Over een briljante Tim Keller…

Wij zijn niet zo overmoedig ons te vergelijken met degenen die zichzelf zo aanprijzen (of door anderen worden aangeprezen), laat staan ons aan hen gelijk te stellen.’ (…) ‘We hopen alleen dat jullie geloof groeit en dat jullie ons werk – dus van degenen die in jullie gemeenten de taak hadden/hebben om jullie het Evangelie te verkondigen – uitbundig zult prijzen binnen de grenzen die God voor ons (jullie en wij) heeft vastgesteld.’ (…) ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat Hij Zich op de Heer beroemen, want niet wie zichzelf aanprijst – ook al gebruikt hij/zij daarvoor een andermans werk! – is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.‘ (uit 2 Korintiërs 10 uit de verzen 12-18)

Geciteerd 1: „Als je slechts één held hebt”, citeert Den Boer uit de maandag gepresenteerde Nederlandse vertaling van het boek ”Tim Keller. Zijn spirituele en intellectuele vorming” (uitg. Van Wijnen) van de Amerikaanse theoloog Collin Hansen, „dan ben je een afgeleide daarvan. Maar als je honderd helden hebt, betekent dit dat je diep hebt gedronken uit de zuiverste bronnen, waarvoor je de wereld hebt afgestruind. Dit door God gegeven vermogen om ongelijksoortige bronnen te integreren en vervolgens de inzichten daaruit met anderen te delen, valt vrijwel iedereen op die Keller kent, al vanaf zijn studententijd. Hij is de gids die je de goeroes leert kennen. Je krijgt hun beste inzichten, met Kellers unieke draai eraan.”

Opgemerkt 1a: Lees voor Tim Keller nu eens Paulus en voor die ‘honderd helden’ de twaalf apostelen. Of stel je voor dat men Timoteüs of Titus al zulke lof had kunnen en willen toezwaaien? Het verbaast me steeds weer hoe men in bepaalde kringen – juist ook waar men zo benadrukt dat God het allemaal moet doen – altijd weer weet te roemen in mensen en hún vermogens. En dat is helaas al begonnen met zoveel eer te geven aan het brein van Calvijn, die met dat brein van hem toch maar die dikke Institutie van hem had weten te schrijven. En men schoof en schuift Maarten Luther ook maar graag veel en veel te veel (eer) toe wat betreft het op gang komen en aanslaan van de reformatie in Europa.

Opgemerkt 1b: De Bijbel is beslist geen theologieboek waaruit knappe theologen met veel inspanning een zuivere leer over God moeten destilleren, maar een Pastoraal (Herderlijk!) boek. Daarmee en daardoor wil God in voortdurend gesprek zijn met Zijn kinderen/volk en het is beslist niet de bedoeling van Hem geweest dat theologen Hem daarbij in de weg zouden lopen en overstemmen met van alles wat zij over Hem weten te roepen en in dikke boeken vast te leggen voor hun publiek en het latere nageslacht. Nee, het gaat om (heel gewone) voorgangers als een Timoteüs en een Titus, die de gemeenten altijd weer uit Gods Woord zouden onderwijzen in de (gewone) samenkomsten van een gemeente en in de huizen van de leden van een gemeente en die zelf ook weer moeite zouden doen – ook samen met de leden van een gemeente – om geschikte medewerkers en opvolgers te vinden en in te werken.

Opgemerkt 1c: Als werkelijk zoveel aan mensenwerk kan (moet?) worden toegeschreven als in dit artikel te lezen valt, dan is het voor ondergetekende wel duidelijk waarom de heilige Geest zich steeds meer teruggetrokken heeft en zich nog steeds meer aan het terugtrekken is uit het kerkelijk leven (zowel in Amerika als in Europa en ons eigen land) als in de loop der eeuwen na de reformatie al het geval is geweest. Steeds weer en steeds meer wordt toegeschreven aan wat mensen kunnen bereiken d.m.v. een bepaalde prediking van Gods Woord, en men zal dan graag de opwekkingen, die men door een bepaalde manier van aanpak (prediking) teweeg brengt – net als een Jonathan Edwards eerder ook al deed – dan toeschrijven aan het werk van de Geest. Met alle aandacht en roem voor dat bijzondere mensenwerk, die dat altijd weer met zich meebrengt.

Geciteerd 2: Keller bestempelde Herman Bavinck in 2020 als „de grootste gereformeerde theoloog van de twintigste eeuw”; vorig jaar noemde hij zichzelf in een podcast „in de eerste plaats een neocalvinist”.
Opgemerkt 2: Let er ook op hoe theologen altijd weer graag andere grote en briljante theologen aanwijzen. Dat is allemaal in dienst en in het belang van het voortbestaan van hun eigen professie: ‘Wij van WC-eend, adviseren WC-eend.’

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘„Briljante” Tim Keller pendelt tussen puriteinen en neocalvinisten’ – door Maarten Stolk

Zie ook: ‘De bovenste beste theologie?

Wij apostelen zijn net als Christus zwak, maar jullie zullen (opnieuw) merken dat wij leven door Gods kracht. Onderzoek jullie zelf, stel jullie zelf op de proef. Jullie weten toch van jezelf wel dat Jezus Christus in jullie is (hebben jullie daar zulke bijzondere leraren voor nodig om daarover iets te kunnen zeggen?) Als dat niet zo is, dan hebben jullie de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpen jullie dat dit wel voor ons geldt.’ (…) ‘Tot slot broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven, neem mijn vermaningen ter harte , wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met jullie zijn.‘ (woorden uit 2 Korintiërs 13)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet onder de wet, maar onder de genade…

Kunnen wij (gelovigen!) ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat wij hem naleven? Nee, door de wet (1) die eist dat wij geloven!‘ ‘Uit Romeinen 3 vers 27)

Geciteerd: “Paulus legt uit dat ‘buiten de wet’ zijn niet hetzelfde is als geen wet hebben en kunnen doen wat je wilt. Nee, ‘onder de wet’ zijn betekent leven zonder genade, omringd door de werken van de wet. Dan regeert de zonde zeker door middel van de wet, aangezien niemand van nature de wet goed gezind is. Juist die toestand is echter de grootste zonde. Maar de genade maakt de wet beminnelijk voor ons, zodat er dan geen zonde meer is, en de wet niet langer tegen ons is, maar één met ons.
Dit is ware vrijheid van zonde en van de wet; Paulus schrijft hierover de rest van het hoofdstuk. Hij zegt dat het alleen een vrijheid is om met het (door de Geest gewekte en gewerkte!) vuur van de liefde goed te doen en een dankbaar leven te leiden zonder de dwang van de wet. Deze vrijheid is daarom een geestelijke vrijheid die de wet niet opschort, maar die levert wat de wet verlangt, namelijk vurigheid en liefde. Deze leggen de wet het zwijgen op, zodat deze geen reden meer heeft om mensen aan te drijven en eisen aan hen te stellen.
Het is alsof u iets schuldig bent aan een geldschieter en hem niet kunt betalen. Je zou op twee manieren van hem af kunnen komen: óf hij zou niets van je afnemen en zijn rekeningenboek verscheuren (2), óf een vrome man zou voor je betalen en je geven wat je nodig had om je schuld af te betalen. Dat is precies hoe Christus ons van de wet heeft bevrijd. Daarom is onze vrijheid geen bandeloze vrijheid van het vlees (de natuurlijke mens) die tot niets verplicht is. Integendeel, het is een vrijheid die veel doet, zelfs alles, en toch vrij is van de eisen en schulden van de wet.”
[Uit de Duitse Bijbel van dr. Maarten Luther (1534/1545)]

Opgemerkt: Dat is dus ook wat de Doop ons onderwijst. We zijn niet meer onder de wet maar onder de genade. Dat mocht ook Lydia (de purperverkoopster, zie Handelingen 16 : 13-15 en 40) horen nadat ze gedoopt was en haar huisgenoten, die gelijk met haar gedoopt mochten worden, ook: Jullie zijn niet meer onder de wet maar onder de genade.

(1) En die wet van het geloof, die was er dus al in het paradijs en wel vanwege de boom van de kennis van goed en kwaad. Adam en Eva zouden geloof hechten aan het Woord van God over die boom. Zoals kinderen hun ouders behoren te geloven, wanneer die hen waarschuwen voor een plant in de tuin met ziekmakende vruchtjes. Het was dus geen ‘gebodsboom’ maar een ‘geloofsboom’!
NB. Wanneer die kinderen toch van die vruchtjes eten en dan ziek worden, dan hebben ze dat toch niet te zien als een straf van hun ouders (op het overtreden van een gebod), maar als een gevolg van het geen geloof hechten aan de woorden van hun ouders. Zo werden Adam en Eva na het eten van de vrucht van de boom ook geconfronteerd met de gevolgen/konsekwenties van hun ongeloof.
(2) Toch lezen we (dat) ook, in Kolossenzen 2 vers 14: ‘Hij heeft het document met voorschriften (de Wet) waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen.

Waarom dan toch de Wet? De Wet (‘van Mozes’) is later ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde, in de tijd dat de nakomeling aan wie de belofte was gedaan nog komen moest.’ (Uit Galaten 3 uit de verzen 19-24 vers 19)

Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dien elkaar door de liefde. Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt. Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst. Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.’ (Uit Galaten 5 de verzen 13-18)

Bron citaat (Engelstalig): info@martinluther-quotes.nl (www.maartenluther.com) – ‘Preface to the Letter of St. Paul to the Romans from the German Bible, 1534/1545 (12)’.

Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook het spoor volgen dat de Geest ons wijst. Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.’ (uit Galaten 5 de verzen 25-26)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat nut ons een ‘nieuwe theologie’?

En daarom danken wij God zonder ophouden, dat gij het Goddelijk woord der prediking van ons hebt ontvangen en aanvaard, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God zelf. En het blijft ook werkzaam in u die gelooft.‘ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 vers 13)

Geciteerd 1 (ND): Redding door het bloed van Christus, het kruis als verzoening van de zonden. Die klassieke protestantse heilsleer wordt zelfs in de kerk nauwelijks meer begrepen, ziet theoloog Stefan Paas, laat staan daarbuiten. Hij komt met een nieuw ontwerp: ‘Het is ‘vrede’ die de hele bijbelse heilsleer bij elkaar houdt.’
Geciteerd 2 (ND): De tragiek van deze ontwikkeling zit volgens Paas ingebakken in het ‘piëtistisch heilsdrama’, de klassieke protestantse reddingsleer, waarin het evangelie is versmald tot de bekering en de redding van de enkeling. Dat zette het hele leven onder spanning en kleurde de kijk op God, mens en medemens, op kerk en wereld, zending en evangelisatie.
Geciteerd 3 (RD): Het piëtistisch bekeringsdrama, dat zijn wortels in de Reformatie heeft maar vooral tot bloei kwam in de tijd van de Grote Opwekkingen in de achttiende eeuw, is in feite een moderne vorm van geloven: het is individueel en ervaringsgericht. Het hebben van een aantal overtuigingen is niet voldoende; je moet ze ook echt beleven.
Geciteerd 4 (ND): Maar anno 2023 is er dringend behoefte aan nieuwe taal (1), een herijking van de grondwoorden ‘heil’ en ‘redding’, zegt Paas in zijn huiskamer in Baambrugge. ‘Want wat niet wordt ervaren, kan niet heilzaam zijn.’ (…) We zullen het spreken over heil en redding, en dus ook bekering, opnieuw moeten inbedden in de vragen en zoektochten van nu.

Opgemerkt 1: De boodschap van het Evangelie is in de kern van de zaak een zeer eenvoudige boodschap, die vaak al na één ‘preek’ van de apostelen duidelijkheid verschafte (aan Joden en heidenen) over Gods reddende liefde, en die men dan ook aanvaardde (of verwierp) als de waarheid, als woorden van God Zelf – zie Galaten 4 : 13-20 en 1 Tessalonicenzen 2 : 1-13). Heel belangrijk was daarbij (na die aanvaarding) de Doop, die men direct al ontvangen mocht, want daar moesten ze later altijd weer op ‘terugzien/terugvallen’ en (dus) niet op wat ze tijdens een preek van de apostelen (of later) ervaren hadden en toen (mogelijk op grond daarvan) besloten hadden. Hun geloof moest rusten op de Goddelijke waarheid van het Evangelie, die door de Doop onweerlegbaar aan hen bevestigd werd/was, zodat zij allen direct al – wat hun redding betreft – zich gelijkwaardig mochten weten aan alle broeders en zusters in de betreffende gemeente en natuurlijk ook met die van gemeenten in andere plaatsen. Hoe deze gedoopte gelovigen voortaan zouden (samen)leven, daarin werden ze daarna verder onderwezen door de apostelen en hun medewerkers (zie hieronder).

Opgemerkt 2: Petrus schrijft – wetende dat zijn leven ten einde spoedt – aan de gemeente(n) dat ze er goed aan doen aandacht te schenken aan de woorden van de profeten en de aandacht altijd daarop gericht te houden, en dat met het oog op wat hij hen als opdracht meegaf in 2 Petrus 1 : 5-11. En Paulus schrijft dat elk van God gegeven Schriftwoord (het OT dus!) nuttig is om onderricht te geven, om dwalingen te weerleggen en om op te voeden tot een vruchtbaar leven. En nog altijd moeten de gemeenten het hebben van eenvoudige, betrouwbare Schriftverkondiging, niet om die te gebruiken om te ontdekken of zij misschien ook tot de uitverkorenen (‘bekeerden’) behoren, maar om te horen en te leren hoe zij als Gods – in Christus! – geredde (en daarom dankbare) kinderen hebben te leven in een wereld die (zich) naar het einde spoedt.

Hieronder nog het volgende citaat uit een preek n.a.v. woorden van de profeet Jesaja.

Maar de blinden zal ik op de weg leiden, die zij niet weten; Ik zal hen leiden op verborgen paden die zij niet kennen.‘ (Uit Jesaja 42 vers 16a)

Geciteerd 5: Deze blinden zijn de gelovigen, die geen hulp of raad in hun duisternis en bezwaren kunnen vinden, ja, geen einde aan hun kwaad en hun ongeluk kunnen zien. Daarom moeten ze zich wel aan het Goddelijk Woord vastklampen. Dit Woord verlicht hun duisternis, en het brengt hen op de weg die zij niet weten. Dat is: op de weg van het geloof in de dingen die je niet kunt zien en niet ervaart. Deze voortreffelijke tekst bevat een belangrijke les: dat we in alle gevaren en in alle noden, in alle aanvechtingen, eenvoudigweg onze ogen zullen sluiten en ons aan het Woord houden.
Zij die in gevaar willen omzien naar vleselijke middelen van hulp en raad (en dat kan ook nog weer een nieuw te ontwerpen theologie zijn!), die maken het verdriet en het hartzeer nog erger. Want ze doen niet anders dan zich tevergeefs afmatten en nog meer ellende veroorzaken (en dat is in het huidige kerkelijke leven bijna overal op te merken!). Er is ons geen andere weg getoond, waarop we midden in het gevaar zullen leven: dat we onze ogen zullen sluiten, en geloven (hoewel wij blind zijn!) dat God toch niet blind is, maar de uitkomst uit de verzoeking ziet en weet.
Al zou je ook in de diepten der zee zijn (niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeenten/kerken), zoals Jona (en het volk Israël in de tijd van Jesaja), dan ziet God toch een weg en middel, waardoor Hij je weer aan land zal brengen. Want wie anders heeft zo’n weg voor Jona bedacht? Zo moeten wij ook blind zijn en niets zien, opdat alleen God alles ziet. We moeten worden als kinderen.
[Maarten Luther: Luthers Vorlesung über Jesaia (1527/30). WA 25, 89 ff; WA 31.2, 1 ff]

Leestip: Jesaja 42 : 14-25 ‘Een weg door de woestijn’ en ook Psalm 89.

(1) Ook Dietrich Bonhoeffer meende op een gegeven moment dat er een nieuwe taal door de gelovigen ontwikkeld en gesproken moest gaan worden… Maar we kunnen beter letten op wat hij zelf eerder al geschreven had, zoals dat te lezen valt in deze blog: ‘Vasthouden aan het Woord het een en het al!

Bron citaten 1-2,4: ND geloof – ‘Weinig mensen snappen het oude protestantse verhaal nog, merkt Stefan Paas. Hij doet een nieuwe poging’ – door Koos van Noppen
Bron citaat 3: RD Cultuur & boeken – ‘Christen heeft goed nieuws voor vandaag, vindt Stefan Paas: vrede’ – door Maarten Stolk
Bron citaat 5: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie van 26 november – Den Hertog uitgeverij (2022)

Bron afbeelding: BiblePic-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wees en weduw en ontheemde*…’

Ik wil dat u uw voedsel deelt met de hongerigen en dat u hulpelozen, armen en ontheemden in uw huizen ontvangt. Geef kleren aan wie het koud hebben en verberg u niet voor familieleden die uw hulp nodig hebben.‘ (Jesaja 58 vers 7, HTB)

Geciteerd 1: Inmiddels is er nóg een groep bij gekomen, zoals bijvoorbeeld deze dakloze moeder, met wie eigenlijk niet zo veel aan de hand is. Door scheiding, ontslag of schulden raken mensen hun huis kwijt, om vervolgens geen betaalbare woonplek te vinden. De groep is niet klein: naar schatting lopen er op dit moment meer dan 10.000 economisch ongehuisde mensen in Nederland.

Geciteerd 2: Het huwelijk heeft tot grond en troost dat het door God ingesteld is en God welgevallig is. Christus eert en troost het huwelijk ook Zelf door Zijn komst. Daarom moet voor iedereen het huwelijk terecht lieflijk en eerbaar zijn. Het hart moet verblijd zijn dat God deze staat zo liefheeft. Daarom zullen de gehuwden vrolijk alles verdragen wat daarin moeilijk is, ja, ook als het nog tienmaal moeilijker zou zijn. Want dat er (ook) zoveel moeite en verdriet in (christelijke) huwelijken is, komt omdat dit altijd ons volgt als we naar Gods Woord en instelling leven. Alles is voor de uitwendige mensen zuur, bitter en zwaar, wat tot zijn/haar zaligheid moet dienen.
Het huwelijk is echter ook iets wat het geloof in God en de liefde tot de naaste opwekt en oefent. Het doet dat door veel moeite, arbeid, verdriet, kruis en tegenspoed heen. Maar ook toont Christus dat Hij alle gebrek in het huwelijk kent en wil vervullen: als de wijn ontbreekt, verandert Hij het water in wijn. Alsof Hij wil zeggen: Moeten jullie water drinken en is het leven bitter en zuur? Kom! Ik zal het voor jullie zoet maken en het water in wijn veranderen, zodat wat jullie droefheid is, nu jullie vreugde zal zijn. Ik zal dat echter niet doen door dat water weg te nemen of door het uit te laten gieten. Het moet blijven! Ja, Ik laat het inschenken en de kruik vol maken tot boven toe. Gods Woord, waardoor alle dingen gemaakt, onderhouden en veranderd worden, zal jullie water in wijn veranderen en het zure huwelijk zoet maken.
[Maarten Luther: Fastenpostille 1525, WA 17.2, 62 ff]

* Ontheemden: Mensen die binnen de eigen landsgrenzen op de vlucht zijn, worden ontheemden genoemd. Ze zijn gevlucht voor geweld, vervolging of natuurrampen. Ze vormen de grootste groep die wij helpen. Iemand die op de vlucht is in eigen land wordt binnenlands ontheemd genoemd.
NB. ‘Wees en weduw en ontheemde doet Hij wonen op Zijn erf‘ (Uit Psalm 146 vers 5, berijmd, 1967)

Bron citaat 1: De Correspondent – ‘De zelfredzame dakloze? Die bestaat niet’ – door Michelle van Tongerloo (Huisarts)
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie 22 november – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

Jezus zei tegen hen: Vul de waterkruiken met water: En zij vulden ze tot boven toe
(Uit Johannes 2 vers 7)

Bron afbeelding: Steppes of Faith

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Weinig over van de stoere vrijgemaakten’…

Zalig de armen van Geest, want aan hen behoort het Koninkrijk der hemelen‘ (Uit Matteüs 5 vers 3)

Geciteerd 1: ‘Is het Woord van God veilig in de Nederlandse Gereformeerde Kerken of moet Christus zijn koningschap delen met onze particuliere, menselijke meningen?’, verwoordde dominee Henk Room tijdens de opening de gedeelde zorgen. ‘Weinig is meer over van de stoere vrijgemaakten die het allemaal zo goed wisten. Wij maken ons zorgen, ook over de broeders en zusters die zich, zonder dat ze zich er goed van bewust zijn, laten meenemen in deze ontwikkelingen. Hebben wij wel voldoende gewaarschuwd? Zijn we voldoende alert geweest? Hebben we wel op tijd aan de bel getrokken?’

Geciteerd 2: Er waren/zijn veel mensen (gemeenten/kerken) die geestelijk rijk zijn. Althans, ze verbeelden zich dat ze geestelijk overvloed hebben. Daarom hebben ze goede moed en een vrolijk hart en verheffen ze zich boven anderen. Ze doen net alsof ze ‘brief en zegel’ hebben, dat ze met God in volmaakte vrede leven. En bovendien denken ze dat God ook met hen tevreden is. Christus zegt echter (in Matteüs 5 vers 3) dat Zijn discipelen [of gelovigen] mensen zijn met een bevreesd, zwak en angstig hart. (1) Ze zien wel wat ze moeten doen, maar het komt niet vooruit. Elke dag, ja, bijna ieder uur en ogenblik overkomt hen weer een nieuw onheil, en wel omdat de duivel hen, nu hier en dan daar laat struikelen of vallen.

Geciteerd 3: Want dit leven is een wandel waarin men altijd voortgaat van geloof tot geloof, van liefde tot liefde, van geduld tot geduld, van kruis tot kruis. Het is geen rechtvaardigheid, maar een rechtvaardiging. Het is geen reinheid, maar een reiniging. We zijn nog niet gekomen waar we moeten komen, maar we zijn allen wel op weg ernaartoe. Daarop zijn sommigen verder en sommigen nóg verder. God ziet meer op ons voornemen, dan op het resultaat (Romeinen 7 vers 15). (…) Omdat we hier nog op aarde leven, moeten we voortdurend elkaar dragen, zoals Christus ons ook gedragen (én verdragen) heeft. Dit komt omdat niemand van ons nog volmaakt is in leer en leven.

De boodschap van het Evangelie (zie de verzen 1-7) is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen (2) zich erop toeleggen het goede te doen, daar heeft iedereen baat bij. (Uit Titus 3 vers 8)

(1) Zie hierbij Lucas 18 : 9-14 – De gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar.
(2) En wie kunnen en durven we dat vertrouwen op (de) God (van dit Evangelie) te ontzeggen? Homofielen, voorstanders van de vrouw in het ambt, leden van Christus gemeente, die menen dat kinderen ook gerechtigd zijn om deel te nemen aan de vieringen van het Avondmaal?

Bron citaat 1: ND Geloof – ‘Gesprek bezorgde kerkleden stokt: bijbelse argumenten werken niet meer’ – door Hilbert Meijer
Bron citaten 2 en 3: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditaties 25-26 oktober en 21 november – Den Hertog uitgeverij (2022)

Moge God, Die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.’ (Uit Romeinen 15 vers 13)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zit ik wel in een gezonde gemeente… (I)

En Jezus hoorde het en zei tegen hen: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ (Uit Markus 2 vers 17)

Opgemerkt vooraf: Alhoewel onderstaande geschreven is naar aanleiding van ‘Zit ik wel in een gezonde gemeente’ een lezing van dr. Gert van den Brink, meen ik dat wat hieronder gezegd wordt ook het overdenken waard is m.b.t. hoe wij ons hebben op te stellen binnen een gemeente (en kerk) waar ‘van alles ‘aan de hand’ en ‘aan het schuiven’ is en waarover wij ons verontrust kunnen voelen/weten. Wat hieronder gezegd wordt n.a.v. van wat er aan de orde komt in deze lezing is nog niet af en er valt nog heel wat meer te zeggen, maar daar kom ik mogelijk later nog aan toe.

Geciteerd 1: De gemeente van Jezus Christus is een vergadering van gelovigen, van heiligen, van uitverkorenen.
Opgemerkt 1: We kunnen ook zeggen een vergadering van geroepenen. Zoals de roepstem van Jezus klonk bij de roeping van Zijn discipelen, zo klonk na het Pinksteren in Jeruzalem de roepstem van Jezus de Joden en even later ook de heidenen (zie Filippus en de ‘Moorman’ (Ethiopiër)) in de oren met daarbij de oproep: Laat u dopen en voegt u bij de gemeente om onderwezen te worden in alles wat onze opgestane Heer ons heeft geleerd. Zeggen dat ze nu nu geloofden was niet genoeg (wat hadden die ‘pas gelovigen’ te vertellen over zichzelf en over ‘de leer’?), maar door zich te laten dopen hadden ze zich met Christus bekleed (zie Galaten 3 vers 27) en behoorden ze tot de heiligen (uitverkorenen) van Christus gemeente en waren ze gerechtigd om deel te nemen aan de ‘maaltijden van de Heer’.
NB. Filippus zal de Moorman zeker ook verteld hebben van Jezus’ opdracht om alle volken tot Zijn discipelen te maken door hen te dopen en hen te leren zich te houden aan alles wat Hij Zijn discipelen onderwezen had. En daarbij zal hij vast ook verteld hebben dat veel Joden zich op het Pinksterfeest in Jeruzalem hadden laten dopen in de naam van Jezus. En ook dat je dan vergeving van zonden ontvangt en dat de heilige Geest je geschonken wordt (zie Handelingen 2 vers 38). Vandaar dat deze kamerling (hoge ambtenaar) kon opmerken/vragen: Kijk, hier is water, wat is er tegen dat (ook) ik gedoopt wordt.’

Geciteerd 2: We kunnen niet zeggen: Je zit hier in deze gemeente omdat God dat heeft gewild en door Gods voorzienigheid is dat zo. Niemand wordt als christen geboren en niemand is lid van Christus gemeente door geboorte.
Opgemerkt 2a: Paulus schrijft in 1 Korintiërs 7 (vers 14 ) dat de kinderen ‘in de gelovige ouder(s) geheiligd zijn’. Het is dus/daarom zeker zo dat kinderen lidmaat zijn van Christus gemeente door geboorte, ze behoren – even goed/rechtmatig – tot de heiligen, als de pas bekeerden (die nog prille zuigelingen in het geloof moesten worden genoemd – zie 1 Korintiërs 3!) die zich ook direct al aangesproken mochten weten door wat Paulus schrijft in de aanhef van zijn eerste brief aan de Korintiërs (zie 1 Korintiërs 1 vers 2).
Opgemerkt 2b: Het is toch ook nog eens zo dat de Joden en de heidenen (voor hen helemaal onverwachts in hun ‘heidens bestaan’), die met de verkondiging van het Evangelie geconfronteerd werden, dit behoorden toe te schrijven aan Gods voorzienigheid (a) en ook wij en onze kinderen, die in een christelijke gemeente geboren werden, behoren dat zo te zien! Het is uitdrukkelijk Gods wil geweest dat wij bij gelovige ouders geboren en dan ook gedoopt zouden worden. Ook wij en onze kinderen behoren tot degenen die werden/worden geroepen ‘om Zijn heiligen te zijn die de naam van onze Heer Jezus aanroepen’ (zie 1 Korintiërs 1 vers 2)
(a) In o.a. 2 Korintiërs 6 brengt Paulus de Korintiërs dat nog weer eens uitdrukkelijk onder de aandacht.

Geciteerd 3: Christus gemeente heeft een nauwe voordeur en een wijde achterdeur. Het lidmaatschap van Christus gemeente wordt gekenmerkt door vrijwilligheid.
Opgemerkt 3a: Is dat werkelijk waar? Dat Christus gemeente een wijde achterdeur heeft? Als dat waar is dan zou onze God geen liefhebbende Vader zijn! Juist door Gods liefde – ons bewezen in Zijn Zoon! – staat de achterdeur voor het weglopen van huis niet wagenwijd open, maar moeten wij die zelf ‘van het slot’ halen! En moest een zoon (of dochter) die bij de Vader thuis woont eerst met moeite naar binnen komen? Dit is echt geen juiste voorstelling van zaken! En we kunnen Jezus woorden over de enge (nauwe) poort en de smalle weg hierbij ook niet gebruiken om daarmee aan te geven dat Christus gemeente voor haar leden een nauwe voordeur heeft en een wijde achterdeur!
Opgemerkt 3b: De/onze Doop (en dus niet mensen!) verplicht (!) ons tot een ‘nieuwe gehoorzaamheid’ zegt het klassieke Doopformulier en dat is gebaseerd op wat ons in Romeinen 6 over de doop geleerd wordt.

Geciteerd 4: Thomas Boston (1676-1732) zegt dat wij kinderen dopen omdat we veronderstellen dat ze gelovigen zijn (of zullen worden) en ook dat we verwachten dat ze later dankbaar zullen zijn voor hun doop in kindertijd. En wanneer ze dan na verloop van tijd belijdenis van hun geloof afleggen, dan zou hun ‘vrijwilligheid’ van het lidmaatschap van Christus’ gemeente alsnog ‘gered’ zijn.
Opgemerkt 4: Als we zo naar onze gedoopte kinderen kijken, dan geloven we niet in één doop (de doop is net zo goed een geloofsartikel als ‘wij geloven één heilige algemene christelijke kerk’), maar dan gaan we af op wat wij mensen er zo van denken en zien. Dan hadden de apostelen na de doop van de drieduizend in Jeruzalem en na het dopen van veel heidenen ook wel kunnen zeggen: Wij veronderstellen dat jullie werkelijk geloven en daarom hebben we jullie direct maar gedoopt, maar we gaan jullie nu eerst nog verder onderwijzen, en als jullie dan – na een lange leerweg (zoals in de tijd van Augustinus de gewoonte geworden was) – in het midden van de gemeente belijdenis doen van jullie geloof, dan stellen we vast dat jullie ook werkelijk op grond van eigen wil en beslissing lid zijn en blijven van ‘onze’ gemeente… Wanneer we de eerste hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs nog weer eens doorlezen, dan horen/leren we toch echt anders!

(Wordt vervolgd!)

Bron citaten: geloofstoerusting – ‘Zit ik in een gezonde gemeente?‘ – door dr. Gert van den Brink

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar halen we de – broodnodige! – liefde vandaan?

In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door jullie geloof, want nu opnieuw blijkt dat de Heer jullie Fundament is, leven we weer op. Kunnen we God ooit genoeg voor jullie danken? Kunnen we Hem ooit genoeg danken voor de vreugde die Hij ons met jullie geschonken heeft?‘ (…) ‘Moge de Heer jullie liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat jullie liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor jullie.’ (Uit 1 Tessalonicenzen 3 de verzen 9 en 12)

Geciteerd 1: We zijn ‘een aantrekkelijk land’, maar achter die welgedane gevel moet gewerkt worden aan ‘kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief’ voor iedereen. (…) Armoedebestrijding met geld alleen is onvoldoende als niet tegelijk discriminatie, uitsluiting en vreemdelingenhaat worden bestreden, en integratie wordt bevorderd. Noaberschap, mienskip of gemeenschapszin: hoe je het ‘maatschappelijk weefsel’ ook noemt, het moet ook nieuwkomers ondersteunen en verbinden.

Geciteerd 2: Het geloof doet niets anders dan de gave ontvangen. Want het is niet iets wat wij doen, en het kan ook niet worden verdiend door onze werken. Het is (je/ons) al gegeven en geschonken! Alleen je moet je mond open doen. Of liever: ja hart. Houd je stil en laat je vullen (Psalm 81 vers 11) (1).

Geciteerd 3: Zuiver en heilig voor God staan? (zie Tessalonicenzen 3 vers 13). De apostel Paulus houd het Christus’ gemeente niet voor als een onhaalbaar doel. Sterker nog, hij is ervan overtuigd dat wanneer we ons hart laten vullen met Goddelijke liefde (zie 1 Korintiërs 13), wij de kracht ontvangen om zuiver en heilig te zijn. Let wel, het gaat hier over Gods liefde, die zichzelf opoffert en wegcijfert. (2) Die liefde tilt ons boven ons zelf uit en stelt ons in staat om daadwerkelijk een leven te leiden, zoals God dat (met/voor ons) heeft bedoeld.

(1) Dat laten vullen van ons hart dat zullen we juist ook doen in onze samenkomsten door daar ‘stilletjes’ (en zonder pretenties over wat wij hebben en kunnen) te zitten aan de voeten van onze Heer om te luisteren naar wat Hij door Zijn Woord ons te zeggen en geven heeft.
(2) Daarvan kan en mag ik toch zeggen – zoals Paulus dat toch ook durfde – dat ik die in ons huwelijk- en gezinsleven overvloedig én voorbeeldig in praktijk heb mogen brengen door Gods genade. En dat ik desondanks in persoonlijke crises geraakte, dat laat alleen maar zien, hoezeer wij als gelovige (!) hoorders steeds meer ontdekken en inzien in hoeveel wij desondanks nog altijd weer tekort schieten en wij geen reden hebben om ons verheven te voelen boven andere gelovigen/zondaars. Maar dat mag/zal ons geloof niet onderuit halen (en de boze is daar wel op uit en als ‘beroepsaanklager’ van zondaars weet hij daarbij andere mensen in te fluisteren en voor zijn karretje te spannen) maar dat alles moet ons juist des te meer doen zien op het volbrachte (volmaakte!) liefdeswerk van Christus voor ons tot in Zijn kruisdood en opstanding toe.

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘Dat ‘maatschappelijk weefsel’ uit de troonrede, gaat dat ook migranten en hun kinderen steunen?’ – door Sjirk Kuijper
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie 21 september – Den hertog uitgeverij (2022)
Bron citaat 3: ‘Dag in dag uit 2023’ – Mediatie 21 september – Leger des Heils | Ark Media

‘Ik ben de HEER, jullie God,
Die jullie uit de slavernij verlost heeft –
open wijd je mond, Ik zal hem vullen.*’
(Uit Psalm 81 het 11e vers)
* Zie hierbij Johannes 6 vers 35.

Bron afbeelding: A Little Perspective

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods donderpreek aan het einde van het Oude Testament…

Zie Ik zal u zenden de profeet Elia voordat die grote en verschrikkelijke dag des Heren komt.‘ (Maleachi 4 : 5)

Geciteerd 1: Jezus werd gezien als de softie bij uitstek door zichzelf niet te verdedigen, Hij paste niet in de machocultuur waar het recht van de sterkste gold. Hij stelde kinderen als voorbeeld en ging om met hoeren en belastinginners. Tegelijkertijd was er helemaal niets ‘soft’ aan Jezus. Wat hij deed, getuigde van radicale liefde en daarom gooide Hij ook tafels om en waarschuwde met grove woorden. Dat zijn geen twee kanten van dezelfde Jezus, het komt allemaal voort uit zuivere, heilige, goddelijke liefde. Het is zonde en heeft vele donderpreken nodig als we Gods liefde associëren met softheid.

Geciteerd 2: Toen heeft de aan het einde van het Oude Testament tot slaan opgeheven vuist geslagen, op Hem, van Wie wij zingen: ‘Lijdt Hij die smaad, die slagen? Ja, ik kost Hem die slagen. Ik sloeg Hem al die wonden.’ Toen is de banbliksem van het Goddelijk gericht ingeslagen, maar zie, vóór Hij de aarde bereikte, heeft deze Zijn hoofd getroffen. Zo nauw neemt God het met de rechtvaardigheid in hemel en op aarde, zo nauw neemt Hij het tegelijkertijd met Zijn liefde, dat Hij, om de aarde niet te moeten slaan, de slag liever Zelf krijgt, de neersuizende vuist liever Zelf opvangt, en Hém slaat, Die van eeuwigheid bij Hem is. En zo heeft God gespaard. Omdat de rechtvaardigheid aan Christus voltrokken wordt, daarom zijn er nu mensen, van wie de namen in ‘het Boek des Levens’ geschreven staan, mensen die Zijn eigendom en Zijn erfgenamen zijn, die kunnen zeggen: ‘Dit is mijn enige troost in leven en in sterven, dat ik van mijn trouwe Zaligmaker Jezus Christus eigendom ben.’

Geciteerd 3: Eén ding zal tot aan de jongste dag een onfeilbaar teken zijn voor hen, die nu reeds in de Gekruisigde geloven en hem toebehoren: de kerk, d.w.z. de schare van de aan het kruis veroordeelden en geredden zal in die tijd tot aan de jongste dag steeds daar te vinden zijn, waar men aan het recht gelooft; d.w.z. daar, waar men niet gelooft, dat de slechtheid winstgevend is (zie Maleachi 3 vers 15). Zij zal altijd staan aan de kant van hen die onrecht lijden, en dat wel (diep) getroost zonder medelijden met zichzelf. Zij zal zich altijd moeten plaatsen tegenover hen, die zich maar zelf recht verschaffen, en die geneigd zijn het recht te buigen en te breken.
De kerk van de Gekruisigde zal gedurende deze wachttijd een advocaat en beschermer zijn voor wezen en weduwen, voor vreemdelingen en dagloners. En zou zij zelf daardoor smaad en schande te verduren krijgen en onrecht moeten lijden, dan zal zij zich, in onderscheiding van Maleachi’s moedeloze tijdgenoten, volstrekt niet beklagen. Zij zal zich er niet eens over verbazen ‘alsof haar iets vreemds overkwam’ (1 Petrus 4 de verzen 12-13); zij zal getroost weten dat het als het ware zó in orde is. Zo behoort zij geheel bij de Man van Smarten en mag zij onder de bescherming en in de schaduw van de Gekruisigde ook mee kruisdragen en lijden.

Geciteerd slot: Ook het laatste boek van het Nieuwe Testament heeft een laatste woord. Dat luidt aldus: ‘Kom Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met jullie allen! Amen.’ (Openbaring 22 de verzen 20-21)

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘Ligt er te veel nadruk op Gods liefde? Het is misschien wel tijd voor een donderpreek daarover’ – door Almatine Leene

Bron citaten 2-slot: ‘De zeven gesprekken van Maleachi’ – door Walter Lüthi (1) – T. Wever, Franeker
(1) Walter Lüthi (1901-1982) was een Zwitsers zielzorger en predikant.

Zij zullen, zegt de Heere der heirscharen, op de dag, die Ik doe aanbreken, Mij ten eigendom zijn; en Ik zal hen sparen zoals een man zijn zoon spaart, die hem dient. Dan zullen zij weer zien het onderscheid tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hen, die God dienen, en hen, die Hem niet dienen.’ (Uit Maleachi 3 vers 18)

Bron afbeelding: TikTok

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Verbond en sociaal contract… (vervolg)

Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen?
(Uit Maleachi 2 vers 10a)

Geciteerd 1: Dat wij allen één Vader hebben, laat de Bode ons nu nog iets concreter zien, als het ware meer tastbaar. Hij weet zich in dat opzicht één met alle andere profeten van het Oude Testament. Zo verwoestend de splijtzwam van de zonde zijn werk doet onder ons mensen, en ons van elkaar losscheurt, even duidelijk laat de Heilige Schrift ons één God en Vader zien, Die dicht bij elkaar houdt en verbindt. Wij staan hier voor het allergrootste wonder: tegenover ons verscheuren stelt God weer Zijn aanknopen.

De Bode spreekt hier aan het begin van het gesprek van ‘Het verbond dat met onze vaderen (voorgeslachten) is gemaakt’ (2 vers 10). God is niet alleen bij Maleachi, maar in het hele Oude en Nieuwe Testament de God van het Verbond, de Verbondsgod. Door het hele Oude Testament heen bemerken wij een mysterieus, moeizaam binden en aanknopen: het Verbond met Adam en Eva, het Verbond met Kaïn, het Verbond met Noach, het Verbond met Abraham, het Verbond met Mozes, het Verbond met David, al deze afzonderlijke Verbonden zijn in werkelijkheid geen afzonderlijke Verbonden, maar ’t is één enkel Verbond, dat heen wijst naar die Ene, Die geopenbaard is als onze Heer en Hoofd van het Nieuwe Verbond.

Wanneer ons mensen een schoenveter breekt, dan knopen wij hem weer aan, En als hij twee-, drie-, misschien viermaal breekt, dan knopen wij hem nóg weer aan; maar tenslotte wordt hij toch tekort en zijn wij gedwongen hem weg te werpen. Maar Gods band is niet slechts eenmaal en niet slechts viermaal gebroken, ontelbare malen hebben wij mensen hem gebroken, en ontelbare malen heeft God hem weer aangeknoopt. En deze band is tot op de huidige dag niet tekort geworden en God heeft hem niet weggeworpen. En uiteindelijk heeft Hij hem voor de laatste maal weer aangeknoopt, eens en voorgoed, en onherroepelijk is nu die band, het Verbond verzegeld in Jezus Christus. Daarom hebben wij allen één Vader door de Zoon. Breke wat breken wil, Gods Verbond breekt niet!

Ja, er is God zoveel aan gelegen dat wij Hem als God van het Verbond kennen, dat Hij door het hele Oude Testament heen Zijn Verbond met ons, arme mensen, een trouwverbond, je zelfs een huwelijksverbond noemt. Hij noemt Zichzelf de ‘Man’ van Israël, en Israël is de met Hem getrouwde en nu (in Maleachi’s tijd opnieuw) de Hem ontrouwe ‘vrouw’. Zij is zo ontrouw, dat Hij haar van tijd tot tijd moet tuchtigen. Maar wanneer Hij haar ook ‘een korte tijd verstoten heeft, heeft Hij haar toch aangenomen in eeuwige barmhartigheid.’ Deze voorstelling van God als ‘Man’ en Zijn gemeente als Zijn ‘vrouw’ gaat in het Nieuwe Testament zelfs zover, dat Christus Zichzelf de Bruidegom noemt en Zijn gemeente Zijn bruid. Die Bruidegom is trouw. Hij is letterlijk ‘trouw tot in de dood.’

Aan het kruis is het trouwverbond van God met ons, arme mensen, op de proef gesteld, om te zien of het daar ook breken zou. En daar heeft het stand gehouden. Daarop werd gedoeld, toen wij zeiden dat we de Vader door de Zoon kennen. In Jezus Christus hebben wij allen één Vader. En al wordt ook de hele wereld door onze ‘boze en overspelige natuur’ tot atomen verbrijzeld, het blijft een feit, dat Christus aan het kruis het Verbond heeft verzegeld.

Geciteerd 2: De bondeling (hij/zij!) krijgt Gods gunst om niet (Galaten 3 : 25-29). Die verwerft ook het eeuwige leven om niet. Die leert, zo lang hij/zij leeft, uit louter genade te leven. Het is zijn/haar zonde en schade, dat zij dit nooit goed genoeg leren. Ze worden geboren in het Verbond, en lang voordat de bondeling „tot zijn verstand gekomen is” past de God van het Verbond Zijn Woord op hem of haar toe, doordat Hij Zijn gemeente opdraagt en machtigt (ook) ‘dit kind’ te dopen. En zolang als de bondeling leeft is dit Woord van God, dat tot hem/haar persoonlijk gericht is, zijn/haar steun. Hoeveel men ook leert en doet, hoezeer een bondeling zich oefent in goede werken, hoezeer men groeit in geloofskennis en toeneemt in consequentie van geloven, hoeveel malen zo iemand zich afkeert van het betrouwen op zich zelf of op enig schepsel om zich toe te vertrouwen aan God, al die daden en al die rijkdom zijn ongeschikt om erop te leunen, alleen het vaste Woord van God, dat in de Doop (al) tot een bondeling gesproken wordt, is de steun van zijn/haar leven. Een bondeling leeft, en verwerft het eeuwige leven (Johannes 8 : 51), en daarin worden ze gedurig gedragen door het Goddelijk Woord van belofte.

Zie ook deze eerdere blog: ‘Over Verbond en sociaal contract…

Bron citaat 1: ‘De zeven gesprekken van Maleachi’ – door Walter Lüthi (1) – T. Wever, Franeker
(1) Walter Lüthi (1901-1982) was een Zwitsers zielzorger en predikant.

Bron citaat 2: ‘Eerst de Jood, maar ook de Griek’ – van prof. dr. K.J. Popma.

O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en jullie die geen geld hebben, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom wegen jullie geld af voor wat geen brood is en jullie vermogen voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, opdat jullie het goede eet en jullie ziel zich in overvloed verlustige. Neigt jullie oor en komt tot Mij; hoort, opdat jullie ziel leve; Ik zal met jullie een eeuwig Verbond sluiten: de betrouwbare genadebewijzen van David.‘ (Uit Jesaja 55 de verzen 1-3)

Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ (Uit Johannes 7 de verzen 37-38)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Abraham als pleitbezorger*…

* Pleitbezorger was een juridisch ambt dat erin bestond gedingvoerende partijen bij te staan en te vertegenwoordigen, in het bijzonder voor het opstellen en indienen van processtukken.

Geciteerd: Dan beginnen de onderhandelingen. Als er nu nog vijftig rechtvaardigen zijn, of veertig of dertig of twintig of tien? En God blijkt buitengewoon toegeeflijk in de onderhandelingen. Totaal niet toegeeflijk tegenover het kwaad, maar wel zeer beïnvloedbaar wanneer het gaat om Abraham, de rechtvaardige, de bidder die tot het uiterste gaat.
Wanneer ik in die spiegel kijk, word ik beschaamd en aangespoord tegelijk. Beschaamd, omdat ik dat zelden doe, zo tot het uiterste gaan in mijn bidden. Over mijn gebed hangt nogal eens een grauwsluier van verlegenheid, traagheid, twijfel. Mij ontbreekt het lef, het geloof, dat ik met God kan onderhandelen en dat dit werkelijk het verschil zou kunnen maken.
Maar als dit verhaal nu doorverteld is in de Bijbel om in alle tijden mensen aan te sporen om zo met God om te gaan, dan is het ook een geweldige aansporing voor mij. Trek je hieraan op. Durf het hoog te spelen in de onderhandelingen met God wanneer het gaat om recht en onrecht. Rechter van de hele aarde, doe recht! Als er nog tien rechtvaardigen zijn, scheer hen dan niet over één kam met de anderen!

Opgemerkt 1: Abraham kon (wist) nog niet te wijzen op Die éne Rechtvaardige…
Opgemerkt 2: Hoe verwerken wij vandaag onze kennis van en het geloof in Die éne Rechtvaardige in onze ‘onderhandelingen’ met God? Hoe bidden wij voor overheden en volken en mensen die ons kwaad doen?

Bron citaat: RD Opinie – ‘Abraham spoort ons aan tot gebed om omkeer’ – door dr. W. Dekker

Hij heeft ons strafblad dat tegen ons getuigde verscheurd, de lijst met regels waaraan we ons niet hebben gehouden. Dat bewijs heeft Hij vernietigd door het aan het kruis te slaan. Op die manier heeft God zich ontdaan van alle heersers en machten. Hij heeft hen in het openbaar te kijk gezet en daarmee laten zien dat zij door het kruis van Christus overwonnen en verslagen zijn.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Knowing Jesus – Bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie