‘Hij wil en kan het niet vergeten, maar denkt eraan.’

HC vraag 75: Hoe wordt u/jij door het deelnemen aan het Avondmaal vermaand en verzekerd dat u/jij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed (weldaden/gaven) gemeenschap hebt (daarvan mede-erfgenaam bent)?

[Behandelde tekst Psalm 111 : 5]

Hij heeft degenen die Hem vrezen spijs gegeven – Hij gedenkt in eeuwigheid aan Zijn verbond‘ (vgl. vers 5). (…) Men houdt in dit het sacrament (het Avondmaal) ook de gedachtenis van Zijn verbond, namelijk de gedachtenis die Christus daarin ingesteld heeft, daarom zegt de tekst dat Hij het doet, dat Hij Zelf aan Zijn verbond gedenkt. (1) Het sacrament is immers niet onze instelling of ons werk, maar alleen van Hem – en Hij doet het door en in ons. (2) Want de dichter van deze Psalm spreekt niet over de gedachten die wij in ons hart zouden hebben, maar over de openbare, gesproken gedachtenis, waarvan Christus zegt: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’ (o.a. Lukas 22 : 19). Dat gebeurt door de prediking en het Woord van God en door deelnemen aan de viering van het Avondmaal, dat is Zijn gedachtenis die Hij heeft ingesteld en die tot het einde van de wereld zal blijven. Op deze manier is het sacrament niet alleen spijze [brood en wijn], maar ook Gods Woord (dat levend en krachtig en werkzaam is).
‘Zijn verbond noemt de dichter van de Psalm hier niet meer de Tien Geboden of de oude wet, maar het Nieuwe Testament, het Evangelie. Zoals Christus Zelf ook spreekt: ‘Dit is de drinkbeker van het Nieuwe Testament in Mijn bloed’ (vgl. Lukas 22 : 20). Want testament en verbond is in het Hebreeuws één zaak. Namelijk waarin God Zich zo met ons verbindt, dat wie in Hem gelooft zalig zal worden door Zijn bloed en lijden en dat Hij ons dat door het Evangelie aanbiedt. Het is niet anders dan wat de vorige twee verzen van de Psalm zeggen: ‘Een gedachtenis van Zijn wonderen’ (vgl. Psalm 111 : 4) die Hij aan ons bewezen heeft. Dat is het verbond dat door de hele (kerk)wereld bestreden wordt en verdoemt als de grootste ketterij, want ze kunnen het niet verdragen dat wij zonder werken of verdiensten, alleen door het geloof in Christus, zalig worden. Dit [verbond of testament in het Avondmaal en in het Evangelie] zou ook allang zijn ondergegaan en vergeten, als Christus het niet krachtig in stand hield en ons niet aan Hem liet gedenken. Hij wil en kan het niet vergeten, maar denkt eraan. (3) Hij laat het Evangelie (bediening van Gods Woord, Doop en Avondmaal) ondanks en te midden van ketterij, dwaling, mensenleer, onderdrukkers en duivels op aarde blijven.
[Maarten Luther: Der 111. Psalm ausgelegt, 1530, vgl. WA 31.1, 417, 13-35]

(1) Dus wanneer wij en onze kinderen het Avondmaal vieren en het brood eten en de wijn drinken, dan ziet God, onze Vader, ons aan in het nieuwe verbond van Christus bloed, dan gedenkt Hij hoe Jezus Christus Zich voor ons gaf aan het kruis: ‘En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond/testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.’ (Uit Lukas 22 : 19-20)
Denk hierbij ook aan Gods verbond met Noach na de zonvloed. De regenboog in de wolken is voor God iedere keer weer het teken om te denken aan Zijn eeuwig durend verbond met al wat op aarde leeft (zie Genesis 9 : 16-17)
(2) Kunnen we nu begrijpen dat ook wanneer wij onszelf onwaardig voelen om aan te gaan, dat wij dat dan toch juist zeker wel zullen doen. Want zó, door daadwerkelijk deel te nemen aan de viering, wil God ons genadig aanzien in Jezus Christus Zijn Zoon.
(3) Door eerbiedig deel te nemen aan het Avondmaal herinnert God Zich aan onze Doop, hoe wij met Christus gestorven en begraven zijn en daarmee dood voor de zonde zijn, maar levend voor God om een nieuw leven te leiden (Romeinen 6). En wij verkondigen aan de Avondmaalstafel de dood van de Heer (dat Hij niet alleen stierf voor mij als dopeling, maar ook voor al onze gedoopte broeders en zusters) en dat doen we – daarin volhardt Christus gedoopte gemeente – totdat Hij komt (1 Korintiërs 11 : 23-26 en 27-34).

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 28 vraag 75 – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Bron afbeelding: Instagram

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Is leven slechts aandachtigheid?

Machtig zijn de werken van de Heer,
wie ze liefheeft
(aanschouwt ze met aandacht en) onderzoekt ze.’ (1)
(Uit Psalm 111 vers 2)

Geciteerd: De vader was degene die met zijn dochter de rivier opzocht, en daarmee zijn dochter(s) maakte tot een dichter voor wie water en rivieren tot oersymbolen werden. De vader was de man die zwijgend genoot, die in stilte aandachtig was, en ‘soms’ iets in eenvoudige woorden zei. Hij kon zwijgen, hij kon genieten; en zijn woorden hadden gewicht ondanks hun eenvoud.
De vader ziet de wereld niet als iets waaruit hij gewin moet puren; zijn aandacht (voor de natuur) is zuiver en liefdevol. Hij geniet van het heen en weer gaan van de pont en wijdt zijn woorden aan de elementen (van de natuur): hij vertoont de ontvankelijkheid die voor Ida Gerhardt wezenlijk bij het dichterschap (kunstenaarschap) hoort. In een ander gedicht schreef ze: ‘Is dichten slechts aandachtigheid?’

Niet minder dan haar vader heeft zij aandacht en woorden gewijd aan het licht, de wolken en de wind. Niet voor niets staat deze regel daarover in het gedicht ‘De Veerpont’ (zie hieronder) helemaal apart, als om er alle aandacht op te vestigen. Zij is zijn erfgenaam, in het liefhebben van rivieren en (natuur)elementen, maar ook in het – door haar vader slechts spaarzaam – ter sprake brengen ervan (m.n. in haar dichtwerk). Ook in die zin is ze zijn kind.

De Veerpont

Hier bij de vlonder en de overhaal
het stommelen van de pont op het plankier
denk ik aan hem, die met mij de rivier

zo vaak hier zocht. – Hoe zwijgend hij genoot
bij ’t gaan en keren van de kettingboot
en soms iets zeide in zijn simpele taal.

over het licht, de wolken en de wind.

Hij was mijn Vader en ik ben zijn kind.
O God, hoe heb ik hem tekort gedaan,
die met het grote veer is meegegaan.

(Ida Gerhardt, 1905-1977)

(…) Pas in de achtste regel van dit gedicht horen we over wie het gaat. De man aan wie de dichter denkt is haar vader. Achter die hoofdletter ‘Vader’ moeten we niet teveel zoeken, geen religieuze betekenis in elk geval. Het is wél een eerbiedshoofdletter: Gerhardt eert haar vader met die ‘V’.

(…) ‘O God, hoe heb ik hem tekort gedaan.’ Dat is een pijnlijke belijdenis van eigen tekort, voor het aangezicht van God en van de lezers. De dood is onherroepelijk en hoe schrijnt het dan als we hebben gefaald. Maar met dit gedicht wordt iets rechtgezet.

Bron citaten (in gewijzigde volgorde!): De Waarheidsvriend nr 27, juli 2025 – ‘De Veerpont’ – door Gert van de Wege (docent Nederlands en filosofie aan de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen).

(1) Het was deze versregel uit Psalm 111 die mij aanleiding gaf om deze Psalm te willen kiezen voor onze trouwdienst (20 maart 1979) en in overleg met mijn echtgenote en mijn oom ds. J.D. Janse kozen we ervoor het tiende vers te noemen in de liturgie. In de trouwdienst gaf hij aan heel deze Psalm aandacht. Bij zijn begrafenis (in 2005) hoorden we van ds. F. Van Deursen dat Psalm 111 zijn lievelingspsalm was (dat hadden wij toen niet van hem gehoord, misschien kwam dat pas later).

‘Halleluja! Ik zal de HEER loven met heel mijn hart,
in de kring van de oprechten en in hun gemeenschap.’
(Uit Psalm 111 vers 1)

Bron afbeelding: Bible Answer Man

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over waarheidsvinding en zondagse kerkdienst…

Om de mond van vijand en wraakgierige te doen verstommen…’
(Uit Psalm 8 uit vers 3)

Geciteerd: In de voorbije zeven jaar waren er in 60 van de 160 gemeenten uit de classis Delta spanningen of conflicten. In slechts een beperkt aantal gevallen ging het om wezenlijke of geloofsmatig inhoudelijke verschillen. Meestal ging het om ‘weerbarstige karakters, geleden pijn uit een wat verder verleden, of mensen met ‘rugzakjes’’. ‘Er zou al veel gewonnen zijn als mensen elkaar wat meer de ruimte gaven. Geef ruimte, want God geeft ruimte. Leef uit vergeving en laat anderen daaruit leven.’
Als de spanningen toch hoog oplopen, komen er colleges om de hoek kijken: het college voor de visitatie, het college van bezwaren en geschillen en die voor het opzicht. Van der Maas neemt geen blad voor de mond: ‘Het is niet goed voor de kerk en haar leden dat alle bestuurlijke en rechtsprekende colleges aangeven niet aan waarheidsvinding te doen’, schrijft hij. ‘Waarheid dient in de kerk, evenals rechtvaardigheid, vrede en trouw, een plek te hebben aan tafels van bestuur en rechtspraak.’
Van der Maas noemt in het boek de coronacrisis in een aantal opzichten ‘onthullend’. ‘Gelet op hun roeping is het goed als gemeenten zich afvragen of zij niet onevenredig veel aandacht, energie en tijd besteden aan de zondagse kerkgang’, is zijn stelling. De coronacrisis leidde tot veel creativiteit en inzet voor solidariteit, maar gaandeweg overviel hem ook het gevoel: ‘wat zijn we als kerk afhankelijk van die zondagse kerkdienst. Is dat werkelijk het ene en het alles waar het om draait? Hoe zou de Heer van de kerk hierover denken?’

Opgemerkt 1: Met dat gebrek aan waarheidsvinding heeft hij werkelijk een punt! Hoeveel christenen zijn daarin niet secuur en volgen daarmee de opvatting Pilatus: ‘Wat is waarheid?’. En zo kwam het ervan dat de (burgerlijke) rechterlijke macht onze Heer overleverde in de handen van Zijn vijanden, die wraakgierige mensen waren. Deze mensen hadden zich in Gods tempel (1) niet tot inzicht laten brengen…
(1) Zie hierbij Psalm 8, Psalm 73 en Johannes 7 : 37-59, 9 : 39-41 en Matteüs 21 : 14-17.

Opgemerkt 2: We zijn niet afhankelijk van de door een kerkenraad belegde en georganiseerde ‘eredienst’, maar wel van het samen onder de bediening van Gods Woord en van Doop en Avondmaal komen en om daar samen met onze kinderen onze Drie-enige God te loven en te danken en te (aan)bidden – zie o.a. de oproep in Hebreeën 10 : 24-25.

Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar Hem toe, en Hij genas hen*. De hogepriesters en de Schriftgeleerden zagen welke wonderen Hij verrichtte en hoorden de kinderen in de tempel “Hosanna voor de Zoon van David” roepen, en ze waren hoogst verontwaardigd. Ze gingen Hem vragen: “Hoort U wat ze zeggen?” En Jezus antwoordde hun: “Jazeker! Hebben jullie dan nooit gelezen: Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt U Zich een loflied laten zingen”?”. Zo liet Hij hen staan…‘ (Uit Matteüs 21 de verzen 14-17)
* Zie hierbij Johannes 9 : 39-41.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Lessen van een classispredikant: ‘Investeer in nieuwe kerkvormen en durf ook te snoeien’’ – door Koos van Noppen

Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest,
Uw tegenstanders ten spijt…‘ (Uit Psalm 8 uit vers 3)

Bron afbeelding: The Graceful Chapter
|

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Voorbeeldige levensreddend initiatief van een vrouw…

N.a.v. Exodus 4 : 24-26

Geciteerd 1: De vraag van Berend gaat over Mozes als bloedbruidegom, zoals Mozes wordt beschreven in de Statenvertaling. Van Houwelingen noemt dit ‘een unieke uitdrukking.’ ‘Dat moet Sippora zelf bedacht hebben. Het idee is inderdaad: je bent mijn bruidegom, maar als we zo doorgaan, dan heb ik straks geen man meer. God staat op het punt om jouw leven te nemen. Maar door bloed te vergieten kan ik dat voorkomen en kun jij mijn bruidegom blijven. Waar Mozes dus de boel laat liggen, komt zij ineens tevoorschijn. Ze is een voorbeeld van een vrouw die het initiatief neemt in de Bijbel.’

Geciteerd 2: In Exodus 4 lezen we het mysterieuze, dramatische verhaal van God die Mozes wil doden omdat hij een zoon van hem niet naar Gods bevel heeft laten besnijden. Zippora, de vrouw van Mozes, voorkomt dit echter door haar snelle optreden. Ze komt Mozes te hulp en is niet alleen een redder voor hem, maar door haar daad redt ze het gehele volk Israël.
(…) God wil Mozes doden! Hoe kan dit na de ontmoeting van Mozes met de Heere bij het brandende braambos? Heeft Mozes soms iets misdaan? Nee, hij heeft alleen iets heel bijzonders nagelaten (!) en dat wordt hier door de Heere aan de orde gesteld.
En Zippora ziet dit snel in. Zij en haar man hebben ongetwijfeld vaak over Abraham, de stamvader van Israël (en van Mozes) gesproken. En daarbij heeft Zippora zeker ook gehoord, wat er op Gods bevel moest gebeuren, als er uit Abrahams nageslacht een zoon geboren werd. Het nalaten van de besnijdenis van een zoon van Abraham had de doodstraf tot gevolg (Gen. 17:14). In Midian was het ook niet onbekend gebleven, dat de Midianieten verre familie waren van Abraham, daarom moesten ook zij volgen wat God aan Abraham had opgedragen. De kinderen van Abraham moesten het teken van Gods verbond dragen en juist die besnijdenis had Mozes bij zijn zoon (Eliëzer) achterwege gelaten. Was Mozes soms zelf niet net als alle andere Israëlieten in Gosen besneden?! Kon het gekende teken van de besnijdenis voortaan achterwege worden gelaten?
Zippora redt hem. Ze neemt een vuurstenen mes en besnijdt haar zoon, werpt de afgesneden voorhuid voor Mozes’ voeten en zegt: ‘Bruidegom voor mij vanwege de besnijdenissen’. Daarna treedt de Heere terug. Met deze woorden wordt door Zippora een soort belijdenis uitgesproken, want eigenlijk zegt ze: Mozes, jij bent mijn bruidegom en dat blijf je, maar het kost wel bloed (in het besnijden van onze kinderen).

Vraag: Hebben jullie eigen kinderen al laten dopen? En zo niet, wie neemt dan het initiatief? Of moeten jullie kinderen dat zelf bepalen?

> Zie hierbij ook deze blog: ‘Veronderstelling noch bevinding!

Bron citaat 1: ND Podcast ‘De Kamerling’ – ‘Mozes als bloedbruidegom van Sippora. Wat wordt daarmee bedoeld?’ (1) – ND redactie
(1) Vraag beantwoord door Rob van Houwelingen (1955, professor Emeritus of New Testament)
Bron citaat 2: Zie https://nl.protestant.link/de-vrouw-in-de-bijbel-zippora/

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Veronderstelling noch bevinding!

Maar toen zijn de goedheid en de mensenliefde van God openbaar geworden en Hij heeft ons gered…’ (Uit Titus 3 uit de verzen 4-8 : 4)

Geciteerd: Zo zie je dat de tegenspraak van de sektariërs niet deugt. Want, zoals gezegd, al zouden de kinderen niet geloven (wat niet waar is, zoals wij al aangetoond hebben), zou de Doop toch geldig zijn en niemand mag ze opnieuw dopen. Zoals ook geen afbreuk wordt gedaan aan het Avondmaal, ook al zou iemand met verkeerde bedoeling (gezindheid) deelnemen. Het zou ook niet te verdragen zijn dat dezelfde persoon wegens misbruik van het sacrament het in hetzelfde uur opnieuw zou moeten nemen, alsof hij/zij het daarvóór niet werkelijk zou hebben ontvangen. Want dit zou de allerergste lastering en schending van het sacrament betekenen. Hoe zouden wij erbij komen om te zeggen dat Gods Woord en instelling verkeerd en ijdel zouden zijn, omdat wij ze verkeerd gebruiken? Daarom zeg ik: heb je niet geloofd, geloof dan alsnog en erken en zeg: ‘De Doop is wel geldig geweest, maar ik heb hem niet op de juiste wijze aanvaard en gebruikt’. Want ook ikzelf en allen die zich lieten of laten dopen, moeten voor God zo spreken: Ik kom hier in geloof en in dat van anderen (de doopouders, familie en andere getuigen), en toch kan ik er niet op vertrouwen dat ik geloof (mijn geloof is niet de vaste grond, het fundament waarop ik kan staan) en dat veel mensen voor mij gebeden hebben en bidden, maar ik vertrouw daarop dat het Uw Woord en Uw bevel is’. Immers, ook tot het Avondmaal ga ik niet op grond van mijn geloof (of ‘bevindingen’), maar op grond van het Woord van Christus. Ik mag dan sterk of zwak zijn, dat laat ik aan God over, maar dit weet ik, dat Hij (ook) tegen mij gezegd heeft: te komen, te eten en te drinken enzovoort, en dat Hij mij Zijn lichaam en bloed geeft – en dit is voor mij geen leugen of bedrog. Zo doen wij ook met de kinderdoop. Wij brengen het kind met de gedachte en de verwachting dat het gelooft, en bidden dat God het kind geloof zal geven. Maar, op die grond dopen wij niet, maar alleen omdat God het bevolen heeft. Waarom is dat? Omdat wij weten dat God niet liegt. Ik en mijn naaste, kortom, alle mensen kunnen verkeerd handelen en bedriegen, maar Gods Woord bedriegt ons niet! Gods Woord kan niet bedriegen! (1)
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 219, 3-26]

(1) Daarom moeten wij uit het gebod van de besnijdenis (hoe dwaas het ook schijnt) vlijtig leren en ons daarnaar richten: Als God iets beveelt, zegt of doet, dan zullen wij onze mond houden en op de knieën vallen, verder niets vragen of zeggen, maar slechts doen wat Hij je beveelt; horen wat Hij je zegt, en je het laten gevallen wat Hij doet. Want God wil niet bemeesterd zijn; wij die van nature ‘kinderen des toorns’ zijn, ja, zondaars en leugenaars zijn. (2)
[Hauspostille 1544, gepredigt zu hause, 1530-1535, vgl.WA 52, 77, 15-20]

(2) Denk aan wat we lezen over Mozes die nagelaten had om een zoon van hem te besnijden: zie Exodus 4 : 24-26. Zie hierbij deze blog: ‘Voorbeeldig levensreddend initiatief vaan een vrouw…

Opgemerkt tot slot: Veronderstelling noch bevinding zijn grond voor bediening van de Doop of deelnemen aan het Avondmaal!

Zie eventueel ook nog (weer) deze blog(s): ‘Ons eenvoudig houden aan wat geschreven staat…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 27 vraag 74: ‘Zal men ook de jonge kinderen dopen’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

In Hem zijn jullie ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam.‘ (Uit Kolossenzen 2 vers 11, zie hierbij ook vers 12 en het dooponderwijs in Romeinen 6 en Titus 3 : 4-7)

Bron afbeelding: Inspirational Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ons (eenvoudig) houden aan ‘wat geschreven staat’…

Broeders en zusters, ik heb hier over Apollos mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan met het oog op jullie. Jullie moeten namelijk (nog) leren (zie 1 Korintiërs 3 : 1-4): houd je aan wat geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 de verzen 1-8 : 6)

Opgemerkt (Hugo van Woerden, sr.) (1): Nog eenvoudiger: Luther wilde vlees en bloed zien… de symboliek van brood en wijn konden zijn zonden niet wegnemen…daar kon hij niets mee…als Luther al gedwaald heeft … wat misschien toch wel waar is.. dan heeft hij gedwaald in de liefde tot het dierbare vergoten bloed (1 Petrus 1:18 en 19). Luther was de theoloog (2) van het bloed… ook de doop was voor hem met het ‘rozenkleurige’ water… gekleurd door bloed… het klopt natuurlijk helemaal niet voor oog en verstand …maar daar had Luther toch niet veel mee op! om niet te zeggen ‘maling aan’ …dat moest je immers verliezen om zalig te worden. Geloven was voor hem precies het tegenovergestelde van zien:.. niet geloven wat je ziet… maar geloven wat je niet ziet…

Opgemerkt (AJ): Denk toch dat wij de stoffelijke werkelijkheid veel geestelijker moeten zien, dan wij westerse mensen ons aangewend hebben. Ook de Israëlieten in de woestijn aten al geestelijk voedsel en geestelijke drank (zie 1 Korintiërs 10 : 3-4) ook al was hen dat nog niet zo geopenbaard als aan ons. Dus als Christus ons zegt dat Hij Zijn geestelijk lichaam aan ons meedeelt door het brood en de wijn van het Avondmaal, dan kunnen wij dat eerbiedig geloven en zo naspreken als dat het geschreven staat.

(1) N.a.v. ‘Het conflict tussen Luther en Zwingli geduid…‘ (FB-bericht en deze blog)
(2) ‘Luther was de theoloog van het bloed’… Theologen horen liever dat iets ‘theologisch ingekleurd’ is – door hen eerst ‘theologisch ingekleurd’ moe(s)t worden -, dan dat ze – samen met hun medegelovigen – eenvoudig naspreken wat Gods Woord ons in de mond legt door wat geschreven is.

Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt. Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 10-14)

Bron afbeelding: The Bible Says

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het conflict tussen Luther en Zwingli geduid…

Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastende (a) zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is. Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.’ (Uit Handelingen 17 de verzen 27-28)

Geciteerd 1: U schrijft dat kerkgeschiedenis duidelijk kan maken om welke redenen mensen en kerken uit elkaar gingen én misschien kan helpen wegen te wijzen om kerken weer bij elkaar te brengen. Wat kan uw kerkverband, de diep verdeelde Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), daarmee?
„Ik denk dat je veel van kerkgeschiedenis kunt leren. Het conflict tussen Luther en Zwingli over het avondmaal had er veel mee te maken dat er twee mensen tegenover elkaar stonden die qua karakter, afkomst, opleiding en nationaliteit heel verschillend waren.

Opgemerkt 1: Zijn het werkelijk deze door professor Selderhuis genoemde factoren geweest die maakten dat men zich in de geformuleerde standpunten t.a.v. het Avondmaal zich niet kon verenigen?

Geciteerd 2: Godsdienst gesprek te Marburg, 1529. (1)
Ten vijftiende geloven wij en houden allen betreffende het Avondmaal van onze lieve Heere Jezus, dat men beide gestalten [zowel brood als wijn] volgens de instelling moeten gebruiken; (…) dat ook het sacrament van het altaar [=Avondmaal], een sacrament is van het ware lichaam en bloed van Christus, en de geestelijke (!) nuttiging van het genoemde lichaam en bloed voor iedere christen vooral nodig is. Hetzelfde zeggen wij over het gebruik van het sacrament, zoals het Woord van God, de Almachtige, het gegeven en ingesteld heeft, om daardoor de zwakke gewetens tot geloof en liefde te bewegen, door de Heilige Geest.
Hoewel wij op deze tijd geen overeenstemming hebben bereikt – namelijk of het ware lichaam en bloed van Christus lichamelijk (!) in het brood en de wijn is (2) – dan moet toch de ene partij tegenover de andere christelijke liefde betonen, in zoverre ieders geweten maar kan verdragen, en moeten beide partijen tot God de Almachtige ijverig bidden, dat Hij ons door Zijn Geest in het juiste begrip wil bevestigen. Amen.

[Maarten Luther: Das Marburger Gespräch und die Marburger Artikel, 1529, vgl. WA 30.3, 169,4 – 171,8]

(1) Landgraaf Filips van Hessen nodigt Luther in de herfst (oktober) van 1529 uit te Marburg, om met Zwitserse geloofsgenoten te spreken over de onderlinge theologische verschillen. Het overleg mislukt: over veertien punten (waaronder de Doop) vindt men een gemeenschappelijke formulering, maar over het Avondmaal (het vijftiende punt) bereiken Luther en Zwingli geen overeenstemming.
(2) Luthers belijden [= Gods Woord naspreken] t.a.v. het Avondmaal komt in het kort hierop neer: Christus is lichamelijk aanwezig in brood en wijn (consubstantiatie). Er vindt echter geen stoffelijke verandering (transsubstantiatie) van brood en wijn plaats. (3)
(3) Luther in een brief (1537!): ‘We denken daar aan geen opvaren of neerdalen dat daarbij zou plaatsvinden, maar blijven gewoon en eenvoudig bij Zijn woorden ‘dit is Mijn lichaam…’ en ‘dit is Mijn bloed…’. Maar zoals reeds gezegd, wanneer we elkaar hierin niet geheel verstaan, dan is dit het beste, dat wij tegenover elkaar vriendelijk zijn en altijd het beste voor elkaar verwachten [hopen], totdat het vuile en troebele water bezonken zal zijn.’ Lees meer over de brief in deze blog: ‘Luther en het Avondmaal…

(a) ‘Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. (b) ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’’ (Uit Johannes 20 de verzen 26-27).

(b) ‘Zo staat er ook geschreven: “De eerste mens, Adam, werd een levend aards wezen. Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.’ (Uit 1 Korintiërs 15 uit de verzen 35-58 : 45-49)

Opgemerkt 2: Ook ons stoffelijk bestaan is al zeer geestelijk, omdat God ‘van niemand van ons ver weg is, want in Hem leven en bewegen wij’ en zie ook het belijden van Psalm 139 en Jesaja 55 : 10-13 en Psalm 104 : 27-30. In en door het brood en wijn van het Avondmaal wil de Heilige Geest ons daadwerkelijk deel laten hebben aan het geestelijke lichaam van Christus en kunnen wij het Paulus nazeggen: ‘Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.’

Opgemerkt slot: Luther had een goed verstand, maar toch wilde hij voor het geloof het menselijk intellect niet leidend laten zijn. Dat lijkt me nog de beste verklaring voor het (blijvende) verschil van inzicht tussen Luther en Zwingli.

Zie ook nog deze ‘vervolg blog’: Ons (eenvoudig) houden aan “wat geschreven staat”…
en ookWaarom we dopen en Avondmaal vieren…’

Bron citaat: RD Interview | Kerkgeschiedenis – ‘Trots op de Nederlandse kerkgeschiedenis? Dat mag best, vindt prof. Selderhuis’ – door Maarten Stolk.

Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem/haar.
(Uit Johannes 6 vers 56)

Bron afbeelding: One Walk – with Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloof maakt de Doop (pas) volkomen?

Dwaal niet, mijn geliefde broeders! Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. (1) Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.’ (Uit Jakobus 1 : 16-18)

Geciteerd: De Doop zal gehouden worden zoals tot nu toe gebruikelijk is, zodat men ook de kinderen zal dopen. Namelijk omdat de Doop precies hetzelfde betekent als de besnijdenis betekend heeft. Zoals men de kleine kinderen besneden heeft, zo zal men ook de kleine kinderen dopen. En zoals God zegt dat Hij de kinderen die besneden worden onder Zijn bescherming en bewaring zal nemen, zo zal Hij ook de kinderen die gedoopt worden onder Zijn bescherming en bewaring nemen (‘de lammetjes hoeden’). Zo zegt God in Genesis: ‘Om voor u te zijn tot een God en voor uw nakomelingen na u’ (vgl. Genesis 17 : 7). Hetzelfde: ‘Ik zal hun God zijn,’ Op deze manier staan ook de kinderen die gedoopt worden onder Gods bescherming. Daarom moet God op grond van deze belofte(n) geloofd en aangeroepen en gedankt worden. (2)
Ook moeten alle mensen onderwezen worden dat de Doop deze grote weldaden met zich brengt. Dat is, dat God de Bewaarder en Beschermenr van dit kind is (veel meer nog dan zijn ouders of verzorgers) en het tot Zijn kind aanneemt. Opdat ook de omstanders (en ‘buitenstaanders’) het gebed en het woord bij de Doop goed zullen horen en begrijpen, moet alles verstaanbaar (niet prevelend) en ordelijk (goed zichtbaar) plaatsvinden. Ook zal de gemeente vermaand worden – tot het goede gebruik, ook in het leven van alledag – wanneer men over de sacramenten (Doop en Avondmaal) preekt. Namelijk dat ze over hun Doop moeten nadenken. Daarbij moeten ze horen dat de Doop niet alleen inhoudt dat God hen in hun kindsheid heeft willen aannemen, maar dat de Doop voor het hele leven geldt. Verder dat op die manier de Doop niet alleen een teken en zegel voor de kinderen is, maar dat ook de ouderen opgewekt worden tot boete, want boete, berouw en lijden – het ‘afsterven van/aan de oude mens’ – wordt door het water van de Doop aangeduid. Bovendien moet de Doop tot geloof opwekken, dat aan hen die berouw over hun zonden hebben, de zonden afgewassen en vergeven zijn. Want het geloof maakt de Doop volkomen.’
[Maarten Luther: Unterricht der Visitatoren an die Pfarrerherren, 1528, vgl WA 26, 212, 29 – 213,3]

Opgemerkt: De Doop is een volmaakte hemelse gave en wordt niet pas in haar werking volkomen door het geloof. Het geloof moet juist de middelen gebruiken om haar kracht en werking te ontvangen door de Heilige Geest, want Die wil Zijn werk niet doen, dan door de middelen. Ons geloof (en de groei daarvan) is een geschenk en werk van de Heilige Geest in de Naam en de kracht van de Vader en de Zoon. Het wederbarende werk van de Geest vangt aan wanneer een kind gedoopt wordt en dat weten en geloven wij op grond van het onderwijs van Gods Woord.

(1) Zie (o.a.) Romeinen 11 : 25-36 en 2 Timoteüs 2 : 8-13.
(2) Zoals het gereformeerde doopformulier onderwijst en in praktijk wil laten brengen.

Zie ook deze blog: ‘Op zondag voelde ik me toch weer buitengesloten…

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 27 vraag 74: ‘Zal men ook de jonge kinderen dopen’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij – door de Doop – met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zó moeten jullie jezelf ook zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.‘ (Uit het Doop-onderwijs van Romeinen 6 de verzen 7-11)

Bron afbeelding: Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Op zondag voelde ik me toch weer buitengesloten’…

Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend. Als we het getuigenis van mensen aannemen, dan zullen we zeker het getuigenis van God Zelf aannemen…‘ (Uit 1 Johannes 5 uit de verzen 5-12 : 7-9)

Geciteerd 1a: Het kantelpunt kwam tijdens een huwelijkscrisis. ‘Door de week las ik mijn Bijbel en sprak het woord tot me. Dan was ik vol goede moed. Maar op zondag voelde ik me toch weer buitengesloten. Voor Ilona verliep de reis anders. Zij stond erbij en keek ernaar. ‘Ik zag Peters worsteling; als hij zondag naar de kerk was geweest, dan was hij bijna in een depressie. Hij geloofde dat hij ‘het’ niet had en naar de hel ging. Zelf geloofde ik nog helemaal niet, maar ik bad wel: Vader, help ons!’ Haar eigen doorbraak kwam via een evangelische cursus in Voorthuizen. ‘Ik werd ontzettend geraakt door de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Toen dacht ik: het is nu de tijd voor mij. Ik heb de hele avond gehuild. Thuis ging ik op mijn knieën en zei: ‘Hier ben ik Heer.’ En ik heb echt een openbaring gehad over dat God zichzelf aan mij liet zien: ‘Ik ben voor jou gestorven.’’.

Geciteerd 1b: Waar andere evangelische gemeenten zoals Mozaiek, zeggen ‘kom zoals je bent’, benadrukt Doorbrekers de noodzaak van verandering. ‘Je mag komen zoals je bent, maar het is wel de bedoeling dat je verandert’, stelt Ilona Paauwe. Zij en haar man Peter zijn de oprichters en voorgangers van de evangelische gemeente Doorbrekers in Barneveld.

Opgemerkt: Wanneer deze echtgenoten hun Doop hadden leren verstaan door het Bijbelonderwijs in de gemeente(n) waar ze opgroeiden, dan hadden ze niet met een ‘ingebeelde hel’ leren leven en hadden ze zichzelf niet ‘buitengesloten’ en hadden ze het gevoel van ‘buitengesloten’ zijn kunnen bestrijden met Gods Woord door de wederbarende kracht van de Heilige Geest. Dan was een speciale ‘openbaring’ aan Ilona ook niet nodig geweest en zelfs – op grond van Gods Woord! – afgewezen als nodig om iemand te overtuigen van Gods uitverkiezende liefde! Dan hadden ze ook niet de zoveelste nieuwe gemeente(n) gesticht in Barneveld en elders. Helaas werd en wordt hen het bedroeven en weerstaan van de Heilige Geest in hun vroegere kerkelijke kring door de dienaren van Gods Woord aangeleerd! In één woord: allerbedroevendst!

Geciteerd 2: Daarom moeten wij met aandacht op deze teksten uit het Evangelie letten (Johannes 3 : 5 vv en 1 Johannes 5 : 5-11) voornamelijk vanwege het (ver)blinde volk, de wederdopers (maar later ook de kerken met de ‘nadere reformatie leer’), die de kinderdoop voor nutteloos en vruchteloos houden. (1) Maar hoe kan de kinderdoop nutteloos zijn, als we hier horen dat Christus het water ertoe verordent, zodat het water door de werking van de Heilige Geest tot de wedergeboorte moet (!) dienen. Wanneer nu ook de kinderen het nodig hebben dat zij opnieuw geboren worden, en anders het rijk van God niet kunnen zien (zelfs een Schriftgeleerde als Nicodemus kon het niet uit eigen kracht!) waarom wil men hen dan toch de Doop onthouden? Of het daarvoor houden dat het water hen tot wedergeboorte niet dienstig is? Is het dan niet waar dat het onderwijs van Christus ons tot de conclusie brengt dat wie wedergeboren wil worden, die moet door het water wedergeboren worden. Zodat, hoewel het water zonder de Heilige Geest niets doet, dan wil toch de Heilige Geest niet ‘on-middellijk’ werken, maar Zijn werk niet anders in ons verrichten dan ook door het (uitwendige, zichtbare) water. Daarom is het een gruwelijke dwaling (terecht gruwelijk wanneer je op de gevolgen let: je buitengesloten en naar de hel verbannen voelen, terwijl je door de Doop ingelijfd bent in het Lichaam van Christus en deel hebt aan al Zijn weldaden!). Want als de Doop goed is (Bijbels gezien goed bediend wordt) en de mens tot wedergeboorte moet komen, dan moet niet alleen het Woord, niet alleen de Geest, maar ook het water daarbij zijn. Want zo verordent Christus het hier (vgl. Johannes 3 : 5). Niemand mag deze verordening of instelling veranderen!
Het dopen met water kan men met de eigen ogen zien, maar de werking, de wedergeboorte, die de heilige Geest door de Doop in het hart werkt, zie je niet. (2) Opdat men echter vanwege deze verborgen en onzichtbare werking van de Heilige Geest het uitwendige, eenvoudige, onaanzienlijke dopen met water niet zou verachten (3), daarom spreekt de Heere nog verder tot Nicodemus: ‘Verwonder je niet, dat Ik je gezegd heb: jullie moeten opnieuw geboren worden. De wind blaast waarheen Hij wil, en jullie horen zijn geruis wel (zie Handelingen 2 : 2-4), maar jullie weten niet vanwaar Hij komt en waar Hij heengaat, zo is het ook met ieder die uit de Geest geboren is.’ (Johannes 3 : 7) (4)
[Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl WA52, 349, 39-350, 24]

(1) En niet te vergeten tegen meer dwaalleraren op dit gebied ook deze woorden: 1 Johannes 2 : 23-29!
(2) Dat de Heilige Geest door de doop heen wil werken, daarover horen/lezen we ook in Lukas 7 : 24-30! Johannes de Doper was heel bescheiden over Zijn werk, maar de Heilige Geest was vanuit Jeruzalem gewaaid naar de plaats in de woestijn waar Johannes doopte bij de Jordaan. Dat wordt met name ook bevestigd in de eerste drie hoofdstukken van het evangelie van Johannes.
(3) Onze Heer heeft zelf ook de waterdoop door Johannes niet geminacht! Zie o.a. Matteüs 3 : 13-17.
(4) Jezus zegt ook tegen Nicodemus: Maar jullie – Farizeeën en Schriftgeleerden – nemen het getuigenis van ons (dat van Johannes de Doper en onze Heer Zelf) niet aan (zie Johannes 3 : 11).

Bron citaat: ND Geloof – ‘Doorbrekers, van gereformeerde twijfel naar evangelische zekerheid. ‘Kom zoals je bent, maar verander’’ – door Laura Dijkhuizen.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 27 vraag 73: ‘Waarom noemt dan de Heilige Geest de Doop het bad der wedergeboorte en afwassing der zonden?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie denkt hierbij niet aan de manco’s van theologie en kerkelijk samenleven*…

* i.t.t. gemeentelijk samenleven.

Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet (en wat voor plannen hij heeft); vrienden noem ik jullie, omdat alles wat ik van de Vader gehoord heb, aan jullie bekend gemaakt heb. Jullie hebben niet Mij uitgekozen (1), maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht (2). Wat je de Vader vraagt in Mijn Naam, zal Hij je geven (3). Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.’ (4)

Geciteerd: ‘Onze samenleving heeft twee gemankeerde modellen voor hoe politiek werkt’, schrijft Lubrano: politiek als commercie (de ‘marktplaats van ideeën’) en politiek als oorlog (het debat als strijdtoneel). Beide modellen gaan uit van onafhankelijk denkende, rationele burgers, die op die marktplaats of in die oorlog de beste argumenten uitkiezen.
Het punt is alleen dat mensen zelden van gedachten veranderen door te luisteren naar interviews met lijsttrekkers of te kijken naar televisiedebatten – integendeel. De afgelopen decennia hebben cognitief psychologen de vele manieren in kaart gebracht waarop wij als we geconfronteerd worden met nieuwe informatie, veel vaker aan onze overtuigingen vasthouden dan dat we ze bijstellen.

Zo zijn we allemaal behept met een ‘confirmation bias’: nieuwe informatie die ons wereldbeeld bevestigt, laten we zwaarder wegen dan informatie die dat wereldbeeld weerspreekt. Ook zijn we heel goed in ‘rationaliseren’: we bedenken allerlei redenen waarom onze overtuigingen tóch kloppen, ondanks bewijs voor het tegendeel. ‘Wetenschappers zeggen dat roken slecht voor je is, maar mijn kettingrokende oma is 96 geworden, dus ik mag gewoon blijven roken’ – dat werk.
Zeker in een debat, waarbij verschillende ideeën tegenover elkaar worden geplaatst en er maar één kan ‘winnen’, graven we ons eerder dieper in onze overtuigingen in dan dat we ons door de ander laten overtuigen.

Wie een kind krijgt, gaat anders nadenken over zelfstandigheid. Wie een geliefde verliest, krijgt een nieuw perspectief op rouw. Wie voor een naaste zorgt, krijgt nieuwe ideeën over afhankelijkheid en verbondenheid. We denken vaak, schrijft Lubrano, ‘dat denken en doen verschillende, zelfs tegengestelde activiteiten zijn. Maar wat politiek betreft is actie een cruciaal onderdeel van nadenken.’
Ook onze relaties zijn cruciaal voor hoe en wat we denken. Betekenisvolle vriendschappen kunnen ervoor zorgen dat we vooroordelen laten varen en onze gedachten bijstellen over grote onderwerpen, blijkt uit onderzoek.

We zijn gewend om het brein te zien als dé plek waar denken plaatsvindt, innerlijk en individueel, maar denken vindt dus ook, en misschien wel vooral, plaats in de ruimte tússen individuen. (Veel van mijn vriendschappen voelen als een doorlopend gesprek waarin we soms decennialang samen nadenken – zodat mijn kijk op de wereld en de keuzes die ik maak net zozeer in het hoofd van mijn vrienden tot stand komen als in mijn eigen kop.)

Maar bovenal hebben we meer ‘sociale infrastructuur’ (4) nodig: organisaties, plekken en ruimtes waar mensen relaties met elkaar kunnen aangaan en onderhouden.

(1) Niet Hem uitgekozen als hun Meester om daar samen mee op te trekken, nee Jezus had hén geroepen om voortaan met Hem door het leven te gaan!
(2) Zoals Hij dat zou bewerken door Zijn Woord en Geest.
(3) Wanneer we geleerd hebben ons bidden in dienst te stellen van het ‘eerst zoeken van het koninkrijk van God’, dan zullen we ons dankbaar verbazen over de gebedsverhoring die we ontvangen – zie Matteüs 6 : 30-34.
(4) Schonk onze Heer middels Zijn Woord en het werk van ‘Zijn vrienden’ ons niet ook het samenleven met Hem (onder Zijn hoede) in de gemeenten van onze Heer Jezus Christus?! – Zie Handelingen 2 : 41-47 en wat er verder nog meer in dit Bijbelboek en de brieven van de apostelen daarover te lezen valt.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Het recept voor een gezonde democratie: minder lullen, meer samen poetsen’ – door Lynn Berger (Correspondent Zorg)

Bij de foto: In het Britse dorp Moorhaven legt Frankie Mills vast hoe Oekraïense vluchtelingen en hun gastgezinnen samenleven, en hoe dit, ondanks de uitdagingen, leidt tot meer solidariteit. Samenwonen was een grote uitdaging voor beide partijen: Oekraïners die net gevlucht waren voor een oorlog, en Britten die dat nog nooit hadden meegemaakt. De confrontatie met elkaars verschillende ervaringen vergde veel geduld. Maar het vergrootte ook begrip en empathie, en bood zo een onverwachte weg naar integratie.

Bron foto: Frankie Mills (foto geplaats bij dit artikel van Lynn Berger).

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie