Een liefdesoffensief met dubbele overwinning…

Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!“‘
(Uit Lukas 10 vers 5)

Geciteerd: Vergis je niet: de volgeling van Jezus is soldaat. In de strijd wordt een geheim wapen gehanteerd: dat van de liefde. Het doet denken aan de oorlogsverklaring van wijlen ds. Martin Luther King (1929-1968) (1). ‘Doe ons aan wat ge wilt en wij zullen u/jullie nog liefhebben. Werpt ons in de gevangenis: we zullen u/jullie nog liefhebben … Eens zullen we de vrijheid veroveren, maar dan niet voor onszelf alleen. Wij zullen een zo innig beroep op jullie harten en geweten doen dat we tegelijkertijd jullie zullen veroveren en onze overwinning zal een dubbele overwinning zijn.’ Overgave aan de liefde van Christus levert winnaars op.

(1) King werd beroemd in de jaren 1950 en 1960 dankzij zijn geweldloze verzet tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten, onder meer door de mars naar Washington op 28 augustus 1963 en het boycotten van stadsbussen die blanken bevoordeelden. (…) In 1968 werd Martin Luther King op 39-jarige leeftijd doodgeschoten terwijl hij op het balkon van het Lorraine Motel in Memphis stond. Dit was “een tragisch dieptepunt” in de roerige jaren zestig, waarin ook andere progressieven en voorvechters van burgerrechten in de Verenigde Staten, zoals president John F. Kennedy (november 1963), Malcolm X (februari 1965) en Robert F. Kennedy (juni 1968), slachtoffer werden van geweld.

Leestip: Lukas 10.

Bron citaat: Dag in dag uit 2024 – Meditatie van 29 juli – Leger des Heils | Arkmedia

Verheug je er echter niet over dat – in de strijd voor het koninkrijk van God – de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je dat jullie naam in de hemel is opgetekend.‘ (Uit Lukas 10 vers 20)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie luistert er mee naar onze monologen…

‘Wie zich bekommert om een broeder/zuster in nood
toont zijn/haar eerbied voor de Ontzagwekkende.’
(Uit Job 6 vers 14)

Opgemerkt: Job en z’n vrienden houden hele monologen waarbij ze nogal eens moeten wachten tot de ander uitgesproken is. Job deed het vanwege z’n leed en het onrecht dat z’n vrienden hem aandeden met hun denkbeelden (over Job en God) en hun woorden daarover naar hem.
Hierover nadenkend geeft me dat aanleiding om op te merken dat Job door God rechtvaardig werd verklaard en in het gelijk gesteld, niet eens zozeer omdat er niets op hem aan te merken viel, maar vooral omdat Hij het van de levende God was blijven verwachten, namelijk om hem recht te doen, wat uiteindelijk ook gebeurde. Z’n vrienden hadden aan hun eigen denkbeelden en theologie genoeg, daar waren ze best tevreden mee, daar konden ze mee leven, maar Job kon dat niet…

‘Ik roep tot U, HEER:
‘U bent mijn schuilplaats
al wat ik heb in het land van de levenden.’
(Uit Psalm 142 vers 6)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zijn wij christenen kleine ZZP-ertjes?

‘U bent mijn enige hoop,
Heer, Mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.
Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.’
(Uit Psalm 71 de verzen 5-6)

Geciteerd: Marc Floor (1): ‘Ik wist al heel jong dat zo’n keus voor Jezus best radicaal is. Zo van als ik dat doe, dan kan ik dat alleen maar vanuit mezelf doen en niet vanwege mensen of vanwege een kerk of wat dan ook. Het moet echt mijn keuze zijn.’

Opgemerkt 1: Wat in- en intriest – maar niet onlogisch – om dat te horen uit de mond van een kind van ouders die van het christen-zijn zelfs hun business hebben weten te maken…

Aanvullend 1: Toen onze oudste zoon belijdenis ging doen was net ingevoerd dat de jongeren die belijdenis deden een verhaal over hun keuze zouden afsteken voor in de kerk. Daar heb ik toen al van laten weten waarom dat geen goede ontwikkeling was. Het is zondermeer vergelijkbaar met dat je kind op z’n 18e gaat vertellen waarom hij voor zijn ouders gekozen heeft. Zij kozen voor mij en nu kies ik voor hen, maar het had natuurlijk ook anders gekund. Het is nu toch echt mijn eigen keus…

Aanvullend 2: Je kunt het ook vergelijken met wanneer in een rechtszaal je als getuige gevraagd wordt een eed af te leggen* voorafgaand aan de verklaring die je geeft.
De rechter verwacht dan niet van de getuige dat die na de eed eerst nog een (heel) verhaal gaat vertellen waarom hij ervoor kiest om de waarheid en alleen de waarheid te spreken. De eed die de getuige afgelegd heeft is genoeg. Zo zal iemand die belijdenis aflegt genoeg hebben aan het ja dat hij/zij zeggen mag op de waarheid van het Evangelie. Daarna mag degene die belijdenis deed met en door zijn/haar leven laten zien dat hij/zij die waarheid van het Evangelie ook werkelijk toegedaan is. En als het goed is, heeft hij of zij dat al vanaf de kinderjaren gedaan, en dat met hulp van de Heilige Geest waarom ook zijn/haar ouders (en grootouders, en de gemeente) altijd weer gebeden hebben.

* Voordat u als getuige een verklaring aflegt, moet u de eed of de belofte afleggen. U zweert of belooft daarmee de waarheid te spreken. Vertelt u daarna met opzet niet de waarheid, dan maakt u zich schuldig aan meineed. Dit is strafbaar.

Aanvullend 3: Ook in de paradijstuin werden Adam&Eva niet voor de keus gezet om daar God te gaan dienen of liever maar als ZZP-ers aan de slag te gaan. Ze hadden uit Gods mond de waarheid gehoord over die boom en ze zouden van Zijn woorden aanvaard hebben dat die naar waarheid gesproken werden door hun Schepper. Want wanneer God niet op Zijn Woord te vertrouwen is, naar wie moesten ze dan toe als kleine afhankelijke mensen, die zelfs nog leren moesten hoe je een tuin moet aanleggen? Dat had God eerst maar eens voor ze gedaan. Adam kon dus niet Eva trots uitnodigen om nu eerst eens de door hem aangelegde hof te komen aanschouwen…
En zou God nu, na de val, in een wereld vol leugen en bedrog, de mens wel behandelen als kleine ZZP-ertjes, die eerst maar eens moeten ontdekken of ze wel in dienst willen gaan (of niet) bij de God die hen geschapen heeft. Nou, zulke dienstknechten wil God helemaal niet in Zijn gevolg hebben, en al helemaal niet in de kerk, daar verwacht Hij dankbare kinderen, die altijd weer goed luisteren naar wat hun liefhebbende Vader hen wil laten horen en weten én die er dan ook naar doen.

(1) Marc Floor Ten Brinke woont nog thuis bij zijn ouders maar leeft als artiest een ander leven in Amsterdam. Eerder dit jaar maakte hij de keuze om zich te laten dopen, het leven in het spoor van zijn christelijke ouders is echter niet zo eenvoudig. ‘Mijn optredens zijn op zaterdag en zondag, maar maandag is de kerk dicht.’

Bron citaat: ND Geloof – ‘Zanger Marc Floor en vader Jurrien over het geloof en artiest-zijn: ‘Ik wilde mijn eigen keuzes maken’’ – door Laura Dijkhuizen

Mensen zweren – niet bij zichzelf, maar – altijd bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en met hun eed bekrachtigen ze de waarheid en beëindigen ze elke twist (2). Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast Zijn voornemen was, stelde Hij Zich op eenzelfde manier met een eed garant (zie vers 13). Met deze twee onomkeerbare daden (uitspreken van de belofte en een eed zweren) – die uitsluiten dat God liegt – heeft Hij ons kracht en moed willen inspreken. Onze toevlucht is vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat tot voorbij het voorhangsel, waar Jezus als voorloper is binnengegaan, ten behoeve van ons: Hij is Hogepriester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.’ (Uit Hebreeën 6 de verzen 16-20 – lees hierbij ook Hebreeën 10 : 19-26)

(2) Bij de Doop in de Naam van onze Drieënige God zijn al Gods beloften ‘ja en amen’ omdat in Christus al Gods beloften worden ingelost.’ (Zie hierbij 2 Korintiërs 1 : 19-22 en Kolossenzen 2 : 9-15!)

Bron afbeelding: Expressions Jimdo (Bible Verse Quotes)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zó hard strijden tegen de tijdgeest…*

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.‘ (Uit Genesis 1 vers 27)

Opgemerkt (Erik Boertjes): God wordt afgebeeld als een blanke man…daar is het bewijs al dat het niet bestaat..
God schiep de mens naar z’n evenbeeld…toch? Dan is God gedeeltelijk man..gedeeltelijk vrouw…blank..zwart..bruin..geel
Het bewijs….compleet verzonnen….zo is er nog veel meer wat in het boek staat wat bewijst dat het niet bestaat of dat het liegt…..iets met een watersnoodramp?

Opgemerkt (AJ): Maar God wil helemaal niet afgebeeld worden. En je zegt het juist: God schiep de mens, man en vrouw schiep Hij hen. En wat die watersnoodramp betreft, het is toch wel ironisch dat de mens altijd weer bijdraagt aan de (klimaat)rampen op deze wereld…

Onze God is een dienende God, Hij dient heel Zijn schepping. Zonder Zijn tegen alle chaos veroorzakende krachten in zou het heelal geen leven bevatten. Al heeft God het leven op deze wereld aan de sterfelijkheid en zinloosheid overgegeven, Zijn eeuwige kracht schiet niet te kort om de chaos en die zinloosheid op te heffen. Dat bleek bij de opstanding van onze Heer na Zijn kruisdood. De gelovigen mogen nu al aan een nieuw leven beginnen dat niet zal eindigen met de dood…

En wat dat dienen betreft, daar zouden de (theologen-)mannen eens goed aandacht aan moeten geven. Die ‘vrouwelijke kant’ van God kwam nog het best aan het licht en tot z’n recht in en door onze Heer Jezus Christus: Hij kwam om te dienen en niet om gediend te worden. De (theologen)mannen spreken echter het liefst over heersen en ze maken van God een Heerser en de (mannelijke) mens moet dan natuurlijk ook een heerser zijn. Het lijkt erop dat dat beeld aan het kantelen is, al zijn er altijd ‘(theologen) dorpjes’, die (naar eigen inzicht) nog dapper weerstand bieden (ze strijden veel harder en liever tegen de tijdgeest dan dat ze hun best doen om door steeds weer – ook met elkaar! – goed te luisteren naar Gods Woord eigen inzicht te laten bijstellen…)

* …dat je aan het werk van de Geest voorbij gaat!

Vertrouw op de HERE met uw/je hele hart en steun op uw/je eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw/jouw wegen, dan zal Hij uw/jouw paden recht maken. Wees niet wijs in eigen ogen, vrees de HERE en wijk van het kwaad.‘ (Uit Spreuken 3 de verzen 5-7)

Bron afbeelding: Because of Grace

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Leeg voor God…

Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.’
(Uit Matteüs 5 vers 3)

Geciteerd: Luther begon, nadat hij het college over de Psalmen had afgesloten, in 1515 de brief aan de Romeinen uit te leggen. Voor eeuwen dacht men dat het handschrift daarvan verloren was gegaan. Pas in 1899 werd de tekst van dit college over de Romeinen teruggevonden en wel in de bibliotheek van het Vaticaan… De band was met onnoemelijk veel andere boeken en geschriften in 1623 door Tilly uit de beroemde bibliotheek van Heidelberg geroofd, en als oorlogsbuit aan de paus geschonken… (zie 1). Het onderstaande citaat is uit de Duitse versie (zie 1) van de uitgave genomen:

Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden
(vgl. Romeinen 3 : 4)

God kan in Zijn woorden alleen dan wijs, rechtvaardig, waarachtig, sterk en goed (enzovoorts) worden, als wij Hem gelovig aanhangen, voor Hem het veld ruimen [= de strijd opgeven], en dus belijden dat wij dwazen, onrechtvaardigen, leugenaars, machtelozen en zondaren zijn. Daarvoor is ootmoed en geloof nodig. Dát alleen wordt met deze woorden bedoeld: dat wij een volkomen ‘niets’ worden, en [als het ware] in alles naakt en leeg worden, en met de profeet zeggen: ‘Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden’ (vgl. Psalm 51:6). Dat wil dus zeggen: voor U ben ik dwaas en machteloos, opdat U wijs en machtig bent in Uw woorden.’

Dit leert ons toch ook de hele schepping:

alleen zieken hebben de dokter nodig (Mattheüs 9:12);
alleen verloren schapen wordt gezocht (Lukas 15 : 4);
alleen gevangenen wordt vrijheid geschonken (Lukas 4 : 18; Jes. 61 : 1);
alleen de hongerigen en dorstigen worden verzadigd (Matteüs 5 : 6);
alleen de zwakke ontvangt kracht (Jesaja 40 : 29-31);
alleen de vernederde wordt verhoogd (Lukas 1 : 52);
alleen wat op de grond ligt wordt opgericht (Lukas 2 : 79)
alleen wat leeg is, wordt gevuld (Matteüs 5 : 3)

Als dit nu de taal is, die al het geschapene spreekt, dan kan hij, die vervuld is van eigengerechtigheid, onmogelijk met de gerechtigheid van God vervuld worden. God verzadigt alleen hongerigen en dorstigen. Daarom is het voor iemand die met zijn eigen waarheid en wijsheid verzadigd is, niet mogelijk om de waarheid en wijsheid van God te begrijpen. Want deze kan alleen daar worden opgenomen, waar een holle ruimte en een leegte is.

Laten wij daarom op deze manier spreken: ‘O God, hoe hartelijk graag willen wij leeg zijn, opdat U vol zult zijn in ons! Graag ben ik zwak, opdat Uw kracht in mij zal wonen! Graag ben ik een zondaar, opdat U in mij gerechtvaardigd zult worden! Graag ben ik dwaas, opdat U mijn Wijsheid zult zijn! Graag ben ik onrechtvaardig, opdat U mijn Gerechtigheid zult zijn! Kijk, dat betekent het woord: ‘Tegen U alleen heb ik gezondigd, opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden.’

[Maarten Luther: Martin Luther, Vorlesung über den Römerbrief, 1515/1516, übertragen von Eduard Ellwein, Chr. Kaiser Verlag München, 1927, S. 89 ff (vgl. WA 56, S. 217 ff)]

(1) Johann Ficker, één van de medewerkers aan de Weimarer Ausgabe — de vondst was door één van zijn leerlingen gedaan — kreeg de opdracht om de in Rome gevonden uitgave voor te bereiden. Maar juist in die dagen ontdekte men toevalligerwijze het originele handschrift van Luther zelf. Het bevond zich nota bene in de Koninklijke Bibliotheek te Berlijn en het lag, in fraaie leren band gebonden, op één van de meest openbare plaatsen die men zich denken kan, in een vitrine. Ficker kon toen, in plaats van een afschrift, het origineel publiceren. Pas in 1908, in een voorlopige uitgave, daarna definitief in 1938 in de Weimarer Ausgabe, deel 56. Het citaat is uit de Duitse versie van de uitgave genomen.

Bron citaat: http://www.maartenluther.com

Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Leven vanuit onze rijkdom

Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat. (Uit Jesaja 40 de verzen 29-31)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vreugde in het huis van gebed…

De HEERE zal u zegenen uit Sion, zodat u het geluk van Jeruzalem zult zien – uw leven lang‘ (Uit Psalm 128 vers 5, weergave DB 1545)

Geciteerd: Er is geen wezenlijk verschil tussen de gelovigen van het Oude Testament en die van het Nieuwe Testament, allen hebben hetzelfde geloof in Christus (o.a. Johannes 8:56). Alleen dit is verschillend: de eersten geloofden in de nog komende Christus, en de laatsten in de al gekomen Christus. Als wij lezen dat de dichter hier zegt: ‘De HEERE zal u zegenen uit Sion, zodat u het geluk van Jeruzalem zult zien – uw leven lang’ (v. 5), dan mag deze manier van spreken voor óns geen bezwaar zijn, want hij vermeldt deze plaats met reden, namelijk om afgoderij te voorkomen. God had immers aan Israël geopenbaard dat Hij alléén op deze plaats aanbeden wilde worden. In die tijd werd Christus – Die verborgen was in de belofte – daar aanbeden, dezelfde Christus, maar toen nog onder de sluier van de belofte. Nu echter sinds Sion begraven en verwoest is, is de Schat geopend, namelijk Christus, Die daarvóór in de belofte als met een sluier bedekt was.

Daarom moet u erop bedacht zijn dat dergelijke Schriftplaatsen uit de psalmen alle op Christus betrokken moeten worden. De ervaring leert immers dat er in aanvechtingen geen troost is te vinden waardoor het hart verkwikt kan worden – zelfs niet door God – buiten deze enige troost in Christus. Het is niet alleen gevaarlijk, maar ook vol verschrikking om aan God te denken buiten Christus. Niet alleen omdat de duivel ons dan gemakkelijk kan overweldigen en doen vrezen voor het licht van de heerlijkheid van God, maar ook daarom, omdat God Zich door geen andere weg wil laten vinden dan alleen door Christus. Daarom moeten wij aan dit enige tegenbeeld hangen, waarin God Zichzelf en Zijn goede gezindheid aan ons openbaart: dat is Christus. Die echter buiten Hem iets anders zoeken, zullen in aanvechtingen tot hun schande gewaarworden hoe onbetrouwbaar dat is.
[Maarten Luther]: In XV Psalmos graduum, 1532/33 (1540), WA 40.3, 302, 25 – 303, 24.

> Leestip: Jesaja 56

Bron citaat: Wekelijks toegezonden luthercitaten (www.maartenluther.com)

‘… hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken. Het woord van de Here HERE, die de verdrevenen van Israël bijeenbrengt, luidt: Ik zal daartoe nog meerderen bijeenbrengen, dan er reeds toegebracht zijn.’ (Uit Jesaja 56 de verzen 7-8)

Bron afbeelding: Bible teaching Notes

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat leidt naar de gekruisigde Christus…

En zie, de Here stond bovenaan en zei: Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten op aarde gezegend worden. En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u terugbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.‘ (Uit Genesis 28 de verzen 13-15)

Geciteerd 1: De Bijbel is niet één boek, maar een rijk geschakeerde bibliotheek van geschriften uit tweeduizend jaren. Maar in die hoeveelheid heeft ze toch een midden, die de uitleg van de onderdelen moet bepalen. Dit centrum heeft Luther met een definitie omschreven die spoedig alle evangelische theologen in de mond zullen nemen: ‘Was Christum treibet’ is het uitgangspunt van de exegese. Maar zo’n pakkend geformuleerde aanduiding kan niet buiten de precisering van Luther zelf: Wat leidt naar de gekruisigde Christus, moet als het midden van de Schrift gezien worden – dat is het grondprincipe van Paulus in de eerste brief aan de gemeente van Korinthe: ‘Wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een ergernis en voor Grieken een dwaasheid.’ (1 Korintiërs 1 : 23)

Geciteerd 2: Het eerste college van Luther over de Psalmen (1513-1514) is het eerste onweerlegbare getuigenis voor de verwachting van hem uit de woorden van de Schrift het Woord van God te kunnen ‘kloppen’. Dat gaat veel verder dan de formulering van een Schriftprincipe. Het grondbeginsel dat alleen de Schrift het fundament van de theologie is, kenden ook de middeleeuwse scholastici, zij hebben dit inzicht methodisch beschermd en gestreden over de consequenties van dit principe voor de kerkelijke traditie. Het Schriftprincipe kon echter pas tot een Schriftpraxis worden, toen ontdekt werd dat de Bijbel niet een verzameling is van verschillende waarheden en bewijsplaatsen, maar dat ze een geheel eigen boodschap heeft die beslist over leven en dood en daarom vanuit haarzelf, vanuit haar centrum uitgelegd dient te worden.

Wie op de goede manier wil luisteren naar de Schrift ziet zich gedwongen tussen de klippen door te varen. Enerzijds dreigt het gevaar alleen te horen wat men graag horen wil en anderzijds is de verleiding groot niet te horen wat men niet horen wil. Luther heeft dit alles op een niet mis te verstande wijze beschreven in een preek die hij op zijn doopdag hield:

‘Wie de Bijbel wil lezen, die moet er goed op letten, dat hij zich niet vergist, want dit geschrift laat zich ogenschijnlijk gemakkelijk uitbreiden en gebruiken – met name ook door en in allerlei theologische en dogmatische geschriften (AJ) -, maar het leidt niemand naar zijn eigen neigingen, maar het brengt mensen naar de Bron, dat betekent naar het kruis van Christus, dan zal het vast en zeker goed gaan en niet fout.’

De gedachte het kruis van Christus de maatstaf te laten zijn voor de uitleg van de Schrift, getuigt van reformatorische beslissingen die al voor de grote ommekeer (1) plaatsgevonden hebben. In de eerste tien jaren – zo vertelt hij, heeft hij de Bijbel tweemaal per jaar van begin tot eind gelezen. Zijn indringend bezig zijn met de Schrift leidde tot discussies over de juiste exegese, vervolgens tot de strijd met theologen en prelaten en tenslotte tot strijd om de kerk. (…) De Reformatie kon in die tijd zo diep binnendringen in het volk, omdat Luther uit het hem al lang vertrouwde Schriftprincipe een verrassende consequentie getrokken had. De Schrift moet preek worden!
Onder druk van ketterijen werd de levende apostolische verkondiging voor vervalsing beschermd omdat ze in een boek – onze voor/door iedereen leesbare Bijbel, niet onze belijdenisgeschriften! (AJ) – werd vastgelegd. Dankzij de verkondiging wordt dit proces van conservering weer ongedaan gemaakt en uit de Schrift van toen ontstaat de – door de kracht van de Heilige Geest levenwekkende (Hebreeën 12 : 12-16) – verkondiging van Gods Woord voor vandaag.

De Bijbel is dus een noodzakelijk kwaad! Noodzakelijk is ze, omdat anders de geest van de mens zich als heilig uitgeeft, zonder dat ze als on-geest ontmaskert kan worden. ‘Een kwaad’ wordt de Schrift, wanneer ze als een papieren paus in heiligheid verstart (2), in plaats van als levend Woord in de kerk in het openbaar – in voor ieder verstaanbare taal (AJ) – gehoord te worden. Het Evangelie is weliswaar toevertrouwd aan vergeelde bladzijden, maar het zal met frisse woorden een blijde (!) Boodschap worden.

(1) Hier wordt gedoeld op zijn ontdekking van ‘de gerechtigheid uit het geloof’ (tijdens zijn colleges over de Romeinenbrief in 1516): ‘Pas in 1518 wordt het geloof zo zeer als vertrouwen (3) uitgelegd, dat een Christen als biechteling zich volledig mag, maar ook moet, toevertrouwen aan het Woord over de kwijtschelding van schuld. De biechteling/gelovige wordt nu ook opgewekt af te zien van zijn innerlijke (gemoeds)toestand (lees: bevindingen!): daarmee heeft hij ook de laatste voorwaarde laten vervallen.
(2) Met geschriften als ‘De Institutie’ maar ook de ‘Nederlandse geloofsbelijdenis’ dreigt voortdurend het gevaar deze we deze als ‘papieren pausen’ willen zien en gebruiken!
(3) Zie over (Gods)vertrouwen deze blog: ‘Abraham ‘aartsvader van de zelfopoffering?

N.a.v. een testimonial van Jacob-Carl Pauw (‘Mijn reis van Christen naar Agnost | Waarom ik niet meer geloof in de god van de Bijbel’ te beluisteren op YouTube)

Maar een engel van de HEER riep: “Abraham, Abraham!”. “Ik luister”, antwoordde hij. “Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt Mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.” Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. Abraham noemde die plaats “De HEER zal erin voorzien”. Vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt: “Op de berg van de HEER zal erin voorzien worden.”‘ (Uit Genesis 22 de verzen 11-14)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Anders was dit het beste geweest’…

En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.’ (Uit Romeinen 5 vers 5)

Geciteerd: Dat we nog op aarde leven, is alleen omdat we dan ook andere mensen kunnen helpen (1). Anders was dit het beste geweest, dat God onze adem had weggenomen en ons had laten sterven toen wij gedoopt waren of als gedoopten begonnen te geloven – als kind of als volwassenen (2). Maar Hij staat ons toe hier te leven, zodat wij andere mensen tot het geloof kunnen brengen – en daarmee tot (ook) hoopvolle mensen! maken – juist zoals Hij dat ook met ons heeft gedaan [door middel van andere mensen].
Zolang we hier nog op aarde leven, moet ons leven een ‘leven van hoop’ zijn (een hoop die anderen en onszelf niet beschamen zal). Dit ondanks – of juist vanwege het feit – dat wij door het geloof – op grond van Gods Woord – weten dat alle schatten van het geloof reeds bezitten door doop en geloof. Want doop en geloof geven ons de nieuwe geboorte, het kindschap én de eeuwige erfenis, die is hiermee onmiskenbaar de onze (3).
We kunnen dit echter tot nu toe niet zien (4!). Het ligt nog in de toekomst verborgen en onze ogen kunnen het niet onderscheiden. Petrus noemt dit een ‘levende hoop‘ (vgl. 1 Petrus 1 : 3). Dat wil zeggen dat we dit met zekerheid hopen en dat onze harten door de Heilige Geest steeds weer en meer verzekerd worden (5) van het eeuwige leven.

Opgemerkt: ‘Ander was dit het beste geweest dat God onze adem had weggenomen’. Zullen we hierbij niet denken aan Jezus woorden in Matteüs 18, waar onze Heer ons waarschuwt dat wanneer we door onze woorden en/of manier van leven anderen juist tot wanhoop en ongeloof brengen, dat het dan beter was geweest dat we met een molensteen om de hals in zee zouden zijn geworpen (zie Matteüs 18 : 1-14).

(1) En dan niet alleen die van de eigen club – kerkelijk of politiek of sociaal (sport, etc.) – of van het eigen vaderland! Petrus blijft ons aansporen om onze roeping en verkiezing te bevestigen door daden en woorden – zie 1 Petrus 1 : 10-12.
(2) Ook voor vroeg gestorven en nog niet gedoopte kinderen zullen gelovige ouders niet wanhopen. In woorden tot de gemeenten in Efeze en Sardes wijst onze Heer de gedoopte leden van deze gemeente op hun eerste liefde en ijver (Openbaring 2 : 4 en 3 : 3) en Paulus doet dat op zijn manier ook in de brief aan de Galaten (4 : 15) en Johannes wijst kinderen en volwassenen op hun zalving die blijvend is (in 1 Johannes 2).
(3) Vandaar dat de apostelen altijd weer heel de gemeente – jong én oud – aanvaarden en aanspreken als broeders en zusters in de Heer.
(4) Maar de Doop is aan alle leden van Christus’ gemeente als zichtbaar teken en zegel geschonken.
(5) Dit gebeurd wanneer we trouw de ons daartoe geschonken middelen – gehoorzaam en (dus) gelovig – blijven gebruiken.

Leestip: Lukas 6 : 17-38 (en tot het slot).

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 20 juli ‘Het leven van de hoop (1)’ – Den Hertog uitgeverij (2019)

Maar dit heb ik tegen jullie: jullie hebben de liefde van weleer opgegeven. Bedenk van welke hoogte jullie gevallen zijn. Breek met het leven dat jullie nu leiden en doe weer als eerst. Anders kom ik naar jullie toe en neem ik, als jullie je niet bekeren, jullie lampenstandaard van zijn plaats.’ (Uit Openbaring 2 de verzen 4-5)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat zullen wij doen, wanneer we Hem willen navolgen?

Want er is geen aanneming des persoons bij God.’ (…) ‘Niet wie de wet slechts aanhoort, zal voor God rechtvaardig zijn, maar wie de wet (geheel en al) naleeft.‘ (Uit Romeinen 2 vers 11 en vers 13)

Geciteerd: Kunnen we verder op de basis die mevrouw Van Abbema aangeeft? Ze wijst een- en andermaal op het geloof in de onvoorwaardelijke liefde van God voor alle mensen en onderstreept dat er voor iedereen plek is aan de tafel van Christus. Dat klinkt wel goed, maar is toch op grond van Gods openbaring in Christus niet verantwoord. Zeker, Gods liefde gaat onvoorwaardelijk tot alle mensen uit (Johannes 3:16). Maar die liefde wil harten veroveren en brengen tot de oprechte keus om God boven alles lief te hebben en te gehoorzamen, ook wanneer dat tegen eigen gevoelens indruist. Iedereen mag tot Christus komen zoals hij of zij is, maar vervolgens kun je als gelovige niet blijven die je bent. Je wordt dagelijks vernieuwd naar Gods heilige wil. Wat de implicaties zijn van christelijke navolging op alle terreinen van het leven, dus ook op het terrein van de seksualiteit – daar moet het vervolgens over gaan binnen de gemeente van Christus. Wanneer die bezinning achterwege blijft en de roep tot een nieuwe gehoorzaamheid niet ernstig wordt genomen, verliest het christendom alle kracht en kleur.

Opgemerkt 1: Wat kwam onze Heer hier bij ons op aarde doen? Kwam Hij ons als een Augustinus of als een Calvijn voorhouden welke goede eigenschappen er van God allemaal opgesomd kunnen worden en wat er niet al meer door theologen in dikke boeken geschreven is over Zijn God en Vader? Als dat zo was dan had Hij zijn (eenvoudige) discipelen inderdaad beter een dik boek kunnen overhandigen en dat met hen doornemen, want Hij was en is toch Degene die dat vele malen beter kon doen dan een Augustinus of een Calvijn! Nee, Hij kwam ons de mensenliefde van God verkondigen met woorden en met daden en dat op een manier die nog nooit eerder vertoond was onder het volk van God. En geloof hechten aan Zijn woorden en daden was (en is) bij Hem het enige criterium en daar hadden een Kananese vrouw en een Romeins hoofdman blijkbaar zelfs meer ‘kaas van gegeten’ dan de (meest vrome) kinderen van Gods eigen volk. Met name de theologen onder het toenmalige Godsvolk hadden daar de grootste moeite mee en konden het niet aanvaarden en verwierpen het (uiteindelijk) zelfs helemaal door Hem gevangen te nemen en aan het kruis te laten nagelen. Toch bad onze Heer nog aan het kruis voor hen met de bede: Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen. Later zal Paulus daar ook nog weer op wijzen en dat niet alleen betrekken op de betreffend leden van het sanhedrin (de Joodse leiders/machthebbers) en op Pilatus en Herodes (Romeinse overheid) – (zie 1 Korintiërs 2 : 7-8), maar ook op zichzelf – (zie 1 Timoteüs 1 : 12-16). Juist aan Paulus kunnen we zien en weten dat God dat gebed van Zijn Zoon, onze Heer, heeft willen aannemen en verhoren en ook nog verhoren zal, en wel omdat er bij God geen aanneming des persoons is…

Opgemerkt 2: Laten we allereerst vaststellen dat we in de gemeenten van Jezus Christus te maken hebben met gedoopte en gelovige leden van Zijn Lichaam, de Gemeente. Johannes noemt hen gezalfden en hij laat alle leden van de gemeente horen en weten dat hun zalving blijvend is, wanneer ze (blijven) geloven dat Jezus de Christus is en de Zoon van God (zie 1 Johannes 2 : 18-29. NB. Lees voor ‘ieder die rechtvaardig leeft‘ hier ‘ieder die uit het geloof leeft‘). Dit moet voor ons toch echt bepalend zijn bij wat wij over onze lhbti-broeders en -zusters op grond van Gods Woord kunnen en zullen zeggen en mee bepalen of wij überhaupt het recht hebben om hen onder tuchtmaatregelen – zoals afhouding van het avondmaal, weigeren in de ambten, etc. – te stellen of dat we dat recht helemaal niet hebben.

Opgemerkt 3: Laten we het leven (het doen en laten) van koning Saul en prins (gezalfd door Samuël, maar nog geen koning) en koning David als voorbeeld gebruiken. Koning Saul was onder leiding van de Heilige Geest door de profeet Samuël tot koning over Israël gezalfd en daarmee een ‘gezalfde des Heeren’. Later zal David niet de hand durven slaan aan koning Saul vanwege die zalving en hij zal iemand (een Amelekiet) ter dood laten brengen, die beweerde dat hij koning Saul eigenhandig (op zijn verzoek) gedood had (zie 2 Samuël 1 : 6-16).
Ook koning David was een gezalfde koning over Israël en we zien dat hij niet minder slechte daden beging dan Saul en ook dat hij tot het eind van z’n leven een zondig mens bleef, die in geloof te strijden had tegen zijn eigen zondige natuur en die van het volk. Niemand had het recht om deze gezalfde koning af te zetten!

Opgemerkt 4: Wanneer we de woorden van onze Heer in Matteüs 18 : 15-20 nog weer eens opnieuw lezen en overdenken met het oog op onszelf en onze broeders en zusters in de gemeente van onze Heer, wat kunnen wij dan op grond van die woorden vaststellen? In de eerste plaats dat onze Heer zegt dat het Woord dat de apostelen ons (zullen gaan) verkondigen bepalend is voor wat in de hemel voor bindend en ontbindend zal gelden. Dus niet onze tuchtmaatregelen doen dat, daar kan een gelovige op grond van Gods Woord zich niets van aan hoeven trekken. We hebben gezien hoe de apostelen zich niets hoefden aan te trekken van de tuchtmaatregelen van het ‘Wetskundige’ sanhedrin. Maar er valt meer te leren uit deze woorden van onze Heer. Wanneer wij menen dat iemand – volgens onze opvattingen – zondigt (of beter: een zondig leven leidt), dan mogen wij zo’n lid van de gemeente daarop aanspreken en waarschuwen en vragen zijn of haar leven te beteren. Maar wanneer zo’n lid daar niet naar luistert – en dat kan omdat de betreffende persoon meent dat hij/zij niet zondigt (beter: geen zondig leven leidt), dan horen we niet meer van onze Heer dan dat we die persoon/mens maar moeten behandelen zoals de Joden dat indertijd met de tollenaars en Romeinen plachten te doen. Met die mensen ging je verder niet om, dan hoefde je je ook niet aan hen te ergeren. Maar in het dagelijkse verkeer had je natuurlijk wel met hen als medemensen te rekenen (gewoon je belasting afdragen, gehoor geven aan de regels die de Romeinse overheid hanteerde, etc.). Welnu, meer vraagt onze Heer niet van ons. En dan moeten we bedenken en heel goed beseffen dat Hij Zelf niet gehandeld heeft naar dit advies, maar dat Hij ons het goede voorbeeld gegeven heeft, door tollenaars en heidenen (beslist) niet te mijden en door wel met hen om te blijven gaan en dat om ook hen Zijn genade te kunnen betonen wanneer ze zich in geloof tot Hem zouden wenden…
Dus, wat zullen wij doen t.a.v. onze gedoopte en gelovige broeders en zusters wanneer we Hem willen navolgen…

Leestips: Romeinen 1 t/m 5 (maar dan als pastoraat aan de gemeente*!) en Galaten 5 vanaf vers 22 t/m 6 vers 10.

* Paulus (s)preekt daar niet over de hoofden heen de heidenen en de Joden aan met een soort ‘Nashville-verklaring’ van hem! Beslist niet! Het gaat hem erom dat we in Christus’ gemeente ons allemaal schuldenaars weten voor God, zodat God over ons allen (altijd weer!) genadig kan en zal zijn. Dat moet de gemeente leren! Dat zit hun niet in ons bloed (onze eigen natuur) om dat te aanvaarden en daar dan ook met en onder elkaar naar te leven. De apostelen hebben zich ware navolgers van onze Heer betoond. Nu wij nog!

Bron citaat: RD Opinie – ‘Christelijke steun voor lhbti’ers kan niet zonder bezinning op christelijke navolging’ – door Dr. J. Hoek

Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke. Want Hij Die gezegd heeft: “Pleeg geen overspel”, heeft ook gezegd: “Pleeg geen moord” (zie Matteüs 5 : 17-30). Als je geen overspel pleegt maar wel een moord, overtreed je je toch de wet. Zorg ervoor dat je spreken en je handelen de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid overwint het oordeel.‘ (Uit Jakobus 2 de verzen 10-13)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Typisch Amerikaans’?

“Waarom zegt U niets tegen mij?” vroeg Pilatus. “Weet U niet dat ik macht heb om U vrij te laten of U te kruisigen?” Jezus antwoordde: “De enige macht die u over Mij hebt is u van boven gegeven.”‘ (Uit Johannes 19 uit de verzen 9-11)

Geciteerd 1: Volgens de Amerikaanse historicus James Kennedy is het typisch Amerikaans om God bij het politieke gebeuren te betrekken. „Het is ook niet nieuw, het gebeurde vijftig of honderd jaar geleden ook al.”

Opgemerkt 1: Is het niet typisch Bijbels om God bij (in en door) het politieke wereldgebeuren bezig te zien?! Moet ik dat nog invullen of kunnen we dat zelf ook wel, te beginnen bij het boek Genesis, want dat wordt toch niet pas duidelijk in het boek Exodus. En verklaarde onze Heer tegenover Pilatus niet: (zie de woorden uit het evangelie van Johannes bovenaan)

Geciteerd 2: Waar het vandaan komt? Amerikaanse christenen praten gemakkelijk over de rol van God in hun persoonlijke leven, legt Kennedy uit. „Als ze maar net aan een dodelijk ongeluk zijn ontsnapt of als een kind tegen de verwachting in toch is geslaagd, concluderen ze daaruit dat God hun gunstig gezind is en iets met hen voor heeft. In het verlengde daarvan geloven veel Amerikaanse christenen dat God een plan heeft met Amerika en dat Hij op bepaalde momenten in de geschiedenis dienaren stuurt om daar uitvoering aan te geven. Zo zien orthodoxe christenen Trump als een instrument van de Voorzienigheid, temeer omdat de tegenstellingen in Amerika groter zijn dan ooit.”

Opgemerkt 2: Wij zullen zeker Gods hand hebben op te merken in onze levens, maar dat dan niet alleen in ‘positieve’ gebeurtenissen. Dat vergt wel een serieus gebedsleven en dagelijks bidden om de wijsheid die nodig is om gebeurtenissen een juiste duiding te kunnen geven (let wel: in ons eigen leven!). Het vraagt bovenal om Godsvertrouwen. Wat kunnen we veel leren uit de levensgeschiedenissen van de Bijbelheiligen en (o.a. en met name) zoals het leven verliep van koning David en de moeitevolle arbeid van apostel Paulus.

Geciteerd 3: De polarisatie zet de zaken op scherp, constateert Kennedy. „De huidige verkiezingsstrijd staat in de context van de strijd tussen goed en kwaad. Trumps tegenstanders zitten aan de verkeerde kant; dat zijn mensen die eropuit zijn om Amerika te verwoesten en christenen te vervolgen. Daarom steunen veel christenen Trump zo hartstochtelijk. Dat hij een aanslag overleefde sterkt hen in de overtuiging dat God hem beschermt en dat Hij een speciale bedoeling met hem heeft. Ze nemen voor lief dat Trump water bij de wijn doet als het bijvoorbeeld over abortus gaat. Ook onder conservatieve christenen is hier begrip voor, omdat Trump alleen op die manier het brede midden van de Amerikaanse samenleving voor zich kan winnen.”

Opgemerkt 3: Zo kon men voor WO II zelfs van Hitler menen dat hij van God een grootse taak gekregen had om Duitsland en Europa te verheffen en ook te beschermen tegen het voor christenen gevaarlijke bolsjewisme/communisme. En wanneer je zijn ambities vergeleek met heel wat andere machthebbers van die tijd (inclusief WO I), dan kwam hij er verhoudingsgewijs nog helemaal niet zo slecht vanaf. Goed, hij keerde zich nogal tegen de Joden, maar dat kwam toch ook maar niet uit de lucht vallen. Vooraanstaande en rijke Joden hadden toch veel meer invloed ‘achter de schermen’ op het wereldgebeuren dan je op het eerste gezicht zou denken…

Geciteerd slot: De theoloog verwijst naar een uitspraak van kerkvader Augustinus, die schreef dat er heel veel dingen in de wereld zijn die tegen Gods wil ingaan, terwijl er toch niets buiten Zijn wil omgaat. „Dat geeft het spanningsveld aan, want er zijn ook duistere machten die in de geschiedenis huishouden. Als we te snel zaken gaan invullen brengen we het geloof in Gods leiding juist in diskrediet. Vaak zie je immers achteraf dat men zich toch heeft vergist met het duiden van een gebeurtenis.”

Opgemerkt slot: Daar gaan we weer… Een ‘kerkvader’. Die noemen ze in de RK gewoon paus. Dus stel je daarbij nu eens voor dat prof. dr. J. Hoek een paus uit de middeleeuwen citeerde… Heeft deze theoloog zo weinig zelf in Gods Woord gelezen dat hij (tot slot) een ‘kerkvader’ nodig heeft om z’n woorden kracht bij te zetten? Neem nu alleen al de rechtszaak voorafgaand aan de kruisdood van onze Heer…

> Leestip: Een leerzame preek: ‘Gods wil met jouw leven’

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd. In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.’ (Uit Efeziërs 1 de verzen 3-14)

Bron citaten: RD Opinie – ‘Prof. Hoek over aanslag: Vul niet zomaar in wat Gods speciale bedoeling met Trump is’ – door Rudy Ligtenberg

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie