De enige Goede Herder en de huurlingen…

(…) 11 Ik ben de Goede ​Herder. De Goede ​Herder​ zet zijn leven in voor zijn schapen; 12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – 13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.  (Uit Johannes 10)

Jezus, de Goede Herder, dat heeft met herdersidyllen en grote-stille-heide-poëzie niets te maken. Dergelijke gedachten kunnen de tekst alleen maar bederven. ‘Ik ben‘, daarmee wordt duidelijk dat hier geen sprake zijn kan van herders en hun werkzaamheid in het algemeen, maar van Jezus Christus alleen.

Ik ben de Goede Herder, niet een goede herder, alsof Jezus zich met een andere goede herder zou vergelijken en van hem zou leren wat een goede herder is. Wat een goede herder is, is alleen te leren van dé Goede Herder, naast wie er geen andere bestaat, van het ‘ik’ van Jezus.

Het herderlijk ambt in de kerk van Jezus Christus betekent niet dat er naast de Goede Herder nog een tweede of derde zou zijn, maar schept alleen de mogelijkheid dat Jezus de Goede Herder van de gemeente is. Hij is de ‘opperherder‘ (1 Petrus 5 : 4), in zijn herderlijk ambt delen de ‘pastores’ willen zij het ambt en de kudde niet bederven.

Dat het hier gaat om de Goede Herder zonder meer en niet om een herder onder anderen, blijkt onmiddellijk uit de ongewone werkzaamheid die Hij zich zelf toeschrijft. Er wordt niet gesproken van weiden, drenken en helpen, maar: ‘De Goede Herder geeft zijn leven voor de schapen.Dat geldt alleen van de Goede Herder.

Vanuit Jezus verstaan krijgt deze zin een nog veel rijker betekenis :

  • In de eerste plaats, als Jezus over het geven van zijn leven spreekt als over iets dat nu gebeurt, dan mogen wij met dr. Bengel zeggen: ‘Zijn hele leven was een gaan naar de dood.’
  • In de tweede plaats, als Jezus zegt dat Hij ‘voor de schapen’ sterft, dan moet in dit sterven de ene, definitieve daad gezien worden die de kudde redt, een vrije geen afgedwongen daad.
  • Ten derde, de uitspraak dat het sterven van de herder de schapen ten goede komt, wil niet ontkennen, dat Jezus voor alle mensen stierf, maar wijst erop dat alleen de schapen van zijn kudde aan de vrucht van dit sterven deel zullen hebben. De blik valt niet op de wereld, maar alleen op de weldaad van Jezus aan zijn gemeente.

De Goede Herder en zijn gemeente horen bijeen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De goede herder” – “Beeldspraak bij de gratie van Jezus Christus” – (21 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie evt. aanvullend ook nog:  “De Goede Herder” (Luther-citaat)

(…) 14 Ik ben de Goede Herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16 Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder. (Uit Johannes 10)

Bron afbeelding:  Pinterest

Johannes 10 14-15 Ik ben de Goede Herder - Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s