‘Kleinkinderen zijn voor grootouders de kroon op hun leven,
kinderen zijn trots op hun voorouders.’
( Uit Spreuken 17 vers 6)
Geciteerd: (Ook) In de wereld die ons de komende decennia te wachten staat hier op aarde, zal het een zegen zijn dat er een kerk is. Dat er in alles wat er gebeurt een kerkdienst is waarin we thuis mogen zijn in de vrede van God die alle verstand te boven gaat en we mogen vieren dat Hij zichzelf voor ons in de dood gegeven heeft. Een morgen waarop we stil mogen zijn en vieren dat ons burgerschap in de hemel is. Een moment hemel op aarde.
Eén met Christus in wie ons leven verborgen is bij God: veilig opgeborgen, niet in een kluis, maar in Hemzelf, in Hem die de Levende is, opgestaan uit de dood. En dan wordt in een wereld waarin de dood heerst een kind gedoopt. Met Hem begraven in zijn dood in de doop. Om deel te hebben aan zijn leven, het leven van de Opgestane. En de gemeente zingt: ‘En door zijn dood en door zijn bloed is nu de wereld dood voor mij. Ik ben gestorven, maar voorgoed van heel de dode wereld vrij.’
Ik zie mijn kleindochter voor me. Uiteraard denk ik aan haar toekomst. Ik stel me die gewoonlijk voor in het perspectief van wat ik ken uit mijn eigen leven: school, studeren, werken, liefhebben, ontdekken. Ze heeft er alles voor in huis. Maar als ik dieper denk, vermoed ik dat haar toekomst heel anders zal zijn, in een totaal veranderde wereld. Je wilt er maar niet over doordenken.
Maar wat er ook gebeurt: ze is gedoopt. Kind van God, over wie Zijn naam is uitgesproken, met al die prachtige zekerheden die in het klassieke gereformeerde doopformulier staan. Wat er ook gebeurt, ze mag komen in de dienst waar het brood van het leven wordt gebroken en de genade over haar uitgesproken, en stil worden als het orgel speelt, ook als opa al lang niet meer op de preekstoel staat.
Opgemerkt: Nooit (werkelijk geen dag!) heeft deze vader/opa zijn echtgenote en kinderen niet liefgehad en altijd (!) hun belangen hoger geacht dan de die van hemzelf, zelfs in de periodes dat ik het leven niet aan kon en er zelfs liever een einde aan gemaakt had. Maar die periodes die ik doormaakte waren zo ‘hels’, dat ik maar één verlangen had: niet meer denken en alleen maar rust – want je staat er mee op en gaat er mee naar bed, dag in dag uit en het leidde tot totale uitputting, die mij dan ook – in zo’n periode duidelijk was aan te zien! Het deed me diep beseffen wat de woorden ‘Gods goedertierenheid is beter dan het leven‘ (Psalm 63) betekenen. Want met gevoelens van Gods afwijzing en Godverlatenheid heeft een gelovig mens ‘geen leven’! Wie daar iets van ervaren heeft, die begrijpt waarom een mens Gods eeuwige toorn over de zonde onmogelijk dragen kan en waarom Hij die liever gestraft heeft aan Zijn eigen lieve Zoon dan aan ons mensen…
> Zie deze blog met woorden van Dietrich Bonhoeffer: ‘Fragmenten uit een preek over Psalm 63‘
Bron citaat: ND Opinie & columns – Bram van de Beek: ‘In de wereld die ons wacht, zal het een zegen zijn dat er een kerk is’’ – door Bram van de Beek (1)
(1) Het artikel is een fragment uit het boek Thuis. Over de betekenis van de kerk (Uitg. KokBoekencentrum) van Bram van de Beek dat vorige week is verschenen.
‘Welke Vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen goed gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.‘ (Jezus’ onderwijs bij het Onze Vader gebed in Lukas 11).
Bron afbeelding: Peace Be With You