Waar een mens eerst allemaal in thuis moet raken…

Over ‘sola Scriptura’ gesproken…

Geciteerd: Toen ik (a) en jaar of 18 was, kwam de Heere in mijn leven. Ik was Duits gaan studeren en liep met geestelijke vragen: Hoe kan ik gered worden van mijn schuld, mag ik ‘zomaar’ tot Christus vluchten? Van de Schotse puritein William Guthrie (1620-1665) leerde ik hoe gewillig de Heere is om zondaren te redden en dat er ruimte is bij Christus. Dat was een eyeopener voor me. Geloven is niet iets bedenkelijks, maar een plicht. Wie gelooft, stemt immers in met „Gods plan om zondaren door Christus Jezus zalig te maken”, schrijft Guthrie. Dat gaf mij veel vrijmoedigheid om tot Jezus te vluchten. Omdat ik de genoemde inzichten niet altijd kon rijmen met wat ik ’s zondags in de kerk hoorde, ben ik veel theologische boeken gaan lezen. Ik wilde uitzoeken hoe het nu precies zat. Het is goed om in zo’n situatie niet alleen schrijvers te kiezen met wie je het eens bent. Kennisnemen van een andere opvatting kan tot nadenken stemmen. Je moet dan wel thuis zijn in de gereformeerde leer en het gelezene kunnen toetsen aan de Bijbel en de belijdenisgeschriften.

Opgemerkt 1: Deze hoofddocent lijkt wel te zijn ingehuurd door een GerGem boekhandelaar/boekdrukker. Maar het is toch vooral blijkgeven van minachting voor Gods Woord en gebrek aan vertrouwen op de macht van de Heilige Geest! Allerlei buiten-Bijbelse figuren en hun werken worden aangedragen om hun werken vooral te lezen, want anders wordt het niks. En met andersoortige werken lezen moet je oppassen, want dagelijks bidden om leiding en bewaring van en door de Heilige Geest helpt natuurlijk geen zier als God nog niet in je leven gekomen is.

Opgemerkt 2: ‘Toen ik een jaar of 18 was, kwam de Heere in mijn leven.’ Dus, toen hij gedoopt werd, stond God een andere kant op te kijken en dacht: laat die GerGem-predikant maar wat water morsen op dat ‘breinvolle hoofd(je)’ van hem, als dat tot ontwikkeling gekomen is, dan kan ik er mogelijk eindelijk wat mee. Wel hopen dat hij met de juiste boeken aan de slag gaat…

Opgemerkt 3: Hoe bevrijden we mensen van ook door Puriteinen gepubliceerde misvattingen? Door ze altijd maar weer Gods Woord Zelf voor te houden! Onlangs las ik van een zekere dominee John Flavel (1627-1691), een tijdgenoot van John Bunyan, die ten voorbeeld werd gesteld door een puritein, de (bekende) Schotse prediker Robert Murray M’Cheyne (hij leefde van 1813-1843), dat betrof een dienst waarin Flavel gepreekt had over de tekst die in de SV luidt: ‘Indien iemand de Here Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha’, 1 Kor. 16:22. De HSV geeft de laatste woorden weer met ‘laat die vervloekt zijn’. Na afloop gebeurde er iets wat de gemeenteleden nooit meer zouden vergeten. De predikant stond op om de zegen uit te spreken. Hij bleef lange tijd staan zonder een woord te zeggen. Eindelijk sprak hij met grote bewogenheid: ‘Hoe zal ik deze hele vergadering zegenen, terwijl ieder onder ons, die de Here Jezus niet liefheeft, een vervloeking is? Zonder de zegen te ontvangen, gingen de mensen naar huis…

Opgemerkt 4: ‘Zonder Gods zegen naar huis.’! Wat een hoogmoedige dwingelandij van de predikant aan het slot van deze dienst. De gemeente zal de zegening van de verkondiging van Gods Woord dus niet meegekregen hebben als het aan die predikant lag. Dat bleek ook wel uit het vervolg van dit verhaal: een vijftienjarige jongen deed er honderd jaar over om eindelijk (zelf) tot de conclusie te komen dat hij (nog) schuldig stond tegenover God. En toen sprak hij eindelijk (maar) weer (eens) het tollenaarsgebed uit… God was eindelijk toch nog in z’n leven gekomen. Ja, want God heeft alle tijd, die laat mensen rustig (honderd jaar) wachten op Zijn tijd… En het kan ook altijd nog dat Hij een dopeling gewoon voor altijd ‘links laat liggen’, zo is Hij nu eenmaal, daar kon/kan geen Mens wat aan doen…

(a) Dr. Jan van de Kamp (1984) groeide op in een onderwijzersgezin in Renswoude, dat was aangesloten bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Na zijn studie Duits promoveerde hij in 2011 op een kerkhistorische studie.
Van de Kamp is universitair hoofddocent kerkgeschiedenis aan het Hersteld Hervormd Seminarie in Amsterdam. In die hoedanigheid geeft hij leiding aan het Research Center Puritanism and Piety (ReCePP).

Bron citaat: RD Cultuur & Boeken – ‘Jan van de Kamp leest om de werkelijkheid te begrijpen’- door Rudy Ligtenberg

Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven. Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor Zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek zijn opgenomen, maar deze zijn opgeschreven opdat jullie geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat jullie door te geloven leeft door Zijn Naam.’ (Uit Johannes 20 de verzen 29-30 – zie hierbij ook Prediker 12 : 12-14)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de geknechte wil…

De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid.
(Uit 2 Korintiërs 3 vers 17)

Geciteerd 1: Grappig, maar ook intriest, wordt het wanneer Peels aan het einde van zijn rede een van de beroemdste zinnen uit de filosofie verhaspelt (1) Immanuel Kant begon zijn Fundering van de metafysica van de zeden met de uitspraak dat ‘het geheel en al onmogelijk is om in de wereld (…) iets te bedenken dat zonder restrictie voor goed gehouden kan worden, behalve dan een goede wil’. Peels maakt ervan ‘dat niets zonder kwalificatie goed is, behalve een goede vrije wil’. Als hij vervolgens uitlegt dat Kant zo ‘een vredige en rechtvaardige samenleving nastreeft, waarin mensen zonder belemmering hun vrije wil kunnen uitoefenen, zolang ze daarbij anderen geen schade berokkenen’, laat hij zien dat hij echt niets begrepen heeft van de plichtethiek van Kant. Het gaat hier niet om een onjuiste interpretatie, maar om een onwaarheid.
Een vermakelijke noot hierbij is dat Arendt (2) uitvoerig bespreekt hoe tijdens het proces met Eichmann gediscussieerd werd over de categorische imperatief van Kant. Eichmann wist die goed weer te geven, al erkende hij dat hij in zijn absolute gehoorzaamheid aan Hitler er afstand van had genomen. Ook deze discussie heeft Peels duidelijk niet gelezen. Anders had hij zich moeten schamen dat een Duitse oorlogsmisdadiger Kant beter begreep en uitlegde dan een hoogleraar filosofie aan een Nederlandse universiteit.

Geciteerd 2: Niet voor niets zegt de apostel Paulus: ‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend.’ Hoe is dat letterlijk zichtbaar in de Bijbel? Toen de wet Gods werd gegeven op de Sinaï stierven er drieduizend mensen (Exodus 32:28), toen de Geest Gods werd gegeven in Jeruzalem kwamen er drieduizend mensen tot leven (Handelingen 2:41).

NB. ‘Over de geknechte wil’ is een geschrift van de Duitse reformator Maarten Luther uit 1525. Luther schreef het als reactie op de leerstellingen van de Nederlandse humanist Erasmus. Deze had in 1524 het geschrift De libero arbitrio geschreven, een aanval op de leerstellingen van Luther (3).

(1) Waarheid is een behoefte van de ziel, leerde Hans Achterhuis. Maar in de inaugurele rede van hoogleraar Rik Peels leest hij vooral onwaarheden.
(2) Hans Achterhuis (1942) is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Twente en voormalig Denker des Vaderlands. Hij is gespecialiseerd in het denken van Hannah Arendt. Over haar schreef hij onder andere Ik wil begrijpen. De onbekende Hannah Arendt (2022).
(3) Aan het slot laat Luther zien hoe fundamenteel de kwestie van de vrije wil voor hem is. Wie de vrije wil leert, miskent de genade, ten diepste Christus. Het brengt de mens in een voortdurende onzekerheid. “Al zou ik ook eeuwig leven en eeuwig werken, nooit zou mijn geweten zekerheid en rust vinden: hóeveel moet ik nu eigenlijk doen, zodat het voor God nu ook genóeg is? Elke keer als ik iets volbracht had, zou die bezorgdheid blijven knagen: behaagt dit God nu of wil hij nog iets anders van mij? Het is de ervaring van alle gerechtigheidshelden.”

Bron citaat 1: Filosofie Magazine – ‘Ook hoogleraren filosofie verspreiden onwaarheden’ – door Hans Achterhuis
Bron citaat 2: het Zoeklicht – artikelen – ‘Leven in de vrijheid‘ – door Feike ter Velde.

Zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is. Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken (a). Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in jullie belang behouden blijven.’ (Paulus in Galaten 2 : 3-5 over het apostelconvent te Jeruzalem).
(a) Zie hierbij Johannes 8 : 30-36, 2 Korintiërs 3 en Galaten 5.

Bron afbeelding: The Beauty of the Sky and the Word of God

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Nauwelijks fundamentele huwelijksvoorbereiding voorhanden?

Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken (1), opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat jullie het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.
‘Daarom, broeders en zusters, beijver jullie des te meer om jullie roeping en verkiezing vast te maken; want als jullie dat doen, zult jullie nooit struikelen. Want zo zal jullie in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus. Daarom zal ik niet nalaten jullie altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel jullie ze weet en in de waarheid, die bij
(2) jullie is, versterkt bent.‘ (Woorden uit 2 Petrus 1)

Geciteerd 1: Voor de fundamenten van een huwelijk zijn helemaal geen bouwbesluiten. Er zijn zelfs geen bouwtekeningen. Naast de Pre-Marriage Course zijn er weinig manieren waarop een stel zich goed kan voorbereiden op de rest van hun leven samen, terwijl ik denk dat juist dan een stevig fundament gelegd kan worden om een levenslange relatie op te bouwen.
Geciteerd 2: Natuurlijk hoop ik ten diepste dat het echtscheidingscijfer zal dalen en de meldingen in de jeugdzorg minder hard zullen stijgen. Noem het utopisch, noem het naïef: ik geloof in de liefde en in duurzame relaties.
Geciteerd slot: Het is te zien dat ze gelukkig zijn met elkaar. ‘Wil je nog een kopje thee, liefje?’ gevolgd door een aai over haar hand. ‘Oh schatje, we dachten weer precies hetzelfde!’ terwijl ze hem liefkozend kriebelt. Verliefd kijken ze naar elkaar en lijken haast te vergeten dat ik (als trouwambtenaar, ter voorbereiding op het verhaal in het gemeentehuis) tegenover ze zit. Ze zijn dolblij dat ze in deze fase van hun leven de liefde opnieuw gevonden hebben; ze zijn al in de 70. Het stel dat tegenover me zit weet wel hoe het werkt, getrouwd zijn. Ik kijk nog eens naar ze, terwijl zij tersluiks een kus op zijn kale kruin drukt. Zelden zo’n klef stel meegemaakt.

Opgemerkt: Wie in een serieus Christus-gelovig gezin en gemeente opgroeit, dus daar waar (nog) heel Gods Woord open gaat en gehoord wordt, die krijgt fundamenteel levens- en huwelijksonderwijs mee (3). Maar dat draagt (later) alleen (ook nog) vrucht wanneer dan de gehuwden zelf ook niet nalaten dagelijks gelovig te bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer te mogen ontvangen door de bijstand en kracht van de Heilige Geest. En Die verlangt altijd weer dat we daartoe alle ons geschonken middelen trouw zullen (blijven) gebruiken – door alle nood en moeite heen, die ons mensen kan treffen! – omdat Hij dáárdoor en dáármee werken wil. En we mogen ook weten dat Hij ons de nodige liefde en wijsheid en kracht (volharding en doorzettingsvermogen) altijd weer wil schenken zonder verwijt (Jakobus 1 : 5-8). Wat zullen echtgenoten elkaar dan nog (kunnen/blijven) verwijten? (4)

(1) Jesaja 56:5; Johannes 1:12; Romeinen 8:15; Galaten 3:26.
(2) Het verkondigde Woord dat levend en krachtig is door de Heilige Geest van Wie we op grond van de Doop zeker mogen weten dat Hij ‘ook mij’ geschonken is.
(3) Het kwam en komt ons – om Christus’ wil! – allemaal toe uit Gods Vaderhand. We kunnen nergens prat op gaan tegenover elkaar, zeker ook niet in een huwelijk. Niet alleen in de gemeente, maar ook in huwelijk en gezin en familie gelden de woorden van Paulus, zoals we die lezen in 1 Korintiërs 4 vers 7: “Wie denken jullie wel dat je bent. Bezitten jullie ook maar iets dat je niet geschonken is? Alles is je geschonken, dus waarom scheppen jullie dan op (onder en tegen elkaar) alsof je het zelf verworven hebt?
(4) Alleen het niet trouw gebruiken van de middelen en/of ongeloof en wanneer er geen vergevingsgezindheid meer is, daar mag je een ander wel – in liefdevolle bezorgdheid en op een bescheiden manier – verwijtend over aanspreken.

Bron citaten: ND Opinie – ‘Wie leert je wat een goed fundament is voor een huwelijk? Hier moet meer in worden geïnvesteerd’ – Column van Cocky Drost.

De vreze des HEREN is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand. Want door Mij worden je dagen vermeerderd, worden jaren van leven je toegevoegd. Als je wijs bent, dan ben je wijs ten bate van je eigen welzijn, als je spot, zult je dat alleen (moeten) dragen.’ (Uit Spreuken 9 de verzen 10-12)

Bron afbeelding: Our Joyous Rejoicing – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie is er aan het woord in Gods Woord?

De Here God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden. En de Here God zei tegen de mens: Van alle bomen van de hof mogen jullie vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mogen jullie niet eten, want op de dag dat je daarvan eet, zullen jullie zeker sterven.‘ (Uit Genesis 2 de verzen 15-17)
De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de Here God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?
En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u.

Toen zei de slang tegen de vrouw: Jullie zullen zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat jullie daarvan eten, jullie ogen geopend zullen worden en dat jullie als God zullen zijn, goed en kwaad kennen
En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was en hij at ervan
.’ (Uit Genesis 3 de verzen 1-6)

Geciteerd 1: Als je van die boom eet, zul je alles begrijpen, zegt het verhaal. Je zult zijn ‘als God zelf’. Maar: wát zul je dan begrijpen? (…) Een boom ‘om verstandig te worden’, zegt de Statenvertaling.
Geciteerd 2: God waait door het paradijs, op zoek naar de mens, en ontdekt dat er iets veranderd is. De onbevangenheid lijkt weg. Er hangt iets in de lucht van een zelfbewust weten. De mens heeft zijn verstand gevonden. God zoekt hem: ‘Mens, Adam, waar ben je?En Hij hoort van Adam waar Hij al bang voor was: ‘Ik heb me verstopt. Toen ik U hoorde werd ik bang, want ik was naakt.’ Dat zegt iemand die weet heeft van licht én donker. De veiligheid van alleen het goede is er niet meer. De mens weet nu dat hij kwetsbaar is, dat leven ook buiten Gods bereik kan zijn. Daarvoor kan hij kiezen. Dat is groots én beangstigend.

Opgemerkt 1: Zullen we niet deze predikante, die hier aan het woord is, maar zullen we toch maar de Schrift Zelf de Schrift laten uitleggen door Schriftwoord met Schriftwoord te vergelijken en dat met eerbiedig gebed om leiding van de Heilige Geest daarbij! Dan zullen we dus ook de latere Schriftopenbaring gebruiken om het boek Genesis goed te kunnen lezen en begrijpen en toepassen.

Opgemerkt 2: Het is zo eenvoudig, bij de boom van de kennis van goed en kwaad gaat het om ons Godsvertrouwen, om het vertrouwen dat God liefde is en dat Hij op Zijn Woord vertrouwd kan en moet worden. De menselijke geest kan Gods Geest (nog!) niet doorgronden en zal zich dus hebben te verlaten op Gods Woord. Wanneer de schepping en het schepsel een God zou hebben Die niet Liefde is en Die (daarom) niet te vertrouwen is op Zijn Woord, dan weet de schepping en het schepsel nooit waar ze aan toe zijn en dan heeft de satan gelijk dat de mens maar op eigen houtje moet gaan uitzoeken/uitvinden wat goed en kwaad is in deze wereld en welke rol God daarin speelt (nog te spelen heeft, als de mens zich ‘buiten Gods bereik plaatst’).

Opgemerkt 3: De boom van de kennis van goed en kwaad is geen ‘gebodsboom’ maar een ‘geloofsboom’. Vetrouwt de mens God op Zijn Woord en laten Adam en Eva de boze maar praten en vluchten ze van hem weg naar God of zullen ze geloof hechten aan het woord van een schepsel en (daarmee alle) vertrouwen geven aan de capaciteiten van het hun geschonken (schepsel)verstand.

Opgemerkt 4: De mens had in het paradijs nog maar weinig meer Godsopenbaring dan wat ze met eigen ogen in de goede schepselenwereld zelf hadden kunnen waarnemen. Toch wilde God de mens Zijn Liefde ten volle gaan openbaren. En daarvoor koos Gód de weg van de zondeval en de schenking en openbaring van Zijn geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus (Zie Kolossenzen 1 : 12-20). Langs die Weg zou duidelijk worden dat de mens – ondanks zijn/haar goede gaven niets van zichzelf te verwachten heeft, maar wel alles van God mag en zal verwachten. Hoe kan het ook anders! Daarom hierbij nog het volgende citaat n.a.v. woorden uit Zacharia 7.

Maar zij weigerden te luisteren.‘ (Zacharia 7 vers 11a)

Geciteerd 3: Wat hadden dan de bewoners van Jeruzalem van voor de ballingschap (aan wie Zacharia herinnert) gedaan? Och, dat kan men eigenlijk heel moeilijk zeggen. Men kan veel beter zeggen wat ze niet gedaan hebben. Ze hadden namelijk niet geluisterd.* (vers 11 en 12a).
Overigens waren het bepaald nette mensen. Ze hielden de vastendagen en de gebedsdagen en de feesten stipt en trouw, en ze zouden er niet over denken ook maar een tittel of jota te laten vallen. Het waren ook daverende diensten en volle tempelzalen, al zouden ze niet met de hand op het hart durven verklaren, dat het liefdedienst was, die hen nooit verdroot, want onder de tempeldienst door dacht wel eens iemand bij zichzelf: wat duurt die sabbat toch lang; wanneer zullen we weer kunnen verkopen; maar (ere)dienst was het toch in elk geval wel, maar vooral één ding deden ze daar niet: luisteren.
Ze hóórden natuurlijk wel wat de profeten zeiden, maar ze luisterden* niet. Dat is namelijk nog wat anders.
* En dat niet goed luisteren komt altijd weer voort uit gebrek aan Godsvertrouwen en een teveel aan zelfvertrouwen!

Geciteerd 4: Deze geestelijke doofheid heeft de meest catastrofale gevolgen gehad. Zacharia verklaart namelijk, dat daaruit ontstaan is ‘een grote toorn van de Heer van de hemelse legermachten‘ (vers 12b). Wááruit? Uit dat niet-willen-horen.
Wij kunnen het begrijpen, dat de toorn van God losbarst over de goddeloosheid van Sodom en Gomorra of over de heiligschennis van Belzasar, die de heilige bekers van Gods huis voor zijn drinkgelag gebruikt. Dat is te zeggen: we reserveren de toorn van God voor boeven en schavuiten, rovers en spelers, dronkaards en dergelijk gespuis. Maar deze beschouwing berust op een ernstig misverstand!

Geciteerd 5: Laat het tot u doordringen dat de donderwolken van het gericht zich niet samenpakken boven de afgodstempels van de heidenen en de feestzalen van deze wereld, maar boven Sions zalen, waar het overigens heel fatsoenlijk en netjes toegaat, maar waar mensen zitten die… niet luisteren! Daar dus óók Gods gericht? Nee, … juist daar! Het oordeel begint bij het huis van God, en bovendien is niet-luisteren niet zo’n futiliteit als men geneigd is te denken. Het is de wortelzonde van ons menselijk geslacht. Adam en Eva ruïneerden hun leven en gingen in ballingschap omdat ze niet luisterden naar God – waarom zouden dan de kinderen Israëls niet in ballingschap gaan, als ze niet luisteren?

Daarom is het gegaan zoals Hij geroepen had maar waarnaar zij niet geluisterd hadden, evenzo riepen zij maar luisterde Ik niet, zegt de HEERE van de hemelse legermachten.’ (vers 13)

Geciteerd slot: Het antwoord van de profeet Zacharia op de ter synodetafel gebrachte kwesties kwam dus hier op neer: laat jullie godsdienst niet in vasten, maar in luisteren bestaan. Dat is het hart van alle ware godsvrucht. Men kan van de schapen van Jezus’ kudde allerlei goede eigenschappen opsommen. Kenmerkend zo men wil. Die schapen zijn volgzaam, zachtmoedig en nederig van geest, wat ze allemaal van de Goede Herder geleerd hebben; ze zijn bestemd om ter slachting geleid te worden. Maar het allereerste en allerbelangrijkste is dit: ‘Mijn schapen horen Mijn stem.

> Leestip: De zeven brieven aan de gemeenten in Klein-Azie in Openbaring 2 t/m 3.

Bron citaten 1-2: ND Opinie – ‘Je staat voor de keus en je weet: doe dat maar niet, want dat heeft grote gevolgen’- door ds. Rolinka Klein Kranenburg (predikant van de Veenkerk (PKN) in Amersfoort Vathorst)
Bron citaten 3-slot: Het boek ‘De twee getuigen (Haggaï en Zacharia)’ van ds. H. Veldkamp (1895-1956)

‘Waarlijk mijn ziel, keer je stil tot God
want van Hem is mijn verwachting;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Op God rust mijn heil en mijn eer,
mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk,
stort jullie hart uit voor Zijn aangezicht;
Gód is ons een schuilplaats.
(Uit Psalm 62 de verzen 6-9)

Bron afbeelding: Heartlight Gallery

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over synodale kwesties…

De stad Bethel had Sareser en Regem-Melech met zijn mannen afgevaardigd om de gunst van de HEER af te smeken en om aan de priesters van de HEER van de hemelse legermachten en aan de profeten de volgende vraag voor te leggen: “Al jarenlang wordt er bij ons in de vijfde maand getreurd en gevast. Is het werkelijk nodig dat we dat blijven doen?”‘ (Uit Zacharia 7 de verzen 2-3)

Geciteerd 1: We zitten nu inmiddels in het vierde jaar van koning Darius, dat is twee jaar na de aanvang van de tempelbouw, en als de kerk zich zo geleidelijk ontwikkelt, komen als vanzelf ook verschillende vraagpunten aan de orde. Na de benauwing en strijd van de eerste jaren gunt men zich nu de weelde van het theologisch dispuut… (…) Kennelijk was het de bedoeling over de betreffende kwestie een principiële uitspraak te verkrijgen en ze legden daarom hun vraag niet alleen voor aan de priesters, maar ook aan de profeten die onder een bijzondere verlichting van de Heilige Geest stonden. (…) Sareser en de zijnen willen met hun vraag niet alles overhoop halen. Er waren immers wel meer van die vastendagen. Alleen over de voornaamste vastendag (vanwege de verwoesting van de tempel door de Chaldeeën) vragen ze nu een uitspraak van de synode, en uit de principiële beslissing van deze vergadering zullen ze dan meteen hun consequenties kunnen trekken voor de overige vastendagen. Zowel formeel als materieel wensen zij de zaak correct te behandelen.

Geciteerd 2: Namens het college van priesters en profeten is Zacharia als rapporteur opgetreden. Beter gezegd: namens de Here heeft hij de vragers van antwoord gediend, want ‘het woord van de HEER geschiedde’ tot hem (vers 4) en men kan gerust zeggen dat geen synodale beslissing ooit zozeer onder de leiding van de Heilige Geest (1) heeft gestaan, als dit antwoord aan de afgevaardigden van Bethel.

Geciteerd 3: Het is mogelijk dat iemand zegt: dit antwoord interesseert mij niet, omdat de vraag (van toen) mij niet interesseert. In dit laatste schuilt een groot element van waarheid. Vragen over het al of niet vasten hebben nauwelijks of niet onze belangstelling meer, en zijn door kwesties van geheel andere aard vervangen. In het licht van de problemen die vandaag het kerkelijk leven beroeren, en de agenda’s van de synodes vullen, zou misschien de vraag gesteld kunnen worden: waar maakten die mensen zich toch druk over. Men behoeft daarvoor trouwens niet tot Anno 4 van Darius terug te gaan, en wie zal zeggen hoe latere generaties over ónze brandende kwesties denken. Maar dat neemt niet weg dat het antwoord van Zacharia ons wél interesseren moet. In de eerste plaats natuurlijk omdat het een openbaring van de HEER is, en die openbaring is voor alle eeuwen. Zacharia moest niet alleen in besloten zitting de afgevaardigden van Bethel beantwoorden, maar publiek zijn woord spreken ‘tot heel het volk in dit land‘ (vers 5) en daar horen wij ook bij!
Maar in de tweede plaats is dit antwoord ook voor ons van het hoogste belang om twee redenen, die hierna volgen.

Geciteerd 4: In zijn antwoord heeft Zacharia niet beweerd, dat de kwestie van het vasten de Here volkomen onverschillig was, zoals diegenen volhouden, die alle uitwendige vormen en formuleringen van nul en generlei waarden achten. De ziel vereist nu eenmaal een lichaam, de kerk een instituut en het geloofsdogma een formulering. In de vraag ‘Hebben jullie dan voor Mij gevast?’ ligt zelfs opgesloten, dat God die vastendagen wel kon waarderen, als het tenminste voor Hém gebeurde. Als teken van verootmoediging van het hart kan zo’n vastendag de Here aangenaam zijn, want de offers voor God zijn een geheel verbroken geest (Psalm 51 : 18-19). Maar het schijnt dat er meer geweend werd om het verlies van het beloofde land en de tempel dan om de zonde, en zo wordt het verwijt: Jullie hebben niet voor Mij gevast, maar voor jullie zelf, bijzonder scherp. Zulke veruitwendigde godsdienst is voor de Here een gruwel.

Geciteerd 5: Wat Zacharia nu vooral naar voren wil brengen is dit, dat ze de hoofdzaak niet mogen vergeten. Ze hebben zich zo in hún allerbelangrijkste kwesties vastgebeten, dat wat het eigenlijke is van de dienst aan God op de achtergrond is geraakt. Want het Koninkrijk van God is niet gelegen in spijs en drank, in bepalingen en strijdvragen, maar zo zegt de HEER: ‘betracht waarheid in jullie rechtspraak, en beoefen liefde en barmhartigheid jegens elkaar; weduwe en wees, vreemdeling en arme zullen jullie niet onderdrukken, en niemand zinne in zijn hart op het ongeluk van zijn broeder of zuster’ (verzen 9-10).
Vat men dit alles samen in de taal van het Nieuwe Testament, dan komt het hier op neer, dat de profeet aan de mensen die zich zo druk maken over allerlei kwesties, te bedenken geeft dat ze vóór en in alles het beeld van Christus zullen vertonen. Dat is de zuivere en onbevlekte godsdienst/eredienst! (2)

En als een van de vragers ter synode zou geïnterrumpeerd hebben: daar schieten we niets mee op, dat is een heel andere kwestie, dan zou Zacharia geantwoord hebben: juist, dat is ook een heel andere kwestie, maar dit is de kwestie die God het meest interesseert, en als jullie daar nu ook maar heel veel mee bezig zijn, hoe het leven van Christus in jullie tot openbaring komt (‘gestalte krijgt‘ – zie Galaten 4 : 19), door niet in jullie hart te bedenken een ander kwaad te berokkenen, dan wordt dit een kwestie van het hoogste belang, en volgen júllie kwesties als dingen van de tweede (of mindere) rang. Bovendien zijn júllie kwesties dan de oplossing nabij!

Geciteerd slot: Zo wordt dit profetisch antwoord ook voor ons allerbelangrijkst. En beschamend!
Het gevaar is niet denkbeeldig , dat wij zo druk met allerlei – volgens het onderwijs van Gods Woord – bijzaken in de weer zijn, dat we de hoofdzaak uit het oog verliezen; muggen uitzuigen en kamelen doorzwelgen. Het koninkrijk van God is niet gelegen in woorden, principiële uitspraken, uitwendige vormen en vastendagen, maar in kracht. Het feit dat er vele gewichtige vragen aan de orde zijn, is op zichzelf nog geen bewijs van leven. Het kan ook levenmakerij en bravour zijn. Hét levensteken is, dat Christus in ons heerschappij voert. Dé hoofdvraag die als punt één moet staan op elk synodaal agendum, op het program van elke levensdag is niet: moet ik wenen in de vijfde maand en mij onthouden, zoals ik nu reeds zoveel jaren heb gedaan’, maar heb ik lief? Dat was ook de vraag, die aan Petrus gesteld werd, alvorens hij zijn ambtelijk werk kon verrichten om de schapen te weiden en de lammeren te hoeden.
Als deze kwestie maar is ‘opgelost’, verdwijnen heel wat kwesties, terwijl andere de oplossing nabij zijn.

(1) Denk hierbij ook aan het apostelconvent in Jeruzalem (Handelingen 15) en hoe ‘onvoorstelbaar beperkt’ deze synode de gemeente in Antiochië ‘de les las’ (voorschreef)!
(2) Zie hierbij Romeinen 12 en Jakobus 1 : 25-27.

> Zie hierbij ook: ‘Ambtsherstel bij priester en volk…’

Bron citaat: Het boek ‘De twee getuigen (Haggaï en Zacharia)’ van ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Hier zullen jullie je aan houden: Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken; wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want daar heb ik een afkeer van – spreekt de HEER.’ (Uit Zacharia 8 de verzen 18-19).

Bron afbeelding: Kingdom Way
(Bible Verses to help you Speak The Truth In Love)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Aanvullend bij ‘Over ambtsherstel van priester en volk’.

Luister, hogepriester Jozua, jij en je priesters die voor je zitten en die in staat zijn tekens uit te leggen. Ik zal Mijn Dienaar sturen, de Telg (Spruit) aan de stam van David.’ (Uit Zacharia 3 vers 8 )

Opgemerkt 1: Door dat ambtsherstel van priester en volk kon Israël toch nog weer als de bron van heil voor alle volken gaan functioneren, daartoe diende hun (na de ballingschap vernieuwde) uitverkiezing, namelijk dat door het teruggekeerde volk de Messias toch nog geboren zou worden uit de stam van Isaï/David.

Opgemerkt 2: Mogelijk kunnen wij daarom Stefan Paas (toch meer) bijvallen dan (eerder) gedacht, tenminste wanneer we erkennen dat er in de kerken (weer) meer aandacht moet komen voor het ambtswerk/ambtsherstel (van alle leden!). Dus dat we als ons als leden van de kerken meer toerusten en laten toerusten om met daad en woord een zoutend zout en een lichtend te zijn in deze wereld. Dat we niet de leden (dopelingen) eerst alle zekerheid afnemen (of niet gunnen), zodat ze in feite alleen nog maar denken kunnen aan en bezig zijn met hoe ze hun ‘eigen hachje’ zullen (laten) veiligstellen voor de eeuwigheid (lees: hoe ik eerst wedergeboren zal/moet worden en wanneer kan ik zeggen dat het zo ver is) en waardoor ze aan de dankbare liefdedienst aan God en de naasten niet toekomen. En die dankbare liefdedienst vraagt ook altijd weer om samen trouw gebruik te maken van alle middelen* die God Zijn gemeente(n) geschonken heeft.
* Zie hierbij de tekst uit Zacharia 4 vers 6b onderaan.

Opgemerkt 3: Daarom is het ook van zo’n groot belang dat de kerken de betekenis van de Doop goed (leren) verstaan en die ook weten door te geven (te leren) aan de nieuwe generaties. Want voor ons eeuwig behoud, daar is al voor gezorgd, en nu mogen wij (dopelingen) het Evangelie doorgeven met daad en Woord. Dan zullen we toch ook altijd weer vredestichters zijn in de omgeving/wereld waarin God ons geplaatst heeft (gezin, familie, gemeente, werkkring en maatschappij).

>> Zie hierbij ook deze blogs: ‘Geloof heeft niets van zichzelf…’ en ‘Er is maar één Evangelie!’ en
de aan deze blog voorafgaande blog: ‘Over ambtsherstel van priester en volk…’

Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEER van de hemelse machten.’ (Uit Zacharia 4 vers 6b)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ambtsherstel van priester en volk…

De Engel van de Heer zei tegen satan: “De HEER zal je het zwijgen opleggen. De HEER Die Jeruzalem heeft uitverkozen, zal jou het zwijgen opleggen. Is deze Jozua niet een brandhout uit het vuur gerukt.’ (Uit Zacharia 3 vers 2)

Vooraf: In het boek ‘De twee getuigen’ van ds. H. Veldkamp (1895-1956) lezen we over dit gedeelte van Zacharia 3, nadat hij eerst heeft laten zien dat het daar – bij dat conflict tussen God en satan over de hogepriester Jozua – gaat om het recht van herstel van het priesterschap in de tempel van Jeruzalem. Satan vindt dat dát niet meer kan, en klaagt o.a. over de vuile kleren van Jozua, maar satans beschuldigingen – terecht of niet terecht – doen Gods verkiezende liefde niet teniet!

Geciteerd: Naar twee kanten zet de Here in dit nachtgezicht de dingen recht. Alle licht valt op de verkiezende genade van God, maar deze uitverkiezing maakt tegelijk klein en groot. Ze breekt af en bouwt op. De hoogmoed van het ‘vleselijke Israël’ krijgt een geduchte knauw doordat deze kinderen van Gods volk moeten horen, dat het alleen aan Gods genade te danken is, dat het volk nog een toekomst heeft. Lag het aan hén, ze waren lang vergaan, maar Hij Die Jeruzalem nog verkiest, heeft ze uit het vuur gerukt. Wie bij Gods genadige uitverkiezing een hoge borst opzet, heeft er niets van begrepen. Wie verkiezing zegt, zegt genade. Tegelijk: door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.
Maar diezelfde verkiezing – dat mogen de kleingelovigen onthouden – is ook een rots, waartegen alle aanvallen van de satan te pletter lopen. Zelfs de grote schuld van Israël – zinnebeeldig voorgesteld door de vuile kleren van Jozua – kan de verkiezende liefde van God niet uitblussen. God kan Zijn volk straffen, in ballingschap werpen of wat ook. Maar Hij kan Zich van Zijn volk niet meer ontdoen. Dát is onmogelijk. Het is een goddelijke onmogelijkheid. Goed móét dat volk wel weer de deuren ontsluiten. Hij is dat niet aan hen, maar aan Zichzelf verplicht. Daarom is genadige verkiezing het enige steunpunt waaraan het verslagen hart zich oprichten kan, het cor ecclesia, het hart van de kerk, dat als het gezond is (beter: als het zich altijd weer bekeert en genezen laat), zingen kan en zingen moet: ‘Welzalig dien Gij hebt verkoren‘ (Uit het 2e vers van Psalm 65, berijmd, OB)

Geciteerd 2: Het is ambtsherstel van Jozua. Jozua moet nu engelendienst gaan verrichten op aarde. Hij mág engelendienst verrichten. Dat wil zeggen: trouw en gewillig in het hem opgedragen ambtswerk. De aardse dienst en ambtstrouw hangt met de ‘hemelse’ heerlijkheid ten nauwste samen. Want wie op aarde niet getrouw is in zijn ambt, kan zich in de hemel niet thuisvoelen, waar alles trouw en gewilligheid en liefde is.

Opgemerkt: De woorden ‘een brandhout uit het vuur gerukt‘ dienen we dus niet op de persoonlijke bekering van de hogepriester Jozua te betrekken, maar op Gods genadige herstel van de ambtsdienst van deze priester voor die van het hele volk. De hoge priester eerst met vuile kleren bedekt en daarna in ere hersteld, is tevens profetie van onze barmhartige hogepriester Jezus Christus, die al onze schuld op Zich genomen heeft, maar daarna ook uitermate is verhoogd en een Naam heeft gekregen boven alle naam. Dat in Hem en door Hem Gods verkiezing werkelijkheid kon worden, Die gestorven is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Zie ook deze volgende blog: ‘Aanvullend bij ‘Over ambtsherstel van priester en volk…”

‘Een stroom van ongerechtigheden
Had d’ overhand op mij;
Maar ons weerspannig overtreden
Verzoent en zuivert Gij.
Welzalig, dien Gij hebt verkoren,
Dien G’ uit al ’t aards gedruis
Doet naad’ren, en Uw heilstem horen,
Ja, wonen in Uw huis.’
(Psalm 65 vers 2, berijmd, OB)

Bron afbeelding: Bible Verse Image Browser

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Heer, ik heb geen mens’…

…en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. Toen hij hun geloof (!) zag, zei Hij tegen hem: ‘Jouw zonden zijn je vergeven.‘ (Uit Lukas 5 uit de verzen 19-20)

Geciteerd: ‘Wil jij gezond worden?’ Het is dezelfde vraag die Christus iedere keer ook aan ons stelt als het Evangelie tot ons komt. Misschien zeg jij: ‘Ik heb geen mens.’ (1) Klaag dan je nood niet bij mensen, maar bij Hem, Die je waarlijk helpen kan en wil.

Opgemerkt: Je zal toch maar geboren zijn in het Ziekenhuis waar de beste Geneesheer het voor het zeggen heeft en Die Zelf bij de pasgeboren patiëntjes langs gaat om ze in Zijn armen te nemen en hen te zegenen met Zijn Woord en Geest (met en door hun Doop) en dat dan een onder-geneesheertje (in zwart pak) (2) je elke zondag weer laat horen, dat de toegang tot de spreekkamer én de medicijnen van deze Geneesheer alleen toegankelijk zijn voor mensen die eerst zélf nog tot de conclusie gekomen zijn dat ze ziek zijn en die daarbij dan ook nog anderen kunnen vertellen hoe ze tot die diagnose gekomen zijn. Wanneer dat het geval is, ja dan willen die onder-geneesheren je wel toelaten tot de spreekkamer (voor die tijd voeren zij dáár wel het gesprek over jou) en tot de meest effectieve medicijnen – Doop (3) en Avondmaal-, maar daarmee onthouden ze dus juist de jongeren en de zwakken (4) wat ze zo hard nodig hebben. Hoe kunnen ze dat toch ooit (nu en later) verantwoorden?!

NB. Met bovenstaande is niet beweerd dat bovenstaande woorden ook van toepassing zijn op ds. D. Zoet uit wiens woorden (meditatie) hier is geciteerd!

(1) Zelfs m’n eigen predikant of andere leden van het pastoraat helpen me niet.
(2) Is er niet een opvallend/sterk verband tussen het wetticisme en zwarte pakken dragen. We zien die voorkeur bij zeer orthodoxe Joden en zeer bij orthodoxe christenen. Heeft het niet te maken met ‘de letter doodt’ (de letter van de Wet in stenen tafels gegrift leidt tot veroordeling) en het gemis (ontkenning/verstarring) van te kunnen en mogen leven van de Geest Die levend maakt (en vrijspraak van de veroordeling der Wet verkondigt). – Zie hierbij 2 Korintiërs 3.
(3) Zelfs het (juiste) gebruik van hun Doop wordt hen niet geleerd/toegestaan. En is niet juist de Doop en de daarbij van God gehoorde woorden bij uitstek het hulpmiddel (van en voor het geloof) wanneer geen mens je meer wil helpen…
(4) Waaronder jongeren en (andere meer) kwetsbare medemensen (vrouwen, homofielen, etc.)

U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Uit Matteüs 16 vers 16)

Geciteerd 2: Deze belijdenis van Petrus zou niet zonder aanvechting zijn gebleven, wanneer de ongelovige Joden erbij waren geweest en deze woorden hadden gehoord. Net als in onze dagen de werkheiligen het niet zonder aanvechting laten als wij zeggen: ‘Alleen het geloof in Christus maakt zalig.’ Dit zouden zij gezegd hebben: ‘Wat? Zou Mozes, zouden de Tien geboden, de (ere)dienst aan God en het offer niets helpen?’ Wel, hier klinkt uit Jezus mond en staat er geschreven: ‘Zalig ben jij, Simon, zoon van Jonas.‘ Nu heeft Petrus echter niets (meer) gedaan dan alleen dat hij met de mond heeft beleden wat hij van Christus in zijn hart geloofde. (5)

(5) Johannes 6 : 28-29, Romeinen 10 : 9 en 1 Johannes 3 : 23.

> Zie ook: ‘Over het dopen van onze kinderen (Slot)

Bron citaat 1: RD #Bezinning #Meditatie – ‘Heer, ik heb niet één mens’ – door ds. D. Zoet
Bron citaat 2: Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 18 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

En Jezus antwoordde en zei: Zalig ben je, Simon Bar-Jona; want vlees en bloed hebben je dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemel is.‘ (Uit Matteüs 16 vers 17)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het dopen van onze kinderen (Slot)

Broeders en zusters, dankzij het bloed (!) van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom, omdat Hij voor ons met Zijn lichaam – door dood en opstanding heen – een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen (!). We hebben nu een Hogepriester Die dienst doet in het huis van God; laten we dan God naderen met een oprecht hart en vast geloof, nu ons hart gereinigd is, we van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water gewassen is. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden (!) waarop we hopen (!), want Hij Die de belofte gedaan heeft is trouw.’ (Uit Hebreeën 10 : 19-23)

Geciteerd 1 (Paul Dekerf): Ik ben bereid om verder te praten over de kinderdoop, maar ik verwacht wel een duidelijke argumentatie als basis voor ons gesprek.
Opgemerkt 1: Graag zal me voor jou en anderen inzetten om nog duidelijker te zijn dan ik al was.

Geciteerd 2 (PD): U stelt dat Ananias doopte in opdracht van God, en beweert dat we dat nog steeds doen, ook bij onze kinderen. Dit is echter geen eerlijke vergelijking.
Opgemerkt 2 (AJ): Wanneer wij niet dopen in opdracht van God (naar o.a. Matteüs 28 : 19), maar in opdracht van de kerk of van een gemeente of van een gewichtige persoon of kerkelijke figuur, dan zijn we (finaal) op het verkeerde spoor. De doop van Johannes de Doper was toch ook al in opdracht van God en dus niet uit een mens, maar ‘uit de hemel’ (Lukas 20 vers 4!). Dat God de Vader en de Heilige Geest en ook de Zoon aan het werk waren met en door de doop van Johannes blijkt onmiskenbaar bij de doop van onze Heer in de Jordaan zoals we dat lezen in Matteüs 3 vanaf vers 15, waar onze Heer zegt: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’. (Lees hierbij ook Lukas 7 : 24-30 en m.n. vers 27).

Geciteerd 3 (PD): Tevens zegt u dat de levende Vader, de Zoon en de Heilige Geest bij elke doop aanwezig zijn en dat zij het werk verrichten, zelfs bij onze kleine kinderen. Maar deze bewering is niet onderbouwd.
Opgemerkt 3 (AJ): Wanneer wij dopen in de naam van onze Drie-enige God dan is Hij niet afwezig en kijkt Hij niet weg, maar Hijzelf stelt Zich daar garant voor de Doop van de betreffende dopeling en dat op basis van Jezus sterven en opstanding in het ‘jaar 33’. Dáár en toen werd iedere dopeling mee begraven en mee opgewekt met Christus en dat iemand gedoopt wordt betekent dan ook zondermeer dat die dopeling daar nu ook deel aan heeft. Dat kan en mag niemand hem of haar meer afnemen of ontzeggen, daar mag én zal een dopeling – hoe veel zonden er (inmiddels) ook op zijn of haar naam staan – ook altijd weer zich gelovig op beroepen en zich aan vastklemmen: U (!) hebt mij gedoopt (gezalfd) – zie o.a. Psalm 40 : 12-13 en Psalm 51 : 13 en 1 Johannes 2 : 26-27.

Geciteerd 4 (PD): De Bijbel verklaart tevens dat de doop een begrafenis met Christus is en een opstanding tot een nieuw leven (Romeinen 6:3-4; Kolossenzen 2:12). Dit betekent dat de dopeling zelf een transformatie moet ondergaan van dood naar leven, van duisternis naar licht, van zonde naar gerechtigheid. Hoe kunnen kleine kinderen dat bewerkstelligen?
Opgemerkt 4 (AJ): Precies! Wie kan dat wel bewerkstelligen? De zuigeling-dopelingen in Korinte (zie 1 Korintiërs 3) moesten na hun doop dat hele proces nog ondergaan. Paulus (en zijn medewerkers die daar doopten) konden – net als bij een baby – heus niet vaststellen hoe waar het geloof van hun dopelingen was en met hoeveel recht ze hun doop zouden kunnen ontvangen (trouwens geen mens heeft recht op de doop, hoe ‘hoog-geestelijk’ hij zichzelf ook inschat) en ze moesten door het werk van de Heilige Geest en onder het werk van de apostelen en door het samenleven in de gemeente – met daarbij de eerbiedige vieringen van het Avondmaal (lees Paulus ernstig vermaan in 1 Korintiërs 11 : 17-34) nog een heel transformatie proces ondergaan. De in de gemeente geboren kinderen mogen delen in dat altijd weer doorgaande transformatieproces dat de Heilige Geest bewerken wil door trouw gebruik van de middelen te beginnen met en door hun Doop (zie hierbij Filippenzen 3 : 7-16 en 2 Petrus 1 : 16-19).

Geciteerd 5 (PD): Ook staat in de Bijbel dat de doop een eenheid met Christus en zijn lichaam, de kerk, betekent (1 Korintiërs 12:13; Galaten 3:27-28; Efeziërs 4:4-6). Dit veronderstelt dat de dopeling zelf een verbondenheid moet voelen met Christus en zijn volk, en bereid moet zijn om hen lief te hebben en te dienen. Hoe kunnen kleine kinderen dat realiseren?
Opgemerkt 5 (AJ): Nee die verbondenheid moeten we niet eerst (kunnen) voelen, maar die verbondenheid is er door de Heilige Geest en als eerste teken van die daadwerkelijke verbondenheid is ons de Doop gegeven. Die verbondenheid is niet een gevoelsstuk maar een geloofsstuk, we belijden toch niet voor niets: ‘Ik geloof een heilige, algemene, Christelijk Kerk, de gemeenschap der heiligen;’…

Opgemerkt slot (AJ): Het is me duidelijk dat jij de gelovende mens veel te hoog hebt zitten. Maar Psalm 8 laat het ons al horen en onze Heer bevestigde het diverse malen dat de kinderen ons voorgaan en dat we hen ten voorbeeld moeten nemen in het geloof en in het prijzen van God. Daarom aan jou nu deze vraag: Wanneer (op/vanaf welke leeftijd) zou jij kinderen, die in de gemeente van onze Heer geboren werden, dan willen dopen? Vanaf wanneer zou jij hun geloof serieus willen/durven nemen? Deze kinderen wordt de waarheid verteld en ze geloven die en dat op een manier zoals het hoort en waar de Heilige Geest Zich helemaal niet te goed voor voelt (integendeel zelfs!): Mijn lieve vader én moeder zeggen het, dus het is waar. Punt uit. – Konden wij volwassenen de ons verkondigde waarheid van het Evangelie altijd maar weer zo vol vertrouwen aannemen en geloven! Dáár wil de Heilige Geest ons – de gedoopte leden van Christus gemeente – bij helpen, ons leven lang, te beginnen met en door de Doop! Vandaar ook dat alle leden van een christelijk huisgezin behoren gedoopt te zijn.

Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hém (!) hebben wij allen (!) door één Geest toegang tot de Vader. Zo zijn jullie dus geen vreemdelingen meer, maar burgers, net als de heiligen, en (daarmee) huisgenoten van God, gebouwd (niet op basis van jullie geloof maar) op het fundament van de apostelen en profeten met Christus Jezus Zelf als de Hoeksteen. Vanuit Hém groeit het hele gebouw, steen voor steen – ook de kinderen horen daar helemaal bij! Zie 1 Johannes 2 : 12-13 en 26-27 -, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie jullie ook opgebouwd worden (dat is een doorgaand gezamenlijk te ondergaan proces!) tot een woonstede Gods door Zijn Geest. (Uit Efeziërs 2 de verzen 17-22)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De/onze Doop geen ‘magisch ritueel’!

We zijn door de Doop in Zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden.’ (Uit Romeinen 6 vers 4)

Geciteerd (Paul Dekerf): De doop is geen magisch ritueel dat iemand zomaar een kind van God maakt. De doop is een gebed dat de innerlijke verandering van het hart uitdrukt. Het is een getuigenis van het geloof dat iemand al bezit, niet de bron ervan. Zoals Paulus zelf zegt in Romeinen 10:6-10.
Paulus is een voorbeeld dat u aanhaalt. U schrijft: “Uit de mond van onze Heer vernam hij niet dat hij genade gevonden had bij God. Ananias moest hem dat vertellen en hem er ook toe aansporen om niet langer te aarzelen, maar zich nu eerst ook te laten dopen.” Daarmee wilt u zeggen dat Paulus niet op zijn eigen ervaring steunde, maar op de getuigenis van een ander. Dat is echter een onjuiste voorstelling van zaken.

Opgemerkt: Alles wat je schrijft over Paulus roeping en Doop heb ik verdisconteerd in mijn opvatting over roeping en Doop van Paulus. Ja, de Heer verscheen hem op bijzondere wijze maar met een verwijt en nog geen genade-woord. Later heeft onze Heer hem nog meer geopenbaard over het Evangelie (we lezen diverse keren dat Paulus daarvan spreekt). Maar hij heeft toch echt (eerst) uit Ananias mond moeten vernemen wat God met hem van plan was en hoe genadig God deze christenvervolger wilde zijn door hem op te nemen in de kring van de apostelen, ook al wilde men in Jeruzalem daar nog maar niet zomaar aan. En voor het ontvangen van zijn Doop moest Paulus door Ananias aangespoord worden, omdat hij blijkbaar nog twijfelde over of hij die woorden, die Ananias tot hem gesproken had, wel kon/moest geloven.
De Doop is geen magisch ritueel maar het is een door God geschonken en gewerkte realiteit en daarmee een geloofsstuk, want het is een zichtbaar bewijs van de dingen die we niet zien, maar wel hebben te belijden op grond van Gods Woord.

> Zie hierbij ook: ‘Wie geeft er nu betekenis aan de (z’n eigen) Doop?’

Zo moeten jullie ook jezelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus levend voor God.‘ (…) Denk aan (over) jezelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel jezelf in dienst va God als een werktuig van de gerechtigheid.‘ (…) ‘Maar God zij gedankt: jullie waren slaven van de zonde, maar nu gehoorzamen jullie met heel jullie hart de leer – ook die over jullie Doop, zie Hebreeën 6 : 1-2 – waaraan jullie je hebben toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebben jullie je in dienst gesteld van de gerechtigheid.’ (Uit Romeinen 6)

Bron afbeelding: ~ youarepursued-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie