‘Onophoudelijk geheiligd en gereinigd worden’…

‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt dat geloof?’

[Behandelde tekst: Johannes 14 : 26]

Geciteerd:Dit heb ik jullie gezegd terwijl ik nog bij jullie was, maar de Trooster, de Heilige Geest. Die Mijn Vader zenden zal, Die zal jullie alles leren, en zal jullie in herinnering brengen alles, wat ik jullie gezegd heb‘ (vgl. vers 26). (…)
Wij moeten op de teksten waarin Christus over de Heilige Geest spreekt, met aandacht letten. Zoals ook op deze woorden: ‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie zal blijven in eeuwigheid‘ (Johannes 14 : 16).
Uit deze teksten leren wij dat de christenheid niet alleen de belofte heeft dat de Heilige Geest altijd bij haar zal blijven, maar ook dat Hij haar tot de jongste dag zal leren en in herinnering brengen wat Christus gesproken en bedoeld heeft. (1)
Daarmee wordt betuigd dat de Heilige Geest bij de christenheid is en haar heilig maakt. Dat doet Hij door de bediening van het Woord en door Doop en Avondmaal, waardoor Hij inwendig het geloof en de kennis van Christus in het hart werkt. Het Woord en de sacramenten zijn de werktuigen en middelen waardoor de Heilige Geest onophoudelijk de gemeente heiligt en reinigt. Dát is dan ook de reden waarom zij heilig is voor God.
Het is dus volstrekt niet om wat wij zelf doen of zijn, maar alleen omdat de Heilige Geest aan ons gegeven is. (2)
Dit is werkelijk een zeer nodige troost voor de christenen, zodat ze niet twijfelen dat de christelijke kerk in deze wereld zal blijven bestaan te midden van ongelovigen, heidenen, ketters en geestdrijvers. Ja zelfs omringd door de ellendige duivel met zijn engelen. (3)
Door de belofte van Christus zijn wij ervan verzekerd en kunnen we vrolijk roemen en er alles op wagen, leven en sterven, dat wij de Heilige Geest hebben (4) – namelijk wij die het Woord van onze Heere Christus hebben en dat ook altijd weer gelovig aannemen. (5)
Daaruit kunnen wij besluiten wie en wat ook tegen mij is, duivel, dood en zonde, toch ben ik heilig. (6) Dat ik in Christus geloof en Hem heb leren kennen, het Woord en het gebruik van Doop en Avondmaal goed begrijp, dat heb ik niet door eigen kracht of wijsheid, maar door de Heilige Geest. (7)

(1) We zien dat o.a. in praktijk gebracht in Handelingen 6 : 1-7 (verkiezing diakenen) en in Handelingen 15 (apostelconvent in Jeruzalem).
(2) Wie zal daarom reden kunnen hebben om gedoopte leden die hun afhankelijkheid en geloof belijden af te houden van het Avondmaal met het argument dat hun geloof niet meer dan een ‘historisch geloof’ zal zijn, terwijl toch ook aan hen de Heilige Geest geschonken is?
(3) Die beschermende en bewarende macht ligt dus niet in de handen van synodes en de middelen die zij menen te moeten inzetten om de kerk bij Christus te bewaren.
(4) Zie 1 Johannes 2 : 23-29.
(5) Zie 1 Timoteüs 3 : 14-16.
(6) Zie Romeinen 8 : 16-17 en 8 : 31-39.
(7) Zie 1 Korintiërs 2 : 3-5.

Zie hierbij ook deze blog(s): ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 65: ‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt dat geloof?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij/zij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij, Jezus Christus is gekomen door water en bloed – niet door water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is.’ (Uit 1 Johannes 5 uit de verzen 5-12 : 5-6)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Daarom gebruikt Christus het woordje ‘waarheid’…

‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ (vervolg)

[Behandelde tekst: Johannes 17 : 19]

Geciteerd:En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in waarheid.‘ (vgl. vers 19). Merk op hoe Christus hier zo duidelijk met de Vader spreekt over de echte heiligheid. Hij waarschuwt ook ons met deze woorden, opdat wij de echte heiligheid niet mislopen. Want Christus heeft goed gezien hoe moeilijk en aangevochten het is – ook zelfs (beter: juist) voor christenen (1) – om niets bij zichzelf te zoeken en zelf niets te doen om heiligheid te verkrijgen (2). Daar wil niemand aan: dat hij/zij zich aan het Woord moet houden en in Christus’ volmaakte heiligheid moet kruipen (beter: laten omkleden door de Doop, zie Galaten 3 : 28) (3). Daarom gebruikt Christus het woordje ‘waarheid’ en zet het tegenover de leugens van heel de (kerk/werk)wereld en alle menselijke heiligheid. ‘Mijn heiligheid’ – zegt Hij – ‘is de ware heiligheid en maakt alleen heilig.’ Als dat zeker is, zullen we toch concluderen moeten dat al het andere vergeefse moeite, ja, dat alles verdoemd is waardoor men voor God heilig denkt te worden. Want het gaat niet samen: dat Christus’ bloed alleen heilig maakt én dat ons leven en werk heiligheid zouden verkrijgen. Zelfs al zouden alle monnikenordes, alle heilige vaders, Franciscussen, Hieronymussen, ja ook het leven van Johannes de Doper zelf zijn. (4) Hoezeer het ook de beste werken zijn, dan worden ze toch onheilig en verdoemelijk als men inbeelding en verwaandheid van heiligheid daaraan hangt tot smaad en lastering van het bloed en de dood van Christus. (5)
Aan de andere kant, waar dit geloof is: dat alleen Christus’ heiligheid voor God geldt, en door het geloof ónze heiligheid is, daar maakt dit geloof ook ons hele leven en al ons (gewone) werk(en) heilig. En dit niet om de verdienste van het geloof, maar om het geloof waaruit de werken voortkomen. Daaruit kunnen we nu oordelen, als ons gevraagd wordt: wat toch de heiligste en het heiligste leven op aarde is – de geestelijke stand? Nee, niets anders dan de gewone christelijke stand. Dat is het leven van hen die geloven dat Christus alleen onze heiligheid is. Het hele leven van gelovige vaders en moeders, heren en knechten, ieder van ons met al ons doen en werken wordt alleen daarom heilig genoemd, omdat de persoon heilig is en hun werken vruchten van het geloof zijn. (6)

(1) Daarom die aanvechtingen waarin de boze ook zeker een belangrijke rol speelt en onze onheiligheid gebruiken wil om ons te deprimeren en anderen smalend en lasterend over je te laten spreken.
(2) Dat is wat ik toch dankzij Gods genade heb leren inzien en belijden: het Evangelie dat (ook) mij bij en door de Doop al verkondigd werd is en blijft waar door alles heen.
(3) Ook onze gedoopte (en gelovige) broeders en zusters zullen we in hun strijd en moeiten niet ‘naakt’ verklaren en te schande zetten, maar altijd weer ‘omkleed’ zien met Christus.
(4) We mogen ook wel leren om minder ophef te maken over de levens en bekeringen en (eigen) woorden en theologie van mensen als Augustinus, Calvijn, Jonathan Edward, Spurgeon, etc., etc.
(5) Daarom had Augustinus er goed aan gedaan om de vrouw die hij zich genomen had te huwen en hun kind op te voeden en dat in alle nederigheid en eerbaarheid samen met haar te doen in plaats van zich op te werpen als welbespraakte voorganger met een bijzondere bekering (waardoor de regels van 1 Timoteüs 3 : 1-7 voor hem niet golden). Het had velen heel wat niet zelf in de Bijbel – maar veel in zijn boeken – lezen bespaard!
(6) Die vruchten zullen we ook met geloofsogen kunnen zien bij onszelf en bij anderen. Wanneer je als gelovig kind van God je leven lang gelovig de middelen hebt gebruikt, dan zal je met verwondering terug kunnen zien op je leven en God ervoor loven en danken!

> Zie ook de vorige blog: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 64: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat je jezelf niet hoger moet aanslaan dan je kunt verantwoorden, maar verstandig (en dus bescheiden) over jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven…’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-3 : 3)

Bron afbeelding: kdmanestreet

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maakt deze leer (1) niet zorgeloze en goddeloze mensen?’

[Behandelde tekst: Romeinen 12 vers 2-3]

Geciteerd: Paulus heeft in deze brief eerst – zoals hij gewoon is – de voornaamste stukken van de christelijke leer onderwezen, van wet zonde en geloof. (2) Namelijk hoe men rechtvaardig wordt voor God en eeuwig leven ontvangen, zoals jullie wel weten en dikwijls gehoord hebt en nog dagelijks kunt horen, namelijk dat er twee stukken te leren en te prediken zijn. Eerst moet men ervoor zorgdragen dat het geloof in Christus goed gepredikt wordt, Daarna, dat de vruchten en goede werken goed geleerd en verklaard worden.
Tot de leer van het geloof behoort [in de eerste plaats], dat wij – als gedoopte gemeente! (zie het belijden van Zondag 1 van de HC) – horen (leren en weten) wat zonde, wet en dood is én wat zonde werkt. Idem [in de tweede plaats], hoe wij tot leven gebracht zijn en worden en daarin blijven. Op deze manier onderwijst Paulus de gemeente(n) in al zijn brieven. Eerst van het geloof in Christus, en plant een goede boom (zie 1 Korintiërs 3 vers 6!), net als wie een goede boomgaard wil kweken, goede stekken moet planten (3). Zo doet Paulus ook: eerst plant hij goede (van God gegeven!) stekken en leert hij hoe goede stekken tot vrucht gevende bomen kunnen uitgroeien: dat is gelovig leven en zalig sterven. Dat alles heeft hij beschreven tot aan het twaalfde hoofdstuk. Dan leert hij [in de derde plaats] over de vruchten van het geloof – ook zoals die blijken zullen in het samenleven van de gemeente – tot aan het einde van de brief, opdat we geen verdwaalde (of zelfs valse) christenen zullen zijn die alleen de naam dragen, maar in de praktijk niet van het leven niet weten wat Christus van ons vraagt. Dat is dus de prediking van de goede werken zoals Gods Woord ons die leert opdat wij godzalig zullen leven als mensen die niet thuishoren in deze wereld, maar in het eeuwige leven dat we reeds nu al in beginsel ontvangen hebben (zie o.a. Johannes 6 : 25-40). Tenminste, als we oprecht geloven, zodat we na het geloof niet opnieuw in de wereld terechtkomen (4), zoals Paulus kort ervoor gezegd heeft: ‘Verander je door de (voortdurende) vernieuwing van je gemoed’ (vgl, Romeinen 12 : 2). Dan spreekt hij over de goede werken, die men door het onderwijs van Gods Woord en ontvangen Doop en Avondmaal in en door het geloof zal doen, tot aan het einde van de brief,

(1) In feite hebben de nadere reformatie theologen deze vraag met ‘ja’ beantwoord en ze hebben hun ‘nadere reformatie theologie’ ontwikkeld om die zorgeloosheid tegen te gaan en van hun hoorders ernstig godsdienstige mensen maakt, die voortaan eerst maar eens uit hun bevindingen moeten zien op te maken hoe het er nu – wat de eeuwigheid betreft – met hen voorstaat. En ze hebben de kuddes van hun Herder omheind met wolfwerende hekken van allerlei eigen makelij en ze rennen daarom heen om die te onderhouden (met sociale druk in hun gemeenschappen en met het rigoureus handhaven van belijdenisgeschriften, ook d.m,v. bindende synodebesluiten…). Er is meer aandacht voor de hekwerken dan voor de schapen, en de schapen die binnen de hekwerken zijn, die worden nog aan het twijfelen gebracht of ze daar wel horen en een deel van de kudde sluit men liever buiten! Maar dat de kudden geweid dienen te worden in ‘Gods vrije natuur’ (Lees Psalm 23!) en dat de leidschapen en heel de kudde de stem van de Goede Herder dienen te volgen – en dat de leidschapen die niet mogen ‘overmekkeren’ (met hun theologie) en de kudde(n) opsluiten (d.m.v. hun tradities en hanteren van de belijdenisgeschriften) – dat is men blijkbaar vergeten!
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1546, vgl. WA 51m 123m 15 – 124, 33]
(2) En dat onderwijs dus aan gedoopte gemeente(n) waar iedereen deelnam aan het ‘breken van het brood’.
(3) Denk bij die stekken aan de mensen die vaak op één preek al ‘het geloof’ aanvaardden en zich met hun huis lieten dopen: De verzamelde Joden in Jeruzalem, de Ethiopiër en Cornelius en zijn huis (Handelingen 2, 8 en 10), Lydia en de gevangenbewaarder in Fillipi (Handelingen 16). Laat jullie dopen en je zult de Heilige Geest ontvangen die jullie helpen zal het Evangelie en apostolisch onderwijs te verstaan en toe te passen in jullie levens.
(4) Zie de ernstige waarschuwingen in de brieven aan de zeven gemeenten (m.n. Openbaring 3 : 1-6 en 14-21).

Zie ook: ‘Onderwijs van Romeinenbrief ook al in de Psalmen te vinden…‘ en ook ‘Daarom gebruikt Christus het woordje waarheid…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 24 vraag 64: ‘Maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat je jezelf niet hoger moet aanslaan dan je kunt verantwoorden, maar verstandig (en dus bescheiden) over jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven…’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-3 : 3)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onderwijs van de Romeinenbrief al in de Psalmen te vinden!

‘Niets dan lucht zijn de kinderen van Adam,
niets dan een leugen de mensenkinderen,
in de weegschaal gaan ze omhoog,
samen zijn ze lichter dan lucht. (1)

Vertrouw niet op geweld,
op iets vluchtigs als geroofd bezit,
ook al groeien geld en goed,
houd je hart er van vrij. (2)

Eenmaal heeft God gesproken,
tweemaal heb ik het gehoord:
“De macht is aan God.”
Bij U, HEER, is ontferming,
U beloont ieder mens naar zijn daden. (3)

Bij God is onze redding en eer,
onze machtige Rots en Schuilplaats is God.

Vertrouw op Hem, kinderen van Gods volk
en doe dat altijd weer.
Open voor hem jullie hart,
God is onze schuilplaats.’

(Uit Psalm 62 de verzen 8-12, lees ook de verzen 1-8)

(1) Zie de woorden in Romeinen 1 t/m 3 : 20.
(2) De wortel van alle kwaad is de geldzucht, want geld en goed beloven en schenken ons een onafhankelijk gevoel en sluiten ons hart* voor de behoeftige naasten.
* Onze portemonnee blijft dan heus nog wel op een kiertje (of wat meer) staan en daar zijn we dan heel trots op.
(3) Daden die zijn voortgekomen uit de dankbaarheid, die de heilige Geest door het geloof en het trouw gebruik van de middelen – zo eenvoudig mag het zijn! – in onze harten werkt – Zie 1 Romeinen 12 : 1-2 waar Paulus ons schrijft over de nieuwe gezindheid waaruit we mogen leven en kunnen leven door het geloof.

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Maandelijkse Meditatie uit de Geschriften van Dr. Martinus Luther (juni 2025)

“Als goud door vuur beproefd”

Opdat uw geloof rechtschapen en veel waardevoller bevonden zal worden dan het vergankelijke goud, dat door vuur wordt beproefd, tot lof, prijs en eer, wanneer Jezus Christus wordt geopenbaard.

1 PETRUS 1:7 (weergave DB 1545)

Opdat uw geloof rechtschapen en veel waardevoller bevonden zal worden dan het vergankelijke goud, dat door vuur wordt beproefd …

Hier laat Petrus met duidelijke woorden de vrucht en het nut van de aanvechtingen zien die de gelovigen, zowel van de vervolgers alsook van de dwepers(1moeten ervaren. Hij zegt: ze dienen ertoe dat het geloof, daardoor beproefd, ‘rechtschapen en veel waardevoller bevonden zal worden dan het vergankelijke goud, dat door vuur wordt beproefd’. Op die manier moeten kruis en tegenspoed ertoe dienen dat je het valse geloof van het ware geloof zult kunnen onderscheiden. Gods hand grijpt ons aan, opdat ons geloof beproefd zal worden en voor de wereld openbaar zal komen. Zodat andere mensen ook tot het geloof worden gebracht en ook wij daarvoor worden geloofd en geprezen. Want zoals wij God loven, zo zal Hij ons ook weer loven, prijzen en eren. Daarin zullen dan de schijnheilige huichelaars tot schande moeten komen, die het kruis en de tegenspoed niet op de juiste manier tegemoet gaan.

Het vuur waarover Petrus spreekt brengt aan het goud geen schade toe. Het verteert het niet en het wordt daardoor ook niet minder in gewicht. Het vuur is juist nuttig, omdat het alle toevoegingen uitbrandt, zodat het goud geheel wordt gereinigd en gelouterd. Zo is het ook met het vuur of de hitte der vervolging en de vele verdrukkingen. Deze veroorzaken veel pijn en brengen voor de oude mens veel ellende, zodat zij die daardoor worden geoefend, soms ook moedeloos en ongeduldig zijn. Maar het geloof wordt erdoor gezuiverd en gelouterd, als doorlouterd goud of zilver. Dit kunnen wij met geen werken tot stand brengen. Want hoe kan een uitwendig werk het hart inwendig rein maken? Als het geloof nu zó wordt beproefd, dan moet alles wat toevoeging en bedrog is, verdwijnen en wegvallen. Daarop zal dan een heerlijke dank, lof en prijs volgen, wanneer Christus geopenbaard zal worden.

Want zo is het ook met het christelijke leven gesteld: het moet altijd toenemen, heiliger en reiner worden. Eerst komen wij tot geloof door de prediking van het Evangelie; door het geloof worden wij voor God rechtvaardig en heilig. Aangezien we echter nog in het vlees leven, dat zonder zonde niet kan zijn, wekt het vlees de zonde nog steeds op, houdt ons terug en hindert ons, zodat wij niet zo volkomen heilig en rein zijn als we wel zouden moeten zijn. Daarom werpt God ons midden in het vuur, dat is: in aanvechting, lijden en verdrukking. Op die manier worden wij meer en meer gereinigd, tot aan onze dood toe. Zodoende wordt niet alleen de zonde in ons gedood, maar wordt ook ons geloof beproefd en vermeerderd. Waarom dit alles? Opdat wij van dag tot dag meer worden verzekerd van ons geloof; opdat in ons verstand de Goddelijke wijsheid en kennis toenemen; opdat de Schrift voor ons steeds helderder en duidelijker wordt, waardoor we de onzen beter door de heilzame leer kunnen aansporen, en de tegensprekers kunnen weerleggen. Had de duivel ons in de afgelopen jaren niet zo woedend aangegrepen met geweld en list, dan zouden wij tot deze zekerheid in de leer nooit zijn gekomen. Ook zouden de artikelen van de christelijke gerechtigheid en de leer van het geloof zo helder niet aan de dag zijn getreden. Vandaar dat Paulus zegt in 1 Korinthe 11 vers 19: ‘Immers moeten er ook sekten onder u zijn, opdat de beproefden onder u openbaar worden.’ En Christus zegt in Mattheüs 18 vers 7: ‘Er moeten ergernissen onder u komen.

… tot lof, prijs en eer, wanneer Jezus Christus wordt geopenbaard

Ook kunnen wij niet vrolijk zijn en erbij staan lachen wanneer wij zien dat het de vijanden van de Goddelijke waarheid geheel naar hun zin en wens gaat. Vooral niet als zij hier allerlei blijdschap en vreugde hebben, als zij rijk, welvarend en machtig zijn en hun grootspreken en opscheppen geen maat of einde heeft. En als wij daarentegen arm, ellendig en veracht zijn. Petrus zegt echter: als het er zo met ons aan toegaat, dan staat het er goed met ons voor. Want ons geloof moet op deze manier door veel verdrukkingen oprecht worden bevonden, opdat wij daardoor worden versterkt en getroost tegen zo’n ergernis, en opdat wij ons over de goddelozen niet vertoornen, maar medelijden met hen hebben. Dan moeten wij denken: wat helpt het hen, dat ze zo rijk en vrolijk zijn, en bovendien alle eer en macht van de wereld hebben? Hoe lang zullen zij het bezitten? Ze zijn er immers geen ogenblik zeker van? Ja, voordat zij eraan denken, verandert alles voor hen, zodat ze met de rijke man eeuwig gebrek moeten lijden. En wel zo erg, dat zij zelfs geen druppel water kunnen bemachtigen, en in plaats van hun korte vreugde eeuwige treurigheid en droefenis moeten ontvangen.

Aan de andere kant, hoewel wij nu voor een korte tijd angst en verdriet ondergaan, toch hebben we vrede in Christus, omdat wij de ware schat hebben, die beter en kostbaarder is dan al de heerlijkheid en het goed van deze wereld, namelijk Zijn lieve betrouwbare Woord, dat ons over eeuwige, hemelse goederen predikt, die in de hemel voor ons bewaard worden, zoals Petrus zegt. Daarom willen we nu wel een korte tijd tezamen met alle uitverkorenen lijden, en Christus het kruis nadragen. Ons ook met Hem laten smaden en met geduld Zijn zalige en troostrijke openbaring en verschijning verwachten. Namelijk, wanneer Hij in Zijn heerlijkheid zal verschijnen met al Zijn heiligen, en wonderlijk zal zijn in al Zijn gelovigen (2 Thessalonicenzen 1:10). Dan zal onze lof, prijs en heerlijkheid beginnen en eeuwig duren! Daarmee vertroosten wij ons: ‘En roemen wij, vanwege de hoop der toekomstige heerlijkheid, die God zal geven. En niet alleen dat, maar wij roemen ook vanwege de verdrukking, omdat wij weten dat verdrukking geduld werkt, en geduld ervaring, en ervaring hoop; en de hoop beschaamt ons niet, omdat de liefde van God is uitgegoten in onze harten door de Heilige Geest, Die ons is gegeven’ (Romeinen 5:3).

[Epistel S. Petri gepredigt und ausgelegt, vgl. W(2) 9, 1130 ff (1539) en WA 12, 272 ff (1523)]

(1)    Duits: Rotten (ook wel Schwärmer of Sacramentarier) – Luthers verzamelnaam voor het bonte gezelschap van fanatieke, enthousiaste (meest dopers georiënteerde) predikers die doorgaans buiten de gevestigde orde optraden, en daardoor onrust veroorzaakten in kerk en staat.

Het is toegestaan om deze citaten en meditaties afzonderlijk (met een goede intentie) geheel of gedeeltelijk te publiceren in kerkbladen, brochures en tijdschriften.

Het is echter niet toegestaan meerdere citaten of meditaties te bundelen en in boekvorm te verspreiden zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming.

Bij publicatie (indien mogelijk) graag met bronvermelding: www.maartenluther.com

Wilt u deze Luthercitaten en meditaties ter kennismaking doorsturen aan familie en vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand onze wekelijkse citaten en maandelijkse meditaties zelf ook graag wil ontvangen. 

Aan- en afmelden: Bij voorkeur via e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van www.maartenluther.com met vermelding: meditaties.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over onze heiliging door de Heilige Geest…

[Citaat uit de Grote Catechismus, 1529]

Ik geloof in de Heilige Geest, een heilige christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen [=bij Luther: de gemeente der heiligen], vergeving van zonden, opstanding des vleses en een eeuwig leven. Amen.’

Geciteerd: Dit artikel kan niet beter weergegeven worden dan met het woord ‘heiliging’, omdat hierin de Heilige Geest en Zijn ambt wordt aangeduid en afgebeeld, namelijk dat Hij heilig maakt. Daarom moeten wij staan op dit woord Heilige Geest, omdat het zo kort is samengevat dat men het niet beter kan omschrijven. Er zijn immers meerdere soorten geest in de Schrift, zoals de geest van de mens, hemelse geesten en boze geesten. Maar Gods Geest alleen heet een Heilige Geest, omdat Hij ons geheiligd (gezalfd) heeft (1) en nog heiligt. Want zoals de Vader Schepper en de Zoon Verlosser heet, moet ook de Heilige Geest wegens Zijn werk ‘Heiliger’ of ‘Heiligmaker’ heten. Maar hoe gebeurt dat heiligen dan?
Antwoord: Zoals de Zoon Zijn heerschappij ontvangt, waardoor Hij ons verwerft door Zijn geboorte, sterven en opstaan enzovoort – zo werkt de Heilige Geest de heiliging door de volgende dingen: de gemeente der heiligen of wel de christelijke kerk, vergeving van zonden, opstanding van het menselijk lichaam en het eeuwige leven. Dat wil zeggen: dat Hij ons eerst brengt in Zijn heilige gemeente (2) en ons legt in de schoot der kerk, waardoor Hij ons Christus verkondigt en ons tot Christus brengt (2). Want u/jij of ik zouden nooit in Christus kunnen geloven en Hem als Heere ontvangen, wanneer het ons niet door de prediking van het Evangelie, door de Heilige Geest aangeboden en geschonken werd/wordt en in ons hart gelegd. Het werk (!) is voldaan en volbracht, want Christus heeft voor ons de schat verworven en gewonnen door Zijn lijden, sterven en opstanding enzovoort – maar als dit werk verborgen bleef, zodat niemand het wist, dan zou het tevergeefs en verloren zijn geweest. Opdat deze schat niet begraven blijft, maar toegepast en genoten wordt, heeft God het Woord laten uitgaan en verkondigen en daarin de Heilige Geest gegeven om deze schat en verlossing bij ons thuis te brengen – ons altijd weer in oren en hart te brengen, ook door Doop en Avondmaal – en ons in eigendom (3) te geven.
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl, WA 30.1, 187m 18 – 188,15]

(1)+(2) Het is helemaal het werk van de Heilige Geest geweest wanneer wij lidmaat zijn van een christelijke gemeente. Begrijpen we dan ook wat voor een kwaad werk een synode kan aanrichten in Gods heilige gemeente, die door de Heilige Geest Zelf geheiligd is en wordt – lees hierbij ook (maar weer) de woorden van de apostel Johannes in 1 Johannes 2 : 18-28.
(3) Het is dus niet tot eigendom van een synode gegeven en deze zal zich dan ook niet zo hebben te gedragen dat het lijkt alsof dat wel zo is.

> Zie ook deze blogs: ‘Dat de Heilige Geest ook een Goddelijke Persoon is…‘ en
… alsof het Evangelie een leer- of wetboek zou zijn…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 20 vraag 53: ‘Wat gelooft gij van de Heilige Geest’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Jullie echter zijn gezalfd door de Heilige en jullie allen weten dat. Ik schrijf jullie niet omdat jullie de waarheid niet zouden kennen (zie Johannes 14 : 16-17!), maar juist omdat jullie die wél kennen en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. Bestaat er een groter leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de Christus is?‘ (Uit 1 Johannes uit de verzen 18-28 : 20-22)

Bron afbeelding: Audio Bible Scriptures

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Dat de Heilige Geest ook een Goddelijke Persoon is…

[Uit een Catechismuspreek over de Heilige Drie-eenheid, 1535]

Geciteerd: Christus, onze Zaligheid Zelf, getuigt en verklaard ons duidelijk dat de Heilige Geest eeuwig, almachtig God is, anders zou Hij het bevel van de Heilige Doop niet op deze manier samenvatten. Namelijk: dat men in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest moet dopen (vgl. Matteïs 28 : 19). Omdat Hij echter de verordening van de doop met duidelijke woorden zo voorschrijft, moet daaruit volgen dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is, in gelijke macht en heerlijkheid met de Vader en de Zoon van eeuwigheid. Zo niet, dan zou Christus Hem in zulke werken, die vergeving van zonden en eeuwig leven betreffen, naast Zich en Zijn Vader niet noemen. Dit zegt Christus ook: ‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie blijve in eeuwigheid. De Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet (vgl. Johannes 14 : 16). Op deze tekst moeten we letten, want daarin kunnen we het onderscheid tussen de drie Personen van de Drie-eenheid zien. ‘Ik’, zegt Hij, ‘Zal de Vader bidden.’ Daar hebben we de twee Personen, Christus de Zoon Die bidt, en de Vader tot Wie gebeden wordt dat Hij een andere Trooster zal geven, Als deze Trooster door de Vader gegeven moet worden, dan kan de Trooster niet de Vader Zelf zijn. Christus Die om deze Trooster bidt, kan ook Zelf de Trooster niet zijn. Hij zegt immers dat Hij een andere Trooster zal geven. Dat de drie Personen hier op het nauwkeurigst omschreven worden, valt niet te ontkennen. Zoals de Vader en de Zoon twee onderscheiden Personen zijn, zo is ook de derde Persoon, de Heilige Geest, een andere persoon dan de Vader en de Zoon. En is toch alleen één eeuwige God, Wie nu deze derde Persoon is, leert de Heere als Hij zegt: ‘Wanneer echter de Trooster zal komen, Die ik jullie zenden zal, de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.’ Hier spreekt Christus niet alleen over het ambt en het werk van de Heilige Geest, maar ook over Zijn Wezen. Want Hij zegt: dat Hij van de Vader uitgaat. Dat is zoveel gezegd: dat Zijn uitgang zonder begin is, van eeuwigheid.
[Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535m vgl. WA 52, 340,30-341,19]

Zie ook deze blog: ‘Over onze heiliging door de Heilige Geest…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 20 vraag 53: ‘Wat gelooft gij van de Heilige Geest’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster* geven, opdat Hij bij jullie blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar jullie kennen Hem, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.‘ (Uit Johannes 14 de verzen 16-17)
* Het grondwoord voor Trooster is ook te vertalen als: advocaat, pleitbezorger, verdediger;

Bron afbeelding: Daily Devotional in Christ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een preek* met heilige bezieling…

‘… maar ze konden niet op tegen de Heilige Geest Die hem bezielde…’
(Uit Handelingen 6 : 8-15 uit vers 10)

Opgemerkt 1a: De predikant* wees ons erop dat er bij de eerste verkiezing van ambtsdragers (in de ‘Pinkstergemeente’ te Jeruzalem) gesproken werd over het vinden van wijze mannen die goed bekend staan én die vervuld zijn met de Heilige Geest. Dat laatste genoemde ‘criterium’ dat was volgens de predikant nog nooit ter sprake gekomen bij het vinden en kiezen van ambtsdragers in al die jaren dat hij predikant was. Hij zei dat men (en hij ook?) wel verondersteld (!) zal hebben dat de betreffende voorgedragen en/of gekozen ambtsdragers de Heilige Geest ontvangen hadden.
Opgemerkt 1b: Wanneer men van een gedoopte gemeente vraagt – zoals dus in Jeruzalem gebeurde, zie Handelingen 6 : 1-6 – om zulke ‘met de Geest vervulde’ mensen aan te wijzen en te kiezen, dan ‘veronderstelt’ men bij de gemeente (haar leden) toch door de Heilige Geest geopende harten en geloofsogen om te kunnen zien van welke mensen in hun midden dat speciaal gold, namelijk dat zij die taak in de gemeente ook zouden kunnen vervullen, want de Geest geeft niet iedereen dezelfde gave(n) en bekwaamheden, maar we weten wel zeker dat alle gedoopte leden de Heilige Geest ontvangen hebben met de gave(n) zoals Hij die aan ieder toebedeelt. (1)

Opgemerkt 2a: We hoorden in de preek ook over het verschil tussen het dopen van Johannes de Doper en het gedoopt worden met de Heilige Geest. Volgens de predikant doopte Johannes uitwendig met water en daarbij riep hij ook op tot bekering, maar in beide gevallen betrof het toch niet meer dan de buitenkant en bleef het bij een uitwendig gebeuren.
Opgemerkt 2b: Wat de predikant hier beweert doet geen recht aan wat geschreven is over de doop waarmee Johannes de Doper doopte! Op grond van wat wij lezen in de vier evangeliën kunnen we stellen dat in de dagen van het optreden van Johannes de Doper, de Heilige Geest zijn werkterrein verlegd had van de ‘college- en raadszalen’ van de leiders in Jeruzalem naar de plaats waar Johannes de Doper de mensen opriep tot bekering en hen doopte in de Jordaan. De Heilige Geest was toen nog niet uitgestort zoals later op het Pinksterfeest (Handelingen 2), maar Hij was daar wel aan het werk en door de heilige bezieling (2) waarmee Johannes profeteerde over de komst van de Messias, gingen de mensen verwachtingsvol uitzien naar de (nabije) komst van de Messias en wilden ze zich door bekering voorbereiden op Zijn komst. Juist tollenaren en gewone mensen hadden voor zijn prediking geopende oren en harten (3) en wat het gevolg daarvan was dat lezen we in Lukas 7 : 29-30: ‘Ze brachten hulde aan Gods gerechtigheid’. Van de Farizeeërs en Schriftgeleerden lezen we dat zij het werk, dat de Heilige Geest in hun tijd door Johannes de Doper en onze Heer en later door de discipelen/apostelen wilde doen, hebben genegeerd, weersproken en weerstaan.

Opgemerkt 3: We mogen toch aannemen dat ds. Vos niet heeft willen beweren dat ook de waterdoop die wij hebben ondergaan (als kind of als volwassene) niet meer dan een uitwendig gebeuren is (geweest). Want wanneer we dat zouden beweren, dan valt dat zeker onder het ‘schenden van de tempel van de Heilige Geest’, zoals een gedoopte gemeente dat door de Geest in haar geestelijke samenhang is als het ‘Lichaam van onze Heer’ en zoals de gedoopte leden dat ook persoonlijk zijn door inwoning van de Heilige Geest. En ook in de (christelijke) huwelijken, waar de echtgenoten één lichaam zijn geworden hebben we te maken met ‘schenden van de tempel van de Heilige Geest’ wanneer we die eenheid ontkennen en verbreken. Of dat nu door één of beide huwelijkspartners gebeurd of door invloed van ‘buitenaf’ (lasteren, stoken en organiseren door broeders en/of zusters, w.o. leden van het pastoraat) dat maakt niet uit. Dán is er sprake van een zeer ernstige vorm grensoverschrijdend gedrag!

(1) Zie o.a. 1 Korintiërs : 4-9 en hoofdstuk 12.
(2) Die heilige bezieling werd juist node gemist in het soort wetsprediking dat het volk hoorde van de Farizeeën Schriftgeleerden (zie o.a. Matteus 7 : 28-29).
(3) Zoals we dat ook lezen van Lydia in Handelingen 16 en die werd toen met haar huisgenoten gedoopt met water en zij allen ontvingen daarbij toen ook de heilige Geest, al dienen we te beseffen dat Hij al daarvoor aan het werk was geweest in Lydia’s hart en die van haar huisgenoten. Waar het Evangelie verkondigd wordt, daar brengt Hij Gods Woord tot in de harten van de hoorders – zie hierbij o.a. Matteüs 13 : 18-23).

> Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Over het werk van de Geest…

* Leerzame preek van ds. Ton Vos (NGK Ede) in de ochtenddienst van NGK ‘De Ontmoeting’ op zondag 8 juni 2025 in Barneveld.
De preek beluisteren via deze link (start bij begin van de preek): https://youtu.be/rt0-rw4BTvU?t=2434

Alle mensen (w.o. ook de tollenaars), die Jezus woorden over Johannes de Doper hoorden, brachten hulde aan Gods gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen. Maar de Farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.‘ (Uit Lukas 7 de verzen 29-30)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Het eigen onbehagen (niet!) projecteren op de ander’…

Plotseling klonk er vanuit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag.’
(Uit Handelingen 2 de verzen 1-12 : 2)

Geciteerd: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter, Ik kom bij jullie terug’, beloofde Jezus voor zijn hemelvaart. Daarom kwam de pinksterwind. Die wind laat zich niet wegduwen of overstemmen, omdat God erin aanwezig is.
Politici kunnen een land verweesd achterlaten, maar een land kan ook zichzelf verwezen. CDA-leider Henri Bontenbal stipt dat in een interview met deze krant aan. Veel mensen kennen hun eigen identiteit niet meer, zegt hij. ‘Niets is gemakkelijker dan het onbehagen dat sluimert in je ziel, te projecteren op een ander.’ (1)
De Geest van Pinksteren geeft herkenning over lands- en taalgrenzen heen. Die Geest is een pleitbezorger, helper en trooster tegelijk, en laat je anders kijken. Naar politici bijvoorbeeld, maar zeker ook naar jezelf.

Opgemerkt: Vul voor politici maar in je broeders en zusters in het geloof (binnen eigen gemeente maar ook over gemeente en kerkgrenzen heen) en ook je ‘bloedeigen’ echtgenoot of echtgenote (je bent toch samen één geworden?) en kinderen en familie kunnen slachtoffer worden van dat onbehagen dat in je leeft en dat tot allerlei vormen van de ander onrecht doen leidt wanneer je het niet met de van God gegeven middelen weet of wilt bestrijden!

(1) Koning Saul is daarvan een Bijbels voorbeeld. Jaloersheid vervulde zijn hart.

Leestip 1: Psalm 54 – van David, die moest vluchten voor zijn eigen broeders en schoonfamilie en toen ook nog door ‘vreemden’ verraden werd aan koning Saul.

Leestip 2: Overdenking van Derek Prince: ‘De harten veranderen

Leestip 3: Overdenking van D. Martyn Lloyd Jones: ‘Over Gods reddende genade… (III, slot)

Bron citaat: ND Opinie – ‘De Geest van Pinksteren laat je met andere ogen kijken, naar politici en naar jezelf’ – door Gerard Beverdam (Politiek journalist)

Ik laat jullie Mijn vrede na; Mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat Ik wegga en bij jullie terug zal komen. Ik vertel jullie dit nu, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.’ (Uit Johannes 14 uit de verzen 27-31 : 27-29)

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het werk van de Geest…

‘Zoals de regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aardbodem te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit Mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug
niet zonder eerst te doen wat Ik wil
en te volbrengen wat Ik gebied,
(Uit Jesaja 55 de verzen 10-11)

Geciteerd: ‘In evangelische en charismatische kring wordt bij het werk van de Geest vooral gedacht aan tongentaal, genezingen en profetie – aan bijzondere, spectaculaire uitingen. God breekt van buiten binnen, in onze wereld, als een ‘deus ex machina’, een duveltje uit een doosje. Eigenlijk is dat een modernistische gedachte.
Dan ben je dus totaal kwijt dat de Geest zich ook present stelt in het gewone leven, als voedende kracht. Als we dat losmaken van God als gever, dan hebben we in feite een agnostische of atheïstische manier van kijken.
Vroeger kwam de betrokkenheid van God op het alledaagse leven aan de orde in de ‘voorzienigheidsleer’, of aangeduid als ‘algemene genade’. Maar die laatste term klinkt me vlak, te gewoontjes. Want het is allerminst vanzelfsprekend als mijn lichaam herstelt in de nacht, als de zon opkomt, als de tuin bloeit – in het alledaagse is Gods Geest actief, als bron van ‘‘goedheid voor het oprapen’’.
Als je daar oog voor hebt, kijk je anders aan tegen de boterham op je bord, tegen het functioneren van je lichaam, tegen de politiek, tegen eigendom.
Je merkt dat ik de genadegaven breder trek, het gewone leven in. Veel te vaak wordt het werk van de Geest versmald. Het is zaak dat we – met de bijbelse gegevens in de rug – tot een begrip komen dat recht doet aan die breedte.
De Geest is het uiterste raakpunt van Gods bemoeienis met ons; die betrokkenheid is veelsoortig en divers.’

Opgemerkt 1: In bovenstaande geciteerde woorden kan ik me goed vinden!
Opgemerkt 2: Wanneer Paulus spreekt over de bijzondere kracht en bijstand van de Heilige Geest, dan heeft hij het niet over bijzondere genezingen en visioenen, etc, maar hij zegt over die ‘overweldigende kracht’ van de Geest, die dus niet van hemzelf komt: ‘We worden van alle kanten (ook vanuit de gemeenten) belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld, We worden vervolgd, maar we worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden (door het geloof levenden) worden omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijk bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is de dood in ons werkzaam, en in jullie het leven. ‘ (Uit 2 Korintiërs 4 : 8-12)
En verder ook: ‘We willen juist laten zien dat we dienaren van God zijn, door altijd te volharden in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de Heilige Geest en ongeveinsde liefde, door verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en we verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid, we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid, we zijn vreemdelingen, maar toch bij iedereen bekend, we sterven, maar toch leven we, we worden gestraft, naar niet ter dood veroordeeld, we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles. Wij zeggen jullie dit alles ronduit gedoopte leden van de gemeente in Korinthe, want wij hebben jullie in ons hart gesloten. Niet wij schieten in genegenheid voor jullie tekort, maar jullie in genegenheid voor ons. (Uit 2 Korintiërs 6 : 4-13)

> Zie eventueel ook nog deze blog: ‘Een preek met heilige bezieling…

Bron citaat: ND Geloof – ‘De Geest is aanwezig in het dagelijks leven, ziet deze theoloog. ‘Dan kijk je anders naar je boterham’’ – door Koos van Noppen

Maar volgens mij heeft God, ons apostelen, de laatste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl jullie dankzij Christus zo geweldig wijs bent (menen ze!); wij zijn zwak, terwijl jullie zo geweldig sterk zijn (menen ze!); jullie staan in enorm in aanzien (daar hebben die leiders wel voor gezorgd), terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd. dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn we het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.’ (…) ‘Sommigen van jullie doen alsof ze heel wat zijn… Maar ik zal spoedig tot jullie komen, indien de Here het wil, en dan zal ik wel te weten komen of die opscheppers het bij woorden laten of dat ze werkelijk kracht bezitten. Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.’ (Uit 1 Korintiërs 4 de verzen 9-13 en 18-21)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie