Bidden met en voor de gemeenschap der heiligen (II)

(…) In de vierde bede (1) wordt ieder mens vermaand dat hij zijn hart ruimer en groter moet maken. Want hij bidt hier niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele christenheid en voor de uitbreiding van het Evangelie onder alle mensen. Wel bijzonder moeten we hierbij ook denken aan het predikambt, dat is aan allen die het Woord van God moeten prediken.

Want zoals we in de eerste drie beden bidden om de dingen die God toebehoren, dat Hij het Zijne van ons ontvangt, zo bidden wij hier ook voor de hele christenheid. Onder alle dingen is er echter niets méér nodig en nuttig voor de christenheid dan het dagelijks Brood, dat is, dat God ons geleerde predikanten wil geven die Zijn Woord in de hele wereld prediken en verkondigen. Want als het predikambt en het Woord van God werkelijk wordt beoefend, dan groeit en bloeit de christenheid. Dat heeft Christus ook bevolen te bidden: ‘Bid de Huisvader dat Hij arbeiders uitzendt in Zijn oogst’ (vgl. Mattheüs 9 : 38).

Daarom, volgens de goede orde der liefde moeten wij eerst en meest voor de christenheid bidden. Daarmee doen wij meer dan voor onszelf bidden. Want Chrysostomus heeft gelijk als hij zegt: ‘Wie voor de hele christenheid bidt, voor die bidt vervolgens de christenheid.’ Ja, zelfs daarin bidt hij mét de christenheid ook voor zichzelf. Het is geen goed gebed als iemand alleen voor zichzelf bidt.

Hopelijk vergis ik mij, dat al die broederschappen mij helemaal niet bevallen en wel bijzonder die het altijd over zichzelf hebben, alsof zij alleen naar de hemel zullen gaan en ons hier op aarde willen achterlaten.

U echter moet eraan denken en erop letten dat Christus niet tevergeefs heeft geleerd dat niemand mag bidden mijn Vader’, maar onze Vader, niet geef mij heden mijn dagelijks brood’, maar ‘geef ons heden ons dagelijks brood’, vervolgens: onze schuld’, ‘ons’, ons’, ‘ons’ enzovoort. Hij wil ons allen horen, niet mij of jou, of een afgescheiden, teruggetrokken farizeeër.

Daarom zingen we ook met elkaar, dan klinkt het mooier, ook al kun je niet goed zingen of de toon houden, dan zing je maar mee met de hele gemeente. Als je alleen wilt zingen, dan moet je erop rekenen dat iedereen er iets op aan te merken heeft.

(1) Het OnzeVader uitgelegd aan eenvoudige leken, 1519.

Maarten Luther: Auslegung deutsch des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2,114,5-31

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 50, v&a 125, “Welke is de vierde bede?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Psalm 40 vers 4 OB - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s