Moeten wij dan echt allemaal aan de schandpaal genageld? (I)

(…) 18 Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein. 19 Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. 20 Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken… (Uit Matteüs 15)

HC Zondag 41 – Wat leert ons het zevende gebod? (bij Luther 6e gebod)

Gij zult niet echtbreken. (Exodus 20:14]

Het derde gebod van de tweede tafel leert hoe men zich moet gedragen tegenover het hoogste goed van de naaste wat zijn persoon betreft, dat is zijn [of: haar] echtgenoot, kind, verloofde, personeel enzovoorts, namelijk dat men deze niet misbruikt, maar in eer houdt.

Dat is echter een ‘grote en mooie eer’ die God aan deze wereld toekent, namelijk dat de wereld een stal vol overspelers en overspeelsters is (vgl. Mattheüs 12:39). Geen wonder dat de mensen een hekel aan Hem krijgen! En wel omdat Hij ons op deze manier tot schande maakt, hoont en beledigt, en niemand voorbijgaat, ook onze monniken niet, die nog wel een gelofte van kuisheid hebben afgelegd.

Hier zie je dat God ons niet zo vertrouwt dat er één getrouwde man bestaat die tevreden is met zijn eigen vrouw, en andersom één getrouwde vrouw die tevreden Is met haar eigen man. Het moet je toch zeker teleurstellen, als men jou ook van echtbreuk beschuldigt en tegen je zegt: ‘Vriend of vriendin, houd je aan het huwelijk, bemoei je niet met de vrouw of man van een ander, misbruik hun kinderen niet.’

Als je een vrome man bent, dan heb je je antwoord al klaar. Je zegt gelijk: ‘Waar zie je mij nu voor aan? Denk je dat ik er zo één ben?!’ Maar God ontziet niemand! Hij klaagt ons allen aan en beschuldigt ons in dit gebod dat we overspelers en overspeelsters zijn. Zó laat Hij ons zien wat voor mensen wij zijn! Op deze manier is dit gebod ook een scheldwoorden- en schandnamenregister. Het scheldt ons allemaal uit, niemand uitgezonderd, voor hoerenlopers enzovoorts.

En, hoewel we dat in het openbaar voor de wereld niet zijn, toch zijn we het wél in ons hart, als we maar de ruimte kregen, tijd, plaats en gelegenheid hadden.

Maarten Luther: predigten über das 2. buch Mose, 1524-1527, vgl. WA16,510,20-511,20

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

(…) Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. 20 Daarom is voor hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons de zonde kennen. (Uit Romeinen 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Matteüs 15 18-20 - From the heart - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s