‘Kijk, dat is het goede christelijke geloof’…

Zo zijn we door Zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.’ (Uit Titus 3 vers 7)

Geciteerd 1a: De apostel Paulus leert ons dat wij door de genade en het geloof (1) van Christus gerechtvaardigd en erfgenamen van het eeuwige leven zijn (vgl. vers 7). Hij zegt niet: vanwege óns geloof worden wij erfgenamen maar door de genade en het geloof van Christus zijn (!) wij erfgenamen. Dat wil zeggen dat alleen Christus voor God in genade is – alleen Hij heeft volkomen op God vertrouwd – en hier op aarde als Mens in alles Zijn wil gedaan en is daarmee het eeuwig samenleven met God waard gebleken – en heeft het daarmee voor ons verdiend. Hij heeft dat werk van God hier op aarde dus niet voor Zichzelf gedaan, maar voor ons. Daarom zullen allen die in Hem geloven, Zijn weldaden op deze manier gebruiken: dat Zij door Hem en Zijn genade dit alles ontvangen, alsof zij zélf gedaan hadden wat Christus voor hen gedaan heeft. Kijk, hoe onzegbaar rijk het christelijk geloof is – wat voor onbegrijpelijk grote gaven ontvangen allen die geloven.

Opgemerkt: Geloven is niet ons werk, maar het is geheel een gave en werk van de Heilige Geest. Omdat alles dus van de kant van onze Drie-enige God komt, daarom kunnen en zullen ook onze kinderen gedoopt worden. De (zichtbare) Doop van een zuigeling illustreert nog het best wat het christelijk geloof is en hoe wat Christus voor ons verworven heeft ons wordt toegerekend. De Heilige Geest, Die ieder vast en zeker bij de Doop is/wordt toegezegd, zal niet nalaten om dat geloof in ons te werken als ouders en kinderen en wij allen de middelen die ons van God geschonken zijn trouw (gelovig en eerbiedig!) met elkaar en ieder ook persoonlijk gebruiken en daarin volharden.

Geciteerd 1b: Laten wij daaruit leren hoe kostbaar de prediking van het Evangelie (ook door het gebruik van de sacramenten Doop en Avondmaal) is, waarin dit alles verkondigd wordt. Daaruit zien we echter ook wat voor schade zij doen en hoe zij zielen verderven, die het Evangelie verzwijgen of verdraaien door wet, werk, ja, hun eigen mensenleer te verkondigen.
Daarom waarschuw ik voor valse prediking – ja, ook voor vals geloof. Steun niet op jezelf of op je geloof, verberg je in Christus, schuil onder Zijn vleugels, blijf onder Zijn mantel; Laat niet de eigen, maar Zijn gerechtigheid en Zijn genade ons kleed zijn (2), zodat wij niet door de genade die wij ontvangen hebben, maar, zoals Paulus het hier zegt: door Zijn genade een erfgenaam zijn van het eeuwige leven (vgl. Titus 3 : 7). Dat zegt de Psalm ook: ‘Hij zal u dekken met Zijn vlerken en onder Zijn vleugels zal uw hoop bevestigd worden‘ (vgl. Psalm 91 : 4). En Salomo zegt: ‘Mijn bruid is als een duif die nestelt in de holen van de steenrots en in de openingen van de muur‘ (vgl. Hooglied 2 : 14). Dat wil zeggen in de wonden van Christus wordt de ziel behouden. Kijk, dat is het goede christelijke geloof, dat niet in of bij zichzelf, maar geheel [buiten zichzelf] in Christus schuilt en onder Zijn vleugels behouden wordt. (3)
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 126, 1 – 127,6]

Geciteerd 2: Want als iemand moet bestaan voor Gods gericht, is het niet voldoende dat hij zegt: ‘Ik geloof en heb genade’ – alles wat van de mens is kan hem niet beschermen. De psalmist zegt: ‘De werken van de HEER zijn groot – Zijn gerechtigheid bestaat tot in eeuwigheid‘ (vgl. Psalm 111 : 2). Onder deze gerechtigheid kruipt, schuilt en verbergt hij zich, vertrouwt en gelooft zonder enige twijfel dat die hem zal behouden – zo gebeurt het ook! Hij wordt door het geloof behouden, niet omwille van zichzelf of omwille van zijn geloof, maar omwille van Christus en Zijn gerechtigheid, waartoe hij zijn toevlucht neemt. Het geloof dat zo niet doet, is geen echt geloof.
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 280, 21 – 282,3]

(1) Zie Romeinen 3 : 22-23.
(2) Zie Lukas 13 : 34 en Galaten 3 : 27.
(3) Overdenk hierbij ook de gelijkenis over het bidden van de farizeeër en de tollenaar (Lukas 18 : 9-14)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 23 vraag 61: ‘Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

De werken van de HEER zijn groot – Zijn gerechtigheid bestaat tot in eeuwigheid‘ (Uit Psalm 111 vers 2)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘alsof het Evangelie een leer- of wetboek zou zijn’…*

Geciteerd: We mogen van Christus geen ‘Mozes’ maken! Alsof Christus niet meer deed dan leren en een voorbeeld geven, zoals andere heiligen ook doen – alsof het Evangelie een leer- of wetboek zou zijn. Daarom zullen we het woord, het werk en het lijden van Christus op twee manieren verstaan: eenmaal als een gegeven voorbeeld, dat we zullen navolgen en beoefenen, zoals Petrus zegt: ‘Christus heeft voor ons geleden en ons een voorbeeld nagelaten’ (1 Petrus 2 : 21). Dat wil zeggen: als we zien dat Hij bidt, vast en de mensen liefdevol helpt, dat we dan zelf ook zo handelen wat onze naaste betreft. Dit is echter nog maar het geringste deel van het Evangelie. Hierom zou het zelfs nog geen Evangelie kunnen heten. Daarmee is Christus ons immers niet nuttiger dan een andere heilige. Om het maar kort te zeggen: hiervan [alleen navolging van een goed voorbeeld zonder Christus als onze Redder te aanvaarden en bezitten door het geloof] komen geen christenen maar huichelaars. Deze prediking (van Christus navolgen zonder Christus je bezit te weten door het geloof] is evenwel al voor langere tijd als de beste manier van preken aanvaard en in praktijk gebracht. Maar het behoort – Bijbels gezien en begrepen – heel wat hoger te komen met ons (in prediking en levenspraktijk). De grondleer van het Evangelie is namelijk: dat we Christus vóórdat we Hem als Voorbeeld aangrijpen, eerst gelovig aannemen en (er)kennen als de Gave en het Geschenk van God aan ieder van ons (in een gedoopte gemeente!) persoonlijk gegeven. Dus, als we zien en horen dat Hij iets doet of lijdt, dan mogen we niet twijfelen of Christus Zelf – met dit doen en lijden – is ons (persoonlijk) Eigendom. Dus zullen we ons zo op Hem verlaten, alsof we het zelf gedaan hadden, ja, alsof we zelf Christus zouden zijn. (…)
Daarover zegt de profeet: ‘Een Kind is ons geboren, een Zoon is aan ons gegeven’ (vgl. Jesaja 9 : 5). Is Hij aan ons gegeven? Dan moet Hij ons Eigendom zijn – op deze manier zullen wij Hem dan ook aannemen (1) als geheel aan ons gegeven (2).
Paulus zegt ook: ‘Hoe heeft Hij ons met Zijn Zoon niet alle dingen geschonken?’ (vgl. Romeinen 8 : 32). Kijk, wanneer we Christus zo geheel ontvangen als een Geschenk dat God aan ons geeft, en dat voor waar aannemen, dan zijn we christenen. Door dit geloof zijn we verlost van zonde, dood en hel en maakt dat we samen met Christus Overwinnaar(s) zijn. (3)
[Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, Ein klein Unterricht, usw., vgl. WA 10.1.1, 10, 20 – 12, 10 onverkort]

* Waarmee synodes zouden kunnen heersen over de gewetens van de gelovigen – lees hierbij 1 Johannes 1 : 1-4..

(1) Door het geloof dat gewerkt is door de Heilige Geest, Die ook aan mij geschonken is (zie hierbij Johannes 1 : 12-13).
(2) Zo wil Hij ook helemaal aan ons Zich geven bij en door ons deelnemen aan het Avondmaal – zie Johannes 6 : 52-59!
(3) Zie Kolossenzen 2 : 12-15.

Leestips: Romeinen 8 : 28-39 (vers 32!) en 1 Johannes 2 : 18-29 (vers 20-21!).
En zie ook deze blog: ‘Over cultuur christendom en radicaal christendom…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 23 vraag 60: ‘Hoe zijt gij rechtvaardig voor God’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Kinderen, jullie zijn gezalfd door de Heilige, en jullie allen weten dat‘ (Uit 1 Johannes 2 vers 20).

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over cultuurchristendom en radicaal christendom…

  1. ‘De kinderdoop heeft geleid tot cultuurchristendom’

Opgemerkt 1a: Cultuurchristendom vinden we juist daar waar de kinderdoop wel bediend wordt, maar waarvan dan toch niet beleden wordt dat zij terecht het bad van de wedergeboorte genoemd wordt. Wij dienen echter op grond van Gods Woord gelovig te erkennen en belijden dat de Heilige Geest daadwerkelijk aan de dopeling geschonken is en dat Hij direct ook het wederbarende werk ter hand neemt. Daarom zullen de ouders van een dopeling gelovig belijden dat dit gedoopte kind van hen ook een in Gods genade aangenomen kind van God is.
Opgemerkt 1b: Daar waar niet aanvaard wordt wat wij op grond van Gods Woord hebben te belijden over de Doop als bad van de wedergeboorte, daar zullen de kinderen (en veel volwassenen) dus wel noodzakelijkerwijs opgroeien in een cultuurchristendom. De Heilige Geest en Zijn wederbarende werk wordt hen ontzegd en totdat zij kunnen ontdekken dat ook zij bij de uitverkorenen en wedergeborenen behoren zullen zij het moeten doen met cultuurchristendom. Wel de vormen maar (nog) niet ‘de inhoud’…

  1. ‘De geloofsdoop heeft geleid tot radicaal christendom’

Opgemerkt 2a: Leidt een geloofsdoop tot radicaal christendom en welk soort christenleven zullen we op grond van Gods Woord tooien met de (positieve?) titel: radicaal christendom?
Opgemerkt 2b: Paulus spoort de Tessalonicenzen aan met: ‘Broeders en zusters, in Naam van de Heer Jezus vragen we jullie met klem te leven zoals wij het jullie hebben geleerd, dus zoals het God behaagt. Jullie doen dat al, maar wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen’; En even verder: ‘Over de onderlinge liefde hoeven we jullie niets te schrijven, want jullie hebben zelf van God geleerd hoe jullie in liefde met elkaar hebben om te gaan. Jullie doen dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar broeders en zusters, wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen’ (Zie 1 Tessalonicenzen 4 : 1 en 9-10.
Blijkbaar leidt de geloofsdoop (w.s. waren de meeste Tessalonicenzen als volwassenen gedoopt, alhoewel dat niet eens zeker is, wanneer er in die gemeente veel of grote gezinnen waren, dan kon het aantal gedoopte kinderen daar ook al groot zijn! Alle leden van de gemeente – oud en jong – worden door het onderwijs van Paulus aangespoord om zich – nog meer dan al gebeurd – te geven aan het dienen van het Koninkrijk van God) toch niet ‘vanzelf/automatisch’ tot een radicaal christendom. Wij allen hebben altijd weer aansporing nodig, of we nu als kind gedoopt werden of als volwassene. En we lezen in de brieven van onze Heer aan de zeven gemeenten in Klein Azië toch ook dat bij deze gemeenten niet vanwege hun geloofsdoop overal een radicaal christendom in praktijk werd gebracht. Sommige gemeenten moeten zelfs worden wakker geschud en weer ernstig aangespoord… (de ‘goeden’ niet te na gesproken: zie bijv. Openbaring 3 : 4).

Bron citaat: RD Opinie – ‘Kinderdoop en geloofsdoop beide gezegend in geschiedenis van de kerk’ – door Berend Coster (1)
(1) De auteur is emeritus predikant van de Iglesia Cristiana Reformada de Mataró en gepensioneerd medewerker van de SEZ in Spanje.

Maar dit heb ik tegen jullie: Jullie hebben de liefde van weleer opgegeven. Bedenk van welke hoogte jullie gevallen zijn. Breek met het leven dat jullie nu leiden en doe weer als eerst. Anders kom Ik naar jullie toe en neem Ik, als jullie geen berouw tonen, jullie lampenstandaard van z’n plaats.‘ (Uit Openbaring 2 de verzen 4-5)

Bron afbeelding: Christian Family Church Centurion

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Maar wat baat het ons dat wij dit Evangelie geloven?

[Behandelde tekst Matteüs 28 vers 10*, gepreekt op eerste Paasdag, 1531]

* Het Paasevangelie dat vrouwen als eerste(n) mochten verkondigen aan de bange discipelen.

Geciteerd: Christus is de enige en echte erfenis van alle gelovigen. Daarover spreekt Paulus: ‘Christus is voor ons gemaakt tot wijsheid en tot gerechtigheid en tot heiliging en tot verlossing, opdat, zoals geschreven staat: wie zich beroemt, zal zich in de Heere beroemen‘ (vgl. 1 Korintiërs 1 : 30 en Jeremia 9 : 23).(…)
Hier hebben we het eerste deel van onze erfenis die wij door Christus ontvangen: dat wij God echt leren kennen: Christus zegt: ‘Niemand kent de Vader dan alleen de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren‘ (vgl. Matteüs 11 : 27). Dit is nu de hoogste en de grootste wijsheid, waarbij vergeleken alle wijsheid van de wereld pure dwaasheid is. Hoewel wijsheid en kennis in deze wereld bewonderd worden, zijn zij slechts aards, tijdelijk en vergankelijk (zie o.a. Psalm 49). Déze wijsheid echter dat wij door Christus God leren kennen, dat God genadig en barmhartig is, dat is een eeuwige wijsheid en het eeuwige leven (zie o.a. Romeinen 11 : 32).
Het tweede deel van onze erfenis is: dat Christus voor ons gemaakt is tot gerechtigheid, Want wij leven niet alleen in zonden, maar zijn ook in zonden ontvangen en geboren (zie o.a. Psalm 51 : 7). Echter door Christus komen wij ertoe dat God onze zonden niet wil aanzien en die niet aan ons wil toerekenen, maar deze vergeten en vergeven. Dat is dus ‘rechtvaardig zijn’, als God ons voor rechtvaardig rekent (zie hierbij ook Lukas 18 : 9 en 14) [namelijk: door de toerekening van Christus gerechtigheid], hoewel wij tegelijk wat onszelf betreft arme en ellendige zondaren zijn.
Het derde deel van onze erfenis is: dat Christus voor ons door God gemaakt is tot heiliging. Niet alleen daardoor dat Hij, zoals in Johannes staat: ‘Zich voor ons heiligt en tot offer geeft (vgl. Johannes 17 : 19), maar ook dat Hij Zijn Heilige Geest aan ons schenkt. De Heilige Geest begint in ons een nieuw leven (het onweerlegbare bewijs daarvan ontvingen toen wij werden gedoopt), weerstaat de zonde en beweegt ons tot een hartelijke liefde en gehoorzaamheid aan God (dankbaarheid!).
Het vierde deel van onze erfenis is: dat Hij voor ons ook gemaakt is tot verlossing. Er mag zoveel aanvechting, nood, droefheid, vervolging en lijden komen als maar wil – dan is toch Christus bij ons en Hij zorgt voor ons. Daarom zullen wij eindelijk de overwinning behalen en de volkomen verlossing ontvangen, niet alleen een tijdelijke, maar een eeuwige verlossing (vgl. Jesaja 45 : 17).

[Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52, 256, 34 – 257, 31]

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 23 vraag 59: ‘Maar wat baat het u dat gij dit alles gelooft’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Leestip: Jesaja 45 : 17-25.

Bron afbeelding: Share a Verse – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Schuldvergeving het centrale/cruciale thema van het Evangelie!

Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
(Uit Johannes 1 uit vers 29)

Geciteerd: Het is algemeen bekend, hoe het heerlijk licht van het Evangelie van de zondenvergeving in de kerk van de middeleeuwen bijna geheel is uitgegaan en hoe donker de christenheid het heeft gekregen. De Bijbel was bijna en voor velen een gesloten boek geworden. Men kende Christus niet meer als de Zaligmaker, Die door de Vader uit Goddelijke ontferming gezonden was om zondaren te redden, maar wel als toekomstige Rechter van de wereld die niet alleen de heidenen in de verdoemenis zou werpen, maar ook de christenen die een gebrek aan goede werken bleken te hebben. Daarom studeerde Luther aan de hogeschool te Erfurt niet verder, maar werd hij monnik. Om een (volmaakt) heilig mens te worden. Hij werd er zelfs ziek van. Een oude kloosterbroeder troostte hem met het Credo, waarin toch de woorden stonden: ‘Ik geloof de vergeving van zonden’.
Onze hemelse Vader heeft direct na de eerste zonde van onze eerste voorouders – waarbij hun ongeloof aan Gods Woord aan het licht kwam – al beloofd een Verlosser te zullen zenden – de mens(heid) zou het/zich niet gaan redden in deze wereld. Hier bleek al dat Gods rechtvaardigheid voortkomt uit Zijn mensenliefde en God ging met Mozes – die Israël mocht gaan verlossen uit de slavernij in Egypte – om als met een vriend (Exodus 33 : 11). Hij deed Zich aan Mozes kennen als ‘barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar de schuldige – die zichzelf handhaaft door geen schuld te belijden – houdt Hij zeker niet voor onschuldig, de ongerechtigheid van zulke mensen bezoekt Hij aan hun kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.‘ Of schuld erkennen en belijden dus van belang is voor onszelf en voor onze kinderen en kindskinderen! De kerk van de oude bedeling – de gelovige kinderen van het Godsvolk Israël – beleed al: ‘O Jahweh, onze God! Gij hebt hen geantwoord, Gij zijt hen een vergevend God geweest, hoewel wraak doende over hun daden‘ (Psalm 99 : 8 ). Lees ook Daniël 9: ‘Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en Uw geboden bewaren; wij hebben U niet vertrouwd en daarom gezondigd en misdreven, we hebben goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest;… Want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van Uw grote barmhartigheden. O Here, hoor!, o Here, vergeef!
Lees ook in Psalm 103: ‘Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.‘ God heeft onder het Oude Testament de kinderen van Zijn volk menigmaal vergeven, zelfs aan David, zodat deze gezalfde koning Psalm 32 dichtte, die zo begon: ‘Welzalig hij, wiens overtredingen zijn vergeven, wiens zonde bedekt is.’ Maar het volle licht van Gods barmhartigheid werd openbaar, toen God Zijn verbond met de vaderen nakwam en Zijn Zoon zond tot een verzoening voor de zonde van de hele wereld (Titus 2 : 11, 3 : 4). Eerst heeft God Zijn Zoon gegeven en met de wereld vrede getekend op grond van Christus’ genoegdoening (2 Korintiërs 5 : 18-19).
Ach, wat treurig, dat de christelijke kerk deze schat door onkunde verloor. Hoe gelukkig, dat in de tijd van de grote Kerkhervorming het licht weer opging zoals Jezus eens zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie, wie Mijn woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij/zij is overgegaan uit de dood in het leven‘ (Uit Johannes 5 : 24 en zie ook 6 : 28-29). Hij heeft ons Zelf geleerd het Onze Vader te bidden, waarin niet alleen staat: ‘Geef ons heden ons dagelijks Brood’* maar ook: ‘En vergeef ons onze schulden. Dat zullen wij dan ook dagelijks bidden!

* Dat is: Het geloof en de opbouwende liefde en wijsheid van onze Heer Jezus Christus zoals we die ontvangen mogen door de kracht van de Heilige Geest. Zie hierbij het onderwijs van onze Heer in Lukas 11 : 1-13 en Matteüs 6 : 7-14!

Bron citaat: ‘De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost – door ds. C. Vonk ((1904-1993) in een bewerking daarvan door ds. F. Van Deursen – Buijten & Schipperheijn Motief (Amsterdam)

Dan had jij toch zeker ook meelij moeten hebben met die andere dienaar van mij, zoals ik medelijden heb gehad met jou?! En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in de handen van de gerechtsdienaars gaf tot hij zijn hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal Mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’ (Uit Matteüs 19 de verzen 33-35)

Bron afbeelding: LinkedIn

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Geloofs)Doop eenvoudig beeld van de bekering tot God?

Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij (door de Doop) met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd. Zo moeten jullie jezelf ook zien (jong en oud!): dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 7-11)

Geciteerd 1: Wie namelijk aan de wet gestorven is en door het geloof in Jezus Christus mocht opstaan, zal herkennen dat de doop door onderdompeling afbeeldt wat hij geestelijk heeft doorleefd.
Opgemerkt 1: De dopelingen waarover wij lezen in het Bijbelboek Handelingen kregen het onderwijs over de Doop (en het afsterven aan de wet) pas naderhand en zij konden dat afsterven aan de wet dus niet al doorleefd hebben bij hun Doop!

Geciteerd 2: Volgens Petrus is de doop de vraag van „een goed geweten tot God” (1 Petrus 3:21). Wie een gereinigd geweten heeft door de opstanding van Jezus Christus kan voor God staan in het doopwater. Dan wordt elk geweten in de kerk aangesproken. Zowel in de kerkgeschiedenis als vandaag zijn er talloze getuigenissen van zondaren die werden stilgezet door het bijwonen van een geloofsdoop.
Opgemerkt 2: Dat gereinigde (goede) geweten ontvangen wij bij/door de Doop vanwege de opstanding van Christus. Hoe zouden wij ooit aan een gereinigd geweten door de opstanding van Christus kunnen geraken als wij dat niet eerst ontvangen door de Doop. Wij lezen in Hebreeën 10 (waar de schrijver zich richt tot een gedoopte gemeente (oud én jong!): ‘Wij hebben nu een Hogepriester Die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water gewassen. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij Die de belofte gedaan heeft is trouw.’ (de verzen 21-23). Opdrachten die alleen aan gedoopte leden van een gemeente (mee)gegeven kunnen worden!

Geciteerd 3: In de zuigelingendoop wordt de ”afbeelding” veranderd. Besprengen is geen dopen (het Griekse woord ”baptizo” betekent: indopen, onderdompelen). Besprengen is geen begraven (Romeinen 6:4). Dit eigenwillig veranderen kan alleen maar leiden tot verwarring. En dat doet het ook, blijkens de eindeloze discussies over de betekenis van de zuigelingendoop.
Opgemerkt 3: Het gaat bij de Doop om een geestelijke zaak en een door de Geest bewerkt gebeuren (er is geen menselijke inbreng!) en of we dat nu gelovig aanvaarden en begrijpen uit besprenging of onderdompeling dat maakt niet uit! Als we maar begrepen hebben wat de Doop betekent voor een dopeling, of die fysiek of geestelijk nog een zuigeling is, dat maakt helemaal niet uit. Of Paulus moet het mis hebben gehad met zijn woorden aan (blijkbaar) de meerderheid van de gedoopte leden in Korinthe (zie 1 Korintiërs 3) en met zijn onderwijs in Romeinen 6; hij vraagt daar de gemeente: ‘Weten jullie dan niet – het is jullie toch onderwezen ná jullie Doop – dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus gedoopt zijn in Zijn dood. We zijn door de Doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij gedeeld hebben in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding.’ (Uit Romeinen 6 : 4-5). Het zal toch duidelijk zijn dat deze woorden over de Doop net zo goed waar zijn voor een gedoopte baby als voor een gedoopte volwassene. Wat worden alle leden door de Doop gelijk gesteld aan elkaar als leden van het Lichaam van Christus, die een nieuw leven mogen (gaan) leiden vanwege de opstanding van Christus. waaraan zij deel hebben gekregen. Niemand hoeft meer tegen een ander op te kijken! Lees het maar na in 1 Korintiërs 3!
En de woorden in Romeinen 6 maken ook duidelijk waarom de Doop het bad der wedergeboorte genoemd wordt en ook waarom niemand ook maar iets kan bijdragen – vooraf of naderhand – aan die wedergeboorte, die door de Heilige Geest wordt ingezet en voltooid en die wij geheel aan de kruisdood en opstanding van onze Heer te danken hebben. In Titus 3 : 3-7 wordt niet voor niets benadrukt dat het allemaal van Gods kant komt! En daarom kan ook een zuigeling al volop delen in redding en wedergeboorte!

Bron citaten: RD Opinie – ‘Geloofsdoop kan tot zegen zijn voor gereformeerde gezindte’ – door ds. R.J. Jansen (De auteur is predikant van de Bethabára Gemeente Veluwe)

Bron afbeelding: Christianbook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Neemt Avondmaal plaats van besnijdenis in?

Toen merkte Petrus op: “Wie kan nu nog weigeren deze mensen water te dopen, nu ze net als wij de Heilige Geest hebben ontvangen?”‘ (Uit Handelingen 10 vers 47)

Geciteerd 1: Als doop en besnijdenis grotendeels hetzelfde zijn, lopen we hiertegen aan: Timotheüs is inderdaad niet gedoopt (net als Paulus), maar wel besneden, door Paulus zelf in Lystre in Galatia (Handelingen 16:3). Uit de brief aan de Galaten en uit Handelingen 15:1-2 leren we dat er hevige ruzies zijn ontstaan over de vraag of gelovigen uit de heidenen besneden moeten worden. Nee, zegt Paulus: de Griek Titus hoeft niet besneden te worden (Galaten 2:3). En dat bepalen de apostelen in Jeruzalem ook (Handelingen 15:24). Paulus keert terug en dit is zijn eerste actie op zijn nieuwe zendingsreis: „Hij nam en besneed hem (Timotheüs, RB), om der Joden wil, die in die plaatsen waren; want zij kenden allen zijn vader, dat hij een Griek was” (Handelingen 16:3).

Opgemerkt 1: Leest deze mr. drs. Robert Braskamp dan in een andere Bijbel? We lezen in Handelingen 9 : 18 ‘Meteen was het alsof er schellen van Paulus ogen vielen (na de handoplegging van Ananias); hij kon weer zien stond op en liet zich dopen.’ En in Handelingen 22 : 16, waar Ananias zegt: ‘Wat aarzel je nog, Paulus? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn Naam aanroept.’
En wat Timoteüs betreft kunnen we aannemen dat hij gelijk met zijn moeder door Paulus of een van z’n medewerkers werd gedoopt. Lydia werd als gelovige vrouw – er staat dat ze God vereerde – ook met haar huis gedoopt. En Petrus doopte allen in het huis van Cornelius, nadat de Heilige Geest eerst op alle aanwezige uitgestort was (zie Handelingen 10 : 44-48) en ze gingen daarna niet eerst het Avondmaal vieren! Die Doop was voor hen later het onweerlegbare bewijs – niet die bijzondere uitstorting van de Heilige Geest of een Avondmaalsviering – dat ook zij nu met alle beloften en rechten en plichten in Christus’ gemeente waren ingelijfd. En hoe zou Timoteüs later de gemeenten de Doop hebben kunnen onderwijzen, naar het onderwijs dat Paulus daarover gegeven had en later ook opschreef in zijn brief aan de gemeente in Rome (zie Romeinen 6). En de Hebreeënbrief, die mogelijk een geschreven preek van Timoteüs is, daarin zegt de schrijver dat hij het onderwijs van de doop (leer over het dopen en de handoplegging en opstanding, zie Hebreeën 6 : 1-2) als eerste beginselen niet in deze preek/brief eerst nog weer ter sprake wil brengen…
En lees nog eens na wat we horen over de Doop in Galaten 3 : 27-29 en in Kolossenzen 2 : 9-15 en we kunnen nog wel meer Schriftplaatsen noemen.

Geciteerd 2: Ds. Van Ruitenburg benadrukt wat Calvijn goed aanvoelde: doop en besnijdenis functioneren beide als inwijdingsritueel. Daarom zegt hij: „In de optiek van baptisten zijn hun kinderen geen verbondskinderen.” Zoals gezegd laat ik de theologische betekenis van de doop verder links liggen. Maar ik wil nog wel een extra inzicht toevoegen: dat niet de doop maar het avondmaal de plaats van de besnijdenis inneemt.

Opgemerkt 2: Het vergoten bloed bij het Avondmaal herinnert ons niet aan het besnijdenisbloed van een zuigeling van acht dagen, maar aan het bloed van het Pesach-Lam dat voor ons geslacht werd.
Citaat: Er zijn verschillende gebruiken en speciale ingrediënten die bij dit pesachmaal horen. Er wordt een lam geslacht en het bloed van het dier wordt aan de deurposten gestreken. Zo gebeurde dat ook in de nacht waarin het volk werd bevrijd. In die nacht werden de eerstgeborenen van Egypte gedood.

Opgemerkt slot: Bij de besnijdenis gaat het dus niet om het bloed dat daar vloeit, maar om het aanbrengen van een niet meer terug te draaien teken aan het lichaam van een Joods jongetje of man. De Doop is ook een onuitwisbaar teken en zegel, maar dan voor het geloof.

Bron citaat RD opinie | Ingezonden: – ‘Niet doop maar avondmaal neemt plaats van besnijdenis in’ – door mr. drs. Robert Braskamp.

In Hem zijn jullie ook besneden, net door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen jullie gedoopt werden zijn jullie immers met Hem begraven, en met Hem zijn jullie ook tot leven gewekt, omdat jullie geloven in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt.‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 11-12)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Waar geen vergeving is, kan ook geen heiligheid zijn’…

‘Als U de zonden blijft gedenken, Heer,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.’
(Uit Psalm 130 de verzen 3-4)

Geciteerd: Ik geloof dat er op aarde een heilig volkje is, een gemeente van enkel heiligen (door het geloof gerechtvaardigden, zie Lukas 18 : 14), onder één Hoofd, Christus, door de Heilige Geest samengeroepen, in één geloof, zin en verstand, met menigerlei gaven, eendrachtig in de liefde, zonder sekte of scheiding. Daarvan ben ik een deel en lidmaat, deel- en medegenoot van alle heilsgoederen die zij heeft. Door het werk van de Heilige Geest ben ik daartoe gebracht, daarin ingelijfd (door de Doop) en omdat ik Gods Woord heb gehoord en nog hoor. Dit is het begin van het binnengaan in Christus’ gemeente. Want tevoren, toen wij nog niet hiertoe waren gekomen (lees Efeziërs 2) stonden wij onder de macht van de duivel, als mensen die van God en Christus niets afwisten. Op deze manier (door Sacrament en Woord) blijft de Heilige geest bij de heilige gemeente of christenheid tot op de jongste dag. Door deze [gemeente] trekt Hij ons tot Zich en gebruikt Hij haar om het Woord te prediken en te verbreiden, en door dit Woord brengt Hij de heiliging (w.o. dagelijkse vergeving) tot stand en vermeerdert haar. zodat zij dagelijks toeneemt en kracht ontvangt door het geloof en ook de vruchten van het geloof voortbrengt.
Verder geloven wij dat wij in de christenheid (Christus’ gemeente) vergeving van zonden ontvangen door de heilige sacramenten en de vrijspraak en bovendien door allerlei troostwoorden uit het Evangelie. Het is trouwens nodig dat dit onophoudelijk doorgaat. Want hoewel Gods genade door Christus is verworven en de heiligheid door de Heilige Geest tot stand wordt gebracht door Gods Woord in de gemeenschap met de christelijke kerk, zijn wij toch nooit zonder zonde vanwege ons vlees (menselijke natuur) dat ons nog aan de hals hangt. Daarom is alles in de christenheid daartoe aangesteld, dat men er dagelijkse vergeving van zonden kan verkrijgen door Woord en sacrament, om ons geweten te vertroosten en op te beuren, zolang wij nog hier leven. Zo bewerkt dan de Heilige Geest – hoewel wij nog zonden doen – dat de zonde ons geen schade kan doen, omdat wij in de christenheid zijn waar enkel vergeving van zonden is, namelijk zowel dat God ons vergeving schenkt, als dat wij elkaar vergeven, elkaar dragen en opbeuren. Buiten de christenheid echter, waar het Evangelie niet is, is ook geen vergeving, zoals er (dan) ook geen heiligheid kan zijn.
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 190, 4-33]

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 21 vraag 54: ‘Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

De tollenaar echter bleef op afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij keerde gerechtvaardigd naar huis terug, maar de ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’ (Uit Lukas 18 vers 14)

Kinderen, laat niemand jullie misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods Zaad is blijvend in hem. Hij kan zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig (van vergeving!) leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft (geen vergeving schenkt!).’ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over (samen) ‘naar “de kerk” gaan’ gesproken…

[Wat we belijden over de heilige algemene Christelijke Kerk]

Geciteerd: Het Christelijk Geloof noemt de heilige christelijke kerk een communio sanctorum (‘een gemeenschap der heiligen’). De begrippen ‘kerk’ en ‘gemeenschap’ zijn aan elkaar gelijk. Als men het goed wilde weergeven (vertalen), dan moest er in onze taal iets anders staan. Want het Griekse woord voor ‘kerk’, ‘ecclesia’ betekent in onze taal ‘gemeente’. Wij zijn echter gewend aan het woord ‘kerk’, dat de meeste mensen niet opvatten als een bijeenkomen van mensen, maar als een gewijd huis of gebouw. Hoewel het huis alleen daarom ‘kerk’ genoemd moest worden omdat een kleinere of grotere groep christenen daar samenkomt. Want wij die daar samenkomen, kiezen een bepaalde ruimte en noemen dat huis naar de groep mensen die daar samenkomen (in Naam van Christus Jezus, onze Heer). Zo betekent het woordje kerk eigenlijk niets anders dan ‘algemene samenkomst (bijeenkomst)’. Het is van oorsprong een Grieks woord. De Grieken noemde het namelijk ‘kyria’. Daarom moeten we het eigenlijk in onze taal noemen ‘een christelijke gemeente of samenkomst (bijeenkomst)’, of misschien nog het best: ‘een heilige christenheid’. Ook het woord ‘communio’, dat daarbij gevoegd is, moet niet vertaald worden, met ‘gemeenschap’ (1), maar met ‘gemeente’.
Het is dan ook niet anders dan een uitleg, om aan te duiden wat de christelijke kerk (die wij belijden) eigenlijk is. Wil men het in onze eigen taal goed weergeven, dan moeten we zeggen ‘een gemeente der heiligen’, dat is ‘een gemeente van louter (2) heiligen’ of nog beter ‘een heilige gemeente’. Ik geef er daarom hier zoveel aandacht aan, opdat men deze woorden toch goed zal leren verstaan (begrijpen en toepassen), omdat de gewoonte [om het verkeerd te begrijpen en toe te passen] zo ingeworteld is dat men het moeilijk weer kan uitroeien (3). Ook wordt het heel gauw voor ketterij gehouden als je het woord (en het begrijpen en toepassen ervan) veranderen wilt.
Waarom noemen wij deze gemeenschap ‘christenheid’, of waarom worden wij ‘christenen’ genoemd? Daarmee wordt aangewezen dat de hele christenheid geen ander hoofd heeft – ook niet op aarde – dan alleen Christus. Dat is duidelijk: want zij draagt geen andere naam dan alleen de Naam van Christus. Daarom schrijft Lukas dat de discipelen in Antiochië, die in het begin naar hun stad genoemd werden (4), spoedig een andere naam kregen, want in Antiochië werden de gelovigen [ongeacht waar zij woonden of bijeen kwamen] voor het eerst ‘christenen’ genoemd (vgl. Handelingen 11 : 26).
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 189,6-190,6; WA 6, 295, 7-11]

(1) Lees hierbij ook Efeziërs 3 : 14-21!
(2) De apostelen spreken ook altijd een hele gemeente met al haar (gedoopte!) leden zo aan!
(3) Dat wij bij het woord kerk in de eerste plaats aan een ‘geheiligd Godshuis’ denken met daarin tijdens de ‘erediensten’ ook nog een aparte ‘geestelijkheid’, die zich van het ‘gewone kerkvolk’ onderscheidt met ‘aangeklede heiligheid’ (of het nu bijzondere mantels en mijters zijn of zwarte pakken met of zonder hoge hoed) en een bijzonder soort vroom en eerbiedwaardig vertoon daar, dat is dus niet naar het onderwijs van Gods Woord!
(4) Vanuit Jeruzalem gezien eerst de ‘gelovigen te Antiochië’ genoemd.

> Zie hierbij ook nog de inhoud van deze blog: ‘God de Vader van elke gemeenschap

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 21 vraag 54: ‘Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Dan zullen jullie samen met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat jullie vervuld zouden worden tot heel de volheid van God.’ (Uit Efeziërs 3 uit de verzen 18-19)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij zal eeuwig bij jullie blijven’…

[Behandelde tekst Johannes 14 vers 16]

Geciteerd 1: Christus zegt: ‘En ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie zal blijven tot in eeuwigheid‘ (vgl. vers 16). Christus zegt dit omdat zijn gelovigen niet alleen in de wereld (en zelfs ook in de kerken) veel haat, vervolging en benauwdheid moeten verduren, maar ook omdat zij van binnen met de duivel en hun eigen hart, dat is met zonde en zwakheid, te strijden hebben. In de wereld zijn zij nu op alle manieren ellendig en verlaten en kunnen zij nergens troost vinden. Zij moesten wel geheel wanhopen als zij niet op een bijzondere manier door sterke Goddelijke vertroosting vanuit de hemel staande werden gehouden. De wereld heeft rust en vrede, geld en goed, is zonder vrees en schrik. Zij vraagt niet naar Gods toorn of genade en is bovendien goedsmoeds dat zij geen troost nodig heeft.
De arme gelovigen echter die daartoe geroepen en gedoopt zijn, dat zij in Christus geloven en bij Hem blijven, hebben zeer wel een Trooster nodig. Eén Die hen versterkt en staande houdt, zodat zij alles kunnen verduren en verdragen.
Daarom, omdat Ik nu van jullie heenga‘ – zegt Hij – ‘en niet meer zichtbaar bij jullie kan zijn, en omdat nu ook jullie lijden begint, wil ik jullie daarin niet verlaten en zonder troost laten zijn. Tot nu toe hebben jullie wel vreugde en troost gehad door Mijn tegenwoordigheid, maar dat is slechts een tijdelijke en zichtbare troost geweest, die toch eenmaal moest ophouden. Want Ik kan niet eeuwig op deze manier bij jullie zijn. Hoe zou ik anders tot Mijn heerlijkheid gaan en Mijn Koninkrijk door jullie uitbreiden?

Geciteerd 2: Want hoewel het waar is dat de Heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling verkondigde Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: ‘Hoe zouden zij kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?‘ (vgl. Romeinen 10 : 14). Daarom noemt Christus Hem een Getuige. Nu echter, bij dit getuigen hoort de mond en het woord van de apostelen en van allen die het Evangelie van Christus op basis van het geschreven Woord rein en zuiver verkondigen. Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten totdat de Heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt, of direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, daar zullen we Hem zoeken en gelovig vertrouwen dat Hij Zijn werk, dat Hij aan en in ons al begonnen is met en door de Doop, niet zal loslaten, maar volbrengen.

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 20 vraag 53: ‘Wat gelooft gij van de Heilige Geest’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wij apostelen zijn net als Christus (hier op aarde) zwak (en sterfelijk), maar jullie zullen merken dat wij net als Hij leven door Gods kracht*.’ (Uit 2 Korintiërs 13 uit vers 4)
* Zie hierbij ook 1 Johannes 4 : 11-21.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie