Over geloof en zelfonderzoek en heilszekerheid…

Onderzoek bij jezelf of je vast op God vertrouwt, stel jezelf maar op de proef. Jullie weten toch van jezelf – door ons onderwijs! – dat Jezus Christus in jullie is. Als dat niet zo is, dan hebben jullie de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpen jullie dat dit wel voor ons geldt – wij houden ons aan en leven naar het onderwijs dat wij jullie gegeven hebben.’ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 5-6)

Geciteerd 1: Mouthaan stelt in zijn proefschrift dat dit niet per se tegenstrijdig is. De door hem onderzochte theologen –actief na de Dordtse Synode van 1618-1619– brachten namelijk een orde aan in de uitvoering van de geloofsplicht, waardoor hoorders niet allereerst moeten geloven dat Christus voor hen gestorven is, maar bijvoorbeeld dat het Evangelie waar is. De promovendus vond die orde een „verheldering”.

Opgemerkt 1: Wanneer we geloven dat het Evangelie waar is, dan geloven we dus eerst en vooral dat Christus ook voor ons gestorven is. Het één kan dus niet bestaan zonder het ander. De hoorders van het Evangelie (in Jeruzalem of later buiten Israël ook de ‘heidenen’) die geloof hechtten aan het Evangelie, die geloofden het Evangelie van ‘Jezus en Die gekruisigd om onze zonden en opgestaan om onze rechtvaardiging’ en ze hoefden na hun Doop – samen met hun huisgenoten! – niet meer te twijfelen aan het feit dat zij nu allen Gods aangenomen kinderen waren. Ze waren nu allen gewaarmerkt en met de Heilige Geest gezalfd en Die zou voortgaan met het geloof in hen te werken door het horen naar het onderwijs van Gods Woord en het deelnemen aan de maaltijden van de Heer. Ze hadden geen leraar nodig om hen van die eenvoudige en fundamentele waarheid van het Evangelie eerst nog te moeten overtuigen. Die waarheid moest voor hen vaststaan. Johannes schrijft daarover in zijn eerste brief: ‘Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: de zalving die je van Hem ontvangen hebt is blijvend. Je hebt (daarbij/daarover) geen leraar nodig (die jullie eerst nog naar de zekerheid daarover moet leiden). Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft.

Geciteerd 2: Prof. dr. Todd Weir (Groningen) vroeg Mouthaan of het geloof bij gereformeerden het enige criterium is voor zelfonderzoek. Mouthaan: „Er worden wel andere tekenen van verkiezing genoemd, maar die kunnen er hooguit op wijzen dat het geloof er is. Het geloof is het teken bij uitstek.” Dat geloof bewijst het werk van de Heilige Geest in het hart. Dat leidt tot verkiezingszekerheid, iets wat volgens Mouthaan nieuw is in de gereformeerde traditie ten opzichte van de middeleeuwse augustijnse traditie.

Opgemerkt 2: Nee, niet het aangetroffen geloof leidt tot verkiezingszekerheid (dat geloof kan heftig aangevochten worden), maar de ondergane Doop is de zekerheid van onze verkiezing. Daarom maakt juist de zuigelingendoop (van heidenen of van pasgeboren babies) het best duidelijk waar ons houvast ligt: buiten onszelf in het werk van onze drie-enige God.

Geciteerd 3: Dat Cary in de gereformeerde visie een tegenstrijdigheid ziet tussen de geloofsplicht en de noodzaak van zelfonderzoek, komt volgens Mouthaan doordat in Cary’s geloofsbegrip geen voortgaand proces kan bestaan. „Cary heeft een afkeer van zelfreflectie en voorwaardelijkheid, doordat hij denkt vanuit de lutherse avondmaalsleer.”

Opgemerkt 3: Wanneer we zelfreflectie verstaan als onderzoeken of wij onszelf kunnen zien en aanvaarden als kinderen van God, dan maakt wat hierboven gezegd is toch duidelijk dat we aan zulk zelfonderzoek niet zullen doen. Wij zullen wel nagaan of we door het geloof ook daadwerkelijk leven als dankbare kinderen van God want het Evangelie wil ons niet alleen (dankbare) hoorders maar ook dankbare daders doen zijn.

De Zoon van God, Jezus Christus, Die wij, Silvanus, Timoteüs en ik, aan jullie verkondigd hebben, was immers ook niet iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost. Het is God Die jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22)

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Dr. Johan Mouthaan: Bij gereformeerden is sprake van toeleven naar geloofszekerheid uit Heidelberger’ – door Kees van den Brink

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Nogmaals) David, Siba en Mefiboset…

‘Heer, wie mag te gast zijn in Uw tent,
wie mag wonen op Uw heilige berg?’
(Uit Psalm 15 vers 1, een Psalm van David)

Geciteerd 1: David (nu als nieuwe) koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem, waar de Jebusieten wonen. De Jebusieten zeiden tegen David: ‘U komt er niet in! Sterker nog lammen en blinden zullen u verjagen! David komt er niet in! Toch veroverde David de bergvesting in Sion, de huidige Davidsburcht, en hij verklaarde: ‘Wie de Jebusiet wil verslaan, hoeft slechts de watertoevoer af te snijden. En wat de lammen en blinden betreft, die veracht ik uit de grond van mijn hart.’ Daarom zegt men: Lammen en blinden die komen het huis niet in.

Geciteerd 2: David vroeg: ‘Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik dan goed behandelen, dat ben ik aan Jonathan verplicht.’ Nu was er bij de familie van Saul een zekere Siba in dienst. Hij werd bij David geroepen en de koning zei tegen hem: ‘Bent u Siba?’ ‘Uw dienaar, heer’, antwoordde hij. De koning vroeg hem: ‘Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik dan goed behandelen, zoals God dat voorschrijft.

Geciteerd 3: Toen liet de koning Mefiboset komen. David zei tegen hem: ‘Wees niet bang, ik verzeker je dat ik je goed zal behandelen, dat ben ik aan je vader Jonathan verplicht. Mefiboset was verlamd aan beide benen.

Geciteerd 4: Toen liet de koning Siba komen en zei tegen hem: ‘Alles wat aan Saul en zijn familie behoorde, geef ik aan de kleinzoon van uw meester (Saul). U zult voor hem de grond bewerken, samen met uw zonen en knechten, en de opbrengst afdragen aan de kleinzoon van uw meester, zodat hij ervan leven kan. En Mefiboset, de kleinzoon van uw meester, is voortaan aan mijn tafel te gast. Siba antwoordde de koning: ‘Zoals u beveelt, mijn heer en koning, het zal gebeuren.’ Zo werd Mefiboset aan het hof opgenomen en behandeld als een van de koningszonen. Hij had een zoontje dat Micha heette*. Siba, die zelf vijftien zonen en twintig knechten had, was met alle leden van zijn huishouding in dienst bij Mefiboset.

* De naam is waarschijnlijk een samentrekking uit Hebreeuws Michaiah, wat betekent “wie is als Jahweh” (ofwel: wie is als God). Als meisjesnaam (Michal) is het waarschijnlijk een afleiding van Michael of Michaël, wat eveneens betekent “wie is als God”.
NB. Een dochter van Saul heette Michal en was de eerste vrouw van David – zie 1 Samuel 18, 19 en 25, 2 Samuël 3 en 6.

> Zie hierbij (eventueel) ook nog mijn eerdere woorden over David, Mefiboset en Siba in deze blog.
> Zie ook deze blog met Luthercitaat: ‘Mijn huis zal een bedehuis heten…

Bron citaten: Zie 2 Samuël 4, 9, 16, 19 en 21.

Toen Hij Jeruzalem binnenging raakte de hele stad in rep en roer. (…) Jezus ging de tempel binnen, Hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers om en riep hen toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn”, maar jullie maken er een rovershol van!’ Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar Hem toe en Hij genas hen.’ (Uit Matteüs 21 uit de verzen 10-17)

Bron afbeelding: Linda’s Bible Study

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat laten wij aan onze (klein)kinderen na?

De gedachtenis van de rechtvaardige zal tot zegen zijn…’
(Uit Spreuken 7 vers 10)

Geciteerd 1: Ze kusten elkaar terwijl de tranen hen over de wangen liepen, tot Jonathan zich vermande en zei: ‘Vaarwel. Onthoud wat wij tweeën elkaar bij de Naam van de Heer gezworen hebben en dat wij en onze nakomelingen daar voor altijd aan gehouden zijn. De Heer is onze getuige.’

Geciteerd 2:

Jonathan ligt geveld op de heuvels
Het verdriet verstikt me, Jonathan,
Je was (je betoonde me) mijn broeder (te zijn), en mijn beste vriend.
Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen.
Ach, dat de helden moesten vallen,
dat jullie wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan.

Geciteerd 3: Koning David liet de zoon van Jonathan, de kleinzoon van Saul, ophalen uit het huis van Machir in Lodebar.’ (…) Mefiboseth woonde (vanaf toen) in Jeruzalem en was opgenomen aan het hof (en werd daar behandeld als een van de koningszonen). Hij had een gebrek aan beide benen.

Geciteerd 4: U had het in uw macht om heel mijn familie ter dood te brengen, maar u nam mij op aan uw hof. Met welk recht (!) zou ik mij beklagen. De koning antwoordde: ‘Genoeg hierover. Jij en Siba moeten het land maar delen.’* Toen zei Mefiboseth tegen de koning: ‘Nu u ongedeerd bent teruggekomen, mijn heer en koning, mag Siba wat mij betreft alles houden.’

Opgemerkt 1: De afgelopen twee zondagen werd er bij ons (in de ochtenddiensten) gepreekt over David en Mefiboset (de zoon van Jonathan). Wat bleek en blijkt het Oude Testament altijd weer leerzaam en wat brengt het ons ook veel mensenkennis bij!
David wist zich gehouden aan de eed die hij Jonatan gezworen had en hij maakte daar ook werk van. Die belofte aan Jonatan, die hij voor Gods aangezicht gedaan had, daar wist hij zich aan gebonden. En wat is dat tot zegen voor die zoon van Jonathan en kleinzoon van Saul. Zal Mefiboseth van David gehoord hebben over zijn vader? Hoe zijn vader het recht op het koningschap uit handen durfde te geven ondanks dat hij daarmee zijn vader Saul tergde en het voor hem daarmee op allerlei manier ook niet gemakkelijker op en beter van werd.
Uit het slot van deze geschiedenis over Mefiboset kunnen we toch wel afleiden dat het hem tot zegen gestrekt heeft, wat hij over zijn vader Jonathan gehoord heeft omdat David niet naliet zijn aan Jonathan gezworen eed na te komen. Bij Mefiboset zien we ook al het ‘Uw genade is mij genoeg‘ en dat kon en wilde hij dus belijden mee op grond van wat hij over zijn eigen vader had horen vertellen.

* Bij zijn terugkeer had David een moeilijke tijd achter de rug: hij moest vluchten, in de strijd vielen veel volksgenoten en hij verloor zijn zoon Absalom en hij moest nu bij zijn terugkeer de orde weer zien te herstellen in Jeruzalem en in het land. Verklaard dat zijn onverschilligheid jegens Mefiboseth en maakte hij het zichzelf liever gemakkelijk door een oplossing voor te stellen die hoort bij: waar twee twisten zullen er ook wel twee schuld hebben en dat ga ik niet uitzoeken. Maar door deze onverschilligheid van David kon nu wel de liefde en het geloof van Mefiboset des te krachtiger aan het licht komen en waarachtig blijken!

Opgemerkt 2: Wat kunnen wij uit deze geschiedenis leren en wat geven wij onze kinderen en kleinkinderen mee? Houden wij ons in onze huwelijken aan de eed die we elkaar in Gods Naam en voor Gods aangezicht gezworen hebben? Of gaan we op onze (vermeende!) rechten staan en strijden we uiteindelijk om niet meer dan geld en goed en gebruiken we broeders en zusters (en laat zelfs het pastoraat van een gemeente zich daar ook voor gebruiken) en nemen we ook nog een advocaat in de hand om er zeker niets op te verliezen aan de ander en als het even kan er juist zoveel mogelijk aan te winnen, omdat we de ander het licht in de ogen – ook letterlijk – niet meer gunnen…

Bron citaten: 1 Samuël 20, 2 Samuel 1, 9 en 19

Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem (of haar?) te bevrijden, maar Hij zei: ‘je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want (Mijn!) kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ (Uit 2 Korintiërs 12 8-9)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de maskers die we dragen…

Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht (!) de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.’ (Uit 2 Korintiërs 3 de verzen 16-18)

Geciteerd: Het sociale masker is slechts een schild om de binnenwereld te beschermen. Wie gebruikt dat masker? Het gewonde menselijke zelf met al zijn verdedigingslijnen. Wie bevindt zich achter alle lagen van het masker? Het ware zelf, IK BEN.

Opgemerkt 1: Zijn we al zo ver dat we met Paulus (willen en durven) belijden: ‘Daarom leef ik zelf niet meer, maar Christus leeft in mij. Zolang ik nog in dit lichaam ben, leef ik door het geloof in de Zoon van God. Hij hield zoveel van mij dat Hij zijn leven voor mij heeft gegeven. Wat God in zijn genade heeft gedaan, wil ik niet onderschatten. Want als wij het met God in orde konden maken door de Joodse wet te houden, zou Christus voor niets gestorven zijn.’

Opgemerkt 2: Wanneer we God liefhebben boven alles door onze naasten lief te hebben als onszelf, dan leeft Christus in ons. We schieten daarin dagelijks tekort, maar door het geloof mogen we toch vast en zeker weten dat Christus meer en meer woning maakt in onze harten en daar bezig is om onze oude zelfzuchtige natuur te doden.

Leestip: 2 Petrus 1 : 16-21.

Bron citaat en afbeelding: FB-bericht van Jan Bommerez

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wanneer de duivel ons lastig valt…

Wees waakzaam, wees op jullie hoede, want onze vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi.’ (Uit 1 Petrus 5 vers 8)

Geciteerd 1: De duivel is evenals Christus alomtegenwoordig, hij reageert en agiteert (1) uitgedaagd door alles wat naar Christus en geloof zweemt. Hier voltrekt zich een radicale omkering van de middeleeuwse voorstelling van de duivel, die meende dat de boze slechts aan het licht brengt hoezeer zonde en wereld bij elkaar horen. Luther denkt over deze samenhang heel anders: Niet het leven dat zich afspeelt in de wereld, en met werk en zaken te maken heeft, krijgt last met de duivel, maar de tegenstander is integendeel juist daar waar Christus aanwezig is: ‘Wanneer de duivel ons lastig valt dan staat het er goed met ons voor’!

Geciteerd 2: Het is een gevaarlijke onderneming zich te verdiepen in de Schrift. Want het Woord van God is ongehoord en dientengevolge allesbehalve ‘geloofwaardig’. Integendeel zelfs, het staat volstrekt in tegenspraak met ons verstand en onze ethische opvattingen, met als gevolg dat het twijfel of angst teweeg brengt. Dat zijn aanvechtingen, duivelse aanvechtingen, waardoor Luther zijn hele leven werd geplaagd. Ze behoren zo zeer tot zijn menselijke eigenschappen, tot de structuur van zijn persoonlijkheid en tot zijn karakter (2), dat het er op aan komt de auteur Luther helemaal te doorgronden (3) om de mens Luther te kunnen ontmoeten. De aanvallen van de duivel zijn doelgericht en effectief, ze slaan het slachtoffer neer, beroven hem van alle vreugde die men aan God en de mensen kan beleven. Voor enige tijd maken ze God en het eigen ‘ik’ onverdraaglijk. Eén en soms wel twee dagen lang (4) brachten de aanvechtingen Luther in het nauw (5). Het afschuwelijke van deze toestand is dat die dagen een eeuwigheid leken te duren. Op zulke momenten leek er geen uitweg te zijn en was er geen kijk op dat er ooit nog een einde aan zou komen.

Geciteerd 3: In zijn Grote Catechismus plaatst Luther de aanvechting die het gevolg is van een aanval van de duivel, in het middelpunt van zijn verklaring van de zesde bede uit het onze Vader: ‘En leid ons niet in verzoeking’. Zijn uitleg corrigeert de middeleeuwse voorstelling dat de duivel ieder mens door zijn vleselijke verlangens in verzoeking zou brengen.

Geciteerd 4: De verzoeking moet ons bewaren voor een vals gevoel van zelfvertrouwen (6) Daarom moeten wij Christenen, als kinderen van God, er tegen gewapend zijn en ons dagelijks bewust zijn dat we voortdurend worden aangevochten worden. Niemand mag zo zelfverzekerd en onachtzaam leven als zou de duivel ver weg zijn van ons, maar wij moeten voortdurend bedacht zijn op zijn streken en ze pareren. Want ook al ben ik op het moment kuis, geduldig en vriendelijk en leef in vast geloof, de duivel kan mij op hetzelfde moment een pijl in het hart schieten, dat ik nauwelijks op de been blijf. Hij is een vijand die nooit verslapt of moe wordt (7). Daarom is er geen andere raad en troost dan hierheen te lopen om het Onze vader te nemen en met heel het hart met God te spreken: ‘Lieve Vader, U hebt mij geleerd – door het onderwijs van Uw lieve Zoon – (hoe) te bidden; laat mij niet door de verzoeking terugvallen in zonde, schande en ongeloof’.

(1) En dat reageren en agiteren doet hij in ons eigen hart en verstand, maar ook via broeders en zusters en andere medemensen valt hij ons aan.
(2) Wordt hier toch niet teveel toegeschreven een de mens Luther. Was hij als (toekomstig) ‘reformatie-instrument’ in Gods hand niet juist ook daarom al doelwit van de boze. Heeft God niet juist ook deze aanvechtingen willen gebruiken om Luther tot lezen en herlezen van Gods Woord aan te zetten en om dat vol te houden tot hij gevonden had waar hij naar zocht in de Schrift (!).
(3) Wie kan een mens helemaal doorgronden – zie hierbij ook de woorden van Paulus in 1 Korintiërs 2 : 11-16 en 4 : 1-5.
(4) Voor zijn ontdekking van ‘de vrolijke ruil’ had hij ook wel langduriger last van wanhoop gedachten.
(5) Denk hierbij ook aan wat Paulus schreef over zijn doorn in het vlees – zie 2 Korintiërs 12 : 7-10.
(6) Aanvechtingen behoren ook tot de tuchtigingen van Gods kinderen – zie Hebreeën 12 : 1-13 en (5).
(7) Daarom dienen we onze wapenrusting dan ook goed te onderhouden met alle middelen die God ons daartoe geschonken heeft.

Bron citaten: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – ‘VI. De aangevochten Reformator’ – van Heiko A. Oberman (1930-2001), hoogleraar kerkgeschiedenis.

Ten slotte, zoek je kracht in de Heer, in de kracht van Zijn macht. Trek de (volle) wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel.‘ (Uit Efeziërs 6 : 10-20 de verzen 10-11)

Bron afbeelding: Pictorem-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kijken vanuit Gods perspectief’?

De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: “Vrees niet…”‘ (…) ‘”En ga nu snel naar Zijn leerlingen en zeg hun: Hij is opgestaan uit de dood en dit moeten jullie weten: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien.“‘ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 1-10)

Geciteerd: Toch was vroeger niet alles beter. Er was onrechtvaardigheid en uitbuiting in arbeidsverhoudingen. Ook mijn moeder had graag meer willen en kunnen doen dan de mulo. De emancipatie van de ”kleine luyden” en later die van de vrouw zijn niet uit de lucht komen vallen. Toch moeten we onszelf de vraag stellen in hoeverre iets in zichzelf echt oneerlijk is of dat we het nu als oneerlijk zien door onze nieuwe manier van kijken. Is het vanuit Gods perspectief werkelijk onrechtvaardig dat een getrouwde vrouw haar handelingsbevoegdheid verloor vanuit het Bijbelse verbondsdenken? Nee, de getrouwde vrouw werd eigendom van haar man. Dat horen we iedere week in de kerk bij het lezen van het tiende gebod. Natuurlijk brengt dat verplichtingen mee (Efeze 5:25-33) en moeten we beseffen dat God mens en schepping ziet vanuit Adam als verbondshoofd. Maar geloven we het nog? Of vinden we het ook oneerlijk en hebben we daarmee ten diepste het wereldbeeld en het verwachtingspatroon van onze tijd.

Opgemerkt: De wet was een (harde) ‘tuchtmeester’ tot Christus. Dat bleek juist ook nog altijd bij de man-vrouw verhouding onder het oude Verbond. En we moeten niet spreken over ‘verbondsdenken’, maar heel ons leven zien onder de koepel van Gods verbondsspreken. Op Zijn woorden en beloften kunnen we aan, ze zijn ‘ja en amen’ in Christus, de tweede Adam. In dat licht hebben we nu te spreken over de verhouding tussen man en vrouw en hoe we zullen omgaan met onze gelovige broeders en zusters (w.o. homofielen). Dat Paulus wilde/moest teruggrijpen op de oude verbondsorde, dat was niet vanwege zijn theologie, maar vanwege zijn pastoraat. De ‘zuigelingengemeenten’ waren (daar en toen) nog niet toe aan de inbreng van vrouwen bij de geregelde verkondiging van Gods Woord in de gemeenten. Net als in de synagogen moesten de mannen uit de schriften van het Oude Testament (voor)lezen en daar een verkondiging aan vastknopen op basis van wat ze van de apostelen gehoord en geleerd hadden. Dat leren we m.n. uit het onderwijs van Paulus in 1 Korintiërs 14. Wat (jaren) later (blijkt uit zijn brieven aan Timoteüs en Titus) dat de gemeenten die orde blijkbaar ook daadwerkelijk hebben aanvaard en overgenomen. Uit de brief aan de gemeente in Tyatira (Openbaring 2 : 18-29) blijkt dat ze daar toch ook al een profetes gelegenheid hebben gegeven om (haar leringen) in de gemeente te verkondigen. Dat profeteren wordt haar niet verboden door onze Heer, maar ze diende zich wel te bekeren van haar verkeerde leringen…

Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus ons heeft liefgehad en Zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.’ (Uit Efeziërs 5 de verzen 1-2)

> Leestips: Jesaja 53 en 2 Korintiërs 5 : 11-21.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Niet ons gevoel van oneerlijkheid maar Gods maatstaf is de norm’ – door dr. B.A. Zuiddam.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één Mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat Hij voor allen is gestorven op dat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.‘ (Uit 2 Korintiërs 5 de verzen 14-15 en lees ook het vervolg!)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over herders die huurlingen bleken…

De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? Jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld. Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat.
Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER: Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, mijn schapen hadden geen herder, ze werden weggeroofd en door de wilde dieren verslonden; en jullie, herders, keken niet naar mijn schapen om, jullie hebben alleen jezelf geweid maar niet mijn schapen!

Geciteerd: Ieder rechtgeaarde christen laat zich niet afschrikken, wanneer hij wolven in de kerk hoort en ziet, maar voordat hij zijn naaste van het Woord en de ware kennis van Christus laat beroven, zou hij eerder lichaam en leven daarvoor overgeven. Zoals de heilige apostelen en lieve martelaren dat gedaan hebben. Ze zijn de wolven in de muil gelopen en zijn niet gevlucht. (…) Zo moet het nóg zijn. Wie een predikant wil zijn, moet erop bedacht zijn God lief te hebben boven alles door de naaste lief te hebben als zichzelf en op zijn of haar heil bedacht te zijn (1). (…) Dát zijn de echte huurlingen, die om eigen voordeel en gewin (2a) preken en niet tevreden zijn met wat God hen dagelijks tot onderhoud verstrekt als aalmoes aan een bedelaar. Want wij predikanten zullen toch niet méér van ons ambt hebben dan voedsel en een dak boven het hoofd (3). Die echter meer willen (2b), zijn huurlingen, die niet werkelijk om de kudde geven. Terwijl integendeel een goede herder alles daarom wil verliezen, ook zijn lichaam en leven.’
[Maarten Luther: WA 52, 277, 16-32]

(1) Zie hierbij 1 Johannes 4 : 11-16).
(2ab) En dat kan beslist ook alleen de aandacht en eer en bijval/applaus van mensen zijn…
(3) En dan hebben ze daarmee al meer dan hun Heer – zie Matteüs 8 : 20.

Bron (bewerkt) citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 4 juli – ‘De goede Herder en Zijn schapen (4)’ – Den Hertog uitgeverij (2019)

Ik heb er altijd voor gewaakt jullie iets te kosten en zal dat blijven doen.’ (…) ‘Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen toch met grootste gemak. Tenslotte verdragen jullie het ook dat men jullie tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven jullie verheft en dat jullie beledigd worden. Nu, ik moet tot mijn schande bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest.’ (…) ‘Want ik mag dan onbeduidend zijn, ik doe toch echt niet onder voor die geweldige (schijn)apostelen (die zich groot maken bij jullie).’ (…) ‘Jullie zijn in vergelijking met de andere gemeenten – wat mijn liefde en inzet voor jullie betreft (in prediking en pastoraat, zie bijv. Handelingen 20 : 17-38) – niets tekort gekomen, op één ding na: ik heb jullie niets gekost. Vergeef me deze onrechtvaardigheid.’ (Woorden van Paulus te lezen in 2 Korintiërs 11 en 12)

Bron afbeelding: The Consecrated Woman

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maar had de liefde niet’…

Ook wij (Joodse apostelen) hebben in Christus Jezus geloofd, om gerechtvaardigd te worden door geloof in Christus, en niet door werken van de Wet.’ (Uit Galaten 2 vers 16)

Geciteerd: Dit is de ware betekenis van het christendom, dat we gerechtvaardigd worden door het geloof in Christus, niet door de werken van de Wet. Laat u hier niet mee verleiden door de kwade glans van de sofisten, die zeggen dat het geloof alleen rechtvaardigt als er liefde en goede werken aan worden toegevoegd. Met deze verderfelijke glans hebben ze enkele van de mooiste teksten van dit soort verduisterd en verdraaid. Wanneer een mens hoort dat hij in Christus moet geloven, maar dat geloof niet rechtvaardigt, tenzij deze ‘vorm’, dat wil zeggen liefde, wordt toegevoegd, dan valt hij snel af van het geloof en denkt bij zichzelf: ‘Als het geloof niet rechtvaardigt zonder liefde dan is het geloof ijdel en nutteloos, en alleen de liefde rechtvaardigt; of tenzij het geloof gevormd en versierd wordt door liefde, is het niets.”

Ter ondersteuning van deze slechte en destructieve glans halen de tegenstanders deze passage uit 1 Kor. 13:1–2: “Als ik in de talen van mensen en van engelen spreek, en als ik profetische krachten heb en alle mysteries en alle kennis begrijp, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen kan verzetten, maar geen liefde heb Ik ben niets.’ Ze veronderstellen dat deze doorgang hun bronzen muur is. Maar het zijn mensen zonder begrip, en daarom kunnen ze niets in Paulus begrijpen of zien. Met deze valse interpretatie hebben ze niet alleen de woorden van Paulus geschaad, maar hebben ze ook Christus verloochend en al Zijn zegeningen begraven. Daarom moet deze glans vermeden worden als een hels vergif, en we moeten met Paulus concluderen: Door geloof alleen, niet door geloof gevormd door liefde, zijn we gerechtvaardigd. We moeten de kracht van rechtvaardiging niet toeschrijven aan een ‘vorm’ die een mens God welgevallig maakt; we moeten het toeschrijven aan het geloof, dat Christus de Verlosser Zelf aangrijpt en Hem in het hart bezit. Dit geloof rechtvaardigt zonder liefde en vóór liefde.

Wij geven toe dat goede werken en liefde ook moeten worden onderwezen; maar dit moet op de juiste tijd en plaats gebeuren, dat wil zeggen, wanneer de vraag te maken heeft met werken, afgezien van deze hoofdleer. Maar het punt waar het hier om gaat is hoe we gerechtvaardigd worden en het eeuwige leven bereiken. Hierop antwoorden wij met Paulus: Wij worden uitsluitend rechtvaardig verklaard door het geloof in Christus, niet door de werken van de Wet of door liefde. Dit is niet omdat we werken of liefde verwerpen, zoals onze tegenstanders ons ervan beschuldigen, maar omdat we weigeren ons te laten afleiden van het belangrijkste punt waar het hier om gaat, zoals Satan probeert te doen. Dus omdat we nu te maken hebben met het onderwerp rechtvaardiging, verwerpen en veroordelen we werken; want dit onderwerp staat geen enkele discussie over goede werken toe. Wat deze kwestie betreft, hebben we daarom eenvoudigweg alle wetten en alle werken van de Wet geschrapt.

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.136/137) – Vertaalde Lutherquote: Second Lectures on Galatians (34)

Opgemerkt: In 1 Korintiërs 13 gaat het ook over goede werken en dan zegt Paulus: Al deed ik al deze goede werken, maar had ik de liefde niet, ik zou niets zijn, het zou mij niet baten. We moeten hier dan ook liefde ‘vertalen’ naar: ‘het geloof van Jezus Christus’ (a), zoals de gelovigen die mogen ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. Het is het vertrouwen van onze Heer Die Zijn Vader – uit liefde en gehoorzaamheid! – hier op aarde een volmaakt vertrouwen gaf. Uit dat geloof van Hem ontspringen alle goede daden, die wij mensen mogen doen. En wanneer we niet leven uit dat geloof – we zullen er naar jagen om dat altijd wel te doen (zie 1 Korintiërs 14 : 1) – dan zitten we beslist fout met het doen van onze goede werken. Dan kan je weten dat dit niet de werken zijn die God voor ons heeft ‘klaargelegd’ om die te doen (vgl. Efeziërs 2 : 10). Dan kiezen we een eigenwillige weg met de goede werken die we doen (1). Dat het niet maar vanzelfsprekend is dat wij als gelovige christenen het goede spoor bewandelen, dat blijkt ook wel uit de laatste hoofdstukken van de tweede brief aan de Korintiërs. Paulus vraagt daar van/aan de Korintiërs: ‘Onderzoek bij jezelf of je wel vast op God vertrouwt, stel jezelf op de proef. Je weet toch van jezelf of Christus in je is? Als dat niet zo is, dan heb je de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpen jullie wel dat dit wel voor ons geldt. Wij bidden God dat jullie het kwade nalaten (ook dus het doen van goede werken die niet voortkomen uit het geloof van Christus), niet om daarmee te bewijzen dat wij geslaagd zijn (in onze missie), maar omdat jullie het goede moeten doen, ook al zouden wij mislukt zijn.’ – want Christus is niet mislukt, Die blijft in eeuwigheid dezelfde (2), los van wat mensen (mis)doen!

(1) NB. Laten al die predikanten, die de kleinen ergeren door hun het kinderlijk vertrouwen op Christus af te nemen (o.a. door ze voorlopig maar van het Avondmaal af te houden), maar die toch van alle gedoopte kerkleden (waaronder homofielen) vragen om (alvast maar) goede werken te doen en een heilig leven te leiden, dan toch maar weer Matteüs 18 : 1-14 te lezen en m.n. overdenken waarom onze Heer daar zegt: ‘zo iemand kan maar beter met een molensteen om z’n hals in zee geworpen worden’. Ze zijn als de vromen die Jakobus noemt in zijn brief in Jakobus 2 : 14-16, maar dan op geestelijk gebied.
(2) Hebreeën 13 : 7-8.

(a) ‘… namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen die geloven; want er is geen onderscheid’ (Uit Romeinen 3 vers 22 SV).

> Zie verder hierbij ook deze overdenking: ‘Het geloof van Jezus Christus‘.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

‘”Dit is onze zoon”, zeiden zijn ouders, “en hij is blind geboren, dat weten we zeker. Maar hoe hij nu kan zien, dat weten we niet, maar hoe hij nu kan zien dat weten we niet, en wie zijn ogen geopend heeft, weten we ook niet. Vraag het hem zelf maar. Hij is oud genoeg om voor zichzelf te spreken…”‘ (Uit Johannes 9, zie vervolg onderaan)

Geciteerd 1: “Ik verzamel paddenstoelen, mag ik in uw kas kijken?” En dan antwoordde die boer altijd: “Je mag best kijken, maar ik werk hier al dertig jaar, en ik heb nooit een paddenstoel gezien.”’
‘En dan liep ik naar binnen, en daar stierf het van de paddenstoelen. Werkelijk overal, overal. Later kwam ik naar buiten met mijn verzamelkoffertje vol, en dan stond die boer te kijken: wat? In die tijd zaten de mensen op hun knieën te werken, hè, met hun neus erbovenop, maar ze zagen geen enkele paddenstoel. Zij zagen alleen komkommers.’ (a)

Geciteerd 2: ‘Veel later, in de tijd van de Reformatie, werden diezelfde polemieken tegen het katholicisme gericht. In de ogen van de protestanten waren dát ineens de heidenen met hun afgodsbeelden en hun rituelen.’ Vandaar de Beeldenstorm. ‘Het protestantisme ging zich nog nauwer definiëren, als anti-magie, anti-idolatrie, anti-katholiek; er was alleen nog maar het puur geestelijke, het Woord van God.’ (1)
‘Die manier van denken wordt vervolgens de basis van heel belangrijke aspecten van de Verlichting. We denken bij Verlichting aan rationaliteit, niet aan religie; maar die beweging staat op de schouders van het protestantisme. Alleen worden in het verlichtingsdenken die aspecten van de cultuur die doen denken aan paganisme niet langer gedemoniseerd, maar belachelijk gemaakt: je bent gewoon niet goed snik en niet goed opgeleid als je dat soort onzin serieus neemt.’

Geciteerd 3: Verlichtingsfilosofen hamerden erop dat enkel zintuiglijke ervaring mocht tellen als basis van rationeel denken. Het gaat om harde, empirische, meetbare feiten. Allerlei andere domeinen, zoals ethiek, filosofie, theologie, en metafysica, gelden niet meer als geldige bron van kennis; op zijn best zien we ze als ‘soft’ en minderwaardig.
Deze ontwikkeling gaat nog steeds door; de afgelopen tien jaar misschien nog wel sneller dan eerst, merkt Hanegraaff. ‘Iedereen wil data; meten is weten. Kwantitatief onderzoek geldt als gouden norm; kwalitatief onderzoek delft het onderspit. Het is ongelooflijk wat we allemaal gaan kwijtraken op deze manier.’
Onze definitie van normaal en rationeel is dus het product van een millennialang proces van (religieus gemotiveerde) censuur (2).
Hanegraaff: ‘Het Westen heeft door de eeuwen heen een heel nauw zelfbeeld geschapen. Op basis daarvan is er zo veel níét gekopieerd, niet overgeleverd, op zwarte lijsten gezet, vernietigd. We hebben zulke grote delen van de rijkgeschakeerde westerse cultuur geamputeerd, weggelachen of verketterd. En daarmee hebben we ook hele delen van de werkelijkheid weggeschreven en gedemoniseerd. Er is zo veel meer dan je kunt zien.’

Slot: We zien alleen nog komkommers, terwijl het wemelt van de paddenstoelen.

(1) Zelfs de viering van het Avondmaal ontkwam niet aan rationalisering gezien de strijd die hierover ontbrandde. Zie deze brief van Maarten Luther over deze discussie in de jonge protestantse kerken: ‘Luther en het Avondmaal
(2) Of seculier wetenschappelijke gemotiveerde censuur! Zie deze woorden van Imannuel Velikovsky tot het Graduate College Forum van de Princeton Universiteit.
(3) Zie deze blog over de ‘wetenschappelijke’ ijver van hedendaagse theologen: ‘Over ijverige theologen die nog resultaten weten te boeken…

(a) Aan het woord is Wouter Hanegraaff. Kijken naar wat anderen niet zien – of niet willen zien – is inmiddels al vijfentwintig jaar zijn vak. Sinds 1999 is hij hoogleraar in de Geschiedenis van de Hermetische Filosofie en Verwante Stromingen aan de Universiteit van Amsterdam, en schrijft hij gestaag aan een stapel boeken over esoterie.

Bron citaat: De Correspondent – ‘We gaan de crises van onze tijd niet oplossen met ‘normaal doen’. Het is tijd voor magie, astrologie en andere rare ideeën’ – door Bregje Hofstede (Correspondent Nieuwe goden).

Dat zeiden zijn ouders omdat ze bang waren voor de Joodse leiders, omdat die al besloten hadden dat ze iedereen die Jezus als de Messias zou erkennen uit de synagoge zouden zetten*. Daarom zeiden zijn ouders dus dat hij oud genoeg was en dat ze het hem zelf maar moesten vragen.‘ (Uit Johannes 9 de verzen 20-23)
* Censuur is van alle tijden. Zelfs in je eigen (kerkelijke en burgerlijke) gemeente wordt het (op bescheiden manier!) aanleveren van commentaar nog beloond met o.a.(!) negeren, wegkijken en (uiteindelijk zelfs) verbanning!

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ijverige theologen die nog resultaten weten te boeken…

De ijver voor Uw huis heeft mij verteerd…’ (Uit Psalm 69 uit vers 10)

Geciteerd 1: Slager wijst zelf de evolutietheorie van de hand, maar is in zijn lessen ook eerlijk over de problemen waar een creationist zich voor gesteld ziet. ‘Bijvoorbeeld: hoe kan er licht tot ons komen van sterren die miljoenen lichtjaren van ons vandaan zijn als de aarde nog maar 6000 jaar oud is? Daarvoor heb ik nog geen bevredigende verklaring gehoord.’
Veel van Slagers leerlingen zijn geneigd de Bijbel letterlijk te lezen, vertelt hij, en zien dus ook geen ruimte voor de evolutietheorie. ‘Om ze een beetje uit te dagen speel ik weleens advocaat van de duivel. Ik vraag bijvoorbeeld: Als het in de Bijbel gaat over pilaren waarop de aarde steunt, wordt dat dan letterlijk bedoeld? Veel leerlingen wringen zich in zo’n geval in allerlei bochten om toch bij een letterlijke lezing te kunnen blijven.’

Opgemerkt 1: Hoe kon er op de aarde een volwassen mens rondlopen die nog maar één dag oud was. En zo kan je dat rijtje problemen nog wel aanvullen. Wie op grond van Gods Woord gelooft dat God de wereld geschapen heeft en dan hoort met hoeveel onbevredigende verklaringen de aanhangers van de evolutieleer komen aanzetten, dan maak je je niet druk over het ontbreken van bevredigende verklaringen, zoals bijvoorbeeld het licht van de sterren die wij hier op aarde kunnen zien of waarnemen met onze moderne apparatuur.!

Geciteerd 2: Hoe anders is het op gereformeerde middelbare scholen. Daar heeft de afgelopen jaren juist een enorme verschuiving plaatsgevonden. Bijna twee derde van de docenten leest Genesis 1 niet letterlijk en hangt een vorm van theïstische evolutie aan (in 2009 was dat zo’n 25 procent). Nog maar 19 procent gelooft dat God de aarde in zes dagen van 24 uur heeft geschapen.
Van den Brink ziet daarin de bevestiging dat er aan gereformeerde zijde meer openheid is ontstaan voor de visie van theïstische evolutie. ‘Ik merk dat ik van collega’s van de Theologische Universiteit in Utrecht, voorheen Kampen, en voor een deel ook van de TU Apeldoorn, krediet krijg voor mijn boek. Daar is trouwens ook ruimte voor creationisme. De sfeer is er veilig genoeg om erover van mening te kunnen verschillen, en blijkbaar is dat op de gereformeerde scholen ook het geval.’

Opgemerkt 2: Nou, dan heeft Gijsbert van den Brink met zijn ijver toch wat bereikt waar hij trots op kan zijn…

En tot slot, mijn kind, nog deze waarschuwing: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af (1). Alles wat je hebt gehoord (uit Mijn onderwijs) komt hierop neer: Heb ontzag voor God en leef Zijn geboden na (2). Dat geldt voor ieder mens, want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte.’ (Uit Prediker 12 de verzen 12-14)
(1) Ga maar naar buiten, de natuur in, en geef daar je ogen en oren de kost en vergeet niet dagelijks biddend Gods Woord te lezen en te overdenken.
(2) Lees de eerste brief van Johannes en dan m.n. de hoofdstukken 2 en 4.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Hoe de opvattingen over schepping en evolutie verschoven in het orthodox-christelijk onderwijs’ – door Maurice Hoogendoorn.

‘Dit zegt de HEER, Israëls Koning en Bevrijder,
De HEER van de hemelse machten:
Ik ben de Eerste en de Laatste,
er is geen god buiten Mij.
Wie is zoals Ik? Laat Hij het woord nemen.
Laat hij vertellen en ontvouwen
wat er te gebeuren stond
vanaf de dag dat ik de mensheid schiep,
en laat Hij onthullen wat er gebeuren gaat.
Vrees niet, laat de angst je niet verlammen:
heb Ik het je niet vanaf het begin laten horen,
heb Ik het jullie niet aldoor verteld?
Jullie zijn mijn getuigen: is er een God buiten Mij,
of een andere Rots*? Ik ken er geen.’
(Uit Jesaja 44 de verzen 6-8)

* Laten we ook de seculiere wetenschap niet tot een rots naast Gods Woord maken!

Bron afbeelding: Talk To The Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie