Voor kerk en vaderland bij prinsjesdag*…

Opnieuw ontstak de HEER in toorn tegen Israël. Hij zette David tegen het volk op met de woorden: ‘Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.’ … ‘Joab antwoordde: ‘Moge de HEER, uw God, uw leger tijdens uw leven nog honderd maal zo sterk maken, maar waarom wilt u dit?‘ (Uit Samuël 24 vers 1 en vers 3)
Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden. David zei tegen Joab en tegen de bevelhebbers van het leger: ‘Houd in Israël een volkstelling, van Berseba tot Dan, en breng mij de uitslag, zodat ik weet hoe groot het is.’ (Uit Kronieken 21 vers 1)

Vest op statistieken geen betrouwen*

Geciteerd: De Rooms-Katholieke Kerk liet tot ongeveer 1970 forse groeicijfers zien. In 1900 waren er 1,8 miljoen rooms-katholieken in Nederland. Dertig jaar later was dat aantal gegroeid naar 2,9 miljoen. In 1947 waren het er 3,7 miljoen en in 1971 gaven ruim 5 miljoen mensen bij de volkstelling op dat ze zich rekenden tot de Rooms-Katholieke (RK) Kerk.
De oorzaak van deze formidabele groei lag bij het hoge geboortecijfer van de rooms-katholieken. Er was ook wel geloofsafval en er waren randkerkelijken. Maar over het geheel genomen was de kerkelijke betrokkenheid groot. Die kwam ook tot uitdrukking in het grote aantal priesterroepingen.
De onstuitbare groei van Rome zorgde voor onrust onder de protestanten. En dat niet alleen onder SGP’ers. Als die groei zo door bleef gaan zouden de katholieken vanaf 2028 de meerderheid hebben, hadden demografen berekend. Als dat bewaarheid werd, zo schreef de hervormde prof. K.H. Miskotte in 1947, zat er voor protestanten niets anders op dan het land te verlaten of het land te verdedigen.

Lees hier meer over de volkstelling (legertelling!) die David liet uitvoeren: ‘De volkstelling

* ‘Vest op prinsen geen betrouwen,
Waar men nimmer heil bij vindt;
Zoudt g’ uw hoop op mensen bouwen?
Als Gods hand hun geest ontbindt,
Keren zij tot d’ aarde weer,
Storten met hun aanslag (berekeningen) neer.’
(Uit Psalm 146 vers 2, berijmd, berijming van 1773)

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘In 2028 zouden rooms-katholieken de meerderheid van de Nederlandse bevolking vormen, maar het liep anders’ – door drs. C.S.L. Janse (voormalig hoofdredacteur van het RD)

‘Niet de kracht van tanks verheugt Hem,
niet de sterkte van soldaten geeft Hem vreugde,
vreugde vindt de Heer in wie Hem eren
en wie hopen op Zijn liefde en trouw.’
(Uit Psalm 147 de verzen 10-11)

Bron afbeelding: If anyone knows Melissa

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tot ‘betere mensen’ gemaakt?

Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat wij hem naleven? Nee, door de wet die eist dat wij geloven.’ (Uit Romeinen 3 vers 27)

Geciteerd 1: ‘Dat een kerkelijke gemeente vergrijst en ophoudt te bestaan is gewoon een ramp, maatschappelijk gezien. Omdat er een band met het verleden wordt doorbroken. Omdat er een geloofscultuur verdwijnt, die mensen over zichzelf laat reflecteren, die het leven van mensen vernieuwt en hen… ja, tot betere mensen maakt.

Opgemerkt 1: De gelovigen worden in Christus’ gemeente geen betere mensen, maar bruikbare mensen: bruikbaar in Gods hand. Het zijn mensen die zich door onze Heer laten roepen en gezeggen en daarom dagelijks onder gebed in Zijn voetsporen willen gaan. En met dat gaan in Zijn voetsporen mogen zij Zijn zegen verwachten. Het komt niet van hen wanneer hun leven ook daadwerkelijk niet alleen henzelf, maar ook anderen tot zegen strekt. Dat mogen ze niet aan hun ‘betere mensen geworden/gemaakt zijn’ toeschrijven.

Geciteerd 2: ‘Oecumene gaat over verzoening. Over wonden die geslagen zijn, tussen broers en zussen. Het minimale is dat ze weer ‘on speaking terms’ raken. Liever nog: een vorm van samenleven hervinden en hernemen. In mijn intrededienst heb ik gepreekt over Genesis 45, Jozef die zich bekend maakt aan zijn broers. Als Jozef dat doet, begint hij uitgebreid te huilen, want er zijn nogal wat wonden geslagen.

Opgemerkt 2: Ja, dat is waar! En Jozef schrijft het niet aan zichzelf toe, dat hij zijn vader en broers tot zegen mocht worden, daar in Egypte! Hij zegt niet: Laat je nu ook maar tot een beter mens maken, zoals ik. Hij bepaald hen bij wat God in en met zijn leven gedaan had en met wat hij ook nog door het leven van zijn broers leven kan en zal doen. Daar moesten ze zich op richten. Tot goede instrumenten worden in Gods hand, zonder daarmee jezelf tot een beter instrument te verklaren dan anderen. Ook door het handelen van zijn broers (en dat van de Egyptenaren) heen had God gewerkt om Jozef tot een zegen te stellen, voor zijn vader en broers en ook voor de Egyptenaren. En die zegen had tot doel de verlossing van deze wereld mee door wat God van plan was met en door de kinderen van Israël.

Geciteerd 3: Ik gun het de toekomstige theologen van harte dat ze ook eens nadenken over een loopbaan buiten de kerk. Daar wordt de wereld alleen maar beter van.

Opgemerkt 3: Wij gelovigen kunnen de wereld niet beter maken voor onszelf of voor een ander, maar wij mogen met Gods hulp de ander(en) wel helpen door zelf gelovig de hoop die het Evangelie ons verkondigd* te aanvaarden en daar dan ook naar te leven, opdat ook anderen hun hoop op de God van het Evangelie zullen stellen.

* Zie Handelingen 28 : 20.

Bron citaten 1-2: ND Geloof – ‘Coen Wessel, boegbeeld Raad van Kerken, gooit het roer om. ‘Standpunten ventileren slaat gesprek dood’’ – door Koos van Noppen
Bron citaat 3: ND Opinie – ‘Beste nieuwe eerstejaars theologie, beperk je niet tot de kerk. Ook in de wereld is veel te doen’ – Column van Jan-Willem Wits.

Want het is juist omwille van de hoop van Israël dat ik deze boeien draag.’
(Uit Handelingen 28 uit vers 20)

Bron afbeelding: Penny Cooke

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen ruimte voor kritische vragen?

Geciteerd 1: In de grefo- en evangelische bubbel waren de regels misschien anders, maar het patroon was hetzelfde: je leefwereld speelde zich grotendeels af binnen je eigen zuil. Daar vond je gelijkgestemden en was het duidelijk wat wel en niet mocht. Als jongere schopte je daar tegenaan, maar de onderhandelingsruimte was klein. Ruimte voor existentiële vragen was er nauwelijks.
In gezinnen meer in het midden van de kerk, kregen jongeren meer vrijheid, maar ook daar was weinig ruimte voor kritische vragen. Als ik mijn kinderen vertel over mijn reformatorische opvoeding, kijken ze me vol verbazing aan.

Opgemerkt 1: ‘Weinig ruimte voor kritische vragen’? Die mochten wij best stellen, maar de antwoorden werden bij ons thuis bepaald door Gods Woord, en wel omdat onze ouders en wij ook, dat aanvaardden en aanvaarden als het ons van God gegeven Woord. En dan waren er natuurlijk ook zaken waarover binnen onze (NGK-)kerken gediscussieerd werd en ook binnen ons ouderlijk gezin en andere gezinnen kwamen dat soort zaken ter sprake en niet alleen daar (o.a. op de JV, maar ook op de middelbare scholen en latere opleidingen die wij bezochten/volgden). We lazen ook kranten en tijdschriften en niet alleen de ‘eigen’ krant. Dus blijkbaar hadden wij toen een wat andere (voor)geschiedenis als jongeren (en opvoeders) dan de schrijfster (onderwijskundige en theoloog) van dit artikel. En we zullen niet de enigen zijn geweest.

Geciteerd 2: Hoe anders was het in mijn eigen jeugd. Ik bezocht de reformatorische school. Iedere maandagavond ging ik naar catechisatie. Samen met een medecatechisant stampte ik op de fiets de opgegeven vragen uit het boekje van dominee Hellenbroek in mijn hoofd. Vervolgens zaten we met veertig eersteklassers twee aan twee in een kerkzaal, luisterend naar een niet inspirerende ouderling, die geen benul had van pedagogiek en didactiek. Kritische vragen stellen? Dat was niet de bedoeling. Een toetsweek? Jammer voor je. De dienst aan God ging voor het huiswerk.

Opgemerkt 2a: Tsja, wat steekt een jongere op tijdens de catechisatielessen. En dat uit het hoofd leren van de antwoorden, wij mochten het leren, maar het werd niet overhoord. Daar was ik heel gelukkig mee. Zelf ben ik een voorstander van het het onderwijzen van Gods Woord aan de gemeente (oud en jong!) aan de hand van de vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus (beslist niet die van Hellenbroek dus) in de middag- of avonddienst en dat met heel eenvoudige en goed begrijpelijke woorden. En dan de jeugd op 18-jarige leeftijd ja en amen laten zeggen op de twaalf artikelen van het geloof en wanneer ze dat willen doen dat te aanvaarden als hun openbare geloofsbelijdenis dat hen ook toegang geeft tot het deelnemen aan de maaltijden van de Heer, al mogen ze er ook om vragen al eerder toegelaten te worden.

Opgemerkt 2b: Maar wat zou het kunnen/mogen stellen van kritische vragen toevoegen aan het onderwijs dat men aan jong en oud zo graag (mee)geven wil. Daar zijn de catechisatie-uren niet geschikt voor en ook in leerdiensten zou dat geen nuttig effect hebben. Het gaat erom dat oud en jong thuisraken in Gods Woord – dat Evangelie is! – en wanneer dat werkelijk gebeurd, dan zijn allerlei kritische vragen, die we zelf kunnen bedenken, ineens niet meer relevant en dan zouden we achteraf beseffen dat we kostbare tijd ‘verspeeld’ hebben!

Opgemerkt slot: De Heidelbergse Catechismus begint niet voor niets met dat wij geen slaven meer zijn, maar vrijgekochte kinderen! Zoals God Zijn volk Israël eerst bevrijdde uit hun slavenbestaan in Egypte en daarna Zijn verloste volk onderwees in de woestijn en op de berg Sinaï, zo onderwijst Christus Zijn verloste kinderen in het midden van Zijn gedoopte Gemeente.
Graag wil ik hierbij wijzen op deze blogs met gebedsonderwijs dat Luther ons meegaf, Luther die ook altijd weer de gemeente onderwees aan de hand van vragen en antwoorden van de Catechismus, die hij zelf had opgesteld, maar waarvan hij zeggen moest, dat hij altijd weer mee leerling werd wanneer hij over die vragen en antwoorden weer preken moest. En voor ons is dat bij het onderwijs van Gods Woord aan de hand van de HC niet anders. Het uit je hoofd leren van de vragen en antwoorden geeft je eigenlijk een verkeerde kijk op de zaak! Je zou zo maar kunnen denken dat je met die kennis al een heel eind gevorderd bent op de weg der godzaligheid. We hebben die weg altijd weer te gaan, maar op die weg gaat het zo: hoe verder je gevorderd bent, hoe beter zicht je hebt op hoeveel verder je nog hebt te gaan. Laten we anderen maar niet ontmoedigen door te wijzen op onze gevorderdheid, maar hen juist bemoedigen ook door te blijven gaan op de weg die ons gewezen/onderwezen wordt.

Zie hierbij deze blog (en ook de twee voorgaande): ‘Omwille van Gods eigen Woord…

Bron citaat: ND Opinie – ‘Je maakt je zorgen over jongeren in de kerk? Kijk ook eens naar jezelf als opvoeder’ – Corina Nagel • onderwijskundige en theoloog, gespecialiseerd in godsdienstpedagogiek en -didactiek.

‘Maak mij, HEER, met Uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van Uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God Die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.
(Uit Psalm 25 de verzen 4-5)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Met Prinsjesdag* in zicht…

* Prinsjesdag is een jaarlijkse Nederlandse traditie op de derde dinsdag van september. Na een ceremoniële rijtoer door Den Haag spreekt het staatshoofd in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal de troonrede uit. Na terugkomst op Paleis Noordeinde is er de zogenoemde balkonscène.

Een koning die rechtvaardig regeert
en leiders die leiden volgens het recht
zijn als een beschutting tegen de wind
as een schuilplaats voor een wolkbreuk,
als waterstromen in een dorre streek,
als de koele schaduw van een rots
in een dorstig, uitgedroogd land.
Ogen zullen niet langer blind zijn,
oren luisteren weer aandachtig
de onbezonnen geest verwerft kennis en inzicht,
de tong van stotteraars spreekt vloeiend en vlot.
Dan wordt een dwaas niet meer edel genoemd,
een bedrieger niet langer aanzienlijk.
Want een dwaas spreekt dwaas
en diens hart brengt ongerechtigheid voort:
die handelt goddeloos
en lastert de HEER;
(want) wie honger lijdt laat zo iemand onverzadigd
de dorstige wordt niets te drinken gegeven.
Een bedrieger kiest valse argumenten
en beraamt snode plannen
en tracht door leugens rond te strooien,
de verdrukte in het verderf te storten,
en de zwakke wanneer die zijn/haar recht bepleit.
Maar een edel mens zint op edele daden,
die zet zich in voor al wat edel is.’
(Uit Jesaja 32 de verzen 1-8)

Leestip: Jesaja 32 : 9-20.

‘Wie van ons kan wonen in een verterend vuur?
Wie kan wonen in een vuur dat eeuwig brandt? (1)
Wie rechtvaardig leeft en de waarheid spreekt,
wie woekerwinst door afpersing weigert,
wie aangeboden steekpenningen afwijst,
wie niet wil toehoren als een moord (2) wordt beraamd,
wie niet kan aanzien hoe het kwaad geschiedt –
hij/zij zal hoog hierboven wonen,
veilig in de onneembare Rotsburcht; (3)
in zijn/haar brood wordt voorzien,
aan water nooit (meer) gebrek.’
(Uit Jesaja 33 uit de verzen 14-16)

(1) Hebreeën 12 : 28-29
(2) Zie Matteüs 5 : 21-26
(3) Lukas 16 : 19.

Bron afbeelding: Pin page

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Grondmotief Reformatie biedt geen plek voor opnemen van het kruis’?

‘Zalig zijn zij die wenen, want ze zullen vertroost worden’.
(Uit Matteüs 5 vers 4)

Geciteerd 1: Hij (1) vroeg zich af of de theologie van de Reformatie daarmee te maken heeft. Zijn antwoord luidde bevestigend. „In de kerk zoeken we troost en geborgenheid. Dat is het grondmotief van de reformatorische theologie. Hierin is geen plek voor het opnemen van het kruis. Het spoor van de Reformatie zorgt ervoor dat er minder oog is voor het lijden met Christus.”

Opgemerkt 1: Wat een onzin! Dat mag je toch wel zeggen bij deze uitlating van een geleerd iemand die toch heel best beter kan weten!
Laat ik hem dan nu alleen maar even verwijzen naar de preken van Luther en dan de citaten daaruit die gebruikt zijn in de meditaties van 8 t/m 15 september (over de zaligsprekingen in Matteüs 4 : 5-6) in ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’.
Opgemerkt 2: Juist ook binnen de kerk (de gemeente(n) van Jezus Christus) leren we het kruisdragen, dat heeft Luther ondervonden en de apostel Paulus ondervond dat al veel eerder en onze Heer werd juist door ‘de kerk’ (het ‘Godsvolk’ in deze wereld!) gekruisigd (al gebruikten ze de Romeinse overheid om het vonnis ten uitvoer te laten brengen).

(1) Willem van der Deijl schreef het boek ”Lijden met Christus. Een theologie van vervolging voor de kerk vandaag”. Met behulp van recente theologische inzichten schrijft de auteur daarin over verdrukking van christenen wereldwijd en de vragen die dat oproept: zijn christenen geroepen om te delen in Christus’ lijden en sterven? Ziet de westerse kerk hierin iets over het hoofd?

Geciteerd 2: Dit rouw dragen (van Matteüs 5 : 4 en Lukas 6 : 21) heeft hier niet de gebruikelijke betekenis, dat we voor kortere of langere tijd zwarte kleding dragen omdat een geliefde door de dood van ons is weggenomen. In deze tekst heeft het een diepere betekenis: er wordt gesproken over de smart en het leed dat de christenen in deze wereld zullen lijden.
Lukas licht dat nader toe als hij zegt: ‘Zalig zijn jullie die hier wenen, want jullie zullen lachen‘ (vgl. Lukas 6 ; 21). Hier hebben we dan gelijk de tweede eigenschap van de christenen: dat ze niet alleen geestelijk arm zijn, en een bevreesd en angstig hart hebben, maar óók dat ze betraande ogen hebben. Dit alles vanwege het ongeluk dat hun wordt aangedaan door de duivel en de wereld, die hen altijd zeer vijandig gezind zijn. Het is echter niet mogelijk dat deze vijandschap zonder veel leed en pijn zal voorbijgaan.
Kort gezegd: wie zal het allemaal op kunnen noemen wat voor ongeluk de duivel en de kwaadwillige (kerk)wereld de christenen steeds weer aandoen. Ze zijn immers maar mensen van vlees en bloed. Daarom valt er voor hen niets te lachen. De duivel en de wereld plagen hen voortdurend en vervolgen hen net zolang, totdat hun ogen van tranen overstromen. Of het nu leed aan lichaam of verlies van goederen is, pijn doet het, want het vlees kan zijn natuur niet verloochenen.
[Maarten Luther: WA 52, 555, 9-26]

Leestips: Psalm 124 of Psalm 56.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Symposium: „Westerse christenen kunnen niet goed uit de voeten met lijden”’ – door Jan van Reenen
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 8 september – Samengesteld en vertaal door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ (Uit Matteüs 5 vers 6)
(NB. Zie hierbij Luthers uitleg van deze woorden in de meditatie van 13 september!)

Bron afbeelding: YouTube

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De gezindheid die in Christus Jezus was…

Als jullie in Mij blijven en Ik blijf in jullie, brengen jullie veel vrucht voort. Want zonder Mij kunnen jullie niets doen.‘ (Uit Johannes 15 vers 5)

Geciteerd 1: [Behandelde tekst: Genesis 6:4‑5] – “Daarom komen wij – dit geldt van alle mensen – tot de conclusie dat de mens zonder de Heilige Geest en zonder genade niet anders kan doen dan zondigen en zo tot in het oneindige doorgaat van de ene zonde tot de andere. Wanneer het echter zover met hem komt dat hij ook de zuivere leer niet meer verdragen kan en het Woord der zaligheid verwerpt en de Heilige Geest weerstaat, dan wordt hij door de hulp van de vrije wil ook een vijand van God, lastert de Heilige Geest en volgt eenvoudigweg de boze lusten en kwade neigingen van zijn hart. Dit alles is niet alleen duidelijk te zien in het voorbeeld van de Joden in de tijd van de profeten, en onder Christus en de apostelen, maar ook in het voorbeeld van de eerste wereld in de tijd van hun leraar Noach.

Hetzelfde kan men ook toepassen op het voorbeeld van onze tegenstanders in deze tijd, die men onmogelijk kan overreden dat zij zondigen, dwalen en een valse godsdienst hebben. Dit alles wordt ook duidelijk bewezen uit Genesis 6 vers 5, en ook uit andere teksten in de Heilige Schrift. Want is de psalm niet duidelijk genoeg als er staat: ‘De Heere ziet uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien of iemand verstandig is en naar God vraagt, maar zij zijn allen afgeweken’ (Psalm 14:2). Paulus haalt deze psalm ook aan in de brief aan de Romeinen (Romeinen 3:12). Zo ook: ‘Alle mensen zijn leugenaars’ (Psalm 116:11). En in deze woorden: ‘God heeft hen allen besloten onder de zonde’ (Romeinen 11:32).

Deze genoemde teksten zijn gelijkluidend en tonen op een machtige wijze aan dat de mens zonder de Heilige Geest – Die Christus alleen geeft – niets anders kan dan dwalen en zondigen. Christus zegt daarvan in het Evangelie: ‘Ik ben de Wijnstok, en u bent de ranken, zonder Mij kunt u niets doen’ (Johannes 15:5) – want jullie zijn zonder en buiten Mij als een weggeworpen, onvruchtbare en dode rank, die voor het vuur bestemd is.
[Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535‑45, WA 42, 290, 14‑34]

En Hij zei tegen hen: Wat zijn jullie ontroerd en waarom komen zulke overleggingen op in jullie harten?‘ (Uit Lukas 24 vers 38)

Geciteerd 2: In dit Evangelie kun je zien, Wie de échte Christus is en wat Zijn Woord is. In de eerste plaats zegt Hij: ‘Vrede zij met jullie‘ (vgl. Lukas 24 : 36). Dit is een deel van de troost die Hij brengt. In de tweede plaats bestraft Hij hen en wil niet, dat zij zulke bevreesde gedachten over Hem hebben. Daarom zegt Hij: ‘Waarom zijn jullie zo bevreesd en waarom komen er zulke gedachten in jullie harten?.’
Er is geen geld geslagen waarmee je deze tekst kunt kopen! Want hieruit kan een bevreesde ziel leren en besluiten: al zou de duivel alle teksten tegen mij aanvoeren – en gebruikt hij alle verzamelde (orthodoxe) theologen daarvoor om mijn hart bevreesd te maken, dan weet ik toch zeker dat het niet Christus is, maar de duivel die mij aanvalt en tot wanhoop wil brengen. Want ik heb gehoord dat Christus tot ons komt met een ‘(Mijn*) Vrede zij met jullie.’ (* Zie ook de woorden in Johannes 14 : 27)
Het kan echter wel gebeuren dat Christus komt en je eerst laat schrikken, maar dat is zeker niet Zijn ‘fout’, maar het is de ‘fout’ (zwakheid) van je natuur (1), omdat je Hem (nog) niet goed kent (2). Alleen de duivel valt je aan met vrees en houdt niet op, totdat Hij je ziel tot wanhoop en vertwijfeling brengt. Daarom is er groot verschil tussen de vrees van Christus en de vrees van de duivel. Alhoewel Christus kan beginnen je bevreesd te maken, toch zal Hij je ook Zijn troost brengen en Hij wil zeker niet dat je voortaan bevreesd zult blijven.
[Maarten Luther: WA 21, 245, 18-32]

Leestips: Lukas 24 : 36-49, Johannes 20 : 19-23, Filppenzen 2 : 1-11 en 1 Korintiërs 13.

(1) Dat was ook het probleem van Adam&Eva in het paradijs! Zowel voor als na hun val! Zie hierbij 1 Korintiërs 15 : 45-50.
(2) Zie hierbij ook de meditaties ‘De kennis van God (1 t/m 13)’ in het dagboek ‘Vrees niet, geloof alleen’ (Den Hertog uitgeverij, 2019)

Bron citaat 1: http://www.maartenluther.com – Wekelijks toegezonden Luthercitaat van 2 september 2024
Bron citaat 2: ‘Vrees niet geloof alleen’ – Meditatie van 2 september – Den Hertog uitgeverij (2019)

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de Liefde* niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal…’ (Uit 1 Korintiërs 13 alleen het 1e vers)
* Dat is de gezindheid van Christus, die wij ontvangen door de Heilige Geest – zie hierbij Filippenzen 2 : 5-11

Bron afbeelding: Pin page

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie kunnen we doorgewinterde kerkgangers noemen?

(Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden, of ik, aan Zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. ‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 10-11)

Hebben wij (gedoopte en doorgewinterde kerkgangers) de volheid van Christus (al) leren kennen?

Geciteerd: ‘Nou … toen had ik nog het idee dat ik wel wist hoe ik mensen enthousiast kon maken voor de kerk, met Alphacursus en Rock Solid-programma’s. Dat liep als een trein, in een oude volkskerk-structuur, de context van een kerk die er gewoon voor iedereen was. Maar na jaren in een geseculariseerde context ben ik me er steeds meer gaan realiseren dat we als kerk in een nieuw tijdperk zijn beland.
De kerk van de toekomst kent verschillende vormen van betrokkenheid en participatie. Ze geeft alle ruimte aan mensen die niet direct iets met Christus hebben, maar wel van goede wil zijn. Zij hebben dan weliswaar niet de volheid van Christus leren kennen, zoals doorgewinterde kerkgangers.
Maar mogelijk hebben ze een volheid ontdekt die óók bij God hoort, en waarvan we in wederzijdsheid van elkaar kunnen leren. Ik spreek hier tastenderwijs hè, omdat ik geen blauwdruk heb.
Uiteindelijk zal God zijn ‘alles in allen’. Dat is de stip op de horizon, maar hoe kom je daar en wat is de taak van de kerk onderweg? Dat is de zoektocht.’

Opgemerkt 1: De Doop – Die ons één maakt met Jezus’ dood en met Zijn opstanding – maakt ons op geen enkele manier tot ‘gearriveerde’ christenen, die het lijden en sterven en de opstanding van hun Heer door de Doop ‘toch maar mooi meegenomen hebben’ bij onze levensreis hier op aarde en die daardoor pas echt het leven hier kunnen genieten en ‘botvieren’, omdat de hemel ons ook nog wacht.

Opgemerkt 2: De Doop leert ons dat wij ook nog (meer dan inmiddels al gebeurd is) aan Zijn dood gelijkvormig moeten worden – dus afsterven aan onze oude mens – en dat wij gelijkvormig moeten worden aan de nieuwe Mens -dus die nieuwe Mens aantrekken. En dat doen we door trouw en gelovig de middelen te blijven gebruiken, die God ons daartoe geschonken heeft en waarmee de Heilige Geest Zijn werk wil doen in onze harten en levens.

> Leestips: Handelingen 22 : 12-21 (Doop van Paulus) en Handelingen 14 : 21-28.

Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 12-14)

Bron citaat: ND Geloof – ‘Hoe is het om dominee te zijn in een van de meest geseculariseerde dorpen van Nederland?’ – door Koos van Noppen

Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, en wezen hen er ook op dat wij pas na veel beproevingen het Koninkrijk van God zullen/kunnen binnengaan. In elke gemeente stelden ze oudsten* aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in Wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.‘ (Uit Handelingen 14 de verzen 22-23)
* Geen aanstellen en uitzenden van (nieuwe) ‘missionarissen’ dus!

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

David klaagde toch niet zomaar deze woorden…

‘Zie in ongerechtigheid ben ik geboren,
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.’
(Uit Psalm 51 vers 7)

Geciteerd 1: [Uit de verklaring van Psalm 51 (1532)] – “Het is in vele opzichten noodzakelijk en nuttig deze psalm te kennen, want daarin is de leer van de voornaamste artikelen, de drie stukken van onze religie, begrepen. Eerst van de boete en de zonde, daarna van de genade en de rechtvaardiging, en als derde van de godsdienst die wij voor God beoefenen moeten. Dit zijn de drie Goddelijke en hemelse leerstukken die door de krachtige werking van de Heilige Geest geleerd moeten worden, anders is het onmogelijk dat deze tot in het hart doordringen.

We zien immers dat deze leer door onze tegenstanders met veel moeite en in omvangrijke folianten behandeld is geworden en dat er onder hen allen toch niet één is die goed begrijpt wat boete, wat zonde en wat genade is. Voor hen zijn deze woorden immers als een vergeten droom, waarvan nog wel enige resten in het hart zijn overgebleven. Maar het geheel daarvan is hen ontgaan.

Dit is dan ook de oorzaak van deze grote blindheid en onwetendheid, namelijk dat de juiste kennis van deze stukken niet van de kennis en wijsheid van het menselijk verstand afhangt, of ook niet – om het zo te zeggen – in ons huis of in ons hart geboren wordt, maar vanuit de hemel geopenbaard en gegeven wordt. Zeg mij: welk mens zou zo kunnen spreken van boete en vergeving van zonden, dan alleen de Heilige Geest, Die in deze psalm spreekt?

Wij moeten echter in deze psalm (51) verder gaan en niet alleen bij de uitwendige zonden blijven staan, maar ook de hele natuur, de bron en de oorsprong van de zonde zien. De psalm spreekt immers van alle zonden of – zo gezegd – van de wortel van de zonde, niet alléén van uitwendige werken, die als vruchten uit de boom van de zonde en de wortel opgroeien. Hij klaagt hier immers dat hij in zonden ontvangen is, dat gaat niet alleen over echtbreuk, maar over de hele natuur die met zonden bevlekt is.”
[Maarten Luther: Enarratio Psalmi 1532 (Druck 1538), WA 40.2, 315 ff]

Geciteerd 2 [Uit het formulier van de Doop]: De hoofdsom van de Heilige Doop is in drie stukken begrepen: Ten eerste dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren worden en daarom kinderen van de toorn zijn, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen tenzij wij opnieuw geboren worden. Dit leert ons de ondergang en de besprenging met het water, waardoor onze onreinheid wordt aangewezen; en ook: opdat we vermaand worden, en een afkeer (1) van onszelf hebben, ons voor God verootmoedigen, en onze reiniging en zaligheid (geluk) buiten onszelf zoeken.

(1) Een (dagelijks) afkeren van jezelf, van het je eigen ik en eigen geluk boven alles stellen en dát dienen ten koste van de (ootmoedige en nederige!) dienst aan God en de naaste(n).

Leestip: 1 Korintiërs 15 : 35-58 en Johannes 13.

Zie hierbij ook deze blog: ‘Hij is voor jou nog niet opgestaan?

Bron citaat 1: http://www.maartenluther-com – Wekelijks Luthercitaat (maandag 19 augustus)

Niet het geestelijke is er als eerst, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede Mens is hemels. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de Tweede. Zoals we nu (nog) de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse Mens hebben.’ (Uit 1 Korintiërs 15 de verzen 46-49)

Bron afbeelding: Pin page

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij is voor jou nog niet opgestaan’?

Indien jullie dan met Christus opgewekt zijn (1), zoekt dan (ook) de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God‘. (Uit Kolossenzen 3 vers 1).

Geciteerd: Deze heerlijke, zoete prediking zal je niet helpen als je zegt: ‘Christus is gestorven voor zondaren, daarom hoop ik dat het ook voor mij is gebeurd. Mooi gezegd! (2) Maar als je altijd in je oude huid wilt blijven, en deze prediking alleen gebruikt om je schaamteloze gierigheid te bedekken, dan zeg ik: ‘Pas deze troost niet op jezelf toe, want hoewel Hij gestorven en opgestaan is, is Hij nog niet opgestaan voor jou (3), want je hebt de opstanding nog niet toegeëigend door het geloof. Je hebt de rook gezien, maar het vuur niet gevoeld. Je hebt de woorden gehoord, maar de kracht daarvan niet ondervonden.’

(1) Dat de gelovigen met Christus opgewekt zijn, dat is een niet te ontkennen (geloofs)feit door hun Doop, die in het midden van Gods gemeente aan hen bediend is. Dus de dopelingen zullen op grond daarvan aangesproken worden met Gods Woord, en dat dient m.i. toch op een andere manier te gebeuren dan Luther aan de hand van de tekst uit Kolossenzen 3 hier met eigen woorden doet.
(2) Dat is niet mooi gezegd, maar (schijn)vroom gezegd: Ik hoop dat het ook nog eens voor mij waar zal blijken, maar zonder die zekerheid daarover zoek ik hier toch liever eerst maar mijn zekerheid in geld en goed. Die vrome woorden zijn een dekmantel om zich aan het (dankbaar!) gevolg geven aan onderwijs van Gods Woord (voorlopig) maar te onttrekken. In sommige kerken wordt dit gedrag zelfs aangemoedigd, namelijk door alle dopelingen te leren: Laten we hopen dat het Evangelie ook voor jou waar mag blijken te zijn…
(3) Onze Heer is gestorven en weer opgestaan voor iedereen. Niemand bij wie het Evangelie in de oren heeft geklonken, of dat nu al bij je doop (als baby) gebeurde of later pas, heeft het recht om deze waarheid van het Evangelie te ontkennen, of hij/zij moet willens en wetens deze waarheid niet geloven.

Opgemerkt slot: De dopelingen in de gemeente(n) van onze Heer moeten niet eerst hun behoud maar eens worden afgenomen, maar ze moeten met het onderwijs van Gods Woord altijd weer worden opgeroepen om praktijk te maken van hun geloof, om altijd weer bezig te zijn met de oude mens af te leggen en de nieuwe aan te doen. Op het gebied van (geld)gierigheid kan dat – jezelf en anderen onderwijzen – ‘positief’ gedaan worden aan de hand van het verhaal over Zacheüs, de hoofdtollenaar of ‘negatief’ aan de hand van de gelijkenis over de rijke man, die nog groter schuren ging bouwen om zijn eigen toekomst gerieflijk te maken en veilig te stellen. Die gelijkenis vertelde onze Heer n.a.v. de vraag: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ (Zie Lukas 12 : 13-21)

Leestip: Lukas 12 : 13-40.

Zie hierbij ook nog (weer) deze blog over Zacheüs.

Aanvullend: Onze eerste en hoofdzonde was en is ongeloof, God niet vertrouwen op Zijn Woord. Wanneer Adam&Eva dat al niet opbrachten in het paradijs, hoe zullen onze kinderen het dan opbrengen in een door en door verzondigde en verleugende wereld, waar de boze tekeer gaat als een brullende leeuw. Niet ons geloof maar de Doop is het ‘vehikel’ dat God gebruiken wil om ons zeker te doen zijn van onze redding. Daarom is het van veel belang dat de Doop je overkomen is, zoals dat gebeurde bij de Joden op de 1e Pinksterdag in Jeruzalem en later ook bij de heidenen zoals in Korinthe bijvoorbeeld. Het was ook voor deze mensen bijna onverteerbaar dat iedereen nu gelijk stond aan elkaar. Men wilde nog verschil gaan maken met door wie je gedoopt was, maar zulke gedachten worden door Paulus direct de grond in geboord in de eerste hoofdstukken van zijn eerste brief aan de Korintiërs. Daarom is het zo’n heerlijk voorrecht te mogen leven in een gemeente waar de kinderdoop* regel is. Daar heeft iedereen van klein tot groot elke dag alle reden om God te loven en te danken voor de grote liefde waarmee Hij ons (als Eerste!) heeft liefgehad en liefheeft. Soli Deo Gloria.
* Overigens is het beter om te spreken van zuigelingendoop. De volwassen Korintiërs ontvingen ook een zuigelingendoop, lees het maar na in de eerste verzen van 1 Korintiërs 3.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Mediatie van 19 augustus – Den Hertog uitgeverij (2019)

Jullie waren dood door al jullie zonden en door jullie onbesneden staat, maar God heeft jullie samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold.’ (Uit Kolossenzen 2 vers 13)

Bron afbeelding: Share My Journey

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De Psalmen zijn en blijven onovertroffen!

Juist ook wanneer goed berijmd!
Alle reden om ze ook onze jonge kinderen al in te prenten*!

Komt kindren, hoort mij aan.
Wie vindt een leven lang en goed?
Hij die Gods wil met vreugde doet
en in zijn dienst wil staan.
Weerhoud uw tong van kwaad
zodat gij niemand schade doet.
Wijk van het kwade en doe goed,
sticht vrede metterdaad.

Wie God roept hoort Hij aan
en Hij verlost wie is benard.
Hij zal gebrokenen van hart
in gunst terzijde staan. (1)
Wie ’s Heeren recht betracht
vindt in de wereld droefenis,
maar God, die zijn Verlosser is,
blijft op zijn heil bedacht.

Uit Psalm 34 de verzen 5 en 7, in de berijming van 1967.

(1) Zie Psalm 51 : 19 – Dit vers is ook ingemetseld als gevelsteen boven de deur van ‘de kerk aan het Plein’ in Voorthuizen.

* Inprenting of codering is het neuropsychologisch proces waarbij informatie wordt opgeslagen in het geheugen. Het woord inprenten komt letterlijk van het maken van een afdruk met een printplaat of letterzetbak en het idee is dat het inprenten zorgt voor een afdruk in het geheugen. Inprenting is niet alleen nodig voor het opslaan van informatie in het geheugen, maar ook voor ruimtelijke oriëntatie. Iemand die niet voldoende in staat is om informatie in te prenten, raakt gedesoriënteerd in tijd en plaats, pas veel later ook in persoon.
Hulpmiddelen bij inprenten zijn het herhaald aanbieden van dezelfde informatie, imiteren of het leggen van associaties zoals een ezelsbruggetje. (Bron: Wikipedia)

‘Het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen,
Zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.
Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.’
(Uit Psalm 34 de verzen 18-19)

Bron afbeelding: A Message of Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie