Een ogenblik duurt Zijn toorn…

Psalmzingt de Here, gij zijn gunstgenoten, en looft zijn ​heilige​ Naam;
want een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn welbehagen;
(Uit Psalm 30)

Bekeer u tot Mij met uw hele hart

‘Zo spreekt nu de HEERE: Bekeer u tot Mij met uw hele hart, met vasten, met wenen, met klagen – scheur uw harten en niet uw klederen, en bekeer u tot de HEERE uw God. Want Hij is genadig, barmhartig, geduldig, en groot van goedheid, en de straf berouwt Hem spoedig ’ (Joël 2:12-13, weergave Walch 1741).

(1) (…) “Wij mensen zijn van karakter en natuur onbarmhartig en onvriendelijk [vgl. o.a. Titus 3:1-5, hcvw]. Want als we worden beledigd of aangevallen, zijn we niet makkelijk weer verzoend. We blijven wantrouwig tegen hen die ons kwaad hebben aangedaan. Het is dan niet eenvoudig om zich weer met elkaar te verzoenen en in vrede te leven – wij mensen zijn niet zo haastig als het gaat over vergeven en vergeten!

Daarentegen is God van karakter en natuur totaal anders: Hij laat Zich makkelijk overreden en bewegen, is spoedig te verzoenen en te verbidden, en wil graag vergeven. Ja, als iemand nog maar net begint te bidden en nog maar één woord heeft gezegd, wordt Hij al zacht en week, en wil van harte alles vergeven wat deze mens tegen Hem misdaan en gezondigd heeft. ‘God is genadig en barmhartig’, deze eretitel of erenaam van God moet je vóór alle dingen in gedachten houden. Ja, helemaal tégen al je eigen gedachten in: die onze God afschilderen als een genadeloze, harde, toornige dwingeland, pijniger en scherprechter – iemand die onmogelijk te verzoenen is [vgl. o.a. Exodus 34:6; Nehemia 9:17b; Psalm 86:15; 103:8, 111:4; 145:8; Joël 2:13; Jona 4:2, hcvw].

Daardoor komt het: wanneer ons geweten bevreesd wordt en ons overtuigt van één of andere zonde, vooral als de straf voelbaar is en ons neerdrukt, dat we voor God wegvluchten – net als Adam in het paradijs – en ons voor Hem verbergen (vgl. Genesis 3:10). Maar daarbij moeten we wel bedenken dat we dan de goede en barmhartige God geweld en onrecht aandoen. Want, hoewel Hij ook straft, verandert Hij daarom Zijn karakter en natuur niet – Hij houdt altijd een zacht en vriendelijk hart, dat zich weer spoedig laat overhalen en overreden, zelfs als wij denken dat Hij op het aller-toornigste met ons omgaat.

Want dit is de reden waarom Hij ons straft: dat we niet dieper in de zonde vallen, maar dat we ons bekeren en leven (vgl. Ezechiël 18:32,  Hebreeën 12 : 6-8 ). Waarom vlucht je dan weg voor deze goede, genadige, barmhartige en lieve Vader? Hij komt niet achter je aan om je dood te slaan, maar eerder dat Hij je op de goede weg brengt. Daarom, wacht op Hem: bekeer je met je hele hart, dan zal Hij je genadig zijn en je zonden vergeven. Val neer aan Zijn voeten, bid Hem om genade, dan zal Hij je graag in genade aannemen.

Maar zij die in zware aanvechtingen zijn, Gods toorn tegen de zonde echt voelen, kan men niet overtuigen dat ze dit zouden geloven – ja, ze hebben allerlei verkeerde gedachten over God. Daarom moet je de andere kant op kijken naar het troostrijke, zekere en duidelijke teken der genade: ‘Dat zo lief God de wereld gehad heeft, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben’ (vgl. Johannes 3:16).

Houd dit genadewerk voor ogen en denk er zonder ophouden aan! Want God heeft dat tot heil en troost van arme zondaren gedaan. Als Hij nu de zondaren zo vriendelijk aanneemt – en dat met het lijden en sterven van Zijn Eigen Zoon heeft bewezen – dan zie je toch zelf dat Hij je ondergang niet zoekt, maar wil dat je van de eeuwige dood bevrijd en zalig zult worden? Waarom leef je dan in twijfel en weet je niet hoe God over je denkt? Hij heeft immers Zijn Zoon gegeven om je met Hem te verzoenen!”

Maarten Luther: Praelectiones in prophetas minores. 1524-1526 (Joel: Juli-August 1524). Weergave: Sämtliche Schriften, Johann Georg Walch 1741, Sechster Theil, S. 2232 – S. 2234

(1) In het 1553 verscheen er een tweede Duitse vertaling van Luthers Latijnse colleges over het boek Joël. Zowel Veith Dietrich als Nicolaus von Amsdorf, twee bevriende godgeleerden die Luthers theologie ook na zijn dood in 1546 verdedigden en handhaafden, hebben aan deze uitgave meegewerkt en ieder van hen heeft daarbij een woord van aanbeveling geschreven. De tekst maakt deel uit van Luthers Latijnse verklaring van de ‘Kleine Profeten’ uit de jaren 1524 tot 1526 te Wittenberg.

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.comen van deze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding: DailyVerses.net

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s