Wij geloven niet (in) wijkkringen en groeigroepen… (V2)

(…) 4 Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles 15 voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid. (Uit 1 Timoteüs 3)

Helaas lijkt men tegenwoordig steeds minder waarde te hechten aan de door Gods Woord ten voorbeeld gegeven en aanbevolen huisbezoeken en de kracht en het nut daarvan en de zegen die van deze vorm van “samen-spreken” in de gemeente van Jezus Christus verwacht mag worden (1), en in plaats daarvan wordt er geloof gehecht aan de kracht en het nut van door een kerkenraad te organiseren (en daarmee aanbevolen en min of meer opgelegde) deelname aan wijkkringen en groeigroepen…

Wat men blijkbaar niet beseft, dat is dat een kerkenraad met al dat zelf (willen) organiseren van tegenwoordig (2), laat blijken zichzelf een oordeel(!) te kunnen en vaak ook te hebben aangemeten over het leven van de gemeente en haar leden. Vanwege dat “aangemeten oordeel” hebben ze gezocht – en zoeken ze steeds vaker en meer- naar eigen(tijdse) oplossingen en probeert men met behulp van eigen opgebouwde kennis en kunde op het gebied van organisatie en communicatie wat te doen aan het blijkbaar in gebreke blijvende (mee/samen)leven van en in de gemeente, die toch eigendom is van haar Hoofd, onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Een opvallend iets daarbij is, dat de leden van een kerkenraad zich zelf(s) niet meer eerder via persoonlijk gesprekken (huisbezoeken) op de hoogte stellen en hebben gesteld van het al of niet “hartelijk (mee/samen)leven in het geloof” van de leden van de gemeente. Men meent nu o.a. op basis van “horen zeggen” (bijv. via pastorale medewerkers) en op basis van algemeen inzicht te kunnen komen tot een algemeen oordeel (wat niet de bedoeling is!) en men wil en hoopt op grond daarvan bepaalde (eigentijdse) oplossingen te kunnen aandragen om deze oplossingen dan voor en/of met met de gemeente – zo nodig met hulp van commissies – te organiseren (3). En daarna wordt het al of niet deelnemen aan de door de kerkenraad georganiseerde zaken gebruikt als een soort graadmeter, die een kerkenraad gebruiken kan om voeling te houden met en oordeel te vellen over het (samen)leven de gemeente met en voor haar Heer en Heiland Jezus Christus…

Een huisbezoek en het persoonlijk gesprek met de leden van de gemeente (daarentegen!) is niet bedoelt om (het lid van een kerkenraad en de kerkenraad als geheel) tot een oordeel te laten komen over een bepaald lid of over het (samen/mee)leven van de leden of van de gemeente in het algemeen, (namelijk) om op basis daarvan dan oplossingen te kunnen bedenken en organiseren. Huisbezoeken zijn bedoelt als “peilgesprekken”, waarin altijd weer gezocht wordt naar het met elkaar voeren van “hartelijke/harts” gesprekken over het leven in het geloof als (levende!) lidmaten van de gemeente van onze Heer Jezus Christus. In die gesprekken gaat het over het nut en de vrucht van Gods Woord (zoals verkondigd in en aan de gemeente) en spreekt men over eigen levens en ook worden er – zo nodig en mogelijk –  vermanende woorden uit Gods Woord gesproken en elkaar – beide richtingen is mogelijk – voorgehouden! Het is niet de (Bijbelse!) bedoeling dat  in zulk soort gesprekken woorden zullen worden gesproken (en zeker niet in “vermanende zin”!), die opgevat en genegeerd kunnen en mogen worden als “slechts een advies naar de (huidige) inzichten/opvattingen van de kerkenraad”.

Op grond van Gods Woord kunnen gemeenteleden tijdens dergelijke gesprekken wél worden opgeroepen om de onderlinge bijeenkomsten (4) niet te verzuimen, maar dat kan zo niet worden gedaan waar het de deelname aan allerlei andersoortige bijeenkomsten en gezamenlijke activiteiten van en in de gemeente betreft.

Natuurlijk zal een predikant en ouderling ook (geregeld wat) verslag doen van de huisbezoeken die hij heeft afgelegd en dat kan leiden tot gezamenlijk gebed tijdens (en na) de kerkenraadsvergadering(en) en mogelijk ook tot gebed/voorbede in de samenkomsten van de gemeente. De predikant kan op basis van wat hij verneemt – zo mogelijk/gewenst ook in overleg met de leden van de kerkenraad, mede ondersteunt door eigen dagelijks praktijk van Bijbellezen en gebed, komen tot keuzes over welke Bijbelgedeelten hij zal preken de komende preekbeurt(en). Toch zal de gemeente in de regel meer zegen mogen verwachten en ondervinden van “doorgaande prediking” en van “doorgaande leerdiensten” (catechismusprediking!) – omdat dat niet steunt op menselijke conclusies en inzicht, maar  steunt en vertrouwt op de kracht van Gods Woord en Zijn zegen daarover!

De gemeente wordt “alleen én alleen!” gefundeerd en gebouwd op en door het Woord van God en de bediening van de Sacramenten Doop en Avondmaal (5) en dat alles natuurlijk niet zonder (een Bijbelse manier van) gezamenlijke lofprijzing en gebed. Het (verkondigde) Woord van God, onze Bijbel, dat is “het gewaad” waarin de levende Christus tot ons komt  en werkzaam is door de kracht van de Heilige Geest, die aan alle leden van de gemeente gegeven is en wordt. De gemeente wordt niet “gesticht en opgebouwd” door de vorm en inrichting van kerkgebouwen of gebouwd door allerlei aan het Woord toegevoegde en toegepaste vormen en middelen van organisatiekunde en communicatiewetenschap, maar zij wordt gebouwd door de geregelde lezing en verkondiging van het Woord en door het Woord dat de leden van de kerkenraad ook brengen in de huizen (aan de individuele leden en (hun) gezinnen) tijdens het afleggen van huisbezoeken.

God heeft Zijn gemeente (de predikanten en andere leden van de kerkenraad) de meest eenvoudige en goedkope “manier van werken met Zijn Woord”  geboden, die in alle tijden en wereldwijd op alle plaatsen en in alle omstandigheden toe te passen is en werkt en er is niets dat daar nog bovenuit kan gaan of nog (extra) aan bijdragen. Hiermee is aan alle gemeenten en kerken een “voorsprong” op anderen (in mindere omstandigheden) onthouden en ontnomen! (6)

En waar een gemeente niet meer kan samenkomen en waar mogelijk zelfs het elkaar nog bemoedigen niet meer mogelijk is (bijv. in gevangenissen waar men geen bezoek meer toelaat) daar komt Christus zelf ons zo nabij, dat we altijd weer van gevangen gehoord hebben en ook nog weer steeds vernemen, dat ze niet eerder (en later) zoveel van Gods vertroostende en verzorgende nabijheid hebben ervaren als juist in die omstandigheden.

*** 

(1) Naar voorbeeld en aanraden van Paulus – o.a. Handelingen 20 : 17-38, de brieven aan Timoteüs – m.n. 1 Timoteüs 3 en 2 Timoteüs 3 en 4)
(2) Niet alleen wijkkringen en groeigroepen, maar zelfs ook een kaartje bij een ander in de bus doen en bezoekjes afleggen bij iemand van de gemeente wordt voor de gemeenteleden georganiseerd, evenals het koffiedrinken met elkaar na de ochtenddienst, de soorten goede doelen die  gemeentebreed gesteund moeten worden, etc., etc.
(3) Terwijl de Bijbel het heel belangrijk vind dat de oudsten (ouderlingen) mensen zijn die de gaven én de vruchten (ook door anderen/buitenstaanders erkend!) hebben om met grondige kennis van en op Gods Woord gegronde “peilende/vermanende” huisbezoekgesprekken te kunnen voeren met de leden van de gemeente.
(4) Zie de oproep in Hebreeën 10 : 25 . En we behoren hierbij (alleen/vooral) te denken aan de normale (zondagse) bijeenkomsten waar Gods Woord (profetisch!) verkondigd, uitgelegd en toegepast wordt in en aan de gemeente. Dat is de eenvoudige en vrijwel aan ieder lid voor te houden regel voor het zich – samen met de andere leden van de gemeente – gebouwd laten worden door Gods Woord. Alle andere geloofsopbouw samen met anderen mag – in vertrouwen op God – geheel en al worden overgelaten aan de individuele keuzes van de leden van de gemeente. Die daarin zelf lezend in hun Bijbel en biddend hun weg in het samenleven in en met de gemeente mogen en hebben te zoeken.  Over dat persoonlijk Bijbellezen en bidden (en met elkaar in de gezinnen) daarover valt natuurlijk wel gesprek te voeren en Bijbels advies te geven…
(5) Ook bij (projecten van) gemeentestichting hebben we dat te bedenken en in praktijk te brengen.
(6) Wat zal er meer geld beschikbaar zijn voor de minder bedeelden wanneer een kerkenraad minder geld vraagt voor en uitgeeft aan de inrichting en opsmuk van de diensten en het kerkgebouw en aan het (gemeentebreed) rondom en tijdens de samenkomsten “aansmeren” van goede doelen  middels o.a. kostbaar druk- en video-werk.
Wat zal het tot eer strekken van Gods levende Woord en het werk van de Heilige Geest wanneer de gemeente toch graag de samenkomsten bijwoont en ook door-de-weeks hartelijk met elkaar samenleeft en wanneer het bijdragen van de gemeente en haar leden aan allerlei goed werk en goede doelen toch ruimhartig is en blijft, wanneer dat niet meer kan worden toegeschreven aan allerlei organisatie-inspanning van een kerkenraad en gemeentelijke commissies…

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Tot alle werk Gods volkomen toegerust - Tim 3-16 - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s