‘God als maatstaf van alle dingen’?

Te dien tijde hief Jezus aan en zei: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.’ (Uit Matteüs 11 de verzen 25-26)

Geciteerd 1: In wondermooie passages vergelijkt Slzezák (1) Plato’s filosofie met de inwijdingsweg van de mysteriereligies in het oude Griekenland, iets waar indertijd dr. Aalders in zijn boek Wet Tragedie Evangelie op een prachtige manier aandacht voor vroeg: wie in Griekenland werd ingewijd in de mysteriereligies begon iets te bevroeden van het generzijds, waar de mens als hij sterft heengaat en waarop hij zich moet voorbereiden. (…) Aan het slot van zijn boek stelt Slzezák de vraag of Plato in een persoonlijk God geloofd heeft, die zich bekommert om mensen. Er is veel voor te zeggen dat dit het geval is. In ieder geval heeft Plato, aldus Slzezák (!), sterk gehoopt dat op de grens van het bestaan, die hij aftastte, een persoonlijk God te vinden is, die in de grote en de kleine dingen van het bestaan, zorgt draagt voor de mens.

Geciteerd 2: Slzezák sluit zijn van 775 pagina’s af met een citaat van Plato, dat hij duidelijk als meest centrale in het werk van de grote Atheense filosoof beschouwt, dat hij bovendien cursief en gecentreerd liet afdrukken: God is de maatstaf van alle dingen. Het citaat komt zo afgedrukt op ons af als een levensdevies en een belijdenis.

Geciteerd slot: Graag wil ik deze edele, geleerde man (Slzezák dus, maar via hem ook Plato! – AJ) eren en aandacht voor zijn oeuvre vragen, al was het maar om jonge lezers, die daartoe bekwaam zijn, aan te sporen zijn werken te lezen. Temeer omdat hij, geheel ten onrechte, in Nederland tot nu toe maar weinig bekendheid geniet.

Opgemerkt 1: Hoe groot is de tegenstelling tussen de god die de Griekse wijsgeren bevroedden en onze (werkelijke!) God, Die Zich geopenbaard heeft aan de mens, zoals en door wat wij daarvan opgetekend vinden in het Oude en Nieuwe Testament! We zullen toch ook moeten vaststellen/erkennen dat mensen als Aristoteles en Plato niet onbekend zijn geweest met de Joodse geschriften van het Oude Testament?! Maar een God Die afdaalt naar de mens en Die de mens openbaren moet wie Hij is en hoe de mens zichzelf moet zien en Die ons vertellen moet wat het onderscheid is tussen goed en kwaad, dat wilden/konden die wijsgeren blijkbaar niet aanvaarden. Dan maar liever zelf een weg ‘omhoog’ banen en zoiets is natuurlijk met name weggelegd voor zulke bevoorrechte en hoogbegaafde mensen als een Aristoteles en Plato. Dáár zullen we goed naar hebben te luisteren…

Opgemerkt 2: We dienen als christenen het denken van de Griekse wijsgeren (Aristoteles en zijn latere leerling Plato) helemaal niet zo’n hoge (belangrijke) plaats te geven als o.a. hier ook weer gebeurd. Het wekt toch altijd weer de indruk dat de mens (eerst maar) zelf zich ‘een weg omhoog’ kan of moet banen om contact te maken met de ‘goddelijke geest’. En wanneer dat lukt, eerst dan staat het hart open voor nog veel meer indrukken van ‘bovenaf’.

Opgemerkt 3: Moeten we die (grote) voorliefde/belangstelling voor het bestuderen van Plato (en het Griekse denken), zoals die ook in onze protestantse kerken te vinden is, niet mee toeschrijven aan het verlichtingsdenken (dat het menselijk verstand zo graag hoog eren wil) en vinden we dat eerst zelf contact willen (moeten?) zoeken en maken met het goddelijke en/of God Zelf niet ook terug in onze protestantse kerken, met o.a. als gevolg dat de doop van onze kinderen (zuigelingen) daar niet zo serieus genomen wordt als dat Gods Woord ons leert?!

Opgemerkt 4: Zelf zie ik die hoge mate van verering van het verstand/intellect toch ook terug in het levensverhaal en werk van zo iemand als de puritein Jonathan Edwards (1703-1758), die wel 13 uur per dag op zijn studeerkamer te vinden was. Die had toch beter maar niet zoveel tijd op z’n studeerkamer zullen doorbrengen! Dan had hij op een andere manier van (veel) meer betekenis kunnen zijn in eigen huis voor vrouw en kinderen, voor de leden van de gemeente (o.a. door meer huisbezoek), maar ook voor de slaven die in hun huishouden dienden. Dat hij zich niet keerde tegen de slavernij, en dat hij de slaven, die zij zelf in (huis)dienst hadden, niet toen al de vrijheid (die hij zelf had) gunde en gaf, zal ook te maken hebben gehad met het besef dat dit ten koste zou gaan van zijn (eigen!) vrijheid om zoveel tijd te nemen voor almaar studeren.

Als voorbeeld nog dit citaat*:

‘Edwards wist heel goed dat het grootste rendement van de prediking de indruk is die op dat moment op het verstand gemaakt wordt en niet het effect dat achteraf optreedt doordat men zich herinnert wat er is gezegd.’

Dit soort ‘rendementsdenken’ (en/of ‘effectbejag’) is echt puur menselijk/verstandelijk gedacht. Onze Heere Jezus leerde Zijn discipelen dat de Heilige Geest daar beslist niet van afhankelijk is. Zie de woorden van onze Heer tot Zijn discipelen in Johannes 16 de verzen 12-16. En de apostel Paulus laat de Filippenzen weten dat hij er geen moeite mee heeft om te (moeten) herhalen wat hij hen al eerder geschreven of gezegd had – zie Filippenzen 3 vers 1.
* Uit artikel van prof. dr. J.I. Packer over Jonathan Edwards. Dit artikel heeft me (ook weer) bevestigd in mijn opvatting over Jonathan Edwards en dat ondanks al de pogingen, die daarin worden gedaan, om Edwards juist niet af te schilderen als een ‘Verlichtings-intellectueel’.

Opgemerkt slot: Wanneer het menselijk denken en spreken over God – zoals bij Plato – moet leiden tot het stellen van ‘God als de maatstaf van alle dingen’, dan weten we toch wel, wie dan de maatstaf is/wordt van alle dingen: De mens zelf! Wij christenen hebben elke dag persoonlijk God om wijsheid te bidden en dat om daadwerkelijk te kunnen wandelen in de (goede) werken Die Hij voor ons – gelovigen! – heeft klaargelegd om die te doen (zie Efeziërs 2 vers 10). Dat kan niet zonder de liefde en de wijsheid van Christus en die ontvangen wij op het gelovige (dagelijkse) gebed door de kracht van de heilige Geest. Dat blijkt ook heel duidelijk uit de woorden in 1 Korintiërs 13: ‘Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen (om de Evangelie boodschap te verkondigen) had ik de Liefde niet (zoals we die door het geloof in Christus Jezus ontvangen moeten door de heilige Geest!), ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.’ En wat dan nog verder volgt in 1 Korintiërs 13.

(1) Prof. dr. Thomas Alexander Szlezák, geboren in Hongarije (Boedapest) in 1940 en op 18 oktober j.l. op 83-jarige leeftijd overleden in Duitsland. Vanaf zijn 19e studeerde hij aan meerdere universiteiten in Duitsland, en werkte er als hoogleraar aan de universiteiten in Tübbingen en Würzburg. Daarnaast ook werkzaam in Zwitserland, als docent aan de universiteit van Zürich.

Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Er is maar één Evangelie…

Bron citaten 1 t/m slot: Ecclesia nr. 23 (november 2023) – ‘Een groot geleerde is heengegaan’ – door dr. H. Klink.

In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor jullie, want wij hebben gehoord dat jullie in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat jullie hopen op wat in de hemel voor jullie gereed ligt. Daarover hebben jullie gehoord toen aan jullie de waarheid verkondigd werd en het Evangelie jullie bereikte. Overal in de wereld draagt het (nu) vrucht en groeit het, ook bij jullie, (en dat) vanaf de dag dat jullie over Gods genade hoorden en de ware betekenis ervan begreep. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als getrouw dienaar van Christus voor jullie inzet, heeft jullie daarin (verder) onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest (!) in jullie opwekt.’ (Uit Kolossenzen 1 : 1-11 de verzen 3-8)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

We missen een geloofwaardig toekomstperspektief…

Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.’ (Uit Hebreeën 11 vers 6)

Geciteerd: Nederland heeft gisteren gekozen voor een terugkeer naar een gelogen verleden. Dat gelogen verleden is het verhaal van een wereldwijde politieke beweging, beter bekend als het nostalgisch nationalisme.
Vooruitgang, aldus de nostalgisch nationalisten, is terugkeren naar dat verleden: het verleden van vóór de globalisering, toen buitenlanders nog ‘ver weg’ woonden, het woningtekort nog geen ‘importproduct’ was van massa-immigratie en landsgrenzen onze problemen nog buiten de deur hielden.
Dat dit nostalgisch nationalistische verhaal zo resoneert is evenzeer de verdienste van de retorische begaafdheid van zijn bekendste verkondigers als van de chronische tekortkomingen van zijn prominentste bestrijders.
Want al jarenlang lijdt de progressieve politiek wereldwijd aan een schreeuwend tekort aan verbeeldingskracht. Overal in het Westen, Nederland niet uitgezonderd, kampt de progressieve politiek, zowel liberaal als sociaal-democratisch, met hetzelfde probleem: ze heeft geen overtuigend vergezicht dat schetst hoe de wereld fundamenteel beter kan.

Men hoeft niet te hopen om iets te ondernemen noch te slagen om te volharden.’ (1, 2)

(1) Woorden te vinden op het voetstuk van het standbeeld van Willem van Oranje in Breda. Deze uitspraak, soms lijfspreuk genoemd, is niet te vinden in de geschriften van Willem van Oranje en wordt beschouwd als apocrief.
(2) Het gaat hier om de hoop t.a.v. de zaken die men hier op aarde hoopt te kunnen verwezenlijken. Voor Willem van Oranje was dat de godsdienstvrijheid voor alle onderdanen van de Nederlandse gewesten, waarvoor hij medeverantwoordelijk was, en later ook de vereniging van ‘de Nederlanden’ zoals die uiteindelijk – na veel tegenwerking en tegenslag – tot stand kwam bij de ‘Unie van Utrecht’. Toen hij werd vermoord was het nog altijd de vraag of de Unie zou standhouden.

Zie hierbij ook:
https://nl.wikiquote.org/wiki/Willem_van_Oranje en https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_der_Zeven_Verenigde_Nederlanden

Wat ik bedoel broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het (of: ze 🙂 ) hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze niet meer voor hem van (het hoogste) belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.’ (Paulus in 1 Korintiërs 7)

Leestip: Romeinen 15 : 1-13.

Bron citaat: De Correspondent – ‘De zege van de PVV laat zien: als vooruitgang geen verhaal heeft, vertelt het verleden waar we naartoe gaan’ – door Rob Wijnberg (Oprichter van De Correspondent)

Moge God, Die ons hoop geeft, jullie in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat jullie hoop overvloedig zal zijn (juist ook ten bate van anderen! – zie Rom. 15 : 1-3) door de kracht van de heilige Geest.‘ (Uit Romeinen 15 vers 13)

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Er is maar één Evangelie*!

Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God,
en Timoteüs, de broeder (1).’ (Uit 2 Korintiërs 1 vers 1)

Geciteerd: Met deze woorden begint Paulus zijn brief aan de Korintiërs om hun geloof te versterken. Want hij maakt zich zorgen, de lieve apostel, dat men de prediking van Gods Woord voor gering zou houden. Je hoort immers niets uit de hemel met de heerlijke pracht van vele duizenden engelen (2), waarbij we op onze knieën moeten vallen en het met sidderen en beven moeten aannemen en geloven. Het komt slechts door de stem van een gering en arm mensenkind. Zoals Paulus een arm en veracht persoon was. Hij zegt zelf dat ze van hem zeiden dat hij wel geweldig kon preken (3) en schrijven, maar toch een gering en nietig persoon was zonder enig aanzien.
Daarom zegt hij: ‘Ik bid en vermaan jullie dat jullie óns niet aanzien, of het Evangelie dat wij verkondigen als óns woord aannemen, maar onze persoon vergeten en het Woord aannemen als door de Goddelijke majesteit uit de hemel gesproken.’ Want het is een grote hindernis voor het geloof (niet voor de religieuze/godsdienstige mens), wanneer jullie de uiterlijke vertoning (o.a. vanwege welsprekendheid en/of diepzinnigheid) en de persoon van een mens staan aan te gapen en deze zó hoog achten, als vlees en verstand maar kunnen.
Het gebeurt ook bij de heilige doop, waar je niets ziet dan de hand en de vingers van de mens die doopt en water over een kindje giet, en waarbij je ook niets anders hoort dan de armzalige stem van de dienaar, zodat het ons allemaal als te gering laat aanzien. Waarbij we echter niet zien en horen dat God Zelf doopt en spreekt.
[Maarten Luther, Predigten des Jahres 1532, WA 36, 264, 28 ff]

* Zie hierbij (ook) de woorden in 1 Korintiërs 15 : 1-11!

(1) Timoteüs was een medewerker van Paulus met ook een bijzondere taak t.a.v. de gemeente in Korinthe. Paulus heeft zich als apostel niet willen verheffen boven zijn medewerkers – zie 1 Korintiërs 3 : 1-9 – en hier stelt hij Timotëus aan de gemeente voor als zijn en hun broeder, aan elkaar en aan de gemeente gegeven om elkaar op te bouwen in het geloof.
(2) Al waren er wel in de gemeente van Korinthe die zich graag lieten voorstaan op ‘bijzondere openbaringen’ (zie 2 Korintiërs 12 : 6-7)
(3) Zelfs over zijn manier van preken (en welsprekendheid) werd wel laatdunkend gesproken – zie 2 Korintiërs 10 vers 1 en vers 10.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie van 25 november – samengesteld en vertaald door. H.C. van Woerden, sr – Den Hertog uitgeverij (2022)

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid. In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht.‘ (…) ‘Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houdt je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Feiten en fictie – Over Luthers vrees voor de duivel…

God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen’ (Numeri 23:19). ‘Heilig hen in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid’ (Johannes 17:17). ‘De duivel…staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan’ (Johannes 8:44).

Geciteerd 1: De verhalen van Luther’s belevenissen met de duivel zijn zonder uitzondering afkomstig uit de (door luisteraars opgetekende en verzamelde) ‘Tischreden’, de verzameling van gesprekken die hij heeft gevoerd met wisselende groepen gasten. Daar in het voormalige augustijnerklooster van Wittenberg debatteerde men over God en de wereld, aan actuele dagelijkse gebeurtenissen werd aandacht geschonken en herinneringen werden uitgewisseld. Het is het terugzien op de ‘voorbije tijd’ van een man die op jaren is gekomen. Over het algemeen hebben ze een actuele toespitsing: om de jeugd wakker te schudden met het oog op de weerstanden die de verkondiging van het Evangelie ook in de toekomst bedreigen.
Het zelfde geldt voor zijn ervaringen met de duivel. Ze dienen niet als sprookjes die de aanwezigen doen huiveren tijdens de gesprekken aan tafel, maar als troost en bemoediging. De vragen van de gasten, waar Luther met zijn antwoorden en verhalen op ingaat, komen voort uit de traditionele angst voor de duivel die de toehoorders onafhankelijk van hun opleiding en afkomst gemeenschappelijk hebben.

Opgemerkt 1: Door de middeleeuwse voorstelling van de duivel en zijn activiteit niet zomaar als inmiddels achterhaalde voorstellingen te verwerpen, maar door deze – mee gebaseerd op eigen ervaringen – in zijn verhalen te vervlechten heeft Luther zijn hoorders geholpen om te ontdekken waar en wanneer zij voor de duivel en zijn werkzaamheid op hun hoede dienden te zijn.
Om dat te verduidelijken hieronder nog de volgende citaten.

Geciteerd 2: ‘Zo heb ik hem ook eens op een andere keer boven mijn kamer in het klooster gehoord. Maar omdat ik merkte dat hij het was, sloeg ik er verder geen acht meer op en sliep weer in.’ De in deze laatste zin geformuleerde toespitsing van de openlijke minachting van de duivel, was in die tijd ongehoord en wordt tegenwoordig niet meer gehoord. Niet als klopgeest, maar als tegenstander die Gods Woord ontkent, onthult de duivel zijn ware wezen, pas dan boezemt hij (Luther) vrees in. Hij maakt zich meester van het geweten, citeert de Schrift en is vromer dan God – dát is het satanische van hem.
NB. Luther zelf vermeldt, dat hij ook op de Wartburg door de duivel lastig gevallen is. Zijn uitspraak echter, dat hij “de duivel met inkt verjaagd heeft”, dient echter op Luthers (met inkt geschreven) Bijbelvertaling betrokken te worden en niet op het gooien van een inktpot naar de duivel.

Geciteerd 3: Luther wil – met zijn verhalen aan tafel – geen angst verbreiden, maar de weerstand van de gelovigen versterken. De duivel is evenals Christus alomtegenwoordig, hij reageert en agiteert, uitgedaagd door alles wat naar Christus en geloof zweemt. Hier voltrekt zich een radicale omkering van de middeleeuwse voorstelling van de duivel, die meent dat de boze slechts aan het licht brengt hoe zonde en wereld bij elkaar horen. Luther denkt over deze samenhang totaal anders: Niet het leven dat zich afspeelt in de wereld en met werk en zaken te maken heeft, krijgt last met de duivel, maar de tegenstander (uiteenwerper) is integendeel juist daar waar Christus aanwezig is: ‘Wanneer de duivel ons lastig valt dan staat het er goed met ons voor!’

Geciteerd 4: Het is uitgesloten toegang te krijgen tot de geloofservaring van Luther, wanneer men geen oog heeft voor de bijzondere situatie waarin de christelijke existentie verkeerd, levend tussen God en de duivel. Zonder enig begrip van de macht van de satan wordt het geloof in Christus tot een Christusidee – en het geloof van Luther tot een tijdgebonden verwarde waanvoorstelling.

Sommigen trachten de zaak goed te praten door erop te wijzen dat Luther de almacht van God nooit in twijfel heeft getrokken en dat daarom aan de werkzaamheid van de duivel nauwe grenzen gesteld zijn. Op een dergelijke voorstelling van zaken zou Luther uiterst geprikkeld gereageerd hebben: Die almachtige God is weliswaar reëel, maar voor ons verborgen. Het geloof is aangewezen op de God Die Zich geopenbaard heeft, Die in Christus mens geworden is en Zich heeft blootgesteld aan het woeden van de satan. In de heilige nacht heeft God Zich ontdaan van Zijn almacht, het teken voor de herders is het kind, ‘in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe’ (Lukas 2 vers 12). Het centrale feest voor Luther is Kerst: ‘God voor ons’. Daaraan is echter onmiddellijk verbonden: ‘de duivel tegen ons’.

Het nieuwe geloof in (beter: nieuwe Bijbelse zicht op de rol van) de duivel is zozeer onderdeel van de reformatorische ontdekking dat zonder een notie van de werkelijkheid van de anti-goddelijke machten de vleeswording van Christus, de rechtvaardiging en aanvechting van mensen enkel en alleen tot gedachten over het geloof worden in plaats van ervaringen van het geloof. Dat wordt nu juist duidelijk uit de strijd van Luther tegen de duivel.

Kijkend vanuit de verre distantie van een moderne wereld, die de duivel afgezworen en hem allang uitgedreven heeft, gaat het gevoel voor nuances verloren. Luther heeft echter zeer zeker onderscheid gezien en gemaakt tussen geloof en bijgeloof. Hij heeft de angst voor de hel van zijn tijd gekend, heeft het gevaar van de satan bevestigd gevonden in de Schrift en zelf aanvechtingen van de duivel gekend. Zoals geen theoloog voor of na hem heeft hij de rook van de heksensabbat en de toverkunsten van de duivel kunnen uitbeelden en daarom was hij in staat om duidelijk te maken hoe de grote tegenstrever te werk gaat: gewelddadig tegen God, mens en wereld. Wie de duivel bagatelliseert, vervormt het geloof: ‘Men kan de duivel niet anders verjagen dan door het geloof in Christus, want daardoor kan men tegen hem zeggen: ik ben gedoopt, ik ben een Christen.’

Geciteerd slot: ‘Christus is anders dan Mozes, paus en de gehele wereld; ja Hij is anders, Hij is meer dan ons geweten… Wanneer het geweten schuldig is bevonden, zegt Hij: Geloof!’
[WABr 6, 439, 9-21; 28 maart 1933]

Zie ook deze blog: ‘Verlost van het vervloekte zelfonderzoek…

Bron citaten: ‘Luther – mens tussen God en duivel’ – ‘Hoofdstuk II – Een middeleeuws gebeuren’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001)

Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet alles.’* (Uit 1 Johannes 3 de verzen 18-20)
* Zie hierbij ook Johannes 21 vers 17.

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Encouraging Words)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over liefde en dankbaarheid…

Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.’ (…) Wie denkt dat hij/zij iets is, bedriegt zichzelf. Laat iedereen zijn/haar eigen daden toetsen, dan heeft hij/zij misschien iets om trots op te zijn, zonder er zich bij anderen op voor te laten staan, want ieder mens moet de eigen last dragen.’ (Verzen uit Galaten 5 en 6)

Liefde als opbrengst van groot vertrouwen in jezelf en in je relatie?

Geciteerd 1: Ik vind het een eng idee dat de liefde op kan zijn. De romanticus in mij hoopt ten diepste dat iedereen altijd gelukkig getrouwd blijft. Maar ik weet dat de realiteit weerbarstiger is. Soms ben je uitgevochten, uitgeput en weet je echt niet meer hoe je verder moet. Natuurlijk: er ligt vaak veel meer aan ten grondslag dan alleen het gegeven dat de liefde op is. Liefde kun je verwaarlozen.
Liefde raakt niet van de ene op de andere dag plotsklaps op; het is een sluipend en slepend proces van doorgaan en niet stilstaan bij wat er echt aan de hand is. Van ontkennen dat er barsten in de verbinding zitten en hopen dat het zich vanzelf wel oplost. Dan kan er steeds meer weerstand ontstaan als je in elkaars nabijheid bent, omdat je juist niet de liefde voelt die je zo graag zou willen voelen.
Het geheim van een goede relatie is dat je je verbonden voelt, maar tegelijk vrij. Dat je geen druk voelt om van alles te moeten voelen of te ervaren, maar weet dat je in alle aspecten jezelf mag zijn. Dat vraagt een groot vertrouwen, zowel in jezelf als in je relatie: weten dat je elkaar weer wilt vinden en allebei het commitment hebben om daarvoor te gaan, ook als je het niet meer zo sterk voelt. Dan raakt de liefde absoluut nooit op.

Geciteerd 2a:

Weer wankelen, van droefheid nu, mijn schreden
Langs donkren weg die ik moet gaan.
Jij, die, gestruikeld, mij vatte en op deed staan,
Jij laat mij los en beven grijpt mijn leden.

Je waant, ik heb nog niet genoeg geleden.
Je jaagt mij voort, met pijnenlast belaan,
In barre eenzaamheid, op donkre baan,
Ik zink ineen, ik heb mijn kracht verstreden.

Nauw zei je mond: ‘Ik heb je ontzaglijk lief!’
‘Jou lieven is een wonder, diep ontroerend!’
Of in je hart sloop twijfel als in de nacht een dief.

Je schreef den wreeden vogelvrijheidsbrief
In onheil, dat mij dreigt, van rondom loerend,
Jij, die mij zei: ‘Ik heb je ontzaglijk lief.’

Geciteerd 2b:
Treffend zijn ook zijn teksten over dankbaarheid: (…) Dank brengt hij ook toe aan God voor zijn lijden dat hem tot zegen was geweest: ‘Ik moet U ook danken voor wat ik heb geleden. Schier ondraaglijk verdriet is mijn deel geweest. Gij hebt het gezonden. Het is mij tot heil geworden en mijn vermogen om het lijden van anderen te verzachten, is er door vergroot. Vijanden hebt Gij Israël en mij, als zijn kind, op onze weg gezonden. (…) Elk tijdsatoom van mijn leven, waarin ik U niet dank, het is mij tot schande. Moge iedere ademtocht van mijn bestaan mij dwingen tot berouw, tot het omkeren naar U, Die mij verheft boven alle pijn. Die mij doet juichen op stof en as. Ik heb mijn ganse dag gelopen; heil mij, zo ik aankom in zijn avond!’

Geciteerd slot:
Na zijn bekering tot het Micha-evangelie heeft neuroloog Abraham Gans (1885-1971) zich gewijd aan Bijbelstudie waarvan de boekjes over Jona (1948) en over Job (1953) de vruchten zijn, schreef hij een inleiding tot de pathologie (1949), Het woord van de zwijgende God (1958) en zijn laatste grote werk was Pathologie en therapie van de filosofie (1968), geschriften van rijke gedachte-inhoud waarin Gans zich steeds een bewogen en gevoelig mens toonde, die vervuld was van liefde en eerbied voor het bestaan, voor God en de medemens. Liefde en bewogenheid die zich ook uitten in zijn praktijk als zenuwarts, in Leiden hield hij dagelijks een spreekuur, voor wie het woord van de zwijgende God, het Leitmotiv van zijn leven, de grondslag van zijn psychotherapie was die hij nader specificeerde als profetisch psychotherapeutische.

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘De liefde is op, maar ik wil niet scheiden’, zei deze vrouw. Ze heeft drie opties’ – door Cocky Drost

Bron citaat 2a-slot: Ecclesia nr. 23, november 2023 – ‘De weg van de wetenschap naar geloof en poëzie: de levensgang van zenuwarts Abraham Gans – door dr. O.W. Dubois, Berkenwoude.

Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt.‘ (Uit Efeziërs 2 vers 10)
NB. Lees ook het vervolg, de verzen 11-22!

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Want God slaapt en verbergt zich’…

Wordt wakker, HEER, waarom slaapt U‘ (Uit Psalm 44 vers 24a)

Geciteerd 1a: Paus Adrianus VI stak zijn hand uit naar Maarten Luther. Het is de moeite waard om deze geschiedenis te herdenken, stelt Ad van der Helm, priester en voorzitter projectgroep Adrianusjaar

Geciteerd 1b: Hij wil niet, zoals zijn voorganger paus Leo X, Luther met bullen bestrijden. Voor hem tellen argumenten. Hij was het volstrekt oneens met Luther, dat klopt. Maar na de bul van Leo X lieten de publicaties van Luther in 1520 zien hoe zijn positie zich radicaliseerde: de discussie verschoof naar het gezag van de paus en concilies. Adrianus bleef als paus geloven in de noodzaak van een theologische discussie, waartoe hij een commissie in het leven wilde roepen van de theologen Johannes Eck, Albert Pigghe en Erasmus van Rotterdam (1). Zijn vroegtijdige dood maakte een eind aan dit project.

Geciteerd 2a: Luther verwacht (inmiddels) van de Reformatie geen andere vooruitgang dan dat het woeden van de duivel uitgedaagd is door de herontdekking van het Evangelie. Met dubbele energie zal de tegenstander zich van alle kanten en met alle middelen – dus niet alleen van RK-zijde! – op de kerk storten. Voordat de wereldgeschiedenis voltooid is, zal de vervolging toenemen, want een algemene Reformatie – dat wist Luther sinds 1520 – is niet van de paus, is niet van een concilie (of synode) en óók niet van de een of andere ‘Refomator’ te verwachten. De Reformatie schept God doordat (en wanneer) Hij de geschiedenis voltooit. Aan dit gebeuren zal de Contra-Reformatie van de duivel vooraf gaan.

Geciteerd 2b: De laatste woorden uit het voorwoord (2) maken volledig duidelijk waaruit vooruitgang en succes bestaan: ‘Het zal nog erger worden. Amen’ De kerk deelt in het lot van haar Heer. Tot het einde van zijn leven waarschuwt Luther dat de tegenstander in het geheel niet geïntimideerd is (door de ‘successen’ van de ‘Reformatie’), de aanval op geen enkele manier schuwt en geen geweld vreest. ‘Want God slaapt en verbergt zich, ja Hij is voor de Zijnen op alle manieren zwak’, de duivel en zijn trawanten zijn ‘zeer moedig en achtervolgen de lijdende en vluchtende, gestorven God’.

Geciteerd 2c: Samenvattend kan voor het gehele denken van Luther het volgende vastgesteld worden: zijn visie op de kerk blijft sedert zijn eerste college over de Bijbel centraal en constant. De kerk is zichtbaar, maar uitsluitend als lijdende gemeenschap van Christus. Ze is uitgerust met rijke gaven (3), die alleen door het geloof toegankelijk zijn. Ze is uniek en een eenheid, maar verstrooid over de gehele wereld. Bisschoppen en doctores staan in haar dienst, opdat het Evangelie verkondigd wordt in de preek, in het sacrament, in de vergeving van zonden, in de lof van God – en in het bloedgetuigenis, zoals in de dagen van de oude kerk zo ook tot aan de jongste dag. Vervolging en onderdrukking nemen toe en desondanks zal de tegenstander de kerk niet kunnen overwinnen.

Geciteerd slot: De gedachte dat de strijd om de kerk slecht het voorspel is van de Reformatie door God heeft in de loop van de evangelische beweging geen grote invloed gekregen. Andere vormen van kerkvernieuwing, vooral in de steden van Zuid-Duitsland en Zwitserland, gevoegd bij de Reformatie die (mede) te danken is aan Johannes Calvijn (en m.n. zijn volgelingen) hebben de ‘ecclesia militans’, de strijdende kerk, hier al op aarde zien overwinnen, met als gevolg dat juist het calvinisme slagvaardiger was, succesrijker scheen en wegen kon wijzen en doelen stellen aan de nieuwe tijd die in opkomst was.

(1) Allen grote en onverzoenlijke tegenstanders van de ‘Bijbeluitleg’ van Luther en m.n. Johannes Eck een verbitterd tegenstander en groot minachter van Maarten Luther. Zie hierbij wat de schrijver (H.A. Oberman) vermeld over het in de zomer van 2019 te Leipzig gehouden twistgesprek – in mijn uitgave blz. 292 van hoofdstuk ‘XI. Persoon en werk’)
(2) 1540 – Geloofsbelijdenis van Robert Barnes door Luther uitgegeven in 1540 n.a.v. zijn verbranding op bevel van koning Hendrik VIII op 30 juli 1540 in Smithfield (Engeland).
(3) Zie 1 Korintiërs 1 : 4-9 en Efeziërs 4 : 11-16.

Zie hierbij ook deze blog: ‘De uniciteit van de christelijke troost…

Bron citaten 1a-b: ND Opinie – ‘Was paus Adrianus VI een onverzoenlijke ketterjager? Hij stak zijn hand uit naar Maarten Luther’ – door Ad van der Helm • priester en voorzitter projectgroep Adrianusjaar.
Bron citaten 2a-c, slot: ‘Luther – mens tussen God en duivel – Hoofdstuk IX. De Christenheid tussen God en duivel’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001)

Wie zal uitverkorenen van God aanklagen? God Zelf spreekt hen vrij!
(Uit Romeinen 8 uit de verzen 31-39 vers 33)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De uniciteit van de Christelijke troost…

En jullie zullen ook getuigen, want jullie zijn van het begin* af bij Mij geweest.
(Uit Johannes 15 vers 17)

Geciteerd 1: Waarmee troost de Heilige Geest? ‘Die zal van Mij getuigen‘ (vers 26), zegt de Heere. Alsof Hij wilde zeggen: Mijn lieve kind, men verschrikt, beangst, verbrandt en doodt je; dát moet je verwachten (1); iets anders zal er niet van komen. Daarentegen zal echter de Heilige Geest een Getuige zijn, Die je opwekt en maakt dat je aan Mij denkt (2). Hij zal je geen duizend Joachimsdaalders [zilveren guldens] geven, zoals de wereld doet. Maar Hij zal van Mij getuigen, opdat je kunt zeggen: Wanneer nu alles verloren is (of me ontbreekt), vrouw en kind, huis en hof, bezit en eer, en nu (eerder) te verwachten is dat lichaam en leven er ook aan moeten, dan leeft toch Hij daarboven Die heet Jezus Christus.
Hij is omwille van Mij Mens geworden; is voor mij gestorven en opgestaan en opgevaren naar de hemel, zoals ik dagelijks in mijn geloofsartikelen bid (3). Is dat waar? Waarvoor zal ik dan nog vrezen. Werkelijk, Die voor mij de dood ingaat, Die zal mijn vijand niet zijn (4). Hij zal getrouw het beste met mij voorhebben! Heeft Hij mij zó onuitsprekelijk lief? Dan heb ik toch geen reden om voor Hem te vrezen of om iets kwaads van Hem te verwachten? Dát betekent het wat Christus zegt: ‘Hij zal van Mij getuigen’. Want op dit getuigenis berust alle troost. Daarom moet je de woordjes VAN MIJ met grote letters schrijven en met aandacht opmerken.
[Maarten Luther: Predigten des jahres 1534, Hauspostille 1544, WA 52, 305 ff]

* De apostel Paulus werd als getuige aan hen toegevoegd als een ‘ontijdig geborene’ en daarmee toonde onze Heer dat Zijn Heilige Geest machtig genoeg is om ook op die manier nog een apostel te verwekken en aan de door Hem uitgekozen discipelen/apostelen toe te voegen. Hij is door hen ook als zodanig erkend en aanvaard.

(1) Op grond van het getuigenis van de apostelen, dat Ik hen liet én laat verkondigen.
(2) Tenminste, wanneer je de daartoe gegeven middelen trouw en vlijtig gebruikt en daarin blijft volharden.

(3) ‘Zonder twijfel houden velen het ervoor, dat zij alles al ontvangen hebben als ze hun ellende kennen – ja, als het alleen over het verstand ging: ik weet dat ik een kind van de duivel ben. Maar daar hoort nog veel meer bij (en dat zullen we ook onze kinderen niet ontzeggen en onthouden! – AJ), want u ziet hoe afvallig zij worden die veel spreken en schrijven over hun zonde. Ons leven lang hebben wij nodig deze stukken te leren, want een christen is die mens, die in de eerste plaats zichzelf kent [door het gebod], in de tweede plaats zich aan Christus houdt [door het geloof], en in de derde plaats goede werken doet [door de liefde]. Welke werken dat zijn, leren de Tien geboden (met daarbij de uitleg en toepassing van onze Heer! – AJ). Wat daartoe nodig is te bidden, leert het Onze Vader. Dat zijn de drie stukken die een mens tot christen maken.’
De volgorde die Luther hier noemt, komt dus geheel overeen met de hoofdlijn van de Heidelbergse Catechismus: Gebod, Geloof, Gebod en Gebed. Opmerkelijk is dat Luther hier de Tien geboden (gebod) en het Onze Vader (gebed), net als de Heidelberger samenvoegt.
NB. Maar we kunnen/zullen aan dit onderwijs niet beginnen zonder het (gezamenlijk en persoonlijk!) belijden van de troost van Zondag 1, zoals heel Christus gedoopte gemeente zich door door doop en geloof eigendom mag weten van Hem!
[Uit het voorwoord van ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Den Hertog, Houten 2015]

(4) Johannes 15 : 13-15.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie 14 november – Den Hertog uitgeverij (2022)

Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. Jullie zijn Mijn vrienden, indien jullie doen, wat Ik jullie gebied. Ik noem jullie niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar jullie heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, jullie heb bekend gemaakt.‘ (uit Johannes 13 de verzen 13-15)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over doop en erfzonde…

De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede.‘ (Uit 1 Korintiërs 15 vers 47)

Geciteerd 1: God is voor veel ouders heel nabij op het moment van de doop, ongeacht de culturele achtergrond. ‘Een moeder in Nederland vertelde me* dat ze voelde dat Jezus aan het doopvont stond. En diverse ouders in India vertelden dat ze er heel zeker van waren dat God aanwezig was. In de theologie praten we weinig over die ervaringen, terwijl dat voor gelovigen heel reëel is. Ik vond het bijzonder dat zo tot uiting kwam dat God echt iets doet bij de doop van een kindje.’

Geciteerd 2: Dat een kind in zonde ontvangen en geboren is, zoals in het klassieke gereformeerde doopformulier staat, vinden ouders in elk land lastig. ‘Kinderen zijn kwetsbaar en ze gaan vast zondigen. Maar dat zo’n klein baby’tje zondig geboren is, is moeilijk voor te stellen. Dat stelt zowel ouders als de theologie wel voor een serieuze vraag. Dopen gaat over afwassen van zonde. Maar als er niets af te wassen valt, waarom doop je dan? Ouders hadden daarom ook wel moeite met uitleggen waarom we water gebruiken bij de doop. De vraag naar erfzonde moeten we in onze tijd opnieuw doordenken, want bij de doopvont komt die vraag heel dichtbij.’

Opgemerkt 1: Wij weten (!) uit Gods Woord dat God naar Zijn belofte aanwezig is waar mensen in Zijn Naam bijeenkomen en wij weten ook dat de heilige Geest gegeven is en wordt aan de leden van Zijn gemeente (1). De doop laat de gemeente van Jezus Christus – en ‘buitenstaanders’ die een doopdienst bijwonen, zo Heerlijk zien dat wij al ons heil buiten onszelf zoeken en van God verwachten. Een klein kind (zuigeling) dat gedoopt wordt, die kan het Evangelie dat bij en door de Doop tot hem of haar gesproken wordt nog niet betwijfelen of tegenspreken en daarom maakt de Doop ook zo duidelijk hoe Gods liefde en heil naar ons toekomen: We zullen ons daarbij alleen maar voor ogen stellen Wie onze God is en afzien van wie wijzelf zijn – wat wijzelf ons voorstellen van wie wijzelf (of een ander) zijn in de ogen van God door ons geloof. (2)

Opgemerkt 2: Wanneer wij niet het eten van de vrucht van de boom als ‘zondige’ daad, die bestraft moest worden, maar het wantrouwen (ongeloof dus!) van Adam&Eva als (hun) zonde zien, dan is de ‘leer van de erfzonde’ toch duidelijk en uit te leggen?! Dan is het ook niet (meer) nodig om te menen dat Adam en Eva zich van allerlei bijzondere kwaliteiten – om God te kunnen geloven en dienen – beroofd hadden door (vanwege) dit wantrouwen/ongeloof van hen. Zij waren God niet en zij konden Gods Geest (nog) niet kennen en doorgronden (3). Dát hadden ze nederig zullen beseffen en erkennen toen de satan hen er toe brengen wilde Gods woorden en bedoeling te wantrouwen… Voor ons ligt het niet anders! (4)

(1) Zie hierbij Lukas 11 : 5-13 en 1 Korintiërs 1 : 4-8, 3 : 1-4 en 16-22 en 7 : 14.
(2) Zelfs het voor ons waarneembare geloof zullen we niet tot grond (!) maken van onze doop (reden laten zijn om iemand te dopen). Daarom doopten de apostelen ook bekeerlingen samen met heel hun huis. Gods beloften golden evengoed voor de huisgenoten en daarom mochten zij direct ook voluit delen in de vreugde van de gastheer/vrouw van dat huis (zie de doop van Lydia en ook de doop van Cornelis en de gevangenbewaarder).
(3) Zie hierbij Paulus woorden in 1 Korintiërs 2 : 6-16 en 15 : 45-58.
(4) En ons is zoveel meer geopenbaard over Gods Liefde – zie (o.a.) Titus 3 : 4-7.

Leestips: 1 Korintiërs 15 : 35-58 en Galaten 3 : 23-29.

* Jos Colijn onderzocht voor zijn promotie hoe gereformeerde christenen in Malawi, Nederland en India in de praktijk omgaan met de kinderdoop. ‘De doop is iets wat gelovigen wereldwijd verbindt en waar zowel theologen als gewone gelovigen hun gedachten bij hebben’, legt Colijn uit. Colijn werkt momenteel aan de Theologische Universiteit Kampen – Utrecht als docent interculturele theologie en als coördinator van de master Intercultural Reformed Theology.

Bron citaat: ND Geloof – ‘De kinderdoop als bescherming: niet alleen Afrikaanse en Indiase christenen, ook Nederlanders geloven dat’ – door Bas Meeuse

Paulus over het ‘apostel-convent’ te Jeruzalem (zie Handelingen 15) : ‘Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden. Dat wilden alleen een paar (gedoopte!) schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in uw/jullie belang behouden blijven.‘ (Uit Galaten 2 de verzen 3-5).

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Christus’ jongeren’ stonden en staan er niet alleen voor!

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar Ik heb voor je/jullie gebeden opdat jullie geloof niet zou bezwijken. En als jij tot inkeer gekomen bent, moet jij je broeders sterken. Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met U de gevangenis in te gaan en met U te sterven. Maar Jezus zei: “Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent“‘. (Uit Lukas de verzen 31-34)

Over afhankelijkheid…

Geciteerd: Mensen hebben in deze wereld het gezelschap van anderen nodig en gelovigen kunnen in de kerk niet buiten de gemeente. Ook daar waar de enkeling in zijn onmiskenbare eigen individualiteit voor God staat, heeft hij de voorbede*, de aanwezigheid van de gemeenschap nodig. Kerkelijke gemeenschap betekent, dat geen enkele gelovige ooit alleen leeft of alleen sterft, maar door de gemeenschap der heiligen beschermd en gedragen wordt.’
* De voorbede van Christus en van de gemeente met haar voorgangers/oudsten en van de (meelevende) broeders en zusters (waaronder niet in de laatste plaats die in eigen gezin en familie).

Over radicaliteit…

Geciteerd: God riep me en trok me om te roemen in Hem. Toen ben ik gaan zeggen: U bent mijn God, U zal ik loven. Onze God volhardt: Hij blijft trekken en roepen, en daarom is er de volharding van de heiligen, als genadegave van God. Maar dit brengt spanning in ieders leven, want dit betekent de volharding ook als roeping van mij. O God U hebt mij geroepen en bekeerd; U bekeert me vandaag nog. Daarom heb ik mij bekeerd, en zal ik mij bekeren tot het geloof, tot uw Woord, tot lof en dank aan U, elke dag. U verlaat niet wat Uw hand begon. Uw hand heeft heeft om te beginnen mijn hand gevat: ‘U houdt mijn beide handen met kracht omvat. Dáárom verlaat ik niet, wat mijn hand begon. O Levensbron, wil bijstand zenden.’ Amen.

Over Gods plan met je leven…

‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil:
niet anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan met je God.’
(Uit Micha 6 vers 8)

Leestips: Micha 7 : 1-7 en Romeinen 12.

Over een mooier/beter mens worden…

Wees elkaar niets schuldig dan de liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de hele wet vervuld.’ (Uit Romeinen 13 vers 8)

Leestip: Romeinen 13 : 8-14.

Geciteerd: Zo zijn ook de gelovigen wat hun oude mens betreft onder de stok van de drijver, en hebben ze het nodig om aan de wet herinnerd en erdoor bestraft te worden. Ieder moet zijn of haar leven – met en bij het licht van Gods Woord – maar steeds weer nauwkeuriger onderzoeken. Dan zullen we (in)zien, hoeveel er nog ontbreekt en hoe dikwijls we ons nog ergens aan stoten, hoe traag ons vlees is tot het goede, en hoever wij allen nog verwijderd zijn van de volkomenheid. De wet moet het vlees tuchtigen. Maar naar de geest, in de droefheid van de geest, in het gevaar van de dood, in de ondervinding van de zonde, dood en hel, zullen we zeggen: heer drijver, ga weg! Oefen je ambt uit aan het vlees; naar het vlees mag je me wel pijnigen en kwellen, dat heb ik wel verdiend. Maar de nieuwe mens in Christus zul je met rust laten.

Leestip: Galaten 3 : 19-29.

Opgemerkt slot: Door hun doop in het midden van Christus’ gemeente zijn ook onze jongeren geroepen tot een leven in gemeenschap met onze Drie-enige God en daarmee geroepen tot een gelovig samenleven in Christus’ gemeente, zoals Gods Woord dat van ons vraagt en daarover onderwijst. En daarom zal ook onze jeugd zich altijd weer (‘heel gewoon’) hebben te begeven naar de samenkomsten van de/een gemeente waarin Gods Woord en de Sacramenten worden bediend en waar ook tot God gebeden wordt voor alle mensen (zie 1 Timoteüs 2 : 1-5) en waar God gezamenlijk de lof en dank wordt gebracht die Hem toekomt. Dat heel gewone liefdevol samenleven van een gemeente, dáár leven we onder Gods beloften: ‘Dáár gebiedt de Heer Zijn zegen, dáár woont Hijzelf, dáár wordt Zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid’ (naar Psalm 133 vers 3, berijmd, OB).

Bron afbeelding: Listen to the Bible (KJV)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het christelijk geweten bevrijd en gevangen genomen…

Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.’ (Uit Romeinen 3 uit de verzen 21-31 de verzen 21-24)

Geciteerd 1: Luther heeft de bedenktijd (die hij nog kreeg te Worms) goed benut en zijn rede voor de Rijksdag, die een zakelijk en beschrijvend karakter droeg, doelbewust laten uitmonden in het kernprobleem: Ik voer geen strijd over mijn eigen leven, maar over de leer van Christus.

Geciteerd 2: ‘Strijd en tweedracht ontstaan waar het Evangelie in alle vrijheid verkondigd wordt. Ellende en geweld barsten los waar het Evangelie onderdrukt wordt.’ Vanuit het gezichtspunt van Luther is het geen contradictie. Waar het Evangelie (vrijelijk) verkondigd wordt, volgt onvermijdelijk de strijd met de tegenmachten. Omdat de duivel de (kerkelijke) wereld in verwarring wil brengen en aan hem onderdanig wil maken, betekent strijd tegen de duivel (in de kerk) tegelijkertijd een dienst aan het welzijn van mens en wereld.

Geciteerd 3: Het einde van het verhoor (op de Rijksdag te Worms) bestaat uit het antwoord van Luther waarin hij geen blad voor de mond neemt, een scherp geformuleerde opeenvolging van zinnen met het indrukwekkende slot: ‘Mijn geweten is in het Woord van God gevangen. Daarom kan en wil ik niet herroepen, want tegen het (door het Woord van God gevormde – AJ) geweten in te handelen is noch goed noch heilzaam. Ik kan niet anders, hier sta ik. God helpe mij. Amen.

Geciteerd 4: Op het nageslacht heeft het beroep dat Luther deed op het geweten als de hoogste instantie bij het nemen van beslissingen buitengewoon grote indruk gemaakt. De zinsnede ‘hier sta ik, ik kan niet anders’ werd zo geïnterpreteerd dat de woorden het fundament vormen van de vrijheid van het geweten. Dat gebeurde vanuit het begrijpelijk verlangen Luther tot een wegbereider van de Verlichting te maken.

Tegen deze opvatting moeten ernstige bezwaren worden gemaakt. Luther zou nooit op de gedachte zijn gekomen een beroep te doen op een ‘vrij’ geweten, dat zich heeft vrijgemaakt van alle bindingen. ‘Geweten’ is voor hem ook niet identiek met de niet te veronachtzamen stem van God in de mens. Het geweten is noch neutraal, noch autonoom, maar er wordt fel om gevochten door God en door de duivel. Het geweten is niet het autonome centrum van de mens, maar het wordt voortdurend van verschillende kanten gestuurd en het is eerst dan vrij, wanneer God het bevrijdt en ‘gevangen’ neemt.

Nieuw bij Luther is het gehoorzaam luisteren naar de Schrift zelf, onafhankelijk van de autoriteit van instanties buiten de Bijbel, zoals paus en concilie. Nieuw is ook dat Luther het christelijk geweten haalt uit de sfeer van een uitsluitend individuele betrokkenheid op God en het verplicht te luisteren naar verstandige ervaringen die in de wereld en in de geschiedenis zijn opgedaan. Het reformatorisch geloof bouwt niet op het verstand; de almacht van God stijgt daar ver boven uit en het kruis van Christus staat haaks op alle wijsheid. Reformatorisch handelen moet zich echter kunnen legitimeren door middel van de ervaring en het verstand. Dat is noodzakelijk, omdat dit handelen de naaste dient en niet de zelfrechtvaardiging en heiliging!

Luther heeft het christelijk geweten bevrijd, bevrijd van de raadgevingen door pauselijke decreten en het canonieke recht. Tegelijkertijd heeft hij het gevangen genomen, gevangen door het Woord van God en verantwoordelijk in de dienst aan de wereld. Daarom moet voor alle terreinen van het leven, of het nu huwelijk en seksualiteit is, of burgerplicht en gehoorzaamheid aan de overheid, opnieuw geluisterd worden naar het Woord van God en samen met de menselijke ervaring onderzocht worden op zijn consequenties voor het leven van elke dag. De satan heeft gebruik gemaakt van het kerkrecht om op alle terreinen van het leven, zowel geloof als ethiek en politiek, de mensen te knechten (tot slaven te maken).

Geciteerd slot: Aan het voorbeeld van de kerkelijke staat en het bisschoppelijk vorstendom (vormen van NT-theocratie) wordt hem de duivelse grondstrategie duidelijk om de macht van het geloof te ondergraven en de wereld te beheersen met gebruikmaking van machten die zeggen te steunen op het geloof (de religie!). De weerstand van Luther tegen deze radicale omkering kwam voort uit zijn ontdekking die alles op z’n kop zette. Pas wanneer verlammende angst om het heil te verkrijgen en fanatiek heilsegoïsme in het geloof overwonnen zijn, komt er ruimte voor het welzijn van de medemens en de wereld. Want de wetenschap dat de gerechtigheid ons geschonken wordt (‘om niet’), bevrijdt de mens van iedere zucht naar loon en stelt hem/haar in staat ‘louter om niets vroom’ te zijn -, niet uit vrees voor straf en hel, maar alleen tot lof en dank aan God en ‘tot heil van de naaste’.

> Zie hierbij ook nog de woorden in deze blog: ‘Tegenwoordig zien wij scherp…’

Bron citaten: ‘Luther – mens tussen God en duivel – Hoofdstuk VI De aangevochten reformator – Tegen paus en keizer’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001).

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om die vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet die op een standaard, zodat deze licht geeft voor ieder die in huis is. Zo zal jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.‘ (uit Matteüs 5 de verzen 14-16)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie