Maar wat baat het ons dat wij dit Evangelie geloven?

[Behandelde tekst Matteüs 28 vers 10*, gepreekt op eerste Paasdag, 1531]

* Het Paasevangelie dat vrouwen als eerste(n) mochten verkondigen aan de bange discipelen.

Geciteerd: Christus is de enige en echte erfenis van alle gelovigen. Daarover spreekt Paulus: ‘Christus is voor ons gemaakt tot wijsheid en tot gerechtigheid en tot heiliging en tot verlossing, opdat, zoals geschreven staat: wie zich beroemt, zal zich in de Heere beroemen‘ (vgl. 1 Korintiërs 1 : 30 en Jeremia 9 : 23).(…)
Hier hebben we het eerste deel van onze erfenis die wij door Christus ontvangen: dat wij God echt leren kennen: Christus zegt: ‘Niemand kent de Vader dan alleen de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren‘ (vgl. Matteüs 11 : 27). Dit is nu de hoogste en de grootste wijsheid, waarbij vergeleken alle wijsheid van de wereld pure dwaasheid is. Hoewel wijsheid en kennis in deze wereld bewonderd worden, zijn zij slechts aards, tijdelijk en vergankelijk (zie o.a. Psalm 49). Déze wijsheid echter dat wij door Christus God leren kennen, dat God genadig en barmhartig is, dat is een eeuwige wijsheid en het eeuwige leven (zie o.a. Romeinen 11 : 32).
Het tweede deel van onze erfenis is: dat Christus voor ons gemaakt is tot gerechtigheid, Want wij leven niet alleen in zonden, maar zijn ook in zonden ontvangen en geboren (zie o.a. Psalm 51 : 7). Echter door Christus komen wij ertoe dat God onze zonden niet wil aanzien en die niet aan ons wil toerekenen, maar deze vergeten en vergeven. Dat is dus ‘rechtvaardig zijn’, als God ons voor rechtvaardig rekent (zie hierbij ook Lukas 18 : 9 en 14) [namelijk: door de toerekening van Christus gerechtigheid], hoewel wij tegelijk wat onszelf betreft arme en ellendige zondaren zijn.
Het derde deel van onze erfenis is: dat Christus voor ons door God gemaakt is tot heiliging. Niet alleen daardoor dat Hij, zoals in Johannes staat: ‘Zich voor ons heiligt en tot offer geeft (vgl. Johannes 17 : 19), maar ook dat Hij Zijn Heilige Geest aan ons schenkt. De Heilige Geest begint in ons een nieuw leven (het onweerlegbare bewijs daarvan ontvingen toen wij werden gedoopt), weerstaat de zonde en beweegt ons tot een hartelijke liefde en gehoorzaamheid aan God (dankbaarheid!).
Het vierde deel van onze erfenis is: dat Hij voor ons ook gemaakt is tot verlossing. Er mag zoveel aanvechting, nood, droefheid, vervolging en lijden komen als maar wil – dan is toch Christus bij ons en Hij zorgt voor ons. Daarom zullen wij eindelijk de overwinning behalen en de volkomen verlossing ontvangen, niet alleen een tijdelijke, maar een eeuwige verlossing (vgl. Jesaja 45 : 17).

[Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52, 256, 34 – 257, 31]

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 23 vraag 59: ‘Maar wat baat het u dat gij dit alles gelooft’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Leestip: Jesaja 45 : 17-25.

Bron afbeelding: Share a Verse – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Schuldvergeving het centrale/cruciale thema van het Evangelie!

Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
(Uit Johannes 1 uit vers 29)

Geciteerd: Het is algemeen bekend, hoe het heerlijk licht van het Evangelie van de zondenvergeving in de kerk van de middeleeuwen bijna geheel is uitgegaan en hoe donker de christenheid het heeft gekregen. De Bijbel was bijna en voor velen een gesloten boek geworden. Men kende Christus niet meer als de Zaligmaker, Die door de Vader uit Goddelijke ontferming gezonden was om zondaren te redden, maar wel als toekomstige Rechter van de wereld die niet alleen de heidenen in de verdoemenis zou werpen, maar ook de christenen die een gebrek aan goede werken bleken te hebben. Daarom studeerde Luther aan de hogeschool te Erfurt niet verder, maar werd hij monnik. Om een (volmaakt) heilig mens te worden. Hij werd er zelfs ziek van. Een oude kloosterbroeder troostte hem met het Credo, waarin toch de woorden stonden: ‘Ik geloof de vergeving van zonden’.
Onze hemelse Vader heeft direct na de eerste zonde van onze eerste voorouders – waarbij hun ongeloof aan Gods Woord aan het licht kwam – al beloofd een Verlosser te zullen zenden – de mens(heid) zou het/zich niet gaan redden in deze wereld. Hier bleek al dat Gods rechtvaardigheid voortkomt uit Zijn mensenliefde en God ging met Mozes – die Israël mocht gaan verlossen uit de slavernij in Egypte – om als met een vriend (Exodus 33 : 11). Hij deed Zich aan Mozes kennen als ‘barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar de schuldige – die zichzelf handhaaft door geen schuld te belijden – houdt Hij zeker niet voor onschuldig, de ongerechtigheid van zulke mensen bezoekt Hij aan hun kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.‘ Of schuld erkennen en belijden dus van belang is voor onszelf en voor onze kinderen en kindskinderen! De kerk van de oude bedeling – de gelovige kinderen van het Godsvolk Israël – beleed al: ‘O Jahweh, onze God! Gij hebt hen geantwoord, Gij zijt hen een vergevend God geweest, hoewel wraak doende over hun daden‘ (Psalm 99 : 8 ). Lees ook Daniël 9: ‘Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en Uw geboden bewaren; wij hebben U niet vertrouwd en daarom gezondigd en misdreven, we hebben goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest;… Want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van Uw grote barmhartigheden. O Here, hoor!, o Here, vergeef!
Lees ook in Psalm 103: ‘Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.‘ God heeft onder het Oude Testament de kinderen van Zijn volk menigmaal vergeven, zelfs aan David, zodat deze gezalfde koning Psalm 32 dichtte, die zo begon: ‘Welzalig hij, wiens overtredingen zijn vergeven, wiens zonde bedekt is.’ Maar het volle licht van Gods barmhartigheid werd openbaar, toen God Zijn verbond met de vaderen nakwam en Zijn Zoon zond tot een verzoening voor de zonde van de hele wereld (Titus 2 : 11, 3 : 4). Eerst heeft God Zijn Zoon gegeven en met de wereld vrede getekend op grond van Christus’ genoegdoening (2 Korintiërs 5 : 18-19).
Ach, wat treurig, dat de christelijke kerk deze schat door onkunde verloor. Hoe gelukkig, dat in de tijd van de grote Kerkhervorming het licht weer opging zoals Jezus eens zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie, wie Mijn woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij/zij is overgegaan uit de dood in het leven‘ (Uit Johannes 5 : 24 en zie ook 6 : 28-29). Hij heeft ons Zelf geleerd het Onze Vader te bidden, waarin niet alleen staat: ‘Geef ons heden ons dagelijks Brood’* maar ook: ‘En vergeef ons onze schulden. Dat zullen wij dan ook dagelijks bidden!

* Dat is: Het geloof en de opbouwende liefde en wijsheid van onze Heer Jezus Christus zoals we die ontvangen mogen door de kracht van de Heilige Geest. Zie hierbij het onderwijs van onze Heer in Lukas 11 : 1-13 en Matteüs 6 : 7-14!

Bron citaat: ‘De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost – door ds. C. Vonk ((1904-1993) in een bewerking daarvan door ds. F. Van Deursen – Buijten & Schipperheijn Motief (Amsterdam)

Dan had jij toch zeker ook meelij moeten hebben met die andere dienaar van mij, zoals ik medelijden heb gehad met jou?! En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in de handen van de gerechtsdienaars gaf tot hij zijn hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal Mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’ (Uit Matteüs 19 de verzen 33-35)

Bron afbeelding: LinkedIn

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Geloofs)Doop eenvoudig beeld van de bekering tot God?

Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij (door de Doop) met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd. Zo moeten jullie jezelf ook zien (jong en oud!): dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 7-11)

Geciteerd 1: Wie namelijk aan de wet gestorven is en door het geloof in Jezus Christus mocht opstaan, zal herkennen dat de doop door onderdompeling afbeeldt wat hij geestelijk heeft doorleefd.
Opgemerkt 1: De dopelingen waarover wij lezen in het Bijbelboek Handelingen kregen het onderwijs over de Doop (en het afsterven aan de wet) pas naderhand en zij konden dat afsterven aan de wet dus niet al doorleefd hebben bij hun Doop!

Geciteerd 2: Volgens Petrus is de doop de vraag van „een goed geweten tot God” (1 Petrus 3:21). Wie een gereinigd geweten heeft door de opstanding van Jezus Christus kan voor God staan in het doopwater. Dan wordt elk geweten in de kerk aangesproken. Zowel in de kerkgeschiedenis als vandaag zijn er talloze getuigenissen van zondaren die werden stilgezet door het bijwonen van een geloofsdoop.
Opgemerkt 2: Dat gereinigde (goede) geweten ontvangen wij bij/door de Doop vanwege de opstanding van Christus. Hoe zouden wij ooit aan een gereinigd geweten door de opstanding van Christus kunnen geraken als wij dat niet eerst ontvangen door de Doop. Wij lezen in Hebreeën 10 (waar de schrijver zich richt tot een gedoopte gemeente (oud én jong!): ‘Wij hebben nu een Hogepriester Die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water gewassen. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij Die de belofte gedaan heeft is trouw.’ (de verzen 21-23). Opdrachten die alleen aan gedoopte leden van een gemeente (mee)gegeven kunnen worden!

Geciteerd 3: In de zuigelingendoop wordt de ”afbeelding” veranderd. Besprengen is geen dopen (het Griekse woord ”baptizo” betekent: indopen, onderdompelen). Besprengen is geen begraven (Romeinen 6:4). Dit eigenwillig veranderen kan alleen maar leiden tot verwarring. En dat doet het ook, blijkens de eindeloze discussies over de betekenis van de zuigelingendoop.
Opgemerkt 3: Het gaat bij de Doop om een geestelijke zaak en een door de Geest bewerkt gebeuren (er is geen menselijke inbreng!) en of we dat nu gelovig aanvaarden en begrijpen uit besprenging of onderdompeling dat maakt niet uit! Als we maar begrepen hebben wat de Doop betekent voor een dopeling, of die fysiek of geestelijk nog een zuigeling is, dat maakt helemaal niet uit. Of Paulus moet het mis hebben gehad met zijn woorden aan (blijkbaar) de meerderheid van de gedoopte leden in Korinthe (zie 1 Korintiërs 3) en met zijn onderwijs in Romeinen 6; hij vraagt daar de gemeente: ‘Weten jullie dan niet – het is jullie toch onderwezen ná jullie Doop – dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus gedoopt zijn in Zijn dood. We zijn door de Doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij gedeeld hebben in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding.’ (Uit Romeinen 6 : 4-5). Het zal toch duidelijk zijn dat deze woorden over de Doop net zo goed waar zijn voor een gedoopte baby als voor een gedoopte volwassene. Wat worden alle leden door de Doop gelijk gesteld aan elkaar als leden van het Lichaam van Christus, die een nieuw leven mogen (gaan) leiden vanwege de opstanding van Christus. waaraan zij deel hebben gekregen. Niemand hoeft meer tegen een ander op te kijken! Lees het maar na in 1 Korintiërs 3!
En de woorden in Romeinen 6 maken ook duidelijk waarom de Doop het bad der wedergeboorte genoemd wordt en ook waarom niemand ook maar iets kan bijdragen – vooraf of naderhand – aan die wedergeboorte, die door de Heilige Geest wordt ingezet en voltooid en die wij geheel aan de kruisdood en opstanding van onze Heer te danken hebben. In Titus 3 : 3-7 wordt niet voor niets benadrukt dat het allemaal van Gods kant komt! En daarom kan ook een zuigeling al volop delen in redding en wedergeboorte!

Bron citaten: RD Opinie – ‘Geloofsdoop kan tot zegen zijn voor gereformeerde gezindte’ – door ds. R.J. Jansen (De auteur is predikant van de Bethabára Gemeente Veluwe)

Bron afbeelding: Christianbook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Neemt Avondmaal plaats van besnijdenis in?

Toen merkte Petrus op: “Wie kan nu nog weigeren deze mensen water te dopen, nu ze net als wij de Heilige Geest hebben ontvangen?”‘ (Uit Handelingen 10 vers 47)

Geciteerd 1: Als doop en besnijdenis grotendeels hetzelfde zijn, lopen we hiertegen aan: Timotheüs is inderdaad niet gedoopt (net als Paulus), maar wel besneden, door Paulus zelf in Lystre in Galatia (Handelingen 16:3). Uit de brief aan de Galaten en uit Handelingen 15:1-2 leren we dat er hevige ruzies zijn ontstaan over de vraag of gelovigen uit de heidenen besneden moeten worden. Nee, zegt Paulus: de Griek Titus hoeft niet besneden te worden (Galaten 2:3). En dat bepalen de apostelen in Jeruzalem ook (Handelingen 15:24). Paulus keert terug en dit is zijn eerste actie op zijn nieuwe zendingsreis: „Hij nam en besneed hem (Timotheüs, RB), om der Joden wil, die in die plaatsen waren; want zij kenden allen zijn vader, dat hij een Griek was” (Handelingen 16:3).

Opgemerkt 1: Leest deze mr. drs. Robert Braskamp dan in een andere Bijbel? We lezen in Handelingen 9 : 18 ‘Meteen was het alsof er schellen van Paulus ogen vielen (na de handoplegging van Ananias); hij kon weer zien stond op en liet zich dopen.’ En in Handelingen 22 : 16, waar Ananias zegt: ‘Wat aarzel je nog, Paulus? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn Naam aanroept.’
En wat Timoteüs betreft kunnen we aannemen dat hij gelijk met zijn moeder door Paulus of een van z’n medewerkers werd gedoopt. Lydia werd als gelovige vrouw – er staat dat ze God vereerde – ook met haar huis gedoopt. En Petrus doopte allen in het huis van Cornelius, nadat de Heilige Geest eerst op alle aanwezige uitgestort was (zie Handelingen 10 : 44-48) en ze gingen daarna niet eerst het Avondmaal vieren! Die Doop was voor hen later het onweerlegbare bewijs – niet die bijzondere uitstorting van de Heilige Geest of een Avondmaalsviering – dat ook zij nu met alle beloften en rechten en plichten in Christus’ gemeente waren ingelijfd. En hoe zou Timoteüs later de gemeenten de Doop hebben kunnen onderwijzen, naar het onderwijs dat Paulus daarover gegeven had en later ook opschreef in zijn brief aan de gemeente in Rome (zie Romeinen 6). En de Hebreeënbrief, die mogelijk een geschreven preek van Timoteüs is, daarin zegt de schrijver dat hij het onderwijs van de doop (leer over het dopen en de handoplegging en opstanding, zie Hebreeën 6 : 1-2) als eerste beginselen niet in deze preek/brief eerst nog weer ter sprake wil brengen…
En lees nog eens na wat we horen over de Doop in Galaten 3 : 27-29 en in Kolossenzen 2 : 9-15 en we kunnen nog wel meer Schriftplaatsen noemen.

Geciteerd 2: Ds. Van Ruitenburg benadrukt wat Calvijn goed aanvoelde: doop en besnijdenis functioneren beide als inwijdingsritueel. Daarom zegt hij: „In de optiek van baptisten zijn hun kinderen geen verbondskinderen.” Zoals gezegd laat ik de theologische betekenis van de doop verder links liggen. Maar ik wil nog wel een extra inzicht toevoegen: dat niet de doop maar het avondmaal de plaats van de besnijdenis inneemt.

Opgemerkt 2: Het vergoten bloed bij het Avondmaal herinnert ons niet aan het besnijdenisbloed van een zuigeling van acht dagen, maar aan het bloed van het Pesach-Lam dat voor ons geslacht werd.
Citaat: Er zijn verschillende gebruiken en speciale ingrediënten die bij dit pesachmaal horen. Er wordt een lam geslacht en het bloed van het dier wordt aan de deurposten gestreken. Zo gebeurde dat ook in de nacht waarin het volk werd bevrijd. In die nacht werden de eerstgeborenen van Egypte gedood.

Opgemerkt slot: Bij de besnijdenis gaat het dus niet om het bloed dat daar vloeit, maar om het aanbrengen van een niet meer terug te draaien teken aan het lichaam van een Joods jongetje of man. De Doop is ook een onuitwisbaar teken en zegel, maar dan voor het geloof.

Bron citaat RD opinie | Ingezonden: – ‘Niet doop maar avondmaal neemt plaats van besnijdenis in’ – door mr. drs. Robert Braskamp.

In Hem zijn jullie ook besneden, net door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen jullie gedoopt werden zijn jullie immers met Hem begraven, en met Hem zijn jullie ook tot leven gewekt, omdat jullie geloven in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt.‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 11-12)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Waar geen vergeving is, kan ook geen heiligheid zijn’…

‘Als U de zonden blijft gedenken, Heer,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.’
(Uit Psalm 130 de verzen 3-4)

Geciteerd: Ik geloof dat er op aarde een heilig volkje is, een gemeente van enkel heiligen (door het geloof gerechtvaardigden, zie Lukas 18 : 14), onder één Hoofd, Christus, door de Heilige Geest samengeroepen, in één geloof, zin en verstand, met menigerlei gaven, eendrachtig in de liefde, zonder sekte of scheiding. Daarvan ben ik een deel en lidmaat, deel- en medegenoot van alle heilsgoederen die zij heeft. Door het werk van de Heilige Geest ben ik daartoe gebracht, daarin ingelijfd (door de Doop) en omdat ik Gods Woord heb gehoord en nog hoor. Dit is het begin van het binnengaan in Christus’ gemeente. Want tevoren, toen wij nog niet hiertoe waren gekomen (lees Efeziërs 2) stonden wij onder de macht van de duivel, als mensen die van God en Christus niets afwisten. Op deze manier (door Sacrament en Woord) blijft de Heilige geest bij de heilige gemeente of christenheid tot op de jongste dag. Door deze [gemeente] trekt Hij ons tot Zich en gebruikt Hij haar om het Woord te prediken en te verbreiden, en door dit Woord brengt Hij de heiliging (w.o. dagelijkse vergeving) tot stand en vermeerdert haar. zodat zij dagelijks toeneemt en kracht ontvangt door het geloof en ook de vruchten van het geloof voortbrengt.
Verder geloven wij dat wij in de christenheid (Christus’ gemeente) vergeving van zonden ontvangen door de heilige sacramenten en de vrijspraak en bovendien door allerlei troostwoorden uit het Evangelie. Het is trouwens nodig dat dit onophoudelijk doorgaat. Want hoewel Gods genade door Christus is verworven en de heiligheid door de Heilige Geest tot stand wordt gebracht door Gods Woord in de gemeenschap met de christelijke kerk, zijn wij toch nooit zonder zonde vanwege ons vlees (menselijke natuur) dat ons nog aan de hals hangt. Daarom is alles in de christenheid daartoe aangesteld, dat men er dagelijkse vergeving van zonden kan verkrijgen door Woord en sacrament, om ons geweten te vertroosten en op te beuren, zolang wij nog hier leven. Zo bewerkt dan de Heilige Geest – hoewel wij nog zonden doen – dat de zonde ons geen schade kan doen, omdat wij in de christenheid zijn waar enkel vergeving van zonden is, namelijk zowel dat God ons vergeving schenkt, als dat wij elkaar vergeven, elkaar dragen en opbeuren. Buiten de christenheid echter, waar het Evangelie niet is, is ook geen vergeving, zoals er (dan) ook geen heiligheid kan zijn.
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 190, 4-33]

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 21 vraag 54: ‘Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

De tollenaar echter bleef op afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij keerde gerechtvaardigd naar huis terug, maar de ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’ (Uit Lukas 18 vers 14)

Kinderen, laat niemand jullie misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods Zaad is blijvend in hem. Hij kan zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig (van vergeving!) leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft (geen vergeving schenkt!).’ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over (samen) ‘naar “de kerk” gaan’ gesproken…

[Wat we belijden over de heilige algemene Christelijke Kerk]

Geciteerd: Het Christelijk Geloof noemt de heilige christelijke kerk een communio sanctorum (‘een gemeenschap der heiligen’). De begrippen ‘kerk’ en ‘gemeenschap’ zijn aan elkaar gelijk. Als men het goed wilde weergeven (vertalen), dan moest er in onze taal iets anders staan. Want het Griekse woord voor ‘kerk’, ‘ecclesia’ betekent in onze taal ‘gemeente’. Wij zijn echter gewend aan het woord ‘kerk’, dat de meeste mensen niet opvatten als een bijeenkomen van mensen, maar als een gewijd huis of gebouw. Hoewel het huis alleen daarom ‘kerk’ genoemd moest worden omdat een kleinere of grotere groep christenen daar samenkomt. Want wij die daar samenkomen, kiezen een bepaalde ruimte en noemen dat huis naar de groep mensen die daar samenkomen (in Naam van Christus Jezus, onze Heer). Zo betekent het woordje kerk eigenlijk niets anders dan ‘algemene samenkomst (bijeenkomst)’. Het is van oorsprong een Grieks woord. De Grieken noemde het namelijk ‘kyria’. Daarom moeten we het eigenlijk in onze taal noemen ‘een christelijke gemeente of samenkomst (bijeenkomst)’, of misschien nog het best: ‘een heilige christenheid’. Ook het woord ‘communio’, dat daarbij gevoegd is, moet niet vertaald worden, met ‘gemeenschap’ (1), maar met ‘gemeente’.
Het is dan ook niet anders dan een uitleg, om aan te duiden wat de christelijke kerk (die wij belijden) eigenlijk is. Wil men het in onze eigen taal goed weergeven, dan moeten we zeggen ‘een gemeente der heiligen’, dat is ‘een gemeente van louter (2) heiligen’ of nog beter ‘een heilige gemeente’. Ik geef er daarom hier zoveel aandacht aan, opdat men deze woorden toch goed zal leren verstaan (begrijpen en toepassen), omdat de gewoonte [om het verkeerd te begrijpen en toe te passen] zo ingeworteld is dat men het moeilijk weer kan uitroeien (3). Ook wordt het heel gauw voor ketterij gehouden als je het woord (en het begrijpen en toepassen ervan) veranderen wilt.
Waarom noemen wij deze gemeenschap ‘christenheid’, of waarom worden wij ‘christenen’ genoemd? Daarmee wordt aangewezen dat de hele christenheid geen ander hoofd heeft – ook niet op aarde – dan alleen Christus. Dat is duidelijk: want zij draagt geen andere naam dan alleen de Naam van Christus. Daarom schrijft Lukas dat de discipelen in Antiochië, die in het begin naar hun stad genoemd werden (4), spoedig een andere naam kregen, want in Antiochië werden de gelovigen [ongeacht waar zij woonden of bijeen kwamen] voor het eerst ‘christenen’ genoemd (vgl. Handelingen 11 : 26).
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 189,6-190,6; WA 6, 295, 7-11]

(1) Lees hierbij ook Efeziërs 3 : 14-21!
(2) De apostelen spreken ook altijd een hele gemeente met al haar (gedoopte!) leden zo aan!
(3) Dat wij bij het woord kerk in de eerste plaats aan een ‘geheiligd Godshuis’ denken met daarin tijdens de ‘erediensten’ ook nog een aparte ‘geestelijkheid’, die zich van het ‘gewone kerkvolk’ onderscheidt met ‘aangeklede heiligheid’ (of het nu bijzondere mantels en mijters zijn of zwarte pakken met of zonder hoge hoed) en een bijzonder soort vroom en eerbiedwaardig vertoon daar, dat is dus niet naar het onderwijs van Gods Woord!
(4) Vanuit Jeruzalem gezien eerst de ‘gelovigen te Antiochië’ genoemd.

> Zie hierbij ook nog de inhoud van deze blog: ‘God de Vader van elke gemeenschap

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 21 vraag 54: ‘Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Dan zullen jullie samen met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat jullie vervuld zouden worden tot heel de volheid van God.’ (Uit Efeziërs 3 uit de verzen 18-19)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij zal eeuwig bij jullie blijven’…

[Behandelde tekst Johannes 14 vers 16]

Geciteerd 1: Christus zegt: ‘En ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie zal blijven tot in eeuwigheid‘ (vgl. vers 16). Christus zegt dit omdat zijn gelovigen niet alleen in de wereld (en zelfs ook in de kerken) veel haat, vervolging en benauwdheid moeten verduren, maar ook omdat zij van binnen met de duivel en hun eigen hart, dat is met zonde en zwakheid, te strijden hebben. In de wereld zijn zij nu op alle manieren ellendig en verlaten en kunnen zij nergens troost vinden. Zij moesten wel geheel wanhopen als zij niet op een bijzondere manier door sterke Goddelijke vertroosting vanuit de hemel staande werden gehouden. De wereld heeft rust en vrede, geld en goed, is zonder vrees en schrik. Zij vraagt niet naar Gods toorn of genade en is bovendien goedsmoeds dat zij geen troost nodig heeft.
De arme gelovigen echter die daartoe geroepen en gedoopt zijn, dat zij in Christus geloven en bij Hem blijven, hebben zeer wel een Trooster nodig. Eén Die hen versterkt en staande houdt, zodat zij alles kunnen verduren en verdragen.
Daarom, omdat Ik nu van jullie heenga‘ – zegt Hij – ‘en niet meer zichtbaar bij jullie kan zijn, en omdat nu ook jullie lijden begint, wil ik jullie daarin niet verlaten en zonder troost laten zijn. Tot nu toe hebben jullie wel vreugde en troost gehad door Mijn tegenwoordigheid, maar dat is slechts een tijdelijke en zichtbare troost geweest, die toch eenmaal moest ophouden. Want Ik kan niet eeuwig op deze manier bij jullie zijn. Hoe zou ik anders tot Mijn heerlijkheid gaan en Mijn Koninkrijk door jullie uitbreiden?

Geciteerd 2: Want hoewel het waar is dat de Heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling verkondigde Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: ‘Hoe zouden zij kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?‘ (vgl. Romeinen 10 : 14). Daarom noemt Christus Hem een Getuige. Nu echter, bij dit getuigen hoort de mond en het woord van de apostelen en van allen die het Evangelie van Christus op basis van het geschreven Woord rein en zuiver verkondigen. Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten totdat de Heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt, of direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, daar zullen we Hem zoeken en gelovig vertrouwen dat Hij Zijn werk, dat Hij aan en in ons al begonnen is met en door de Doop, niet zal loslaten, maar volbrengen.

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 20 vraag 53: ‘Wat gelooft gij van de Heilige Geest’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wij apostelen zijn net als Christus (hier op aarde) zwak (en sterfelijk), maar jullie zullen merken dat wij net als Hij leven door Gods kracht*.’ (Uit 2 Korintiërs 13 uit vers 4)
* Zie hierbij ook 1 Johannes 4 : 11-21.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij is altijd de leermeester gebleven’…

‘…want één is uw Meester, en jullie zijn allen broeders…’
(Uit Matteüs 23 vers 8 )

Geciteerd 1: „Ik ben altijd leerling gebleven, en hij is altijd de leermeester gebleven (1). Hij kwam af en toe nog op school kijken, ook toen hij ziek was. Ik herinner me dat ik tijdens zo’n ontmoeting eens naast hem zat. Toen zei hij tegen me: „Zeg jij eens de vijf punten van het calvinisme op.” En ja, als dat zo plots op je afkomt, dan moet je toch wel even denken. De eerste wist ik. „Nu moet u de tweede zeggen”, zei ik. Samen kwamen we eruit. Maar de studenten hebben daar natuurlijk zitten gnuiven. We voelden allemaal: hij blijft de leermeester. Maar hij werd nooit groot. Hij had altijd iets van voorzichtige zelfspot, hij bleef klein.”

Opgemerkt 1: Was dat vragen die vijf punten van het calvinisme te noemen dan niet zich een groot maken? Het zou me niet eens verbazen als het afgesproken werk was: allemaal toneelspel dus (ook dat ‘klein’ blijven van beiden). Onze Heer verweet dát (toneelspel dus) de Schriftgeleerden en Farizeeën wanneer Hij ze huichelaars noemde.

Geciteerd 2: „Prof. H.J. Selderhuis heeft gezegd: We moeten het kerkelijk leven herkavelen. Hij ziet twee grote stromen. Die zie ik ook. Je zou ze kunnen illustreren aan de hand van twee predikers uit de vorige eeuw. De ene stroom staat in de lijn van de hervormde ds. I. Kievit, de auteur van het boekje ”Tweeërlei kinderen des verbonds”. Met degenen die tot deze stroom behoren, voel ik me verbonden, over kerkmuren heen.
De andere stroom staat in de lijn van de invloedrijke theoloog J.G. Woelderink, die de hele gemeente als kinderen des verbonds zag, zonder onderscheid. Als je zo denkt, verdwijnt de ernst uit de prediking. Dan is er geen onderscheid meer tussen tijdgeloof en waar geloof, zoals Christus daarover sprak in de gelijkenis van de zaaier.”

Opgemerkt 2: Hier ligt inderdaad een scheidslijn! Maar of we Woelderink dat in de schoenen moeten schuiven en dat mee door hem een invloedrijk theoloog te noemen is toch niet terecht. Hier zien we de scheiding tussen de reformatie die Luther op gang mocht brengen en waarbij men terugkeerde naar de levende verkondiging van Gods Woord aan een gedoopte gemeente, die zich gezalfd mag weten met de Heilige Geest (2) en die van een theologie (!) over ‘tweeërlei kinderen des verbonds’, die in bepaalde kringen heel de Woordverkondiging is gaan bepalen (en waar iedere Woordverkondiging/preek aan afgemeten wordt).
In het eerste geval vertrouwen we de verkondiging van Gods Woord (en dus ook het onderwijs van onze Heer in de gelijkenis van de zaaier) toe aan het werk dat de Heilige Geest daarmee wil doen in de harten van de gedoopte leden van een gemeente. In het andere geval gaan we bij voorbaat een scheiding aanbrengen en moeten de gemeenteleden eerst nog maar eens zien vast te stellen tot welk soort verbondskinderen ze (voorlopig nog?) behoren. Wanneer we in de gelijkenis van de zaaier horen dat er hoorders zijn die direct Gods Woord met vreugde aannemen, maar later in een tijd van beproeving en vervolging afhaken, dan kan niemand weten of hem of haar dat ook niet overkomen zal. Het zijn dus waarschuwende woorden, die iedere dopeling moet horen, juist om vooraf daarvoor gewaarschuwd te zijn én om daarom trouw te zijn in het gebruik van de ons geschonken middelen. Het trouw aangaan bij de bediening/viering van het Avondmaal hoort daar helemaal bij! Het is dus niet de bedoeling om eerst maar eens te gaan afwachten en/of uit te zoeken (een ‘hemels teken’ te verlangen) of en wanneer blijken zal of ze tot die afhakers behoren of niet.

(1) Dat soort – zogenaamd nederig – roemen in (net zo goed zondige!) voorgangers, vind je veel in die kringen. Paulus zegt nuchter dat we dat soort lof maar aan God moeten over laten (zie 1 Korintiërs 4 : 3-5!)
(2) Zie 1 Johannes 2 : 26-27.

Bron citaat: RD Mens & samenleving | Het gesprek – ‘Ds. Clements krijgt soms kritiek op zijn prediking, maar gaat altijd in gesprek: “Ik hoef geen gelijk te hebben”. – door Chris Klaasse.

Ik spreek tot jullie, Korintiërs, als tot verstandige mensen, dus jullie kunnen wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus en maakt het brood dat wij breken ons niet één met het Lichaam van Christus (net als eerder de Doop dat deed wat betreft Christus begrafenis en opstanding – zie Romeinen 6 : 3-14!). Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, een Lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.’ (Uit 1 Korintiërs 9 uit de verzen 14-22 : 15-17)

Bron abeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Door verstandige mensen uitgenodigd om z’n verhaal te komen doen’…

Luister, geliefde broeders en zusters, heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn (wat geld of wat gezondheid of sociale status betreft), uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het Koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben?‘ (Uit Jakobus 2 uit de verzen 1-13 : 5)

Geciteerd 1: Als we alleen preken voor mensen die het moeilijk hebben, dan zullen juist zij de kerk binnenkomen. Dat is goed, maar dan kunnen ze elkaar moeilijk omhoog helpen – ze zitten allemaal op hun laagste punt.

IK weet wat jullie doen – ook al ziet de (kerk)wereld dat niet – IK heb ervoor gezorgd dat de deur voor jullie openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebben jullie weinig invloed, jullie zijn trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebben Mijn Naam niet verloochend. Ik zal mensen laten komen die bij Satan horen, leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn en zij zullen zich eerbiedig aan jullie voeten werpen en erkennen dat ik jullie heb liefgehad.’ (Uit Openbaring 3 uit de verzen 7-13 : 8-9)
Geciteerd 2: Niemand is bang voor iets kleins; een kleine kerk heeft weinig effect. Een grote kerk heeft veel invloed op de samenleving.’

Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: de zalving die jullie van Hem ontvangen hebben (toen je gedoopt werd) is blijvend, je hebt (wat dat betreft, namelijk of jij naar Gods belofte ook de Geest ontvangen hebt) geen leraar nodig. Zijn zalving leert je alles naar waarheid, zonder bedrog, Blijf daarom in Hem, zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft.’ (Uit 1 Johannes 3 : 18-29 : 26-27)
Geciteerd 3: Grobler spreekt volgende week op de christelijke conferentie Opwekking, over het werk van de heilige Geest. Want, zegt hij, ‘de oorzaak dat de kerk niet altijd effectief is, is vooral dat we de kracht van God, de Geest, niet hebben’.

Wanneer iemand jullie iets verkondigd dat in strijd is met wat ik (en de andere apostelen) jullie verkondigd hebben, zelfs al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!‘ (Uit Galaten 1 uit de verzen 1-12 : 8 )
Geciteerd 4: Er gebeurde weinig die dienst, maar toen ik de kerk verliet, sprak God tot mij. Hij raakte me van binnen aan. Die nacht heb ik mijn leven aan Hem gegeven.’ Hij is nog steeds verwonderd over de verandering die hij ervoer. ‘Ik geloof echt dat God je een nieuw hart geeft, een totaal andere overtuiging. Hij maakt je levend’, zegt Grobler. ‘En daardoor kon ik Hem liefhebben. Ik werd diep verliefd op de God die ik dacht te kennen. Ik hoor bij Hem, Hij is mijn God, mijn Vader en Hij is dicht bij mij. Dat gevoel overheerste alle leegheid en eenzaamheid in mij.’

Ik zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen – door niet met bijzondere verhalen over mezelf te komen aanzetten – om die apostelen* de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem te oogsten als wij. Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus.’ (Uit 2 Korintiërs 11 uit de verzen 5-21 : 12)
* Lees nog weer wat Paulus over de kenmerken van ware apostelen schrijft in 1 Korintiërs 4.
Geciteerd 5: ‘Ik had altijd het gevoel dat ik geroepen was tot meer dan dienen in mijn eigen lokale kerk. Toen sprak God tot mij in mijn woonkamer, over de toekomst, de bediening waar Hij me naartoe zou leiden. Ik vertelde het aan mijn pastor en hij gaf me zijn zegen om een kerk te gaan planten, voor jonge mensen.’

Lees Handelingen 16 : 6-7, 39-40 en en 17 : 13-15 en 32-34.
Geciteerd 6: We willen succesvol zijn in alles wat we doen, dus dat geldt volgens mij ook voor de kerk.

Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen toch met het grootste gemak. Tenslotte verdragen jullie het ook dat men jullie tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven jullie verheft en jullie beledigt, Nu moet ik tot mijn schande bekennen dat wij (Paulus en z’n medewerkers) daarvoor te zwak zijn geweest.’ (Uit 2 Korintiërs 11 uit de verzen 16-32 : 19-21)
Geciteerd 7: Het zal gaan over de heilige Geest. Hij is de adem van de kerk; zonder de Geest is de kerk een menselijke organisatie. De oorzaak dat de kerk niet altijd effectief is, is vooral dat we de kracht van God, de Geest, niet hebben. We begrijpen vaak niet wat die kracht is en we zijn er kritisch op. Maar de kracht van God is niet comfortabel, niet normaal. De Geest is heilig en we zijn er niet aan gewend.’

Opgemerkt slot: De ‘verstandige’ organisatoren van Opwekking hebben deze ‘apostel’ uitgenodigd om zijn ‘succesverhaal’ te komen doen…

Bron citaat: ND Geloof – ‘‘Als een kerk gezond is, is er groei.’ Deze leider van een Zuid-Afrikaanse megakerk spreekt op Opwekking’ – door Maaike Legemaat.

Bij mijn eerste verdediging heeft niemand me bijgestaan, ze hebben me allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken (van de toenmalig bekende wereld) hebben de boodschap gehoord. ik ben gered uit de muil van de leeuw. De Heer zal me van alle kwaad redden* en me veilig naar Zijn hemels Koninkrijk brengen. Hém komt de eer toe in alle eeuwigheid. Amen.’ (Uit 2 Timoteüs 4 uit de verzen 9-18 : 16-18).
* Zie hierbij ook Paulus woorden in 2 Korintiërs 1 : 8-11.

Bron afbeelding: Mission Venture Ministries

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik ben er eentje van Apollos’…

Broeders en zusters, ik heb even hiervoor over Apollos en mijzelf geschreven. Dat heb ik gedaan omwille van jullie. Jullie moeten namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd je aan wat geschreven (!) is. Je mag jezelf (of een ander, de nieuwe paus bijvoorbeeld) niet belangrijk maken door de een (Augustinus in het hieronder geciteerde artikel) te verheerlijken boven de ander.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 6)

Geciteerd 1: De huidige paus is een augustijn – juist daarom kunnen we wél veel van hem verwachten. Bij zijn verschijning op het balkon heeft Leo XIV zich geafficheerd als „een zoon van Augustinus”. Augustinus was een katholieke bisschop. Bisschop van Hippo. Ruim dertig jaar mocht hij herder en leraar zijn van de havenstad. Hoewel Calvijn en Luther hem ”totus noster” (geheel de onze) noemden, is het anachronistisch om Augustinus reformatorisch (of gereformeerd) te noemen.
Opgemerkt 1: Haast geen ander is zo gebruikt om zichzelf en/of wat iemand te zeggen heeft gewicht te geven (belangrijk te maken) als de ‘kerkvader’ Augustinus. Zoals je je verbazen kunt (moet!) over de verblinding en verdwazing van/in de rooms katholieke kerk t.a.v. wat zich ontwikkeld heeft tot het Vaticaan met een paus met al dat bisschoppelijk vertoon er omheen, zo dienen we ons ook te verbazen over hoe Augustinus zich een plaats heeft kunnen verwerven als voorganger en bisschop in zijn tijd en over de plaats die men hem heeft gegeven en geeft in de rooms katholieke en protestantse kerken!

Geciteerd 2: Wat een troost: de zuiverheid van de kerk hangt niet af van haar leden, aldus Augustinus, maar van haar Hoofd. Het onderscheid katholiek-protestant is iets van deze bedeling en zal eenmaal wegvallen.
Opgemerkt 2: ‘aldus Augustinus’. Hebben we daar werkelijk Augustinus voor nodig (gehad) of baseren we dat toch op wat geschreven staat in Gods Woord (zo niet, dan heeft Augustinus ook geen recht van spreken) zodat we niet uit hoeven te gaan boven wat geschreven staat en het dus ook niet nodig is om te doen alsof Augustinus ons dat heeft moeten vertellen. Wat we lezen in 1 Timoteüs 3 : 14-16 bijvoorbeeld, zegt toch wat dat betreft in feite al genoeg!

Geciteerd 3: Augustinus heeft zo voor mij de weg geopend naar kloosters, gemeenschappen en dierbare broeders en zusters. We vinden elkaar in Augustinus’ ontdekking dat de genade van buitenaf komt en dat we alleen in God tot rust komen (Confessiones I,1,1).
Opgemerkt 3: Voor deze alternatieven voor het samenleven in een gemeente van Jezus Christus zullen we Augustinus niet dankbaar hebben te zijn! En vinden wij elkaar in een ontdekking die Augustinus gedaan heeft? Schreef David Psalm 131 (om maar een Bijbels voorbeeld te noemen) dan pas na het leven van Augustinus?
Na de reformatie die Luther mocht beginnen kreeg men in de Dillenburg weer liefde en oog voor het gewone volk en ging de zegen daar niet uit van een kloostergemeenschap, maar van mensen die weer in een kerkgemeenschap onder de prediking van Gods Woord en daarmee onder de leiding van de Heilige Geest waren gesteld.
En moet bovenstaande een ontdekking van Augustinus genoemd worden? Vreemd!

Geciteerd 4: Augustinus wist als geen ander hoe feilbaar hij was. Wat Augustinus vooral was, was een zondaar. Ver van huis, maar opgeraapt en in dienst genomen door de enige algemene Bisschop, zoals Christus wordt genoemd in een van onze belijdenisgeschriften (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 31).
Opgemerkt 4: Ach, wat wordt Augustinus weer uniek gemaakt. Maar ik durf bij hem wel spreken van ‘gebruikte’ (aangewende) nederigheid. Wat heeft deze man het onderwijs van de Bijbel en z’n grote Bijbelkennis in z’n eigen voordeel weten aan te wenden om blijvend indruk op anderen te maken.

Geciteerd 5: Robert Prevost, de nieuwe paus, leeft en denkt volgens de Regel van Augustinus en is doordrenkt in diens spiritualiteit. Dat blijkt ook wel: sinds zijn aantreden heeft hij al diverse malen Augustinus geciteerd. Zoals tijdens een ontmoeting met journalisten toen hij citeerde uit de beroemde Sermo 80, waarin de onvergetelijke zin voorkomt: „Wij zijn de tijden” (”nos sumus tempora”).

Geciteerd 6: Het ging Augustinus nooit om zichzelf. We zien hem ook zelden alleen: hij is óf met zijn moeder in gesprek, óf socratisch aan de slag met zijn vrienden, óf verwikkeld in een emotioneel debat met kerkelijke tegenstanders. En dan zijn daar nog gemeenteleden en stadsgenoten die in huis-tuin-en-keuken-zaken om raad en daad vragen.
Opgemerkt 5: Nou breekt me de klomp! Wie heeft er zichzelf zó in de kerk naar voren weten te dringen en met z’n vele geschriften zo naast de Bijbel weten te plaatsen en promoten als een Augustinus? Paulus heeft zich toch echt op een andere manier aan de gemeenten ‘opgedrongen’ (zie o.a. 2 Korintiërs 10 : 12-18), die moest zelfs z’n erkenning in de gemeenten die hij gesticht had nog weer verdedigen. Lees de brieven aan de Korintiërs en de Galatiërs er nog eens op na!

Geciteerd 7: Voor alles is de augustijnse leider nederig (”humilitas”) en legt hij een liefde tot allen aan de dag. Leiderschap is nimmer een doel op zich; de leider weet zich even afhankelijk en kwetsbaar als zijn ondergeschikten en wijst hen onophoudelijk op Christus als de weg tot God. Als Leo XIV in dat spoor zal gaan is er wel degelijk veel van hem te verwachten – voor kerk en wereld. Laten we het hopen en bidden!
Opgemerkt 7: Laat je geen (kerk)vader (paus) of leider noemen, één is jullie Leidsman! Dat zijn (opgetekende, geschreven) woorden van onze Heer! Wanneer de paus doet wat iedere voorganger en oudste in een gemeente dient te doen en wat broeders en zusters ook onderling zullen doen, dan valt er van een paus niets bijzonders te verwachten en omdat zijn positie en macht in deze wereld niet naar Gods Woord zijn, zal de Heilige Geest daar toch niet Zijn zegen aan willen en kunnen verbinden. Dan spreekt Hij Zichzelf tegen!

Bron citaat: RD Opinie – ‘Een paus in het spoor van Augustinus is beloftevol’ – door Hans Anderliesten

De auteur is verbonden aan het Erasmus Economics & Theology Institute en doet promotieonderzoek naar augustijns leiderschap.

‘Behoed mij, God, ik schuil bij U,
Ik zeg tot de HEER: “U bent mijn Heer,
mijn geluk, niemand gaat U te boven.”
Maar tot de goden* in dit land (en idolen* van dit land),
de machten die ik vereerd heb:
“Wie ze volgt wacht veel verdriet.”
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.’
(Uit Psalm 16 – Een stil gebed van David)

* Lees hierbij ook Psalm 58 en bedenk hoe David door zijn raadsman Achitofel verraden werd (zie 2 Samuël 16 : 23) en denk bij idolen ook aan de macht en verering van topsport en topsporters en m.n. ook de invloed daarvan op de zondag.

Bron afbeelding: Len Bilén’s blog, a blog about faith, politics and the environment

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie