Mogen we niet verwachten dat Jezus Zijn boodschap nog eens uitlegt?

Toen zei Hij tegen hen: “Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om Zijn glorie binnen te gaan?” Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten (a).’ (Uit Lukas 24 de verzen 25-27)
(a) Zie hierbij de woorden van Petrus tot de heel de gedoopte gemeente in 2 Petrus 1 : 19-21!

Geciteerd 1: De kanttekenaren wijzen erop dat de Heilige Geest de prediking van het goddelijke Woord in hen die van God geleerd worden, krachtig maakt. (1) Gaat uw hart nu niet branden? (2) Wat schittert in het komen tot Jezus het onuitsprekelijke wonder van Gods verkiezend welbehagen. (3)
Nóg iets valt op. Christus verklaart in Zijn preek God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hij preekt trinitarisch. Dit moet ons doen opspringen van vreugde. Wat een eerlijke, begeerlijke en heerlijke prediking!
Dán roept Jezus de laatste woorden uit als een welmenende nodigende jubel en aanbod van genade tot Zijn hoorders: „Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.” Het is even stil. In gedachten horen we het woord waarmee de Meester de preek begon: „Amen.” De kerk gaat uit. De kerkgangers zullen onder de indruk zijn. Maar nee! Zijn discipelen reageren kritisch. Het zijn niet de twaalven (4), maar wel de belangstellende en betrokken volgelingen van Jezus die gaan mopperen. De boodschap klopt niet, het moet anders!

Geciteerd 2: Te midden van de kerkruzie klinkt de stem van de Hartenkenner: „Ergert u zich aan Mijn preek?Je zou eigenlijk verwachten dat Jezus de boodschap nog eens uitlegt, zodat ze bij Hem blijven. (5) Hij hoeft alleen maar aan te sluiten bij de vermogens en wensen van de godsdienstige Jood, dan zou de penibele situatie gered zijn (6). Inderdaad, de kittelachtige hoorders krijgen nog een toepassing. Welke? Jezus predikt in deze verloren situatie de Heilige Geest Die wederbaart en geheimen geestelijk doet verstaan. Vlijmscherp separeert Christus tussen geestelijke en vleselijke godsdienst en wijst Hij op de onwil om te geloven en op de schuldige doodsstaat van de mens. Wat een mens vernederende toepassing. Maar het is het Woord van de Meester. (7)

(1) Dat is zeker waar, maar we moeten niet ons eigen hart gaan onderzoeken hoe het er mee staat en wat we van onszelf uit daarover kunnen zeggen! Zie meer hieronder.
(2) Zoals even later zal blijken (zie Johannes 7 : 67-69 en daarbij ook Matteüs 16 : 23) dat ook Zijn twaalf discipelen nog moesten leren dat ze niet moesten afgaan op wat er in hun eigen hart leefde en wat hun eigen hart hen ingaf.
(3) Niet in ons (willen) komen/gaan tot Jezus schittert het ‘onuitsprekelijk wonder van Gods uitverkiezend welbehagen’, maar in Zijn komen tot ons met en door Zijn Woord en zoals Hij ook tot al zijn discipelen/leerlingen kwam met en door de Doop. De leerlingen (!) die zich daar toen niet lieten gezeggen waren gedoopt, maar ze verzetten zich tegen het werk van de Heilige Geest, zoals dat tot hen kwam – tot in hun harten zelfs! (zie Matteüs 13 : 18-19) – door Jezus woorden. Ook de twaalf discipelen moesten dat verzet leren opgeven en dat door nederig (en niet eigenwijs!) in het gevolg en onder het gehoor van Jezus te blijven!
(4/5) Ook de twaalven zullen later nog kritiek leveren op Jezus’ woorden. Hún natuurlijke hart was heus niet anders dan dat van de leerlingen die zich toen aan het onderwijs van onze Heer onttrokken, al kan het heel goed zijn, dat die weglopers niet veel later Hem toch nog weer hoorden spreken of Hij dat nu Zelf was of na het Pinksteren in Jeruzalem door de verkondiging van de apostelen. En dan mochten ze toch weten dat Hij hen niet zou afwijzen, wanneer ze zich alsnog zouden bekeren (zie Lukas 22 : 32)
(6) Onze Heer zal toch bezig blijven om het Godsvolk (het Jeruzalem/Israël van zijn tijd) op te roepen en Hij ontzegt daarbij niemand de Heilige Geest! Hij verwijt hen wel verzet tegen de Heilige Geest, namelijk door Zijn woorden af te wijzen. We horen dat wel heel duidelijk in de klacht van onze Heer over ‘Jeruzalem’, zoals we dat lezen/horen in de woorden van Matteüs 23 : 37. En dan zullen we met name ook hebben te denken aan de ‘kerk/volksleiders’ van die tijd, want die woorden lezen we aan het slot van Matteüs 23!
(7) Zie ook deze blog: ‘Het getuigenis van Johannes de Doper en ons getuigenis…’

Bron citaten: Kerk & religie | Wekelijkse meditatie – ‘Meditatie: De preek van de Meester’ – Ds. H.J. Agteresch, Werkendam

Daarop zeiden ze tegen elkaar: “Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?‘ (Uit Lukas 24 vers 32)

Bron afbeelding: Church History

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet onder de wet, maar onder de genade…

Het verbaast me dat jullie je zo spoedig hebben afgewend van hem die jullie door de genade van Christus geroepen heeft…‘ (Uit Galaten 1 uit vers 6)

Geciteerd: Eerder noemde Paulus deze huidige wereld ‘slecht’, dat wil zeggen puur kwaad; want anders zou het de zegen en barmhartigheid van God erkennen, die het hatelijk verwerpt en vervolgt. Het houdt meer van duisternis, dwaling en het koninkrijk van de duivel dan van licht, waarheid en het koninkrijk van Christus (Johannes 3 vers 19). En dat gebeurt niet door fouten, maar door de extreme hatelijkheid van de duivel. Door Zichzelf in de dood te geven voor de zonden van alle mensen, heeft Christus niets anders aan deze wereld verdient dan dat zij Hem lastert en Zijn heilzame Woord vervolgt en Hem graag opnieuw zou willen kruisigen als het kon. Daarom woont de wereld niet alleen in duisternis, maar is zij zelf duisternis, zoals geschreven staat in Johannes 1 vers 5.

Daarom benadrukt Paulus deze woorden, ‘van hem die jullie door de genade van Christus heeft geroepen’, en suggereert op mystieke wijze een contrast. Het is alsof hij zegt: ‘Mijn proclamatie/verkondiging (1) ging niet over de harde wetten van Mozes; noch heb ik geleerd dat jullie slaven onder het juk moeten zijn. Maar ik predikte jullie pure genade en vrijheid; dat wil zeggen dat Christus jullie barmhartig in genade heeft geroepen om jullie vrije mensen onder Christus te maken in plaats van slaven onder Mozes. Maar door die ‘schijnapostelen’ onder jullie (2) zijn jullie nu (weer) discipelen van (‘tuchtmeester’) Mozes geworden; want zij hebben jullie door de wet van Mozes geroepen, niet tot genade, maar tot toorn, haat tegen God, zonde en dood.

Maar wanneer Christus roept, brengt dit genade en verlossing met zich mee. Want Hij brengt ze (Zijn schapen, Zijn gedoopte gemeente) over van de Wet naar het Evangelie, van toorn naar genade, van zonde naar gerechtigheid, en van dood naar leven. Zult u zich dan weer laten meevoeren – en zo snel en gemakkelijk ook nog! – in een andere richting, weg van zo’n levende fontein die overborrelt van genade en leven? Als Mozes nu door de Wet van God mensen tot de toorn van God en tot zonde oproept (3), waar denken jullie dan dat de paus (4) hen volgens zijn eigen tradities oproept?”

[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p. 48/49)]

(1) Het Evangelie moet altijd weer tot verkondiging/preek worden!
(2) Zie hierbij 2 Korintiërs 11 : 13-15, Galaten 1 : 7, 2 : 4-5, 4 : 17 en 6 : 13.
(3) Zie Romeinen 7 : 7-13
(4) En hoeveel mensen in gemeenten/kerken stelden en stellen zich niet ook op als ‘pausen/pausjes’ tegenover hun broeders en zusters.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.’ (Uit Galaten 5 de verzen 22-23)

Opgemerkt: Wanneer deze dingen door het geloof* overvloedig zijn in de (vaste) relaties (w.o. familie, huwelijk en gezin) die we aangaan of al hebben, dan leven we niet onder de wet, maar onder de genade!
* Dat is ook t/m maart 2014 – we vierden in die maand met kinderen en kleinkinderen ons 35-jarig huwelijksjubileum – ‘het geheim’ geweest van ons huwelijk en de daaruit altijd weer voortvloeiende bereidheid om de minste te willen zijn en dat om elkaar in huwelijk en gezin vanuit de christelijke liefde en gehoorzaamheid – in navolging van onze Heer – te dienen (zie Markus 10 : 45a).

Bron citaat: Luther-quotes via email – Galatians (16) – info@martinluther-quotes.nl (www.maartenluther.com)

‘(Juist) Vanwege de zonde heeft Hij Zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zó heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur (5), maar door de Geest.’ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 1-17 uit de verzen 3-4)

(5) Velen betrekken dit vooral ook op het seksuele (samen)leven (en hebben dan een grote mond over anderen, die volgens hen daarin tekort schieten), maar de vruchten van de Geest maken duidelijk dat dit wel een heel grote (en ook wel een zeer onterechte) inperking is van de manier waarop de Heilige Geest alle facetten van ons leven onder Zijn beheer wil laten gedijen (tot groei en bloei en vruchtzetting laten komen)!

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Priester gebruikte bij vergissing de juiste woorden…

‘Besluit van 18 december 2003, houdende bepalingen over het Kabinet van de Koning:
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.’ (uit ‘Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden’ *)

Geciteerd 1a: In 2020 bleek dat een Amerikaanse priester jarenlang kinderen met een ‘verkeerde doopformule’ had gedoopt. Hij zei ‘Wij dopen u’, in plaats van ‘ik doop u’. Het Vaticaan oordeelde toen dat de doopsels ongeldig waren.
Geciteerd 1b: ‘Het veranderen van de vorm van een sacrament of het doel ervan is altijd een ernstig ongeoorloofde handeling en verdient een voorbeeldige straf’, schrijft Fernandez in de elf pagina’s tellende notitie. ‘Zulke willekeurige zaken kunnen ernstige schade toebrengen aan Gods trouwe volk.’ Welke straffen aan overtreders gegeven kunnen worden, meldt hij niet.

Geciteerd 2: De Doop is geen werk van ons, want de Doop is niet mijn werk (of werk van de een of andere geloofsgemeenschap/kerk), maar Gods werk. Want wie mij doopt, staat daar in Gods plaats en doet geen mensenwerk, maar het is Gods hand en Gods werk – en het is Zijn Woord dat daar gesproken wordt (AJ) – zodat eigenlijk God het Zelf doet en zegt. Daarom mag en moet ik zo spreken: ‘God, mijn Heere, heeft mij Zelf gedoopt door de hand van een mens.’

Opgemerkt: Wij dopen toch in de naam van onze Drie-enige God, in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest en wanneer we spreken namens Hem in Zijn gemeenten (de christelijke kerken) hier op aarde, en wanneer we als gemeente aanwezig zijn bij de Doop kunnen/zullen we dan niet zelfs met meer recht kunnen/moeten zeggen: ‘Wij dopen jou/u’ dan ‘ik doop jou/u’?

Opgemerkt slot: Geeft dit reden tot aanpassing van de woorden bij de Doop? Want ook in het (gereformeerde/protestantse) doopformulier wordt de voorganger de volgende woorden in de mond gelegd: ‘Nnn, ik doop je/u in de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest.

* Is de Doop niet het uitvoeren van een besluit dat is uitgevaardigd in het ‘Staatsblad van het Koninkrijk van God’ (1)

(1) Het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden is een blad waarlangs de Nederlandse regering wetten, algemene maatregelen van bestuur en andere koninklijke besluiten waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld, bekendmaakt.

Bron citaten 1a-b: ND geloof – ‘Vaticaan blijft streng: bij doop de juiste woorden gebruiken. ‘Opeenhoping van ongeldige sacramenten’’ – door Hendro Munsterman.
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 11 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

Bron afbeeldig: Amazon-nl

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Oefenen ook jullie geduld met en onder elkaar’!

Hebt dus geduld – juist ook met en onder elkaar!* -, broeders en zusters, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij.’ (Uit Jakobus 5 de verzen 7-8)
* Zie Jakobus 5 vers 19!

Geciteerd 1: Wie een christen wil zijn en de Artikelen van het Christelijk Geloof (1) wil leren verstaan (met het hart), die moet niet bij zijn eigen verstand en inzicht te rade gaan en onderzoeken of het volgens ons menselijk verstand en inzicht allemaal wel kloppend te krijgen is. Zo iemand zal, hoe wonderlijk het hem of haar allemaal ook toeschijnt of in de oren klinkt (wat wij christenen belijden), alleen zeggen: ‘Ik vraag er niet naar hoe het kan kloppen, maar ik wil alleen weten of het naar Gods Woord is of niet. Dáár vraag ik naar, of God het (zo) heeft gezegd (door Zijn profeten en apostelen heeft laten verkondigen). Daar houd ik mij aan vast.’
Want jullie weten hoe dikwijls ik al gewaarschuwd heb dat je niet moet disputeren of met je verstand te werk moet gaan, wanneer het de hoge geestelijke zaken en de Artikelen van het Geloof (1) betreft. Want zo spoedig een mens begint met alles kloppend te maken (lees: in een theologisch/dogmatisch geheel/denksysteem te gieten), zodat het geschikt lijkt om het met het verstand te begrijpen, is het al te laat en vallen wij af (van de weg die Gods Woord Zelf ons onderwijst om het geloof in ons te werken en doen groeien!). Want de Artikelen van het Geloof (1) zijn te hoog voor het verstand (2). Ze laten zich niet meten of wegen, dat gaat ons niet lukken! Want het zijn Artikelen van het Geloof en geen artikelen van het verstand.

Geciteerd 2: Er is heel wat te doen om het belijdenisgeschrift van de Dordtse Leerregels. In kranten en tijdschriften lezen we er telkens weer het een en ander over. Tot in detail wordt de betekenis van (grond)woorden uitgeplozen en verdedigd om vervolgens weer bestreden te worden. Zou hier soms enig historisch besef ons kunnen helpen? In het onderstaande doe ik een poging. Misschien wordt het gesprek daardoor wat irenischer en positiever.

Opgemerkt: Wat zou het de vrede in de kerken van de ‘lutherreformatie’ gediend hebben (en nog!) wanneer we daar de wijze woorden/lessen van Jakobus en ook die van Maarten Luther ter harte zouden hebben genomen! Het is zeker een groot nadeel geweest dat de kerken van de reformatie al zo spoedig beschikten over een ‘pauselijk werkstuk’ als de Institutie van Johannes Calvijn. Hiermee hadden de intellectuelen in de kerk een werkstuk in handen waarmee ze de eenvoudigen (RK- of ex-RK leden/leken) om de oren konden slaan (3). En helaas voegde Guido de Brès er voor de Nederlanden nog een eigen werkstuk aan toe…
De Heidelbergse Catechismus daarentegen was een gezamenlijk werkstuk, bedoeld om de leden van de gemeente(n) – ook de jonge kinderen! – Gods Woord en het belijden van de kerk te leren kennen (onderwijzen) aan de hand van vragen en antwoorden. Een van de mede-opstellers van de HC, Zacharias Ursinus, schreef (eerst) ook een eigen catechismus, de zogenaamde Maior. Ds. J.C. Janse schreef (o.a.) daarover (4):

Wij mogen in het woord van de vaderen het Woord (met een hoofdletter) horen naklinken en zo hun spoor volgen. Wij mogen echter hun woord niet tot hét Woord verheffen. Dat geldt dan hun belijdeniswoord, maar zoveel sterker nog hun wetenschappelijk woord en de wetenschappelijke theologie. Zo leggen we ook bijvoorbeeld onze belijdenis, onze Heidelbergse Catechismus uit tegen de achtergrond van en vanuit de Heilige Schrift Zelf. We doen dat niet vanuit de theologie van Ursinus. Duidelijk proef je – om een voorbeeld te geven – het onderscheid als je de belijdende vorm waarin de HC over God spreekt, vergelijkt met de ‘Grote Catechismus’ van Ursinus. In deze zogenaamde Maior, die Ursinus eerst opstelde, wordt de vraag gesteld: ‘Wie is God’? – en dan volgt er een hele theologische beschrijving van God en Zijn eigenschappen, en een verhandeling over waarin de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verschillend zijn. In het HC-antwoord van Zondag 9 belijden we ‘dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus (…) om Zijns (geliefde) Zoons Christus wil mijn God en Mijn Vader is’. Evenzo wordt in Zondag 21 geen theologisch wetenschappelijke beschrijving van de kerk gegeven, zoals in de dogmatiek – wat de kerk is, zo en zo -, maar er wordt beleden ‘dat de Zoon van God Zich een gemeente (…) vergadert, beschermt en onderhoudt. In de Maior gebruikte Ursinus ook termen als ‘zichtbare en onzichtbare kerk’, onderscheidingen die uit de Roomse scholastiek afkomstig waren.’

(1) De ‘Apostolische geloofsbelijdenis’: de twaalf artikelen van het christelijk geloof.
(2) Lees 1 Korintiërs 2.
(3) Zie daarbij ook deze blog-serie: ‘Apostolische wijsheid en geduld versus dwepers en drijvers’
(4) In zijn bijdrage ‘Dingen, die eerst gezegd moeten worden’ in ‘Om het profetische Woord’ – Een uitgave (2001) ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van het Nederlands Gereformeerd Seminarie.

> Zie ook deze voorgaande blog: ‘Kort of (toch wat) anders gezegd?

Bron citaat 1: “Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 4 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ND Opinie: ‘De Dordtse Leerregels staan niet op zichzelf en dat schept helderheid in discussies’ – door Wim Verboom • emeritus hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme.

Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat jullie niet onder het oordeel vallen; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; jullie hebben toch ook van de volharding van Job gehoord en jullie hebben uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.‘ (Uit Jakobus 5 de veren 9-12)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kort gezegd of (toch wat) anders gezegd?

Vraag: Wat is jouw enige troost, beide in het leven en in het sterven?
Antwoord: Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet van mijzelf, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus eigendom ben. (Uit vraag en antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus)

Geciteerd vooraf: Er is weer veel discussies over de Dordtse Leerregels in reformatorische kringen. Historisch besef kan helpen dit belijdenisgeschrift beter te begrijpen, legt emeritus-hoogleraar Wim Verboom uit.

Geciteerd 1: Met name de eerste vraag van de Heidelbergse Catechismus (HC): kind, wat is jouw enige troost in leven en sterven? Kort gezegd: dat ik door het geloof het eigendom ben van Jezus Christus. Als we deze leessleutel hanteren, kunnen de Dordtse Leerregels vruchtbaar worden in ons persoonlijk geloofsleven.

Opgemerkt 1: Nee, niet door het geloof, maar door mijn Doop mag ik belijden dat ik het eigendom van mijn Zaligmaker ben en dat de Heilige Geest ook mij gegeven is. Ik kan deze waarheid alleen nog ontkennen door ze tegen te spreken, maar daarmee weersta ik het werk van de Heilige Geest! Wat zowel mijn Doop alsook de verkondiging van het Evangelie aan mij zijn mij door Zijn voortgaande werk overkomen. Dat heb ik – op grond van Gods Woord! – gelovig te aanvaarden en belijden mijn leven lang!

Opgemerkt 2: En omdat mijn/ons geloven ook altijd nog weer onvolmaakt blijkt, leef ik/leven wij van het volmaakte geloof van onze Heer Jezus Christus, ook Zijn volmaakte geloof wordt ons toegerekend.

Opgemerkt 3: Hoe onderhouden wij ons geloof en hoe kan ons geloof groeien? Door gebruik te blijven maken van alle middelen die God ons daartoe geschonken heeft.

Opgemerkt slot: Kan me verder goed vinden in de woorden van dit artikel al hoop ik altijd maar weer dat predikanten in hun preekwerk en pastorale werk zich richten op de verkondiging van Gods Woord uitgaande van het Bijbelgedeelte dat aan de orde gesteld is (door hen of anderen), net zoals Filippus dat deed bij de Moorman/Ethiopiër (zie Handelingen 8 vers 35).

> Leestip: https://zijlacht.nl/de-ethiopische-kamerling/

> Zie ook deze (vervolg)blog: ‘Oefenen ook jullie geduld met en onder elkaar’

Bron citaten: ND Opinie: ‘De Dordtse Leerregels staan niet op zichzelf en dat schept helderheid in discussies’ – door Wim Verboom • emeritus hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme.

Dit was het Schriftgedeelte dat hij las:‘… (Woorden uit Jesaja 53) … ‘De Ethiopische kamerling vroeg aan Filippus: “Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?” Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij het gelezen Schriftgedeelte als uitgangspunt nam.‘ (Uit Handelingen 8 uit de verzen 32-35)

Bron afbeelding: For You – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De doop als ‘beste beslissing van je leven’?

Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een man die de wet trouw naleefde en bij alle Joden van de stad in hoog aanzien stond. Hij ging voor me staan en zei: “Saul, broeder open je ogen!” en op datzelfde ogenblik kon ik hem zien. Hij zei: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je Zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en Hem te horen spreken, want ook jij zult – net als de andere apostelen – Zijn oor- en oog- – getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gehoord en gezien hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn naam aanroept.“‘ (Paulus sprekend tot het Joodse volk op de trappen van de kazerne – zie Handelingen 21 : 37 t/m 22 : 21)

Geciteerd 1a: ‘Mijn verlangen om me te laten dopen werd in de twee jaar voor mijn doop steeds sterker’, verklaart Rook zijn besluit. ‘Door een Alpha-cursus van twintig jaar geleden leerde ik over kerkmuren heen te kijken. In de loop der jaren bezocht ik allerlei conferenties en mannendagen. Uiteindelijk wilde ik mijn geloof belijden door middel van de doop. De kinderdoop wijs ik niet af, maar volgens de Bijbel zegt Jezus: laat je dopen als je gelooft. Een baby kan dit geloof niet uitspreken, en ouders kunnen dat niet doen voor hun kind.’
Geciteerd 1b: Mijn doop was de beste beslissing van mijn leven. Ik zou het prachtig vinden als onze kerk zou zeggen: we gaan zondagmorgen naar het Veluwemeer, en dan dopen we mensen die dat graag willen.’

Opgemerkt 1a: Laten we dan eens kijken naar de doop van de apostel Paulus, die, ‘als ontijdig geborene’ onder de apostelen, door Gods genade toch nog meer heeft mogen werken dan de anderen. Wat we dan leren uit Handelingen 9 én uit Handelingen 22 : 12-16, dat is dat deze ‘grote in het Koninkrijk van God’ later nooit heeft kunnen zeggen/beweren dat zijn doop ‘de beste beslissing van zijn leven was’. De doop is hem overkomen! Paulus wist na zijn ontmoeting met de levende Heer op weg naar Damascus helemaal nog niet waar hij aan toe was met deze Heer. Was deze hemelse Jezus, Die naar Zijn zeggen door hem vervolgd werd (Handelingen 9 vers 5), hem nu (voortaan) welgezind of niet? Hij wist het niet. Een broeder moest Hem het komen verkondigen in naam van Zijn Heer! En deze broeder moest hem aansporen: ‘Wat aarzel je nog, laat je dopen!
Opgemerkt 1b: Later zal Paulus – net als Petrus op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem (Handelingen 2 : 38-42) – nog velen hebben aangespoord om zich te laten dopen (en blijkbaar liet hij liever het dopen zelf aan zijn medewerkers over, in elk geval in Korinthe was dat het geval, zie 1 Korintiërs 1 : 14-17) en daarom kunnen we stellen dat net als Paulus en zoveel anderen, die doop hen overkwam! Het was niet hun beslissing, maar het hoorde er blijkbaar bij, wanneer je geloof hechtte aan de boodschap die door de apostelen verkondigd werd. En ja, waarom ze toen geloof gehecht hadden aan die wonderlijke boodschap van de apostelen? Ze moesten later horen – lees het in de eerste drie hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs maar weer na – dat was helemaal het werk van de Heilige Geest geweest! Die had hun harten geneigd om die boodschap te aanvaarden (zie bijv. Handelingen 16 : 14).
Opgemerkt 1c: Dus de doop overkomt je door het werk van de Heilige Geest, Die deed de apostelen opstaan en op weg gaan om de boodschap van het Evangelie te verkondigen en Hij gaf hun de woorden die ze spreken moesten en Hij opende de harten van de hoorders, zodat ze niet alleen de boodschap van de apostelen wilden geloven, maar zich ook gewillig lieten dopen en daarbij ook gehoor gaven aan de oproep om dan voortaan ook de samenkomsten van de gemeente van hun nieuwe Heer, Jezus Christus, bij te wonen om daar samen een nieuwe gemeenschap te zijn/vormen en om verder onderwezen te worden (o.a. ook over hun doop) in de (nieuwe) leer van het Evangelie en daar samen het brood te breken om de dood van hun Heer te verkondigen (zie Handelingen 2 : 42 en 1 Korintiërs 11 : 26).
Opgemerkt 1d: Helemaal vergelijkbaar overkomt de kinderen van de gemeente hun Doop. Het is allemaal werk van de Heilige Geest geweest dat ze in het midden van de gemeente van onze Heer geboren worden en daar in Zijn lichaam ingelijfd mogen worden. En ook zij komen onder het onderwijs van de apostelen om (o.a.) hun doop te leren verstaan…

Geciteerd slot: De synode van de NGK sprak zaterdag over de vraag hoe ze moet omgaan met gedoopte gemeenteleden die met een tweede doopritueel hun geloof willen onderstrepen, maar kwam nog niet tot besluiten. De kwestie is doorgeschoven en ligt volgende maand opnieuw op de synodetafel.

Opgemerkt slot: Weten de predikanten van de NGK de gemeente van onze Heer hun de doop nog te onderwijzen en nemen/krijgen ze daar nog gelegenheid voor nu de middagdiensten (als leerdiensten) vrijwel overal ‘afgeschaft’ zijn.

Bron citaten: ND Geloof – ‘Johan koos voor geloofsdoop en bleef lid van de NGK. ‘Mijn doop is het beste besluit van mijn leven’’ – door Bas Meeuse.

Wie denken jullie wel dat jullie zijn? Bezitten jullie – wat het geloof betreft – ook maar iets dat jullie niet geschonken is? Alles is jullie geschonken, dus waarom scheppen jullie dan op alsof jullie het zelf verworven hebben?‘ (Paulus in 1 Korintiërs 4 vers 7)

Bron afbeelding: Peter Lumpkins

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moeten ‘leken’ het (weer) leren van (ingehuurde) ‘professionals’?

Werkelijk, jullie hadden inmiddels allemaal leraar moet zijn (zeker in jullie huwelijk/gezinnen thuis). In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen van Gods Woord bij te brengen, het is met jullie zo ver gekomen dat jullie aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de verkondigde gerechtigheid.‘ (1) (Uit Hebreeën 5 de verzen 12-13)

Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen toch met het grootste gemak. Tenslotte verdragen jullie het ook dat men jullie tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven jullie verheft en jullie beledigen.‘ (Uit 2 Korintiërs 11 de verzen 19-20)

Geciteerd: Anita Abbring (52) heeft een droom (2) : “Dat alle kerken gaan bidden in de kracht van de Heilige Geest.” Ze gunt (3) iedereen een vertrouwelijke omgang met God. Anita is al jaren actief bij New Wine. Sinds 1 oktober 2021 is ze ook stafmedewerker gebed en geeft les aan het Evangelisch College in Zwijndrecht en Zwolle.
Gebed is voor haar net zo belangrijk als ademen. Ze bidt de hele dag door en is op vele manieren samen met God. “Ik bid alleen of met anderen. Roep naar God of ben juist stil bij Hem. Ik bid door een woord of zin uit de Bijbel te herhalen. En s’morgens kniel ik net als mijn oma vroeger naast mijn bed neer om de dag met God te beginnen.” (4)
Door New Wine ging een wereld voor me open” (5), vertelt ze. “Ik dronk alles in als een spons. De Heilige Geest blijkt zo krachtig, Hij doorbreekt alle grenzen. Ministry, gebedspastoraat, luisterend bidden. Als ik samen met anderen bid, zijn er zoveel heilige momenten. God is er altijd bij: vooral in de stilte.”
God daagt me uit om elke keer weer een volgende stap te zetten. Ik ben nooit klaar met leren bidden.” (6)

(1) Hoe kon en durfde de schrijver van de Hebreeënbrief dit verwijt te maken? In de periode van de eerste gemeenten in Israël en daarbuiten hadden de leden van de gemeenten toch maar beperkte mogelijkheden om zich in Gods Woord te verdiepen. Velen (m.n. ook de slaven) zullen mogelijk zelfs niet eens altijd in de gelegenheid zijn geweest om op de zondagen (of op de sabbat als ze in een synagoge bijeenkwamen) de bijeenkomsten van de gemeente bij te wonen en werden er misschien bijeenkomsten in de avond belegd (zie o.a. Handelingen 20 : 7-12) om de leden (en bezoekers) te onderwijzen in Gods Woord en in de verzen 28-35 maant Paulus de ‘oudsten van de gemeente’ (vers 17) om zélf de kudde te verzorgen (naar zijn voorbeeld!) en waarschuwt hen ernstig voor mensen uit eigen kring die de waarheid zullen verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen.

(2) ‘De profeet die een droom heeft, vertelle een droom, en die Mijn woord heeft, spreke Mijn woord naar waarheid; wat heeft het stro met het koren gemeen? luidt het woord des HEREN.’ (Uit Jeremia 23 : 23-32 vers 28). Wij hebben sinds het Pinksteren in Jeruzalem voorgangers die ons Gods Woord naar waarheid en op profetische wijze hebben te verkondigen (zie ook 1 Korintiërs 14 : 20-40).

(3) Ach wat een gunnend mens is deze Anita Abbring! Die treffen we zo niet in eigen gemeente! Laat staan dat God Zelf het is die het ons dáár gunt. Nee, we moeten toch echt ‘de boer op’ om zo iemand te vinden en om God en ons te helpen het ook nog eens te gaan bewerkstelligen in de gemeenten/kerken. Je moet deze bijzondere mensen met een lampje zoeken. Maar je moet hun pretenties niet houden tegen het licht van het Woord, want dat verdragen die pretenties niet en degenen die deze pretenties hebben en/of de mensen met dat soort pretenties graag ‘verkopen/promoten’ nog minder!

(4) Net als de Farizeeën (eertijds in Jeruzalem) meent ze haar voorbeeldige gebedsactiviteit aan de mensen te moeten demonstreren en etaleren. Maar onze Heer onderwijst Zijn leerlingen heel anders over het bidden tot onze Vader in de hemel, Die al weet wat we nodig hebben voor wij Hem bidden en Die Zijn kinderen, die samen of alleen (in het verborgen) bidden, heus wel ziet en hoort en verhoort op Zijn manier! (Lees het in Matteüs 6 : 5-18 en 23 : 5-7).

(5) Niet door Gods Woord en Geest in het samenleven in gezin en gemeente, maar door een organisatie als New Wine moesten haar ogen geopend worden. Och, wat zal zo’n organisatie als New Wine – die zulk soort mensen graag ‘exploiteert’ (ten bate van eigen organisatie) of/en (ook nog) door anderen laat ‘exploiteren’, daar blij mee zijn! Natuurlijk is het allemaal ten dienste van een geestelijke opwekking in de kerken, maar dat verdoezelt (verdonkeremaant!) alleen maar dat er bekering nodig is in onze kerken! Dat we werkelijk willen horen wat de Geest (nog altijd, ook hier in Nederland nog!) tot de gemeenten zegt. Bij het brengen van Gods Woord aan de leden van de gemeenten, daar kunnen de kerken geen organisaties bij en voor gebruiken!

(6) Onze Heer was anders helemaal niet lang van stof toen Hij Zijn discipelen onderwees over het bidden En we moeten niet door een overijverige zuster onderwezen worden over ons gebedsleven, maar de Heilige Geest Zelf wil ons leren bidden om de liefde en de wijsheid die we nodig hebben in het leven van elke dag, en dan wil Hij dat we vast en zeker op Hém rekenen, zonder te twijfelen aan Zijn trouwe bijstand – lees/hoor het in/uit Jakobus 1 : 5-8 en hoor het van onze Heer in Lukas 11 : 1-13).

Opgemerkt slot: Gezien hoe een organisatie als New Wine zich durft opdringen aan de gemeenten van onze Heer Jezus Christus, durf ik de vertegenwoordigers en ‘promotors’ van deze organisatie (en ze zijn niet de enige die dat doen!) te vergelijken met de schijnapostelen waarover Paulus spreekt en strijdt in de tweede brief aan de Korintiërs (10 : 12-18, 11 t/m 12 : 13 en 13).
Ook durf ik het aan te stellen dat het tijdens een bijeenkomst van New Wine genezen van de knieën van deze zuster Anita Abbring – waarna zij ‘een sprintje trok’ – valt onder Jezus waarschuwing Matteüs 7 : 21-23 en dat de ‘exploitatie’ van deze zuster (binnen de kerken) me doet denken aan de ‘eigenaars’ van een slavin die deze vrouw exploiteerden (zie Handelingen 16 vanaf vers 19).
En wat die door een gemeente in te huren ‘professionals’ betreft, wil ik nog verwijzen naar de woorden van onze Heer in Johannes 10 : 11-16.

Bron citaten: new-wine-nl – ‘Anita Abbring: Na het gebed trok ik een sprintje’ – Verhalen (19 januari 2022)

Wij hebben vernomen dat enkelen van ons (!) jullie een bezoek hebben gebracht – zonder dat wij hen dat hadden gevraagd/opgedragen – en dat hun uitspraken aanleiding zijn geweest tot verwarring en verontrusting.‘ (Uit Handelingen 15 vers 24)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij vergadert met de oudsten in de poort’ *

‘Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid,
de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet.
Ze spreekt wijze woorden,
wat ze zegt zijn liefdevolle lessen.’
(Uit Spreuken 31 de verzen 25-26)

Geciteerd vooraf: Reformatorische vrouwen worstelen met een genderkloof en hebben behoefte aan een open gesprek over de rol van man en vrouw. Dat was een van de conclusies van de zogeheten Biblebeltdag die eind 2023 werd gehouden in Gouda. (1)

Geciteerd 1: Van den Heuvel: „God schiep de mens, man en vrouw, naar Zijn beeld. Er is inderdaad onderscheid in taken en eigenschappen. Tegelijkertijd: als ik de Bijbel op dit punt lees, zie ik niet een dwingend kader. De deugdzame huisvrouw uit Spreuken 31 floreert bijvoorbeeld door de activiteiten die ze onderneemt. Ze plant een wijngaard, drijft handel, weeft kleding en zorgt voor de armen. Dat is meer dan kinderen baren en voor haar gezin zorgen.”
Herweijer: „Deze vrouw doet dat natuurlijk niet uit carrièredrang, maar ten dienste van het gezin. Daardoor kan haar man een vooraanstaande positie hebben.”
Opgemerkt 1: Is het werkelijk waar dat deze echtgenoot van de ‘sterke vrouw’ uit Spreuken 31 een vooraanstaande positie bekleed? Of geniet hij misschien vooral vanwege háár functioneren bekendheid en respect bij ‘de oudsten in de poort’*: Hoe kan het toch dat zo’n eenvoudige man zo’n florerende vrouw en zo’n florerend gezin heeft? Dat zal/kan toch niet alleen aan die vrouw liggen…

Geciteerd 2: Klaassen: Dat (het marxisme) wilde vrouwen onafhankelijk maken van mannen. Dat ideaal is opgepakt door de feministische beweging en dan komt in de jaren zestig de seksuele revolutie. De opkomst van anticonceptie maakt het voor vrouwen mogelijk de arbeidsmarkt op te gaan zonder last te hebben van kinderen. Die ontwikkeling, die dus al in de 19e eeuw begon, werkt door. En dit denken sluipt ook de gereformeerde gezindte binnen.”
Opgemerkt 2: Het is verwonderlijk (en ook bedroevend!) dat juist christelijke echtparen de aanvang van het gezin (het moment waarop na het huwelijk besloten wordt om ook aan de kinderzegen te gaan ‘werken’) en ook later de uitbreiding van het gezin niet op een natuurlijke manier hebben weten (leren!) te bewerkstelligen. Zelf zou ik zeker de ‘penetratiedrang’ na onze huwelijkssluiting heel best hebben willen en kunnen beheersen en uitstellen en het zou het wederzijds genieten van onze seksualiteit zeker ten goede zijn gekomen of daar zeker niet vanaf gedaan hebben (zeker wat mijzelf betreft lag het toen zo!). Later hebben we deze natuurlijke manier van uitstellen en voorkomen van (te snelle) verdere gezinsuitbreiding heel wat jaren toegepast. In 1 Korintiërs 7 geeft de Heilige Geest echtgenoten daar ook alle ruimte voor en het kan echtgenoten juist helpen om zich nog meer in liefde aan elkaar en aan het gezin te geven en ook aan het nodige overige werk in dienst van het koninkrijk van God in het de gemeentelijk/kerkelijk en/of ook in het maatschappelijk samenleven.

Geciteerd 3: Klaassen: Ik zeg niet dat het eenverdienersmodel alleen goed is. Maar er zijn vragen te stellen bij sommige motieven om als vrouw –best veel– te werken. Ik vind het bijvoorbeeld lastig als ik bij jonge echtparen zie dat zij de kinderzegen uitstellen in verband met werk en carrière. Dat vind ik een voorbeeld van seculiere beïnvloeding. Tegenwoordig vraag ik in de huwelijksgesprekken expliciet of stellen openstaan voor de kinderzegen. Als dat niet zo is, moet je niet trouwen – uitzonderingssituaties rond bijvoorbeeld gezondheid daargelaten.”
Opgemerkt 3: Daar gaat onze christelijke vrijheid en verantwoordelijkheid! En dat vanwege een man die zich toch wel een hoofd voelt in de gemeente en daar graag op zijn manier met zijn (!) inzicht(en) en oordelen de leiding wil hebben over de gewetens. Mogen we hier niet ook wijzen op Jezus woorden over mensen die vermoeid en belast zijn geworden en dat mee door wat de ‘kerkleiders/theologen’ in Zijn tijd hier op aarde de mensen wilden opleggen?!

Geciteerd 4: Klaassen: Vanuit de Bijbel zie ik dat de man naar buiten gaat. Adam is uit de aarde en is er om op die aarde te werken. De vrouw mag dat ook doen, maar ik denk wel dat dit een primaire roeping van de man is. Het huwelijksformulier definieert dat ook zo: dat de man in het zweet van zijn aanschijn brood eet en op die manier voor zijn gezin zorgt. Het is prima als de vrouw bijdraagt en ook werkt, maar wel in de verhouding zoals ik die zojuist schetste.”
Opgemerkt 4: Ook ik werd er niet blij van wanneer ik ’s avonds mijn echtgenote bezweet en vermoeid in bed aantrof, vooral als ik na een dag werk toch nog zoveel energie overgehouden had om ook seksueel nog aan mijn trekken te willen komen… 😉

Geciteerd slot: Er zou meer aandacht moeten zijn voor hoe de man zijn rol invult, in plaats van alleen te focussen op de rol van de vrouw. Van den Heuvel: „Eens. Het lijkt soms dat de eerste roeping in het gezin voor de vrouw net wat meer geldt dan voor de man. Maar dat is niet zo. En dus hebben mannen niet carte blanche om voltijds te werken, in allerlei besturen te zitten, actief te zijn in de gemeenteraad en dan enkel op zondag thuis te zijn om het vlees te snijden. Dan gaat er toch iets mis.”
Opgemerkt slot: Dat het een batig saldo mag hebben deze gesprekken!

* Tenminste wanneer die ‘oudsten in de poort’, als bijv. later een Nathanaël (Zie Johannes 1 : 47), zelf ook ‘oprechte Israëlieten, zonder bedrog’ waren. Je moet het een ander ook gunnen.

(1) Jannet Herweijer, Gonda van den Heuvel, Elise van Hoek en Maarten Klaassen gaan in gesprek over scheppingsorde en veranderende maatschappij en wat dat betekent voor de rol van de vrouw én van de man.

Bron citaten: Mens & samenleving – ‘In gesprek over scheppingsorde en rolpatronen rond M/V; „Deugdzame huisvrouw plant ook een wijngaard en drijft handel”’ – door Linda den Hollander en Robert van der Stelt.

‘Haar man geniet bekendheid in de stad,
hij vergadert met de oudsten in de poort.’
(Uit Spreuken 31 vers 23)

Bron afbeelding: Woman Of Noble Character

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Ook seksuele) lust een scheppingsgave van God! (I)

De wet is door (via) Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, die aan het hart van de Vader is, heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 de verzen 17 en 18)

Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom willen jullie dan God trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk (last) te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen. Nee, wij geloven dat we alleen door de genade van onze Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze (manier) als zij.’ (Petrus in Handelingen 15 de verzen 9-11)

Geciteerd 1: De Katholieke Kerk zegt dat homoseksuelen zonder seksuele relaties moeten leven. Is het hun wel toegestaan een exclusieve liefdesrelatie te hebben en samen te leven zonder seks te hebben?
‘Wat betekent een relatie? Iedereen leeft in relaties. Ik leef ook in relatie met de zusters die me hier helpen in de huishouding. Dat mensen bijvoorbeeld samen op vakantie gaan, dat gebeurt natuurlijk. (Stilte) Maar zo’n dagelijks leven samen … Het moet in ieder geval een normale vriendschap zijn. Seksuele relaties kunnen vanzelfsprekend niet.’

Geciteerd 2: U lijkt te vinden dat homoseksuele mensen geroepen zijn om alleen te leven. ‘Dat wil ik niet zo zeggen. Man en vrouw delen hun dagelijks leven samen, maar er zijn voor homoseksuelen andere legitieme modellen, zoals leefgemeenschappen. Een ongehuwde zoon kan bij zijn ouders blijven wonen, of met broers en zussen samen. We verlangen van niemand dat hij alleen woont en leeft.’

Geciteerd 3: Is het waar dat de kerk te klerikaal geworden is en dat leken niet genoeg inspraak hebben? ‘Dat is een cliché. Dat besluiten vaak in kringen van geestelijken werden genomen, is sociologisch verklaarbaar: de gewone gelovigen hadden weinig opleiding en nauwelijks kennis van zaken.

Geciteerd 4: Jezus spreekt over de goede herder. Die heeft geen zwaard, maar een staf.’
(Opgemerkt ND): Met een staf kun je ook slaan. Antwoord: ‘Ja, maar hij is bedoeld om de wolf weg te jagen.’

Geciteerd 5: ‘Ik denk dat we momenteel vooral veel van Afrika kunnen leren. Zij hebben zich uitdrukkelijk tegen de Vaticaanse verklaring over de zegening van homostellen gekeerd. Zij willen niet alles slikken wat uit Rome komt (!!! – AJ) en weigeren de relativering van het huwelijk van man en vrouw te accepteren.’

Opgemerkt 1a: Seksuele lust is bepaald geen lust die alleen opgewekt wordt door het zien van de eigen (a.s.) echtgenote, daar kan zelfs een ‘doorgewinterd’ Rooms Katholiek theoloog-bisschop-kardinaal niets aan veranderen. Seksuele lust zal zich gaan manifesteren in een zich ontwikkelend menselijk lichaam en dat zelfs (natuurlijk/’natuurlijk’) ook nog in een omgeving waar mensen van het andere geslacht geheel ontbreken. We mogen deze seksuele lust leren zien – mbv Gods Woord, dat eerst, maar ook uit ‘het boek van de natuur’ – en gebruiken als een goede scheppingsgave van God en we weten dat Hij deze lust (deze sterke menselijke drijfveer) juist ook aan ons mensen gegeven heeft met het oog op het liefdesspel in het huwelijk van een man en vrouw en dat Hij deze lust ook nog eens een plaats heeft willen en kunnen geven – voor God is niets onmogelijk! – in het samenleven van man en vrouw ten bate van de voorplanting. In 1 Korintiërs 7 is dat elkaar (ook seksueel) willen behagen van man en vrouw zelfs helemaal losgekoppeld van de (verlangen/wens/plicht tot) voortplanting!
Opgemerkt 1b: Het was en is voor ondergetekende – en daarin was en is hij niet de enige – onmogelijk om zijn seksuele lustgevoelens te negeren en niet te bevredigen voordat hij een verkering aanging, voordat hij zich verloofde en voordat hij in het huwelijk trad. Dat was en is voor hem zelfs nodig geweest en nog altijd weer nodig en dat om op bepaalde momenten zijn gedachten weer goed te kunnen concentreren op allerlei andere zaken/bezigheden, die ook om aandacht en concentratie (en bevrediging) vragen en die ook noodzakelijk waren en zijn in het leven. En hij heeft daar – God zij dank! – geen schuldgevoel aan over gehouden! Wel is het altijd m’n verlangen geweest – en nog! – om mijn seksualiteit in te zetten in en ten bate van het liefdesspel met de eigen (en enige!) echtgenote en wel zo dat je er samen blij en dankbaar om kunt zijn en er geen afkeer van deze omgang met elkaar ontstaat. Dat de seksuele lust en (het bijbehorende bedrijven van) het liefdesspel van echtgenoten helemaal los kan en mag (soms zelfs moet) staan van de wens (of plicht?) om daarmee kinderen/nageslacht te verwekken, daar kan ook de RK niets aan verhelpen.

Opgemerkt 2: Wij weten inderdaad – vanwege Gods Woord, dat ook tot ons gekomen is – van de zondeval. En sindsdien is het blijkbaar mogelijk dat het verlangen naar een (vaste) relatie met een ander niet bij ieder ‘van nature’ gericht is op het andere geslacht. Zo kan het dus iemand overkomen dat de aantrekkingskracht en ook de lustgevoelens die opgewekt worden geen (natuurlijke) stimulering vinden door personen/mensen van het andere geslacht, maar juist (natuurlijke) stimulering ondervinden van iemand van het eigen geslacht. Net zoals het een natuurlijk lichamelijke ontwikkeling is dat jongeren het andere geslacht aantrekkelijk (gaan) vinden en dat hun lustgevoelens door dat andere geslacht op allerlei manier worden gestimuleerd en geprikkeld (stem, manier van lopen, lichaamsvormen, etc.), zo kan het (blijkbaar!) ook een natuurlijke ontwikkeling zijn dat dit juist geldt t.a.v. het eigen geslacht.

Opgemerkt 3: Wij zullen deze natuurlijke ontwikkeling (bij jongeren) toch in geen van beide gevallen zonde willen of kunnen noemen! Want dan zouden jongeren zolang ze niet getrouwd zijn van allerlei seksuele lust en seksuele prikkels en seksuele zelfbevrediging gevrijwaard moeten worden. Dus wanneer zullen we dan wel van zonde moeten spreken?
Het is waar dat in het Oude Testament de wet van Mozes het samen liggen van mannen als zonde bestempeld wordt. En het is ook waar dat Paulus in Romeinen 1 het een straf van God noemt, dat mannen en vrouwen voor elkaar in hartstocht zijn ontbrandt en ontucht met elkaar bedrijven, maar dat was een straf (!) omdat ze van God waren afgedwaald en Hem vervangen hadden door afgoden. Dus bepaald niet het feit dat ze iemand van het andere geslacht aantrekkelijk vonden en er mee wilden samenleven ook op seksueel gebied was oorzaak van die straf geweest. Hun verlangens en seksuele omgang waren een gevolg van Goddelijke straf over hun eigenwijsheid en het niet willen erkennen en liefhebben van God. Dáár zat het probleem, dat was hun zonde en dan krijgt ook de ontwikkeling van hun lust en de seksualiteit geen eerlijke liefdevolle en eerbare plaats meer in hun leven! Gelovige homofiele mensen kunnen echter hun lust en seksualiteit – geleerd door Gods Woord! – wel degelijk een eerbare plaats geven wanneer ze samenleven in een vaste relatie. Net zo goed als een ongetrouwde jongere of volwassene de eigen lust en seksualiteit een eerbare plaats kan (en dient te) geven in de (nog) ongehuwde staat en dat geldt ook voor echtparen wanneer bij hen door omstandigheden de (seksuele) omgang met de huwelijkspartner op een laag pitje staat of niet eens meer mogelijk is.

Opgemerkt 4: Het is de zonde van de (RK) kerk geweest dat ze de gemeente het onderwijs van Gods Woord (‘stok én staf’) heeft onthouden (van haar weggehouden) en haar leden wijs gemaakt dat ‘gewijde kerkelijke mannen’ met hún stok de wolven zouden wegjagen, maar daarmee ontkwamen ze zelf aan die ‘stok en staf’ (die was niet alleen nodig voor de wolf) en betoonden ze zich juist zelf wolf te zijn! Ze vrijwaarden zich daarmee van kritiek, want ze wisten heel goed elkaar de handen boven het hoofd te houden al waren er altijd wel uitzonderingen op deze regel, maar die laatsten waren niet in staat om die verkeerde praktijk uit te bannen en de verkondiging van Gods Woord in en aan de hele gemeente te herstellen. Dat gebeurde pas weer (deels) na de ‘lutherreformatie’, de RK ging daar niet in mee!

Opgemerkt slot: Het huwelijk behoort tot de natuurlijke staat van de (eerste) mens (Adam) – of lichamelijke lust en seksuele gevoelens in Gods nieuwe wereld nog bestaan, dat wordt ons niet verteld – en van die natuurlijke staat zegt Paulus: ‘Wat ik bedoel broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat (tot de natuurlijke mens, de eerste Adam behoort) kan geen deel hebben aan het Koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.’ (Uit 1 Korintiërs 15 vers 50, lees dit vers in het geheel van 1 Korintiërs 15 : 35-58 met daarbij ook de woorden van onze Heer in Matteüs 22:29-32 in gedachten). Dus ook al in het paradijs waren Adam en Eva vergankelijke mensen die wel eeuwig konden blijven leven door Gods onderhoudende kracht, maar ze beschikten toch nog niet over het onvergankelijke lichaam dat wij bij de opstanding zullen ontvangen.

(Wordt vervolgd!)

Bron citaten: ND Geloof – ‘Pauskritische kardinaal Müller: ‘Goede herders hebben een staf, om de wolf weg te jagen’’ – door Hendro Musterman.

Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één Meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de Messias.‘ (Uit Matteüs 23 de verzen 8-10)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Overgeleverd aan de medicijnen van onze ‘medicijnmannen’?

‘U HEER, weigert mij Uw ontferming niet,
Úw liefde en Úw trouw zullen mij steeds bewaren,
ook nu rampen mij omringen, talloos vele,
nu mijn zonden mij achtervolgen en ik geen uitweg zie…’
(Uit Psalm 40 uit de verzen 12 en 13)

Geciteerd 1: „Op een grondige, bijna analytische wijze beschrijft Halyburton (1) zijn geestelijke weg”, zegt Van der Tang. Van Dijk: „Dit is een man die zijn zielsworstelingen beschrijft. Hij analyseert zijn fouten, maar hij geeft ook een pastoraal antwoord, aan zichzelf en ook aan de lezer.”
Opgemerkt 1: Gods Woord geeft ons in de Psalmen veel betere ‘zelfanalyses’ – of beter: analyses die de Heilige Geest nodig vond. (Lees er ook de boeken Koningen en Kronieken maar op na, en ook de profeten analyseerden in opdracht van God hun tijdgenoten). Die door Hem verstrekte analyses wil God zegenen wanneer we daar altijd weer kennis van willen nemen door onze Bijbel te lezen en door niet te ontbreken in de zondagse samenkomsten van Zijn gemeente waarvan wij gedoopte ledematen zijn.

Geciteerd 2: Van der Tang: „Soms klinkt de klacht: Waar hoor je nog hoe God een mens bekeert? Dan zijn deze boeken als een spiegel. Halyburton worstelde veertien jaar met zijn zielenheil. Zijn werkelijke verandering kwam echter na de openbaring van Christus aan zijn ziel. Toen kwamen al zijn vragen –naar het Godsbestaan en de waarheid van de Schrift –in een ander licht te staan.”
Opgemerkt 2: We leren uit Gods Woord wat bekering is en hoe God daaraan al gewerkt heeft en voortdurend werken wil, ook in ons eigen leven, te beginnen met en door onze Doop, die toch het bad der wedergeboorte genoemd wordt (Titus 3). We kunnen de kunst (van zelfanalyse en dagelijkse bekering) heus niet van anderen afkijken, wel kunnen we leren en (daarom) weten uit Gods Woord wat ons te doen staat wanneer we weer een nieuwe dag mogen (moeten – we kunnen er tegenop zien) beginnen om daarin te gaan doen wat Zijn Vaderhand ons te doen geeft en dat na te laten waarvan we weten dat Hij dat (beslist) niet wil. Dat geeft ons al strijd genoeg en die strijd zullen we niet in eigen kracht en met eigen (of door anderen aangereikte eigen) middelen hebben te voeren.

Geciteerd 3: Van Dijk sluit zich erbij aan: „Bedenk bij het lezen van dit boek: de God Die in het leven van Thomas Halyburton werkte, leeft nog.”
Opgemerkt 3: Dus dat onze God leeft en werkt dat moet een kerklid niet alleen funderen en geloven op wat God in en door Zijn Woord nodig vond om ons als Redder te hulp te komen, maar ook op de belevenissen van ene zichzelf en eigen leven analyserende Halyburton. Als dat geen heiligenverering is! Maar ja, als zulke heilige mannen als Jonathan Edwards, George Whitefield, Thomas Boston en Archibald Alexander zich er lovend over uit lieten en dit boek nu ook weer door zulke (naar ons inzicht waarlijk) ‘bekeerde’ mensen als René Heij, Laurens van der Tang (bestuurslid Stichting Gereformeerd Erfgoed) en Peter van Dijk (ouderling van de oud gereformeerde gemeente Bevervoorde te Rijssen) zo wordt aangeprezen aan de ‘goegemeente’, dan zal het wel een noodzakelijke aanvullend medicijn wezen voor ziekten van onze tijd waar het levende en krachtige Woord van God niet medicinaal genoeg gebleken* is in de ogen van de genoemde ‘medicijnmannen’.
* Of die heren daar mogelijk zelf een aandeel in hebben, bijv. door zoals hier gebeurd medicijnen van eigen fabricaat te verkopen aan het ‘goedgelovige’ volk, komt niet aan de orde in dit artikel. Dát laat men maar liever buiten de zelfanalyse en de (bevindelijke) beschouwingen.

Opgemerkt slot: En zo verliest het volk van God de dankbaarheid en gaat zich verliezen in zelfbeschouwing en worsteling om eigen zielenheil. Zorg voor het heil van de naaste in nood, daar komen ze niet meer aan toe, veel te druk met zichzelf als ze (blijkbaar moeten) zijn. We zullen onszelf juist schamen voor dit soort zelfanalyse en worsteling om eigen zielenheil. Ons oog en hart is dan te weinig gericht op Christus Zelf en het geeft juist helemaal geen pas om zo’n worsteling aan anderen ten voorbeeld na te laten door deze uitvoerig te beschrijven. Gebrek aan Godsvertrouwen verdient geen krans!

> Leestip: Psalm 40 (m.n. ook aandacht voor de verzen 11-18).

(1) De puriteinse predikant Thomas Halyburton (1674-1712) worstelde veertien jaar met zijn zielenheil. Zijn geestelijke weg staat beschreven in het boek ”Gedenkschriften”, dat dinsdagavond online werd gepresenteerd.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Halyburtons medicijn tegen oppervlakkigheid’ door Arie van Elst.

NB. Bij de afbeelding: Men kan zelfs nog een bedevaart maken naar het Schotse St. Andrews waar deze Halyburton begraven is.

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie