‘Om alles vol te houden en alles te verdragen…

Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld‘…
(Uit Johannes 17 vers 11)

Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij jullie. Onze geliefde (!) medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor jullie inzet, heeft jullie daarin onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde (!) die de Geest in jullie opwekt.’ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 6-8)

Geciteerd: Lang heeft Jezus met Zijn leerlingen gesproken over God, Zijn en hun Vader. Nu spreekt Hij met Zijn Vader over Zijn leerlingen. Jezus heeft Zijn missie bijna volbracht. ‘Nu is de tijd gekomen.’ Hierna zijn de leerlingen aan zet. In de ‘wereld’. Dat woord heeft hier opnieuw een spanningsvolle lading. Het is aan de ene kant de werkelijkheid waarin de zonde en het kwaad domineren, alles wat ons wegvoert van het door God bedoelde leven. Maar het is nu ook de wereld waarin het Woord vlees (Mens onder de mensen!) geworden is, waarin de Eeuwige onder ons Zijn Tent (niet door mensenhanden opgericht!) heeft willen opslaan, uit liefde voor diezelfde wereld. Het is de werkelijkheid waarin Christus’ volgelingen tot op vandaag en tot Zijn Wederkomst geroepen zijn om van die liefde te getuigen.

Daarom bidden wij onophoudelijk voor jullie, vanaf de dag dat we dat (zie vers 8) gehoord hebben. We vragen dat jullie Gods wil ten volle zullen leren kennen door de wijsheid en het inzicht dat de Geest jullie schenkt. Dan zullen jullie leven zoals het past tegenover de Heer, Hem volkomen welgevallig (zie Matteüs 5 : 43-48). Jullie zullen vrucht dragen door al het goede dat jullie doen, jullie kennis van God zal groeien en jullie zullen door Zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen – net als onze Heer hier op aarde – om alles vol te houden en alles te verdragen.‘ (Uit Kolossenzen 1 : 9-11)

Leestips: Johannes 17 en Kolossenzen 1 en Galaten 5 : 22 t/m 6 : 10.

Bron citaat: Dag in dag uit 2025 – Meditatie van donderdag 10 april – Leger des Heils | Ark Media

Breng dus met vreugde (!) dank aan de Vader (!). Hij stelt jullie in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. Hij (de Vader!) heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon, Die ons de Verlossing gebracht heeft, de vergeving van onze zonden.‘ (Uit Kolossenzen 1 : 12-14)

Bron afbeelding: Ocean View Baptist Church

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Terecht verdoemd, harder dan steen en zwarter dan de hel’…

Hij Die de gestalte van God had, hield Zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen , heeft Hij Zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.’ (Uit Filippenzen 2 de verzen 6-8)

Geciteerd: Paulus zegt niet dat iemand Christus vernederd heeft, maar dat Hij Zichzelf vernederd heeft. Christus nam Zelf de gestalte van een knecht aan en bleef toch God in een Goddelijke gestalte (vgl. Filippenzen 2 : 6 vv). Dat is: Hij was waarachtig God en alle Goddelijke werken en woorden die Christus deed en sprak, deed Hij ons ten goede, en Hij diende ons daarmee als een knecht. Hij liet Zichzelf daarvoor niet dienen als een heer, zoals Hij met recht had kunnen doen. Christus zoekt geen eer of gave voor zichzelf, maar Hij zoekt ons voordeel en onze zaligheid. Het was een vrijwillige dienst, om niet gedaan en anderen ten goede. Deze dienst is echter onuitsprekelijk, omdat deze Dienaar en Knecht een onuitsprekelijke Persoon is. Hij is eeuwige God, en alle engelen en schepselen moeten Hem dienen (Filippenzen 2 : 10). Als dit voorbeeld van vernedering een mens geen zachtmoedigheid leert om anderen te dienen, dan is hij of zij terecht verdoemd, harder dan steen en zwarter dan de hel – hij (of zij) kan zich onmogelijk verontschuldigen.
‘Hij was als een mens’, zegt Paulus. Door Zijn geboorte uit Maria was Hij een natuurlijk Mens. Hij had vanwege dit mens-zijn Zichzelf boven alle mensen kunnen verheffen en niemand hoeven te dienen. Dat alles liet Hij na en was Hij áls een mens. Het woordje ‘mens’ moeten we hier echter zo verstaan, dat Hij niet méér dan een ander mens was, terwijl Hij God was. Dus mens, zonder Zich ergens op voor te laten staan of zonder ergens aanspraak op te maken, zoals verder alle anderen, en zeker zij die boven naderen gesteld zijn, wél doen. Zodat we nu begrijpen dat Paulus zoveel wil zeggen als: Christus was net als ieder ander mens, Die geen rijkdom of eer, ook geen macht of voorrang zocht of had boven anderen, zoals zoveel mensen geboren worden die door hun geboorte al erfgenamen zijn van macht, eer en bezit. Maar Christus is geworden en heeft Zich zo gehouden, dat er verder geen arm mens zo gering kon zijn of Hij is hem of haar gelijk geweest.
[Maarten Luther: Fastenpostille 1525, vgl. WA 17.2,243,14 – 244,4 (verkort)]

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 14 vraag 35 ‘Wat is dat gezegd: Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Zo zullen jullie ook, nadat jullie alles gedaan hebben wat jullie geleerd is*, zeggen: Wij zijn onnutte slaven, wij hebben slechts gedaan wat ons opgedragen werd.’ (Uit Lukas 17 vers 10)

* Denk hierbij aan het ‘God lief te hebben boven alles en dat door onze naasten lief te hebben als onszelf’ (zie o.a. 1 Johannes 4 : 19-21) en onze Heer is daarin ons volmaakt ten voorbeeld geweest met Zijn leven hier op aarde!

Bron afbeelding: CatholicChurchBodyOfChrist

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Meer waard dan zeven mannen?

Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David.’
(Uit Ruth 4 vers 22)

Geciteerd 1: Helemaal aan het eind van het boek Ruth wordt duidelijk wat het (de Heilige Geest) ons wil vertellen. Ruth en Boaz komen terecht in het geslacht van David. Ze zetten met hun opmerkelijke geschiedenis een nieuwe stap op de weg die God met mensen gaat. Een vreemdelinge wordt opgenomen in het geslacht van David. Een heilig geslacht (1) is het, waarin plaats is voor mensen die je er op voorhand niet in verwacht. Obed wordt geboren. De vreugde om Naomi heen is groot. Ook over Ruth. ‘Je schoondochter die je liefheeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ Dat had Boaz allang gezien. Ruth was het mooist geschenk (2) dat God hem had kunnen geven.

(1) Heilig is hier: Afgezonderd voor een bijzondere plaats en rol in Gods Heilsplan voor Zijn volk en voor heel de (volkeren)wereld.
(2) In het huwelijksformulier – zoals dat ook in onze trouwdienst (20 maart 1979) nog werd gelezen en beleden – staan de woorden (vrij weergegeven): ‘daarmee betuigende dat Hij ook in onze tijd gelovige en biddende echtgenoten als met Zijn hand bijeen wil brengen’ en ook deze woorden (n.a.v. Jezus optreden bij de bruiloft te Kana): ‘dat Hij de gehuwden Zijn hulp en bijstand altijd weer wil schenken ook wanneer men dat allerminst (nog) verwacht.’ (NB. Zijn moeder Maria verwachtte het toen wel van Hem!).

Geciteerd 2: En zo kennen wij Christus Jezus uit de Bijbel. Eva werd de moeder van alle levenden (Gen 3:20), Maria werd de moeder van de Levende. Uiteindelijk loopt de menselijke (patriarchale) lijn vast als project van mensen (Joh 3:6). En het gaat zeer menselijk aan toe zodat Gods ingrijpen regelmatig nodig is, denk aan onvruchtbare vrouwen (Sara, Rebekka). Ondanks vrouwen die niet thuishoren in de ‘zuivere’ lijn (Rachab, Ruth) of dankzij vrouwen die aan bastaardkinderen het leven gaven bij overspelige mannen (Tamar, Batseba) eindigt het bij de maagd Maria, die zwanger raakt door de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. In principe is dit het einde van de patriarchale menselijke lijn. Jozef verwekt geen zoon in de geslachtslijn van Abraham en David (Mat 1:1 en 16). Genesis 1: 2b wordt vervolgd in Lucas 1:35. De schepping van zijn eniggeboren zoon is Gods ultieme scheppingsdaad. Hiermee kan de Schepping van hemel en aarde tot zijn voltooiing komen (Hebr 1, Openb 5). Adam en Israël worden in de Schrift Gods eerstgeboren zoon genoemd, Jezus wordt in het Evangelie eniggeboren zoon van God genoemd. Van Jezus Christus wordt gezegd dat hij zowel de eerstgeboren als de eniggeboren zoon van God, en ook de eerste van de hele schepping is. Van de kinderen van God die opnieuw geboren zijn, geldt dat ook zij eerstgeborenen van God zijn (3), in Christus, ze leven door de Geest (Gal 5:24,25). Christus is immers in alles nummer Eén. Christus werd verwekt door de Heilige Geest als nieuwe schepping. De kinderen van God worden wedergeboren door dezelfde Geest (Joh 3:5-8) als een nieuwe schepping (Gal 6:8 en 15). Bij nader inzien zou Galaten 5: 13- 26 wel eens de kern van het evangelie kunnen zijn. Over leven vanuit aardse begeerte versus leven door de Geest (Gal 5: 24,25).

(3) Zie hierbij de woorden in Jakobus 1 : 18: ‘Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid – die reeds bij je Doop tot je gesproken werden – tot léven roepen, om ons de eersten te maken in Zijn schepping.’

Bron citaat 1: Dag in dag uit 2025 – Mediatie van maandag 31 maart – Leger des Heils | Ark media
Bron citaat 2: vrije-interpretatie-nl – ‘Vrouw en patriarchaat in de Bijbel’

Beter te schuilen bij de HEER. dan te vertrouwen op mannen met macht.
(Uit Psalm 118 vers 9)

Bron afbeelding: Facebook (The Spiritual Encourager)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom worden wij christenen genoemd?

[Behandelde tekst: 1 Petrus 2 : 5]

Geciteerd: Petrus schrijft: ‘Wordt gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen‘ (vgl. vers 5). De apostel heeft hier in deze woorden de uitwendige en zichtbare priesterstand afgeschaft die voorheen in het Oude Testament geweest is. Verder neemt hij ook de hele uitwendige tempeldienst weg. Daarmee wil hij zeggen: zowel de uitwendige en zichtbare offerdienst, alsook de priesterstand van het Oude Testament, heeft nu opgehouden te bestaan (1). Daarom komt er nu een ander priesterschap dat andere offers offert, namelijk offers die geheel geestelijk zijn. Bijgevolg dat zij, die men nu onder ons priesters noemt (of die zich daartoe voor ons willen opwerpen), voor God geen priesters zijn – dat is ook op deze tekst van Petrus gegrond. Verder als wij vragen of Petrus onderscheid maakt tussen de geestelijke en de burgerlijke stand, zoals men nu de priesters ‘geestelijk’ en de andere christenen ‘wereldlijk’ noemt (2), dan moeten zij, tegen wil en dank, toegeven dat Petrus spreekt over alle christenen. Daarom is het duidelijk dat Petrus hier niets zegt over de priesterstand die zij verzonnen hebben en alleen aan zichzelf voorbehouden. Daarom zijn onze bisschoppen niets anders dan Sint-Nicolaas bisschoppen (3). Zoals hun priesterschap is, zo zijn hun wetten, offers en werken. Daarom hebben alleen zij het heilige en geestelijke priesterschap, die ware christenen zijn (4) en op de levende Steen gebouwd zijn (vgl. 1 Petrus 2 : 5). Omdat Christus de Bruidegom is en en wij de bruid zijn, heeft de bruid alles wat de Bruidegom heeft, en dat wederkerig. De bruid geeft zichzelf en alles wat zij heeft en de Bruidegom geeft ook Zichzelf en alles wat Hij heeft. Nu is Christus de Hogepriester door God Zelf gezalfd. Eerst heeft Hij Zijn eigen lichaam voor ons geofferd – wat het hoogste priesterschap is. Daarna heeft Hij aan het kruis voor ons gebeden. In de derde plaats heeft Hij het Evangelie aan ons verkondigd en alle mensen onderwezen om God en Hem [=Christus] te kennen. Deze drie ambten heeft Hij ook aan ons allen gegeven. Daarom omdat Hij Priester is en wij Zijn broeders en erfgenamen zijn, hebben alle christenen macht en bevel dat zij prediken en voor God treden – dat is: dat de een voor de ander bidt (5) – en dat zij zichzelf aan God opofferen.
[Maarten Luther: Epistel S. Petri gepredigt und asugelegt, Erste bearbeitung 1523, vgl. WA 12, 306, 25 – 308,7 (verkort)]

(1) Valt (o.a.) het aanstellen van aanbiddingsleiders niet een terugval naar die oude uitwendige priesterdienst te noemen!
(2) In bepaalde kerken functioneert het op een bepaalde manier ook altijd nog zo, je hebt er de ‘geestelijken’ die (op grond van hun bevindingen) mogen deelnemen aan de viering van het Avondmaal en dan de (grote) rest van de gemeente die mag toekijken.
(3) In Oost-Europa is Nicolaas van Myra (begin 4e eeuw bisschop te Myra) tot op heden een belangrijke heilige, in West-Europa groeide zijn verering met name in de tijd van de Reformatie uit tot een volksfolklore rondom zijn sterfdag. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug. Historisch bewijs over het leven van Nicolaas van Myra bestaat vooral uit bronnen na zijn overlijden. De mogelijk oudste bron is de zogenaamde Praxis de Stratelatis, een anoniem Grieks verslag dat ergens tussen de vijfde en zesde eeuw is gedateerd met daarin het verhaal dat Nicolaas drie onschuldige officieren van de executie redt. Uit de 8e eeuw dateert de oudste en eerste “complete” levensbeschrijving.
(4) Het is toch beter om te zeggen dat heel de gedoopte gemeente dat priesterschap ontvangen heeft en daarom altijd weer zal hebben te luisteren naar wat de Geest tot de gemeente(n) te zeggen heeft. Dan hoeven we dus geen oordeel te vellen over elkaar en bepalen wie tot de ware christenen behoort en wie niet. Wel hebben we elkaar altijd weer op te roepen om dan ook naar die ‘geestelijke stand’, waarin wij allen geplaatst zijn, te leven => zie o.a. Romeinen 12.
(5) Wij doen dat eerste en vooral in de ‘binnenkamer’ (zie Matteüs 6 : 6 en 14) en ’s zondags wordt er in de samenkomsten gebeden voor alle mensen (zie 1 Timoteüs 2 : 1-6 en 8)

Leestips: 1 Petrus 2 : 1-10 en Romeinen 12.

Zie ook deze blog: ‘Ik heb een losgeld voor hen verkregen…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – – Meditatie bij Zondag 12 vraag 32: ‘Maar waarom wordt je een Christen genoemd’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Broeders en zusters, met een beroep op de barmhartigheid van onze God, vraag ik jullie om jezelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in Zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst (1a) voor jullie. Jullie zullen jezelf niet aanpassen aan deze wereld (en haar wijsheid), maar veranderen door jullie gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van ons verlangt en wat goed, volmaakt (1b) en Hem welgevallig is.’ (Uit Romeinen 12 vers 1)
(1a) En dus niet de door ons (opgetuigde) zondagse kerkdiensten, dat is daar toch eerst en vooral dienst van God aan ons, vandaar ook altijd weer als eerste votum en groet aan het begin van een samenkomst.
(1b) Lees hierbij nog weer Matteüs 5 : 43-48.

Bron afbeelding: Etsy

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik heb een losgeld voor hen verkregen’…

‘Maar als hij een pleitbezorger (een advocaat) heeft,
één die zijn voorspraak is, één uit duizenden
om van zijn onschuld te getuigen,
en als God hem welgezind is en zegt:
‘Laat niet toe dat hij in de afgrond afdaalt
Ik heb een losgeld voor hem verkregen…’
(Uit Job 33 de verzen 23-24)

Geciteerd: Johannes schrijft: ‘En hoewel iemand zondigt, dan hebben wij een Voorspraak bij de Vader‘. Als wij gezondigd hebben, verschrikt de duivel onze harten, zodat we beven en sidderen. Hij stort de mensen immers in de zonde, om hen daarna tot wanhoop te brengen. Aan de andere kant laat hij veel mensen zonder verzoeking rustig doorleven, alleen om hen te doen geloven dat ze heiligen zijn. Dat is zijn bedrog! De heiligen maakt hij wijs dat ze (reddeloze) zondaren zijn, en (liefdeloze) zondaren maakt hij wijs dat ze heiligen zijn. Wanhoop toch niet als je gezondigd hebt, maar kijk naar boven waar Christus voor ons bidt. Want Hij is onze Advocaat en Voorspraak, en Hij bidt voor ons. Dan zegt Hij: ‘Vader, voor deze mens heb Ik geleden en ben Ik gestorven, Ik heb verzoening voor hem/haar gevonden’ (vgl. Job 33 : 24). Dit gebed kan niet nutteloos of vruchteloos zijn, want in Hem hebben wij een grote Hogepriester (vgl. Hebreeën 4 : 14). En hoewel wij zelfs Christus tot onze Hogepriester, Advocaat, Middelaar, Verzoener en Trooster hadden, hebben wij toch onze toevlucht genomen tot allerlei (zelfs gestorven) heiligen, en Christus voor een Rechter gehouden. Daarom moeten wij deze tekst (1 Johannes 2 : 1) met gouden letters in onze harten schrijven en schilderen.
Grijp Hem aan en zeg: ‘Heere Christus, ik weet geen andere Hogepriester, Voorspraak, Trooster en Middelaar, dan U alleen. Ik twijfel niet dat U ook voor mij bent, daarom hang ik met mijn hele hart aan U – ik geloof. Want voor ons werd Christus geboren, voor ons heeft Hij geleden, voor ons is Hij gestorven en begraven, opgestaan en opgevaren naar de hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader en daar ook voor ons bidt’ (vgl. Romeinen 8 : 34). Hij is rechtvaardig en volmaakt, zonder zonde. Wat ik aan gerechtigheid heb, dat heeft mijn Trooster, Die voor mij tot de Vader roept: ‘Geef hem/haar genade!’. Dan is er al genade gegeven. ‘Vergeef hem/haar, help hem/haar!’ De gerechtigheid van Jezus Christus is niet tegen ons, maar vóór ons, want Gods gerechtigheid is in Jezus Christus, ónze gerechtigheid.
[Maarten Luther: Vorlesung über den 1. brief des Johannes, 1527, vgl. WA 20. 634, 26-637, 29]

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – – Meditatie bij Zondag 12 vraag 31: ‘Waarom is hij Christus, dat is Gezalfde, genaamd’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Christus daarentegen is aangetreden als Hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: Hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en voor altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met Zijn eigen bloed. Zo heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd wanneer het besprenkeld wordt met het bloed van bokken en stieren of bestrooid met de as van een jonge koe, hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, Die dankzij de eeuwige Geest Zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God.‘ (Uit Hebreeën 9 de verzen 11-14)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Synode(s) overschatten taak en bevoegdheden…

Ik roep God op als mijn getuige, ik zweer bij mijn leven dat ik van een tweede bezoek aan jullie Korintiërs heb afgezien om jullie te sparen. Ik bedoel dit: Wij willen niet over jullie geloof heersen, maar juist bijdragen aan jullie vreugde in de Heer. Jullie hebben per slot van rekening een vast geloof.’ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 23-24)

Opgemerkt: Wij vinden in Gods Woord helemaal geen grond voor de taak en de bevoegdheden die synodes zich toe-eigenen t.a.v. de gemeenten die zij dienen [=behoren] te dienen. Laten we het apostelconvent (Handelingen 15) maar als voorbeeld nemen. Wat erkende de apostelen en deze vergadering de zelfstandigheid van de gemeente te Antiochië en vertrouwden zij – met dit voorbeeld stellen! – deze (en andere) gemeente(n) toe aan het werk van de Heilige Geest dat Hij met en door de verkondiging van het Woord reeds had bereikt en nog verder zou gaan doen. En lees ook hoe bescheiden de apostel Paulus zijn brief aan de gemeente te Rome aanbeveelt (Romeinen 15 : 14-24) en hoe bescheiden hij spreekt over zijn inbreng in de gemeente(n) te Korinthe (Zie 2 Korintiërs 1 : 23-24 en 2 Korintiërs 10 : 12-18 en 11: 5-12).
Maar ook in de brieven van onze Heer aan de zeven gemeente in Klein Azië vinden we geen enkele oproep om gehoor te geven aan een gezaghebbend centraal orgaan (onder gezag van een of meer apostelen te Rome bijvoorbeeld). Nee, die gemeenten (leden en hun voorgangers) dienend zelf hun oor te luisteren te leggen bij wat de Heilige Geest door het Woord van God hen te zeggen had. Ook lezen we niet van een oproep van onze Heer om in Sardes (zie Openbaring 2 : 4) een A- en een B-gemeente te vormen (de A-gemeente voor mensen die hun kleren schoon gehouden hadden).

Nu verder bouwen met het hout, hooi en stro van de wijze mannen van het moderamen?

Jullie zijn een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder er op toe zien hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus Zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrand, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door vuur heen.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 9-15).

Geciteerd: Het moderamen onderstreept dat het de zogenoemde middengemeenten in het oog willen blijven houden. Zij moeten volgens het plan kiezen tussen A en B. De in te stellen commissie moet vervolgens „de beste route kiezen”.

En er staat ook geschreven: De Heer kent de gedachten van de wijzen; hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn. Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van jullie; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 20-23).

Bron citaat: RD-Live – ‘CGK moeten „vuile handen maken” met toekomstplan’ – Redactie kerk

Bron afbeelding: Hearlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zijn we ooit daadwerkelijk Zijn volgelingen gebleken?

Nu jullie door Christus (1) zozeer bemoedigd worden en liefdevol getroost, nu er onder jullie zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zoveel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest (in de Geest). Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan jezelf (2). Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen maar ook die van de ander(en) (3). Laat onder jullie de gezindheid heersen die Christus Jezus had. (4) (Uit Filippenzen 2 de verzen 1-5)

Geciteerd: Christus verootmoedigde en vernederde Zichzelf, dat betekent: Hij diende ons in de gestalte van een slaaf (vgl. vers 7 van Filippenzen 2). Maar dat is niet alles! Bovendien deed Hij nog meer, want Hij werd minder dan alle mensen. Hij vernederde Zich nog dieper en diende daarmee alle mensen met de hoogste dienst – Hij heeft Zijn lichaam en leven voor óns gegeven. Hierdoor onderwierp Hij Zich niet alleen aan de mensen, maar ook aan de zonde, de dood en de duivel, en heeft Hij alles voor ons gedragen. Daarbij stierf Hij een dood die de meest verachtelijke was, namelijk aan het kruis – niet als een mens, maar als een worm! (vgl. Filippenzen 2 : 8 en Psalm 22 : 7). Echter, dat alles deed Hij zeker niet omdat wij dat waardig waren (5) of verdiend hadden – want wie zou deze dienst – de dood aan het kruis – van deze persoon waardig zijn? – maar omdat Hij aan de Vader gehoorzaam werd (vgl. Hebreeën 5 : 8 ) (6). Hier doet de apostel met één woord de hemel open en laat ons binnen, zodat we kijken in de afgrond van de Goddelijke Majesteit, en aanschouwen de onuitsprekelijke wil en liefde in het hart van de Vader. Voor wie? Voor ons!
Hier kunnen we – in de woorden van Filippenzen 2 – zien hoe God van eeuwigheid een welbehagen had in wat Christus voor ons zou doen (7) en nu gedaan heeft. O, welk hart zou hier niet van vreugde smelten? Wie zou Hem nu niet liefhebben, loven en danken? En daarom ook zelf niet maar knecht (slaaf!) willen worden van de hele wereld (8), maar zelfs ook minder en nietiger dan niets worden? Tenminste, als iemand door het geloof maar kan en wil inzien hoe goed God het met hem of haar bedoelt, en aanvaardt dat Hij Zijn Vaderlijke wil (9) in de gehoorzaamheid van Zijn Zoon zo overvloedig aan ons toont en bewijst. O, wat een heerlijke woorden zijn het hier (in Filippenzen 2 : 1-11) die Paulus in deze verzen spreekt. Hij moet wel in deze liefde geheel brandend, versmolten en geestelijk geweest zijn! Dat is de betekenis van: ‘Niemand kan tot Christus komen, tenzij dat de Vader hem of haar trekt (vgl. Johannes 6 : 44). Hij lokt zo roerend en zo lieflijk! O, hoeveel predikanten zijn er, predikers van het geloof, die denken dat zij alles weten en alles hebben, terwijl ze er zelfs nog niet aan geroken of er iets van geproefd hebben? (10) O, hoe gauw worden wij meesters, voordat we daadwerkelijk Zijn leerlingen [=navolgers, kruisdragers!] zijn geworden. Anders proeven en smaken we niet werkelijk de goedheid van God, en zullen we er niet goed over kunnen spreken en – als God het niet verhoed – niet meer zijn dan nutteloze praters. (11)
[Maarten Luther: Fastenpostille 1525, vgl. WA 17,2, 244, 14-245, 7 (verkort)]

> Leestips: Filippenzen 2 : 1-11 en 1 Korintiërs 4 : 9-13 en ook deze blog over de Zalving van Christus.

(1) Door Christus’ lijden: Zie Filippenzen 1 : 29-30 en 2 Korintiërs 1 : 7-11, Kolossenzen 2 : 24-29, Hebreeën 10 : 32-36 en 1 Petrus 2 : 18-25.
(2) Of: Jullie zelf, als groepering binnen een gemeente of kerk.
(3) Weeg die ook af tegen wat en vooral ook wie er op het spel staan!
(4) Hij ging niet voor de leer of de wet (van Mozes), maar voor óns zondaren, om óns te redden en dat tot eer en verheerlijking van God, de Vader!
(5) Of omdat Hij voorzag dat wij dat ons na onze bekering daartoe nog waardig zouden gaan maken.
(6) Zie hierbij ook dit Luthercitaat in deze blog:
(7) Het was dus liefde die God ertoe bewoog om ons mensen te scheppen: zie Kolossenzen 1 : 12-23.
(8) Zie hierbij o.a. 1 Korintiërs 4 : 9-14.
(9) Wij bidden daarom dagelijks met dankbaarheid en vreugde ‘Uw wil geschiede’, want wij weten ook hoe onze Heer voor óns die bede gebeden heeft in de tuin van Gethsemane.
(10) Wij zullen echter ook zeer oppassen voor ‘bevindelijke’ hoogmoed, zoals we die aantreffen in de gemeenten/kerken!
(11) Lees hierbij nog weer 1 Korintiërs 4 : 6-21.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – – Meditatie bij Zondag 14 vraag 36: ‘Wat nuttigheid verkrijgt gij door de heilige ontvangenis en geboorte van Christus’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hém de Naam geschonken Die elke naam te boven gaat, opdat in de Naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader.’ (Uit Filippenzen 2 de verzen 9-11)

Bron afbeelding: YouTube (Scripture Song)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde genaamd?’

[Behandelde tekst: Hebreeën 1 : 8-9 en Psalm 45 : 7-8]

Geciteerd: Deze tekst willen wij nu behandelen: Maar tegen de Zoon zegt Hij: O God, Uw troon duurt tot in eeuwigheid, de scepter van Uw rijk is een scepter van rechtvaardigheid. U hebt gerechtigheid liefgehad en de ongerechtigheid gehaat, daarom heeft Uw God U, o God, gezalfd met olie van vreugde, meer dan Uw medegenoten. ‘ [vgl. Psalm 45 : 7-8]. Dit is een vierde uitspraak in de 45e Psalm die, volgens mij, heel duidelijk en krachtig aantoont dat Christus God is. Als hij zegt: ‘Uw troon, o God, duurt tot in alle eeuwigheid’, dan moet dit gesproken zijn over de ware God, Die een eeuwige troon en heerschappij heeft. Nu volgt over deze God ook: ‘U hebt gerechtigheid liefgehad, daarom heeft Uw God U, o God, gezalfd, meer dan uw medegenoten‘ (idem). Wat moet dat betekenen? De God, die een eeuwige troon heeft, wordt gezalfd door Zijn God, meer dan zijn medegenoten. Dan moet Hij Die zalft en is Hij Die gezalfd wordt ook de ware God zijn, omdat Hij een troon heeft en eeuwig regeert. Nu kan (of hoeft) God Zichzelf niet zalven, want iemand die gezalfd wordt, is minder dan die hem zalft – zalven betekent hier: de Heilige Geest en Zijn genade schenken.
Kijk, dan is onweersprekelijk, vanwege het eerste deel van de tekst, dat deze Koning waarachtig God moet zijn, en toch ook waarachtig mens vanwege het laatste deel. Want omdat Hij het Hoofd is van alle gelovigen heeft Hij naar zijn mensheid medegenoten en kan Hij gezalfd worden. Naar Zijn Godheid echter heeft Hij geen medegenoten, want er is maar één God en toch niet één Persoon. Deze tekst wijst duidelijk op twee Personen. Eén Die regeert, en een Ander Die Hém zalft. Daarom is het duidelijk dat het de Zoon van God is, aan Wie deze Naam gegeven wordt, omdat Hij God is en een eeuwige troon heeft – dat is het Koninkrijk dat begonnen is na de hemelvaart van Christus. In dit Koninkrijk heeft Hij immers medegenoten, wordt Hij gezalfd en heeft Hij gerechtigheid lief. Daarmee is Hij de zalving waardig die alleen een waarachtig Mens – zoals Hij ook is – kan en mag ontvangen.
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 175, 1 – 176, 17 (verkort)

Zie ook deze blog: ‘Over Gezalfde en gezalfden gesproken…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – – Meditatie bij Zondag 12 vraag 31: ‘Waarom is hij Christus, dat is Gezalfde, genaamd’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Bron afbeelding: From The heart of A Shepherd

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Gezalfde en gezalfden gesproken…

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.’ (1)
(Uit Romeinen 8 vers 1)

‘Nu laat U, HEER, Uw dienaar in vrede heengaan,
zoals U hebt beloofd. (!)
Want (door het geloof) heb ik met eigen ogen de redding gezien
die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een Licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, Uw volk.’
(Uit Lukas 2 de verzen 29-32)

Geciteerd:En zie er was een (gewoon) mens te Jeruzalem (geen Schriftgeleerde), zijn naam was Simeon, en deze mens was rechtvaardig en Godvrezend en hij wachtte op de Troost van Israël, en de Heilige Geest was op hem (zie Johannes 3 : 8). En aan hém was een Goddelijke openbaring gegeven door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien, voordat hij de Christus des HEEREN gezien zou hebben.’ (vgl. Lukas 2 : 25, vv). Hier staat dat Simeon op de Zaligmaker heeft gewacht, Die Zich voor ons onder de wet begeven heeft. Want met onze werken was het verloren, daarom moesten de verslagen en bevreesde gewetens opgericht worden, door de Troost Die ook aan Simeon beloofd was, namelijk Christus, de Heere. Jullie weten dat de Naam ‘Christus’ Gezalfde betekent. In het Oude Testament heeft men twee ambten met zalfolie gezalfd: het priesterlijke en het koninklijke ambt, priesters en koningen werden gezalfd, zoals men bij ons gewoonlijk ook keizers en priesters zalft. De Hebreeuwse taal noemt Hem ‘Messias, de Griekse ‘Christus’ en de Latijnse ‘Unctum’. In onze taal betekent dat: Gezalfde.
Nu, de rechtvaardige en godvrezende Simeon moest de Gezalfde zien voor hij zou sterven, dat is, hij moest de ware gezalfde Koning en Priester zien. Hoe moet hij Hem dan ontmoeten? Dat zegt de tekst: ‘Hij kwam door de werking van de Heilige Geest naar de tempel‘ (vgl. Lukas 2 : 27). Dat is: hij ging door het Woord van de heilige Geest op naar de tempel, om daar vóór zijn dood de beloofde Christus te zien (2). Wanneer? Toen de ouders het Kind Jezus in de tempel brachten om voor het kind te offeren, zoals geschreven is in de wet (vgl. Lukas 2 : 22 vv). Wat ziet hij nu? Hij ziet de onschuldige Koning en Priester onder de wet liggen – de Heer wordt Knecht en Dienaar van ons allen.
O, dat God zou geven dat ook wij deze Koning en Priester zouden zien door het door de Heilige Geest – Die ons gedoopten vast en zeker geschonken is en wordt op het gelovig gebed – gewerkte geloof, net zoals Simeon Christus gezien heeft.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1526, vgl. WA 20, 253, 20 – 254, 18]

(1) ‘Als in jullie blijft wat jullie vanaf het begin hebt gehoord, zullen jullie in de Zoon én in de Vader blijven‘ (…) ‘Wat jullie zelf betreft: de zalving die jullie van Hem ontvangen hebben is blijvend. Wat jullie redding en behoud betreft: jullie hebben geen leraar (of synode uitspraken!) nodig. Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid zonder bedrog (3). Blijf daarom in Hem, zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft. Blijft dus in hem kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij Zijn komst. Jullie weten dat Hij rechtvaardig is, en jullie moeten daarom wel inzien dat ieder die – door het geloof! (ge)rechtvaardig(d) leeft (4) uit God geboren is.’ (Uit 1 Johannes 2 uit de verzen 23-29.

(2) Zie Johannes 9 : 35-41.
(3) Zie o.a. Lukas 11 : 1-13 en Jakobus 1 : 5-7.
(4) Zie Lukas 18 : 9-14.

Opgemerkt 1: We krijgen óók te lezen dat er op dat moment ook een vrouw verschijnt, de profetes Anna. Zij kwam dus ook en zij mocht daar ook al profeteren gedreven door de Heilige Geest! Roept Paulus ons later niet allen op – mannen én vrouwen dus – met deze woorden: ‘Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van het profeteren.

> Zie ook nog deze blog: ‘Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde genaamd?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – – Meditatie bij Zondag 12 vraag 31: ‘Waarom is hij Christus, dat is Gezalfde, genaamd’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘pausgezinden’ in de protestantse/gereformeerde kerken…

Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het,
Die zijn volk zal redden van hun zonden.’ (Uit Matteüs 1 : 21)

NB. Hieronder is de behandelde tekst Lukas 2 : 21.

Geciteerd: Paulus zegt: ‘Dat niemand Jezus vervloekt, die door de Geest van God spreekt, en niemand Jezus Heere kan noemen, dan door de Heilige Geest.’ (vgl. 1 Korintiërs 12 : 3). Wat Paulus zegt, is waar! Zij die dit zonder de Heilige Geest zeggen (beter: tegen de Heilige Geest in, ze willen het beter weten), zeggen allen ‘anathema’, dat is vervloekt. Die de Heilige Geest niet gehoorzamen, die belijden niet Jezus, Zaligmaker, maar zij (ver)vloeken Hem wanneer ze Zijn Naam in de mond nemen. Dat kunnen wij met voorbeelden aantonen. Kijk maar naar de wereld – in de kerk(en)! – met hun predikers en vervolgers(!). Waarom vervolgt deze wereld ons en onze prediking en belijden? Om geen andere reden dan dat wij dit Kind ‘Jezus’ noemen, zoals Matteüs zegt: ‘Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden‘ (Matteüs 1 : 21). Deze leer belijden wij en wij noemen Hem onze enige Zaligmaker en Middelaar. Daarom valt de hele (kerk)wereld ons aan met haar macht, wijsheid en heiligheid (1). Natuurlijk, met de mond noemen zij Hem wel ‘Jezus’, maar in hun hart is Hij voor hen een duivel. Want zij schrijven over onze (reformatorische) leer en belijden: ‘Deze leer is verdoemde ketterij’ (2), omdat zij willen beweren dat de mensen ook door (eerst) goede werken te doen zalig zouden worden. Zó worden de mensen op een on-Bijbels spoor gezet. Dit is de prediking van de pausgezinden. Hoewel zij de Naam van Jezus prediken (3) en ‘in Uw Naam, zoete Jezus…’ zeggen! De monniken hebben deze Naam in grote letters, met een stralenkrans eromheen, in hun boeken gezet. Maar wat heeft dát te betekenen? Het staat alleen op papier, maar hun hart is niet zo gezind: wat voor hen een zaligmaker is, is voor ons een duivel. Zo zijn zij die het meest over (niet: in) Jezus Christus roemen, tot enkel duivels geworden, en maken zij duivels uit mensen (4). Hier zien we welke hoge kunst (beter: gunst!) het is wanneer we op de juiste manier dit Kind ‘Jezus’ noemen. Dat wil zeggen: door het ware geloof – dat de Heilige Geest in ons werken en onderhouden wil door dat heel gewone gebruik van de middelen – , en tegen alle aanvechtingen in, voor zijn of haar enige Zaligmaker kan houden.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, vgl. WA 36, S.2 ff – S.3 ff (R en H)

(1) Was/is de Institutie van Calvijn (en zijn indrukwekkende ‘ascetische gestalte’) in feite toch ook niet nog weer een vorm van ondermijning van de eenvoudige Woordverkondiging (in de eigen taal) en het eenvoudige belijden van Jezus als onze Zaligmaker, zoals Luther daaraan had willen en mogen en kunnen bijdragen om die weer te herstellen binnen de Rooms Katholieke kerk van zijn tijd? Zie hierbij (o.a.!) ook nog weer wat Johannes schrijft in 1 Johannes 2 : 23-29 en lees de woorden ‘ieder die rechtvaardig leeft‘ (vers 29) als ‘ieder die door het geloof gerechtvaardigd leeft’ – zie hierbij ook de woorden in Lukas 18 : 14.
(2) Luther reageert hiermee ook op (officieel) vastgelegde woorden van het tegen de reformatie gerichte Concilie van Trente (1545-1563).
(3) Zie o.a. Handelingen 4 : 8-12.
(4) Zie hierbij ook Jezus woorden in Matteüs 23 : 13-15 en Johannes 8 : 43-47.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 11 vraag 30 – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg Hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat Hij in de schoot van Zijn moeder was ontvangen.’ (Uit Lukas 2 : 21)

Bron afbeelding: Christian Book Distributors

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie