Hoe mensen met aanzien en een positie hun taak kunnen overschatten…

Enkele gelovigen, die tot de partij van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden.’ (Uit Handelingen 15 vers 5)

Geciteerd: Tegelijk rust op jou (lees: het moderamen) de zware taak om het huis dat in brand staat te blussen en, zoals preses ds. P.D.J. Buijs het eind januari uitdrukte, „te redden wat er te redden valt”. Niets doen is daarbij geen optie. Leidinggeven betekent, zeker als een kerkverband zich in crisis en een patstelling bevindt, voorstellen op tafel leggen en een koers uitstippelen. Al zou het maar procedureel zijn.

Opgemerkt: De apostel Paulus schreef naderhand over een ‘synode’ de volgende woorden: ‘Daar waren wel een aantal (wettische) schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, gebruiken. Ze wilden slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in het belang van de gemeente(n) behouden blijven. De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien (dat iemand zich heeft weten te verwerven) van een mens – hebben mij daar tot niets verplicht. (…) Onze enige verplichting was dat we de armen zouden ondersteunen en dat is ook precies waar ik me voor heb ingezet.’ (Uit Galaten 2 uit de verzen 1-14 : 4-6 en 10)

Lees hierbij ook Handelingen 15 en 20 : 17-38, 2 Korintiërs 8 en Titus 3.

PS. En bedenk dat onze Heer in zijn brieven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië de gemeenten afzonderlijk aanspreekt en niet wijst op een ‘centraal kerkelijk – en/of apostolisch – gezag’ dat zich inmiddels ergens gevestigd zou hebben of oproept omdat alsnog te doen ontstaan en wel om de gemeenten weer in het/een gezamenlijk afgesproken gareel te krijgen.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Na CGK-synode volgt strijd om duiding’ – door Addy de Jong.

God, Die weet wat er in mensenharten omgaat, heeft getuigenis aan hen (de gelovigen uit de heidenen) te geven door (ook) hen de Heilige Geest te schenken*, zoals Hij Die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft door het geloof hun hart gereinigd. Waarom willen jullie dan God verzoeken door een juk op de schouders van deze leerlingen te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen. Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus Christus gered kunnen worden, op dezelfde wijze zoals zij.’ (Uit Handelingen 15 de verzen 8-11)
* Zie hierbij Handelingen 10 : 44-48.

Bron afbeelding: Bible Verses KJV on X

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een gelovige heeft twee vaste zekerheden: …

De waarheid van het Evangelie en de hem of haar door God geschonken Doop.

Weten jullie niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in Zijn dood? We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in Zijn dood, zullen we ook delen in Zijn opstanding.‘ (Uit Romeinen 6 vers 3-4)

Geciteerd: maar omdat ik zie dat deze geloofswaarheden door de duivel altijd gelasterd moeten worden en hij door degenen die zich opwerpen als hoeders van de kudde niet wordt gestopt, daarom zeg ik, doctor Maarten Luther, een onwaardig evangelist van onze Heere Jezus Christus: ‘Het geloof – aan de waarheid van het Evangelie – alleen (1), zonder de werken, maakt rechtvaardig voor God.’ (vgl. Romeinen 3 : 28). Dit moet de roomse keizer, de Turkse keizer, de Tartaarse keizer, de Perzische keizer, de paus, alle kardinalen, bisschoppen, priesters, monniken, nonnen, koningen, vorsten, heren, ja, de hele wereld met alle duivels erbij, laten staan. Deze waarheid, dit geloofsartikel dat de kinderen bidden, zal staande blijven: ‘Ik geloof in Jezus Christus, geboren, gekruisigd, gestorven, begraven, opgestaan, enzovoorts (2). Er is zeker niemand voor onze zonden gestorven dan alleen Jezus Christus, Gods Zoon. Alleen Jezus Christus, Gods Zoon. Nog éénmaal zeg ik: ‘Alleen Jezus Christus, Gods Zoon heeft ons van de zonde verlost.’ (3) Dit is zeker waar, zoals de hele Schrift waar is. Al zouden alle duivels en de hele wereld erop aanvallen en van woede barsten – dan is het nog waar!
Er bestaat echter geen enkel werk waardoor Hij aangegrepen of verkregen kan worden! (4) Daarom: omdat alleen het geloof, vóór en aleer wij enig werk doen, deze Verlosser aangrijpt – dan moet daaruit volgen dat alleen het geloof, vóór en zonder werk, deze verlossing ontvangt, wat niets anders is dan gerechtvaardigd wórden! Want van zonden verlost, of anders gezegd: de vergeving der zonden hebben, kan niets anders zijn dan gerechtvaardigd zijn of worden.
Echter, na dit geloof of na deze ontvangen verlossing, of anders gezegd na de vergeving van de zonden, of de ontvangen geloofsgerechtigheid – waarvan bij en door de Doop ons een ontwijfelbaar teken en zegel geschonken werd/wordt, dat geloofd moet worden: wij geloven één Doop! – volgen dan ook op dit geloof de goede werken als vruchten van het geloof.
Dit is onze theologie die ons door de Heilige Geest – uit Gods Woord – geleerd wordt en het is de leer van/voor de hele heilige christenheid.
Daarbij zullen wij blijven – in Gods Naam! Amen.
[Maarten Luther: Glosse auf das vermeinte kaiserliche Edikt, 1531, vgl. WA 30, 3, 366, 7 – 367, 19]

(1) Nu heeft geloof geen werkzame kracht van zichzelf – het is een gave en kracht van de Heilige Geest – en het is ook niet het geloof dat ons rechtvaardig maakt voor God. Dat heeft Christus al voor ons gedaan door in Zijn menselijk bestaan hier op aarde in volmaakt vertrouwen op Zijn Vader Zijn leven voor ons te geven tot in de dood aan het kruis toe. Wij kunnen uit onze geloofsactiviteit – dat we geloven – geen zekerheid en hoop putten. We kunnen onszelf en anderen daarvan en daarmee ook niet werkelijk overtuigen door te zeggen: ik geloof (zie hierbij 1 Korintiërs 4 : 3-5). Die zekerheid en hoop vinden we alleen in de waarheid van het Evangelie zelf en die waarheid van het Evangelie geloven wij door de kracht van de heilige Geest, Die ons geschonken is. En Hem en alles wat ons in en door Christus geschonken werd en wordt ontvingen wij toen we werden gedoopt en wat nodig is voor een leven uit en door het geloof ontvangen wij dagelijks nog altijd weer – ook samen met onze kinderen – wanneer we bidden om Zijn kracht en bijstand (zie Lukas 11 : 1-13!).
(2) … opgevaren naar de hemel, zittende aan de rechterhand van God, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
(3) Zie o.a. 1 Johannes 3 : 23 en 4 : 19-21.
(4) Ook het werk ten bate van de de toe-eigening van het heil – veel Bijbellezen en bidden, trouw naar de kerk gaan, etc. – helpt ons niet af van onze geloofsonzekerheid en voegt niets toe ten bate van onze geloofszekerheid.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

‘Toen jullie gedoopt werden zijn jullie immers met hem begraven, en Met Hem zijn jullie ook tot leven gewekt. omdat jullie geloven in de kracht van God Die Hem uit de dood heeft opgewekt. Jullie waren dood door jullie zonden en jullie onbesneden staat, maar God heeft jullie samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften, waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 12-15)

Bron afbeelding: Olive Bible Tree

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloofsvertrouwen daar gaat het om!

Werkelijk, Ik verzeker jullie, wie gelooft, heeft eeuwig leven.
(Uit Johannes 6 vers 47)

Geciteerd 1: Johannes noemt veelvuldig het eeuwige leven in zijn evangelie. Maar wat verstaat men onder eeuwig leven? Een bepaalde kwaliteit van het leven zoals dat in het hier en nu al er kan zijn voor wie gelooft. Je kunt het omschrijven als een leven dat alles van God verwacht en niets van de mens. Wie dit geloof aanhangt, zal ondervinden bevrijd te zijn van de druk waaraan wij mensen zoveel lijden. (1) Door het geloof krijgen we deel aan de goddelijke natuur (zie 2 Petrus 1 : 4) en dat is niet iets wat pas na onze dood komt. Wie gelooft heeft nu al eeuwig leven. Jezus woorden ‘Wie dit brood eet, zal eeuwig leven’, betekenen dan ook: Je bent met Hem verbonden en dat zal eeuwig zo blijven. Eeuwig leven staat tegenover verloren gaan. Wie echter in Jezus gelooft en Hem volgt als de door God Gezondene zal ontheven zijn van de hectiek waaronder zoveel mensen in deze wereld en ook in de kerk (1) gebukt gaan. ‘Gemoedsrust’ is hier een toepasselijk woord.

Geciteerd 2: In het eerste boek van Mozes kunnen wij lezen: ‘De HEER sprak nu tegen de slang: En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar Zaad. Dat zal u de kop vertreden, en u zult Het in de hiel steken.’ (vgl. Genesis 3 : 15).
Dit Zaad is Jezus Christus, een natuurlijk Kind, net als alle andere kinderen uit de vrouw geboren en gevoed (vgl. Galaten 4 : 4). Hij heeft de kop van de slang vertreden. Daarop hebben Adam&Eva gewacht, maar ze hebben niet geweten wanneer dat zou gebeuren. Het zijn duistere woorden, maar heel rijk van inhoud. Daarin was wel begrepen hoe het zou toegaan, maar de Geest moest het nog verder onderwijzen en verklaren.
Voor (of aan) wie werd dit Evangelie verkondigd? Alleen (aan) voor Adam&Eva (zie Genesis 3). Nu, Gods Woord is niet tevergeefs, maar moet vrucht dragen (Jesaja 55 : 10-11). Daarom moet deze prediking Adam&Eva teruggebracht hebben tot God. Hiermee werden zij vertroost, zodat zij geloofd en vertrouwd hebben dat er in hun plaats een natuurlijk Mens zou komen, Die voor hen zonde, dood, duivel en hel zou overwinnen. Daarin hebben ze geloofd en zijn genezen. Ze dachten: in dit Kind is weer genade en vrede, leven en troost. Hier zien we hoe God met zeer korte woorden iets kan zeggen waar men toch nooit uitvoerig genoeg over kan preken. In deze woorden is de toekomst van Christus begrepen en vervat: Zijn menswording uit de maagd Maria, Zijn lijden, sterven en opstanding voor ons, Zijn Koninkrijk en het Evangelie.
[Maarten Luther: Über das 1. Buch Mose, Predigten 1527, vgl. WA 24, 108, 360109, 17, 110, 9-18]

Leestips: Matteüs 11 : 25-30, 1 Korintiërs 1 : 26-31, 3 : 18-23 en 1 Johannes 4 : 11-16.

(1) Hoeveel druk wordt er toch juist ook in en door de kerk op ons uitgeoefend. Wat worden ons daar ook nog weer allerlei lasten opgelegd en wat laten we ons graag allerlei lasten opleggen (wát beweegt ons daartoe?*). Wat moet er gedraafd worden voor de kerk en de organisaties waarvan ze gebruik maken (of andersom). En dat alles onder het mom van ‘God wil het en vraagt het van u/jou’.
* Vraag u/jullie dat eens af!

Bron citaat 1: Dag in dag uit 2025 – Meditatie zondag 9 februari – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 2: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader! Heere van de hemels en van de aarde! dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, maar aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader! Want zo was het Uw welbehagen.’ (…) ‘Komt naar Mij, jullie die vermoeid en belast zijn, dan zal Ik jullie rust geven. Neem Mijn juk op je en leer van Mij (!!!), want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dán zullen jullie werkelijk rust vinden, want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.‘ (Uit Matteüs 11 uit de verzen 25-30 : 25-26 en 28-30)

Bron afbeelding: Latter-day Saint Scripture of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een standbeeld voor Juliana van Stolberg in Geneve?

‘Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen.
Moge zij de vruchten plukken van haar werk,
mogen haar daden geprezen worden in de poorten.’
(Uit Spreuken 31 de slotverzen)

Geciteerd 1: De beëdiging van deze 47ste president van de VS bracht mij in gedachten terug naar een bezoek, enige jaren geleden, aan de Nationale Beelden Hal in het Capitool in Washington DC, het regeringscentrum van de Verenigde Staten. Presidenten George Washington, Dwight Eisenhower, Ronald Reagan en veel anderen waarvan wordt verteld dat zijn Amerika groot hebben gemaakt, zijn daar in marmer vereeuwigd. Tussen al die beelden van staande mannen is er één van een zittende vrouw. Nadrukkelijk staat over haar vermeld dat zij, anders dan de overigen, geen gekozen vertegenwoordiger is van de Verenigde Staten. Zij is geen hoogwaardigheidsbekleder, maar een naaister in een confectiefabriek. Haar naam is Rosa Parks.

Geciteerd 2: Waarom bracht de beëdiging van president Trump mij in gedachten terug naar die dappere Rosa Parks in het ooit door rassenhaat vergiftigde Alabama? De ceremonie rond de installatie van president Trump eindigde vorige maand in de Nationale Kathedraal van de hoofdstad van de Verenigde Staten. Daar zat de nieuwe president te midden van familie en veel hoogwaardigheidsbekleders te luisteren naar de preek van bisschop Mariann Edgar Budde. Zij richtte zich rechtstreeks tot de president. (…) ‘U spreekt over G’d? In de naam van Hem vraag ik u of u zich kunt ontfermen over de mensen in ons land die bang zijn. Ook in Republikeinse gezinnen leven kinderen met een eigen genderdiversiteit. In naam van Hem vraag ik u om zich te ontfermen over migranten. Zij zijn het die onze gewassen oogsten, kantoren schoonmaken of nachtdiensten in ziekenhuizen werken. Zij zijn misschien geen Amerikaanse staatsburgers, of hebben misschien niet de juiste papieren, maar de overgrote meerderheid is niet crimineel.’

Geciteerd 3: Ik moest bij het horen van de woorden van bisschop Mariann Budde meteen denken aan die dappere bescheiden Rosa Parks die zichzelf een standbeeld verwierf in het Capitool. Wat de toekomst de komende vier jaren in Amerika gaat brengen, we weten het niet. Wat mij betreft mag er al wel een plekje worden ingeruimd voor een volgend sculptuur naast die van Rosa Parks. Een plekje voor het standbeeld van deze Mariann Edgar Budde. De bisschop die haar president recht in zijn gezicht vertelt hoe hij zich moet gedragen tegenover het Allerhoogste gezag. En tegenover al zijn medeburgers, die hem allemaal even dierbaar zouden moeten zijn.

Opgemerkt: Zou het dan niet passend zijn om tussen de grote standbeelden van ‘geweldige’ mannen in Geneve, er ook een plekje ingeruimd gaat worden voor een knielende en biddende vrouw? Dan denk ik aan een vrouw als Juliana van Stolberg (ja, de moeder van …) als kandidaat. Zie deze blog: ‘Juliana van Stolberg…

NB. Lees nog eens wat Paulus schrijft in 1 Korintiërs 4 : 6. Daar hebben die standbeeldbouwers zich niet aan gehouden, anders hadden ze de fondsen voor het maken en plaatsen van die standbeelden in Geneve niet bij elkaar kunnen krijgen!
Wat is en wordt er veel mensenlof gezongen, en alhoewel bij de reformatie de beelden van de apostelen uit de kerken werden weggebroken, werden er in Geneve toch maar even een paar standbeelden neergezet waarbij de kerkbeelden van de apostelen maar nietige verschijningen lijken…
Wordt eerlijk gezegd zelfs wat naar van het kijken naar die enorm grote standbeelden voor ‘geweldige mannen’. Waarom hebben de eerste gemeenten en de vroege kerk daar niet aan mee gedaan? Die hadden wat dat betreft gewoon beter geluisterd naar het onderwijs van onze Heer en dat van de apostelen.

Bron citaten: De Kanttekening – ‘Mariann Budde doet mijdenken aan Rosa Parks’ – door Lody van de Kamp (Nederlandse orthodox-joodse rabbijn, schrijver en zakenman)

Bij de afbeelding: Midden in het Parc des Bastions in Geneve staat het imposante Reformatiemonument, waarop de grote persoonlijkheden van de Reformatie als imposante beelden en reliëfs geplaatst zijn. In het midden staan Jean Calvijn, Guillaume Farel, Théodore de Bèze en John Knox.

Bron afbeelding: ArtWay-eu

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wanneer we alleen nog kunnen roepen vanuit de diepte…

‘Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen
en luistert U niet,
moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen,
en brengt U geen redding?’
Waarom toont U mij dit onheil
en ziet U de ellende aan?
Ik zie slechts verwoesting en geweld,
opkomende twist en groeiende tweedracht.
De wet wordt ondermijnd,
het recht krijgt niet langer zijn beloop,
de wettelozen verdringen de rechtvaardigen,
het recht wordt verdraaid.’
(Uit Habakuk 1 de verzen 2-4)

Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je gered wordt in en door het geloof van Jezus Christus.’ (Uit 2 Timoteüs 3 de verzen 13-15)

Geciteerd: Het maakt van politiek een vorm van vermaak – een non-stop realityshow, met constante ophef als brandstof en permanente afleiding als doel. Miljoenen mensen deporteren? Dat is niet iets om geheim te houden, zoals in onderdrukkende regimes, maar eerder een spektakel – opgevoerd in een eindeloze stroom rally’s, reels en tweets. Was dat een nazigroet? Binnen no time is het een meme en is het ‘debat’ over de vermeende bedoelingen erachter trending topic. Hashtag: #autisme of #fascisme?

In zo’n realityshow kan een verkiezingscampagne die bijna helemaal draaide om de verdrijving van een ‘corrupte elite’ (‘Drain the swamp!’) – beloofd door een verlosser die zei zo rijk te zijn dat hij als enige politicus niet afhankelijk is van miljardairs (‘I can’t be bought.’) – dan ook probleemloos eindigen in een inauguratie waarin precies die corruptie letterlijk tot ceremonie is verheven. De allerrijkste zakenmannen van het land schouder aan schouder met de invloedrijkste wetgevers van het land, proostend op de gekochte invloed, zichtbaar voor iedereen die het maar wil zien.

Wie daar een flagrante hypocrisie in ontwaart, heeft natuurlijk gelijk. Maar die zichtbare hypocrisie is de bedoeling. De leugen die niet wordt verborgen, kan namelijk ook niet worden ontmaskerd.

Zo ontstaat langzaam maar zeker het beeld van wat ook wel een ‘honest liar’ wordt genoemd, een eerlijke leugenaar: iemand die constant liegt, behalve over zijn eigen leugenachtigheid. Donald Trump is zo’n transparante oplichter – iemand die openlijk opschept over zijn belastingontwijking (‘That makes me smart.’); openlijk toegeeft zijn rijkdom te verzinnen (‘It fluctuates with my own feelings.’);* en trots vertelt hoe hij zijn vastgoedprojecten verkoopt door ‘te doen alsof’ (‘A very effective form of promotion.’).

Wie zich afvraagt waarom de aanhangers van Trump zich niet bedrogen voelen door zijn zichtbare hypocrisie (de swamp is nog nog nooit zo crowded geweest), vindt hierin grotendeels het antwoord: openlijke hypocrisie is, ironisch genoeg, ook een vorm van eerlijkheid. Niet voor niets typeren aanhangers van Trump hem als een van de eerlijkste en authentiekste politici die ze ooit hebben gezien (‘He says it like it is.’).

Anders gezegd: wie niet pretendeert moreel te opereren, lijkt op een gekke manier juist eerlijk als hij dat ook niet doet. En corrupt en hypocriet was de politiek, zeker in de Verenigde Staten, altijd al: de hypocrisie was men dus al gewend, de openheid erover alleen nog niet.

Leestip: Habakuk 2.

> Zie hierbij ook deze blog met woorden van Dietrich Bonhoeffer: ‘Christelijke gemeente een gemeenschap van huichelaars?’ En (aanvullend) ook deze blog: ‘Laat het van de billboards schreeuwen.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Hoe Trump en Musk de waarheid verdrinken (en daardoor eerlijke leugenaars lijken)’ – door Rob Wijnberg (Oprichter)

Maar vooral, mijn broeders en zusters, zweer niet, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat jullie ja, ja zijn en jullie nee, nee, anders vallen jullie onder het oordeel.‘ (…) ‘Beken elkaar je zonden en bid voor elkaar, dan zullen jullie genezing vinden. Want het gebed van een rechtvaardige – dat is een Christus gelovig mens – vermag veel doordat er kracht aan verleend wordt.’ (Uit Jakobus 5 uit de verzen 7-20 de verzen 12 en 16-17)

Bron afbeelding: worldchallenge-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Door het Zaad van de vrouw’…

(‘Door het Zaad van de vrouw’ * – naar Genesis 3 vers 15 en Galaten 3 vers 16)

[Behandelde tekst: Psalm 8 : 5-7] *
* Medicijn tegen alle vergoddelijking/verafgoding – ook in de kerken – van de man (en zijn taak) vanwege de eerste mens/man Adam in het paradijs en zijn betekenis in en voor deze schepping na de val.

Geciteerd: David zegt: ‘Wat is de Mens, dat U aan Hem denkt, en des Mensen Zoon dat U Hem aanneemt?‘ (vgl. Psalm 8 :5 en Hebreeën 2 : 6 vv).
Hier verklaart David als profeet, op een bijzondere manier, en dat voor álle mensen op aarde, de persoon van Christus en zegt: ‘Wat is de Mens dat U aan Hem denkt, en des Mensen Zoon dat U Hem aanneemt?’ Op die manier beschrijft hij hier de onbegrijpelijke diepte van de vernedering van Christus. Want hij ziet Christus aan in Zijn diepste vernedering en zwaarste lijden, namelijk dat Hij bespot, bespuwd, gekroond en gekruisigd wordt. Paulus spreekt ook over deze vernedering: ‘Hij vernederde Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis‘ (vgl. Filippenzen 2 : 8 ). En in de psalm lezen wij: ‘Ik ben een worm en geen mens, een spot van mensen en verachting van het volk’ (vgl. Psalm 22 : 7).
Daarover verwondert David zich hier en zegt: ‘Hoe is het mogelijk, of hoe zal men het kunnen geloven, dat God aan deze geplaagde Mens zal denken en deze mensen Zoon, zo jammerlijk aan het kruis gespijkerd, zal aannemen? Moet Hij – door iedereen bespuwd, gehoond en gelasterd – het liefste Kind en de Uitverkorene van God zijn? Hoe dwaas handelt God? Zou Hij, Gods Zoon, Heere en Heerser zijn, Wiens Naam heerlijk is in alle landen en Wie men dankt in de hemel (vgl. Psalm 8 : 2). Hij hangt immers aan het kruis en wordt voor een vloek en spot van mensen gehouden.
Dit alles zegt David in grote verwondering, alsof hij wilde zeggen: de hele wereld denkt dat God deze Mens vergeten heeft en dat Hij de Zoon des Mensen niet aanneemt. Maar: ‘De steen die de bouwlieden verwerpen, is tot hoeksteen geworden. Dit heeft de HEERE gedaan en het is een wonder in onze ogen’ (vgl. Psalm 118 : 22-23)
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1537, vgl. WA 45, 235, 33-40; 236, 32-237, 12]

Opgemerkt: Deze meditatie maakt duidelijk dat geen deel van de Schrift een eigenmachtige uitleg en toepassing toelaat en sinds Christus kruis en opstanding gelezen en begrepen (en toegepast) moet worden met het Schriftlicht dat de Heilige Geest ons met en door het Evangelie in het Nieuwe Testament geschonken heeft – zie hierbij 2 Petrus 1 : 16-21 en Galaten 3 : 15-29.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

‘Looft de HEERE, alle volken,
prijst Hem alle naties:
Zijn liefde is overstelpend
eeuwig duurt de trouw van de HEER.
Halleluja!’
(Uit Psalm 117 alle verzen)

Bron afbeelding: Pin Page

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de zekerheid van het geloof…

Op die dag zullen jullie erkennen, dat Ik in Mijn Vader ben, en jullie in Mij, en Ik in jullie. ‘(Uit Johannes 14:20, weergave DB 1545)

Geciteerd 1: Uit onderstaand citaat blijkt, dat de Wittenbergse Reformatie (trouwens de Geneefse Reformatie ook) altijd weer over de zekerheid van het geloof spreekt. Dat doen zij tegen de eeuwige twijfel van Rome. Luther zegt daarover: ‘Op hun hogescholen hebben zij, dwars tegen het Evangelie en alle brieven van de apostelen in, geleerd: dat niemand zeker kan zijn, of hij vergeving van zonde en Gods genade heeft of niet, of hij met God verzoend is of niet; wat een gevaarlijke en gruwelijke dwaling is, waartegen iedereen gewaarschuwd moet worden.
[Leipziger Ausg. Bd. VI, S. 653-654; uit het Latijn in het Duits vertaald door Justus Jonas (1533)].

Geciteerd 2: Dat is: u moet niet alleen Mijn vlees en bloed zien – wat u reeds ziet, zoals de Joden dat ook zien – of Mijn bestaan en wezen, dat Ik God én Mens ben. Maar u moet ook zien dat alles wat Ik doe, spreek en werk overeenstemt met Mijn ambt en de reden is waarom Ik hier ben. Wanneer u dit ziet, dan ziet en hoort u, dat Ik enkel liefde, genade en barmhartigheid spreek vanuit de Vader en dit ook met daden bewijs, omdat Ik voor u sterf en opsta uit de dood. Als u dít in Mij ziet, dan ziet u de Vader in Mij en Mij in de Vader. Dan ziet u ook de eigenlijke bedoeling, de gezindheid en de wil van de Vader.

Dit is de voornaamste hoofdzaak en het belangrijkste artikel: dat Christus in de Vader is (v.20) – daarom hoef je niet te twijfelen: alles wat deze Man spreekt en doet, dat moet gesproken en gedaan worden: in de hemel voor alle engelen, in de wereld voor alle tirannen, in de hel voor alle duivels en in de harten voor alle kwade gewetens en voor al onze verkeerde gedachten. Want als ik hier zeker van ben: dat alles wat deze Man denkt, spreekt en wil, de Vader ook denkt, spreekt en wil – dan kan ik alles trotseren wat mij benauwd, bevreesd en beangst maakt. Want hier heb ik het hart en de wil van de Vader én van Christus. ‘Als God voor en met ons is’ – zegt Paulus in de brief aan de Romeinen (8:31) – ‘wat is het dat ons schaden zal?

In de eerste plaats is er dus alles aan gelegen, dat wij alleen op Christus zien en er niet naar vragen, wat één of andere god zegt of wat mensen prediken of leren over het leven en de wegen van engelen, heiligen, doden en levenden. Kort gezegd: als u Christus aangrijpt en aanziet, dan grijpt en ziet u Christus aan in de Vader en de Vader in Christus – dan ziet u geen toorn, dood of hel, maar enkel genade, goedheid, barmhartigheid, hemel en leven.

In de tweede plaats wanneer u dit weet en hebt, dan zult u daarna ook weten – zoals Christus zegt (v. 20): dat ‘Ik in u en u in Mij bent.’ Namelijk, dat u Mij tot Zaligmaker hebt en Mij zó kent, dat de Vader Mij tot u heeft gezonden – daaruit zult u proeven en smaken, dat u in Mij bent – zodat: wat u ook mist en ontbreekt, zoals u in uzelf zondaren en verdoemd bent en in de dood ligt – dat dit alles in Mij is, en daar ligt het goed. Nu ben Ik in de Vader, en wat in Mij is, dat is ook in de Vader – wat echter in Mij is, het mag zijn wat het wil: dood of leven, zonde of gerechtigheid, dat moet enkel gerechtigheid, leven en zaligheid zijn.

Nu gaat u ook door het geloof verstaan, dat u in Mij bent met uw dood, zonde en alle ongeluk. Bent u een zondaar in uzelf? – dan bent u in Mij rechtvaardig. Voelt u de dood in uzelf? – dan hebt u in Mij het eeuwige leven. Hebt u onvrede in uzelf? – dan hebt u in Mij eeuwige vrede. Moet u om uzelf als een goddeloze verdoemd worden? Dan bent u in Mij gezegend en zalig!

Want als ik in Christus ben – o, zaligheid! – waar ben ik dan? Nergens dan waar Christus is (zie Efeziërs 2:6). Waar is Hij anders dan in de hemel, in de eeuwige vreugde, in het eeuwige leven en in de eeuwige zaligheid? Daar zal Hij zeker niet meer als zondaar veroordeeld worden of de dood moeten sterven – nu kunnen Hem geen zonden beschuldigen, geen duivel verdoemen, geen dood of hel verslinden, dan zullen zij mij – als ik ín Hem ben – ook niet kunnen verdoemen en verslinden.”

[Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis (Druck Frühjahr 1538), WA 45, 589, 14 – 590, 16]

Leestip: Efeziërs 2:1-10 (Kerntekst de verzen 6-7)

Bron citaten 1-2: http://www.maartenluther-com – Wekelijks Luthercitaat per email – toezending van maandag 3 februari 2025.

Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus.‘ (Uit Filippenzen 3 vers 20)

Bron afbeelding: JohntpolkII

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunnen we ook zonder fantaseren spreken over de hel? [1]

Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de Naam van Gods enige Zoon.’ (Uit Johannes 3 vers 18)

Als iemand Mijn woorden hoort en ze niet bewaart. zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie Mij afwijst en Mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.’ (Uit Johannes 12 de verzen 47-48)

Wanneer Hij komt zal Hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde – dat ze niet in Mij geloven (zie bovenstaande woorden uit het evangelie naar Johannes), gerechtigheid – dat Ik naar de Vader ga en jullie niet meer zie (zie 2 Korintiërs 5 : 21), oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.’ (zie Kolossenzen 2 : 14-15) (Uit Johannes 16 de verzen 8-11)

Geciteerd: Sonneveld noemt zich daarom universalist: hij gelooft dat iedereen uiteindelijk verzoend wordt met God en in de hemel komt. Ook in de christelijke traditie is die positie volgens hem geen uitzondering. ‘In de vroege kerk was het juist gebruikelijk te geloven in een hel als een tijdelijk zuiveringsproces, en niet als eeuwige straf.’
Dat idee sluit aan bij het katholieke idee van het vagevuur, een weg van loutering waar ieder mens doorheen moet. Maar, wordt hem in de podcast gevraagd, betekent dat ook dat de grootste misdadigers herstel en verzoening kunnen vinden, zoals Hitler?
Sonneveld denkt van wel. ‘Maar niet zomaar. Ik geloof dat iedereen door een proces van herstel moet. Stel dat Hitler in de hemel wil zijn, dan zal hij elke Jood om vergeving moeten vragen. En als zij dat niet willen geven, duurt dat proces dus langer.’

Opgemerkt 1: Hoe kunnen wij over dit onderwerp (de hel als eeuwige straf) spreken zonder uit te gaan boven wat geschreven is (1) en zonder dat we aan de Bijbelwoorden die ons geschonken zijn toedoen of afdoen? (2)
We zullen dan hebben te beginnen bij het goed lezen, interpreteren en toepassen van het boek Genesis en dat begint al bij de eerste hoofdstukken want daar ging/gaat het al mis. Want wanneer we de mens daar een veel hogere positie en kwaliteiten toekennen dan dat het geschreven Woord ons toelaat/toestaat, dan heeft dat gevolgen voor heel het verdere lezen, begrijpen en toepassen van het boek Genesis en wat daar later nog op volgt.
We zullen de mens in het paradijs niet hebben te zien en definiëren als mensen die al alles in zich hadden om zelfstandig – zonder wandelen en zonder overleg met God – deze aarde tot ontwikkeling te brengen. De boom van de kennis van goed en kwaad en Gods woorden daarbij moest hen helpen om dat heel goed te beseffen en erkennen: Wij zijn God niet, wij zijn Zijn schepselen, we leven in Zijn schepping en we zullen acht geven op Zijn woorden en deze volkomen betrouwbaar achten! Toen de mens echter toch van de boom gegeten had, toen heeft God helemaal niet alle goede gaven die de mens had (o.a. een goed verstand (3)) hoeven af te nemen! De mens raakte allereerst z’n onschuld kwijt en Hij wist daarna ook niet wat hij nu nog van God te verwachten had. En omdat ze door te eten van de vrucht van de boom het vertrouwen in God hadden opgezegd, waren ze ook het vertrouwen in elkaar kwijt. Dat is nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. En wat deed God? Hij verscheen niet aan hen als de toornige Rechter, hoogst verbolgen omdat Zijn plannen met deze wereld van Hem waren mislukt. Nee, God handhaafde wel Zijn woord dat de mens zou sterven en wel omdat God niet in een eeuwige relatie van wantrouwen met de mens wilde samenleven. Wat God nu doet, dat is de mens nog veel meer afhankelijk maken van Hem dan dat Adam&Eva in de paradijstuin waren geweest, en dat natuurlijk eerst en vooral door hen nu een sterfelijk bestaan te geven en Hij zet hen ook in een voortdurende strijd met de boze en met al het kwaad dat er nu is in de gevloekte wereld. Maar God laat de mens ook al weten van Zijn Verlossingsplan en dat uitwerken van Zijn Verlossingsplan wil Hij niet doen zonder de mens (de mensheid) daarin te betrekken. (4)
Wanneer we de mensengeschiedenis in het boek Genesis volgen, dan leren we al snel dat er werkelijk niets van Gods Verlossingsplan terecht zal komen wanneer dat zou afhangen van de mens en de inzet van de mens voor het verwerkelijken van dat Verlossingsplan. Ondanks dat het mensenverstand nog dusdanig is dat God daarvan zegt in Genesis 11: De mensheid is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, wat ze nu aan het doen zijn is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. (Naar Genesis 11 : 6).

Opgemerkt 2: Dat de mens niet aan God gelijk is en dat de mens ook voor de val in de paradijstuin niet aan God gelijk was (‘niet als God was’) dat moet ons ook helpen om in te zien waarom God ons laat weten dat de mens Gods eeuwige toorn tegen en over het kwaad niet kan dragen en wegdragen. Alleen God Zelf kan dat. En daarom schonk Hij ons Zijn Zoon om die straf voor ons te dragen. Wanneer God de eeuwige straf toch aan de mens zou opleggen, dan zou God daarmee (in feite) verklaren dat de mens aan God gelijk is…
Zal hier nu niet meer zeggen, maar ik wil dit nog verder uitwerken en met die uitwerking meen ik dat het mogelijk is om me te houden aan wat er geschreven staat in Gods Woord en daar ook niets aan toe te hoeven voegen of aan af te hoeven doen. Het kan helemaal uitgewerkt worden door gewoon gebruik te maken van wat er wel geschreven staat.

(Wordt vervolgd!)

(1) Zie 1 Korintiërs 4 : 6-7.
(2) Zie Openbaring 22 : 18-19.
(3) Ondanks dat de mens een goed verstand kreeg weet de mens niet goed te onderscheiden tussen goed en kwaad. Dat was in het paradijs ook al zo! Vandaar dat de mens zijn vertrouwen dient te geven aan het Woord van God. En dat moesten de eerste mensen dus ook al bij de boom van de kennis van goed en kwaad.
(4) Dat Verlossingsplan van God dat moet en zal Gods wijsheid en (mensen)liefde en Gods barmhartigheid en genade steeds rijker gaan openbaren en dat tegenover de eigenwijsheid en liefdeloosheid en onbarmhartigheid en ongenade van de natuurlijke mens/mensheid die naar de openbaring van God door Zijn Woord en Geest niet luisteren wil en daar de oren ook moedwillig voor sluit zodat ze steeds verder moet voortgaan in eigenwilligheid en helemaal vervallen tot dienst aan de boze.

Bron citaat: ND Geloof – ‘De hel is niet eeuwig, denkt deze theoloog. ‘Het is een proces van verzoening’’ – door Maaike Legemaat

Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder openbaar geworden en heeft Hij ons gered niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de Heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zó zijn wij door genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen. Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen. Dáár heeft iedereen baat bij.‘ (Uit Titus 3 de verzen 4-8)

God slaat echter geen acht op de tijd waarin men Hem niet (meer) kende, want Hij heeft een dag bepaald waarop Hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een Man die Hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze Man gaat, heeft Hij geleverd door Hem uit de dood te doen opstaan.’ (Uit Handelingen 17 de verzen 30-31)

Bron afbeelding: only.bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mensenverstand niet groot genoeg… (V2)

God, wees mij zondaar genadig

Geciteerd: Er is geen mensenverstand, het mag zo groot, wijs en geleerd zijn als het maar wil, dat in staat is deze tegenstrijdige woorden samen te vatten en uit te spreken: ‘God wees mij zondaar genadig‘ (vgl. Lukas 18 : 13). Ja, het is zeker de hoogste wetenschap, die geheel en al buiten en boven het verstand van een mens gaat. Want dat is toch nooit zo gezegd toen God Zich in het begin heeft geopenbaard en met de mens gesproken. In het paradijs – zegt de Schrift – luidde het zo: Wanneer jullie van de verboden boom zullen eten – dat is: wanneer jullie tegen Mijn gebod zondigen – zullen jullie de dood moeten sterven (vgl. Genesis 2 : 17) – NB. Dit kan en moet toch Vaderlijker en genadiger verwoord worden, zie (1). Op de berg Sinaï, waar God de wet gaf klonk het (ook) zo: ‘Ik de HEERE jullie God ben een machtig IJveraar – dat is: een toornige God – Die de misdaad van de vaderen bezoekt aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht’ (Exodus 20 : 5 en Deuteronomium 5: 9) (2). Hieruit moet men in het kort weten en begrijpen, dat de zonde (niet de zondaar!) verdoemd is en dat God Zijn schrikkelijke toorn en straf daarover uitgesproken heeft. Nu, dan past het toch helemaal niet dat deze tollenaar, deze zondaar, deze verdoemde en vervloekte mens, voor God durft komen en durft bidden: ‘Wees mij zondaar genadig‘ (3).
Want deze twee, zonde en genade staan tegenover elkaar als water en vuur. Genade hoort toch niet thuis waar zonde is? – daar is alleen zonde en straf! Hoe komt dan deze mens aan de wijsheid dat hij zonde en genade kan samenbrengen en kan verenigen? Hoe is het toch mogelijk dat hij het waagt om tot God te roepen en voor Zijn zonde genade af te smeken? Hier is meer voor nodig dan dat wij de wet en de Tien Geboden kennen, die de Farizeeër ook allemaal – en nog wel het best – kende. Het is een andere kennis, waarvan de Farizeeër helemaal niets wist (4) – en waarvan alle mensen uit zichzelf niets weten. Het is de prediking van het lieve Evangelie van Gods genade en barmhartigheid in Christus Jezus – dat toch al in heel het OT ook altijd al heeft geklonken, al vanaf het derde hoofdstuk van Genesis, en dat toen toch ook al door mensen werd gehoord en al of niet begrepen. Nog niet in haar overweldigende rijkdom, maar toch! – en dat, zonder enige verdienste, altijd weer aan alle zondaren verkondigd en aangeboden moe(s)t worden.
[Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille, vgl. WA 22, 204, 34 – 205, 14]

(1) Wij zullen Gods woorden bij de boom zo lezen en begrijpen: Wanneer jullie Mij niet het (geloofs)vertrouwen geven dat jullie Mij schuldig zijn en Mijn woorden over deze boom niet (langer) als in liefde en waarheid tot jullie gesproken aanvaarden, maar afgaan op jullie eigen verstand en inzicht, dan zullen jullie de gevolgen daarvan ondervinden en (moeten) sterven, zoals ik jullie dus uitdrukkelijk heb laten weten (ervoor gewaarschuwd heb) over/bij deze boom.
Geloofsvertrouwen – God liefhebben en vertrouwen op Zijn Woord (!) – is de enige grond voor het eeuwig samenleven met God. God is Liefde. Gods Woord is liefde in Gods eigen Persoon, namelijk onze Heer Jezus Christus – zie Johannes 1 : 1-14 en 1 Johannes 1 : 1-4 en Kolossenzen 1 : 13-23. Gods Verlossingsplan stond dus al vast vanaf het begin.
(2) We horen bij deze woorden (uit Exodus 20 en Deuteronomium 5) allereerst ook te denken aan Gods woorden tot Mozes in Exodus 33 : 19. die herhaling van de woorden genade en barmhartig zijn bedoeld als een benadrukking van de waarheid dat onze God een God van genade en barmhartigheid is en dus niet bedoeld als het benadrukken dat God slecht zijn genade aan een beperkte groep mensen wil aan bieden. Al Gods werk voor en aan het volk van Israël, het nageslacht van Abraham (en Noach) was Gods genadig en barmhartig werken aan het heil voor alle volken. Daar mocht Israël aan meewerken. Dat bepaalde hun bijzondere positie.
(3) Zoals gezegd heeft het Evangelie – de verkondiging van God genade in Christus (denk bijv. aan de verhoogde slang in de woestijn – het hele OT door al geklonken. Jezus wijst daar Zelf op wanneer Hij zegt: “Jullie vader Abraham verheugde zich om Mijn dag te zien, en hij zag die en was blij.” (Johannes 8:56) en ook: ‘Als jullie Mozes zouden geloven, dan zouden jullie ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. Maar als jullie niet geloven wat hij geschreven heeft, hoe zouden jullie dan geloven wat Ik zeg.’ (Johannes 5 : 46-47).
(4) Of beter gezegd: Zij verzetten zich tegen wat Gods Woord en de Heilige Geest hen geopenbaard hadden in het OT en openbaarden in leven en werk van onze Heer Jezus Christus in hun dagen. Het was niet (meer in) hun belang (dat Hij door hen verhoogd zou worden, meenden ze) – zie o.a. Matteüs 23 : 13 en Johannes 13 : 42-43.

Opgemerkt: Je hoort nog wel eens zeggen: Ja, God is liefde, maar Hij is ook rechtvaardig. God is rechtvaardig omdat Hij liefde is en daarom gaf God ons mensen Zijn Zoon, opdat Hij zou volbrengen wat geen mens – ook Adam&Eva konden het niet (zie 1 Korintiërs 15 : 50-51) – op deze aarde kon en kan volbrengen: God volmaakt vertrouwen op Zijn Woord. Dankzij en door het geloof van onze Heer Jezus Christus zijn wij gered – Lees hierbij Romeinen 3 : 21-26 en beluister deze lezing ‘Het geloof van Jezus Christus (6)’: https://youtu.be/5nLIkBdqYc0.
Waar zouden wij mensen zijn als we God niet kunnen vertrouwen op Zijn Woord? En toch zijn er kerken waar dat gedoceerd wordt: Want, zegt men, er is toch uitverkiezing en zegt Jezus niet dat alleen diegenen Hem kennen zullen aan wie Hij het wil openbaren? Dus zorg dat je eerst voldoende bevinding bijeen sprokkelt om dan op grond daarvan te kunnen uitmaken en besluiten of je tot Gods uitverkorenen behoort of niet.
Met dit soort gedachten en uitspraken zullen wij de gedoopte gemeente – jong en oud! – echter niet hebben te vermoeien en belasten. Wanneer we zending bedrijven zullen we de mensen toch ook niet deze ‘sprokkel-last’ willen opleggen? Daarin zijn de apostelen en hun medewerkers ons beslist niet voorgegaan! Nee, Christus’ gedoopte gemeente zal juist voorbeeldig zijn in het vertrouwen op wat Gods Woord aan ons verkondigt in Woord en Doop en Avondmaal en zich de bediening daarvan in de samenkomsten niet laten ontgaan of laten afnemen.

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk Zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk Zijn wegen.‘ (Uit Romeinen 11 uit de verzen 30-36 vers 33)

Toen antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan kinderkens* (eenvoudige mensen, zoals Jezus discipelen) geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en aan wie de Zoon het wil openbaren. Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven. Neem Mijn juk op je, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en je zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.‘ (Uit Matteüs 11 de verzen 25-30)
* Zie hierbij ook Lukas 7 : 29-30 en 1 Korintiërs 1 : 18-31.

Thans is echter, los van de wet, gerechtigheid van God openbaar geworden – waarvan getuigd wordt door de wet en de profeten – gerechtigheid echter van God door het geloof van Jezus Christus, voor allen en op allen die geloven, want er is geen onderscheid. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God, en iedereen wordt uit genade die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen, omdat Hij ons door Jezus Christus heeft verlost.‘ (…) ‘tot het bewijs van Zijn rechtvaardigheid in de huidige era, om Zelf rechtvaardig te zijn en een Rechtvaardiger van wie uit het geloof van Jezus is.‘ (Uit Romeinen 3 de verzen 21-24 en vers 26)

Bron afbeelding: Instagram

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mensenverstand niet groot genoeg…

God, wees mij zondaar genadig

Geciteerd: Er is geen mensenverstand, het mag zo groot, wijs en geleerd zijn als het maar wil, dat in staat is deze tegenstrijdige woorden samen te vatten en uit te spreken: ‘God wees mij zondaar genadig‘ (vgl. Lukas 18 : 13). Ja, het is zeker de hoogste wetenschap, die geheel en al buiten en boven het verstand van een mens gaat. Want dat is toch nooit zo gezegd toen God Zich in het begin heeft geopenbaard en met de mens gesproken. In het paradijs – zegt de Schrift – luidde het zo: Wanneer jullie van de verboden boom zullen eten – dat is: wanneer jullie tegen Mijn gebod zondigen – zullen jullie de dood moeten sterven (vgl. Genesis 2 : 17) – NB. Dit kan en moet toch Vaderlijker en genadiger verwoord worden, zie (1). Op de berg Sinaï, waar God de wet gaf klonk het (ook) zo: ‘Ik de HEERE jullie God ben een machtig IJveraar – dat is: een toornige God – Die de misdaad van de vaderen bezoekt aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht’ (Exodus 20 : 5 en Deuteronomium 5: 9) (2). Hieruit moet men in het kort weten en begrijpen, dat de zonde (niet de zondaar!) verdoemd is en dat God Zijn schrikkelijke toorn en straf daarover uitgesproken heeft. Nu, dan past het toch helemaal niet dat deze tollenaar, deze zondaar, deze verdoemde en vervloekte mens, voor God durft komen en durft bidden: ‘Wees mij zondaar genadig‘ (3).
Want deze twee, zonde en genade staan tegenover elkaar als water en vuur. Genade hoort toch niet thuis waar zonde is? – daar is alleen zonde en straf! Hoe komt dan deze mens aan de wijsheid dat hij zonde en genade kan samenbrengen en kan verenigen? Hoe is het toch mogelijk dat hij het waagt om tot God te roepen en voor Zijn zonde genade af te smeken? Hier is meer voor nodig dan dat wij de wet en de Tien Geboden kennen, die de Farizeeër ook allemaal – en nog wel het best – kende. Het is een andere kennis, waarvan de Farizeeër helemaal niets wist (4) – en waarvan alle mensen uit zichzelf niets weten. Het is de prediking van het lieve Evangelie van Gods genade en barmhartigheid in Christus Jezus – dat toch al in heel het OT ook altijd al heeft geklonken, al vanaf het derde hoofdstuk van Genesis, en dat toen toch ook al door mensen werd gehoord en al of niet begrepen. Nog niet in haar overweldigende rijkdom, maar toch! – en dat, zonder enige verdienste, altijd weer aan alle zondaren verkondigd en aangeboden moe(s)t worden.
[Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille, vgl. WA 22, 204, 34 – 205, 14]

(1) Wij zullen Gods woorden bij de boom zo lezen en begrijpen: Wanneer jullie Mij niet het (geloofs)vertrouwen geven dat jullie Mij schuldig zijn en Mijn woorden over deze boom niet (langer) als in liefde en waarheid tot jullie gesproken aanvaarden, maar afgaan op jullie eigen verstand en inzicht, dan zullen jullie de gevolgen daarvan ondervinden en (moeten) sterven, zoals ik jullie dus uitdrukkelijk heb laten weten (ervoor gewaarschuwd heb) over/bij deze boom.
Geloofsvertrouwen – God liefhebben en vertrouwen op Zijn Woord (!) – is de enige grond voor het eeuwig samenleven met God. God is Liefde. Gods Woord is liefde in Gods eigen Persoon, namelijk onze Heer Jezus Christus – zie Johannes 1 : 1-14 en 1 Johannes 1 : 1-4 en Kolossenzen 1 : 13-23. Gods Verlossingsplan stond dus al vast vanaf het begin.
(2) We horen bij deze woorden (uit Exodus 20 en Deuteronomium 5) allereerst ook te denken aan Gods woorden tot Mozes in Exodus 33 : 19. die herhaling van de woorden genade en barmhartig zijn bedoeld als een benadrukking van de waarheid dat onze God een God van genade en barmhartigheid is en dus niet bedoeld als het benadrukken dat God slecht zijn genade aan een beperkte groep mensen wil aan bieden. Al Gods werk voor en aan het volk van Israël, het nageslacht van Abraham (en Noach) was Gods genadig en barmhartig werken aan het heil voor alle volken. Daar mocht Israël aan meewerken. Dat bepaalde hun bijzondere positie.
(3) Zoals gezegd heeft het Evangelie – de verkondiging van God genade in Christus (denk bijv. aan de verhoogde slang in de woestijn – het hele OT door al geklonken. Jezus wijst daar Zelf op wanneer Hij zegt: “Jullie vader Abraham verheugde zich om Mijn dag te zien, en hij zag die en was blij.” (Johannes 8:56) en ook: ‘Als jullie Mozes zouden geloven, dan zouden jullie ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. Maar als jullie niet geloven wat hij geschreven heeft, hoe zouden jullie dan geloven wat ik zeg.’ (Johannes 5 : 46-47).
(4) Of beter gezegd: Zij verzetten zich tegen wat Gods Woord en de Heilige Geest hen geopenbaard hadden in het OT en openbaarden in leven en werk van onze Heer Jezus Christus in hun dagen. Het was niet (meer in) hun belang (dat Hij door hen verhoogd zou worden, meenden ze) – zie o.a. Matteüs 23 : 13 en Johannes 13 : 42-43.

Opgemerkt: Je hoort nog wel eens zeggen: Ja, God is liefde, maar Hij is ook rechtvaardig. God is rechtvaardig omdat Hij liefde is en daarom gaf God ons mensen Zijn Zoon, opdat Hij zou volbrengen wat geen mens – ook Adam&Eva konden het niet (zie 1 Korintiërs 15 : 50-51) – op deze aarde kon en kan volbrengen: God volmaakt vertrouwen op Zijn Woord. Dankzij en door het geloof van onze Heer Jezus Christus zijn wij gered – Lees hierbij Romeinen 3 : 21-26 en beluister deze lezing ‘Het geloof van Jezus Christus (6)’: https://youtu.be/5nLIkBdqYc0.
Waar zouden wij mensen zijn als we God niet kunnen vertrouwen op Zijn Woord? En toch zijn er kerken waar dat gedoceerd wordt: Want, zegt men, er is toch uitverkiezing en zegt Jezus niet dat alleen diegenen Hem kennen zullen aan wie Hij het wil openbaren? Dus zorg dat je eerst voldoende bevinding bijeen sprokkelt om dan op grond daarvan te kunnen uitmaken en besluiten of je tot Gods uitverkorenen behoort of niet.
Met dit soort gedachten en uitspraken zullen wij de gedoopte gemeente – jong en oud! – echter niet hebben te vermoeien en belasten en wanneer we zending bedrijven zullen we de mensen toch ook niet deze ‘sprokkel-last’ willen opleggen? Daarin zijn de apostelen en hun medewerkers ons beslist niet voorgegaan! Nee, Christus’ gedoopte gemeente zal juist voorbeeldig zijn in het vertrouwen op wat Gods Woord aan ons verkondigt in Woord en Doop en Avondmaal en zich de bediening daarvan in de samenkomsten niet laten ontgaan of laten afnemen.

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk Zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk Zijn wegen.‘ (Uit Romeinen 11 uit de verzen 30-36 vers 33)

Toen antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan kinderkens* (eenvoudige mensen, zoals Jezus discipelen) geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en aan wie de Zoon het wil openbaren. Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven. Neem Mijn juk op je, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en je zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.‘ (Uit Matteüs 11 de verzen 25-30)
* Zie hierbij ook Lukas 7 : 29-30 en 1 Korintiërs 1 : 18-31.

Thans is echter, los van de wet, gerechtigheid van God openbaar geworden – waarvan getuigd wordt door de wet en de profeten – gerechtigheid echter van God door het geloof van Jezus Christus, voor allen en op allen die geloven, want er is geen onderscheid. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God, en iedereen wordt uit genade die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen, omdat Hij ons door Jezus Christus heeft verlost.‘ (…) ‘tot het bewijs van Zijn rechtvaardigheid in de huidige era, om Zelf rechtvaardig te zijn en een Rechtvaardiger van wie uit het geloof van Jezus is.‘ (Uit Romeinen 3 de verzen 21-24 en vers 26)

Bron afbeelding: Instagram

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie