Blij zijn met het gezonde verstand van Bart Jan Spruyt?

‘Een mens heeft overleggingen in het hart,
maar het antwoord van de tong komt van de HEERE.
Al [zijn] wegen zijn iemand zuiver in zijn [eigen] ogen,
maar de HEERE toetst de geesten.
Vertrouw uw werken aan de HEERE toe,
en uw plannen zullen bevestigd worden.’
(Uit Spreuken 16 de verzen 1-3)

Geciteerd 1: Ook in zijn reactie (RD 1-3) op mijn artikel over Donald Trump (RD 20-2) kwam Janse (vroegere RD-hoofdredacteur) tot de kern: de filosofie van het gezonde verstand (”common sense”) is een illustratie van de ”natuurwet”, dat wil zeggen: van de restanten van de door God in onze ziel gelegde orde, blijkend uit ons besef van God en ons geweten. Trump presenteert zijn beleid als de „revolutie van het gezonde verstand”.

Geciteerd 2: Voor mij is deze terugkeer tot het natuurlijke, tot het gezonde verstand, zelfs beslissend bij de beoordeling van politiek beleid. Die terugkeer biedt namelijk lucht en ruimte, een bedding van vrijheid, vrijheid van onderwijs, godsdienst en meningsuiting. En in deze bedding heeft het koninkrijk van God zijn voortgang. Tussen hemelvaart en wederkomst lijkt mij dat het bepalende perspectief. En ik zou denken dat mensen die menen dat een bepaald klimaatbeleid net zo belangrijk is, niet goed hebben opgelet.

Geciteerd 3: Als dat gezonde verstand tot deels goede keuzes leidt, dan mag je dat zeggen, dacht ik, wat je verder ook van de persoon van Trump mag vinden. Janse vergist zich echter wanneer hij de verdenking uit dat een terugkeer naar het gezonde verstand volgens mij, half-rooms als ik ben, voldoende zou zijn. Nee, ik schreef dat die terugkeer een hele verbetering, zelfs een opluchting is, na jaren van liberaal beleid waarin het on- en tegennatuurlijke werd gevierd en opgedrongen.

Opgemerkt 1: De Bijbel geeft ons geen enkele reden om bij het mensenverstand dat we bij de schepping kregen te gaan onderscheiden tussen gezond verstand en ongezond verstand. Voor de val zouden Adam&Eva dus gezond mensenverstand hebben gehad en desondanks wisten ze de leugen van satan niet te ontmaskeren… En dan zou bij de val dat gezonde verstand ons afgenomen zijn, maar God zou dan genadig nog wat resten van dat gezonde verstand aan ons gelaten hebben, waarmee zelfs ook de ongelovige mensen in deze wereld dan nog een heel eind zouden kunnen komen. Maar is dat naar het onderwijs van Gods Woord? Dat weet ik wel zeker van niet! Adam&Eva hadden – net als wij nu ook nog altijd – een mensenverstand, en dat verstand schiet van nature tekort in het kennen van God en van Zijn wil. Die wil moest aan ons geopenbaard worden en dat deed God o.a. door Zijn woorden aan Adam&Eva over de boom van de kennis van goed en kwaad. En Adam&Eva hadden de wijsheid van Gods Geest nodig, en die Geest was nog niet uitgestort op de mens en God moest nog veel door zijn Woord aan de mens gaan openbaren. Adam&Eva mochten die wijsheid (woordeljk van God) ontvangen door te wandelen met God in het paradijs. Maar we weten: aan dat paradijsleven kwam abrupt een eind.

Opgemerkt 2: Nergens in Gods Woord lezen we dat wereldse koningen (goed) leiding kunnen geven door gebruik te maken van hun gezonde verstand. Altijd weer wordt beleden dat God koningen de nodige wijsheid geeft om te regeren (o.a. Spreuken 8 : 16) en we horen ook dat God bepaalt welk beleid – dat Hij in gedachten heeft – ze gaan uitvoeren. Dat kan voor Gods volk ten goede (tot zegen) aangewend worden door Hem, maar zeker ook ten kwade, zodat Gods volk reden had of heeft om zich af te vragen waarom zij moeten lijden onder het beleid van de overheden die over hen regeren.

Opgemerkt 3: Lees er de bidders in het OT er maar op na. En dan zullen we dus luisteren naar de Psalmisten en de profeten en naar onze hoogste Profeet en Leraar en naar het onderwijs van de apostelen zoals dat gefundeerd is op het onderwijs van onze Heer. Laten we de bidder van Psalm 119 hier maar als voorbeeld nemen. Horen we die ook maar een keer het woord gezond verstand – dat hij (nog) zou hebben – in de mond nemen?

Opgemerkt slot: ‘Als dat gezonde verstand tot deels goede keuzes leidt’. Blijkbaar worden wat de ‘goede keuzes’ zijn bepaald door het gezonde verstand van Bart Jan Spruyt en wanneer anderen dan die keuzes ook maken, dan schrijft hij hen het zelfde ‘gezonde verstand’ toe als dat hij dat zichzelf toeschrijft. Een vicieuze cirkel (cirkelredenering) die we maar beter met Gods Woord doorbreken zullen. En laten we niet ophouden te bidden voor de overheden en voor alle mensen opdat wij gelovigen nog een stil en gerust leven zullen mogen leiden dat tot zegen is voor al onze medemensen (zie Paulus woorden 1 Timoteüs 2 : 1-7).

Lees hierbij ook deze Bijbelstudie over Spreuken 16.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Tussen de vijand en het ”wilde beest”’ – door dr. Bart Jan Spruyt.

‘Stuur mijn gangen zoals U hebt beloofd,
lever mij niet uit aan de macht van het kwaad,
verlos mij van de onderdrukking van mensen,
en ik zal mij houden aan Uw regels.’
(Uit Psalm 119 de verzen 133-134)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over onveranderlijk vertrouwen op God…

‘Weten jullie het niet? Hebben jullie het niet gehoord?
Is het jullie niet van meetaf verteld?
Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?’
(Uit Jesaja 40 vers 21)

Geciteerd: ‘Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en van de aarde.
Dat is: Ik zeg de dienst op aan de duivel, aan alle toverij en schijngeloof. Ik stel mijn vertrouwen op geen mens op aarde, ook niet op mezelf en mijn kracht, vroomheid of wat ik maar verder aan gaven, geld of goed bezitten kan. Ik stel mijn vertrouwen niet op enig schepsel in hemel of op aarde en ook niet in de wetenschap of techniek die zij voortbrengen (1). Ik verlaat mij en stel mijn vertrouwen alleen op de onzichtbare, onbegrijpelijke en enige God, Die hemel en aarde geschapen heeft, en alleen over alle schepselen regeert (2). Daarentegen ben ik niet bevreesd voor alle kwaad van de duivel en de zijnen, want mijn God heerst over hen allen. Ik geloof niets minder in God, hoewel ik ook door alle mensen verlaten en vervolgd zou worden (3). Ik geloof niets minder, hoewel ik ook arm, onwetend, ongeleerd en veracht zou zijn en ik ook aan alles gebrek zou hebben. Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en wat niet is, boven zonde en deugd, en boven alles, opdat ik mij geheel en volkomen aan onze God houd, zoals het eerste gebod duidelijk leert.
Ik begeer van Hem ook geen teken (4) om Hem te verzoeken (5). Ik vertrouw onveranderlijk op Hem, hoelang Hij ook uitstelt, en ik schrijf Hem geen doel, tijd, maat of manier van verhoring voor, maar geef alles over aan Zijn Goddelijke wil (6) met een vrijwillig en en oprecht geloof (7).
Als we op grond van Gods Woord belijden dat God almachtig is, wat kan mij dan ontbreken wat Hij mij niet geven kan of voor mij zou kunnen doen? Als Hij Schepper is van hemel en aarde, en Heere over alle dingen, wie kan dan iets van mij nemen of mij kwaad doen? Ja, hoe zullen niet alle dingen werken en dienen ten goede (vgl. Romeinen 8 : 28), als Hij Die allen gehoorzaam en onderdanig zijn, het goede met mij voorheeft? Omdat Hij God is, kan Hij en weet Hij het op Zijn best met mij te maken. Omdat Hij mijn Vader is, zal Hij dat ook doen en Hij doet het van harte en gewillig. Dat is waar en zeker!
[Maarten Luther: Betbüchlein, vgk. WA 10.2, 389, 24-391, 3]

(1) Zie Genesis 11 : 5-9.
(2) Zie Johannes 1 : 1-4, 1 Johannes 1 : 1-4 en 1 Johannes 4 : 18-21.
(3) Zie het voorbeeld van onze Heer aan het kruis en het leven van de profeten en apostelen, maar ook dat van Dietrich Bonhoeffer en we mogen hier nu toch ook wel Aleksey Navalny noemen.
(4) Dus ook geen bijzondere bevindingen alvorens ik Hem durf te vertrouwen op Zijn Woord en de Doop die Hij mij schonk.
(5) Zie Jezus antwoorden aan de duivel tijdens de verzoeking in de woestijn.
(6) Vandaar ons dagelijks eerbiedig bidden van het Onze Vader gebed (zie Lukas 11 : 1-13)
(7) Dat kan alleen (voort)bestaan wanneer we trouw al de middelen blijven gebruiken die God ingesteld heeft om ons geloof te onderhouden en te doen groeien.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

‘Hij maakt vorsten nietig,
de leiders van de wereld onbeduidend:
nauwelijks zijn ze geplant. nauwelijks gezaaid,
nauwelijks hebben ze wortel geschoten, *
of Hij blaast over hen, en ze verdorren
en de stormwind neemt hen op als kaf. *
(Uit Jesaja 40 de verzen 23-24)
* Denk hierbij aan respectievelijk de verzen 3 en 4 uit Psalm 1.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Evangeliseer, (desnoods) met woorden…

Moeten wij ons (met woorden) ‘presenteren’ als de bruid van Christus, het zout van de aarde en licht op een kandelaar?

Leid te midden van de ongelovigen (in de samenleving maar ook in de gemeente waar je lid van bent) een goed leven, opdat zij die jullie nu voor misdadigers uitmaken, door jullie goede daden tot inzicht komen en God de eer zullen bewijzen op de Dag dat Hij komt rechtspreken.’ (Uit 1 Petrus 2 vers 12)

Geciteerd 1: Veel kerkgangers lijken de afgelopen decennia te zijn geleid door het EDMW-principe (1): Evangeliseer, Desnoods Met Woorden. Het idee is hier dat een christen vooral door zijn daden – liefde, vergevingsgezindheid, morele keuzes – een getuige moet zijn. Maar als dat de sleutel (1) was om Christus en het christelijk geloof bekend te maken, zouden de kerken toch inmiddels vol met nieuwsgierige zoekers moeten zitten? (De vraag is ook of het Evangelie ooit Europa zou hebben bereikt als Paulus 2000 jaar geleden deze ‘evangelisatiemethode’ had gehanteerd. (1))

Opgemerkt (1): Wat ons leden van de gemeenten van Jezus Christus te doen staat is niet vastgelegd in principes, maar wel in het onderwijs van onze Heer en de wijze waarop de apostelen dat aan ons hebben doorgegeven. Zij waren oor-, oog en openbaringsgetuigen van onze Heer en zij konden door de wijsheid en kracht van de Heilige Geest daarom een getuigenis geven op een manier die geen van ons allen ons nog zou passen! Wij hebben inderdaad eerder dat stille werk van zuurdesem en zout en van licht in een huiskamer of als een stad op een berg te doen, dan dat wij voortdurend getuigenis lopen te geven zonder dat de omstanders en de omstandigheden daarom hebben gevraagd. Wij zullen van deze houding/werkwijze van de huidige leden van Christus gemeenten dan ook niet willen zeggen dat dit ‘de sleutel’ zou zijn waarmee we de kerken weer vol krijgen.
Luister in dit verband nog weer eens naar de woorden van onze Heer aan de gemeente in Filadelfia: ‘Dit zegt Hij Die heilig en betrouwbaar is, Die de sleutel (!) van David heeft – wanneer Hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer Hij sluit kan niemand openen: Ik weet wat jullie doen. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor jullie openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebben jullie weinig invloed, jullie zijn trouw gebleven aan wat Ik gezegd heb en hebben Mijn Naam niet verloochend‘ (en wat daar verder nog volgt in Openbaring 3 aan woorden aan deze gemeente).
Wanneer wij trouw blijven aan het Evangelie en trouw de van God gegeven middelen blijven gebruiken, dan kunnen we met een – door het werk van de Geest – gerust en opmerkzaam gemaakt hart de gelegenheden afwachten die ons geschonken worden.

Geciteerd 2: Inspiratie kunnen we vinden bij een prachtig christelijk echtpaar uit de negentiende eeuw: Guillaume en Elisabeth Groen van Prinsterer. Zij waren mensen van daden én woorden. Wie hen kende, wist wat hen motiveerde – ze hielden hun diepste overtuiging niet voor zichzelf, maar ze zochten momenten om deze steeds vrijmoedig te delen. Intussen bracht Elisabeth een pannetje soep naar een zieke pauper. Dit soort zout heeft Nederland vandaag nodig.

Opgemerkt 2: Het is natuurlijk mooi om wat over het werk van dit echtpaar gelezen te hebben. Toch heeft een trouw christen dat niet nodig om door het Woord van God onder het werk van de Heilige Geest geïnspireerd te raken om in de eigen omstandigheden te gaan doen wat Gods hand hem of haar te doen geeft. Want je kunt de achtergrond en de omstandigheden van deze mensen niet zomaar overplanten naar het heden. Zij verkeerden in unieke omstandigheden wat betreft opleiding en geld en goed en kringen waarin ze verkeerden. Zij hebben daar op hun plaats en in hun tijd een invulling aan kunnen geven die toch niet zomaar naar het heden zijn over te zetten. Laten we onze inspiratie maar op de juiste plek zoeken, wat niet betekent dat we mensen die in het verleden op hun plek en in hun tijd gestreden hebben om door het geloof vrucht te dragen niet voor het voetlicht zouden mogen brengen. Wie als gelovig christen (al of niet vakmatige) interesse heeft voor de vaderlandse geschiedenis zal er met zegen kennis van kunnen nemen.

Leestips: 1 Petrus 2 : 11-25 t/m 3 : 2, Openbaring 3 : 7-13 en 1 Korintiërs 7 : 12-16.

Bron citaat: De Waarheidsvriend (20 feb 2025) – ‘Evangeliseer (desnoods) met woorden’ – door Tineke van der Waal (Freelance journalist)

Leef als vrije mensen, en verschuil jullie niet achter jullie vrijheid om je te misdragen, maar handel als dienaren van God. Houd iedereen in ere, heb jullie broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.’ (Uit 1 Petrus 2 de verzen 16-17)

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat is een christen nodig te geloven…

Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit Hem geboren zijn.’ (Uit Johannes 5 vers 1)

Geciteerd: Tot nog toe hebben wij geluisterd naar het eerste stuk van de christelijke leer en daarin gezien alles wat God door ons gedaan en gelaten wil hebben (1). Daarop volgt nu terecht het Christelijk Geloof [=de Twaalf Artikelen], waarin ons alles voorgelegd wordt wat wij van God moeten verwachten en ontvangen, en kort gezegd, waarin ons geleerd wordt hoe wij Hem geheel leren kennen. Want dat moet ons helpen om te kunnen doen wat wij volgens de Tien Geboden moeten doen. Immers, zoals al eerder gezegd is, deze geboden zijn een zo hoge verordening, dat het vermogen van alle mensen bij elkaar veel te klein en te zwak is om deze te houden. Daarom moet dit stuk [het Christelijk Geloof] evenals het vorige geleerd worden, opdat men weet hoe men daar toe komen kan, namelijk vanwaar en waardoor men deze kracht verkrijgen kan. Indien wij immers uit eigen kracht de Tien geboden op de juiste manier zouden weten in praktijk te brengen (2) hadden wij verder niets nodig, geen Christelijk Geloof en geen Onze Vader. Maar voordat men het nut en de noodzaak van het Christelijk Geloof gaat uiteenzetten (3), is het voor de heel eenvoudige mensen genoeg, dat zij eerst leren verstaan en begrijpen (onderwezen worden in) wat het Christelijk Geloof zelf is.
Ten eerste heeft men tot nog toe het Christelijke Geloof verdeeld in twaalf artikelen, en toch, als men alle stukken, zoals die in Gods Woord te vinden zijn, en tot het Christelijk geloof behoren, afzonderlijk zou nemen, zouden er veel meer artikelen nodig zijn, en zouden zij niet alle duidelijk genoeg en met zo weinig woorden uitgedrukt kunnen worden. Maar opdat men het heel gemakkelijk en eenvoudig zou kunnen begrijpen, zoals het aan de kinderen geleerd moet worden, willen wij het Christelijk Geloof kort samenvatten in drie hoofdartikelen, overeenkomstig de drie Personen van de Godheid, op Wie alles wat wij geloven gericht en gefundeerd is. Het eerste artikel over God de Vader verklaart de schepping, het tweede over de Zoon, de verlossing, het derde over de Heilige Geest, de heiliging. Dat wil in het kort zeggen: ik geloof in God de Vader Die mij geschapen heeft, ik geloof in God de Zoon Die mij verlost heeft, ik geloof in de Heilige Geest Die mij heilig maakt.
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 182, 18-183, 8]

(1) Uit het onderwijzen van Gods Woord aan de hand van ‘Der Grosse Katechismus’.
(2) Uit eigen kracht de Tien geboden houden, wat werkelijk onmogelijk is en wat alleen (in beginsel) geleerd kan worden door onder het onderwijs van Onze Heer te blijven (juist ook in de samenkomsten van de gemeente, met daar ook de bediening van Doop en Avondmaal) en door dagelijks gebed om de liefde en de wijsheid van onze Heer te mogen ontvangen en in praktijk te mogen brengen door de kracht en bijstand van de Heilige Geest. Dat zal ons beslist doen opmerken en inzien hoezeer onze menselijke verlangens en onze eigen wil ingaan tegen die van de Geest en hoezeer wij dagelijks nog tekort schieten, zondigen en in gebreke blijven t.a.v. onze naasten in vriendelijkheid, medeleven en vergevingsgezindheid. Dat het besef van dagelijks tekortschieten en zondigen bij ons mensen, zelfs ook binnen de kerken!, zo gering (geworden) is, heeft alles te maken met een gebrekkig leven bij het onderwijs van Gods Woord en daarom ook niet goed weten wat wij dagelijks te bidden hebben. Toch is het leven naar Gods wil geen zware last, want ‘ieder die uit God geboren is, overwint de wereld‘ (Johannes 5 uit vers 4).
(3) Eerder kwam dat in onze NGK-gemeente nog aan de orde in het doorgaande en herhaalde onderwijs van de Heidelbergse Catechismus in de tweede dienst, maar dat is bij ons helaas verleden tijd.

Leestips: Johannes 2 : 29-36 en Johannes 3 (geheel) en 1 Johannes 5.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wie anders kan de wereld overwinnen dan degene die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en bloed. En de Geest getuigt ervan omdat de Geest de waarheid is. Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed en het getuigenis van deze drie is eensluidend. Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen*, dat zoveel meer gezag heeft want het is het getuigenis dat God over Zijn Zoon gegeven heeft. Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich.’ (Uit 1 Johannes 5 de verzen 5-10)
* Zie hierbij Johannes 5 : 30-47

Bron afbeelding: only-bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ooit een normaal mens ontmoet?

‘Neem de waarheid nooit weg uit mijn mond,
in Uw voorschriften stel ik mijn hoop.’
(Uit Psalm 119 vers 43)

Geciteerd 1: Een politiek van gezond verstand, zoals president Trump die voorstaat, betekent dat algemeen gedeelde noties over wat normaal is, weer prioriteit krijgen, en niet de naïeve ideeën van verouderde elites.

Geciteerd 2: Common sense is de benaming van een filosofie die zich baseert op universele, algemeen gedeelde, aangeboren noties, overtuigingen die volwassen mensen bijna intuïtief aanhangen, conventionele wijsheden, heldere, vanzelfsprekende waarheden, die in overeenstemming zijn met de basale intellectuele capaciteiten en sociale ervaringen van een gemeenschap. Ze zijn met de menselijke natuur gegeven. De christelijke filosoof C.S. Lewis definieerde common sense als de „elementaire mentale uitrusting van de normale mens”. De conservatieve denker William F. Buckley jr. (1925-2008) heeft deze mentaliteit eens omschreven als de gedachte dat ieder normaal mens liever geregeerd wordt door de eerste vierhonderd namen uit het telefoonboek van Boston dan door de leden van de politieke faculteit van Harvard. Trump maakte de toepassing door te stellen dat er twee geslachten zijn, man en vrouw.

Opgemerkt: Bij Bart Jan Spruyt wordt duidelijk dat wanneer je niet wil leven bij en van de openbaring van Gods Woord alleen, maar meent dat de natuurlijke mens zelf in redelijkheid een heel eind kan opklimmen naar het verstaan van Gods wil – bij wat voor positieve verwachting van de mens je dan kunt uitkomen. Of dat nu mensen zijn in het linkse of rechtse spectrum van de politiek of juist het midden. Het verklaart ook waarom hij meende met een politicus als Geert Wilders op reis naar Amerika te kunnen gaan om op basis van dat gedachtegoed van Wilders voordeel te halen voor (conservatieve) christenen.
Je zou kunnen zeggen: kiezen wij christenen voor David of voor Plato. In dat deel van refo-kerken, waar men meent dat een gedoopt christen eerst nog maar eens moet afwachten of die zich werkelijk als een kind van God rijk mag rekenen, daar wil/moet men eerst nog verwachting hebben van wat de redelijke natuurlijke mens zelf kan en zal opbrengen voor het leven naar Gods wil en wet. En dan menen ze in Plato een goed voorbeeld te hebben gevonden. Maar juist aan mensen als Plato is het Evangelie niet besteed. Ze staan al zo hoog op de ladder (naar God), dat de boetpsalmen van David hen niet meer bereiken. David zong die boetpsalmen als kind van God, niet als onbekeerde zondaar*. En wie de eerste hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs leest… – Paulus preekte in die stad het Evangelie – nadat hij bij de hoogmoedige wijsgeren van Athene geen gehoor had gevonden – in grote ootmoed en eenvoud aan merendeels eenvoudige mensen. Die moesten eerst nog wel geestelijk leren denken. Hoe ver zijn wij daarmee gevorderd?
* Zie over Davids ootmoed ook 2 Samuël 6 vers 22.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Bart Jan Spruyt: Enige verwachting van nieuwe postliberale orde niet ongezond’ – door Bart Jan Spruyt.

‘Ik ben een vriend van allen die U vrezen
en zich houden aan het onderwijs van Uw Woord.’
(Uit Psalm 119 vers 63)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen trappen in de toe-eigening van het heil…*

Wie zich laat leiden door zijn/haar eigen natuur is gericht op wat wij uit onszelf willen, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil.‘ (Uit Romeinen 8 vers 5)

Geciteerd 1: (Ge-)Rechtvaardig(t)-zijn is niets anders dan gelovig zijn. Hoe dat toegaat? Omdat niemand voor Gods gericht kan bestaan, moet de mens vrezen vanwege zijn/haar leven of werken. Deze vrees drijft hem/haar uit om buiten zichzelf iets te zoeken en te vinden waarop gebouwd, gesteund en vertrouwd kan worden. (1) Dat is puur en alleen de genade van God in Christus, aangeboden en beloofd in het Evangelie. (2) Dit geloof en vertrouwen maakt rechtvaardig voor God, zoals Paulus zegt: ‘De rechtvaardige zal uit zijn/haar geloof leven (vgl. Romeinen 1 : 17). (3)

Geciteerd 2: Wanneer een gedoopt kind van God zijn/haar geloof in praktijk brengt, dan doet de mens weer bij zijn naaste wat hij/zij gelooft dat God bij en voor hem/haar gedaan heeft – en doet alles alleen genade zijn. Hij/zij vergeeft de ander, draagt en verdraagt de ander. Zo’n gelovige heft de ander op uit zijn of haar ellendige bestaan en geeft hem of haar van zijn eigen goederen. Op die manier laat een gelovige alles wat hij/zij heeft, voor de naaste nuttig zijn. Er is niets wat geweigerd wordt: lichaam, leven, tijd, bezit, eer wordt ter beschikking gesteld, zoals God ook Zichzelf en al het Zijn ons ter beschikking heeft gesteld en stelt. Wij weten (en geloven) uit Gods Woord dat God ons weldoet uit pure genade, dus doen wij hetzelfde aan onze naasten uit en door het geloof. (4) Daarom, zoals God Zijn gaven en goederen uitgiet over Zijn kinderen en hun onwaardigheid niet acht, zo gieten zij die zelf ook weer uit over hun naasten, ongeacht of die hun vijand zijn of dat zo iemand het niet verdiend zou hebben. En ze mogen/zullen er ook van overtuigd zijn dat ze zich niet geheel ontledigen kunnen, want hoe meer ze uitgieten, hoe meer God inschenkt, en hoe meer we onze naasten vullen met goederen (en zegen met de woorden die wij spreken) hoe voller we gevuld worden met Gods gaven en goederen. Kijk, dat is hoe het ons geschonken geloof werkzaam is in mensen die zich door het geloof rechtvaardig weten voor God, dat is de christelijke gerechtigheid die uit de hemel ontvangen heeft en ontvangt en op aarde daarvan weer uitdeelt.
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 291, 10-293, 1]

Leestips: Lukas 6 : 27-36, Matteüs 5 : 43-48 en Romeinen 8: 7-17.

* Wel trappen in de mate waarin een gelovige de Heilige Geest weerstaat of toelaat om werkzaam te zijn in hem of haar met de geschonken gaven ten bate van onze naasten. Kinderen hebben van dat weerstand (kunnen) bieden aan Hem (nog) minder last dan ouderen.
(1) De Doop is het uitwendige teken en zegel dat al Gods beloften in Christus ‘ja en amen zijn’ (vgl. 2 Korintiërs 1 : 20). Daarom is het niet de vrees, maar het geloof dat de Heilige Geest door de verkondiging van het Evangelie in ons werken wil. In de tijd van Luthers jeugd ging dat Evangelie schuil onder de officiële leer van de RK.
(2) En zoals die reeds aan ons bevestigd werden door de Doop.
(3) Niet het geloof doet iets, maar Christus heeft alles voor ons volbracht (zie Kolossenzen 2 : ) ook door volmaakt te geloven en ons geloof is een gave van de Heilige Geest en dat geloof wil Hij altijd weer in ons werken door het trouw en volhardend gebruik blijven maken van de ons daartoe geschonken middelen.
(4) En dat hoeven we dus niet (nooit) te doen uit en in eigen kracht!

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus, behoort Christus ook niet toe. Als Christus echter in jullie leeft, zijn jullie door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt jullie leven, omdat jullie door God als rechtvaardigen zijn aangenomen. Want als de Geest van Hem Die Jezus uit de dood heeft opgewekt in jullie/ons woont, zal Hij Die Christus heeft opgewekt ook jullie/ons die sterfelijk zijn, levend maken door Zijn Geest, Die in jullie/ons leeft.‘ (Uit Romeinen 8 de verzen 9-11)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ligt er opstandingskracht in ernstig denken aan de dood?

Maar vergadert u schatten in de hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.’ (Uit Matteüs 6 de verzen 20-21, SV)

Geciteerd: Als u ernstig aan de dood dacht, en geloofde dat hij zeer nabij is, en zelfs aan de deur ligt, en u uw adem in uw neusgaten draagt, het zou u ootmoedig met God doen wandelen, en in uw omgang met elkaar nederig doen zijn. De schaarse voorbereiding op het sterven en voor het toekomende leven (alsof er anders niets was) zegt duidelijk en onloochenbaar genoeg dat de dood nog niet ernstig op uw harten ligt. Want als dat zo was, dan zou u meer proberen om schatten op te leggen voor het toekomende, en uw genegenheden naar de hemel te richten.

Opgemerkt: Zou het (vaker/dieper) denken aan de dood zo’n levenskracht hebben of kunnen ontwikkelen in onze levens? Nee, dat denken is doods en vermag niets! Wij zullen het van het geloof aan de opstandingskracht van de Heilige Geest verwachten! Want Hij werkt het geloof en de hoop op de dingen die wij niet zien – de dood horen en zien we dagelijks om ons heen, ook de ongelovigen – en waardoor we belijden dat ze vast en zeker zijn door de opstanding en hemelvaart van onze Heer.
In Romeinen 6 horen we toch geen loze woorden: De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo behoren jullie jezelf – vanwege jullie Doop – ook te zien: dood voor de zonde, maar – door het geloof, dat de Heilige Geest in jullie werkt – in Christus Jezus levend voor God. Laat de zonde dus niet heersen over jullie sterfelijke bestaan (in deze wereld) geef niet toe aan jullie begeerten. Stel jullie zelf niet langer in dienst van de zonde als werktuig voor het onrecht, maar stel jullie zelf in dienst van God’ En we horen ook: ‘Als jullie nu met Christus – door jullie Doop – uit de dood zijn opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt jullie op wat boven is – dus niet op alle ellende en dood en zinloosheid van deze wereld of op alle schatten die hier te begeren en op aarde te verzamelen zijn. Jullie zijn immers (al) gestorven, en jullie leven ligt met Christus (veilig!) verborgen in God. En wanneer Christus, jullie leven, verschijnt bij Zijn wederkomst, zullen ook jullie, met Hem, in (opstandings)luister verschijnen.’ (Woorden uit Romeinen 6 en uit Kolossenzen 3)

Bron citaat: RD Meditatie – ‘Schatten in de hemel’ – uit preek van James Durham, predikant te Glasgow.

Denk aan jullie zelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel jezelf in dienst van God als werktuig van de gerechtigheid.’ (Uit Romeinen 6 uit vers 13)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet meer dan wat (gezonde!) ‘rauwkost’ (1) voor vandaag?

pas dan maar op
(Uit Galaten 5 uit vers 15)

Geciteerd: Het is maar één vers voor vandaag, maar wat voor één! Denkt Paulus nu echt dat men elkaar in de kerk ‘aanvliegt en verscheurt’? Nee toch! Of soms wel?
De kerk kan een heerlijke plek zijn. Je voelt je gezien en gekend (als persoon, als echtpaar, als gezin en/of familie). Er is ruimte om vragen te stellen, om te groeien in het geloof. De kerk is idealiter een plek waar men naar elkaar omkijkt en voor elkaar klaar staat. Met sommigen verschil je van mening, bijvoorbeeld over doop of over Israël (of over de vrouw al of niet in het ambt, etc.), maar hier kun je er met liefde en bescheidenheid naar en onder elkaar over spreken (zie o.a. Matteüs 18 : 1-5, Filippenzen 2 : 3-5).
Toch kan het ook heel anders gaan. Dan heerst er een sfeer van roddel en minachting, soms verwerping zelfs. De een gedraagt zich als een betweter, een ander manifesteert zich dominant en weer een ander uit zich als regel negatief. Pas dan maar op, zegt Paulus, in zo’n sfeer (met zo’n tekort aan christelijke naastenliefde en bescheidenheid jegens elkaar) breek je elkaar af. Laten we ons – ieder voor zich – afvragen: wat wil Paulus mij vertellen met de waarschuwing van dit vers.

(1) rauwkost = rauw – zonder (voor)koken of bakken – toebereid gerecht
(2) Zie Bijbeltekst onderaan: Zie voor dat streven ook 1 Korintiërs 14 vers 1 dat volgt op 1 Korintiërs 13.

Leestip: Filippenzen 1 : 27 t/m 2 : 18.

Bron citaat: Dag in dag uit 2025 – Meditatie van zondag 14 februari – Leger des Heils | Ark Media

Nu jullie – ook deze zondag* weer – door Christus zozeer bemoedig worden en liefdevol getroost, nu er onder jullie zo’n grote verbondenheid met en door de Geest is, zoveel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven (2), één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander uitnemender dan jezelf. Heb niet alleen je eigen belang voor ogen, maar ook (altijd) die van de ander. Laat onder jullie de gezindheid heersen die onze Heer Christus Jezus – hier op aarde – had‘… (Uit Filippenzen 2 de verzen 1-18 : 1-5).
* Zie dag en datum van de meditatie.

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloven in vervulde beloften: ‘Eerst de Jood, maar ook de Griek’.

[Behandelde tekst: Romeinen 13 : 11-14]

Geciteerd: God zegt tegen Abraham: ‘In Uw Zaad zullen alle volken van de aarde gezegend worden’ (Genesis 22 : 18). Deze zegen, die hier beloofd wordt in Zijn Zaad, is niets anders dan de genade en de zaligheid in Christus, door het Evangelie in de hele wereld gepredikt, zoals Paulus ook verklaart (vgl. Romeinen 4 : 1 en Galaten 4 : 22 vv). Want Christus is het Zaad van Abraham, dat is zijn natuurlijk vlees en bloed, in Wie allen gezegend worden die in Hem geloven en die Hem aanroepen. Deze belofte van God is daarna door de profeten duidelijker verkondigd en nader verklaard. Zij hebben allen over de komst van Christus, over Zijn genade en Evangelie geschreven. Zoals ook Petrus zegt (Handelingen 3 : 25). Dat is dan ook [mogelijk] de reden dat ook Christus deze beloften de schoot van Abraham noemt, waarin alle heiligen na Abraham tot op Christus verzameld werden (vgl. Lukas 16 : 22 vv, over Lazarus die rust in de schoot van Abraham).
Hetzelfde bedoelt nu Paulus ook. als hij hier zegt: ‘Ons heil is ons nu meer nabij dan toen wij eerst geloofden’ (Romeinen 13 : 11). Het is alsof hij zeggen wilde: de belofte aan Abraham gedaan is, is nu niet meer toekomstig verwachten, zij is vervuld – Christus – de Joodse Messias – is gekomen! De prediking van het Evangelie is nu begonnen en de zegen is – door ons apostelen – verkondigd in en aan de hele wereld. Daarom, alles is vervuld waarop wij gewacht en waarin wij geloofd hebben volgens de belofte. Daarmee heeft de apostel de geestelijke dag beschreven, waarvan hij hierna spreekt (Romeinen 13 : 12). Deze dag is eigenlijk de opgang en het licht van het Evangelie.
Dat wil echter niet zeggen dat het geloof nu overbodig is, maar hierdoor wordt het geloof juist veel meer bevestigd. Want zoals de vaders voorheen geloofd hebben in de belofte van God, namelijk dat deze vervuld zou worden. zo geloven wij nu van dezelfde belofte dat deze vervuld is. Het is dus één geloof in dezelfde belofte, met dit verschil dat het ene geloof op het andere volgt: ‘Van geloof tot geloof’ (vgl. Romeinen 1 : 16-17). De gelovigen van het Oude Testament geloofden in de nog komende Christus, die van het Nieuwe Testament geloven n de reeds gekomen Christus.
[Maarten Luther: Adventspostille 1522, vgl. WA 10.1.2, 4, 22 – 5,22]

Leestips: Romeinen 13 : 11-14, Efeziërs 2 : 14-22, Handelingen 15 : 8-12, Romeinen 2 : 17-25 en Galaten 5 m.n. de verzen 14-18 en 22-23.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven, houdt dus stand en laat jullie niet opnieuw een slavenjuk opleggen.‘ (…) ‘Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van het geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en dat men de liefde kent – die in Christus Jezus is -, die het geloof Zijn kracht verleent – door de Heilige Geest.‘ (Uit Galaten 5 uit de verzen 5-12 : 1 en 5-6)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe (van Wie en door Wie) leer je het geschonken geloof goed onderhouden?

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate jullie de dag van Zijn komst zien naderen.’ (Uit Hebreeën 10 de verzen 24-25).

Geciteerd 1: Om aan te tonen dat de deugdenethiek ook voor de hedendaagse protestantse kerk van belang is, loopt Baan de zeven deugden een voor een langs. Daarbij gaat hij zowel in op wat klassieke filosofen als Plato en Aristoteles erover zeggen als op de manier waarop een christen deze deugden in zijn leven kan inbedden. Als eerste passeren de drie theologische deugden de revue, te beginnen met het geloof. Dit geloof is meer dan een aantal overtuigingen of een leven in vertrouwen op een hogere macht; het is iets wat God in het hart van Zijn kinderen legt. „Door het geloof als een deugd te beschouwen”, betoogt Baan, „krijgen we iets in het vizier wat we anders dreigen te veronachtzamen: je moet er goed voor zorgen.”

Geciteerd 2: Al meteen maakt Baan daarbij duidelijk dat er wat hem betreft op theologisch vlak geen verschil zit tussen de klassieke en de christelijke deugden. Hij beschouwt beide soorten als kwaliteiten die alleen God aan gevallen mensen kan schenken en die met hulp van de Heilige Geest kunnen worden toegeëigend. Waar de theologische deugden de basis leggen voor een christelijk leven, helpen de klassieke deugden deze te verstevigen. Zo voegt verstandigheid (1) zelfkennis toe aan onze kwaliteiten: het helpt ons om het Bijbelse beeld van de gevallen mens toe te passen op onszelf.

(1) De Bijbelse leer is zo eenvoudig dat God deze juist aan eenvoudige en nederige mensen heeft willen openbaren en dat is vandaag niet anders: ‘zalig de armen van geest‘! Die eenvoud van de Bijbelse boodschap én leer (!) doet ons ook verstaan waarom we niet in mensenverstand en mensenwerk zullen roemen in Christus’ gemeente (zie m.n. de eerste 4 hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs) en dat moet ons beslist ook helpen om geen enkele verwachting te hebben van het werk van (o.a.) verstandige Griekse wijsgeren of van het (levens)werk van welbespraakte theologen, zoals Augustinus er een was, voor het kunnen leiden van een christelijk leven in deze wereld, dat in alles eerst en vooral dankbaarheidsleven is, vanwege ‘Christus en Die gekruisigd‘ – en weer opgestaan om ons hier op aarde een nieuw leven te laten beginnen door de kracht van de Heilige Geest – lees het in Romeinen 6. Wat dat dankbaarheidsleven uit de kracht van de Heilige Geest betreft, daar zit precies de moeite van m.n. de ‘refo-kerken’ (maar die niet alleen!) en daarom is het leven daar vanuit de ‘refo-leer/theologie’ zo tweeslachtig, want daar neemt men de leden van het Lichaam van Christus eerst maar eens alle dankbaarheid af door hen te leren dat ze zichzelf heus niet zomaar door het geloof – dat de Heilige Geest ook al in de kleine kinderen werken wil – kunnen zien als uitverkoren kinderen van God* vanwege de hen daar door onze Drie-enige God geschonken Doop. En dat wordt hen daar voorgehouden en geleerd ondanks het feit dat de gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus vanwege de haar(hen) toevertrouwde woorden van het Evangelie en de Sacramenten (Doop en Avondmaal) pijler en fundament van de waarheid is (zijn) in deze wereld. Ook bij de Doop zijn al Gods beloften waar en ‘ja en amen’ in Jezus Christus onze Heer.

* Uitverkoren kinderen van God (‘geheiligden’) zijn heeft eerst en vooral betekenis en uitwerking in deze wereld en in deze wereldtijd:
Maar (want!) jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat jullie de deugden zou verkondigen van Hem Die jullie uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, jullie, die voorheen geen volk waren, maar nu Gods volk zijn; jullie, die zonder ontferming waren, maar die nu in ontferming aangenomen zijn.‘ (Uit 1 Petrus 2 vers 9) – Zie hierbij ook Galaten 3 : 24-29.

Extra leestip hierbij: Efeziërs 2 : 11-22.

Bron citaat: RD Mens & samenleving – ‘Ariaan Baan wil werk maken van de zeven deugden, zonder er iets mee te verdienen’ – door Sarah van der Maas.

Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie (heidenen) die ver weg waren en vrede aan hen (Joden) die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.’ (Uit Efeziërs 2 de verzen 17-18)

Bron afbeelding: Walmart

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie