Opdat wij nimmer van God verlaten zouden worden…(3)

‘Dochters van Jeruzalem: Huil niet om Mij…(…) ‘Want als zij dit doen met het groene hout, wat zal er dan met het dorre gebeuren?’  (Uit Lukas 23).

Over het lijden van Christus (3)

Vraag: Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen?

Antwoord: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelf, óf door een ander, volkomen betalen (Heidelbergse Catechismus: Zondag 5 – vraag en antwoord 12).

Het citaat voor deze lijdensweek komt uit de ‘Kirchenpostille’ van 1522. Zondag 5 – vraag en antwoord 12 van de Heidelbergse Catechismus is qua inhoud vergelijkbaar met wat Luther hier zegt in een postillepreek over Mattheüs 2:1-12:

(…) “Omdat Hij, Christus, voor u Koning en Priester is geworden en deze grote weldaden aan u schenkt, mag u echter niet denken dat dit om niet is gebeurd of weinig heeft gekost, of dat deze weldaden door uw eigen verdiensten tot u komen. Zonde en dood zijn in Hem en door Hem voor u overwonnen – om aan u genade en leven te geven! Hij heeft er echter veel kwaad voor moeten uitstaan en het heeft Hem veel gekost: Hij heeft het met de dure prijs van Zijn eigen bloed, lichaam en leven moeten verwerven.

Want Gods toorn, oordeel, geweten, hel, dood en alles wat kwaad is, wegnemen en alles wat goed is, verwerven, kon niet gebeuren of eerst moest aan de Goddelijke gerechtigheid genoeg gedaan worden – de zonde betaald en de dood door recht overwonnen worden.

Daarom is het bij de apostel Paulus gebruikelijk, als hij de genade van God in Christus verkondigt, dat hij ook gelijk over Christus’ lijden en bloed spreekt. Dat doet hij om te laten zien dat alle weldaden door Christus niet zonder een ontzaglijk grote verdienste en een duur betaalde prijs aan ons zijn gegeven. Dit blijkt wel als hij zegt: ‘God heeft Hem gesteld tot een genadetroon [of verzoendeksel] in het geloof door Zijn bloed’ (vgl. Romeinen 3:25). Of: ‘Ik heb mij niets anders voorgenomen om onder u te weten, dan alleen Christus en Die gekruisigd’ (vgl. 1 Korinthe 2:2). (…)

Hier ziet u de strenge straf en onverbiddelijke toorn van God (vgl. Mattheüs 26:39 en 42) over de zonde en de zondaren, namelijk: dat Hij de zonde niet ongestraft heeft willen laten, voordat Hij die met zware straffen aan Zijn enige en allerliefste Zoon gestraft heeft (1). Zoals Hij ook zegt door de profeet Jesaja: ‘Om de zonde van Mijn volk heb ik Hem geslagen’ (vgl. Jesaja 53:5). Wat zal de zondaren dan overkomen, als Zijn liefste Kind zo geslagen wordt?”

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 719, 16 – 720, 9; WA 2, 137, 12-17

(1) Vgl. het avondmaalsformulier: ‘Aangezien de toorn Gods tegen de zonden zó groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.’

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding: Pastorale hulpverlening jongeren

Mozes en de slang

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s