Niet door een inwendig woord of stem…

Houdt vol met het voorlezen uit de Schriften, in het vermanen, in het leren, totdat ik naar jullie toekom.’ (Uit 1 Timoteüs 4 vers 13)

Geciteerd: In Romeinen 15 : 4 is het Paulus’ wens: ‘Dat wij door geduld en troost van de Schrift mogen hopen.’ In onszelf hebben wij angst en vrees, beving en duisternis. Vandaar dat Johannes wil dat wij niet langer twijfelen en vrezen, maar dat wij een zekere [=vaste, onwrikbare!] kennis zullen hebben – en dat mag en zal ons door zgn ‘ingewijde/gevorderde’ leraren niet worden afgenomen, zie 1 Johannes 2 : 26-27! (AJ) -, zodat wij als gedoopte leden van Christus’ gemeente in het geloof zullen leven en groeien. Want aan het einde van zijn Evangelie zegt Johannes: ‘Deze dingen heb ik jullie geschreven, opdat jullie geloven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat jullie door te geloven het leven hebt in Zijn Naam (vgl. Johannes 20 : 31).
Daardoor kunnen we weten dat Gods getuigenis niet tot ons komt zonder het gesproken Woord of zonder de Schriften. ‘Alle Schriftwoorden zijn door God ingegeven [geïnspireerd] en zijn tot ons behoud ons gegeven…’ (vgl. 2 Timoteüs 3 : 16). En: ‘Vanaf je jeugd ben je bekend geweest met de Heilige Schriften…’ (vgl. 2 Timoteüs 3 : 15). Of ‘Houdt vol met het voorlezen uit de Schriften… (vgl. 1 Timoteüs 4 : 13). En luister naar deze woorden van onze Heer: ‘Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die in mij zullen geloven door hún woord’ (vgl. Johannes 17 : 20).
Dat wil zeker zeggen: dóór het gesproken of geschreven Woord. Niet door een inwendig woord of door een inwendige stem. Daarom moet je vóór alle dingen het Woord horen en lezen. Dat is het voertuig van de Heilige Geest. Wanneer het Woord wordt gelezen, is de Heilige Geest aanwezig, dan is het onmogelijk dat je de Schrift zonder vrucht hoort of leest.

>> Leestip: 2 Petrus 1 : 3-15.

> Zie hierbij ook: ‘Het is een hype aan het worden…

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 9 juni – Den Hertog uitgeverij (2019)

Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.‘ (…) ‘Daarom zal ik niet nalaten u altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt bent.’ (Uit 2 Petrus 3 de verzen 3 en 12)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het is een hype aan het worden…

Geciteerd 1: Op sociale media delen vooral vrouwelijke sprekers ‘profetische woorden voor Nederland’. Daarnaast zijn er diverse profetische conferenties, waarbij bezoekers toegerust worden op het gebied van profetie en het verstaan van Gods stem. Ook vanuit kerkleiders is er interesse in profetie, weet Wuister.

Geciteerd 2: ‘Ik vind het leuk om experimenten te doen en de uitkomsten te valideren. Profeteren is voor mij ook een experiment. Wanneer ik een profetie heb gegeven, vraag ik altijd om feedback van de persoon over wie ik geprofeteerd heb. Als ik van anderen hoor dat de woorden accuraat zijn, dan is het experiment gelukt. Zo bouw ik mijn ervaring op.’

Geciteerd 3: ‘In mijn kerk is mijn bediening erkend. Daar mag ik profeteren. Als er bijvoorbeeld doopdiensten zijn, vragen de oudsten of ik over de dopelingen wil profeteren. Dus op welke autoriteit ik dit doe? Op het gezag dat een kerkleider mij geeft. In sommige gemeenten waar ik kom, vinden kerkleiders of oudsten het fijn dat ik vanaf het podium over anderen profeteer.

Opgemerkt: Precies dit (laatste) punt laat zien hoe dit soort profetie in de gemeenten van onze Heer volkomen overbodig is. Als er een moment is dat onze Drie-enige God profetisch bemoedigende woorden spreekt over en tot een dopeling, dan is het wel bij en door het water van de Doop. Dat kunnen wij dan eerbiedig beamen met dankzegging. Dit soort profetie over mensen kan trouwens ook niet tijdens een samenkomst door anderen getoetst worden. Pas later zal men kunnen zeggen dat er van die woorden van de ‘profeet’ toch wel een het een en ander bleek te kloppen en/of uit te komen. En allerlei uitspraken over mensen doen, die dan blijken te kloppen, dat kunnen buitenkerkelijken net zo goed of mogelijk zelfs beter. En door wie wordt zo’n ‘profeet’ ingefluisterd? Paulus sprak geen bemoedigende, maar zeer ernstige woorden over mensen die zich ‘bijzonder’ wisten te maken in de gemeente daar in Korinthe (zie 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 : 11).

Laat van hen die (gelegenheid gegeven wordt om te) profeteren* er telkens (maar) twee of drie (elk op hun beurt) spreken; daarna zullen de anderen (sprekers) het beoordelen. Wanneer iemand (van de sprekers) die nog op zijn plaats zit iets geopenbaard wordt (duidelijk wordt, n.a.v. het profetisch spreken van de ander), zal degene die op dat moment aan het woord is verder zwijgen (wees daarom terughoudend en bescheiden met het onderbreken van een ander). De betreffende sprekers kunnen (toch) elk op hun beurt profeteren, zodat alle leden onderwezen en bemoedigd worden. En wie profeteert heeft macht over zijn geest, want God is niet een God van wanorde maar van vrede (houdt dus daadwerkelijk rekening met de ander en met de luisteraars als interrumperende spreker). Zo (ordelijk) is het (en behoort het toe te gaan) in alle gemeenten van de heiligen.’ (Naar 1 Korintiërs 14 de verzen 29-33)

* We zullen hierbij denken aan het uitleggen en toepassen van woorden uit het OT m.b.t. onze Heer Jezus Christus en ook wat dit onderwijs te betekenen heeft voor het navolgen van onze Heer in de praktijk van het dagelijks leven in de omstandigheden waarin leden van de gemeente leven.

Lees hierbij ook deze blog: ‘Niet door een inwendig woord of stem..

Bron citaten: ND Geloof – ‘Een spraakmemo uit de hemel: profetie is populair, vooral onder gereformeerden. ‘Het is geen waarzeggerij’’ – door Marina de Haan

Bron afbeelding: Prayers and Petitions

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

We mogen het (weer) ontvangen (om niet)…

Want wie onderscheidt jullie? En wat hebt jullie, dat je niet ontvangen hebt? En indien jullie het dan ontvangen hebben, wat beroemt jullie je, alsof je het niet ontvangen hebben?‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 7).

Geciteerd: Als we twijfelen en falen, mogen we ons geloof verankerd weten in de kerk die al twintig eeuwen belijdt dat Jezus Christus Heer is, en die doorgaat ook als wij niet verder kunnen. We hoeven ons geloof niet uit te vinden. We mogen het ontvangen. Daarom kan het zo heilzaam zijn voor moegestreden evangelischen om samen de geloofsbelijdenis op te zeggen.
Ook gereformeerden ervaren dat vaak als verrijkend, maar om andere redenen. In de traditionele gereformeerde liturgie speelt de kerkganger geen rol van betekenis, afgezien van de collectebijdrage. De preek en daarmee de prediker staan zo centraal, dat al het andere overschaduwt wordt.

Opgemerkt 1: Ons geloofsanker slaat zich niet vast in de kerk, maar in de levende God en Zijn vlees geworden Zoon. Dat belijdt de kerk nu al meer zo’n tweeduizend jaar en de gelovigen zullen elkaar helpen om hun geloofsanker steeds weer in dié vaste grond te slaan. Dat elkaar helpen kan dan inderdaad ook gebeuren door het met elkaar opzeggen van een gezamenlijke geloofsbelijdenis in een samenkomst.

Opgemerkt 2: In de gereformeerde liturgie zijn (sinds de Reformatie) – net als in de eerste gemeente(n) – in de (zondagse) samenkomsten van Christus’ gemeente de bediening van Gods Woord en die van de sacramenten Doop en Avondmaal weer centraal gesteld. Dat de leden van Christus’ gemeente daar tot rust komen om te zitten aan de voeten van hun Heer om te luisteren en ontvangen, dat is helemaal naar Gods Woord en (dus) naar Gods bedoeling. En in Christus’ gemeente wordt van de gedoopte leden (jong en oud) verwacht dat ze niet alleen actief zullen luisteren (‘altijd weer willen horen wat de Geest tot de gemeente te zeggen heeft’), maar ook (geloofs)actief meebidden en meezingen. Het is de boze in de kaart spelen om van dit gebeuren in een samenkomst van Christus’ gemeente een karikatuur te maken door een vergelijk te trekken met mensen die op zondag niets beters weten te doen dan zich laten vermaken in een stadion of in een theater bij een cabaretier of die achter een scherm gaan zitten om zich te laten vermaken. Dit soort consumptiegedrag levert inderdaad niet meer op dan tijdelijk goed en men kan er (en van die consumeerders) geen groei en vrucht voor het koninkrijk van God van verwachten. Maar van het ‘consumeren’ van Gods Woord en de sacramenten kunnen en zullen we dat juist wel verwachten (o.a. Jesaja 55 : 1-3 en 10-11). Het je begeven naar en bijwonen van een (‘traditioneel gereformeerde’) samenkomst van Christus’gemeente is een dankbare (actieve) geloofsdaad en geloofsbelijdenis naar God en naar elkaar. En wij mensen hebben daar verder niets ‘bijzonders’ aan toe te voegen, want anders zou er toch in mensen geroemd kunnen/moeten worden. En de jeugd de collectezakken laten ronddragen is echt niet meer dan een doekje voor het bloeden*.
*’Een doekje voor het bloeden’ staat voor een (te) kleine troost.

PS.
Wat nut ons een gereformeerde liturgie?

  • Een gereformeerde liturgie is sober en kost ons (relatief) weinig geld, tijd en energie (en dat/die kunnen we dan anders/elders/beter besteden).
  • Alhoewel de voorganger (op en naast de kansel) het meeste werk verricht, heeft de voorbereiding van de verkondiging van Gods Woord en ook de bezinning op en voorbereiding van waarvoor gebeden en gedankt zal worden en welke Psalmen en (andere) liederen gezongen zullen worden al eerder in de week plaatsgevonden. En dat voorbereidende werk zal natuurlijk (deels) ook altijd weer in overleg en samenwerking met leden van de gemeente plaatsvinden.
  • Wanneer m.n. Psalmen gezongen worden (onder eenvoudige begeleiding van organist of combo), dan is de opvoedkundige waarde groot. Psalmen moet je leren kennen en waarderen door ze altijd weer te (her)lezen en te zingen (ook thuis). Ook zal het voorbereidende werk van organist en combo dan (relatief) minder inspanning (tijd, energie, geld) kosten.
  • Een gereformeerde liturgie zorgt voor herkenbaarheid en ondersteunt (daarmee) ook de eenheid binnen de gemeenten/kerken in eigen land, maar zeker ook daarbuiten.
  • Een gereformeerde gebeds- en aanbiddingsliturgie is – naar het onderwijs van onze Heer en de apostelen – eenvoudig en sober en daarmee ook voorbeeldig en leerzaam voor het bidden thuis en op het werk.
  • Een gereformeerde liturgie is gericht op het (op)bouwen van Christus’ gemeente op het enige Fundament dat er (al) ligt met het goud, zilver en de edelstenen van Gods Woord.

Bron citaat: ND Opinie – ‘Zowel de evangelische als de gereformeerde liturgische tradities lijden aan eenzijdigheid’ – door Anne Looije (schrijver, volgt ontwikkelingen in het evangelicalisme wereldwijd).

Waarom je geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan iets dat niet verzadigen kan. Luister aandachtig naar Mij en je zult ruimschoots te eten hebben en genieten van een overvloedig maal. Leen Mij je oor en kom bij Mij, luister en je zult leven.’ (Uit Jesaja 55 de verzen 2-3)

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vasthouden aan de ware heilzame leer…

Immers niet door de wet ontvingen Abraham en zijn nageslacht de belofte dat ze de wereld in bezit zouden krijgen.’ (…) De wet maakt namelijk alleen dat God straft, want zonder wet is er ook geen overtreding. Maar de belofte had alles te maken met vertrouwen omdat ze een gave van God moest zijn, want zo alleen kon ze voor heel het nageslacht blijven gelden. Niet alleen voor wie de wet heeft, maar ook voor wie op God vertrouwt zoals Abraham, die de vader van ons allen is.’ (Uit Romeinen 4 de verzen 13 en 16-16)

Geciteerd: Dit is de ware heilzame leer van het christelijk geloof, namelijk dat de gewisse verzekering en het getuigenis van de Heilige Geest in het hart moet zijn en dat het geheel niet twijfelt dat wij door Christus Gods kinderen zijn, vergeving van zonden en eeuwig leven hebben.
Bovendien dat wij ook zullen weten dat God met alle ernst dit geloof van ons eist, en ons verbiedt om hieraan te twijfelen. Namelijk als Hij zegt: ‘Die in de Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelf; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt (1), omdat hij of zij niet geloofd heeft het getuigenis dat God getuigd heeft van Zijn Zoon’ (vgl. 1 Johannes 5 : 10).
Hiermee is de schandelijke, verdoemde, duivelse leer van de pausgezinden, die hiertegen zonder schaamte voorgeven dat het juist goed is als je twijfelt, en dat een christen zelfs moet twijfelen aan de genade (2) op een geweldige manier de bodem ingeslagen.
Dat is zoveel geleerd: dat het goed is Gods getuigenis niet te geloven (3). Dit is niet anders dan God een leugenaar noemen, onze Heere Christus lasteren en te schande maken en de Heilige Geest in het openbaar op de mond slaan. En op deze manier wezenlijk en waarachtig de zonde tegen de Heilige Geest in praktijk brengen en anderen in die val meetrekken, zodat ze tot de duivel moeten varen en geen heil of troost van hun zaligheid ervaren (4).
[Maarten Luther: WA 21, 288, 16-30]

(1) Denk aan onze eerste zonde in het paradijs: wantrouwen, ongeloof!
(2) Maar is dat (eerst) twijfel zaaien alleen een probleem van de RK (geweest) of vinden we dat helaas niet ook in protestantse en m.n. ook in de ‘refo-kerken’? Dat we God geloven (kunnen) op Zijn Woord, dat is natuurlijk te mooi om waar te zijn, daar komt heus nog heel wat meer bij kijken…
(3) Denk aan wat de boze Adam&Eva voorhield bij de boom in het paradijs.
(4) Lees Matteüs 18 : 1-14.

> Leestip: Romeinen 5.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 7 juni – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

We zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof in Gods getuigenis en leven in vrede met God door onze Heer Jezus Christus.‘ (Uit Romeinen 5 vers 1)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heeft deze NGK-emeritus werkelijk een punt?

Als jullie door Christus dood zijn voor de machten van deze wereld, waarom laten jullie je dan geboden opleggen alsof jullie nog in de wereld leven.’ (Uit Kolossenzen 2 vers 20)

Geciteerd 1: Toch heeft (volgens de NGK-emeritus Dick Westerkamp) Van den Belt een punt, dat Voorberg laat liggen. Van den Belt noemt ook het accepteren van homoseksuele relaties als voorbeeld. En daar is wat de Schrift zegt, zeg maar de exegese van de teksten, volstrekt duidelijk. Alle Bijbelteksten wijzen gelijkgeslachtelijke seksuele relaties af. Dat wordt ook toegegeven door de Nederlands-gereformeerde hoogleraar Ad de Bruijne in zijn doorwrochte boek Verbonden voor het leven, waarin hij voorstelt homorelaties niet alleen te accepteren maar ook te zegenen.

Opgemerkt 1: Laten we allereerst bedenken wat onze Heer gezegd heeft over het grote gebod van de wet? ‘Jezus antwoordde: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten.’ (Uit Matteüs 22 : 36-40). Het Evangelie verkondigt ons ook dat de wet met al haar voorschriften (!) aan het kruis is geslagen en daar uitgewist en vernietigt?! (zie Kolossenzen 2 : 2-15) Wat God rein verklaard heeft dat zullen wij mensen niet (langer) onrein verklaren! En daarom belijden wij ook en oefenen wij ons ook om praktijk te maken van deze woorden uit het Evangelie, want ‘Niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand van ons sterft voor zichzelf‘ – net zoals onze Heer dat ook niet heeft gedaan in Zijn menselijk bestaan hier op aarde. En wanneer onze broeders of zusters in het geloof ook deze woorden geloven en belijden en in praktijk brengen jegens elkaar, wie zijn wij dan om een oordeel over hen te vellen of op hen neer te zien? (zie Romeinen 14 : 4-13).

Geciteerd 2: Je kunt wel beweren dat je visie op het gezag van de Bijbel niet gewijzigd wordt, maar dat is toch echt wel zo. Niet meer wat de Bijbel duidelijk zegt, geeft de doorslag, maar wat wij vinden dat die zou moeten zeggen.

Opgemerkt 2: Wordt ons in en door het Evangelie ook niet voorgehouden dat ook ons profeteren onvolkomen is. En profeteren zullen we (zie 1 Korintiërs 12 t/m 14) uitleggen als Gods Woord (toen zelfs vooral nog woorden uit het OT) verkondigen en uitleggen en toepassen in de samenkomsten van de gemeente(n) waarin de gelovigen leven en dat met het oog op de omstandigheden en tijd waarin zij leven. Wij zullen zeker ook Paulus werk en de brieven die hij geschreven heeft zien als profeteren zoals dat hier zojuist is geduid. En daarom zullen we ook beseffen dat het profetisch-pastoraal schrijven van Paulus niet maar zonder meer ook zo uitgelegd en toegepast moet worden, zoals Paulus het toen deed in de betreffende gemeenten. Om zelf ook dat profeteren in onze tijd goed te kunnen doen, daarvoor zullen we de hulp van de Heilige Geest inroepen – dat is: nederig en afhankelijk bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer – en er dan ook vast op vertrouwen dat Hij ons die hulp ook zeker schenken zal (zie Jakobus 1 : 5-8). We zullen dit profeteren (dus/echter) niet zozeer hebben te zien als theologenwerk dat beschikbaar dient te komen aan alle gemeenten/kerken (al kan dat werk daar zeker ook deel van uit maken), maar vooral als ‘gemeente-werk’. Dat was in Korinthe ook al zo, ondanks dat daar nog eerst nog heel wat orde op zaken moest worden gesteld.

Opgemerkt slot: Is het niet bijzonder dat een emeritus-predikant, die bekend is geraakt door meer aandacht te vragen voor het werk van de Geest in de gemeenten, op dit punt, namelijk de vrijheid die de Geest ons gunt en schenkt om elkaar en onze homofiele broeders en zusters daadwerkelijk lief te hebben, niet als zodanig wenst te benutten.

>> Zie bij deze blog ook: ‘Vasthouden aan de ware heilzame leer…

Bron citaat: ND Opinie – ‘Binnenkort is duidelijk of de NGK werkelijk vasthouden aan het gezag van de Bijbel’ – door Dick Westerkamp

‘Laat dus wat aards is in jullie afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij -, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die Hem ongehoorzaam zijn.’ (Uit Kolossenzen 3 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Knowing Jesus – Bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zó zullen de kinderen van God leren spreken…

‘In mijn overmoed dacht ik: Nooit zal ik wankelen.
Heer, U had mij lief en ik stond als een machtige berg,
U verborg Uw gelaat en ik bezweek van angst.’
(Uit Psalm 30 de verzen 7-8)

‘Op die dag zul je zeggen: Ik zal U loven Heer.
U bent woedend op mij geweest, maar Uw toorn is geweken,
U troost mij. God is mijn Redder.’
(Uit Jesaja 12 uit de verzen 1-2)

Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die ik jullie zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen;’ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd: Het hart van een mens moet vrolijk (gemaakt!) worden voor God en zich tot Hem opheffen, en zeggen: ‘Lieve Vader, is dat Uw wil, dat U mij zo’n mateloos grote liefde betoont? Dan wil ik wederkerig U ook van harte liefhebben en vrolijk zijn en graag doen wat in Uw ogen welgevallig is.
Dan kijkt het hart niet (langer) met schele ogen naar God, dan denkt het niet dat God het in de hel zal werpen, zoals het eerder wel kon denken, voordat de Heilige Geest bij hem of haar de Morgenster definitief had doen opgaan in het hart (1).
Omdat de Heilige Geest in ons hart afdrukt (2) dat God voor ons zo vriendelijk en genadig is, weten wij ook – door het geloof – dat God op ons niet meer zal kunnen toornen, en dan worden wij zo verheugd en onbevreesd, dat wij omwille van God alles willen doen en lijden, wat ook ook maar te doen en te lijden is (3).
Wij zullen de Heilige Geest – Die ook ons gegeven is! – de gelegenheid geven om God zó te leren kennen, dáártoe is Hij ons gegeven, dat is Zijn ambt, namelijk dat Hij de Schat, Christus en alles wat Hij heeft – Die ons in het Evangelie is beloofd en ook aan ons verkondigd is en wordt – ons zo toe-eigent, dat Hij Die zo in je hart geeft, dat je vast en zeker weet dat de Schat je eigendom is (4).

(1) Zie 2 Petrus 1 : 16-21.
(2) Daartoe moeten wij Hem wel de gelegenheid geven en dat door trouw en gelovig alle van God gegeven middelen te blijven gebruiken – zie Hebreeën 10 : 19-25.
(3) En dat dus in navolging van onze Heer – zie Hebreeën 12 : 3!
(4) Zie Johannes 10 : 1-18 en dan m.n. vers 14.

Bron citaat (bewerkt!): ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 3 juni – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Loof de HEER, want Hij is goed, eeuwig duurt Zijn trouw.
Zó spreken zij die door de Heer zijn verlost,
die Hij verloste uit de greep van de angst…’

‘Laten zij de HEER loven om Zijn trouw
om Zijn wonderen aan mensen verricht,
Hem hoog verheffen waar het volk bijeen is,
Hem loven in de kring van de oudsten.’

‘Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap,
wie onrecht doet, moet zwijgen.
De wijze neemt dit ter harte
en kent de trouw van de HEER.’

(Uit Psalm 107 de verzen 1-2, 31-32 en 42-43)

Bron afbeelding: Micoope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zou het leiden tot een wereldwijde opwekking?’

Dit zegt Hij die heilig en betrouwbaar is, Die de sleutel van David heeft – wanneer Hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer Hij sluit, kan niemand openen: Ik weet wat jullie doen. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor jullie open staat, zonder dat iemand hem sluiten kan. Want ook al hebben jullie weinig invloed, jullie zijn trouw gebleven aan wat Ik heb gezegd en jullie hebben Mijn naam niet verloochend.‘ (…) ‘Omdat jullie trouw zijn gebleven aan Mijn gebod om stand te houden, zal ik ook trouw zijn als er binnenkort de tijd van beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld. Ik kom spoedig, houdt vast aan wat jullie hebben, dan zal niemand jullie lauwerkrans kunnen afnemen.
Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van Mijn God. Daar zal hij of zij altijd blijven staan. Ik zal op hem of haar de naam schrijven van Mijn God en van de stad van van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij Mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook Mijn eigen nieuwe naam. Wie oren heeft moet horen wat de Geest tot de gemeenten zegt
.'(Uit Openbaring 3 uit de verzen 7-13)

Geciteerd: Over een jaar verspreid zou dat zo’n twintig boeken opleveren, en vijftienhonderd boeken over een heel leven. Wie weet hoe de Heilige Geest zo’n geestelijk dieet van lezen zou kunnen gebruiken! Zou het leiden tot een wereldwijde opwekking?

Opgemerkt 1: Lees bij bovenstaande gedeelte uit Openbaring ook wat geschreven werd aan de gemeente te Sardes (1-6) en de gemeente te Laodicea. In Sardes is de meerderheid inmiddels op sterven na dood terwijl de gemeente elders (nog) een goede naam heeft en in Laodicea zijn ze lauw, armzalig, berooid, blind en naakt, terwijl ze zelf toch rijk (1) menen te zijn. De leden van de gemeente te Laodicea worden door onze Heer aangeraden om van Hém goud (2) te kopen dat in het vuur gelouterd is en witte kleren (3) om jullie daarmee te kleden en jullie naaktheid te bedekken.

Opgemerkt 2: We lezen in die ‘brieven’ van onze Heer geen oproep om te gaan bidden of er in hun stad of gebied nog weer een uitstorting of opwekking van de Heilige Geest mag gaan plaatsvinden. Ze worden opgeroepen om zelf goed te luisteren naar wat de Geest hen te zeggen heeft en om daar praktijk van te maken in eigen leven en in eigen gemeente. En juist een gemeente als Filadelfia (‘Broederschap van Liefde’), die blijkbaar weinig heeft om hoog van op te geven en om mensenogen mee te verrassen (lees: verblinden), krijgt te horen dat onze Heer voor hén een deur heeft opengezet…

Opgemerkt slot: We zullen goed beseffen dat er in de Bijbel geen beloften staan over nieuwe uitstortingen (of opwekkingen) van de Geest in steden of gebieden en landen waar het Evangelie door de apostelen verkondigd werd. Wij zullen als christelijke gemeenten (waar dan ook) gehoor hebben te geven aan wat Gods Woord ons onderwijst en dan ook doen naar wat we gehoord hebben en ook steeds weer te horen zullen krijgen wanneer we de samenkomsten van een gemeente, waar trouw Gods Woord wordt gebracht, niet verzuimen (4). Dan lopen we geen vrome idealen na, maar doen we – op de plek waar God ons gesteld heeft – gelovig en trouw wat Gods Vaderhand ons te doen geeft. Meer wordt niet van ons gevraagd.

(1) Zou je hierbij nu ook kunnen denken aan: rijk aan boekenplanken vol werken van kerkvaders en oudvaders en wat niet al?
(2) Daarmee wordt toch niet bedoeld het ‘goud’ dat we nu moeten kopen van theologen, die hun visie(s) in één of meer dikke boekwerken hebben weten vast te leggen en Christus’ gemeente menen te kunnen opleggen? Zie de woorden van dr. M. Klaassen onlangs in een artikel van het RD.
(3) Zullen we hierbij niet vooral denken aan de goede werken die vrucht zijn van een standvastig en volhardend geloof?! (Zie Matteüs 25 : 34-40, Kolossenzen 3 : 12-15, Openbaring 19 : 8)
(4) Zie Hebreeën 10 : 24-25 – onderaan overgenomen.

>> Zie (ook) het eerdere commentaar in deze blog: ‘Wat bedoelde Augustinus met ‘Tolle Lege’

Bron citaat: RD Opinie – ‘Puriteinen zijn als wijn: de oude is beter’ – Ds. J.M.J. Kievit (De auteur is christelijk gereformeerd emeritus predikant).

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten (erediensten??), zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate wij de dag van Zijn komst zien naderen.‘ (Uit Hebreeën 10 de verzen 24-25).

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat bedoelde Augustinus met ‘Tolle Lege’?

De Torah (onderwijzing) des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten (de zondaars, de eenvoudigen) wijsheid gevende.’ (Uit Psalm 19 vers)

Geciteerd 1: Eerder schreef dr. Beeke een vuistdikke bundel onder de titel ”Meet the puritans”, Een uitnodiging dus om de puriteinen in hun geschriften te ontmoeten. Dat appel is zeer ter harte te nemen. Ik meen het echt: we kunnen slechts met geestelijke schade hun schriftelijke nalatenschap ongelezen laten. Wie zij waren, die puriteinen? Predikers in het Engelse taalgebied in met name de 17e eeuw. Ze maakten deel uit van een geestelijke vernieuwingsbeweging die opkwam voor de eer van de heilige God en Zijn Woord, de noodzaak van de gemeenschap met Christus en de dagelijkse praktijk van godzaligheid, in de concreetheid van zowel de binnenkamer als het leven daarbuiten.

Geciteerd 2: Dr. Beeke nog eens: „Ik vraag me soms af wat er zou gebeuren als christenen een kwartier per dag zouden besteden aan het lezen van puriteinse geschriften. Over een jaar verspreid zou dat zo’n twintig boeken opleveren, en vijftienhonderd boeken over een heel leven.

Geciteerd 3: Wie weet hoe de Heilige Geest zo’n geestelijk dieet van lezen zou kunnen gebruiken! Zou het leiden tot een wereldwijde opwekking? Zou het de aarde vullen met de kennis van de Heere, van zee tot zee? Dat is ons gebed. Tolle lege. Neem en lees!”

Opgemerkt 1: ‘Slechts met geestelijke schade ongelezen laten’? Hoe durft een predikant zijn gemeente en ons dat voor te houden en dat terwijl hij zichzelf en de gemeente altijd weer heeft moeten voorhouden en laten belijden dat Gods Woord volmaakt en genoegzaam is: ‘Wij geloven dat deze Heilige Schrift den wil Gods volkomenlijk vervat, en dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt.’ (1) Dat heeft Paulus zijn leerling en medewerker nog eens uitdrukkelijk willen voorhouden met zijn woorden in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en 2 Timoteüs 3 : 16-17.

Opgemerkt 2: Hebben deze dr. Beeke en de schrijver aandelen in de (wereldwijde) reformatorische boekenhandel (en theologie) en krijgen zij van de boekhandelaren ook geld toegeschoven om dit soort zaken aan ‘hun publiek’ voor te houden? Gaat het niet in de kerk op deze manier niet precies als in de wereld?! De machtigen (in kennis en wetenschap) weten het meeste geld (van deze wereld) naar zich toe te trekken en etaleren dat ongegeneerd op hun platforms voor het ‘gewone publiek’. Neem als voorbeeld het onderzoek van het heelal en de ruimtevaart en het wordt ons allemaal voorgeschoteld als onmisbare kennis voor de ontwikkeling van de mensheid hier op aarde…

Opgemerkt 3: En natuurlijk weten ze ‘hun publiek’ op een vrome manier een vette worst voor te houden: ‘Zou het leiden tot een wereldwijde opwekking? Zou het de aarde vullen met de kennis van de Heere, van zee tot zee? Dat is ons gebed. Tolle lege.’

Opgemerkt slot: Heeft Augustinus misschien z’n ‘Tolle Lege’ verhaal ook ingevoerd om zijn werken op te nemen en te lezen? Wie de kerkgeschiedenis een beetje kent, die kan weten dat Augustinus met zijn werken ontelbaar velen heeft dwars gezeten en zelfs op een verkeerd spoor gezet, mensen die toch beter hadden kunnen weten, wanneer ze niet de woorden en autoriteit van Augustinus hadden willen gebruiken, maar zich – in hun omstandigheden – hadden laten leren door Gods Woord geleid door de Heilige Geest Zelf, om Wiens leiding ze altijd weer mochten bidden. Maarten Luther heeft zich aan al die woorden van kerkvaders (zoals die ‘geclaimd’ werden door ‘de kerk’ van zijn tijd) mogen ontworstelen en daarom kunnen we van zijn Woordverkondiging ook nu nog gebruik maken en er van leren voor het leven van vandaag. Maar dat werk van hem zullen we niet verkopen en promoten door er allerlei mooie verwachtingen aan vast te knopen.

(1) Nederlandse Geloofsbelijdenis ‘De volkomenheid van de Heilige Schrift’ (artikel 7).

Zie ook deze (vervolg) blog: ‘Zal het leiden tot een wereldwijde opwekking?

Bron citaat: RD Opinie – ‘Puriteinen zijn als wijn: de oude is beter’ – Ds. J.M.J. Kievit (De auteur is christelijk gereformeerd emeritus predikant).

Wanneer je dit alles aan de broeders en zuster voorhoudt, zul je een goed dienaar van Christus Jezus zijn, gevoed door de woorden van het geloof en de juiste leer, waarvan je een trouw leerling en dienaar bent.‘ (…) ‘Oefen je in een vroom leven. Oefening van het lichaam is niet nutteloos, maar het nut van een godvruchtig leven is grenzeloos omdat het een belofte inhoudt voor dit leven en het leven dat nog komen zal. Deze boodschap is betrouwbaar en verdient volledige instemming. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat we onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die de Redder is van alle mensen, bovenal voor de gelovigen.’ (Uit 11 Timoteüs 4 uit de verzen 6-10)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onze dagelijkse strijd tegen hebzucht…

Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht (1) – hebzucht is afgoderij.’ (Uit Kolossenzen 3 vers 5)

‘Heer, U bent mijn erfdeel, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in (Uw Vader)handen.
Een lieflijke erfenis is mij toebedeeld,
waarin al mijn vreugde gelegen is.’
(Uit Psalm 16 vers 5-6)

Geciteerd: In de voorgaande verzen (2-4) van deze Psalm heeft de profeet duidelijk gemaakt waarom hij niets te maken wil hebben met afgodendienaars en hun afgoderij: ‘De smarten van hen die andere goden dienen (2), zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankoffers van bloed niet offeren, en hun namen niet op mijn lippen nemen.’ Dat doet de dichter om van de Heere een genadige verhoring te krijgen van zijn verzoek in vers 1 (‘Behoed mij, o God’), en om zijn ziel daarvan te verzekeren. Nu gaat de profeet deze weigering – om ook maar de minste gemeenschap te hebben met de dienst aan afgoden en hun dienaars – verder uitwerken. Hij wijst daarbij op wat hem drijft, namelijk de smaak van God goedertierenheid en weldadigheid voor hem (3). Dit is als het ware de (zesde) reden om van de Heere verhoring af te smeken: ‘Heer, U bent mijn erfdeel, mijn levensbeker; U onderhoudt mijn lot’.

In deze woorden zijn drie zaken op te merken die nadere uitleg behoeven:
1. De volkomen vrijwillige (genade) gave(n) van God aan David.
2. De onveranderlijkheid en vastheid daarvan.
3. De tevredenheid en het volkomen genoegen van David daarin.

1. Hij belijdt: ‘Heer, U bent mijn erfdeel, mijn levensbeker’. De profeet laat ons hier horen welk volkomen vrijwillig geschenk God (ook) aan hem geschonken heeft. Hij gebruikt daarvoor twee gelijkenissen. De eerste ontleent hij aan de zekerheid van een erfenis onder de (mede)kinderen. De tweede aan een (ander) oud gebruik in het gezins(familie)leven, waarbij de huisvader aan elk gezinslid een beker met drinken aanreikt. Ook in Psalm 11 gebruikt David deze gelijkenis: ‘God zal op de goddelozen (4) vuur en zwavel regenen; een geweldige storm zullen ze drinken uit de beker die Hij aanreikt’.
De betekenis van de woorden van David kunnen we daarom zo samenvatten: het belangrijkste van mijn vreugde en blijdschap is niet dat ik rijk en verheven ben, dat ik een machtig koning (geworden) ben, maar dat de almachtige Heere God (JHWH) Zichzelf (in Christus) aan mij geschonken heeft tot mijn eeuwig deel. Daarom springt mijn ziel op van vreugde. De smaak (5) van deze liefde verbindt mij vast aan de Heere alleen. Daarom wil ik helemaal niets (meer) met afgoden en hun dienaars te maken hebben.

Leer hier uit dat het ervaren (6) van Gods liefde een van de krachtigste beweegredenen is, waardoor de gelovigen opgewekt worden om ijverig de Heere te dienen en een afkeer te hebben om ook maar in het minste van God af te wijken (7).
Zo was het ook met Paulus. Wat bewoog hem ertoe om zoveel werk te doen, zoveel verdriet , kruis en lijden om de naam van Christus graag te verdragen; ja, zelfs in de verdrukkingen te roemen? Wat dreef hem daartoe? Hij zegt: Omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is – door de Geest! (AJ) -, (Romeinen 5 : 5). En in Galaten 2 : 19-20 zegt hij: ‘Want ik ben voor de wet gestorven, opdat ik voor God leven zou. Ik ben met Christus gekruisigd (geloofsuitspraak!); en ik leef, maar niet ikzelf, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof van (!) de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft’. U ziet dus dat hij vanwege de ervaring (8) van de liefde Zoon van God voor hem, graag van de wet wil afsterven, zich met Christus wil laten kruisigen, zijn eigen wil verloochenen en alleen naar de wil – het gebod (zie Johannes 15 : 12-17) – van Christus leven.

Dit horen we ook in 1 Johannes 4 : 9-11: ‘Herin is de liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening van onze zonden. Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn wij ook schuldig elkaar lief te heen. De apostel laat ons daarmee horen dat de ernstige overdenking – en de gelovige aanvaarding! (AJ) – van de liefde van God voor ons, ons krachtig aandrijft om – naar Christus’ gebod! – elkaar ook lief te hebben – en vergevingsgezind te zijn jegens elkaar (AJ).

Geciteerd slot: Hoe komt het nu dat het ervaren – nee het altijd weer gelovig aanvaarden, door de kracht van de Geest! (AJ) – van de liefde van God een van de krachtigste redenen is waardoor gelovigen opgewekt worden om de Heere ijverig naar Zijn welbehagen te dienen. Wel, de reden daarvan is dat die inspanning niet de ijver van huurlingen is (of eerst maar eens behoort te zijn), maar een ijver van zonen en dochters die door de liefde – die de Geest in hen werkt door Doop, Woord en gebed (AJ) – bewogen worden om hun hemelse Vader vlijtig (van harte!) te dienen.

(1) Wij hebben dagelijks strijd te voeren tegen de afgod van de hebzucht.
(2) We kunnen geen twee heren dienen (zie Matteüs 6 : 24)
(3) ‘Smaakt en ziet dat de Here goed is’ (Psalm 34 : 9)
(4) Hier niet ‘atheïsten’, maar degenen onder Gods volk die in de praktijk van hun leven geen rekening houden met wat God geopenbaard heeft over Zijn wil (zie o.a. m.n. Psalm 9 t/m 12 en Psalm 52).
(5) Nee, niet de smaak, maar God Zelf, door Christus, verbindt ons vast aan Hem alleen.
(6) Nee, het (altijd weer, onder alle omstandigheden) gelovig aanvaarden van Gods liefde en vergevingsgezindheid, daar gaat het om. David heeft dat moeten (en ook leren) doen na zijn zalving door Samuël, tijdens de moeiten die hem overkwamen gedurende het koningschap van Saul en ook door alle moeiten en zonden heen in zijn latere leven. Met name ook (nog weer) door het aanvaarden van de woorden van de profeet Nathan over Gods vergevende liefde na zijn zonde met Batseba en tegen Uria (en met hem andere volksgenoten/broeders, net als hij kinderen van het volk van God) en zie ook Samuel 24.
(7) Zie Romeinen 7 : 21-25.
(8) Nee, Paulus belijdt wat hij gelooft en dat tegen alles in wat een mens in deze wereld en in en aan zijn eigen ‘vleselijk bestaan’ krijgt te ervaren. Zijn woorden en zijn leven zijn een voortdurende geloofsbelijdenis van Zijn Doop: Met Christus gestorven en (weer) opgestaan om een nieuw leven te leiden en dat door alle lijden en verdrukking heen, net zoals Christus dat heeft kunnen en willen doen voor ons door Zijn (!) volmaakte geloof! Paulus moest Gods genade en vergevingsgezindheid horen en aanvaarden uit de mond van een broeder en dat (ook) door zich te laten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest: lees het in Handelingen 22 : 12-17.

>> Leestips: Psalm 11 en 16, Lukas 21 : 8-19 en Openbaring 3 : 14-22

Bron citaat: Reveil serie ‘Zeker van de eeuwige zaligheid’ – (preek van) Joos van Laren – Mei 2024, No. 605

‘U wijst mij de weg naar het (eeuwige) leven
overvloedige vreugde in Uw nabijheid,
voor altijd een liefelijke plek aan Uw zijde*.’
(Uit Psalm 16 vers 11)
*Zie Openbaring 3 : 21!

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over (het gevaar van) handopleggingen…

Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden, die de raad van oudsten over jou onder handoplegging heeft uitgesproken.‘ (Uit 1 Timoteüs 4 vers 14)

Geciteerd: Het opleggen van handen komt regelmatig in de evangelische en pinksterbeweging voor. Het is een goede handeling, want de Heer heeft het opgedragen en er wordt een zegen doorgegeven. Toch waarschuwt de apostel Paulus in 1 Timotheüs 5 : 22 zijn medewerker, bij het opleggen van handen de nodige voorzichtigheid in acht te nemen. De apostel schrijft: ‘Leg iemand niet te snel de handen op, maak jezelf niet medeverantwoordelijk voor zijn zonden, zorg ervoor dat je rein blijft.’ Het opleggen van handen is dus niet ongevaarlijk. Je maakt je immers in de onzienlijke wereld één met de persoon die je claimt, maar ook met zijn begeleidende geesten (Satans demonen). En in welke conditie ben je zelf, als je iemand langs deze weg wil bijstaan?
Zo kan een voorganger zich niet permitteren om te zondigen, want ieder ogenblik kan hij in de situatie geplaatst worden, dat een zieke of aangevallen broer of zus van de gemeente hem verzoekt hem of haar bij te staan en met hem of haar te bidden onder oplegging van handen. Omdat oplegging van handen de uitdrukking is van een zuiver geestelijke zaak, kan voorganger, oudste of een ander gemeentelid dat helpen wil ook niet met zondige gedachten rondlopen. Wanneer hij niet innerlijk zuiver voor God staat, kan zijn handoplegging nare gevolgen hebben. De apostel vermaant daarom: ‘Hou jezelf rein, niet alleen ten opzichte van uitbrekende zonden, maar zuiver je hart ook van: haat, jaloersheid, hoogmoed, onreinheid of hebzucht en stel je geestelijk op.’

Opgemerkt: Voor een gedoopt lid van een gemeente mag, door het geloof aan Gods Woord, vast en zeker zijn dat werkelijk niets hem of haar kan scheiden van de liefde van God, zoals Hij die ons geschonken heeft in en door Jezus Christus onze Heer (Romeinen 8 slot). Zodra we op onszelf zien, dan kunnen we niet anders dan meevoelen en instemmen met wat Paulus zegt in Romeinen 7 (m.n. in de verzen 21-24), maar ook daar leert hij ons al God te danken voor de redding die God, onze Vader, ons door onze Heer Jezus heeft gebracht (vers 25).
Dat moet ons zeer nuchter maken t.a.v. ‘occulte bindingen’, want een gelovig kind van God mag weten dat die geen vat op hem of haar zullen krijgen, tenzij we gaan twijfelen aan de woorden van Romeinen 8, namelijk of die ook (nog) wel ‘voor mij’ gelden.
Die gerustheid (1) mag er dus altijd zijn door het geloof en die zullen we door de kracht van de Heilige Geest ook verkrijgen op het gelovig gebed. Mensen die desondanks bevangen raken/zijn door twijfel (bijv. vanwege zonden die ze niet beleden hebben) die mogen – zoals o.a. in Jakobus 5 blijkt – een beroep doen op hun broeders en zusters om samen met hem of haar te bidden, zo nodig vooraf gegaan door een schuldbelijdenis – zie Jakobus 5 : 13-16.

(1) Het tegenovergestelde van die gerustheid is vrees en angst. Maar Johannes schrijft in zijn brief duidelijke woorden: ‘Jongeren, jullie zijn sterk want het woord van God blijft – door het geloof! – in jullie, en jullie hebben het kwaad (hij die het kwaad is, de boze) overwonnen.’ (1 Johannes 2 : 14). En even later schrijft hij: ‘Wij hebben Gods liefde, die in ons is (door de Geest), leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem of haar.’ En lees hierbij dan ook nog de (volgende) verzen over oordeel, vertrouwen en angst (zie 1 Johannes 4 : 11-21).

NB. Het (niet) deel krijgen aan de zonden van een ander door handoplegging dat kunnen we ook (Bijbels!) nuchter invullen: Oudsten die in een gemeente een taak krijgen in het pastoraat en het onderricht en diaconaat, die moeten – ook buiten de gemeente! – bekend staan als integere mensen, die ook hun eigen huishouden goed besturen en die hun zaken eerlijk behartigen, niet geldzuchtig zijn, niet meedoen aan lasterpraat, etc. Wanneer de gemeente lichtvaardig omgaat met het aanstellen van ambtsdragers, dan kan het gebeuren dat de openlijke of (later alsnog) openbaar geworden zonden van zo iemand dan ook de gemeente aangerekend worden.

>> Leestips: Romeinen 8, Jakobus 3 : 13-18 en 1 Johannes 4 : 11-21.

Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt Hem tot een leugenaar, omdat Hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over Zijn Zoon gegeven heeft. Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.‘ (Uit 1 Johannes 5 : 10-12)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie