apostelen inderdaad volbracht! (5) Dat gebeurde in een periode dat het Evangelie bijna overal door de ‘officiële Joodse kerk’ (dus in door de synagogen met hun leiders binnen en buiten het toenmalige Israël) weerspraak en zelfs vervolging en verdrukking ondervond. Maar toen er inmiddels ‘overal’ gemeenten gesticht waren, op grond van het getuigenis van de apostelen, verviel de noodzaak van het door de Heilige Geest door bijzondere tekenen steun geven aan getuigenis van de apostelen.
Alleen bij het vervullen van ‘bijzondere’ taken in of voor de gemeente, zal men nog gebruik kunnen maken van gebed en handoplegging en dat dan niet met het oog op dan (eindelijk ook) vervuld te mogen/zullen worden met de Heilige Geest – men wordt toch aangewezen en gekozen omdat de betreffende persoon blijk gegeven heeft om in aanmerking te komen voor het vervullen van die ‘bijzondere’ taak -, maar om de betreffende persoon in die taak (en zijn of haar roeping daartoe) te bevestigen.
Op grond van het onderwijs in het boek Handelingen (en de brieven) kunnen we (m.i.) stellen dat daarin geen aanleiding gevonden wordt voor de opvatting dat wij gebruik zouden kunnen of moeten gaan maken van (volgens ons) ‘zuivere christenen” (zuiver bevonden christenen – binnen of zelfs van buiten de eigen gemeente), die dan de gave zouden hebben om medegelovigen door handoplegging te vervullen met de Heilige Geest. Zulke afhankelijkheid van gelovige mede broeders en/of zusters wordt van ons toch niet gevraagd en al helemaal niet ons opgelegd! In de brieven (en in de Psalmen!) lezen we toch dat iedere gelovige zich door onze Heer gekend mag weten en geholpen wordt en aangespoord om die relatie met Hem onder en door het werk van de Heilige Geest te geloven en vol vertrouwen altijd weer te aanvaarden, ook wanneer mensen dat willen ontkennen of wanneer alle uiterlijke omstandigheden dat lijken te weerspreken (zie hierbij bijv. Hebreeën 10 en 1 Johannes 2 : 12-17 en 20-29).

(1) Marcus 11 : 22-23 – De vraag van Jezus ‘De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen?‘ waarop de hogepriesters, de Schriftgeleerden en de oudsten van het volk geen antwoord wilden geven.
NB. We dienen te beseffen dat wat er bij de doop van onze Heer gezegd en gehoord was, algemeen bekend was geworden, tot in Jeruzalem toe, want Johannes had dat ook later nog weer van Jezus getuigd: zie 1 Johannes 1 : 19-39. De waterdoop en het getuigenis van Johannes worden door onze Heer ook uitdrukkelijk aan de orde gesteld in het gesprek met Nikodemus – in Johannes 3 : 5 en 11-13.
(2) Zie deze blog ‘Johannes de Doper bleef naar Jezus verwijzen
(3) Zie (o.a.) de woorden van onze Heer tot Zijn discipelen in Johannes 14 en 16 : 12-16.
(4) ‘Hebt u de heilige Geest ontvangen?
(5) Wanneer het Evangelie later aan nog niet bereikte volken (‘aan de uiteinden van de aarde’) werd en wordt verkondigd, dan gebeurd dat ook nu nog altijd door (op grond van) het getuigenis van de apostelen.
We kunnen de woorden uit het slot van Matteüs 28 dan ook wel zo lezen: ‘En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie – getuigenis! (AJ) -, tot aan de voltooiing van de wereld.’

> Zie ook deze blog: ‘Doop van Johannes schakel tussen Oude en Nieuwe Testament.

N.a.v. een middagdienst met ds. G. de Kimpe op zondag 7 januari 2024 in de NGK ‘De Burcht’ in Barneveld.

Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is. En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles‘ (Uit Efeziërs 5 de verzen 15-20)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie