Wat in de ogen van ons mensen onbeduidend is…

9 Als uw mond belijdt dat ​Jezus​ de ​Heer​ is en uw ​hart​ gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. (Uit Romeinen 9) (1)

Rechtvaardiging (3)

In een Kerstpreek (!) uit 1522 over Galaten 4 vers 1 tot 7 legt Luther er met alle duidelijkheid de nadruk op dat de rechtvaardiging niet procesmatig is, maar plaatsvindt op hetzelfde moment dat de mens gelooft. Dit in tegenstelling tot de ‘goede werken’ die ‘stuksgewijs’ gedaan worden. Dus kort gezegd: de rechtvaardiging wordt ontvangen door het geloof in Christus, waardoor de zondaar op éénmaal volkomen vergeving van alle zonden krijgt. (1) Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: ‘Nu wij dan rechtvaardig zijn geworden door het geloof, hebben wij vrede bij God door onze Heere Jezus Christus’ (weergave DB 1545). Hier volgt dan het derde citaat over hetzelfde onderwerp:

(…) “Abraham en alle [heilige] vaders hebben het testament [of de belofte] van God gekend (vgl. Genesis 22 : 18; 26 : 4; 28 : 14) – het is aan hen ook verkondigd en gegeven, zoals aan ons allen. Hoewel het in die tijd niet in de hele wereld gelezen en verkondigd is, zoals dat gebeurd is na de hemelvaart van Christus. Toch hebben de vaders precies hetzelfde verkregen, door precies hetzelfde geloof, waarmee wij en al Gods kinderen het verkrijgen. Want het is voor allen één genade, één zegen, één belofte, één geloof – zoals God ook één God en Vader is van allen (vgl. Efeze 4 : 5-6).

Kijk, hier ziet u wat de apostel Paulus overal in zijn brieven leert: dat de rechtvaardiging niet door onze werken, maar zonder één enig werk van ons, alleen door het geloof komt – niet bij stukjes en beetjes, maar alles in één keer. Want het testament [of de belofte] bevat alles en heeft alles in zich: rechtvaardiging, zaligheid, erfdeel en alles wat voor ons verder nog van belang kan zijn. Door het geloof wordt dit allemaal in zijn geheel en op éénmaal – niet stuksgewijs! – aan ons in eigendom gegeven.

Dit zeg ik opnieuw: opdat het volkomen duidelijk zal zijn dat geen werk, maar alleen het geloof zulke weldaden van God op éénmaal ontvangt: de rechtvaardiging en de zaligheid – niet stuksgewijs (zoals de werken stuksgewijs zijn), maar het ons op één moment volmaakt en volkomen tot kinderen en erfgenamen van God maakt.

[Kinderen en erfgenamen] die daarna allerlei werken op basis van vrijwilligheid doen, dus geheel zonder een knechtelijke of slaafse gezindheid, die in zo’n gestalte of gedaante vroom-zijn en beloond-worden op het oog heeft. Er is hier geen sprake van enige verdienste, het geloof geeft alles om niet en meer dan iemand kan verdienen – om niet doen zij de werken. Zij hebben immers alles reeds door het geloof, wat de werkheiligen door hun werken zoeken en nooit vinden: namelijk de rechtvaardiging, het Goddelijke erfdeel of genade bij God.

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 343,18 – 344,12

(1) Opgemerkt: “Alleen (maar) geloof” wordt niet alleen in de wereld (door de “natuurlijke mens”) maar ook in veel kerken/gemeenten toch wel wat minnetjes gevonden. In veel gevallen wordt er ook daar weinig tot geen genoegen genomen met zo’n eenvoudige belijdenis (vandaar – bijvoorbeeld – bij velen de grote moeite met al jong en vroeg belijdenis doen en/of met jonge kinderen aan het Avondmaal): er zal of moet toch eerst wel wat meer gezegd of aangetoond kunnen worden, dan alleen maar “ik geloof”… (en dan menen sommigen zelfs over het “harts-geloof” van een ander te moeten en kunnen oordelen).

(…) 29 Maar ten slotte zult u de HEER, uw God, weer zoeken, en hem ook vinden, als u Hem tenminste met ​hart​ en ziel zoekt. 30 Wanneer dit alles u overkomt zult u, door de nood gedreven, naar de HEER, uw God, terugkeren en naar hem luisteren. 31 Want de HEER, uw God, is een God van ​liefde. Hij zal u niet verlaten en u niet in het verderf storten. Wat Hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, vergeet Hij niet. (Uit Deuteronomium 4)

(…) 6 maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. (Uit Hebreeën 11)

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding: DailyVerses.net

1-korintiers-1-28-29 - wat niets is - DailyVerses.net

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s