‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XIV)

(…) 17 Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.
(Uit Psalm 51)

Het werk van het tweede gebod (II)

(…) “Het eerste gebod verbiedt ons om andere goden te hebben, dit betekent dat we in één God moeten geloven, de ware God, met een vast geloof en vast vertrouwen, met vrijmoedigheid, hoop en liefde. Dit zijn de enige werken waardoor een mens de enige God kan (lief)hebben, eren en houden.

Een mens kan God vinden door geen ander werk dan geloven en vertrouwen; een mens kan God verliezen door geen ander werk dan door ongeloof en twijfel (Gods Woord wantrouwen!). Geen enkel ander werk kan een mens tot God brengen.

Het is om deze reden dat het tweede gebod ons verbiedt Gods naam ijdel (te onpas) te gebruiken. Maar dit zal niet genoeg zijn. We hebben ook de opdracht om zijn naam te eren, aan te roepen, te prijzen, te prediken en te verheerlijken.

En inderdaad, het is onmogelijk dat Gods naam niet wordt onteerd waar deze niet (op de juiste wijze) wordt geëerd. Want hoewel Zijn naam al geëerd wordt met de lippen, het buigen van de knieën, het kussen en meer van dergelijke handelingen, als dit niet met een gelovig hart wordt gedaan, met een vast overtuigd zijn van en met vast vertrouwen op Gods genade, dan is het niets meer dan een hypocriete vertoning en valse schijn.

Begrijp nu hoeveel soorten werken een mens overal en te allen tijde onder dit gebod kan doen! Men hoeft nooit – wanneer men dat maar wil! – zonder de goede werken van dit gebod te zijn. Het is dus helemaal niet nodig om daarvoor een ​​verre pelgrimstocht te maken of om heilige plaatsen te bezoeken.

Want zeg me, is er ook maar enig moment in ons bestaan waarin we niet onophoudelijk Gods zegeningen ontvangen, of juist tegenspoed ondervinden? Maar wat zijn Gods zegeningen en tegenspoed anders dan een voortdurend aandringen en opwekken (onderwijzing!) om God te prijzen, te eren en te zegenen, en om Hem en Zijn naam aan te roepen?

Stel dat u niets anders te doen zou hebben, zou u dan niet uw handen al vol hebben aan dit gebod, gewoon door Gods naam te zegenen, te zingen, te prijzen en te eren zonder ophouden? En voor welk ander doel zijn tong, stem, taal en mond gecreëerd? Zoals Psalm 51 zegt: ‘Ontsluit mijn lippen, Heer, en mijn mond zal uw lof verkondigen.‘ [vs. 17]. En nogmaals: ‘bevrijd (red) mij, God, van de dreigende dood, en ik zal juichen om uw ​gerechtigheid.‘ [vers 16]

Maarten Luther:  Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 217/218 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 39/40)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 28 Van uw ​gerechtigheid​ zal mijn tong spreken,
van uw roem wil ik zingen, dag aan dag.
(Uit Psalm 35)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s