Heerlijk Evangelie voor ‘eenvoudige’ mensen!

Geloven jullie niet dat Ik in de Vader ben, en dat de Vader in Mij is?
(Johannes 14 vers 10a, weergave DB 1545)

Geciteerd: “Ja (zeg je) ik zie en hoor dit allemaal wel, maar wie weet of God dat ook met mij voorheeft? Dan antwoord ik: Pas op voor zulke gedachten! Want daarmee scheid je de wil van God af van de wil van Christus. Dat is wat Filippus hier doet. Hij laat Christus los, en zoekt God boven in de hemel. Hij denkt: Ik hoor wel dat Christus dit tegen mij zegt, maar hoe kom ik erachter wat God in de hemel van mij vindt en wat Hij over mij heeft besloten? Is dit geen puur ongeloof en een verborgen verloochening van God?
Christus wil hem daarover vriendelijk bestraffen en hem zó van deze verderfelijke dwaling verlossen – daarom zegt Hij: Filippus, waar ben je mee bezig, dat je onderscheid maakt tussen Mij en de Vader? Waarom laat je je gedachten tot boven de wolken zweven en laat je Mij vergeefs met je spreken? Hoor je niet dat Ik zeg, dat wie Mij ziet, de Vader ziet? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Hoor je Mij bovendien niet zeggen: ‘De woorden die Ik spreek, zijn niet de Mijne, maar die van de Vader?’ (zie v. 9,10,11)
Dit zijn toch zeer indringende woorden van de Heere? Hij kan het immers niet aanzien dat de mensen zo vergeefs en onzeker om zich heen kijken en naar God zoeken, terwijl Hijzelf voor hen staat en met hen spreekt (zie Romeinen 10:6 vv). Christus wil dat wij ons alleen aan Hem en Zijn woorden binden, zodat wij God nergens anders dan in Hem zoeken.”
[Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis (Druck Frühjahr 1538), WA 45, 519 ff]

Opgemerkt: Dit is vanaf het begin van de schepping, van deze wereld en de mens, God doel geweest: Zijn Liefde openbaren – zie Johannes 3 : 16, en Kolossenzen 1 : 12-20.

Bron citaat: maartenluther.com – De Middelaar Gods en der mensen (2) – Hugo van Woerden, sr.

In Hem hebben jullie ook de boodschap van de waarheid gehoord, het Evangelie van jullie redding, in Hem zijn jullie, door jullie geloof, gemerkt met het stempel van de Heilige Geest Die ons beloofd is, als voorschot op onz erfenis, opdat allen Die Hij Zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid*.’ (Uit Efeziërs 1 : 3-14 de verzen 13-14)
* Gods eer ligt dus in de openbaring van Zijn reddende liefde en ons gelovig aannemen daarvan (zie ook Psalm 50!)

Bron afbeelding: Tumblr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vrijmoedig je mond open (durven) doen…

Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: “Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: “Heer, reken hun deze zonde niet aan!” (Uit Handelingen 7 uit de verzen 59-60)

Geciteerd: Ds. H. Brons: „Jezus bidt hier – in Lukas 23 : 34 – voor vijanden. Er spreekt een grote vergevingsgezindheid uit deze woorden. Hij bidt dat Zijn Vader Zijn vijanden vergeeft. Herkennen we ons als vijanden van God? Let dan op dat God inderdaad vergeeft.

Opgemerkt: Hoe vergevingsgezind onze hemelse Vader is en hoe graag Hij Zijn Zoon verhoort op het gebed bleek later wel bij de Farizeeër Saulus. Die kon zich heus niet aan z’n eigen haren uit het moeras (van farizeese hoogmoed) omhoog trekken, maar de Heilige Geest was al wel in z’n hart aan het werk geweest. Saulus had wat hij in de rede van Stefanus gehoord had, en waarmee de Heilige Geest tot in z’n hart hem geraakt had, ver van zich geworpen en hij had zich bij de leden van het Sanhedrin aangeboden (als een Judas) om de gemeente – tegen het advies van Gamaliël in! – nu toch maar hevig te gaan vervolgen. Toen onze Heer hem ‘arresteerde’ onderweg naar Damaskus, toen liet Hij deze Saulus een verwijt horen: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij! Het valt je zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan.’ Zo kunnen wij dus het werk van de Heilige Geest in ons leven weerstaan tot vervolging van onze broeders en zusters toe, omdat we het niet verdragen dat zij zich als ware kinderen van God gedragen en niet zoals de vrome Farizeeërs het graag deden en er om geëerd wilden worden, omdat ze de eer van mensen niet konden/wilden missen (zie Johannes 12 : 42-43).
Maar het Evangelie van de bekering van Saulus is toch, dat we mogen weten dat de Heilige Geest ook ons altijd weer roept door het Woord, tenminste wanneer we onder het gehoor daarvan blijven, ook Saulus was er niet aan ontkomen, want hij had ook – tot het einde toe – moeten luisteren naar de verkondiging van Stefanus. En hij had daarom ook het verwijt van Stefanus gehoord én de woorden (w.o. gebedswoorden) die Stefanus nog sprak terwijl hij gestenigd werd. Als er later één apostel is geweest die zich niet meer door gewichtige mensen en door menseneer en mensenroem heeft willen laten beïnvloeden, dan is dat wel Paulus geweest. Daardoor durfde hij in Antiochië en tijdens het apostelconvent in Jeruzalem vrijmoedig zijn mond open te doen en zo nodig mensen terechtwijzen (zelfs Petrus en ook Barnabas, zie Galaten 2 : 1-14). Laten ook wij – tot op onze sterfbedden toe – liefdevol en vergevingsgezind bidden voor onze broeders en zuster die ons geweld aandoen (geestelijk*, fysiek, financieel, etc.), want zulke gebeden worden wonderlijk verhoord!
* Dat kan je zelfs nog vanaf een preekstoel overkomen, heb ik ondervonden!

Bron citaat: RD kerk & religie | Wekelijkse meditatie – ‘Een gebed om vergeving’ – Ds. H. Brons, Moerkapelle

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Echtscheiding vroeger en nu…

‘Het begin van de wijsheid is ontzag voor de HEER,
een goed inzicht hebben allen die dát (1) betrachten.
Zijn lof houdt eeuwig stand.’
(Uit Psalm 111 vers 10)

Geciteerd 1: Vroeger was de stellingname: scheiden mag alleen bij overspel. Inmiddels gebeurt het vaker met andere redenen, analyseert Janse (vroeger hoofdredacteur bij RD). ‘Problematische verhoudingen binnen relaties zijn vaak reden om te scheiden. Terwijl men vroeger zei: ik had nooit met je moeten trouwen, maar dat is nu eenmaal gebeurd, we blijven bij elkaar.’

Opgemerkt 1: ‘Ik had nooit met je moeten trouwen…’. Dat is nu werkelijk vloeken in de kerk! Helemaal wanneer zo’n huwelijk ook nog eens kerkelijk werd bevestigd onder het uitspreken van wat we belijden – op grond van Gods Woord – met het gereformeerde huwelijksformulier: ‘Dat God als met Zijn hand, je bij elkaar gebracht en aan elkaar verbonden heeft’.

Geciteerd 2: Tegen reformatorische christenen zou Johanna het wel willen uitschreeuwen: ‘Negeer gescheiden mensen niet, het zijn geen paria’s! Een paria, zo voelde ik mij wel.’ Behandel mensen alsof ze hun partner verliezen, stelt ze. ‘Niet door de dood, maar er is wel degelijk verdriet om het mislukken van een huwelijk.’

Opgemerkt 2: “Mislukken van je huwelijk’? Van een predikant – die me schreef dat hij ‘van de hoed noch de rand wist’ wat betreft ons huwelijk: Erken nu maar eens dat je huwelijk mislukt is. Die wereldwijze man heb ik toen toch maar van repliek gediend. Ons huwelijk mislukt? Zal dat van repliek dienen hier niet nog eens helemaal over doen. Natuurlijk kijkt een christen met geloofsogen naar z’n huwelijk. Maar zelfs niet-christenen waren altijd onder de indruk wanneer ze hoorden hoe wij elkaar in tijden van ziekten en moeiten als echtgenoten en als gezin (en ook met hulp van familie en broeders en zusters) door dik en dun hebben gesteund. Dat al onze kinderen maatschappelijk goed terecht mochten komen, de kerk niet de rug toekeerden, een partner vonden waarmee ze een huwelijk aangingen of – zoals de laatste/jongste (blijkbaar) – een levenslange partnerschap.

Geciteerd 3: Wat opvalt in haar praktijk, zegt Van Kooten, is dat reformatorische christenen vaak eerst alleen bij haar komen, zonder partner. Wat zegt dat? ‘Dat de partner geen noodzaak ziet. Ook het werken aan je relatie lijkt in die kringen taboe te zijn’, zegt Van Kooten.

Opgemerkt 3: Zelf heb ik de relatietherapie die ons eerder werd aangeboden (door Eleos) niet afgeslagen, we hebben daar beiden aan mee gedaan indertijd. Zelfs toen mijn echtgenote en kinderen mij een ‘huwelijksdwangbrief’ – na vijfendertig jaar huwelijk! – hadden voorgelegd, heb ik dat (dat betreffende punt) niet geweigerd, maar mijn echtgenote wilde niet mee doen. Nee, zij had dat niet nodig, maar ik moest door die therapie ‘genezen’ worden… Daar heb ik toen voor bedankt!

Geciteerd 4: Ook is er in de kerken zelf meer aandacht voor voorbereiding van het huwelijk en begeleiding in een huwelijk, denkt Janse – vergeleken met zestig jaar geleden. Van Kooten: ‘Ik zie relatief meer jonge stellen die aan hun relatie willen werken, in vergelijking met oudere. Ze komen niet massaal, maar ik zie wel een beginnende kentering.’

Opgemerkt 4: De partners in een christelijk huwelijk, die zelf ook een christelijke opvoeding kregen, die de samenkomsten van de gemeente(n) met daar het gebruik van alle middelen niet verzuimen, die ook altijd weer deel uitmaakten van een Bijbelkring, die dagelijks Bijbellezen en bidden, die hebben werkelijk alle middelen tot hun beschikking gehad om (dagelijks) aan hun huwelijk te werken en ook vandaag en morgen schiet de Heilige Geest niet tekort in het bijstaan van allen die gelovig bidden tot hun hemelse Vader. Het is zelfs heel gevaarlijk om je verwachting op mensen te gaan stellen, hoe wijs en ervaren die ook in je ogen kunnen zijn. Die eer gunt God hen beslist niet! Want God wil dat ook jij in en van je eigen leven – door vertrouwen op God – kunt (gaan) zeggen: ‘Ik ben wijzer dan al mijn leermeesters‘ (2) omdat ik mij iedere dag opnieuw door God Zelf laat onderwijzen en leiden.

(1) Spreuken 28 : 13-14.
(2) Zie hierbij Psalm 119 : 65-72 en 99-104.

> Lees hierbij ook deze blog over vergevingsgezindheid!

Bron citaten: ND Geloof | Achtergrond – ‘Scheiden in reformatorische kerken komt meer voor, maar is taboe: ‘Negeer me niet, ik ben geen paria’’ – door Ilse Brandsma

‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart,
het is de bron van je leven.
Neem nooit leugens in de mond,
laat geen bedrog over je lippen komen.
Je moet elk mens recht in de ogen kunnen zien…’
(Uit Spreuken 4 uit de verzen 23-25)

Bron afbeelding: A Little Perspective

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Vastbesloten het overschot aan hun kinderen na te laten’…

Wie koren achterhoudt*, het volk zal hem vervloeken, maar zegen zal zijn op het hoofd van hem/haar die het verkoopt.’ (Uit Spreuken 11 vers 26)
* Om het pas later tegen een hogere prijs te willen verkopen, denk aan de zwarthandelaren in WO II.

Geciteerd: De geschiedenis herhaalt zich. Achttienhonderd jaar geleden (inmiddels 2000 jaar) verkeerde men in de wijdverbreide veronderstelling dat de komende Messias nu spoedig zou verschijnen, en sommigen verwachtten met ernst de verlossing van Israël (1). Hij verscheen. Hij leefde en stierf, Hij stond weer op en stortte de belofte van de Vader, de Heilige Geest, uit over degenen die Hij achterliet als Zijn vertegenwoordigers. Dit had vreemde (wonderlijke!) gevolgen. De discipelen geloofden nu dat Jezus meende wat Hij zei; en ze volgden Zijn instructies op. Ze begonnen elkaar lief te hebben als broeders en zusters; ze verkochten wat ze hadden en gaven aalmoezen (2). Geen enkel lid van de gemeente kwam iets tekort. Ongetwijfeld spraken veel wijzen van deze wereld met minachting over zulk fanatisme en zulke dwaasheid, en dachten met trots aan hun bezittingen, die ze zich dankzij hun wereldwijsheid hadden verworven, vastbesloten om het overschot daarvan aan hun kinderen na te laten. Maar hebben ze dat ook daadwerkelijk kunnen doen? Wie waren de verliezers?
Een aantal jaren gleed voorbij, en zoals de Meester voorzegd had, kwamen er zware tijden. Jeruzalem werd door legers omsingeld. De dagen om bezittingen te verkopen en de opbrengst te gebruiken ten bate van het Koninkrijk der hemelen was voorbij (3). Veel van de getrouwe gelovigen bevonden zich inmiddels ver weg om het Evangelie te verkondigen (4). Van degenen die Jeruzalem ontvluchtten hadden sommigen waarschijnlijk al alles uitgegeven voor de dienst van hun Meester, waardoor ze niets hadden om achter te laten (5). Anderen waren, hoewel gehoorzaam aan Zijn opdracht om op tijd te vluchten, misschien ‘verstandiger’ geweest en hadden wat van hun bezittingen bewaard (achtergelaten in Jeruzalem) voor moeilijker tijden. En nog weer andere leden van de kerk bleven misschien toch liever bij hun spullen in Jeruzalem, in plaats van naar de bergen te vluchten. Weer vraag ik: Wie waren de verliezers?
De geschiedenis herhaalt zich. De komst van de Heere nadert. Wie zullen op die dag de verliezers zijn? Wie zijn de volgelingen van Hem Die alles wat Hij was en en alles wat Hij had op het altaar legde? Die Zichzelf verloochende, Zichzelf gaf als rantsoen voor velen. Zullen de volgelingen die Hem geloofden op Zijn Woord** de verliezers zijn?

**’Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen, die Gods Woord horen, en datzelve doen.‘ (Uit Lukas 11 vers 28)

(1) M.n. verlost worden van/uit de overheersing en macht van de Romeinen, maar er waren er ook met een meer ‘Bijbelse’ verwachting van de Messias en de verlossing van Israël (w.o. Simeon en de profetes Hanna, zie Lukas 2 : 25-38)
(2) En ze lieten zich zelfs ook blijmoedig gevangen nemen en geselen – Handelingen 5 : 41-42.
(3) Zie Lukas 16 : 9: ‘Maakt u vrienden met de onrechtvaardige mammon…’
(4) Zie Handelingen 8 : 1-4 en 11 : 19-22
(5) Zie Matteüs 6 : 19-34.

> Zie hierbij ook deze blog: ‘Jericho, Achan en de eerste gemeente…

Bron citaat: ‘Veilig bij de Herder’ – Dagboekje met 52 meditaties (woorden van Hudson Taylor) – Stichting Bonisa

Ook zeg ik jullie, maak vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.’ (Uit Lukas 16 vers 9)

Bron afbeelding: SlideTeam (Bible Verses on Making Friends)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ergernis of verdriet?

Ik dank mijn God altijd voor jullie, omdat Hij jullie in Christus Jezus Zijn genade heeft geschonken. Door Hém zijn jullie in elk opzicht rijk geworden.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 4-5)

Geciteerd 1: Misschien is het wel dat gedeelde besef van leven uit genade dat de kerk voor mij onmisbaar maakt. Ja, de gemeente waarbij ik hoor is óók een organisatie vol meningen, plannen, miscommunicatie en groepjes. Er wordt lang niet altijd geluisterd, mensen worden niet gezien en kwetsen elkaar. Maar uiteindelijk geloven de personen die dit samengeraapt zooitje vormen dat we God nodig hebben. Iemand die ons liefheeft, dwars door de misstappen, fouten en gebrokenheid heen. Dat het onze opdracht is om anderen óók lief te hebben, sorry te zeggen en vergeving te vragen. Dit gedeelde besef geeft vrijheid om elkaar hierop aan te spreken en elkaar aan te moedigen om het goede te zoeken voor de wereld waarin we leven.

‘Misschien is het wel het besef’
‘De gemeente waar ik bij hoor is ook een organisatie’
‘Maar uiteindelijk geloven de personen die dit samengeraapt zooitje vormen dat we God nodig hebben’
‘Dit gedeelde besef geeft de vrijheid om elkaar hierop aan te spreken’

Opgemerkt 1: Wij beleden vroeger ’s zondags als regel in de tweede dienst de twaalf artikelen van het christelijk geloof. En daarmee beleden we ook de waarheid over de gemeente waartoe we behoorden. We beleden daar niet een gezamenlijk besef, maar een gezamenlijk geloof, dat haar grond alleen heeft in de waarheid van Gods Woord (betrouwbaar en ons aller aanneming waard). Het evangelie was/is niet bij en met ‘onze club’ en of haar oprichters begonnen of daar eerst pas echt goed begrepen en in praktijk gebracht (1).

Geciteerd 2: Soms erger je je groen en geel aan elkaar of weet je dat een bepaald onderwerp geheid ruzie oplevert, maar – als het goed is – volgt altijd weer een moment dat je voelt: wij horen bij elkaar!

Opgemerkt 2: Wanneer je je groen en geel ergert aan elkaar in de kerk, dan behoor je zeker te weten dat je fout zit. ‘Ergernis huist in de boezem van dwazen’ is een maar al te waar Bijbelwoord. En dat woord geldt niet alleen t.a.v. personen en zaken in je eigen gemeente en (breder gezien) in de kerk(en) waar je bij hoort, maar ook t.a.v. de mensen om je heen (in huwelijk, gezin en familie en op je werk). Verdrietig zijn over bepaalde personen en zaken, dat is de juiste christelijke houding en emotie. En die emotie die mag je ook op een bepaalde manier laten blijken. En dan is het van belang dat anderen begrijpen dat dit niet voorkomt uit allerlei ergernis, die in jou huist omdat de zaken niet naar jouw zin zijn of gaan. En het weten dat je in een gemeente werkelijk bij elkaar hoort is niet gebaseerd op een gevoel, maar op het gezamenlijk belijden van een gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Geciteerd 3: Er waren perioden dat ik elke zondag teleurgesteld en leeggezogen zo snel mogelijk weg wilde na de kerkdienst. Ik ontdekte dat de remedie is om dan juist zelf het goede te zoeken: een kinderclub te gaan leiden of mijn talenten op een andere manier in te zetten. Zelf bijdragen aan die weerbarstige realiteit van de kerk.

Opgemerkt 3: ‘Teleurgesteld en leeggezogen’. En dat zou dan door het doen van goede werken ‘weggewerkt’ kunnen of moeten worden? De eerste vraag die ik dan zou willen stellen is: Wat was jouw verwachting van die kerkdienst(en)? Verwachtte je het daar van God of misschien toch vooral van de voorganger en degenen die meegewerkt hadden en of meewerkten aan die dienst? Is God dan niet bij machte je toch niet met lege handen naar huis te sturen? (2) Kunnen/moeten onze behoeften – zoals wij die voor onszelf ‘geformuleerd’ hebben – maatgevend zijn of geeft Gods Woord ons toch aanleiding tot andere gedachten/criteria?

Opgemerkt slot: Ik wil het hier maar bij laten – zie verder mijn woorden nog bij (1) en (2).

(1) Dat is de reden waarom ik geen lid kan/wil zijn van een gemeente van bijv. De Doorbrekers of Mozaïek.
(2) Is de zekerheid van Gods belofte om in de samenkomsten van Zijn gemeente(n) met Zijn Geest daar aanwezig te zijn niet al reden genoeg om daar dankbaar samen te komen en dat zelfs ook wanneer je constateren moet dat de Geest daar bedroefd wordt door wat er (o.a.) gezegd en gezongen wordt. Bieden de Bijbelgedeelten die gelezen (en gezongen) worden niet al rijke stof genoeg voor de Heilige Geest om je weer gesterkt naar huis te laten gaan. Heeft het gezamenlijk bidden in de samenkomsten je ook weinig of niets gebracht/opgeleverd?

Bron citaten: ND Opinie – ‘Je ergert je in de kerk groen en geel, maar altijd volgt het moment dat je weet: we horen bij elkaar’ – door Nelleke Plomp – praktisch theoloog en gespecialiseerd in jongere generaties en de kerk.

Maar broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen.’ (…) ‘Weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn en dat de Geest van God in jullie midden woont?‘ (…) ‘Laat niemand van jullie zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van jullie denkt in deze wereld wijs (geworden) te zijn, dan moet hij (of zij) eerst dwaas worden; pas dan kan hij (of zij) wijs worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God…’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 1, 16 en 18-19)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Luister naar Hém’…

Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. Petrus nam hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: “God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!“‘ (Uit Matteüs 16 de verzen 21-22)

Geciteerd 1: Wie van Christus is, deelt in álles van Christus. Zijn lijden en Zijn heerlijkheid, het kruis eerst en dán de kroon. Daarom is het overdenken van het toekomende leven een medicijn tegen de zwaarmoedigheid die het dragen van het kruis met zich mee kan brengen.

Geciteerd 2: Calvijn: „Wij zijn dus wel heel verdorven als we Hem niet kunnen verdragen terwijl Hij ons Zijn welwillendheid verklaart en de zorg die Hij voor onze zaligheid heeft.”

Opgemerkt 1: Wie door de Doop – door wat ons door de Doop onderwezen, betekend en verzegeld wordt – zich eigendom van Christus weet, die mag zijn of haar leven lang – net als Zijn geroepen discipelen – verkeren onder het onderwijs van onze Heer. Thuis en in de samenkomsten van de gemeente. Net als voor Zijn discipelen is dat ook een leerweg voor ons. Het is niet nodig om eerst te gaan mediteren over het toekomstige leven als we horen over de liefde en de gehoorzaamheid die onze Heer heeft gehad (en blijkbaar ook geleerd, Hebreeën 5 : 8) ten bate van ons. Die liefde van Hém, en de daaruit gebleken genade en barmhartigheid van onze hemelse Vader, die zullen – DV! – ons tot navolging en daarmee ook ons – net als Zijn discipelen, de latere apostelen! – tot een leven brengen dat ook steeds het heil van onze naasten op het oog heeft.

Opgemerkt 2: Zei Luther ons niet: Gods eer is dat wij Zijn weldaden aannemen. Bij Calvijn kom je altijd weer uit bij de eisende God, die door ons aan Zijn eer moet komen… Luther weet vrolijker en eenvoudiger dan Calvijn ons het Evangelie – dat Gods Woord toch is! – te verkondigen.

Bron citaat: RD opinie – ‘Vrolijk ons kruis dragen is een genadig geschenk’ – door prof. dr. M.J. Kater

Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen.’ (Uit Matteüs 5 vers 10)

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Een gevoel van veiligheid, verdediging en saamhorigheid’…

Hoe lieflijk is Uw woning…’ (Uit Psalm 84 vers 2)

Het woord ‘thuis’ door een Israëlische bril.

Geciteerd 1: Voor degenen onder jullie die in landen wonen waar het concept ‘thuis’ vanzelfsprekend is, moet ik uitleggen dat voor mij, door mijn Israëlische bril, het woord ‘thuis’ een gevoel van veiligheid, verdediging en saamhorigheid betekent dat iemand omhult met warmte. Thuis is een plek waar ik met gemak kan bestaan. En het is een plek waarvan de grenzen door iedereen worden erkend – in het bijzonder door mijn buren.
Maar dit alles wordt voor mij nog steeds overschaduwd door een verlangen naar iets wat nooit volledig is bereikt. Op dit moment ben ik bang dat Israël meer een fort is dan een thuis. Het biedt veiligheid noch gemak en mijn buren koesteren veel twijfels en stellen veel eisen ten aanzien van hun kamers en muren en, in sommige gevallen, van hun eigen bestaan. Op die vreselijke zwarte zaterdag bleek dat Israël niet alleen nog lang geen thuis is in de volledige zin van het woord, het land heeft ook nog geen idee hoe een echte vesting te zijn.

Citaat 1 geparafraseerd: Voor degenen onder jullie die in een kerkelijke gemeente wonen waar het concept ‘thuis’ vanzelfsprekend is, moet ik uitleggen dat voor mij, door mijn Bijbelse bril, het woord ‘thuis’ een gevoel van veiligheid, verdediging en saamhorigheid betekent dat iemand omhult met warmte. Thuis is een plek waar ik – vanwege het gezamenlijke geloof – met gemak kan bestaan. En het is een plek waarvan de grenzen door iedereen worden erkend – in het bijzonder door mijn broeders en zusters.
Maar dit alles wordt voor mij nog steeds overschaduwd door een verlangen naar iets wat nooit volledig is bereikt. Op dit moment ben ik bang dat de kerkelijke gemeente (waar ik lid van ben) meer een fort is dan een thuis. Het biedt veiligheid noch gemak en mijn broeders en zusters koesteren veel twijfels en stellen veel eisen ten aanzien van hun kamers en muren en, in sommige gevallen, van hun eigen bestaan. Op die vreselijke zwarte zaterdag (mijn uithuiszetting door een deurwaarder) bleek dat deze kerkelijke gemeente niet alleen nog lang geen thuis is in de volledige zin van het woord, deze gemeente heeft ook nog geen idee hoe een echte vesting te zijn.

Geciteerd 2: Maar Israëli’s van mijn generatie, die al veel oorlogen hebben meegemaakt, vragen zich nu al af, zoals we altijd doen na een oorlog: waarom ontstaat deze eenheid alleen in tijden van crisis? Hoe komt het dat alleen bedreigingen en gevaren ons verbinden en het beste in ons naar boven brengen, en ons ook bevrijden van onze vreemde hang naar zelfvernietiging – naar het vernietigen van ons eigen huis?

Opgemerkt bij citaat 2: In ons eigen gezin bleek in tijden van crisis hoe God zulke crisis wilde gebruiken om de eenheid van ons gezin te versterken en de hang naar zelfvernietiging (1) – dat kan individueel/persoonlijk aan de hand zijn, maar ook t.a.v. huwelijk en gezin en kerkelijke gemeente, het individualisme en streven naar eigen geluk zijn ons ‘aangeboren’! – te weerstaan. Wat vormden wij in de jaren 2013-14 (t/m het vieren van ons 35-jarig huwelijksjubileum) nog altijd weer een hecht gezin en wat waren we in maart 2014 dankbaar en blij dat we dat huwelijksjubileum met z’n allen konden en wilden vieren.
Maar dat gezins/familie- en huwelijksgeluk dat werd door de mensenmoordenaar – en dus ook de huwelijks/gezinsmoordenaar – van den beginne knarsetandend aangezien en helaas vond hij in onze gemeente broeders en zusters die hij voor zijn karretje kon spannen en – zoals wel gebleken is – lieten ze zich zelfs graag – om allerlei redenen – door hem inspannen ook. Hun ‘vesting’ moest beschermd worden en dat mocht van hen heel best ten koste gaan van de ‘vesting huwelijk en gezin’. Je moet tenslotte prioriteiten stellen bij de verdediging van de ‘eigen vesting’ (eigen eer en belangen, w.o. die van de kerkelijke gemeente).

(1) Zagen en zien we die zelfvernietiging van (eigen) huwelijk en gezin en ook die van (‘eigen’ kerkelijke) gemeente niet volop om ons heen. Hoe velen keerden eigen huwelijk en gezin en (‘eigen’ kerkelijke) gemeente de rug toe om geluk en heil ergens anders te zoeken.

~~~ ~~~

‘Je vrouw als een vruchtbare wijnstok
in het midden van je huis
je kinderen (en kleinkinderen) als jonge olijfbomen
in een kring om je tafel. (2)
(Uit Psalm 128 vers 3)

(2) Zo was het nog weer in 2013-14 – toen we zo nog samen onze verjaardagen, het sinterklaasfeest, het kerstfeest en oudjaarsavond vierden (ook samen met enkele familieleden, vroegere buren en een oudere eenzame broeder uit onze gemeente) en in maart 2014 ons 35-jarig huwelijksjubileum met alle kinderen en kleinkinderen.

‘Ontvang de zegen van de HEER uit Sion
verheug je over de voorspoed van Jeruzalem
alle dagen van je leven,
en verheug je over de kinderen van je kinderen. (3)
Vrede over Israël!’
(Uit Psalm 128 de verzen 5 en 6)

(3) Lees hierbij ook Psalm 71!

Bron citaten 1-2: The New York Times | 1 maart 2024 | David Grossman | 360 Magazine (via Blendle)
(David Grossman ziet Israël zich in een afgrond storten. Hij uit zich kritisch en hartstochtelijk over de impact van geweld, de noodzaak van een tweestatenoplossing en de rol van andere landen.)

Bron muziek-video: You Tube – ‘Morningside’ (For my children) – Neil Diamond

Bron afbeelding: Talk To The Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Niet naar de Bijbel, maar naar de mens’? *

Gij zult liefhebben de Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.‘ (Uit Matteüs 22 de verzen 37-39)

Opgemerkt: Het onderwijs en optreden van onze Heer leert ons dat de uiterst vrome en uiterst secuur in hun wetsbetrachting levende Schriftgeleerden en Farizeeën een godsdienstigheid vertoonden en leerden die ‘naar de mens’ was. Tollenaren waren in hun ogen mensen, die de Godsregering over Israël niet serieus (genoeg) namen en die om het geld en de zekerheid van zo’n baan(tje) graag bij de Romeinse overheid in dienst gingen. En ook op allerlei andere mensen, die volgens hen minder behept waren met het verlangen om God (op hún godsdienstige manier) te dienen dan zij, keken ze neer. Maar het waren juist de tollenaren en veel andere ‘gewone’ mensen van het Godsvolk die zich door Johannes de Doper lieten gezeggen en dopen en onderwijzen… En later verwijt Jezus niet de tollenaren maar de Farizeeën en Schriftgeleerden o.a. hun geldzucht en Hij waarschuwt daarbij ook iedereen: jullie kunnen geen twee heren dienen…
Onze Heer zegt ons dat er niet één jota of één tittel van de wet zal vergaan, maar dat moet ons juist des te meer doen beseffen hoe nodig het was en is dat onze Heer de wet voor ons kwam vervullen. Hoe meer we thuis raken in Gods Woord en de bedoeling van de wet leren verstaan (en dat kon onder de OT-bedeling ook al!), hoe meer we gaan inzien hoe veel van onze levenspraktijk nog ver verwijderd is van het daadwerkelijk leven naar Gods wet zoals Hij dat bedoeld heeft (Lukas 18 : 9-14!). En daarom wil God ons geloof in onze Heer Jezus Christus aanzien en aanvaarden als onze vervulling van de wet (Lukas 19 : 1-10!). Zullen wij dan onze gelovige homofiele broeders en zusters het moeilijk maken omdat zij volgens ons niet toekomen aan een bepaalde vervulling van Gods wet? Of zullen we ze gelegenheid geven om samen met ons steeds beter thuis te raken in Gods Woord en daarmee in de grote liefde en barmhartigheid die Hij ons mensen geschonken heeft en schenkt (Titus 3!).

* ‘Niet naar de Bijbel, maar naar de mens‘. Iemand schreef mij dit n.a.v. mijn commentaar bij ‘Finse bisschop: Kerk brengt valse leer over huwelijk’ – Evert van Vlastuin (RD kerk & religie | Debat homohuwelijk Finland)

Geciteerd: Als wij nu in het geloof volharden, dan zal het vuur op de jongste dag, waardoor de hele wereld verbranden zal, ons alleen boenen en vegen en rein maken. Dan zullen wij zijn zoals de lieve zon schijnt en licht, zonder enig gebrek of gemis, in volmaakte liefde, zoals het eens in het paradijs is geweest (of eigenlijk: zelfs beter nog! Zie 1 Korintiërs 15 : 35-58 – AJ). Dan zal het terecht worden gezegd: ‘De wet is verhoogd en vervuld’, want dan zal de wet ons niet meer kunnen beschuldigen of aanklagen, maar alles zal betaald en voldaan zijn (in feite al voor ons geschiedt op Golgotha. Zie Kolossenzen 2 : 12-15 – AJ).
Dáárdoor worden wij verlost en zalig als wij – altijd weer – naar Christus vluchten en onder Zijn mantel en vleugels ons verbergen (Psalm 36 : 6-10). Dat wil zeggen, dat we geloven dat Hij alles voor ons volkomen heeft betaald, totdat wij ons onder de aarde moeten neerleggen.
Op de jongste dag zullen wij weer uit het graf komen met een schoon, verlicht en verheerlijkt lichaam dat puur heiligheid en reinheid is, en met een reine ziel die vervuld is van Gods liefde. Dan zullen we het niet meer nodig hebben dat Hij ons bedekt en voor ons bidt, maar alles wat wij daar zullen hebben, zal volmaakt en volkomen zijn.
[Maarten Luther: WA 45, 150, 23-40]

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 27 maart – ‘Het grote gebod (7)’ – Den Hertog uitgeverij (2019)

De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.‘ (Uit 1 Korintiërs 15 de verzen 26-28)

Bron afbeelding: SlidePlayer (The Coming Kingdom Chapter)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Slokjes nemen uit de gebeden van Augustinus’…

Drinkt allen daaruit en gedenkt en gelooft dat Augustinus het zo gebeden heeft.’ (vrij naar prof. dr. Johannes van Oort, n.a.v. zijn bundel ‘Ik roep U in’ met 62 gebeden van Augustinus )

Geciteerd 1: Augustinus gaat ervan uit dat God in zijn innerlijk werkt en aanwezig is. Dat vormt de grondslag van zijn gebed. (1)
Opgemerkt 1: Geweldig zeg! Dus de grondslag van ons bidden is dat waar een mens vanuit gaat. Daar moet je dan vast wel de bijzonder bekeerde mens Augustinus voor zijn (geweest) om dat te bedenken en te kunnen poneren. Maar ‘gewone gelovigen’ hadden en hebben dat toch al sinds eeuwen her vernomen en geloofd en daarom altijd weer gebeden op grond van Gods Woord en ze hadden en hebben daar geen poneringen, zoals die ontsprongen aan brein en mond van Augustinus, voor nodig.

Geciteerd 2: Augustinus herleest zijn Belijdenissen dertig jaar nadat hij ze dicteerde. Hij zegt dan: „Ze wekken geest en gemoed tot God op.” Bij het schrijven van deze bundel en bij het herlezen had ik dezelfde ervaring.”
Opgemerkt 2: Jammer dat Augustinus een nogal hoge dunk van zichzelf hier (weer) zélf laat blijken. Paulus durfde niet zo hoog van zichzelf opgeven, tenminste dat schrijft hij ook ons in 2 Korintiërs 10 vers 12.

Geciteerd 3: Voor welke doelgroep schreef u uw boek? „Voor jong en oud, christelijke en onchristelijke mensen, voor twijfelaars en zelfs voor ongelovigen. Die laatste categorie erkende Augustinus trouwens niet. Het verlangen naar God is toch in ieders hart gelegd, zo redeneerde hij.
Opgemerkt 3: Hier wil Augustinus wijzer zijn dan wat Gods Woord ons leert. In Gods Woord lezen we: ‘De dwaas zegt in zijn/haar hart: er is geen God.’ (o.a. Psalm 14 : 1 en psalm 73 : 10-12). En die (OT) dwazen geloofden heus wel in het bestaan van God, maar niet in een God die rekenschap van hun daden zou vragen en ze verlangden er ook helemaal niet naar om zo’n/die God te leren kennen en te ontmoeten. En dit is heus niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat Augustinus wijzer wil zijn dan God.

Opgemerkt slot: Paulus schrijft aan Timoteüs dat een ‘mens Gods’ met en door Gods Woord volkomen is toegerust (zie 2 Timoteüs 3 : 16-17) en daar mag ieder mens vanuit gaan – eenvoudigen en hooggeleerden! En op grond van Gods Woord mogen we zeggen dat ieder voor zijn of haar dagelijks leven mag bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer te mogen ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. En wanneer je een trouw hoorder bent van Gods Woord, dan merk je hoe machtig de heilige Geest is om met dat gehoorde Woord werkzaam te zijn in ons dagelijks bestaan.

(1) Augustinuskenner prof. dr. J. van Oort, emeritus hoogleraar van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen, verzamelde en hertaalde tal van de gebeden van de kerkvader. „Wat Augustinus schreef, is nog altijd actueel. Het raakt mensen.”

> Zie hierbij ook deze blog: ‘Dit moest zo gebeuren…

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Slokjes nemen uit Augustinus’ gebed’ – Laura Hendriksen-Bassa

‘De zondaar belaagt de rechtvaardige
met een grijns op het gezicht.
Maar de HEER lacht hem uit
en ziet de dag al van zijn ondergang’
(Uit Psalm 37 de verzen 12-13)

Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dit moest zo gebeuren’…

Volksgenoten, ik besef dat jullie uit onwetendheid* hebben gehandeld, net als jullie leiders. Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat Zijn Messias zou lijden en sterven.‘ (Uit Handelingen 3 de verzen 17-18)
Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door U is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren.‘ (Uit Handelingen 4 vers 27)

Geciteerd:
Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt en staat op uit de doden
en Christus zal over u lichten.” (Uit Efeziërs 5 : 14)

Door een heel plechtige viering keert die nacht(wake) in de gedachten van godsdienstige mensen terug. Daarom juist hebben Joden Christus gedood, om de herinnering aan Hem van de aarde weg te vagen. Dit heeft voor hen, afgezien van de eeuwige straf, in deze tijd al gevolgen: Zijn heerlijke gedachtenis wordt niet vergeten door de wereld, en de misdaad van de Joden ook niet. Al wie immers waar ook ter wereld het licht van deze nacht bewondert, keurt tegelijk de duisternis van de Joden af.
Maar laten wij toch uit onze gedachten verbannen wat zij misdeden. Laten wij alleen het goede, dat de Heere ons door hun boosheid heeft gegeven, trouw vasthouden en ieder jaar plechtig vieren. In deze nacht, nu wij de rust van de Heere in het graf herdenken, vieren wij de wake. Wij blijven wakker gedurende de tijd waarin Hij heeft gerust. Lang tevoren immers kondigde Hij Zijn lijden al aan door de profeet: „Ik ben ingeslapen en opgestaan omdat de Heere mij heeft opgenomen.” Hij noemde Zijn Vader „Heere”.
In de nacht dus waarin Hij is ingeslapen, blijven wij wakker. Zo kunnen wij leven dankzij de dood die Hij heeft ondergaan. Gedurende de uren van zijn tijdelijke slaap houden wij een nachtwake. Zo zullen wij zonder vermoeidheid blijven, wanneer wij verrezen zijn tot een eeuwige wake; onvermoeid, omdat Hij dan voor ons de Wachter is.
[Augustinus: ”Sermo 196a.1”, 417]

Opgemerkt 1: ‘Maar laten wij toch uit onze gedachten verbannen wat zij misdeden.’ Wat een schijnheiligheid van deze nog altijd als heilige vereerde en geciteerde – en hier vooral toch weer eigenwijze! – theoloog. Eerst in herinnering roepen wat zij (!) misdeden en wat voor straf zij daarvoor verdienden en verdienen om daarna op te roepen om dát uit onze gedachten te bannen, terwijl Jezus verwerping en kruisdood ons nu juist eraan willen herinneren dat dit nodig was – moest gebeuren – om al wat wij (!) misdeden en nog altijd weer ‘misdoen’.

Opgemerkt 2: ‘In de nacht dus waarin Hij is ingeslapen, blijven wij wakker.’ De discipelen bleven niet wakker, terwijl Jezus hen toch vroeg om met Hem wakker te blijven en van de vijf wijze meisjes horen we (staat geschreven) dat ook zij insliepen, net als de dwaze meisjes…

Opgemerkt 3: Ook deze woorden van Augustinus hebben hun impact gehad de latere eeuwen en hebben de christenen niet geholpen om zich nederig te (leren) gedragen tegenover het Joodse volk. Hoe anders hebben de apostelen zich uitgelaten en opgesteld tegenover hun Joodse broeders alhoewel ze hun misdaden in het licht van Gods Woord, het Evangelie, hebben gesteld!

Opgemerkt 4: Zelfs Luther – die zich tegenover alle kerkvaders toch als ‘onafhankelijk’ Bijbellezer heeft opgesteld – bleek toch niet zoveel Godsvertrouwen te hebben, dat hij de bekering van de Joden in de handen van de Vader gaf. Hij kwam toch met een eigen hulpmiddel aanzetten, namelijk met ‘het boekje’ dat hij later meende te moeten schrijven. Alleen onze Heer heeft dat Godsvertrouwen tot het einde van Zijn leven volmaakt volbracht… Ten bate van ons allen!

* Dit was beslist ook schuldige ‘onwetendheid’, later zal ook Paulus nog zeggen dat hij uit ‘onwetendheid’ handelde (zie 1 Timoteüs 1 : 13)

Bron citaat: RD Kerk & religie | Meditatie – ‘Meditatie: Door Jezus rust’ – Aurelius Augustinus, bisschop te Hippo.

Zoals jullie – en jullie voorgeslacht – God eertijds ongehoorzaam waren, maar jullie (nu) door hún ongehoorzaamheid (1) Gods barmhartigheid hebt ondervonden, zo zijn zij nu ongehoorzaam om door de barmhartigheid die jullie (nu) ondervonden hebt, ook zelf barmhartigheid te ondervinden (2). Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.‘ (Uit Romeinen 11 de verzen 30-32)

(1) Paulus zelf had in de jaren van zijn ongehoorzaamheid er aan meegewerkt dat het Evangelie zich nog sneller ging verspreiden – we lezen erover in en Handelingen 8 : 1-8 en 11 : 19-24.
(2) Lees hierbij de eerste hoofdstukken van de Romeinen brief waar alle mensen – waaronder ook de vrome Joden en werkheilige christenen – schuldig worden verklaard voor God.

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Christian Group Board)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie